Nieuws

Huishoudens betalen grootste deel milieubelasting

De overheid incasseerde vorig jaar 24,6 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. Bijna twee derde daarvan werd betaald door... Lees meer >

De overheid incasseerde vorig jaar 24,6 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. Bijna twee derde daarvan werd betaald door de Nederlandse huishoudens.

Bedrijven droegen een derde van de lasten bij, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag.

Het grootste deel van de totaal geïnde milieubelastingen en -heffingen bestond in 2015 uit accijns op brandstof. Producenten waren hieraan 3 miljard euro kwijt en Nederlandse huishoudens bijna 5 miljard euro.

De motorrijtuigenbelasting was de tweede inkomstenbron voor de overheid. Producenten betaalden ruim 1 miljard euro aan deze belasting en huishoudens 4,5 miljard euro.

Energiebelasting

Op de derde plek volgt energiebelasting , met ongeveer gelijk verdeelde lasten tussen producenten en burgers. De energiebelasting leverde de staatskas in 2015 in totaal 4,5 miljard euro op.

Afvalstoffenheffing, rioolrechten en afvalwaterheffing komen voor het merendeel op conto van de huishoudens. De belasting op personenauto’s en motorrijwielen en overige milieubelastingen en -heffingen worden in meerderheid door bedrijven betaald.

Het principe “de vervuiler betaalt” gaat niet altijd op, stelt het CBS. Producenten zijn verantwoordelijk voor 80 procent van de uitstoot van broeikasgassen, maar betalen nog niet de helft van de belastingen op energie. De huishoudens, die nog geen vijfde bijdragen aan de uitstoot van broeikasgassen, betalen meer dan de helft.

Bron: NU.nl

Belastingdienst, curatoren en banken overhoop over btw

Curatoren, de Belastingdienst en banken liggen vaak overhoop over de btw-afdracht over aankopen uit een failliete winkel.... Lees meer >

Curatoren, de Belastingdienst en banken liggen vaak overhoop over de btw-afdracht over aankopen uit een failliete winkel. Vaak beroepen banken zich op een arrest van de Hoge Raad uit 1983. Daarin bepaalde de Raad dat houders van pandrechten op voorraden zich de btw mogen toe-eigenen wanneer die spullen worden verkocht.

Tien jaar geleden kwam de wetgever met aanvullende wetgeving, waarbij werd bepaald dat bij verkoop aan een andere ondernemer de btw wordt `verlegd`. De koper moet in dit geval de btw afdragen aan de fiscus, en niet aan de houder van het pandrecht. Deze regel geldt niet bij verkoop aan particulieren, wel betalen zij de btw aan de verkoper. De houder van het pandrecht kan met een beroep op het arrest uit 1989 zich wel die belasting proberen toe te eigenen.

Volgens curator Toni van Hees is het `absurd` dat banken denken dat de btw hen toekomt. Hij trad op als curator bij het faillissement van Perry Sport en Aktiesport. `De vier banken wilden de gehele opbrengst inclusief btw houden, maar toen ik ze voor de rechter daagde, bonden ze in.` Hij gaf de banken slechts de inkoopwaarde van de verkochte goederen. `Welbeschouwd hadden zij slechts recht op het bedrag dat zij bij een executieverkoop voor de goederen zouden krijgen.`

Bron: Profnews

Wet DBA: een gezagsverhouding volgens de fiscus

De nieuwe Wet DBA vervangt sinds 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Er bestaat veel discussie over de... Lees meer >

De nieuwe Wet DBA vervangt sinds 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Er bestaat veel discussie over de vraag: hoe beoordeelt de Belastingdienst of er sprake is van een dienstverband? In dit artikel lees je hoe de fiscus omspringt met het gezagscriterium.

De afgelopen maanden ontstond er veel onduidelijkheid rondom de Wet DBA. Opdrachtgevers vrezen terecht of onterecht dat hun verhouding met opdrachtnemers in de toekomst wordt beoordeeld als dienstverband. Werkgevers die twijfelen over hun relatie met freelancers, kunnen een modelovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. Die gebruikt de criteria loon, persoonlijke arbeid en arbeidsverhouding om deze overeenkomsten te beoordelen. Dat klinkt simpel, maar de manier waarop deze criteria worden gehanteerd blijft onduidelijk.

Instructie of aanwijzing?

Een belangrijke vraag waarop HR de komende maanden een antwoord moet formuleren is: is er sprake van gezagsverhouding tussen mij als opdrachtgever en de zzp’ers die ik inhuur? Om werkgevers hierbij te helpen publiceerde de Belastingdienst in maart de Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties. De fiscus schrijft hierin onder meer: ‘Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is van belang of de opdrachtgever bevoegd is om aanwijzingen en instructies te geven aan de opdrachtnemer, waarbij de opdrachtnemer verplicht is deze te volgen’ en ‘In zijn algemeenheid is wel aan te geven dat als het instructierecht van de opdrachtgever en de feitelijk verstrekte opdrachten en instructies aan de opdrachtnemer, slechts een nadere bepaling van de verlangde prestaties inhouden, geen sprake is van een ‘gezagsverhouding’, zoals kenmerkend voor de arbeidsovereenkomst’ (p.4).
Dit komt in het kort op neer dat een opdrachtnemer zelfstandig en naar eigen inzicht zijn opdracht moet kunnen uitvoeren, zonder toezicht van de opdrachtgever. Opdrachtgevers mogen wel in algemene zin aangeven welk resultaat zij verwachten van de opdrachtnemer, maar geen strikte instructies geven over de uitvoering. Dit is een grijs gebied, want het is als opdrachtgever wel toegestaan om aanwijzingen te geven over hoe het gewenste resultaat kan worden bereikt (art. 7:402 lid 1 BW). Zo mag een opdrachtgever van een verhuizer wel aangeven dat een kwetsbaar meubelstuk niet extra ingepakt hoeft te worden, schrijft de Belastingdienst in zijn handreiking.
De fiscus benadrukt dat er bij de beoordeling van de werkrelatie veel verschillende factoren worden meegenomen en ze daardoor niet kunnen aangeven welke ‘feitelijke situaties’ leiden tot de conclusie dat er sprake is van een dienstverband.

Uitsluiten of beperken van instructierecht

Om te voorkomen dat de fiscus oordeelt dat er sprake is van een gezagsverhouding is het van belang om in de freelance overeenkomst vast te leggen dat het geven van aanwijzingen en instructies wordt beperkt of volledig wordt uitgesloten. Veel werkgevers zullen kiezen voor de eerste optie, omdat het volledig uitsluiten van aanwijzingen/instructies in de praktijk niet werkbaar is. Bij de beoordeling van de gezagsrelatie kijkt de Belastingdienst naar de instructies over de werkinhoud (materieel gezag) en naar andere aspecten zoals werktijden en werklocatie (formeel gezag).

Om dit vast te leggen kan je gebruiken maken van de algemene modelovereenkomst ‘geen werkgeversgezag’, opgesteld door de Belastingdienst. Hierin staan de artikelen die van belang zijn om te bepalen of er sprake is van een dienstverband geel gemarkeerd. De overige artikelen kan je aanpassen aan de hand van je eigen, bedrijfsspecifieke situatie.

Bron: P&O actueel

Waar ligt de grens tussen een hobby en werk

Als in uw vriendenkring bekend is dat u goed kunt schilderen of in no-time een terras kunt aanleggen, wordt... Lees meer >

Als in uw vriendenkring bekend is dat u goed kunt schilderen of in no-time een terras kunt aanleggen, wordt u regelmatig gevraagd om uw vrienden een handje te helpen. Zij zijn niet te beroerd en gaarne bereid een gepaste vergoeding te betalen voor uw werkzaamheden.

Veel mensen zullen zich daarbij niet afvragen of u hierover inkomstenbelasting moet betalen. U zou dat moeten doen als er sprake is van een bron van inkomen. Hiervan is sprake indien u deelneemt aan het economische verkeer met het oogmerk om hier voordelen mee te behalen. Als u zich niet naar buiten toe manifesteert als huisschilder of stratenmaker is er niets aan de hand. U wordt niet geacht deel te nemen aan het economische verkeer.

Als u voor uzelf wilt gaan beginnen zult u zich wel als ondernemer naar buiten toe profileren. Door hoge aanloopkosten kan het resultaat bij aanvang van uw onderneming negatief zijn. Als uw activiteiten als bron van inkomen kunnen worden gezien kunt u het verlies uit uw onderneming verrekenen met andere belaste inkomsten (salaris dat u elders verdient / verdiende) in datzelfde jaar. Kan er geen verrekening binnen het jaar plaatsvinden dan kan er een verrekening plaatsvinden met de inkomsten uit de 3 voorafgaande jaren en de komende 9 jaren.

Wanneer de kosten structureel meer bedragen dan uw omzet, is de kans reëel dat de Belastingdienst uw activiteiten niet als bron van inkomen accepteert. Dit omdat u wellicht wel het oogmerk hebt om voordelen te behalen (subjectief) maar u niet in staat bent deze daadwerkelijk te realiseren (objectief). Wanneer dit het geval is, zal de Belastingdienst de negatieve post uit uw aangifte schrappen en zal zij uw box-1 inkomen dus verhogen. Onlangs is bekend gemaakt dat bij het beoordelen van de aangiften inkomstenbelasting 2015 meer aandacht wordt besteed aan bovenstaande problematiek.

Betekent dit dat wanneer uw activiteiten in de toekomst alsnog winstgevend worden, deze buiten de belastingheffing kunnen blijven? Nee dat is niet het geval. Vanaf dat moment is objectief vast te stellen dat uw activiteit wel winstgevend is en is er fiscaal gezien dus sprake van een bron van inkomen. De wetgever geeft u dan wel het recht om de “bedrijfskosten” van de vijf voorafgaande kalenderjaren als aanloopkosten in aanmerking te nemen. Het is dan wel handig om een vorm van administratie achter de hand te hebben zodat u de kosten richting de Belastingdienst aannemelijk kan maken.

Bron: Actuele artikelen

Geen einde voor de KOR

Staatssecretaris Wiebes van Financiën is niet van plan om de kleineondernemingsregeling (KOR) af te schaffen.... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën is niet van plan om de kleineondernemingsregeling (KOR) af te schaffen. Dit blijkt uit een recente Kamerbrief aan de Tweede Kamer. Wel gaat hij onderzoeken of de regeling vereenvoudigd kan worden.

De kleineondernemingsregeling  is een regeling in de BTW waar ondernemers met een lage omzet gebruik van kunnen maken. De KOR zorgt ervoor dat zij geen of minder BTW hoeven af te dragen als zij onder bepaalde grenzen blijven. De regeling geeft een vermindering van belasting als het BTW-bedrag minder dan € 1.883 per jaar bedraagt. Betaalt de organisatie jaarlijks niet meer dan € 1.345 aan BTW, dan hoeft een organisatie via de KOR helemaal geen BTW te betalen.

Administratieve last verminderen voor kleine organisaties

De administratieve verplichtingen van de BTW  drukken volgens de staatssecretaris echter zwaar op kleine organisaties. De staatssecretaris wil daarom de administratieve lasten voor kleine organisaties verminderen. Hij wil de KOR niet beëindigen, maar gaat wel uitzoeken of de huidige regeling eenvoudiger kan.

Tijd voor aanvraag eigen risico WGA gaat dringen

Wil uw organisatie het risico van arbeidsongeschiktheid voor werknemers die onder de WGA vallen privaat verzekeren, dan moet de... Lees meer >

Wil uw organisatie het risico van arbeidsongeschiktheid voor werknemers die onder de WGA vallen privaat verzekeren, dan moet de aanvraag uiterlijk 1 oktober bij de Belastingdienst binnen zijn. Organisaties die eigenrisicodrager zijn en dit willen blijven, hebben nog iets meer tijd om actie te ondernemen.

Werkgevers die de risico’s van arbeidsongeschiktheid voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) per 2017 zelf willen dragen, moeten hun aanvraag vóór 2 oktober 2016 indienen bij de Belastingdienst. Daarbij moeten zij een garantieverklaring meesturen waarin staat dat de werkgever zich garant stelt voor het nakomen van verplichtingen tegenover werknemers, zoals de betaling van eventuele uitkeringen en re-integratietrajecten. Organisaties die al privaat verzekerd zijn en eigenrisicodrager willen blijven, moeten voor 2017 een nieuwe verklaring afgeven. Dat kan tot en met 31 december 2016.

OR heeft adviesrecht en instemmingsrecht

De werkgever moet de ondernemingsraad tijdig informeren zodat deze zich goed kan voorbereiden. De OR heeft adviesrecht bij de keuze voor het eigenrisicodragerschap en speelt ook na de keuze voor publiek of privaat verzekeren nog een rol. De OR heeft instemmingsrecht over het vaststellen, wijzigen of intrekken van regelingen die samenhangen met verzuim en re-integratie. Bij de keuze voor eigenrisicodragerschap hoort een strak verzuimbeleid. Verandering van het verzuim- en re-integratiebeleid moeten ook ter instemming worden voorgelegd aan de OR.

Einde van werkgeversverklaring voor hypotheek?

De werkgeversverklaring is in de nabije toekomst niet meer benodigd om een hypotheek af te sluiten. ... Lees meer >

De werkgeversverklaring is in de nabije toekomst niet meer benodigd om een hypotheek af te sluiten. Althans, dat is bedoeling van een proef die de hypotheekbranche heeft opgezet.

De werkgeversverklaring  helpt een werknemer bij het bemachtigen van een hypotheek. In het document vermeldt de werkgever onder meer inkomensgegevens, informatie over (het voortzetten van) het dienstverband en of er sprake is van een loonbeslag. Uit cijfers van De Hypotheker en Florius blijkt dat een werkgever voor één hypotheekaanvraag de verklaring vaak twee á drie keer moet aanleveren, omdat hij de eerste versie onzorgvuldig of onvolledig invult. De hypotheekbranche wil dit onnodige oponthoud wegnemen. Er is daarom een pilot gestart die de werkgeversverklaring overbodig moet maken.

Digitalisering van hypotheekaanvraag

De proef houdt in dat een werknemer de mogelijkheid krijgt om via mijnuwv.nl gegevens over zijn loon en werkgever(s) op te halen. Dit digitale document vervangt de werkgeversverklaring. Op termijn zou de werknemer ook voor het aanleveren van de loonstrook een digitale werkwijze kunnen gebruiken. De proef is een initiatief van een aantal grote partijen uit de hypotheekbranche, maar beperkt zich in eerste instantie tot een kleine doelgroep. Blijkt het vereenvoudigde aanvraagproces aan te slaan, dan zullen meer hypothekers en klanten ervan kunnen profiteren

Regels voor delen vakantiedagen gepubliceerd

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een factsheet gepubliceerd met daarin de regels voor het delen van... Lees meer >

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een factsheet gepubliceerd met daarin de regels voor het delen van vakantiedagen tussen collega’s. Volgens de factsheet bepaalt de werkgever of het overdragen van vakantiedagen binnen de organisatie mogelijk is.

In de factsheet (pdf) worden de regels voor het delen van vakantiedagen uitgelegd. Het ministerie benadrukt dat het delen van vakantiedagen bedoeld is voor werknemers die mantelzorg verrichten en voor wie andere verlofvormen – zoals zorgverlof of calamiteitenverlof – onvoldoende toereikend zijn. Daarnaast is het overdragen van vakantiedagen alleen toegestaan voor de bovenwettelijke vakantiedagen. Dit zijn de extra dagen die bovenop de wettelijke vakantiedagen in de cao of arbeidsovereenkomst zijn afgesproken.

Werkgever bepaalt of delen van vakantiedagen mogelijk is

In de factsheet staat ook dat de werkgever moet bepalen of hij het delen van vakantiedagen mogelijk wil maken. Hij doet er verstandig aan de ondernemingsraad hierbij te betrekken. Als de werkgever het delen van vakantiedagen toestaat, moet hij ook aangeven in welke situaties werknemers hiervan gebruik kunnen maken en welke voorwaarden hiervoor gelden. Hiermee kan ongelijke behandeling worden voorkomen. Daarnaast moet de werkgever bepalen hoe hij het delen van vakantiedagen praktisch gezien mogelijk wil maken. De werkgever kan werknemers niet dwingen hun vakantiedagen af te staan

Toolkit DBA op website helpt opdrachtgevers

De informatie op de website van de Belastingdienst over Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) is verplaatst en aangevuld. ... Lees meer >

De informatie op de website van de Belastingdienst over Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) is verplaatst en aangevuld. Nieuw is een toolkit DBA voor opdrachtgevers. Deze biedt hulp bij het bepalen of sprake is van een dienstbetrekking.

De informatie over DBA is weggehaald onder ‘ZZP’ en een niveau omhoog gebracht naar ‘Ondernemen’.

Videosnacks
De ‘toolkit’ bevat een stappenplan Modelovereenkomsten. Medewerkers van de Belastingdienst behandelen in videosnacks de meest gestelde vragen over DBA. Zo komen onder meer de vragen ‘Wat is een fictieve dienstbetrekking’ en ‘Mag ik bij het werken afwijken van de modelovereenkomst’ aan bod.

Onder ‘Meer informatie’ ten slotte vindt u de linkjes naar de webinar ‘DBA voor opdrachtgevers’ en de Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties.

Bekijk de nieuwe pagina Toolkit DBA voor opdrachtgevers of ga direct naar de videosnacks op het YouTube-kanaal van de Belastingdienst.

Voorkom naheffing voor auto van de zaak

Bij belastingcontroles wil de fiscus vaak naheffen over de auto's van de zaak... Lees meer >

Bij belastingcontroles wil de fiscus vaak naheffen over de auto’s van de zaak. Op het gebied van de loonheffingen zal het dan bijna altijd gaan over het wel of niet rekening houden met een bijtelling, maar ook voor de BTW kan de Belastingdienst een naheffing voor de auto opleggen.

Werknemers die gebruikmaken van een ter beschikking gestelde auto krijgen te maken met een bijtelling . Deze bijtelling kan de werknemer voorkomen door een ‘Verklaring geen privégebruik’ aan de werkgever te overleggen en ervoor te zorgen dat er een sluitende rittenadministratie  is.

Andere aandachtspunten privégebruik auto van de zaak

Naast de toepassing van de bijtelling en het op de juiste manier voorkomen hiervan, zijn er  ook nog andere aandachtspunten:

  • De BTW-correctie  voor privégebruik is in principe 2,7% van de cataloguswaarde of u moet uitgaan van het werkelijk gebruik. Is er sprake van een marge-auto (een auto gekocht zonder BTW), dan is de correctie maar 1,5%. Ook als het privégebruik later dan vier jaar plaatsvindt na aanschaf van de auto door de werkgever, is de correctie 1,5%.
  • De bijtelling moet uw organisatie berekenen over de fiscale cataloguswaarde (dus niet over het aankoopbedrag).
  • Ook voor huurauto’s geldt een bijtelling.
  • Betaalt een werknemer een eigen bijdrage, dan is deze aftrekbaar als deze bedoeld is voor privégebruik. Leg dit vast in de overeenkomst met uw werknemer!
  • Een werknemer, zoals een directeur-grootaandeelhouder, kan voor twee of meer auto’s met een bijtelling te maken krijgen.
  • De 500-kilometergrens voor privégebruik geldt per jaar. Wisselt een werknemer dus halverwege het jaar van auto en gaat hij een kilometeradministratie bijhouden, maar heeft hij in het eerste halfjaar meer dan 500 kilometer privé gereden, dan krijgt hij toch te maken met een bijtelling.

Wat kunt u verwachten met Prinsjesdag?

Op de derde dinsdag van september presenteert het kabinet het Belastingplan 2017 aan de Tweede Kamer... Lees meer >

Op de derde dinsdag van september presenteert het kabinet het Belastingplan 2017 aan de Tweede Kamer. Maar voor die tijd zijn er vaak al heel wat maatregelen uitgelekt. Wat zijn de belastingmaatregelen die nu al bekend zijn?

Op dinsdag 20 september 2016 is het weer zover: Prinsjesdag. Het kabinet presenteert dan haar plannen voor 2017. Zoals gebruikelijk in de afgelopen jaren zijn er al meerdere maatregelen uitgelekt. Op fiscaal gebied gaat het dan om:

Vennootschapsbelasting

  • Uitfasering van het pensioen in eigen beheer.
  • Aanpassing van de tariefschijf door aanpassing van het pensioen in eigen beheer.
  • Aanpassing van de innovatiebox.
  • Aanpassing van de renteaftrekbeperking artikel 10 en 15ad Wet VPB.
  • Aanpassing vrijstelling zeehaven.

Inkomstenbelasting

  • Aanpak zzp’ers in de bijstand.
  • Van de multiplier in de giftenaftrek kan alleen nog in 2017 gebruik worden gemaakt.

Successiewet

Aanpassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, waardoor indirecte belangen niet meer onder de regeling vallen.

Overig

  • Invoering van een vast tarief energiebelasting voor laadpalen met een zelfstandige verbinding met het elektriciteitsnet.
  • Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening die de heffing van belasting regelt bij de automatische uitwisseling van gegevens over grensoverschrijdende rulings en afspraken over verrekenprijzen.
  • Aanpassing van de verhuurderheffing uitbreidingsvrijstelling voor zogenaamde slechte wijken.
  • Aanpassing Wet toezicht trustkantoren.
  • Aanpassing aanvullende maatregelen accountantsorganisaties.

 

Wijziging Ontslagregeling door afschaffing VAR

Per 1 juli 2016 is de Ontslagregeling die UWV hanteert bij het beoordelen van ontslagaanvragen gewijzigd. De wijziging heeft... Lees meer >

Per 1 juli 2016 is de Ontslagregeling die UWV hanteert bij het beoordelen van ontslagaanvragen gewijzigd. De wijziging heeft te maken met de afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR).

Een werkgever kan een werknemer ontslaan en vervolgens het werk uitbesteden aan een zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Voorwaarde is wel dat het om een echte zzp’er gaat en dat er dus geen sprake is van schijnzelfstandigheid. Er zijn hiervoor regels vastgelegd in de Ontslagregeling. Sinds 1 mei 2016 is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) ingevoerd en is de VAR vervallen. Hierdoor zijn er wijzigingen aangebracht in de Ontslagregeling.

Uitbesteed werk mag geen dienstverband zijn

Na het ontslag van een werknemer moet een werkgever kunnen aantonen dat hij het werk uitbesteedt aan iemand die niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkt. Dit kan door een (model)overeenkomst  te laten zien die door de Belastingdienst is goedgekeurd. Ontbreekt deze overeenkomst, dan zal de werkgever op een andere manier moeten bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld door middel van jaarstukken die een opdrachtnemer opmaakt voor de Belastingdienst, het in aanmerking komen of gebruikmaken van de opdrachtnemer van de fiscale zelfstandigenaftrek of het hebben van meerdere opdrachtgevers. Daarnaast moet de zzp’er zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Beroep op wederindiensttredingsvoorwaarde

Als de werkgever een werknemer heeft ontslagen en vervolgens de werkzaamheden laat uitvoeren door iemand die niet een echte zzp’er blijkt te zijn, kan een werknemer binnen 26 weken na de opzegging of ontbinding van de arbeidsovereenkomst een beroep doen op de wederindiensttredingsvoorwaarde. De ontslagen werknemer kan dan de kantonrechter verzoeken de opzegging te vernietigen of ontbinding te herstellen, óf een billijke vergoeding eisen.

Nieuwe voorwaarden eigenrisicodragen per 1 januari 2017 – kom tijdig in actie

Als u eigenrisicodrager voor de WGA bent, of als u dit wilt worden, dan gelden er vanaf 1 januari... Lees meer >

Als u eigenrisicodrager voor de WGA bent, of als u dit wilt worden, dan gelden er vanaf 1 januari 2017 andere voorwaarden. Vanwege deze veranderingen adviseren we u nu alvast stappen te ondernemen.

Met de nieuwe voorwaarden voor eigenrisicodragers wil de overheid de concurrentieverhoudingen tussen de private en de publieke verzekeringsmarkt verbeteren. Eigenrisicodragers dragen vanaf 1 januari 2017 zowel het risico voor vast als flexibel personeel.

Gevolgen voor nieuwe eigenrisicodragers

Er is geen inlooprisico meer als u eigenrisicodrager wilt worden voor de WGA. Dit betekent dat UWV de kosten overneemt van lopende uitkeringen van uw zieke werknemers, vanaf de datum waarop u eigenrisicodrager bent.
Uw aanvraag om eigenrisicodrager te worden, moet uiterlijk 1 oktober 2016 binnen zijn bij de Belastingdienst. Begin daarom op tijd met de voorbereiding. Dit stappenplan kan u daarbij helpen.

Gevolgen voor bestaande eigenrisicodragers

Bent u al eigenrisicodrager voor de WGA? En wilt u dit ook na 1 januari 2017 blijven? Dan moet u opnieuw een garantieverklaring indienen bij de Belastingdienst. Deze moet uiterlijk 31 december 2016 bij de Belastingdienst binnen zijn. Download hiervoor de modelgarantieverklaring bij de aanvraag eigenrisicodragerschap voor de WGA op www.belastingdienst.nl.
Let op: als u geen nieuwe garantieverklaring indient bij de Belastingdienst, of u doet dit niet op tijd, dan bent u vanaf 1 januari 2017 geen eigenrisicodrager voor de WGA meer. U blijft dan nog wel verantwoordelijk voor de lopende uitkeringen en de re-integratie van uw zieke werknemers. Tot de maximale termijn van 10 jaar, gerekend vanaf de eerste uitkeringsdag van de werknemer.

Bekijk alle veranderingen

Ketenbepaling seizoensgebonden werk aangepast sinds 1 juli

Vanaf nu mag u een medewerker na een tussenpoos van 3 maanden opnieuw een contract aanbieden... Lees meer >

Vanaf nu mag u een medewerker na een tussenpoos van 3 maanden opnieuw een contract aanbieden. Dit geldt voor werkgevers in de bouw, horeca, land- en tuinbouw en voor ander seizoensgebonden werk.

De oude regeling voor seizoensarbeid was dat u werknemers na een opeenvolging van 3 tijdelijke contracten pas na 6 maanden weer opnieuw een tijdelijk contract mocht aanbieden. Sinds 1 juli 2016 is een nieuwe ketenbepaling in de wet vastgelegd. Werknemers die door klimaatomstandigheden maximaal 9 maanden per jaar aan het werk kunnen, mag u nu na een tussenperiode van 3 maanden opnieuw tijdelijk in dienst nemen. Dit moet dan wel zijn vastgelegd in de cao die voor uw onderneming geldt.

Voordeel van de verkorting

De verkorting van de tussenperiode van 6 naar 3 maanden heeft als voordeel dat u geschikte werknemers langer bij uw bedrijf kunt laten werken. Dit is zonder dat er recht op een vast contract ontstaat.

Lees meer over de aangepaste ketenbepaling

Verhoogde schenkingsvrijstelling 2017

Met ingang van 1 januari 2017 wordt de verhoogde vrijstelling voor het schenken van € 100.000 voor de... Lees meer >

Met ingang van 1 januari 2017 wordt de verhoogde vrijstelling  voor het schenken van € 100.000 voor de eigen woning ingevoerd. Voor velen is dit een reden om te wachten met een schenking tot na 1 januari 2017. Er zijn echter situaties op basis van het overgangsrecht waarbij er al in 2016 actie is gewenst!

De reguliere vrijstelling wordt voor iemand tussen 18 en 40 jaar wordt per 1 januari 2017 verhoogd tot een bedrag van € 100.000, indien het een schenking ten behoeve van een eigen woning betreft.

De hoofdregel luidt dat maar eenmalig gebruik kan worden gemaakt van deze verhoogde vrijstelling.

Er zijn een aantal situaties waarbij dit jaar nog actie vereist is: 

  • Als er vóór 1 januari 2010  gebruik is gemaakt van de reguliere verhoogde schenking en men wenst in 2017 optimaal beroep te doen op de aanvullende vrijstelling ten behoeve van de eigen woning, dan moet in 2016 gebruik gemaakt worden van de inhaalvrijstelling van maximaal € 27.570.
  • Is het kind van de schenker vanaf volgend jaar 40 jaar of ouder, benut dan in 2016 nog de laatste mogelijkheid om van een vrijstelling gebruik te maken.
  • Als er nog geen verhoogde vrijstelling is benut dan bestaat er een keuze. Ofwel de gehele schenking in 2017 (of later) doen met een mogelijkheid tot spreiding over drie jaar. Danwel al in 2016 schenken voor de eigen woning. De verkrijger kan dit jaar de verhoogde vrijstelling eigen woning benutten tot een bedrag van € 53.016 en restant van de vrijstelling van € 46.984 in 2017 of 2018.

Let op: het overgangsrecht bepaalt dat, indien in 2016 slechts de regulier verhoogde vrijstelling wordt benut, de maximale vrijstelling in 2017 of 2018 wordt beperkt tot € 46.984.

 

Bron: De Belastingdienst

Buitenlandse btw? Uiterlijk 30 september teruggaafverzoek!

Ondernemers die in 2015 btw hebben betaald in andere EU-landen, kunnen via de Nederlandse Belastingdienst een uiterlijk op 30... Lees meer >

Ondernemers die in 2015 btw hebben betaald in andere EU-landen, kunnen via de Nederlandse Belastingdienst een uiterlijk op 30 september 2016 een teruggaafverzoek indienen om deze btw terug te vragen. Ben je te laat dan is er geen teruggaaf van buitenlandse btw meer mogelijk.

Terugvragen buitenlandse btw

De betaalde buitenlandse btw vraag je terug door een verzoek in te dienen op een speciale internetsite van de belastingdienst (zie: www.belastingdienst.nl/eubtw). Btw terugvragen uit een EU-land kan als je voldoet aan de volgende voorwaarden:

– Je bent ondernemer voor de omzetbelasting en jouw onderneming is in Nederland gevestigd.

– Je doet geen btw-aangifte in het andere EU-land.

– Je gebruikt de goederen en diensten uit het andere EU-land voor met btw belaste bedrijfsactiviteiten.

Als het btw-bedrag over het gehele kalenderjaar minder dan € 50 bedraagt, dan wordt geen teruggaaf verleend. Het is ook mogelijk om een teruggaaf te claimen per kwartaal, maar dan moet het btw-bedrag ten minste € 400 zijn.

Inloggegevens

De inloggegevens voor het teruggaafverzoek zijn niet gelijk aan die voor het indienen van de reguliere btw-aangifte. Indien je nog niet over de benodigde inloggegevens beschikt, moet je deze inloggegevens aanvragen bij de Belastingdienst. Hou er rekening mee dat het aanvragen van een gebruikersnaam en wachtwoord wel even kan duren. Vraag deze dus nu aan!

Teruggaafverzoek fiscale eenheid btw

Wanneer sprake is van een fiscale eenheid btw dient het teruggaafverzoek per entiteit van de fiscale eenheid te worden gedaan, en niet per fiscale eenheid. Iedere entiteit binnen de fiscale eenheid moet ook over eigen inloggegevens beschikken voor het doen van het teruggaafverzoek.

bron Belastingdienst

Wiebes schaft kleineondernemersregeling niet af

Staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, is niet van plan de kleineondernemersregeling af te schaffen. Wel wordt onderzocht of de... Lees meer >

Staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, is niet van plan de kleineondernemersregeling af te schaffen. Wel wordt onderzocht of de huidige regeling vereenvoudigd kan worden. Dat is het onderwerp van een brief die hij schrijft aan de vaste commissie van Financiën.

In de brief geeft hij aan dat de kleineondernemersregeling in de btw niet wordt afgeschaft. De regeling compenseert de administratieve verplichtingen die relatief zwaar op kleine ondernemers drukken.

Onderzoek naar vereenvoudiging
Wel wordt in algemene zin onderzocht of de regeling vereenvoudigd kan worden. Voorts legt Wiebes uit wanneer er volgens de Nederlandse en Europese regels sprake is van een ondernemer.

Met de brief reageert de staatssecretaris op verzoek van de vaste commissie van Financiën op een brief over vakantiewoningen en de btw. De briefschrijver stelt dat het onwenselijk is dat de Staat met de btw de aanschaf van vakantiewoningen subsidieert en doet een aantal voorstellen.

Lees hier de brief van de staatssecretaris.

Belastingdienst stuurt bevestigingsbrief over post op papier

De Belastingdienst verstuurt op 2 augustus een brief naar 55.000 particulieren die zelf of via iemand anders hebben gevraagd... Lees meer >

De Belastingdienst verstuurt op 2 augustus een brief naar 55.000 particulieren die zelf of via iemand anders hebben gevraagd om post op papier te blijven ontvangen. Doel van de brief is om de aanvraag te bevestigen.

De Belastingdienst stuurt deze particulieren van elk bericht aan de Berichtenbox een kopie op papier.

Geen gebruik maken van deze service
In de brief staat ook hoe deze service kan worden stopgezet en waar men terecht kan voor vragen.

Bekijk de voorbeeldbrief.

Valse e-mail (phishing) in omloop over e-mailadres van uw boekhouding

De Belastingdienst waarschuwt voor valse e-mails.... Lees meer >

De Belastingdienst waarschuwt voor valse e-mails. De nieuwste valse mail heeft als onderwerp ‘Informatie’ en vraagt naar het e-mailadres van uw boekhouding. Open de e-mail niet, maar verwijder hem meteen.

In de e-mail staat dat de Belastingdienst heeft geprobeerd om een belangrijk e-mailbericht naar de boekhouding van uw bedrijf te versturen. Omdat het adres niet blijkt te kloppen, wordt gevraagd het juiste e-mailadres van uw boekhouding terug te mailen. De e-mail is ondertekend door Geert Dirksen, Belastingdienst/Douane in Heerlen.

Open de e-mail niet, maar verwijder hem meteen.

Meer informatie
Zie ook onze eerder gepubliceerde berichten over valse e-mails, verzameld op de pagina Meldingen van phishing mail, verdachte e-mail en valse e-mail.

Bron: belastingdienst.nl

Wat blijft er straks over bij loonbeslag?

Als de beslagvrije voet bij loonbeslag straks op een nieuwe manier vastgesteld wordt, hoeveel houdt een werknemer dan eigenlijk... Lees meer >

Als de beslagvrije voet bij loonbeslag straks op een nieuwe manier vastgesteld wordt, hoeveel houdt een werknemer dan eigenlijk precies over? Dat is afhankelijk van zijn leefsituatie en inkomen.

De berekening van de beslagvrije voet bij loonbeslag gaat waarschijnlijk op de schop. Het wetsvoorstel dat dit regelt, is onlangs opengesteld voor internetconsultatie. Hierdoor is het mogelijk om precies uit te rekenen hoeveel werknemers met loonbeslag in de toekomst precies overhouden. De beslagvrije voet is in ieder geval maximaal:

  • voor een alleenstaande zonder kinderen: € 1.486,37 bruto per maand;
  • voor een alleenstaande ouder: € 1.623,45 bruto per maand;
  • voor echtgenoten of geregistreerde partners zonder kinderen: € 1.956,90 bruto per maand;
  • voor echtgenoten of geregistreerde partners met een of meerdere kinderen: € 2.093,48 bruto per maand.

Berekening nodig voor precies bedrag

Deze maximumbedragen gelden niet zomaar. Hoeveel de werknemer overhoudt, blijft namelijk afhankelijk van de situatie van de werknemer. Wat is zijn inkomen en komt hij bijvoorbeeld in aanmerking voor zorgtoeslag, huurtoeslag of een kindgebonden budget?  In totaal zijn er elf factoren van invloed.

Verbetering ondanks ingewikkelde berekening

De berekening voor de beslagvrije voet voor een alleenstaande werknemer zonder kinderen ziet er bijvoorbeeld straks zo uit: (95% * A) + (((C -/- (S/12)) * T) + ((U*C² + V * C) -/- Y)). De berekening wordt er dus niet echt eenvoudiger op.
Toch heeft de nieuwe manier om de beslagvrije voet vast te stellen een groot voordeel. Alle gegevens die ervoor nodig zijn, zijn namelijk al bekend bij UWV. Daardoor hoeven werknemers niet langer zelf allerlei gegevens aan te leveren. De berekening wordt dus in ieder geval minder foutgevoelig.