Nieuws

Wiebes beantwoordt Kamervragen over schijnzelfstandigheid

Staatssecretaris Wiebes heeft Kamervragen beantwoord over schijnzelfstandigheid. Wiebes benadrukt dat wanneer je een zelfstandige inhuurt als tijdelijke vervanger voor... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes heeft Kamervragen beantwoord over schijnzelfstandigheid. Wiebes benadrukt dat wanneer je een zelfstandige inhuurt als tijdelijke vervanger voor een werknemer die in loondienst is, de vervanger niet automatisch ook in dienstbetrekking is.

Pas als een vervanger onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden werkzaam is als degene in loondienst, is er sprake van een dienstbetrekking.

De Kamervragen zijn gesteld naar aanleiding van een Webinar voor opdrachtgevers over de Wet DBA. Hierin werd een voorbeeld gegeven van een zelfstandige die een werknemer vervangt tijdens zwangerschapsverlof. Uit het voorbeeld bleek dat de vervanger in dienstbetrekking werkzaam was. Dit wekte de indruk dat alle vervangers in dienstbetrekking werkzaam zijn.

De antwoorden hierop zullen vóór 31 mei 2016 op de website van de Belastingdienst worden geplaatst. Verder wijst de staatssecretaris nog naar het Ondernemersplein waar ook informatie is te vinden.

Meer informatie lees je in het bericht over de Kamervragen.

staatssecretaris-wiebes-van-financien-beantwoordt-kamervragen

Ook voor hybride auto 22% bijtelling per 2017

Uit het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. blijkt dat voor hybride auto’s met een... Lees meer >

Uit het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. blijkt dat voor hybride auto’s met een CO2 uitstoot van 1-50 gram per kilometer ook een bijtelling van 22% per 1 januari 2017 gaat gelden. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was dit voor 2017 nog 17% en voor 2018 19%. Vanaf 2017 geldt nu dus voor alle auto’s van de zaak de bijtelling van 22%, behalve voor elektrische auto’s.

In het wetsvoorstel is de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak dus al per 2017 aangepast. Vrijwel alle auto’s van de zaak waarin werknemers ook privé rijden, vallen dan onder het  bijtellingspercentage (tool) van 22%. Alleen voor volledig elektrische auto’s geldt een verlaagd tarief van 4%. Vanaf 2019 is de 4%-bijtelling alleen van toepassing op elektrische auto’s tot € 50.000, daarboven wordt het tarief 22%, tenzij sprake is van een waterstofauto.

Datum van eerste toelating van belang

Het vernieuwde bijtellingspercentage geldt voor auto’s die een datum van eerste toelating op de weg hebben vanaf 1 januari 2017.

2016-05-23 Bijtellingspercentage auto 2016-2020.PNG

 

Bron: Rijksoverheid

Meerdere contracten mogelijk bij seizoensarbeid

De ketenbepaling in de Wet werk en zekerheid regelt dat werknemers na een opeenvolging van drie contracten (met een... Lees meer >

De ketenbepaling in de Wet werk en zekerheid regelt dat werknemers na een opeenvolging van drie contracten (met een tussenpoos van maximaal zes maanden) in twee jaar een vast contract moeten krijgen. Dit pakt vervelend uit bij seizoensarbeid. De ketenbepaling wordt bij cao mogelijk zo aangepast dat de maximale tussenpoos voor seizoenarbeiders kan worden teruggebracht naar drie maanden.

Voor wie geldt dit?

Het moet gaan om functies waarin de werkzaamheden door klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn en maximaal negen maanden per jaar kunnen worden verricht.

Voordeel van deze maatregel is dat bij seizoensarbeid na een tussenpoos van drie maanden een nieuw tijdelijk contract kan worden aangegaan met de werknemer zonder dat er sprake is van opeenvolgende contracten. Dit moet dan wel bij cao zijn geregeld.

Afspraken bij cao

Cao-partijen kunnen zelf besluiten over het al dan niet verkorten van de tussenpoos naar ten hoogste drie maanden, voor welke seizoensgebonden functies dit gaat gelden en tegen welke voorwaarden. Er geldt nog wel een beperking. De verkorte tussenpoos van de ketenbepaling mag niet gelden voor functies die aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan negen maanden per jaar. In dat geval ligt het namelijk voor de hand om niet telkens kortdurende tijdelijke contracten aan te gaan, maar juist een langer durend (al dan niet tijdelijk) dienstverband.

Betreft het functies waarin de werkzaamheden normaliter langer dan negen maanden worden verricht, dan kan men gebruik maken van de bestaande mogelijkheid om de ketenbepaling bij cao te verruimen tot maximaal zes contracten in een periode van maximaal vier jaar.

Het is de bedoeling dat de verkorte tussenpoos in gaat per 1 juli 2016. De Tweede kamer is inmiddels akkoord gegaan met het voorstel, de bal ligt nu bij de Eerste kamer

Modelovereenkomst heeft Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervangen

Op 1 mei was het over voor de VAR. Vanaf nu geldt de beoordeelde modelovereenkomst (wet DBA). U kunt... Lees meer >

Wat is er veranderd?

Een nieuw systeem van overeenkomsten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer heeft de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervangen. Deze overeenkomsten bieden zekerheid vooraf over de gevolgen voor loonheffing.

  • Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn voortaan samen verantwoordelijk voor (het beoordelen van) de arbeidsrelatie en eventuele aanspraken achteraf. Bijvoorbeeld wanneer de Belastingdienst een dienstverband constateert.
  • De Belastingdienst publiceert modelovereenkomsten:Een opdrachtgever mag ook voor alle opdrachtnemers tegelijk een eigen overeenkomst opstellen voor soortgelijk werk. Na goedkeuring door de Belastingdienst is ook dit contract opnieuw te gebruiken.

Voor wie?

Alle bedrijven

Wanneer?

De wijziging is ingegaan per 1 mei 2016. U kunt overeenkomsten laten beoordelen door de Belastingdienst. De Belastingdienst publiceert regelmatig nieuwe goedgekeurde voorbeeldovereenkomsten. Meer informatie? Bekijk de veelgestelde vragen over de nieuwe wet.

Naar alle wetswijzigingen per 1 juli 2016

Externe links

 

Zo herkent u een spookfactuur

Voor veel ondernemers is het heel herkenbaar: u ontvangt een factuur van iets waarvan u zich niet meer kunt... Lees meer >

Voor veel ondernemers is het heel herkenbaar: u ontvangt een factuur van iets waarvan u zich niet meer kunt herinneren het ooit te hebben gekocht. Vaak gaat het om een vermelding in een bedrijvengids, maar het kan ook gaan om niet-geleverde diensten. Deze zogenaamde spookfacturen kosten het bedrijfsleven jaarlijks honderden miljoenen euro’s. Wat kunt u eraan doen? En hoe herkent u zulke spookfacturen?

Een spookfactuur is een factuur waar geen prestatie tegenover staat. Hierbij sturen bedrijven op een factuur lijkende aanbiedingen toe. Alleen uit de hele kleine lettertjes blijkt dat het geen factuur is maar een offerte. Daarnaast zijn er de gevallen waarin ongevraagd en zonder reden rekeningen worden toegestuurd die erg lijken op facturen van bonafide ondernemingen. De fraudeur hoopt dat de ontvanger in de drukte de facturen voldoet.

Een spookfactuur heeft verschillende vormen:

  • Een aanbieding die qua lay-out lijkt op een factuur. Uit de kleine lettertjes blijkt dat het gaat om een aanbieding. In dit geval hoeft u dus niet te betalen en hoeft u ook geen verdere maatregelen te nemen.
  • Een echte factuur zonder tegenprestatie. U ontvangt de factuur zonder dat u opdracht heeft gegeven tot levering van een goed of dienst. Het kan zijn dat er sprake is van een administratieve vergissing of kwade opzet. Vraag in dit geval bij de afzender waarom u de factuur heeft ontvangen. Zonder een bewijs van uw opdracht kan men u nooit verplichten om te betalen.

Hoe herkent u een spookfactuur?

Een spookfactuur herkent u aan de kleine lettertjes. Er staat bijvoorbeeld: ‘Dit is een aanbieding, geen factuur’ of u komt het woord offerte tegen. Bijvoorbeeld: ‘Indien u met deze offerte akkoord gaat…’.

Melding maken en tips

Vermoedt u dat u een spookfactuur heeft ontvangen? Maak er melding van bij de Fraudehelpdesk. De Fraudehelpdesk heeft een overzicht van bedrijven waarvan bekend is dat zij eerder spookfacturen hebben verzonden. U kunt ook nieuwe afzenders melden.

De Fraudehelpdesk heeft een aantal tips voor u opgesomd om te voorkomen dat u akkoord gaat met een spookfactuur.

Vraag stellen of advies nodig?

Per 1 juli a.s. wordt het wettelijk minimumloon verhoogd

Iedere werknemer heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers vanaf 23 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u... Lees meer >

Iedere werknemer heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers vanaf 23 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u jonger dan 23 jaar, dan hebt u recht op het minimumjeugdloon. Bij de hoogte van het minimumjeugdloon wordt gekeken naar hoe oud iemand is. Dat betekent dat u tot uw 23ste na iedere verjaardag recht heeft op meer loon.
Als u in deeltijd werkt, dan is het bruto minimumloon evenredig lager. Als u bijvoorbeeld drie volle dagen werkt, dan hebt u recht op 3/5 van het wettelijk minimumloon. Dit geldt ook voor jongeren die gedeeltelijk leerplichtig zijn en nog enkele dagen per week onderwijs volgen.
De bedragen van het minimumloon gelden voor een volledige werkweek zoals die gebruikelijk is in het bedrijf. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week.

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2016

Per 1 juli 2016 stijgt het wettelijk minimumloon met 0,83 procent.

Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 juli 2016:

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
23 jaar en ouder 100 % 1.537,20 354,75 70,95
22 jaar 85 % 1.306,60 301,55 60,31
21 jaar 72,5 % 1.114,45 257,20 51,44
20 jaar 61,5 % 945,40 218,15 43,63
19 jaar 52,5 % 807,05 186,25 37,25
18 jaar 45,5 % 699,45 161,40 32,85
17 jaar 39,5 % 607,20 140,15 28,03
16 jaar 34,5 % 530,35 122,40 24,48
15 jaar 30 % 461,15 106,45 21,29

Het bruto minimumloon per 1 juli 2016, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek:

Leeftijd  36 uur per weekminimumloon per uur: 38 uur per weekminimumloon per uur: 40 uur per weekminimumloon per uur:
23 jaar en ouder 9,86 9,34 8,87
22 jaar 8,38 7,94 7,54
21 jaar 7,15 6,77 6,43
20 jaar 6,06 5,75 5,46
19 jaar 5,18 4,91 4,66
18 jaar 4,49 4,25 4,04
17 jaar 3,90 3,69 3,51
16 jaar 3,40 3,23 3,06
15 jaar 2,96 2,81 2,67