Nieuws

Niet werkgever maar UWV betaalt kraamverlof

De uitbreiding van het kraamverlof per 1 januari 2019 komt voor rekening van UWV. Werkgevers betalen de eerste twee... Lees meer >

De uitbreiding van het kraamverlof per 1 januari 2019 komt voor rekening van UWV. Werkgevers betalen de eerste twee verlofdagen, waarna de uitkeringsinstantie de rest van de dagen financiert.

Het ministerie van SZW meldde deze maand dat per 2019 vaders – en anderen die als partner kunnen worden aangemerkt – na de geboorte van hun kind langer kraamverlof  kunnen opnemen.

Kraamverlof per 1 januari 2019 uitgebreid

Momenteel krijgen werknemers twee dagen kraamverlof, plus doorgaans drie dagen onbetaald ouderschapsverlof. Het kraamverlof wordt per 1 januari 2019 uitgebreid naar vijf dagen. Hoewel het kabinet het bijbehorende wetsvoorstel nog niet openbaar heeft gemaakt, blijkt uit de Rijksbegroting van het ministerie SZW wel wie de uitbreiding van het kraamverlof zal betalen: UWV.

Maximumdagloon is bovengrens van kraamverlof

De werkgever betaalt tijdens de derde, vierde en vijfde dag van het kraamverlof het loon van de vader door, maar kan hiervoor ter compensatie een vergoeding bij UWV aanvragen. Die uitkering van UWV is gelijk aan het loon van de werknemer, met het maximum van het dagloon als bovengrens. De werknemer moet het verlof binnen vier weken na de bevalling bij zijn werkgever aanvragen.
Het kabinet kan de maatregel pas per 2019 invoeren omdat UWV voorbereidingstijd nodig heeft om het kraamverlof te kunnen uitvoeren.

Nieuwe regels transitievergoeding in beeld

De transitievergoeding houdt de gemoederen bezig... Lees meer >

De transitievergoeding houdt de gemoederen bezig. Werkgevers hebben er nu al enige tijd mee te maken en de oorspronkelijke regels blijken weerbarstig in de praktijk. Daarom wil het kabinet een aantal regels rondom de transitievergoeding wijzigen.

2016-10-12 Regels transitievergoeding

Bijna 7.000 aanmeldingen vrijwillige vertrekregeling Belastingdienst

De vrijwillige vertrekregeling bij de Belastingdienst is dusdanig populair dat 6.900 van de ongeveer 30.000 werknemers zich daarvoor hebben... Lees meer >

De vrijwillige vertrekregeling bij de Belastingdienst is dusdanig populair dat 6.900 van de ongeveer 30.000 werknemers zich daarvoor hebben aangemeld.

Dat blijkt uit gegevens die Het Financieele Dagblad (FD) heeft opgevraagd.

Volgens de krant is daarmee de poging van de Belastingdienst om een uittocht van hoger geschoolde en ervaren medewerkers op cruciale posities te stoppen, mislukt.

De regeling in verband met een reorganisatie is bedoeld om vijfduizend personeelsleden uit zichzelf te laten vertrekken. De Belastingdienst neemt ook weer 1.500 nieuwe medewerkers met kennis van moderne technieken aan.

Eerder werd al wel duidelijk dat de regeling veel populairder was dan voorzien. Daarop vervroegde de Belastingdienst de aanmeldingstermijn tot 1 september. Volgens het FD is mede daardoor de afgelopen weken een stormloop ontketend onder werknemers die weg willen.

Wiebes

Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) verwacht dat uiteindelijk ongeveer 5.200 mensen bij de Belastingdienst gebruik gaan maken van de vrijwillige vertrekregeling.

Wiebes gaat ervan uit dat er minder mensen vertrekken dan zich hebben aangemeld. Mensen die zich aanmelden voor de regeling zitten volgens hem namelijk nog nergens aan vast. Na de aanmelding gaan ze een traject in en dan blijkt dat ”een deel van die mensen toch uiteindelijk besluit om de aanmelding niet in een definitief vertrek om te zetten”. Op 1 juni lag het aantal aanmeldingen nog op vierduizend.

De continuïteit van de Belastingdienst komt volgens Wiebes niet in gevaar door de grote belangstelling voor de regeling. ”De mensen vertrekken niet op een dag.” Met de medewerkers wordt overlegd over hun vertrek en dat zal deels gefaseerd gaan, aldus de staatssecretaris.

Bron: NU.nl

Kwart modelovereenkomsten afgewezen door fiscus

Een magere 8% van de modelovereenkomsten die ondernemers tot 1 augustus aan de fiscus hebben voorgelegd zijn goedgekeurd. 23%... Lees meer >

Een magere 8% van de modelovereenkomsten die ondernemers tot 1 augustus aan de fiscus hebben voorgelegd zijn goedgekeurd. 23% van de overeenkomsten werd door de Belastingdienst afgekeurd. Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris waarmee hij reageert op een WOB-verzoek van MKB Belangen.

Van de 4481 overeenkomsten die de Belastingdienst per 1 augustus zijn binnengekomen zijn er 370 goedgekeurd, 1033 afgewezen, kregen er 814 geen eindoordeel en zijn 1964 momenteel in behandeling. 300 ingediende overeenkomsten zijn in deze cijfers niet gespecificeerd. De gemiddelde tijd die de fiscus nodig heeft om een modelovereenkomst te beoordelen is 10,8 weken.

In juli concludeerden we al dat de Wet DBA gefaald heeft”, reageert Adrienne van Veen, directeur van MKB Belangen. “Maar van de cijfers die nu naar buiten zijn gekomen schrikken we enorm. Onder ondernemers heerst onzekerheid en angst. Je kunt het je toch niet veroorloven om elf weken te wachten om een opdracht aan te kunnen nemen? Bovendien blijkt niemand te weten waar die overeenkomsten aan moeten voldoen.’

De Belastingdienst registreert niet waarom modelovereenkomsten worden afgekeurd en daarom moest Wiebes de vragenstellers deze informatie schuldig blijven. Na de publicatie van de cijfers uitten diverse Kamerleden hun zorgen over de Wet DBA en werd er een debat met Wiebes aangevraagd.

Bron: P&O actueel

Verschil in btw-tarieven maakt medische hulpmiddelenmarkt onduidelijk

De FHI, de Nederlandse brancheorganisatie voor medische technologie, en Nefemed, de belangenorganisatie van leveranciers van medische hulpmiddelen, klagen over... Lees meer >

De FHI, de Nederlandse brancheorganisatie voor medische technologie, en Nefemed, de belangenorganisatie van leveranciers van medische hulpmiddelen, klagen over oneerlijke concurrentie op de markt voor medische hulpmiddelen. Dit komt door onduidelijkheid over btw-tarieven rondom de hulpmiddelen. De organisaties willen een duidelijke, landelijke aanpak van de Belastingdienst.

Het is momenteel onduidelijk voor welke medische hulpmiddelen het btw-tarief van 6% en voor welke die van 21% geldt. Als een vernevelaar wordt geleverd met slangetjes en maskers in één doos dan geldt het tarief van 6%. Worden de slangetjes los verkocht, dan geldt ineens het tarief van 21%. Er zijn zo`n 500.000 medische hulpmiddelen op de markt en daar komen regelmatig nieuwe producten bij.

Er kan zelfs per regio een ander belastingtarief gelden. Veel leveranciers werken echter landelijk. Omdat zorginstellingen zelf niet btw-plichtig zijn, beïnvloeden de belastingtarieven direct de prijs en daarmee ook de keuze van een ziekenhuis voor een bepaalde leverancier. De Belastingdienst ontkent dat er regionale verschillen zijn. De Belastingdienst deed al eens een naheffing over producten die ten onrechte tegen lager btw-tarief geleverd werden.

Bron: Profnews

Inzagerecht schuldeisers in de administratie van failliet?

Wie kent het niet? De debiteur die maar excuses blijft verzinnen om niet te betalen en tegen de tijd... Lees meer >

Wie kent het niet? De debiteur die maar excuses blijft verzinnen om niet te betalen en tegen de tijd dat je het als schuldeiser echt zat bent, gaat de debiteur failliet. De kans op enige betaling daalt daarmee naar minder dan 5%. Dat maakt de meeste crediteuren boos en teleurgesteld en sommige van hen zinnen dan ook op nadere stappen tegen de bestuurders van hun debiteur, bijvoorbeeld in de vorm van een persoonlijke aansprakelijkheid. Dit vereist dat sprake is van een onrechtmatige daad van de bestuurder van de failliet tegenover haar schuldeiser. Dat is bijvoorbeeld het geval als de bestuurder van de failliet de financiële verplichting aanging terwijl hij al wist dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen. Probleem daarbij is dat de boze schuldeiser die wetenschap zal moet bewijzen voor een rechter.

Hoe doe je dat zonder informatie? Een crediteur probeerde dit door de curator te vragen om inzage te geven in de (financiële) administratie om te beoordelen of het mogelijk was een vordering in te stellen tot aansprakelijkstelling van de (feitelijk) bestuurders van de failliete vennootschap. Het verzoek werd door de curator afgewezen omdat hij meende dat de crediteur hiervoor geen rechtstreeks en voldoende belang heeft. Er is weliswaar een wettelijke regeling die inzage mogelijk maakt maar die ziet niet op deze situatie, aldus de curator. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad hierop in april 2016 moeten beslissen en hij oordeelde dat de curator gelijk heeft. De inzagemogelijkheid die een schuldeiser heeft in de financiële administratie van een failliet is beperkt tot de vaststelling van de hoogte, aard of inhoud van zijn vordering. Indien echter inzage wordt verlangd met het oog op een mogelijk door hem in te stellen vordering tegen een derde, zoals de voormalige beleidsbepaler van een failliete vennootschap, is geen sprake van een rechtstreeks en voldoende belang als bedoeld in de wet.

Gelukkig voor de crediteur geeft de Hoge Raad nog wel een tip hoe het wél kan. De schuldeiser kan een verzoekschrift indienen bij de rechtbank waarin hij inzage, afschrift of uittreksel uit de “bescheiden” van de failliet vordert. Onder “bescheiden” vallen zowel fysieke als digitale gegevensdragers zoals – bijvoorbeeld – brieven, e-mails, foto’s, en digitale bestanden. Van rechtmatig belang is sprake, wanneer de verzoeker een toereikend belang bij inzage heeft met het oog op door hem te leveren bewijs. Wanneer een verzoek voldoende bepaald is, valt niet in zijn algemeenheid te zeggen. Een gewichtige reden is aan de orde, wanneer het belang bij geheimhouding in de concrete omstandigheden zwaarder weegt dan het zwaarwegend maatschappelijke belang bij waarheidsvinding. Deze toets is uiteindelijk aan de rechter.

Kortom, een automatisch inzagerecht voor schuldeisers in de administratie van hun failliete wederpartij bestaat niet, mogelijk is het onder omstandigheden wel.

Bron: Actuele artikelen