Nieuws

Schenking eigen woning mag gespreid over drie jaar

De schenkingsvrijstelling van 100.000 euro voor de eigen woning mag verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren worden benut. Met onder... Lees meer >

De schenkingsvrijstelling van 100.000 euro voor de eigen woning mag verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren worden benut. Met onder meer deze wijziging is het wetsvoorstel Belastingplan 2016 en zijn de overige wetsvoorstellen van het Belastingpakket 2016 aangenomen door de Tweede Kamer.

Volgens het wetsvoorstel mag iedereen tussen de 18 en 40 jaar vanaf 1 januari 2017 in één kalenderjaar per schenker (eenmalig) een schenking van maximaal 100.000 euro vrij van schenkbelasting voor een eigen woning ontvangen. Met een vierde nota van wijziging is nu geregeld dat deze vrijstelling over drie achtereenvolgende kalenderjaren kan worden verspreid. De verkrijger moet in zijn aangifte schenkbelasting in het eerste kalenderjaar van de gespreide schenking een beroep op de verhoogde schenkingsvrijstelling doen (met automatische spreiding als de vrijstelling niet volledig wordt benut). Vervolgens kan het niet-gebruikte deel van de verhoogde vrijstelling in de direct op dat kalenderjaar volgende periode van twee kalenderjaren worden benut, mits daarop voor de betreffende schenkingen in de aangifte een beroep wordt gedaan.

Amendementen
Met deze wijziging is gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het amendement van D66-Kamerlid Steven van Weyenberg. Bij de stemmingen over het wetsvoorstel zijn de amendementen Ronnes en Klein niet overgenomen. CDA-Kamerlid Erik Ronnes stelde voor de schenkingsvrijstelling eigen woning al per 1 januari 2016 te verhogen en te verruimen. Kamerlid Norbert Klein (Fractie Klein) wilde de verschillende vrijstellingen voor de erfbelasting voor de partner, kinderen, kleinkinderen, ouders en overige verkrijgers gelijktrekken naar een vrijstelling van 1 miljoen euro per persoon.

Het Belastingpakket 2016 zal nu in behandeling worden genomen door de Eerste Kamer. De steun hiervoor in de Eerste Kamer is onzeker.

Bron: KNB.nl

Vrijstelling box 3 al in 2016 extra omhoog

Het heffingvrije vermogen voor de vermogensrendementsheffing van box 3 in de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2016 met 3.000... Lees meer >

Het heffingvrije vermogen voor de vermogensrendementsheffing van box 3 in de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2016 met 3.000 euro verhoogd, bovenop de gebruikelijke inflatiecorrectie. Voor het jaar 2016 komt dit heffingvrije vermogen hiermee op 24.437 euro. Dit blijkt uit het wetsvoorstel  Wijziging van het Belastingplan 2016 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft ingediend bij de Tweede Kamer.

Met deze maatregel wordt de kleine spaarder al in 2016 ontzien. Hiermee wordt in 2016 al grotendeels aangesloten bij de voorgenomen wijziging van box 3 in 2017, waarin het heffingvrije vermogen wordt gebracht op 25.000 euro. Hierdoor zullen in 2016 al 215.000 minder belastingplichtigen belasting betalen in box 3.

Novelle

Op 18 november heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Belastingplan 2016. Hierbij is gebleken dat het niet vanzelfsprekend is dat ook in de Eerste Kamer een meerderheid voor het wetsvoorstel zal stemmen. Het kabinet heeft constructief overleg gevoerd over het wetsvoorstel Belastingplan 2016. Op basis daarvan heeft het kabinet een novelle – het wetsvoorstel Wijziging van het Belastingplan 2016 – opgesteld. Dit wetsvoorstel bevat wijzigingsvoorstellen die bijdragen aan de totstandkoming van een meerderheid in de Eerste Kamer voor het wetsvoorstel Belastingplan 2016.

Bron: KNB.nl

Overdracht exploitatie-knowhow website naar andere lidstaat leidt tot lager btw-tarief

De overdracht van knowhow ter exploitatie van een website van het ene EU-land naar het andere teneinde gebruik te... Lees meer >

De overdracht van knowhow ter exploitatie van een website van het ene EU-land naar het andere teneinde gebruik te maken van een lager btw-tarief, is toegestaan.

Deze overdracht komt daarentegen neer op misbruik, wanneer de website in de praktijk nog steeds vanuit het oorspronkelijke land wordt geëxploiteerd.

Bron: Recht.nl

Box 3 inkomen vrij gaan toerekenen?

Er is de afgelopen weken veel te doen geweest over de plannen van het kabinet ten aanzien van het... Lees meer >

Er is de afgelopen weken veel te doen geweest over de plannen van het kabinet ten aanzien van het belasten van inkomsten uit vermogen. Sinds 1 januari 2001 wordt u geacht 4% rendement te maken op het vermogen dat bij u in box 3 zit. Denk hierbij aan spaargeld, effecten, tweede woning etc.

De laatste jaren is een rendement van 4% alleen te realiseren als men bereid is enig beleggingsrisico voor lief te nemen. Daarom is nu voorgesteld om mensen met een beperkt vermogen wat te gaan ontzien. Om dit te realiseren wil men in box 3 met een gedifferentieerd rendement gaan werken. Over een vermogen tot € 100.000 wordt men geacht een rendement te realiseren van 2,9% en dat kan oplopen tot een verondersteld tarief van 5,5%. Het belastingtarief blijft in de plannen ongewijzigd (30%).

Binnen het huidige systeem van de belastingheffing over het vermogen maakt het voor gehuwden of samenwoners die als fiscaal partner worden aangemerkt in het algemeen niet veel uit wie het vermogen in zijn aangifte verwerkt. Omdat er nu met een vast forfaitair rendement van 4% en een vast tarief van 30% wordt gerekend heeft het opsplitsen van de aan te geven grondslag voor box 3 weinig toegevoegde waarde.

Binnen het huidige systeem kan het verdelen van het aan te geven bedrag over beide partners wel interessant worden. Dit echter alleen als het aan te geven vermogen meer bedraagt dan € 100.000.

Voorbeeld
Stel een echtpaar heeft een te belasten vermogen in box 3 van € 200.000. Op grond van de regels zoals die nu zijn gepubliceerd zou de verschuldigde box 3 heffing € 1.842 bedragen als een van beiden het vermogen aangeeft. Zouden zij ieder € 100.000 aangeven dan zou de box 3 heffing “slechts” € 1.308 bedragen. Een voordeel derhalve van € 534.

Op grond van de huidige wettelijke betalingen zouden zij overigens € 1.888 verschuldigd zijn. Dit ongeacht de wijze waarop zij het box 3-vermogen verdelen.

Het zal duidelijk zijn dat met een oplopende belastingdruk in box 3 naar mate het vermogen meer gaat bedragen, de aangifte inkomstenbelasting er niet eenvoudiger op wordt. De afgelopen jaren heeft de wetgever er naar gestreefd om het zelf invullen van het aangiftebiljet te vergemakkelijken. De aangekondigde plannen zetten hier een streep(je) door.

Gelukkig is de nieuwe vermogenstaks nog maar een wetsvoorstel. Er kunnen nog de nodige wijzigingen komen. Wij zullen u natuurlijk op de hoogte houden van de ontwikkelingen rondom de vermogenstaks en de gevolgen hiervan voor uw financiën.

Bron: Actuele artikelen

Communicatie cruciaal bij transitieplan VAR

In het transitieplan voor het uitfaseren van de Verklaring arbeidsrelatie en invoeren van het stelsel van modelcontracten voor de... Lees meer >

In het transitieplan voor het uitfaseren van de Verklaring arbeidsrelatie en invoeren van het stelsel van modelcontracten voor de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers speelt voorlichting een centrale rol. Welke vormen neemt dit aan?

In de voorbereidingsfase en de implementatiefase van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties is goede voorlichting door de Belastingdienst heel belangrijk. In het transitieplan dat in november 2015 werd gepubliceerd, staat dat die voorlichting over de nieuwe werkwijze verschillende vormen aanneemt. De belangenorganisaties voor zelfstandigen en opdrachtgevers zijn er nauw bij betrokken. Zij kunnen bijvoorbeeld aangeven welke informatie ze in de voorlichting willen terugzien en helpen bij de verspreiding ervan. De informatie die deze organisaties zelf delen, wordt altijd met de Belastingdienst afgestemd, zodat alle voorlichting eenduidig  is.

Digitale communicatie over de nieuwe werkwijze

Een deel van de communicatie over de nieuwe werkwijze om zekerheid te geven over de loonheffingen vindt digitaal plaats. Dit gebeurt via de website van de Belastingdienst, het Ondernemersplein en sociale media (bijvoorbeeld @BDZakelijk op Twitter). Ook wordt er dit jaar mogelijk een webinar georganiseerd.
Naast deze digitale communicatie zal de Belastingdienst op verzoek voorlichting geven tijdens (regionale) bijeenkomsten van belangenorganisaties, brancheorganisaties en grote bedrijven. Ook op de zogenoemde Intermediairdagen voor fiscaal dienstverleners is het onderwerp eind vorig jaar uitgebreid behandeld. En het staat heel 2016 op de agenda van het structurele overleg tussen de Belastingdienst en organisaties van fiscale dienstverleners (het BECON-overleg).

Goedgekeurde overeenkomst gebruiken is vrijblijvend

In alle communicatie wordt benadrukt dat het gebruiken van een model- of voorbeeldovereenkomst of het laten goedkeuren van een overeenkomst niet verplicht is. Deze service van de Belastingdienst is bedoeld voor opdrachtgevers en -nemers die duidelijkheid willen hebben over de fiscale gevolgen die voortvloeien uit hun overeenkomst.
De Belastingdienst heeft toegezegd om alle overeenkomsten die vóór 1 februari worden voorgelegd, nog vóór 1 april 2016 te beoordelen. Dan begint de implementatiefase van de nieuwe werkwijze en is de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voltooid verleden tijd.

Let op verzekeringsplicht van dga in 2016

Vanaf 1 januari 2016 is de nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder van kracht. Volgens deze regeling wordt vastgesteld of een... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2016 is de nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder van kracht. Volgens deze regeling wordt vastgesteld of een dga verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. De regeling is nu opgenomen in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2016.

Eerder was al bekend dat de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder aangepast zou worden. Dit was nodig vanwege de invoering van de flex-bv in 2012. De nieuwe regeling is nu definitief opgenomen in de Nieuwsbrief Loonheffingen, waarvan de Belastingdienst onlangs de tweede editie publiceerde.

Dga niet altijd verplicht verzekerd

Een dga is een werknemer van zijn eigen bv en moet loonheffingen afdragen over zijn gebruikelijk loon (tenminste € 44.000 in 2016). Het is echter niet altijd duidelijk of hij als werknemer dan ook verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen en dus de bijbehorende premies af moet dragen. Of dit zo is, hangt af van de vraag of een dga voldoende zeggenschap heeft over zijn bv om zijn eigen ontslag te voorkomen. Kan hij zijn eigen ontslag voorkomen, dan is hij niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De reden hiervoor is dat hij anders zichzelf kan ontslaan om vervolgens te genieten van een WW-uitkering. De belangrijkste wijziging is dat de regeling nu ook indirect zeggenschap mee laat wegen, dus bijvoorbeeld via een holding-

Hogere bijtelling auto van de zaak in 2016

Krijgt een werknemer in 2016 een nieuwe auto van de zaak, dan moet uw organisatie rekening houden met een... Lees meer >

Krijgt een werknemer in 2016 een nieuwe auto van de zaak, dan moet uw organisatie rekening houden met een hogere bijtelling. Per 1 januari 2016 zijn namelijk de bijtellingspercentages en CO2-grenzen aangepast.

Uw organisatie moet een bijtelling tot het loon rekenen  als de werknemer de auto van de zaak  op jaarbasis voor meer vijfhonderd kilometer privé gebruikt. De hoogte van deze bijtelling is afhankelijk van de CO2-uitstoot. De overheid scherpt regelmatig de bijtellingspercentages en CO2-grenzen aan, zodat er niet teveel auto’s in het lage bijtellingstarief terechtkomen. De aanpassingen voor 2016 waren al opgenomen in het Belastingplan 2015.

Percentage geldt gedurende zestig maanden

In de onderstaande tabel staan de nieuwe percentages voor 2016. De nieuwe percentages voor de bijtelling gelden voor auto’s die in 2016 voor het eerst op naam zijn gesteld. Het percentage geldt dan gedurende een periode van zestig maanden. Deze periode start op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin voor het eerst een kenteken is afgegeven.
Daarnaast is in de onderstaande tabel ook opgenomen hoe de percentages er voor de komende jaren gaan uitzien. Uiteindelijk blijven er nog twee categorieën over: 4% voor elektrische auto’s (tot  € 50.000) en 22% voor alle andere auto’s.

Uitstootgrenzen 2015-2019 volgens Autobrief II