Nieuws

Wiebes vindt belastingdruk voor eenverdieners niet te hoog

Het klopt niet dat huishoudens met één inkomen netto geld inleveren als ze meer gaan verdienen, zegt staatssecretaris Eric... Lees meer >

Het klopt niet dat huishoudens met één inkomen netto geld inleveren als ze meer gaan verdienen, zegt staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën). Wel erkent hij dat de belastingdruk relatief hoog is voor inkomens tussen de 20.000 en 35.000 euro.

“Werk loont in de meeste gevallen wel degelijk”, aldus Wiebes in reactie op Kamervragen van de SP en de SGP. Met name de SGP is kritisch over de huidige belastingregels, omdat de partij vindt dat daardoor eenverdieners worden benadeeld ten opzichte van tweeverdieners.

Volgens Wiebes klopt dat niet. “Een brutostijging in inkomen levert vrijwel altijd een vooruitgang in het netto-inkomen op.” Toch blijkt ook uit zijn berekening dat een loonstijging van 50 procent kan leiden tot een inkomensstijging van slechts 1,7 procent.

Belastingdruk

Alleen iemand bij wie het bruto-inkomen stijgt van 31.000 naar 32.000 euro, verdient netto minder. “De belastingdruk neemt vanaf daarna verder toe naarmate het loon stijgt”, aldus Wiebes.

De staatssecretaris erkent wel dat de belastingdruk relatief hoog is voor de inkomensgroep tussen de 20.000 en 35.000 euro. Bij een brutoloon van 20.000 euro per jaar is het netto-inkomen hoger dan het brutoloon, dankzij bijvoorbeeld huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag en algemene heffingskorting. Wie meer gaat verdienen, ontvangt stapsgewijs minder toeslagen.

“Inkomensondersteuning is er alleen voor huishoudens die dat nodig hebben”, licht Wiebes toe. “Niet alleen eenverdienerhuishoudens in deze groep hebben een hoge belastingdruk. Dat geldt net zo goed voor alleenstaanden en tweeverdieners.”

Motie

Een meerderheid van PvdA, VVD en D66 stemde donderdag tegen moties van CDA en ChristenUnie om de fiscale positie van eenverdieners te verbeteren.

In de Eerste Kamer is wel een meerderheid om de kloof tussen een- en tweeverdieners te verkleinen. Wiebes kreeg uit de senaat eerder deze week de opdracht om daar voorstellen voor te doen.

Bron: NU.nl

Kamer wil belasting op online gokken naar sport

De sport moet profiteren van de belasting op online gokken, vinden de regeringspartijen VVD en PvdA. ... Lees meer >

De sport moet profiteren van de belasting op online gokken, vinden de regeringspartijen VVD en PvdA.

Zij gaan hun wens later donderdag in de Tweede Kamer presenteren. De Kamermeerderheid vindt dat het geld zowel naar topsporters als amateurs moet gaan.

Dus naar deelnemers aan de Olympische Spelen maar ook naar de plaatselijke sportclub, aldus VVD-Kamerlid Jeroen van Wijngaarden. Het kan gaan om 8 miljoen euro tot mogelijk meer dan 10 miljoen euro per jaar extra voor de sport.

Het is de bedoeling dat online gokken, zoals op sportwedstrijden, in Nederland legaal wordt. Op dat gokken op Nederlandse websites zal de normale 29 procent kansspelbelasting worden geheven. Een deel daarvan kan dus naar de sport, aldus VVD en PvdA.

Bron: NU.nl

Een op drie VAR-vervangers voor zzp`ers afgekeurd

De fiscus is streng bij de beoordeling van modelovereenkomsten die zzp`ers en hun opdrachtgevers zekerheid moeten geven dat er... Lees meer >

De fiscus is streng bij de beoordeling van modelovereenkomsten die zzp`ers en hun opdrachtgevers zekerheid moeten geven dat er geen sprake is van schijnzelfstandigheid in hun arbeidsrelatie. Van de 2.400 behandelde VAR-vervangers keurde de Belastingdienst er 750 af en zijn er 800 ingetrokken.

Van de resterende overeenkomsten zijn er 200 goedgekeurd en zitten er 650 nog in de procedure, zo komt naar voren uit een overzicht van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën. Hierin staat ook dat 1.100 aanvragen voor goedkeuring nog niet in behandeling zijn genomen. Volgens Wiebes zijn er door de Belastingdienst tien algemene modelovereenkomsten gepubliceerd, die door iedereen te gebruiken zijn. Veel zzp`ers en opdrachtgevers kunnen er echter niet mee uit de voeten. Zowel branche- en belangenorganisaties als individuele zzp`ers en opdrachtgevers leggen eigen overeenkomsten aan de fiscus voor.

Zzp`ers en opdrachtgevers klagen over de onzekerheid die ontstaan is nadat begin mei de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) is vervangen door de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA). Deze wet vereist dat opdrachtnemer en -gever in geval van twijfel over hun arbeidsrelatie een goedgekeurde overeenkomst aangaan teneinde een fictief dienstverband uit te sluiten.

Bron: Profnews

De eigen woning verhuizen naar box 3 helpt het jonge gezin niet

Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft in één van zijn jaarlijkse ramingen van dit jaar, het Centraal Economisch Plan... Lees meer >

Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft in één van zijn jaarlijkse ramingen van dit jaar, het Centraal Economisch Plan (CEP) 2016, een beschouwing toegevoegd over het verbeteren van de financiële positie van de jonge werkenden.

Veel jonge huishoudens zijn een aanzienlijk deel van hun inkomen kwijt aan pensioenpremies en hun eigen woning lening, aldus het CPB. Dit pakt volgens het CPB niet handig uit omdat jonge gezinnen met kinderen hoge lasten hebben en een deel van het inkomen dat aan de eigen woning lening en pensioenpremies opgaat, goed zouden kunnen gebruiken. Op latere leeftijd stijgt het inkomen, terwijl de lasten juist afnemen, doordat de kinderen het huis uitgaan en al een flink deel van de eigen woning lening is afgelost. Een scheve verhouding van lasten en baten dus, waar de overheid wat aan zou kunnen doen.

Een terechte constatering, maar het is maar de vraag of de voorgestelde maatregelen een adequate oplossing bieden. Eén van de voorstellen van het CPBis het verhuizen van de eigen woning van box 1 naar box 3. Volgens het CPB wordt met deze maatregel een verschuiving van belastingen naar later in de levensloop bereikt, wat positief zou moeten uitpakken voor jonge gezinnen.

Maar laten we eens met een voorbeeld nagaan wat deze verschuiving zou betekenen voor een gezin met een eigen woning van € 300.000, een lening voor hetzelfde bedrag en een hypotheekrente van 4% per jaar. Laten we verder veronderstellen dat de eigen woning rente tegen 50,5% wordt afgetrokken en dat de beide partners in de hoogste inkomensschijf van de loonbelasting zitten. De fiscale lasten van deze eigen woning worden gevormd door het eigen woning forfait ad € 1.170 netto per jaar. De netto aftrek van de eigen woning rente bedraagt € 6.060. De eigen woning levert dat jaar dus een fiscaal netto voordeel op van €  4.890. Zou de woning verhuizen naar box 3, dan zou de schuld tegen de waarde van de woning wegvallen, wat betekent dat er per saldo geen belasting wordt geheven. Maar er is ook geen renteaftrek. Een fiscaal saldo van nihil dus. Dat betekent een netto inkomensachteruitgang van € 4.890 per jaar voor dit jonge gezin.

De constatering van het CPB dat de opeenstapeling van lasten bij jonge gezinnen niet gelukkig uitpakt, is terecht. De geboden oplossing lijkt het probleem van de jonge gezinnen echter alleen maar te verergeren.

Bron: Actuele artikelen

SBR banken vanaf 1 januari 2017

Vanaf 1 januari 2017 gaan banken extra kosten in rekening brengen voor jaarrekeningen die niet via SBR worden aangeleverd.... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2017 gaan banken extra kosten in rekening brengen voor jaarrekeningen die niet via SBR worden aangeleverd. Voor zover nu bekend is, rekenen de drie grote banken €250,- voor het handmatig verwerken per aangeleverde jaarrekening.

SBR staat voor Standard Business Reporting en is een format voor digitale gegevensuitwisseling. De Belastingdienst en de Kamer van Koophandel werken hier al mee en nu haken banken daar ook bij aan. De meeste ondernemers zullen aparte software moeten aanschaffen om hun cijfers in het SBR-format te kunnen doorsturen.

PNR administraties beschikt reeds over deze software. Alle jaarrekeningen die door ons worden opgesteld in onze rapportage-software worden reeds in het SBR-format gecommuniceerd met de Belastingdienst en met de KvK. De aanlevering bij banken kunnen we daar op eenvoudige wijze aan toevoegen.

Zeker voor ondernemingen met een uitgebreide structuur van vennootschappen, die zelf de jaarrekeningen opstellen, kan het aanleveren ervan bij banken een kostbare aangelegenheid worden. Wellicht dan nu de overweging om het opstellen van de jaarrekeningen uit te besteden aan uw intermediair. Zeker als deze toch al de jaarrekening verzorgt, kan vaak zonder al te veel méér-kosten de jaarrekening ook worden samengesteld.

Voor ondernemers die reeds de jaarrekeningen door ons laten opstellen, betekent dit vanaf 1 januari 2017 een besparing op bankkosten van €250,- per jaarrekening. Toch fijn om te weten dat u met de keuze geld bespaart.

KvK verzendt brieven over digitaal deponeren

In de maanden juli en augustus kunt u een brief verwachten van de Kamer van Koophandel (KvK) over het... Lees meer >

In de maanden juli en augustus kunt u een brief verwachten van de Kamer van Koophandel (KvK) over het verplicht digitaal deponeren van de jaarrekening. Via deze brief informeert de KvK u over de wetswijzigingen vanaf boekjaar 2016 voor wat betreft digitaal deponeren.

In de brief attendeert de KvK  erop dat uw organisatie vanaf boekjaar 2016 de jaarrekening alleen nog maar digitaal mag deponeren. Het betreft de bedrijfsklassen klein of micro, die sinds april van dit jaar al kunnen e-deponeren. De tijd begint namelijk te dringen: organisaties moeten hun financiële administratie nu klaarstomen voor de aansluiting op Standard Business Reporting (SBR) en elektronisch deponeren. De brief van de KvK is naar 900.000 organisaties gestuurd, die overigens niet automatisch vallen onder de verplichting om een jaarrekening te deponeren .

Manieren om digitaal te deponeren

De KvK legt in de brief uit dat u op twee manieren de jaarrekening digitaal kunt (laten) deponeren. U kunt het opstellen en/of deponeren overlaten aan ons.

U kunt jaarrekeningen over het boekjaar 2015 nu ook al op deze twee manieren deponeren. Voor boekjaar  2015 is het daarnaast nog mogelijk op papier en dus per post te deponeren. Daarnaast zet de KvK  in de brief de voordelen die digitaal deponeren voor uw organisatie heeft nog op een rijtje: u hoeft de jaarrekening niet meer te printen en te posten (gemak),  u ontvangt onmiddellijk een bevestiging van deponering (snelheid) en door het geautomatiseerde proces is er minder kans op fouten (kwaliteit).

PNR administraties beschikt reeds over deze software. Alle jaarrekeningen die door ons worden opgesteld in onze rapportage-software worden reeds in het SBR-format gecommuniceerd met de Belastingdienst.

Voor ondernemers die reeds de jaarrekeningen door ons laten opstellen, betekent dit vanaf 1 januari 2017 een besparing op bankkosten van €250,- per jaarrekening. Toch fijn om te weten dat u met de keuze voor uw accountant geld bespaart.

BTW eenvoudiger terug bij oninbare vordering

Het ministerie van Financiën is van plan om de BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen te versoepelen... Lees meer >

Het ministerie van Financiën is van plan om de BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen te versoepelen. Als een vergoeding, waarover eerder BTW is betaald, één jaar na opeisbaarheid niet is ontvangen, mag de ondernemer straks de eerder betaalde BTW in mindering brengen op zijn BTW-aangifte. De beoogde ingangsdatum van het conceptvoorstel is 1 januari 2017.

Zowel het bedrijfsleven als de Belastingdienst hebben aangegeven dat de regels rond BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen nu te ingewikkeld zijn. Het ministerie komt daarom met dit conceptwetsvoorstel dat per 1 januari 2017 in moet gaan. De versoepeling van deze regel moet de betrokken ondernemers sneller zekerheid geven over de BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen. In de huidige regeling moet een ondernemer  een afzonderlijk verzoek indienen voor teruggaaf van de BTW als een vergoeding (gedeeltelijk) niet betaald wordt. Een ondernemer krijgt straks recht op BTW-teruggaaf als de afnemer van geleverde goederen of diensten één jaar na opeisbaarheid het gehele of gedeeltelijke verschuldigde bedrag nog steeds niet betaald heeft, terwijl de ondernemer al wel de BTW heeft afgedragen over de geleverde goederen en diensten. De voorbelasting mag de afnemer in mindering brengen in zijn BTW-aangifte.

Een vordering wordt toch betaald

De afnemer moet bij een niet-betaling van het verschuldigde bedrag van de in aftrek gebrachte voorbelasting, als de wetswijziging is doorgevoerd, na een jaar corrigeren. Betaalt de afnemer het openstaande bedrag na een jaar alsnog, dan is de ondernemer weer BTW verschuldigd. Deze BTW kan hij aangeven in zijn aangifte. Voor vorderingen die bestaan vóór 2017 begint de termijn van één jaar van opeisbaarheid te lopen vanaf 1 januari 2017.
Vanaf vandaag tot en met 14 augustus 2016 kunt u reageren op dit conceptvoorstel. Dit kan via de website van de overheid.

Nieuwe garantieverklaring ERD 2017 beschikbaar

De Belastingdienst heeft de nieuwe garantieverklaring voor eigenrisicodragers (ERD) gepubliceerd. ... Lees meer >

De Belastingdienst heeft de nieuwe garantieverklaring voor eigenrisicodragers (ERD) gepubliceerd. Organisaties die eigenrisicodrager zijn voor de WGA en dat willen blijven, moeten uiterlijk op 31 december van dit jaar de nieuwe garantieverklaring ingevuld bij de Belastingdienst hebben aangeleverd.

Per 1 januari 2017 wordt de verzekering van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten samengevoegd: WGA-vast en WGA-flex worden samen WGA-totaal. Organisaties kunnen per die datum dan ook alleen nog maar kiezen voor het eigenrisicodragerschap voor het volledige WGA-risico. Om eigenrisicodrager te mogen zijn, moeten deze organisaties bij de Belastingdienst een nieuwe garantieverklaring van een bank of verzekeraar inleveren. Onlangs is de nieuwe garantieverklaring (pdf) gepubliceerd op de site van de Belastingdienst.

Deadline is 31 december 2016

De deadline voor het inleveren van de nieuwe garantieverklaring voor bestaande eigenrisicodragers is 31 december 2016. Werkgevers die op die datum nog geen nieuwe verklaring hebben ingeleverd, zijn per 1 januari 2017 geen eigenrisicodrager meer en gaan dus terug naar de collectieve verzekering van UWV. Het is niet mogelijk om een aanvullende verklaring indienen die de garantie uitbreidt van WGA-vast naar WGA-totaal.

Wisselen of aanvragen tot 13 weken voor 2017

Als uw organisatie nu bij UWV verzekerd is voor het WGA-risico, maar per 1 januari 2017 eigenrisicodrager wil worden, moet de werkgever dat uiterlijk 13 weken vóór 1 januari laten weten aan de Belastingdienst.

Eerste Kamer akkoord met autobrief 2.0

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0... Lees meer >

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. Door de aanname van dit wetsvoorstel worden de autobelastingen voor de jaren 2017 – 2020 flink aangepast. De wet treedt op 1 januari 2017 in werking.

Het wetsvoorstel zorgt onder andere voor een vereenvoudiging van de bijtellingstarieven in de loon- en inkomstenbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak. Het algemene bijtellingspercentage gaat van 25% naar 22% en het aantal bijtellingscategorieën worden verminderd van vier naar twee. Eerder stemde de Tweede Kamer al in met het wetsvoorstel en nu heeft de Eerste Kamer dit dus ook gedaan. Het wetsvoorstel treedt per 1 januari 2017 in werking.

Alleen elektrische auto’s houden een bijtelling van 4%

Voor alle auto’s van de zaak, dus ook voor plugin hybridevoertuigen, geldt per 1 januari 2017 een bijtellingspercentage  van 22%. Alleen elektrische auto’s  houden een bijtelling van 4%. De motorrijtuigenbelasting (MRB) gaat voor personenauto’s omlaag met gemiddeld 2%, maar voor oude zeer vervuilende dieselauto’s zonder roetfilter wordt de MRB verhoogd.

 

Bron: Eerste k amer

Fiscus moet te hoge toeslag kinderopvang binnen vijf jaar terugvragen

De termijn waarbinnen de Belastingdienst een kinderopvangtoeslag naar beneden kan bijstellen, vervalt na vijf jaar... Lees meer >

De termijn waarbinnen de Belastingdienst een kinderopvangtoeslag naar beneden kan bijstellen, vervalt na vijf jaar.

Na deze termijn mag de Belastingdienst een eventueel te hoog uitgevallen voorschot niet meer terugvorderen, blijkt uit verschillende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Raad oordeelde in een aantal zaken waarin de Belastingdienst voorschotten voor kinderopvangtoeslag in het nadeel van de aanvragers bijstelde. Aanvragers moesten hierdoor bedragen variërend van 500 euro tot 16.000 euro terugbetalen.

Nu blijkt dat de instantie niet bevoegd is om het geld terug te vragen als een termijn van vijf jaar na de laatste dag van het berekeningsjaar is verstreken. Tot nu toe was er geen termijn vastgesteld waarbinnen de Belastingdienst actie moest ondernemen.

 

Bron: NU.nl

Veel Nederlandse mkb’ers gebruiken belastingparadijzen

Veel Nederlandse mkb’ers hebben via een Panamese tussenpersoon een bedrijf opgezet in een belastingparadijs... Lees meer >

Veel Nederlandse mkb’ers hebben via een Panamese tussenpersoon een bedrijf opgezet in een belastingparadijs. Het gaat om offshorevennootschappen, stichtingen en trusts.

Als betrokkenen hun bezittingen melden bij de Belastingdienst zijn de constructies niet illegaal. Het is echter onduidelijk of de klanten van het Panamese bedrijf Mossack Fonseca, waar de gelekte documenten van afkomstig zijn, dat hebben gedaan.

Zeker tweehonderd offshorebedrijven die aan Nederlanders te koppelen zijn, waren eind 2015 nog actief. In de voorgaande jaren zijn Nederlanders ook betrokken geweest bij honderden bedrijven in belastingparadijzen, schrijft de krant.

Beperkte uitwisseling

Middels de belastingconstructies die lopen via bijvoorbeeld de Britse Maagdeneilanden kunnen Nederlanders veel informatie weghouden voor de fiscus, aldus Jan van Koningsveld, oud-inspecteur bij de Fiod. “Een vennootschap op de Britse Maagdeneilanden is vrijgesteld van belastingheffing. Het gevolg hiervan is dat de lokale belastingdienst zelf weinig tot geen informatie heeft en die dus maar beperkt internationaal kan uitwisselen.”

Ondanks verdragen van de Nederlandse Belastingdienst met 28 belastingparadijzen wordt er nog maar weinig data opgevraagd. In 2015 werden in totaal 56 verzoeken verstuurd door de dienst. Daarvan gingen er slechts drie naar de Britse Maagdeneilanden.

Bron: NU.nl

België blokkeert overeenkomst over belastingontduiking

De EU-ministers van Financiën hebben de onderhandelingen afgebroken over het aan banden leggen van belastingontwijking door multinationals per 1... Lees meer >

De EU-ministers van Financiën hebben de onderhandelingen afgebroken over het aan banden leggen van belastingontwijking door multinationals per 1 januari 2019.

De Belgische minister Johan Van Overtveldt kon niet instemmen met het deel van het wetsvoorstel dat renteaftrek door bedrijven beperkt.

België heeft van minister Jeroen Dijsselbloem, die de onderhandelingen leidt, tot maandag middernacht de tijd gekregen om zijn positie te bepalen.

Volgens Van Overtveldts woordvoerder is België bezorgd dat het zich uit de markt prijst als het maatregelen invoert voordat de Oeso, het samenwerkingsverband van 34 geïndustrialiseerde landen, zich aan dezelfde eisen committeren.

Het land biedt bedrijven onder meer zogenaamde notionele-interestaftrek waarmee vennootschappen een fictieve rente kunnen aftrekken van hun winst. Van Overtveldt werd terug naar de Belgische hoofdstad gefloten.

Dijsselbloem blijft optimistisch. “We komen uit een tijd dat we elkaar zwaar beconcurreerden met belastingregimes. Nu moeten we ons gedrag volledig veranderen. Volgens mij is verder alles geregeld. Ik hoop dat de deal maandag kan worden beklonken.”

Fiscaal shoppen

De maatregelen moeten voorkomen dat ondernemingen die in verschillende EU-landen actief zijn handig gebruik maken van de verschillende regels in de 28 lidstaten om niet of nauwelijks belasting af te dragen. De nieuwe richtlijn gaat ervan uit dat een onderneming belasting betaalt in het land waar de winst wordt behaald.

De wetgeving geldt ook voor dochterbedrijven van niet in de EU gevestigde bedrijven. De ministers werden het eens dat rente en royalty’s van dochters in ‘belastingparadijzen’ moeten worden belast in het land waar de moeder belastingplichtig is.

Er komen regels die moeten voorkomen dat bedrijven intern met activa schuiven om belasting te ontwijken of trucjes uithalen om dubbele renteaftrek op te voeren.

Het Europees Parlement stemde vorige week al in met het wetsvoorstel van de Europese Commissie tegen agressief ‘fiscaal shoppen’.

Panama Papers

De steun voor de Brusselse plannen is toegenomen naar aanleiding van de recente onthullingen rondom de zogenoemde Luxleaks en de Panama Papers.

Het Europees Parlement stemde eerder ook in met het instellen van een onderzoekscommissie naar de onthullingen, waaruit bleek dat tal van bedrijven en rijke mensen geld stallen in Panama en andere landen om belasting te ontduiken.

Bron: NU.nl

WKR: Personeelskorting en gebruikelijkheidscriterium

Na invoering van de werkkostenregeling (WKR) mag je als werkgever de werknemers personeelskorting blijven geven. ... Lees meer >

Na invoering van de  werkkostenregeling (WKR) mag je als  werkgever de werknemers personeelskorting blijven geven. Deze korting hoeft niet in de vrije ruimte opgenomen te worden. Er geldt namelijk een gerichte vrijstelling voor. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de personeelskorting.
Deze korting mag niet meer bedragen dan 20% van de waarde van de producten in het economische verkeer met een maximum per werknemer van€ 500 korting per jaar.
Onder de WKR mag de ongebruikte korting van voorgaande jaren niet meer meegenomen naar volgend jaar. Als het jaar voorbij is, vervalt niet-gebruikte korting.

Tot 1-1-2016 was het nog de omvang van de vergoeding of verstrekking die gebruikelijk moest zijn.
Nu draait het om de gebruikelijkheid van het in de werkkostenregeling stoppen van de vergoeding of verstrekking op zich. Is deze op zich al ongebruikelijk dan zal het aanwijzen ervan als eindheffingsbestanddeel dat ook zijn.
De gebruikelijkheidstoets houdt in dat de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die de werkgever aanwijst als eindheffingsloon, niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Per 2016 geldt bovendien dat het aanwijzen van de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling van een bepaalde omvang gebruikelijk moet zijn.

Bij de toets of aan het gebruikelijkheidscriterium is voldaan, spelen de volgende factoren een rol:

  • aard van de vergoeding of verstrekking?
  • omvang of waarde van de vergoeding of verstrekking?
  • hoe werd de vergoeding of verstrekking vóór de WKR in de organisatie behandeld?
  • krijgen collega’s de vergoeding of verstrekking ook?
  • krijgen vergelijkbare werknemers bij een andere werkgever de vergoeding of verstrekking ook?

Bron: Actuele artikelen