Nieuws

Eindejaarsbericht met belangrijkste wijzigingen belastingen 2017 beschikbaar

Het ministerie van Financiën heeft het eindejaarsbericht gepubliceerd... Lees meer >

Het ministerie van Financiën heeft het eindejaarsbericht gepubliceerd. Hierin staan de belangrijkste (cijfermatige) wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2017.

U kunt het eindejaarsbericht met meer informatie over de wijzigingen in de belastingtarieven per 1 januari 2017 op rijksoverheid.nl inkijken.
Eerder stemde de Eerste Kamer in met het Belastingplan 2017.

Bron: Rijksoverheid

Valse telefoontjes over aanmaningen van Belastingdienst

De Belastingdienst waarschuwt voor valse telefoontjes over aanmaningen. ... Lees meer >

De Belastingdienst waarschuwt voor valse telefoontjes over aanmaningen. Iemand doet zich voor als deurwaarder van de Belastingdienst en zegt dat bedragen niet zijn betaald, ondanks aanmaningen. Om kosten te voorkomen moet direct telefonisch geld worden overgemaakt.

Ga niet in op deze verzoeken. Deze beller werkt niet bij de Belastingdienst. Als de Belastingdienst belt wordt er altijd verwezen naar een eerder contact of bericht.

Bron: belastingdienst.nl

Moet uw organisatie ook e-deponeren in 2017

Organisaties die vallen onder het jaarrekeningregime van middelgrote organisaties moeten de jaarrekening vanaf het boekjaar 2017 verplicht deponeren met... Lees meer >

Organisaties die vallen onder het jaarrekeningregime van middelgrote organisaties moeten de jaarrekening vanaf het boekjaar 2017 verplicht deponeren met Standard Business Reporting (SBR). Kleine organisaties moeten al vanaf het boekjaar 2016 werken met dit systeem. Zij moeten de jaarrekening binnen acht dagen na het vaststellen deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK).

Een opgemaakte jaarrekening moet binnen twee maanden na het opmaken worden vastgesteld (uiterlijk 31 juli 2017). Na deze vaststelling moet de jaarrekening binnen acht dagen worden gedeponeerd bij de KvK. Valt uw organisatie onder het jaarrekeningregime  van een kleine of micro-organisatie? In deze situatie is er al aan de deponeringsplicht voldaan als de online service ‘Zelf Deponeren Jaarrekening’ wordt ingevuld. Organisaties die gebroken boekjaren hanteren kunnen niet van deze online service profiteren. De KvK heeft echter begin 2016 bevestigd dat het op dat moment via SBR wel mogelijk was om jaarrekeningen van gebroken en verlengde boekjaren te deponeren.

Software voor e-deponeren

In juli 2016 heeft het ministerie van Economische Zaken een aantal tips gepubliceerd voor het deponeren van de jaarstukken, waaronder een vrijstelling voor bepaalde kleine en middelgrote organisaties. Zij mogen International Financial Reporting Standards (IFRS) toepassen, hierdoor vallen deze organisaties onder de regels voor grote organisaties en zijn waarschijnlijk tot 2019 vrijgesteld van elektronisch deponeren. Ontwikkelaars van software voor het deponeren van de jaarrekening van kleine organisaties zijn verplicht om er – uiterlijk eind 2016 – voor te zorgen dat hun software geschikt is voor Standard Business Reporting (SBR).

PNR administratie verzorgt deze dienstverlening voor al haar klanten, wenst u meer informatie neem dan contact op ons op

Gebruikelijk loon naar € 45.000 in 2017

Het gebruikelijk loon voor directeur-grootaandeelhouders stijgt in 2017 naar € 45.000... Lees meer >

Het gebruikelijk loon voor directeur-grootaandeelhouders stijgt in 2017 naar € 45.000. Het is de eerste stijging van het gebruikelijk loon sinds 2014.

Het gebruikelijk loon stond al sinds 2014 op € 44.000. Uit de tweede Nieuwsbrief Loonheffingen 2017 blijkt echter dat het gebruikelijk loon weer met € 1.000 stijgt. In 2017 moet een werknemer met een aanmerkelijk belang in de onderneming waar hij werkt zichzelf dus minimaal € 45.000 betalen. De dga mag weliswaar afwijken van dit bedrag, maar dan moet hij aannemelijk kunnen maken dat bij een meest vergelijkbare dienstbetrekking van een werknemer die geen dga is, een lager loon gebruikelijk is.

Innovatieve dga in nieuwsbrief

In de Nieuwsbrief Loonheffingen is nu ook opgenomen dat dga’s van innovatieve start-ups mogen afwijken van de gebruikelijkloonregeling. Zo’n dga mag maximaal drie jaar het minimumloon hanteren of zelfs nog lager als hij dit aannemelijk kan maken.

Belastingplan 2017 aangenomen in Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft onlangs het wetsvoorstel Belastingplan 2017 (34.552) aangenomen... Lees meer >

De Eerste Kamer heeft onlangs het wetsvoorstel Belastingplan 2017 (34.552) aangenomen. Dit wetsvoorstel bevat belastingmaatregelen die per 1 januari 2017 budgettair effect hebben, zoals maatregelen die raken aan de koopkracht van burgers. Daarnaast zijn in het wetsvoorstel maatregelen opgenomen die zijn gericht op het tegengaan van belastingontwijking in nationale en internationale verhoudingen.

De voorstellen

zijn na stemming met algemene stemmen aangenomen.
Het voorstel

is eveneens aangenomen

De stemming over het voorstel

is op verzoek van de staatssecretaris aangehouden. Zie voor meer informatie over dit uitstel HIER.

Pensioen in Nieuwsbrief Loonheffingen 2017

In de eerste uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2017 van de Belastingdienst staan vier maatregelen die betrekking hebben op... Lees meer >

In de eerste uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2017 van de Belastingdienst staan vier maatregelen die betrekking hebben op pensioen. De maatregelen gaan in per 1 januari 2017 en kunnen gevolgen hebben voor uw organisatie.

Naast de informatie over de uitfasering van pensioen in eigen beheer voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) staan er in de Nieuwsbrief Loonheffingen nog vier andere pensioenmaatregelen:

  • Pensioenuitkeringen mogen ingaan op de eerste dag van de maand.
  • De 100%-grens en daarvan afgeleide grenzen worden afgeschaft.
  • Het doorwerkvereiste voor het ouderdomspensioen wordt afgeschaft.
  • Het nabestaandenoverbruggingspensioen voor halfwezen wordt aangepast.

Het kabinet kondigde op Prinsjesdag al aan dat het doorverwerkvereiste voor ouderdomspensioen en de 100%-grens zouden komen te vervallen. In de Nieuwsbrief Loonheffingen blijkt nu dat dat met ingang van 1 januari 2017 daadwerkelijk gebeurt.

Pensioen per de eerste van de maand

Voor uw organisatie is van belang dat ouderdomspensioen in mag gaan op de eerste van de maand. Dat geldt voor de maand waarin de werknemer de pensioenleeftijd bereikt en de maand waarin zijn pensioenuitkering start vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Ook partner-, wezen- en nabestaandenoverbruggingspensioen mag ingaan per de eerste van de maand waarin de werknemer overlijdt.

Halfwezen krijgen weer recht op overbrugging

Een situatie waar u hopelijk niet al te vaak mee te maken krijgt, is die waarin een werknemer overleden is en zijn partner en kinderen nog geen recht hebben op een AOW-uitkering en een uitkering op basis van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Zij kunnen dan een zogenoemd nabestaandenoverbruggingspensioen op risicobasis afsluiten. Sinds 1 januari 2015 was het voor halfwezen – kinderen onder de 18 van wie één van de ouders overleden is – niet mogelijk om dat fiscaalvriendelijk te regelen. Dat kan per 1 januari 2017 weer wel. De maximale omvang van het pensioen is de helft van de maximale omvang van het pensioen voor een volle wees.

Btw-tarief levering embolisatieproducten 21%

Het leveren van embolisatieproducten is belast met 21% btw.... Lees meer >

Het leveren van embolisatieproducten is belast met 21% btw.

Embolisatieproducten worden ingebracht om een bloedvat af te sluiten of om een gezwel te behandelen of te laten verdwijnen. Embolisatieproducten blijven achter in het lichaam, maar nemen geen lichaamsfuncties over. Daarom zijn ze niet te beschouwen als chirurgische inplanteringsprotheses (tabelpost a-35, laag btw-tarief). Het zijn ook geen met name genoemde medische hulpmiddelen (tabelpost a-37, laag btw-tarief) en ze vallen niet onder verbandmiddelen (tabelpost a-8, laag btw-tarief) omdat embolisatieproducten niet zijn bedoeld om een bloeding te stoppen of een wond te bedekken.

Bron: Belastingdienst

Handhaving Wet DBA uitgesteld tot januari 2018

Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing.... Lees meer >

Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing. In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden.

De handhaving wordt opgeschort tot 1 januari 2018. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen in de periode tot die datum dus geen boetes of naheffingen, behalve evidente kwaadwillenden.

Wij gaan een coachende rol vervullen op de werkvloer. Zo wordt duidelijk wat wel en wat niet kan.

Daarnaast onderzoekt het kabinet of het arbeidsrecht herijkt moet worden om beter aan te sluiten op de praktijk. Het kabinet wil daar haast mee maken en hoopt voor een volgend regeerakkoord met resultaten te komen.

Het ministerie van SZW staat ervoor open om met de sectoren te praten over de mogelijkheden die de Wet werk en zekerheid biedt. Bijvoorbeeld via de cao of ministeriële regeling.

Met de maatregelen wil het kabinet de overgang naar de wet DBA voor zzp’ers en opdrachtgevers vergemakkelijken.

Bron: Belastingdienst

Zzp’er krijgt al na jaar hypotheekgarantie

Het wordt eenvoudiger voor zelfstandigen zonder personeel om een hypotheek af te sluiten... Lees meer >

Het wordt eenvoudiger voor zelfstandigen zonder personeel om een hypotheek af te sluiten. Het Waarborgfonds Eigen Woningen, de instantie die de Nationale Hypotheekgarantie uitvoert, geeft die NHG vanaf 1 december al na een jaar

Niet alle banken gaan direct zzp-hypotheken afsluiten: SNS Bank, Delta Lloyd, BLG Wonen, Aegon en RegioBank doen vooralsnog mee aan het initiatief. Woonfonds sluit zich op 1 januari aan, NIBC Direct ’binnenkort’, aldus het persbericht. Eenpitters kunnen met de NHG een huis kopen van maximaal €231.132.

„Het aantal zzp’ers dat bij ons aanklopt om hun woning te financieren groeit”, zegt Peter-Paul Wekking van SNS Bank. „Wij vinden het belangrijk om aan te sluiten bij deze maatschappelijke ontwikkeling en het is dan ook een logische stap om aan te sluiten bij dit initiatief.”

Het aantal zzp’ers is de laatste jaren fors toegenomen, maar stokt de laatste kwartalen zo rond de 1 miljoen. Die ondernemers kunnen met een NHG-hypotheek een lagere hypotheekrente krijgen.

zelfstandigheid af. Tot nu toe was die termijn drie jaar.

Bron: de Telegraaf

Schenkingsvrijstelling 2017 verruimd

De woningmarktcrisis maakte dat in 2013 en 2014 de mogelijkheid bestond tijdelijk gebruik te maken van een verhoogde eenmalige... Lees meer >

De woningmarktcrisis maakte dat in 2013 en 2014 de mogelijkheid bestond tijdelijk gebruik te maken van een verhoogde eenmalige belastingvrije schenking van € 100.000 mits deze werd aangewend voor aankoop, onderhoud of verbetering van de eigen woning, aflossing van een eigenwoningschuld, aflossing van een restschuld ontstaan na verkoop van een eigen woning dan wel afkoop van rechten van opstal, erfpacht of beklemming ook hier met betrekking tot de eigen woning.

Deze vrijstelling was niet beperkt tot schenking tussen ouders en kinderen. In die jaren was er ook geen leeftijdsgrens aan verbonden.

Deze verhoogde schenkingsvrijstelling die samenhangt met hiervoor genoemde aanwendingsmogelijkheden wordt vanaf 1 januari 2017 permanent in de wet opgenomen.
Ook nu geldt dat deze niet beperkt is tot een schenking tussen ouders en kinderen maar er is nu wel een leeftijdsbepaling opgenomen. De ontvanger moet ten tijde van de schenking wel tussen 18 en 40 jaar oud zijn.

Er is een overgangsregeling in het leven geroepen waarbij het uitgangspunt is dat in combinatie met de tijdelijke verhoogde vrijstelling uit 2013 en 2014 iedereen de mogelijkheid heeft gehad dan wel krijgt om € 100.000 vrij te schenken. Een verkrijger kan in zijn leven per schenker hier slechts eenmaal gebruik van maken. Dat geldt dan niet alleen voor de vrijstelling voor de eigen woning maar ook voor de verhoogde vrijstelling die er is voor bijvoorbeeld de studie.
Opgemerkt dient te worden dat als niet de volledige € 100.000 is geschonken in sommige gevallen deze vrijstelling nog verder benut kan worden. Aanvulling op het nog niet benutte deel op schenking in de periode 2010 tot en met 2014 is niet mogelijk.
Het aan te bevelen de rekenhulp op de site van de belastingdienst te raadplegen om te bepalen of een schenking onder de verhoogde vrijstelling kan vallen.

 

Bron: Actuele artikelen

8 Belangrijke wijzigingen voor zzp’ers per 1 januari 2017

Als zzp-ondernemer krijgt u te maken met nieuwe en gewijzigde regels per 1 januari 2017. Wij selecteerden er enkele... Lees meer >

Heeft u de Rijksoverheid als klant?

Vanaf 1 januari 2017 bent u als leverancier van de Rijksoverheid bij nieuwe opdrachten verplicht om uw factuur elektronisch in te dienen. Onder de Rijksoverheid vallen alle Ministeries en hun ruim 200 uitvoeringsorganisaties in het land. De e-facturatie moet leiden tot het sneller en foutloos betalen van uw factuur.

Jaarrekening verplicht digitaal aanleveren

Onder andere bv’s, nv’s, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen moeten ieder boekjaar een jaarrekening deponeren bij de Kamer van Koophandel. Dit is wettelijk verplicht. Vanaf boekjaar 2016 kan een jaarrekening alleen nog maar digitaal gedeponeerd worden. Op papier aanleveren is dan niet meer mogelijk.

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)

Sinds 2016 moet elke zorgaanbieder aan nieuwe (kwaliteits)regels voldoen. Die regels staan in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Op 1 januari 2017 gaan de laatste onderdelen van deze wet in werking. De Wkkgz geeft aan wat er moet gebeuren als een cliënt een klacht heeft over de door u geleverde zorg. Ook verplicht de wet de zorgaanbieder om zich aan te sluiten bij een erkende geschilleninstantie. De Wkkgz geldt voor grote en kleine zorginstellingen én voor zzp’ers.

Onderstaande wijzigingen werden op Prinsjesdag gepresenteerd. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer. De ingangsdatum is nog niet definitief.

De Zorgverzekeringswet

Vanaf 1 januari 2017 wordt het basispakket van uw zorgverzekering aangepast en uitgebreid. Het verplicht eigen risico blijft € 385. De zorgverzekering is een verplichte verzekering waarvoor u premie betaalt aan een zorgverzekeraar. Daarnaast brengt de Belastingdienst u met een aanslag achteraf de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) in rekening. Deze bijdrage Zvw  daalt voor ondernemers van 5,50% naar 5,40% over maximaal € 53.697 inkomen.

Pensioenopbouw in eigen beheer stopt

Het binnen de BV opbouwen van pensioen in eigen beheer is vanaf 2017 niet meer mogelijk. Voor het opgebouwde pensioen dient u voor 1 april 2017 een keuze te maken.

Lager gebruikelijk loon innovatieve starter in BV

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV die binnen de WBSO-regeling als starter wordt  aangemerkt, mag vanaf 1 januari 2017 zijn salaris voor de eerste drie jaar op het minimumloon stellen. Er blijft zo meer winst over om te groeien.

Terugvorderen BTW op oninbare vorderingen

Is uw factuur één jaar na het opeisbaar worden nog niet betaald? U kunt de afgedragen BTW dan terugvragen in uw reguliere BTW-aangifte. De termijn van één jaar gaat niet eerder dan bij het inwerkingtreden van de wet lopen. Al bestaande oninbare vorderingen kunnen dus op 1 januari 2018 als oninbaar worden aangemerkt.

Aftrekpercentage gemengde kosten

Onder de term ‘gemengde kosten vallen diverse algemene kosten zoals voedsel, representatie en congressen. Tot een bedrag van € 4.500 zijn deze kosten niet aftrekbaar van de winst. In plaats van deze drempel kunt u er ook voor kiezen om een percentage  van alle gemengde kosten in aftrek te brengen. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting (o.a. eenmanszaak, vof) en resultaatgenieters stijgt dit aftrekbare percentage van 73,5% naar 80%. Deze verhoging is aangekondigd in de derde nota van wijziging Belastingplan 2017.

Kijk voor meer wijzigingen en de laatste stand van zaken op ondernemersplein.nl

Handhaving van Wet DBA uitgesteld

Vorige week werd bekend dat de implementatieperiode van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) is verlengd tot 1... Lees meer >

Vorige week werd bekend dat de implementatieperiode van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) is verlengd tot 1 januari 2018. In de tussentijd moeten een aantal arbeidsrechtelijke knelpunten worden aangepakt.

Werkgevers zijn huiverig geworden voor het werken met zzp’ers. Dit leidt ertoe dat veel zzp’ers die in de praktijk best als ondernemer kunnen werken bepaalde opdrachten niet meer krijgen. In de brief die staatssecretaris Wiebes naar de Tweede Kamer stuurde – en waarin ook het uitstel van de handhaving werd aangekondigd – beschrijft hij een aantal problemen waar opdrachtgevers en opdrachtnemers in de praktijk tegenaan lopen. Eén daarvan is dat het onderscheid tussen ondernemerschap en een dienstbetrekking – zoals dat wordt gehanteerd in het huidige arbeidsrecht – niet altijd aansluit bij de praktijk. Het gaat daarbij met name om de criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’.

Onderscheid onderkant en bovenkant arbeidsmarkt

In de praktijk blijkt er aan de onderkant van de arbeidsmarkt (met name bij fysiek werk) al snel sprake te zijn van ondernemerschap op basis van het criterium ‘vervangbaarheid’. Bij deze werkzaamheden is het voor een opdrachtnemer relatief eenvoudig om zich vrij en willekeurig te laten vervangen door iemand anders. Daarentegen komt aan de bovenkant van de arbeidsmarkt, met name als het gaat om specialistische taken (zoals van ICT’ers), al snel het criterium ‘gezagsverhouding’ om de hoek kijken. Het gaat dan bijvoorbeeld om specifieke projecten waarbij de opdrachtgever erop let dat de opdrachtnemer het beoogde resultaat behaalt, maar de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor de wijze waarop hij dit resultaat bereikt. In zo’n situatie ontstaat vaak de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Concretere invulling van criteria

Staatssecretaris Wiebes gaat daarom samen met minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister van der Steur van Veiligheid en Justitie – in overleg met de sociale partners – onderzoeken hoe een concretere of andere invulling kan worden gegeven aan de criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’. De resultaten hiervan hoopt het kabinet voor een volgend regeerakkoord te presenteren.

Loonheffingen afdragen voor artiest kerstborrel

Nodigt uw organisatie een dj, zanger of andere artiest uit om op te treden tijdens de kerstborrel van de... Lees meer >

Nodigt uw organisatie een dj, zanger of andere artiest uit om op te treden tijdens de kerstborrel van de zaak, dan is over de gage aan die artiest belasting verschuldigd. Hoe moet deze betaling in de loonadministratie worden verwerkt?

Uw organisatie hoeft via de loonaangifte maar beperkt loonheffingen af te dragen over de gage aan een ingehuurde artiest. Het bijzondere aan de artiestenregeling is dat er geen premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) verschuldigd is. Voor artiesten die in Nederland wonen, betaalt uw organisatie een vast tarief van (in 2016) 36,55% aan loonbelasting, voor artiesten uit het buitenland 20%. Voor artiesten die in het buitenland wonen, is er ook nog eens geen premieplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gageverklaring overhandigen

Bij het sluiten van een overeenkomst met een artiest moet uw organisatie – als opdrachtgever – aan de artiest of de leider van een (artiesten)gezelschap een gageverklaring overhandigen. De Belastingdienst heeft hier een standaardformulier voor (pdf).
Op dit formulier vult de artiest of leider van het gezelschap zijn persoonlijke gegevens in – en bij een gezelschap ook die van de overige leden – het bedrag van de gage, de gewenste verdeling van de gage over de leden van het gezelschap en het bedrag van de kosten. Dit vormt de basis voor het berekenen van de door uw organisatie verschuldigde loonbelasting en premies.

Kostenvergoedingsbeschikking bewaren

Voor vergoedingen en verstrekkingen die tot de brutogage behoren – zoals de reiskosten zonder originele vervoersbewijzen – kan de artiest een zogenoemde kostenvergoedingsbeschikking aanvragen (pdf) bij de Belastingdienst. Hiermee geeft de fiscus aan welk deel van de gage aangemerkt wordt als kostenvergoeding. Als deze beschikking in de salarisadministratie bewaard wordt, hoeft uw organisatie hierover in de loonaangifte geen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen te berekenen en af te dragen

Nieuw bijtellingspercentages 2017

Toe aan een nieuwe auto, check de bijtellingspercentages voor 2017... Lees meer >

De bijtellingspercentages voor 2016 en 2017 (en vermoedelijk van 2018-2020) zien er als volgt uit:

Jaar % bijtelling
0 gram/km
% bijtelling
1-50 gram/km
% bijtelling
51-106 gram/km
% bijtelling
> 106 gram/km
2016 4% 15% 21% 25%
2017-2020 4%* 22% 22% 22%

* Extra voorwaarde vanaf 2019, dan geldt het percentage van 4% tot € 50.000, daarboven 22%.
Deze bijtellingspercentages gelden alleen voor nieuwe auto’s die in het betreffende kalenderjaar voor het eerst op kenteken zijn gezet. Het tarief geldt vervolgens voor 60 maanden. Schaf een auto die minder dan 106 gram CO2 per kilometer uitstoot dus aan in 2016. Dat kan je gedurende maximaal

60 maanden 7% bijtelling schelen (15% in plaats van 22%) en zo honderden euro’s per jaar besparen! Schaf geen auto aan met 25% bijtelling in 2016, maar wacht liever tot 2017. Dan is de bijtelling 22% en maak je gedurende 60 maanden gebruik van dit tarief. De bijtelling van 25% voor auto’s die voor 1 januari 2017 zijn aangeschaft wordt namelijk niet verlaagd naar 22%.

Benut de vrije ruimte binnen de WKR optimaal

Binnen de werkkostenregeling (WKR) zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de... Lees meer >

Binnen de werkkostenregeling (WKR) zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de vrije ruimte). Benut deze ruimte geheel in 2016, want in 2017 kun je er niets meer mee. Houd wel rekening met het gebruikelijkheidscriterium van maximaal € 2.400 per persoon. Als DGA ben je uiteraard ook werknemer. De belastingdienst is met ingang van 2016 wel kritischer geworden. Naast de bovengenoemde marge kijkt de belastingdienst ook naar wat er gebruikelijk is in bijvoorbeeld de branche en in vergelijkbare functies en dat is een lastig te meten criterium.  Overleg wel eerst met ons voordat u overgaat tot actie.

Handhaving DBA uitgesteld tot januari 2018

Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing als zij niet werken volgens de Wet... Lees meer >

Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing als zij niet werken volgens de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden.

Het kabinet gaat onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden om beter aan te sluiten op de huidige werkpraktijk. Het kabinet wil daar haast mee maken en hoopt voor een volgend regeerakkoord met resultaten te komen.

Mogelijkheden verkennen
Het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid staat ervoor open om met verschillende sectoren te praten over de aanpassingen die mogelijk zijn in de Wet werk en zekerheid via cao’s of ministeriële regelingen.

Informeren en coachen
De Belastingdienst blijft ondertussen opdrachtnemers en opdrachtgevers informeren over de wet DBA en de nieuwe werkwijze. De Belastingdienst gaat waar nodig een coachende rol vervullen op de werkvloer. Zo helpt de Belastingdienst opdrachtgevers en opdrachtnemers om duidelijk te krijgen wat wel en niet kan.

Handhaving opgeschort
De Belastingdienst handhaaft niet tot 1 januari 2018. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen in die periode dus geen boetes of naheffingen, behalve evidente kwaadwillenden.

Zie ook
Beantwoording kamervragen over DBA (rijksoverheid.nl)

Reis met auto van zaak terecht als privérit aangemerkt

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de autoreis naar Oostenrijk van belanghebbende een gemengd karakter had... Lees meer >

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de autoreis naar Oostenrijk van belanghebbende een gemengd karakter had. Het hoofddoel was een ruim van tevoren geplande skivakantie, waarbij ook een zakelijke doel werd bezocht. De naheffingsaanslag voor het privégebruik van de auto is terecht opgelegd.

Een BV (X) heeft aan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) een auto ter beschikking gesteld. Aan de DGA is een verklaring geen privégebruik verstrekt. X is in verschillende Europese landen actief.

De DGA is aan het begin van de krokusvakantie 2009 met zijn gezin naar Oostenrijk gereden en heeft zijn echtgenote en kinderen afgezet bij een hotel voor een skivakantie. Hij is zelf doorgereden naar een verderop gelegen plaats en heeft daar een zakenrelatie bezocht. Hij is ’s avonds teruggereden naar zijn gezin en heeft gedurende een week een skivakantie gehad.

De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen op aan X, omdat er met een bijtelling rekening had moeten worden gehouden. De DGA had volgens de inspecteur meer dan 500 kilometer privé met de auto gereden. De rit naar Oostenrijk merkt de inspecteur aan als een privérit. X stelt in bezwaar en beroep dat de rit naar Oostenrijk zakelijke kilometers waren.

Het hof oordeelt dat doorslaggevend is wat het doel van de rit was. De reis naar Oostenrijk had een gemengd karakter. Dat wil zeggen dat de rit zowel een zakelijk doel als een privédoel diende. X had niet aangetoond dat het hoofddoel van de reis zakelijk was.
Hof Arnhem-Leeuwarden, 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8773

Verbod inhoudingen op minimumloon vanaf 2017

Op 1 januari 2017 treedt het verbod op inhoudingen op het minimumloon in werking... Lees meer >

Op 1 januari 2017 treedt het verbod op inhoudingen op het minimumloon in werking. Dit is geregeld in de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). Verrekeningen met en inhoudingen op het minimumloon zijn dan niet meer toegestaan.

Op dit verbod gelden wel uitzonderingen. Inhoudingen op kosten voor huisvesting en zorgverzekering zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Voor werknemers met een arbeidsbeperking zijn daarnaast ook inhoudingen mogelijk voor nutsvoorzieningen, rioolheffing en waterschapsbelasting.

Meer hierover leest u in een bericht op rijksoverheid.nl.

Brief Werkhervattingskas 2017 voor de loonadministratie

Vanaf 29 november verstuurt de Belastingdienst de brieven Werkhervattingskas (Whk) 2017... Lees meer >

Vanaf 29 november verstuurt de Belastingdienst de brieven Werkhervattingskas (Whk) 2017. Werkgevers ontvangen deze brief als zij werknemers in dienst hebben die verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

In deze brief staan de percentages voor de gedifferentieerde premies Whk die u nodig heeft voor de aangiften Loonheffingen 2017.

Alleen werkgevers ontvangen deze brief. Uit de praktijk blijkt dat zij deze informatie niet altijd doorgeven aan de salarisadministrateur.

Derhalve het verzoek deze zo spoedig mogelijk aan ons te geven. Zodat wij de juiste premies berekenen voor u.
Dat voorkomt onnodig belverkeer met langere wachttijden naar de BelastingTelefoon.

Inmiddels is bekend dat deze verzending plaats vindt vanaf 29 november as

Wij zien de brieven graag tegemoet.

Alvast bedankt

aangiftebrief loonheffingen 2017

De Belastingdienst heeft de aangiftebrief loonheffingen voor 2017 verstuurd. ... Lees meer >

De Belastingdienst heeft de aangiftebrief loonheffingen voor 2017 verstuurd. De brief wordt verstuurd naar het adres van een werkgever of naar ons kantor als wij gemachtigd zijn. Als u in bezit bent van deze brief, dan ontvangen wij deze graag indien wij de loonadministratie doen.

De brief bevat de volgende gegevens.

  • het aangiftetijdvak waarmee de werkgever bij de Belastingdienst staat geregistreerd
  • per aangiftetijdvak de uiterste aangifte- en uiterste betaaldatum
  • per aangiftetijdvak het betalingskenmerk

Deze gegevens zijn van belang voor het juist en tijdig doen van de loonaangiften en de daarbij horende betalingen.

Wettelijk minimumloon jan 2017

Per 1 januari 2017 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd met 0,94 procent. Een overzicht van alle bedragen per leeftijd en... Lees meer >

Iedere werknemer heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers vanaf 23 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u jonger dan 23 jaar, dan hebt u recht op het minimumjeugdloon. Bij de hoogte van het minimumjeugdloon wordt gekeken naar hoe oud iemand is. Dat betekent dat u tot uw 23ste na iedere verjaardag recht heeft op meer loon.
Als u in deeltijd werkt, dan is het bruto minimumloon evenredig lager. Als u bijvoorbeeld drie volle dagen werkt, dan hebt u recht op 3/5 van het wettelijk minimumloon. Dit geldt ook voor jongeren die gedeeltelijk leerplichtig zijn en nog enkele dagen per week onderwijs volgen.
De bedragen van het minimumloon gelden voor een volledige werkweek zoals die gebruikelijk is in het bedrijf. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2017

Per 1 januari 2017 stijgt het wettelijk minimumloon met 0,94 procent.

Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 januari 2017:

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
23 jaar en ouder 100 % 1.551,60 358,05 71,61
22 jaar 85 % 1.318,85 304,35 60,87
21 jaar 72,5 % 1.124,90 259,60 51,92
20 jaar 61,5 % 954,25 220,20 44,04
19 jaar 52,5 % 814,60 188,00 37,60
18 jaar 45,5 % 706,00 162,90 32,58
17 jaar 39,5 % 612,90 141,45 28,29
16 jaar 34,5 % 535,30 123,55 24,71
15 jaar 30 % 465,50 107,40 21,48

Het bruto minimumloon per 1 januari 2017, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek:

Leeftijd

 

36 uur per week

minimumloon per uur:

38 uur per week

minimumloon per uur:

40 uur per week

minimumloon per uur:

23 jaar en ouder 9,95 9,43 8,96
22 jaar 8,46 8,01 7,61
21 jaar 7,22 6,84 6,49
20 jaar 6,12 5,80 5,51
19 jaar 5,23 4,95 4,70
18 jaar 4,53 4,29 4,08
17 jaar 3,93 3,73 3,54
16 jaar 3,44 3,26 3,09
15 jaar 2,99 2,83 2,69

Eigenrisicodrager voor de WGA in 2017? Nieuwe garantieverklaring op tijd insturen

Wilt u in 2017 eigenrisicodrager voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) blijven?... Lees meer >

Wilt u in 2017 eigenrisicodrager voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) blijven? De nieuwe garantieverklaring moet dan uiterlijk 31 december 2016 bij ons binnen zijn.

Met ingang van 1 januari 2017 geldt het eigenrisicodragerschap voor de WGA ook voor flexwerkers en niet alleen voor personeel dat bij u in vaste dienst is. U hebt van ons een brief over de veranderingen gekregen. Bent u geen overheidswerkgever en wilt u eigenrisicodrager blijven? Dan kunt u de nieuwe garantieverklaring downloaden.

Eigenrisicodrager worden per 1 januari 2017

Bent u nog geen eigenrisicodrager, maar wilt u dat per 1 januari 2017 worden? Stuur dan ook de nieuwe garantieverklaring mee met hetaanvraagformulier. De aanvraag met de garantieverklaring moet voor 2 oktober 2016 door u zijn ingediend.

Bron: Belastingdienst

Nieuw: ‘Regelhulp vrijwilligers’ voor sportorganisaties en non-profitorganisaties

Doet iemand bij u vrijwilligerswerk? En geeft u hem of haar daar iets voor, bijvoorbeeld geld of een tegemoetkoming... Lees meer >

Doet iemand bij u vrijwilligerswerk? En geeft u hem of haar daar iets voor, bijvoorbeeld geld of een tegemoetkoming in natura? Dan valt de vrijwilliger misschien onder de vrijwilligersregeling. De Regelhulp vrijwilligers geeft u hiervan een indicatie.

Met de Regelhulp vrijwilligers beantwoordt u per vrijwilliger een aantal vragen. Bijvoorbeeld bestuurders, trainers, kantinemedewerkers en sporters kunnen vrijwilliger zijn. Als de vrijwilligersregeling van toepassing is, hoeft u geen loonheffingen in te houden en te betalen.

Voor sportorganisaties en non-profitorganisaties in Nederland

De regelhulp is voor sportorganisaties (commercieel en non-profit) en voor non-profitorganisaties. U kunt de regelhulp alleen gebruiken voor activiteiten in Nederland.

De Regelhulp Vrijwilligers is tot stand gekomen in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken, NOC*NSF, Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV), Werkgevers in de Sport (WOS) en diverse sportbonden.

Bron: Belastingdienst

Overdracht complexe familiebedrijven duurder

Door een wetswijziging van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën wordt de overdracht van familiebedrijven duurder.... Lees meer >

Door een wetswijziging van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën wordt de overdracht van familiebedrijven duurder. Het gaat om familievennootschappen die niet in alle gevallen volledig eigenaar zijn van de bedrijven waarin zij ondernemen. Wiebes wil ondernemersvermogen in deze bedrijven uitsluiten van belastingvrijstelling. Bij een overname moeten de nieuwe eigenaren daardoor veel meer belasting betalen.

Vooral grotere families en complexere familiebedrijven zijn de dupe van de wijziging. Het voorstel is reperatiewetgeving als gevolg van een arrest van de Hoge Raad over de zogenoemde Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Door gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van erf- of schenkbelasting moet de continuïteit van familiebedrijven worden gewaarborgd.

De Hoge Raad bepaalde dit voorjaar dat kwijtschelding ook moet gelden als eigenaren van familievennootschappen aandelenbelangen schenken of nalaten van minder dan 5% in ondernemingen die verbonden zijn met het familiebedrijf. Wiebes is bang dat van deze regeling misbruik wordt gemaakt. In de nieuwe wet komt een belang van minder dan 5% in een met het familiebedrijf verbonden onderneming per definitie niet in aanmerking voor de BOR.

 

Bron: Profnews

Wet DBA: deze criteria hanteert de fiscus (loon en persoonlijke arbeid)

De Belastingdienst beoordeelt aan de hand van drie criteria of er onder de Wet DBA sprake is van een... Lees meer >

De Belastingdienst beoordeelt aan de hand van drie criteria of er onder de Wet DBA sprake is van een dienstverband. Eerder behandelden we het criterium ‘gezag’. In dit artikel lees je hoe je voldoet aan de criteria loon en (persoonlijke) arbeid.

Ondanks dat de Belastingdienst in diverse artikelen duidelijkheid probeert te scheppen en staatssecretaris Wiebes al antwoord heeft gegeven op tientallen Kamervragen over de wet, blijft de precieze toepassing van de Wet DBA schimmig. Terwijl dit voor HR cruciaal is om te bepalen welke route gekozen moet worden om een dienstbetrekking uit te sluiten.

Het criterium ‘loon’

Een van de drie kenmerken van een arbeidsovereenkomst is de verplichting van een opdrachtgever om loon te betalen voor verrichte arbeid. Als deze loonafspraak ontbreekt en er geen sprake is van loonbetaling kan er geen sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, schrijft de Belastingdienst in zijn handreiking. Op Kamervragen van Tweede Kamerlid Klein laat staatssecretaris Wiebes verder weten dat dit criterium ook geldt voor loonbetaling door derden. ‘Het maakt voor het bestaan van een dienstbetrekking niet uit van wie de werknemer feitelijk het loon krijgt.’

Persoonlijke arbeid

Een ander criterium dat de fiscus hanteert is persoonlijke arbeid. Een wezenlijk onderdeel van een arbeidsovereenkomst is namelijk dat de werknemer in kwestie verplicht is om de afgesproken arbeid persoonlijk te verrichten. Om dit uit te sluiten zal in de freelanceovereenkomst expliciet opgenomen moeten worden dat een opdrachtnemer zich vrij kan laten vervangen. Als je dit nalaat gaat de fiscus ervan uit dat er een verplichting bestaat tot persoonlijke arbeid. In zijn handreiking benadrukt de Belastingdienst bovendien dat er bij ‘vervanging uit een pool van aan de opdrachtgever bekende personen of door de opdrachtgever geregelde vervanging’ geen sprake is van vrije vervanging. De opdrachtnemer moet volledig vrij zijn om een vervanger te regelen. Een opdrachtgever mag een vervanger enkel weigeren op basis van objectieve criteria die zijn vastgelegd in de overeenkomst.

Maar hoe doe je dat dan met bijvoorbeeld IT-specialisten die zich in de praktijk onmogelijk laten vervangen? In principe hoeft de opdrachtnemer enkel de mogelijkheid te hebben om zich vrij te laten vervangen. Die mogelijkheid hoeft in de praktijk niet benut te worden. Maar hoe kan de Belastingdienst dit dan controleren? Hoe controleer of je iemand wel voldoende mogelijkheden heeft om zich te laten vervangen? De fiscus schrijft hierover in de algemene modelovereenkomst vrij vervanging : ‘Bij een beoordeling achteraf kan, in twijfelgevallen, het feit dat vervanging op initiatief van de opdrachtnemer niet of nauwelijks daadwerkelijk is voorgekomen, een licht werpen op de werkelijke tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bestaande verhoudingen.’ Hieruit kan je opmaken dat vrije vervanging een lastig criterium wordt voor de Belastingdienst en tegelijkertijd hele interessante route voor werkgevers om een dienstverband uit te sluiten. De eerdergenoemde algemene modelovereenkomst biedt hiervoor handvatten. Mogelijk bestaat er voor jouw branche of beroepsgroep ook al een goedgekeurde modelovereenkomst. Deze zijn te vinden op de website van de Belastingdienst.

Het derde criterium dat de Belastingdienst hanteert bij de beoordeling van een arbeidsrelatie is gezag. In dit eerder gepubliceerde artikel lees je hoe de fiscus hiermee omspringt en hoe je dit als HR uitsluit in een freelanceovereenkomst.

Bron: XpertHRactueel

Wijzigingen Pensioen in eigen beheer

De belastingwereld en de directeur groot aandeelhouder (DGA) hebben lang moeten wachten maar nu lijkt het er toch op... Lees meer >

De belastingwereld en de directeur groot aandeelhouder (DGA) hebben lang moeten wachten maar nu lijkt het er toch op dat de spelregels met ingang van 1 januari 2017 voor de opbouw van pensioen in eigen beheer, dus bij de eigen BV, gaan veranderen.

Er komen een tweetal opties voor de huidige pensioenvoorzieningen in eigen beheer: afkoop van de voorziening of omzetting van de voorziening naar een spaarvariant

Afkoop is gedurende drie jaar mogelijk, 2017, 18 en 19. Hoe eerder je afkoopt hoe meer korting er wordt verkregen op de grondslag, te weten in die jaren 34,5%; 25% en slechts 19,5%. In geen van genoemde jaren zal er, zoals nu bij afkoop te doen gebruikelijk, boete in rekening worden gebracht, de revisierente. Afkoop zal plaatsvinden tegen de fiscale waarde. Mocht er een waardering op de balans staan tegen commerciële waarde dan mag er een geruisloze afstempeling plaatsvinden tot aan de fiscale waarde zonde boete of loonheffing.

Bij de spaarvariant kan het geld in de onderneming beschikbaar blijven maar mag er geen verdere opbouw plaatsvinden. Alleen een oprenting; de rente is gelijk aan het zogenaamde U-rendement dat door verzekeringsmaatschappijen wordt gehanteerd.
Op pensioengerechtigde leeftijd kan gekozen worden om het bedrag van de voorziening bij een externe verzekeraar onder te brengen, is niet verplicht.

De invulling van beide regels moet nog nader in Den Haag worden uitgewerkt maar wordt met Prinsjesdag verwacht. Of nu gekozen wordt voor optie 1 dan wel optie 2: in beide gevallen is toestemming van de partner vereist aangezien de rechten van de partner worden aangetast. Dat zal de nodige discussies en/of aanpassingen in bijvoorbeeld huwelijksvoorwaarden vereisen. Kortom, in het 4e kwartaal vermoedelijk weer werk aan de winkel betreffende het pensioen in eigen beheer.

Bron: Actuele artikelen

Meldpunt DBA geopend

Staatssecretaris Wiebes van Financiën kondigde in de Kamerbrief van 19 september acties aan om belemmeringen die ondernemers ervaren bij... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën kondigde in de Kamerbrief van 19 september acties aan om belemmeringen die ondernemers ervaren bij de wet DBA weg te nemen. De opening van een meldpunt is 1 van die acties.

Met het Meldpunt DBA wil de Belastingdienst inzicht krijgen in mogelijke onbedoelde gevolgen van de Wet DBA voor de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld als opdrachtgevers hun flexibele schil niet meer kunnen inrichten. Of als zzp’ers minder opdrachten krijgen of als zij van hun opdrachtgevers via payroll moeten werken. Dan kunt u dat melden via het Meldpunt DBA.

Wat gebeurt er met de meldingen?
Op basis van uw meldingen inventariseren het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de knelpunten. Deze knelpunten pakken zij samen met branche- en belangenorganisaties op. Als u een melding doet, krijgt u geen persoonlijke reactie: het meldpunt is bedoeld voor de inventarisatie van knelpunten.

Het meldpunt DBA vindt u op de site van de Belastingdienst.
De Kamerbrief van 19 september vindt u op de site van Rijksoverheid

AOW-leeftijd stijgt nóg verder

De AOW-leeftijd wordt voor iedereen die geboren is na 31 december 1954 per 2022 gesteld op 67 jaar en... Lees meer >

De AOW-leeftijd wordt voor iedereen die geboren is na 31 december 1954 per 2022 gesteld op 67 jaar en drie maanden. Dat is het gevolg van de nieuwe en hogere ramingen van de levensverwachting in Nederland door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de Wet versnelde verhoging AOW-leeftijd is vastgelegd dat de AOW-leeftijd met drie maanden per jaar stapsgewijs wordt verhoogd tot 67 jaar in 2021. Dat betekent dat de AOW-leeftijd in 2018 uitkomt op 66 jaar. Na 2021 wordt de AOW-leeftijd vastgesteld op basis van de levensverwachting (zie tabel hieronder). Uit nieuwe ramingen van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) blijkt dat deze levensverwachting stijgt. Blijft de levensverwachting stijgen op het tempo zoals nu het geval is, dan komt de AOW-leeftijd in 2025 uit op 68 jaar. Er volgen dan na 2022 nog drie jaarlijkse verhogingen van elk drie maanden.

Stijging AOW-leeftijd in de praktijk

In de praktijk betekent de verhoging van de AOW-leeftijd dat iemand die op 31 december 1954 is geboren, vanaf 31 december 2021 een AOW-uitkering ontvangt. Iemand die een dag later is geboren, moet drie maanden langer doorwerken en ontvangt pas een AOW-uitkering drie maanden na zijn 67ste verjaardag (op 1 april 2022).

Ook de pensioenrichtleeftijd stijgt

De zogenoemde pensioenrichtleeftijd volgt net als de AOW-leeftijd de stijgende levensverwachting. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd gaat echter niet stapsgewijs omhoog maar per hele jaren.  Pensioenfondsen gaan daarom per 2018 uit van een pensioenleeftijd van 68 jaar in 2028. Dat is gunstig voor de dekkingsgraad van de pensioenfondsen omdat ze daardoor een jaar minder pensioen hoeven uit te keren aan pensioengerechtigden die na 1959 geboren zijn.

Stijging AOW-leeftijd na 2021

Hoe werken de nieuwe regels voor meerwerk?

Het kabinet wil de regels over meerwerk tegelijkertijd met het minimumjeugdloon en de regels over stukloon aanpassen... Lees meer >

Het kabinet wil de regels over meerwerk tegelijkertijd met het minimumjeugdloon en de regels over stukloon aanpassen. De loonkosten zouden door de nieuwe regels flink kunnen stijgen, maar dat is niet in elke organisatie het geval.

De nieuwe regels voor meerwerk kunnen uw organisatie veel geld kosten, omdat de werkgever straks alle werknemers die meer dan de normale arbeidsduur werken ook evenredig veel meer minimumloon moet betalen. De normale arbeidsduur is het aantal uren per week dat een voltijd werkweek in uw organisatie bevat. Bij de meeste organisaties gaat het om een normale arbeidsduur van 36, 38 of 40 uur per week.

Nu geen controle mogelijk door Inspectie SZW

Op dit moment zijn werkgevers niet verplicht om werknemers die meer dan de normale arbeidsduur werken voor hun extra uren ook minimaal het wettelijk minimumloon te betalen. Dat verandert als het wetsvoorstel aangenomen wordt. Werknemers moeten dan voor al hun gewerkte uren minimaal het wettelijk minimumloon betaald krijgen. De Inspectie SZW kan dat dan ook controleren en bij overtredingen boetes opleggen. Dat kan nu nog niet.

Twee rekenvoorbeelden

Het minimumloon bedraagt in de tweede helft van 2016  voor een werknemer van 23 jaar of ouder € 354,75 per week. Dat bedrag verdient een werknemer die een voltijd baan heeft in een organisatie waar de normale arbeidsduur 40 uur per week is. Als deze werknemer in een bepaalde week 50 uur werkt, moet hij voor die uren minimaal het wettelijk minimumloon verdienen. Dat is dus: € 354,75 / 40 uur x 50 uur = € 443,44. Is de normale arbeidsduur 36 uur, dan moet de werkgever deze werknemer € 354,75 / 36 x 50 = € 492,71 betalen.
Werkt een werknemer in diezelfde organisatie 50 uur per week, maar krijgt hij – omdat hij meer dan het minimumloon verdient – al minstens € 443,44 betaald, dan hoeft zijn werkgever voor zijn extra uren niet meer te betalen. Gemiddeld verdient hij immers minstens het wettelijk minimumloon. Hierover kunnen wel afwijkende regels in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst staan.

Zzp’er mag huur werkruimte toch niet aftrekken

Staatssecretaris Wiebes van Financiën komt binnenkort met een nota van wijziging waarin is opgenomen dat zzp’ers hun huur niet... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën komt binnenkort met een nota van wijziging waarin is opgenomen dat zzp’ers hun huur niet meer mogen aftrekken als zij 10% van de huurwoning als werkruimte gebruiken. Hiermee wordt het oordeel van de Hoge Raad aan de kant geschoven.

In augustus van dit jaar gaf de Hoge Raad aan dat ondernemers voor de inkomstenbelasting de door hen betaalde huur mochten aftrekken als zij 10% van hun huurwoning gebruikten als werkruimte. De staatssecretaris heeft nu een einde gemaakt aan deze regeling omdat hij, door alle aandacht die het arrest heeft getrokken, verwacht dat het de schatkist te veel gaat kosten.

Ongelijkheid tussen ondernemers met koophuis en huurhuis

Daarnaast ontstond er door het arrest een ongelijkheid tussen de behandeling van een onzelfstandige werkruimte bij ondernemers met een huurhuis en met een koophuis. Deze ongelijkheid is door de nota van wijziging nu weer rechtgetrokken. Kosten voor een zelfstandige werkruimte in zowel een koophuis als een huurhuis blijven gewoon aftrekbaar.

Niet werkgever maar UWV betaalt kraamverlof

De uitbreiding van het kraamverlof per 1 januari 2019 komt voor rekening van UWV. Werkgevers betalen de eerste twee... Lees meer >

De uitbreiding van het kraamverlof per 1 januari 2019 komt voor rekening van UWV. Werkgevers betalen de eerste twee verlofdagen, waarna de uitkeringsinstantie de rest van de dagen financiert.

Het ministerie van SZW meldde deze maand dat per 2019 vaders – en anderen die als partner kunnen worden aangemerkt – na de geboorte van hun kind langer kraamverlof  kunnen opnemen.

Kraamverlof per 1 januari 2019 uitgebreid

Momenteel krijgen werknemers twee dagen kraamverlof, plus doorgaans drie dagen onbetaald ouderschapsverlof. Het kraamverlof wordt per 1 januari 2019 uitgebreid naar vijf dagen. Hoewel het kabinet het bijbehorende wetsvoorstel nog niet openbaar heeft gemaakt, blijkt uit de Rijksbegroting van het ministerie SZW wel wie de uitbreiding van het kraamverlof zal betalen: UWV.

Maximumdagloon is bovengrens van kraamverlof

De werkgever betaalt tijdens de derde, vierde en vijfde dag van het kraamverlof het loon van de vader door, maar kan hiervoor ter compensatie een vergoeding bij UWV aanvragen. Die uitkering van UWV is gelijk aan het loon van de werknemer, met het maximum van het dagloon als bovengrens. De werknemer moet het verlof binnen vier weken na de bevalling bij zijn werkgever aanvragen.
Het kabinet kan de maatregel pas per 2019 invoeren omdat UWV voorbereidingstijd nodig heeft om het kraamverlof te kunnen uitvoeren.

Nieuwe regels transitievergoeding in beeld

De transitievergoeding houdt de gemoederen bezig... Lees meer >

De transitievergoeding houdt de gemoederen bezig. Werkgevers hebben er nu al enige tijd mee te maken en de oorspronkelijke regels blijken weerbarstig in de praktijk. Daarom wil het kabinet een aantal regels rondom de transitievergoeding wijzigen.

2016-10-12 Regels transitievergoeding

Bijna 7.000 aanmeldingen vrijwillige vertrekregeling Belastingdienst

De vrijwillige vertrekregeling bij de Belastingdienst is dusdanig populair dat 6.900 van de ongeveer 30.000 werknemers zich daarvoor hebben... Lees meer >

De vrijwillige vertrekregeling bij de Belastingdienst is dusdanig populair dat 6.900 van de ongeveer 30.000 werknemers zich daarvoor hebben aangemeld.

Dat blijkt uit gegevens die Het Financieele Dagblad (FD) heeft opgevraagd.

Volgens de krant is daarmee de poging van de Belastingdienst om een uittocht van hoger geschoolde en ervaren medewerkers op cruciale posities te stoppen, mislukt.

De regeling in verband met een reorganisatie is bedoeld om vijfduizend personeelsleden uit zichzelf te laten vertrekken. De Belastingdienst neemt ook weer 1.500 nieuwe medewerkers met kennis van moderne technieken aan.

Eerder werd al wel duidelijk dat de regeling veel populairder was dan voorzien. Daarop vervroegde de Belastingdienst de aanmeldingstermijn tot 1 september. Volgens het FD is mede daardoor de afgelopen weken een stormloop ontketend onder werknemers die weg willen.

Wiebes

Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) verwacht dat uiteindelijk ongeveer 5.200 mensen bij de Belastingdienst gebruik gaan maken van de vrijwillige vertrekregeling.

Wiebes gaat ervan uit dat er minder mensen vertrekken dan zich hebben aangemeld. Mensen die zich aanmelden voor de regeling zitten volgens hem namelijk nog nergens aan vast. Na de aanmelding gaan ze een traject in en dan blijkt dat ”een deel van die mensen toch uiteindelijk besluit om de aanmelding niet in een definitief vertrek om te zetten”. Op 1 juni lag het aantal aanmeldingen nog op vierduizend.

De continuïteit van de Belastingdienst komt volgens Wiebes niet in gevaar door de grote belangstelling voor de regeling. ”De mensen vertrekken niet op een dag.” Met de medewerkers wordt overlegd over hun vertrek en dat zal deels gefaseerd gaan, aldus de staatssecretaris.

Bron: NU.nl

Kwart modelovereenkomsten afgewezen door fiscus

Een magere 8% van de modelovereenkomsten die ondernemers tot 1 augustus aan de fiscus hebben voorgelegd zijn goedgekeurd. 23%... Lees meer >

Een magere 8% van de modelovereenkomsten die ondernemers tot 1 augustus aan de fiscus hebben voorgelegd zijn goedgekeurd. 23% van de overeenkomsten werd door de Belastingdienst afgekeurd. Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris waarmee hij reageert op een WOB-verzoek van MKB Belangen.

Van de 4481 overeenkomsten die de Belastingdienst per 1 augustus zijn binnengekomen zijn er 370 goedgekeurd, 1033 afgewezen, kregen er 814 geen eindoordeel en zijn 1964 momenteel in behandeling. 300 ingediende overeenkomsten zijn in deze cijfers niet gespecificeerd. De gemiddelde tijd die de fiscus nodig heeft om een modelovereenkomst te beoordelen is 10,8 weken.

In juli concludeerden we al dat de Wet DBA gefaald heeft”, reageert Adrienne van Veen, directeur van MKB Belangen. “Maar van de cijfers die nu naar buiten zijn gekomen schrikken we enorm. Onder ondernemers heerst onzekerheid en angst. Je kunt het je toch niet veroorloven om elf weken te wachten om een opdracht aan te kunnen nemen? Bovendien blijkt niemand te weten waar die overeenkomsten aan moeten voldoen.’

De Belastingdienst registreert niet waarom modelovereenkomsten worden afgekeurd en daarom moest Wiebes de vragenstellers deze informatie schuldig blijven. Na de publicatie van de cijfers uitten diverse Kamerleden hun zorgen over de Wet DBA en werd er een debat met Wiebes aangevraagd.

Bron: P&O actueel

Verschil in btw-tarieven maakt medische hulpmiddelenmarkt onduidelijk

De FHI, de Nederlandse brancheorganisatie voor medische technologie, en Nefemed, de belangenorganisatie van leveranciers van medische hulpmiddelen, klagen over... Lees meer >

De FHI, de Nederlandse brancheorganisatie voor medische technologie, en Nefemed, de belangenorganisatie van leveranciers van medische hulpmiddelen, klagen over oneerlijke concurrentie op de markt voor medische hulpmiddelen. Dit komt door onduidelijkheid over btw-tarieven rondom de hulpmiddelen. De organisaties willen een duidelijke, landelijke aanpak van de Belastingdienst.

Het is momenteel onduidelijk voor welke medische hulpmiddelen het btw-tarief van 6% en voor welke die van 21% geldt. Als een vernevelaar wordt geleverd met slangetjes en maskers in één doos dan geldt het tarief van 6%. Worden de slangetjes los verkocht, dan geldt ineens het tarief van 21%. Er zijn zo`n 500.000 medische hulpmiddelen op de markt en daar komen regelmatig nieuwe producten bij.

Er kan zelfs per regio een ander belastingtarief gelden. Veel leveranciers werken echter landelijk. Omdat zorginstellingen zelf niet btw-plichtig zijn, beïnvloeden de belastingtarieven direct de prijs en daarmee ook de keuze van een ziekenhuis voor een bepaalde leverancier. De Belastingdienst ontkent dat er regionale verschillen zijn. De Belastingdienst deed al eens een naheffing over producten die ten onrechte tegen lager btw-tarief geleverd werden.

Bron: Profnews

Inzagerecht schuldeisers in de administratie van failliet?

Wie kent het niet? De debiteur die maar excuses blijft verzinnen om niet te betalen en tegen de tijd... Lees meer >

Wie kent het niet? De debiteur die maar excuses blijft verzinnen om niet te betalen en tegen de tijd dat je het als schuldeiser echt zat bent, gaat de debiteur failliet. De kans op enige betaling daalt daarmee naar minder dan 5%. Dat maakt de meeste crediteuren boos en teleurgesteld en sommige van hen zinnen dan ook op nadere stappen tegen de bestuurders van hun debiteur, bijvoorbeeld in de vorm van een persoonlijke aansprakelijkheid. Dit vereist dat sprake is van een onrechtmatige daad van de bestuurder van de failliet tegenover haar schuldeiser. Dat is bijvoorbeeld het geval als de bestuurder van de failliet de financiële verplichting aanging terwijl hij al wist dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen. Probleem daarbij is dat de boze schuldeiser die wetenschap zal moet bewijzen voor een rechter.

Hoe doe je dat zonder informatie? Een crediteur probeerde dit door de curator te vragen om inzage te geven in de (financiële) administratie om te beoordelen of het mogelijk was een vordering in te stellen tot aansprakelijkstelling van de (feitelijk) bestuurders van de failliete vennootschap. Het verzoek werd door de curator afgewezen omdat hij meende dat de crediteur hiervoor geen rechtstreeks en voldoende belang heeft. Er is weliswaar een wettelijke regeling die inzage mogelijk maakt maar die ziet niet op deze situatie, aldus de curator. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad hierop in april 2016 moeten beslissen en hij oordeelde dat de curator gelijk heeft. De inzagemogelijkheid die een schuldeiser heeft in de financiële administratie van een failliet is beperkt tot de vaststelling van de hoogte, aard of inhoud van zijn vordering. Indien echter inzage wordt verlangd met het oog op een mogelijk door hem in te stellen vordering tegen een derde, zoals de voormalige beleidsbepaler van een failliete vennootschap, is geen sprake van een rechtstreeks en voldoende belang als bedoeld in de wet.

Gelukkig voor de crediteur geeft de Hoge Raad nog wel een tip hoe het wél kan. De schuldeiser kan een verzoekschrift indienen bij de rechtbank waarin hij inzage, afschrift of uittreksel uit de “bescheiden” van de failliet vordert. Onder “bescheiden” vallen zowel fysieke als digitale gegevensdragers zoals – bijvoorbeeld – brieven, e-mails, foto’s, en digitale bestanden. Van rechtmatig belang is sprake, wanneer de verzoeker een toereikend belang bij inzage heeft met het oog op door hem te leveren bewijs. Wanneer een verzoek voldoende bepaald is, valt niet in zijn algemeenheid te zeggen. Een gewichtige reden is aan de orde, wanneer het belang bij geheimhouding in de concrete omstandigheden zwaarder weegt dan het zwaarwegend maatschappelijke belang bij waarheidsvinding. Deze toets is uiteindelijk aan de rechter.

Kortom, een automatisch inzagerecht voor schuldeisers in de administratie van hun failliete wederpartij bestaat niet, mogelijk is het onder omstandigheden wel.

Bron: Actuele artikelen

Toch bijtelling ondanks verbod privégebruik

Geldt er een verbod op privégebruik voor de auto van de zaak, maar ontbreekt de kilometeradministratie en is er... Lees meer >

Geldt er een verbod op privégebruik voor de auto van de zaak, maar ontbreekt de kilometeradministratie en is er nauwelijks controle op het privégebruik van de auto, dan moet er toch een bijtelling plaatsvinden. Dit heeft de rechter onlangs bepaald.

In deze zaak draaide het om een organisatie waarbij 25 tot 30 werknemers gebruik mochten maken van ongeveer negen bedrijfsauto’s om van kantoor naar de klant te rijden. De Belastingdienst stelde in 2012 een onderzoek in naar het privégebruik van de auto van de zaak. De fiscus constateerde dat voor geen enkele auto een kilometeradministratie  werd bijgehouden en dat de organisatie ook niet controleerde op privégebruik. Hij legde vervolgens een naheffingsaanslag voor de loonheffingen op over de niet-ingehouden bijtelling  voor de auto’s van de zaak over de jaren 2008 tot en met 2012.

Niet na te gaan of sprake was van privégebruik

De organisatie was het hier niet mee eens. Zij had aan haar werknemers gemeld dat zij de auto’s niet voor privédoeleinden mochten gebruiken en een deel ervan had bij indiensttreding ook een Verklaring geen privégebruik auto ondertekend. De rechter stelde dat de organisatie niet kon bewijzen dat de auto’s op kalenderjaarbasis minder dan 500 privékilometers reden. Weliswaar gold een verbod op privégebruik, maar er was geen kilometeradministratie bijghouden, controleerde de organisatie niet op privégebruik en registreerde zij het terugbrengen van de sleutels niet. Er waren onvoldoende maatregelen genomen om privégebruik tegen te gaan. De rechter oordeelde dat het niet was na te gaan in welke mate er sprake was van privégebruik en kon daarom niet beoordelen of het privégebruik wel of niet meer dan 500 kilometer bedroeg op kalenderjaarbasis. De inspecteur had terecht een naheffing van € 85.024 opgelegd met een boete van € 5.000.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 augustus 2016, ECLI (verkort): 6541

Gemiddelde premie WGA en ZW in 2017 bekend

De gedifferentieerde premie Werkhervattingskas van UWV blijft gemiddeld genomen in 2017 vrijwel gelijk. Wel verandert er het één en... Lees meer >

De gedifferentieerde premie Werkhervattingskas van UWV blijft gemiddeld genomen in 2017 vrijwel gelijk. Wel verandert er het één en ander in de opbouw en financiering, zo staat in een publicatie van UWV.

Per 2017 bestaat de UWV-premie voor de Werkhervattingskas (Whk) nog maar uit twee componenten: een gedifferentieerde premie voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en een gedifferentieerde premie voor de Ziektewet (ZW). Op dit moment is de WGA-premie nog verder opgesplitst in een apart WGA-vast- en een WGA-flex-deel. Hij bestaat nu dus uit drie premiedelen.

Gedifferentieerde premie bepalen via UWV

De hoogte van de Whk-premie die UWV hanteert, hangt direct of indirect  af van het aantal werknemers dat vanuit uw organisatie de ZW en WGA instroomt. In de nota Gedifferentieerde premies WGA en ZW 2017 (pdf) van UWV staan de gemiddelde premies voor 2017.

  • gemiddelde WGA-premie 2017:   0,74%   (nu 0,47 + 0,24 = 0,71%)
  • gemiddelde ZW-premie 2017:      0,35%   (nu 0,36%)

De precieze premie voor 2017 krijgen werkgevers in november via een beschikking van de Belastingdienst. Ook kunnen werkgevers hun gedifferentieerde premie WGA en ZW voor 2017 al zelf berekenen via uwv.nl/premiewijzer.

Eigenrisicodragers zijn zelf verantwoordelijk

Werkgevers kunnen voor de WGA en de ZW afzonderlijk kiezen of ze gebruik willen maken van de publieke verzekering van UWV of zelf het risico willen dragen. Eigenrisicodragers betalen de Whk-premie van UWV niet, maar zijn dan ook zelf verantwoordelijk voor de uitkeringen en re-integratie van langdurig zieke werknemers.
In het Whk-stelsel veranderen met ingang van 2017 – naast de samenvoeging van de WGA-premiedelen – drie dingen:

  • Werkgevers die nu eigenrisicodrager zijn voor de WGA-vast en dit volgend jaar voor de hele WGA willen zijn, hoeven de WGA-flex-uitkeringen van werknemers die vóór 2017 ziek worden niet zelf te dragen.
  • Nieuwe eigenrisicodragers voor de WGA mogen alle lopende WGA-vast- en -flex-uitkeringen achterlaten bij UWV.
  • Werkgevers die na een periode van eigenrisicodragerschap terugkeren naar de publieke UWV-verzekering gaan een terugkeerpremie betalen die rekening houdt met WGA-uitkeringen uit het verleden.

Uitfasering dga-pensioen in eigen beheer

Het pensioen in eigen beheer wordt vanaf 2017 uitgefaseerd. Op Prinsjesdag dient Staatssecretaris Wiebes hiervoor een wetsvoorstel in.... Lees meer >

Het pensioen in de eigen B.V. van DGA is toch al jaren een punt van discussie met en door de belastingdienst. Waarom zou ik dan nu wel in actie moeten komen?” Tsja, na vele verkennende brieven van de staatssecretaris van financiën wordt nu met Prinsjesdag een wetsvoorstel gepresenteerd om eindelijk het probleem definitief op te lossen. Er is nog veel onduidelijk, maar de hoofdlijnen zijn al wel gepresenteerd. Kort en goed: “Het pensioen in eigen beheer van de DGA wordt afgeschaft”.

Wat is ook alweer het probleem? Veel DGA’s hebben bij de eigen B.V. een pensioenvoorziening opgebouwd. Enerzijds als een fiscale aftrekpost, anderzijds toch ook vaak met het idee om te zijner tijd toch wat te hebben.

Na 2008 ging dat dubbelop de verkeerde kant op: door de economische crisis werd de onderneming minder waard en ook beleggingen in vastgoed, die als pensioenpotje moesten dienen, werden tegen alle verwachtingen in minder waard.

Pensioen kan daarom in heel veel gevallen niet meer gedurende de hele periode van de volledige gemiddelde levensverwachting worden uitgekeerd, laat staan als u 100 zou worden (of 130 als u de huidige maximale theoretische levensverwachting hanteert als genoemd door hoogleraar Andrea Maier in TV-programma Zomergasten van zondag 28 augustus 2016).

Wat heeft de Staatssecretaris nu bedacht?
In 2017 krijgt de DGA met een pensioen in de eigen B.V een aantal mogelijkheden, maar de hoofdzaak is dat er geen pensioen eigen beheer meer is in de toekomst.
Wat gebeurt er dan met pensioenvoorziening?

Het dga-pensioen op de balans van de BV kent veel problemen. Het grote verschil tussen de commerciële en de fiscale waarde van de pensioenrechten in eigen beheer speelt de hoofdrol. Hierdoor is pensioen in eigen beheer veel te ingewikkeld geworden en is het vaak niet mogelijk dividenduitkeringen te doen. Een manier om dit op te lossen is het uitfaseren van pensioen in eigen beheer. In maart 2016 heeft Staatssecretaris Wiebes de uitfaseringsmogelijkheid al uitgewerkt. In zijn brief voor het zomerreces aan de Tweede Kamer heeft hij zijn definitieve voorkeur uitgesproken voor het uitfaseren vanaf 1-1-2017. Om tijd te winnen slaat de Staatssecretaris een internetconsultatie over.

Uitfaseren met afkoop

Het is straks niet meer mogelijk om voor nieuwe jaren het pensioen in eigen beheer in de BV op te bouwen. De pensioenrechten die al zijn opgebouwd mogen zonder afrekenen worden afgestempeld naar de (vaak veel) lagere fiscale (balans)waarde. Daarna mag de pensioenverplichting in 2017, 2018 of 2019 (volledig) worden afgekocht tegen de fiscale waarde op 31 december 2015. Staatssecretaris  Wiebes kiest voor een driejarige afkoopmogelijkheid in plaats van één jaar. Om een snelle afkoop te stimuleren is de korting in 2017 het hoogste.

Afkoopjaar Korting op de grondslag voor de loonheffing Deel van de afkoopsom belast met loonheffing Effectief tarief bij een tabeltarief van 52%
2017 34,5% 65,5% 34,06%
2018 25% 75% 39%
2019 19,5% 80,5% 41,86%

Beslissend bij de afkoopregeling is de fiscale verplichting eind 2015. Staatssecretaris  Wiebes wil anticipatie voorkomen. Hiermee is duidelijk dat het voor de afkoopregeling geen zin meer heeft om in 2016 alsnog pensioen toe te zeggen of maatregelen te nemen om de verplichting te verhogen. De beruchte fiscale straf bij afkoop, de revisierente van 20%, geldt niet bij de afkoopregeling. Duidelijk is dat BV’s die kunnen afkopen, dat het beste in 2017 kunnen doen.

Afkopen kost geld

De afkoopregeling is niet voor iedere BV weggelegd. Ondanks de korting zal in situaties waarin vele jaren pensioen is opgebouwd nog steeds veel loonheffing worden geheven. Deze belasting moet de BV in een keer betalen. Voor de DGA en de BV die niet wil of kan afkopen, komt er een alternatief: de spaarvariant bij uitfasering.

Spaarvariant bij uitfasering

Bij de spaarvariant mogen eerst de pensioenrechten worden afgestempeld naar de fiscale balanswaarde. Deze fiscale balanswaarde wordt zonder loonheffing en vennootschapsbelasting omgezet in een oudedagsspaarverplichting. Na de omzetting mag er geen opbouw meer plaatsvinden. Voordeel van de omzetting in de spaarvariant is dat het verschil tussen commerciële en fiscale waarde verdwijnt. Dat geeft meer ruimte voor dividenduitkeringen.

Belastingheffing bij spaarvariant

De oudedagsspaarverplichting wordt pas belast als er wordt uitgekeerd. Als u als dga de pensioenleeftijd bereikt krijgt u het gespaarde bedrag in 20 jaar in gelijkmatige bedragen uitbetaald. De uitkeringen worden bij u belast in box 1.

Waar moet u rekening mee houden?

Het is vrijwel zeker dat u als DGA  vanaf 2017 geen nieuw pensioen meer in de BV mag opbouwen. Wat u in de  al hebt opgebouwd, mag u drie manieren afwikkelen:

  • Uw pensioenrechten in eigen beheer ongewijzigd laten staan, en afwikkelen zoals u met de BV hebt afgesproken.
  • Afkoop voor de fiscale balanswaarde, in 2017, 2018 of 2019. Hierbij wordt in 2017 direct 65,5% van de waarde belast met loon- en inkomstenbelasting. In de jaren daarna is de heffing hoger.
  • Omzetten van de fiscale balanswaarde in een oudedagsspaarverplichting, die u in de toekomst uitkeert.

Dit zijn voor u als dga belangrijke aandachtspunten:

  • Bij afkoop en omzetting in de spaarvariant geldt dat ook uw partner hiermee moet instemmen. Mogelijk is hiervoor compensatie nodig. Afkoop of omzetting zijn hiermee in zeker zin geen vrije keuze.
  • Voor een pensioenafkoop moet uw BV voldoende middelen hebben. U doet er verstandig aan een voornemen tot afkoop in 2017 mee te laten wegen bij uw investeringsbeslissingen in het vervolg van 2016. Bij afkoop in 2017 krijgt u immers de hoogste korting.
  • Afkopen is lang niet altijd fiscaal voordeliger dan het in 20 termijnen afwikkelen van de oudedagsspaarverplichting. Een zorgvuldige fiscale keuze is dus geboden. Een financiële planning geeft inzicht voor een weloverwogen keuze

Niets doen
Als je niets doet, dan wordt de pensioenvoorziening een eenvoudige fiscale oudedagsvoorziening voor de fiscale waarde op de balans. De huidige torenhoge commerciële waarde doet er dan niet meer toe. Vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd wordt deze voorziening in 20-jaar tijd afgebouwd en uitgekeerd. Dit is vergelijkbaar met een bankspaarpolis en is belast in box 1.

Afkoop huidige voorziening
Wat voorheen te vuur en te zwaard werd bestreden door de belastingdienst, wordt volgend jaar gepropageerd door de overheid: afkoop van de pensioenvoorziening. Deze wordt gebaseerd op de fiscale waarde van de voorziening per 31 december 2015. Dit is om te voorkomen dat nu nog aanpassingen in de pensioentoezeggingen worden gedaan om de afkoop te optimaliseren. Deze afkoop is dan weliswaar belast in de inkomstenbelasting, maar je bent geen strafheffing van 20% extra verschuldigd, waardoor de heffing voorheen vaak op 72% (52% + 20%) uitkwam.

De afkoop mag zelfs tegen de fiscale waarde en in 2017 wordt er zelfs een korting van 34,5% op de fiscale voorziening  en in 2018 van 25% en in 2019 van 19,5%. Klinkt aanlokkelijk, maar is dat ook zo?

Zonder nu in details te treden: het belangrijkste nadeel is dat de belastingheffing naar voren wordt gehaald. Wilt u een juiste berekening kunnen maken dan zult u ook een berekening moeten maken wat de heffing geweest zou zijn als u  te zijner tijd de normale pensioentermijnen zou uitkeren. Bovendien had u dan dat geld wat nu aan loonheffing moet worden afgedragen nog ter beschikking gehad om rendement mee te maken. Wie weet wat u  er allemaal mee zou kunnen doen.

Diverse proefberekeningen geven aan dat afkoop niet altijd de meest optimale keuze is.

Mijn pensioen moet pensioen blijven!
Dan rest er niets anders dan de pensioenrechten af te storten bij een verzekeraar. Dan moet echter wel de commerciële waarde afgestort worden. U hebt net gelezen dat de rente momenteel negatief is.

Het is daarom tijd om op andere manieren naar uw inkomsten en vermogen te kijken en niet te vertrouwen op pensioen.

Wat zijn de voordelen van het afschaffen van pensioen eigen beheer?
Eigenlijk is dat niet de goede vraag. De vraag zou moeten zijn:  wat is het voordeel van dit wetsvoorstel?

1. Er kan weer sneller dividend uitgekeerd worden. De commerciële waarde van het pensioen is niet meer van belang en dat scheelt snel een paar ton bij vergevorderde pensioenvoorzieningen die vlak voor pensioendatum zitten bij de beoordeling of er dividend uitgekeerd kan en mag worden.

2. Geen ingewikkelde actuariële berekeningen meer met speciale software. De hoogte van de resterende voorziening kan op de achterkant van een sigarendoos, of zo u wilt een modernere variant, op de mobiele telefoon, uitgerekend worden.

3. Geen (bijna) jaarlijkse aanpassing van de pensioentoezeggingen en pensioenbrieven van de DGA meer, die tot extra kosten leiden.

Conclusie
Het wetsvoorstel, dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, moet nog op heel veel vragen antwoord geven. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er met de dotatie aan de pensioenvoorziening 2016? Bovendien zijn er heel veel situaties denkbaar dat de keuze voor een optie tot andere consequenties dan fiscale leidt, denk daarbij aan echtscheidingen, gedeeltelijk herverzekerde pensioenen bij verzekeraars, gevolgen bij overlijden etc.

Kortom, dit is zeker een moment om een weloverwogen keuze te maken en dit te doen in de vorm van het in kaart brengen van een financiële planning. wij helpen u daar graag bij

bron: kamerbrief

Huishoudens betalen grootste deel milieubelasting

De overheid incasseerde vorig jaar 24,6 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. Bijna twee derde daarvan werd betaald door... Lees meer >

De overheid incasseerde vorig jaar 24,6 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen. Bijna twee derde daarvan werd betaald door de Nederlandse huishoudens.

Bedrijven droegen een derde van de lasten bij, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag.

Het grootste deel van de totaal geïnde milieubelastingen en -heffingen bestond in 2015 uit accijns op brandstof. Producenten waren hieraan 3 miljard euro kwijt en Nederlandse huishoudens bijna 5 miljard euro.

De motorrijtuigenbelasting was de tweede inkomstenbron voor de overheid. Producenten betaalden ruim 1 miljard euro aan deze belasting en huishoudens 4,5 miljard euro.

Energiebelasting

Op de derde plek volgt energiebelasting , met ongeveer gelijk verdeelde lasten tussen producenten en burgers. De energiebelasting leverde de staatskas in 2015 in totaal 4,5 miljard euro op.

Afvalstoffenheffing, rioolrechten en afvalwaterheffing komen voor het merendeel op conto van de huishoudens. De belasting op personenauto’s en motorrijwielen en overige milieubelastingen en -heffingen worden in meerderheid door bedrijven betaald.

Het principe “de vervuiler betaalt” gaat niet altijd op, stelt het CBS. Producenten zijn verantwoordelijk voor 80 procent van de uitstoot van broeikasgassen, maar betalen nog niet de helft van de belastingen op energie. De huishoudens, die nog geen vijfde bijdragen aan de uitstoot van broeikasgassen, betalen meer dan de helft.

Bron: NU.nl

Belastingdienst, curatoren en banken overhoop over btw

Curatoren, de Belastingdienst en banken liggen vaak overhoop over de btw-afdracht over aankopen uit een failliete winkel.... Lees meer >

Curatoren, de Belastingdienst en banken liggen vaak overhoop over de btw-afdracht over aankopen uit een failliete winkel. Vaak beroepen banken zich op een arrest van de Hoge Raad uit 1983. Daarin bepaalde de Raad dat houders van pandrechten op voorraden zich de btw mogen toe-eigenen wanneer die spullen worden verkocht.

Tien jaar geleden kwam de wetgever met aanvullende wetgeving, waarbij werd bepaald dat bij verkoop aan een andere ondernemer de btw wordt `verlegd`. De koper moet in dit geval de btw afdragen aan de fiscus, en niet aan de houder van het pandrecht. Deze regel geldt niet bij verkoop aan particulieren, wel betalen zij de btw aan de verkoper. De houder van het pandrecht kan met een beroep op het arrest uit 1989 zich wel die belasting proberen toe te eigenen.

Volgens curator Toni van Hees is het `absurd` dat banken denken dat de btw hen toekomt. Hij trad op als curator bij het faillissement van Perry Sport en Aktiesport. `De vier banken wilden de gehele opbrengst inclusief btw houden, maar toen ik ze voor de rechter daagde, bonden ze in.` Hij gaf de banken slechts de inkoopwaarde van de verkochte goederen. `Welbeschouwd hadden zij slechts recht op het bedrag dat zij bij een executieverkoop voor de goederen zouden krijgen.`

Bron: Profnews

Wet DBA: een gezagsverhouding volgens de fiscus

De nieuwe Wet DBA vervangt sinds 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Er bestaat veel discussie over de... Lees meer >

De nieuwe Wet DBA vervangt sinds 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Er bestaat veel discussie over de vraag: hoe beoordeelt de Belastingdienst of er sprake is van een dienstverband? In dit artikel lees je hoe de fiscus omspringt met het gezagscriterium.

De afgelopen maanden ontstond er veel onduidelijkheid rondom de Wet DBA. Opdrachtgevers vrezen terecht of onterecht dat hun verhouding met opdrachtnemers in de toekomst wordt beoordeeld als dienstverband. Werkgevers die twijfelen over hun relatie met freelancers, kunnen een modelovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. Die gebruikt de criteria loon, persoonlijke arbeid en arbeidsverhouding om deze overeenkomsten te beoordelen. Dat klinkt simpel, maar de manier waarop deze criteria worden gehanteerd blijft onduidelijk.

Instructie of aanwijzing?

Een belangrijke vraag waarop HR de komende maanden een antwoord moet formuleren is: is er sprake van gezagsverhouding tussen mij als opdrachtgever en de zzp’ers die ik inhuur? Om werkgevers hierbij te helpen publiceerde de Belastingdienst in maart de Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties. De fiscus schrijft hierin onder meer: ‘Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is van belang of de opdrachtgever bevoegd is om aanwijzingen en instructies te geven aan de opdrachtnemer, waarbij de opdrachtnemer verplicht is deze te volgen’ en ‘In zijn algemeenheid is wel aan te geven dat als het instructierecht van de opdrachtgever en de feitelijk verstrekte opdrachten en instructies aan de opdrachtnemer, slechts een nadere bepaling van de verlangde prestaties inhouden, geen sprake is van een ‘gezagsverhouding’, zoals kenmerkend voor de arbeidsovereenkomst’ (p.4).
Dit komt in het kort op neer dat een opdrachtnemer zelfstandig en naar eigen inzicht zijn opdracht moet kunnen uitvoeren, zonder toezicht van de opdrachtgever. Opdrachtgevers mogen wel in algemene zin aangeven welk resultaat zij verwachten van de opdrachtnemer, maar geen strikte instructies geven over de uitvoering. Dit is een grijs gebied, want het is als opdrachtgever wel toegestaan om aanwijzingen te geven over hoe het gewenste resultaat kan worden bereikt (art. 7:402 lid 1 BW). Zo mag een opdrachtgever van een verhuizer wel aangeven dat een kwetsbaar meubelstuk niet extra ingepakt hoeft te worden, schrijft de Belastingdienst in zijn handreiking.
De fiscus benadrukt dat er bij de beoordeling van de werkrelatie veel verschillende factoren worden meegenomen en ze daardoor niet kunnen aangeven welke ‘feitelijke situaties’ leiden tot de conclusie dat er sprake is van een dienstverband.

Uitsluiten of beperken van instructierecht

Om te voorkomen dat de fiscus oordeelt dat er sprake is van een gezagsverhouding is het van belang om in de freelance overeenkomst vast te leggen dat het geven van aanwijzingen en instructies wordt beperkt of volledig wordt uitgesloten. Veel werkgevers zullen kiezen voor de eerste optie, omdat het volledig uitsluiten van aanwijzingen/instructies in de praktijk niet werkbaar is. Bij de beoordeling van de gezagsrelatie kijkt de Belastingdienst naar de instructies over de werkinhoud (materieel gezag) en naar andere aspecten zoals werktijden en werklocatie (formeel gezag).

Om dit vast te leggen kan je gebruiken maken van de algemene modelovereenkomst ‘geen werkgeversgezag’, opgesteld door de Belastingdienst. Hierin staan de artikelen die van belang zijn om te bepalen of er sprake is van een dienstverband geel gemarkeerd. De overige artikelen kan je aanpassen aan de hand van je eigen, bedrijfsspecifieke situatie.

Bron: P&O actueel

Waar ligt de grens tussen een hobby en werk

Als in uw vriendenkring bekend is dat u goed kunt schilderen of in no-time een terras kunt aanleggen, wordt... Lees meer >

Als in uw vriendenkring bekend is dat u goed kunt schilderen of in no-time een terras kunt aanleggen, wordt u regelmatig gevraagd om uw vrienden een handje te helpen. Zij zijn niet te beroerd en gaarne bereid een gepaste vergoeding te betalen voor uw werkzaamheden.

Veel mensen zullen zich daarbij niet afvragen of u hierover inkomstenbelasting moet betalen. U zou dat moeten doen als er sprake is van een bron van inkomen. Hiervan is sprake indien u deelneemt aan het economische verkeer met het oogmerk om hier voordelen mee te behalen. Als u zich niet naar buiten toe manifesteert als huisschilder of stratenmaker is er niets aan de hand. U wordt niet geacht deel te nemen aan het economische verkeer.

Als u voor uzelf wilt gaan beginnen zult u zich wel als ondernemer naar buiten toe profileren. Door hoge aanloopkosten kan het resultaat bij aanvang van uw onderneming negatief zijn. Als uw activiteiten als bron van inkomen kunnen worden gezien kunt u het verlies uit uw onderneming verrekenen met andere belaste inkomsten (salaris dat u elders verdient / verdiende) in datzelfde jaar. Kan er geen verrekening binnen het jaar plaatsvinden dan kan er een verrekening plaatsvinden met de inkomsten uit de 3 voorafgaande jaren en de komende 9 jaren.

Wanneer de kosten structureel meer bedragen dan uw omzet, is de kans reëel dat de Belastingdienst uw activiteiten niet als bron van inkomen accepteert. Dit omdat u wellicht wel het oogmerk hebt om voordelen te behalen (subjectief) maar u niet in staat bent deze daadwerkelijk te realiseren (objectief). Wanneer dit het geval is, zal de Belastingdienst de negatieve post uit uw aangifte schrappen en zal zij uw box-1 inkomen dus verhogen. Onlangs is bekend gemaakt dat bij het beoordelen van de aangiften inkomstenbelasting 2015 meer aandacht wordt besteed aan bovenstaande problematiek.

Betekent dit dat wanneer uw activiteiten in de toekomst alsnog winstgevend worden, deze buiten de belastingheffing kunnen blijven? Nee dat is niet het geval. Vanaf dat moment is objectief vast te stellen dat uw activiteit wel winstgevend is en is er fiscaal gezien dus sprake van een bron van inkomen. De wetgever geeft u dan wel het recht om de “bedrijfskosten” van de vijf voorafgaande kalenderjaren als aanloopkosten in aanmerking te nemen. Het is dan wel handig om een vorm van administratie achter de hand te hebben zodat u de kosten richting de Belastingdienst aannemelijk kan maken.

Bron: Actuele artikelen

Geen einde voor de KOR

Staatssecretaris Wiebes van Financiën is niet van plan om de kleineondernemingsregeling (KOR) af te schaffen.... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën is niet van plan om de kleineondernemingsregeling (KOR) af te schaffen. Dit blijkt uit een recente Kamerbrief aan de Tweede Kamer. Wel gaat hij onderzoeken of de regeling vereenvoudigd kan worden.

De kleineondernemingsregeling  is een regeling in de BTW waar ondernemers met een lage omzet gebruik van kunnen maken. De KOR zorgt ervoor dat zij geen of minder BTW hoeven af te dragen als zij onder bepaalde grenzen blijven. De regeling geeft een vermindering van belasting als het BTW-bedrag minder dan € 1.883 per jaar bedraagt. Betaalt de organisatie jaarlijks niet meer dan € 1.345 aan BTW, dan hoeft een organisatie via de KOR helemaal geen BTW te betalen.

Administratieve last verminderen voor kleine organisaties

De administratieve verplichtingen van de BTW  drukken volgens de staatssecretaris echter zwaar op kleine organisaties. De staatssecretaris wil daarom de administratieve lasten voor kleine organisaties verminderen. Hij wil de KOR niet beëindigen, maar gaat wel uitzoeken of de huidige regeling eenvoudiger kan.

Tijd voor aanvraag eigen risico WGA gaat dringen

Wil uw organisatie het risico van arbeidsongeschiktheid voor werknemers die onder de WGA vallen privaat verzekeren, dan moet de... Lees meer >

Wil uw organisatie het risico van arbeidsongeschiktheid voor werknemers die onder de WGA vallen privaat verzekeren, dan moet de aanvraag uiterlijk 1 oktober bij de Belastingdienst binnen zijn. Organisaties die eigenrisicodrager zijn en dit willen blijven, hebben nog iets meer tijd om actie te ondernemen.

Werkgevers die de risico’s van arbeidsongeschiktheid voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) per 2017 zelf willen dragen, moeten hun aanvraag vóór 2 oktober 2016 indienen bij de Belastingdienst. Daarbij moeten zij een garantieverklaring meesturen waarin staat dat de werkgever zich garant stelt voor het nakomen van verplichtingen tegenover werknemers, zoals de betaling van eventuele uitkeringen en re-integratietrajecten. Organisaties die al privaat verzekerd zijn en eigenrisicodrager willen blijven, moeten voor 2017 een nieuwe verklaring afgeven. Dat kan tot en met 31 december 2016.

OR heeft adviesrecht en instemmingsrecht

De werkgever moet de ondernemingsraad tijdig informeren zodat deze zich goed kan voorbereiden. De OR heeft adviesrecht bij de keuze voor het eigenrisicodragerschap en speelt ook na de keuze voor publiek of privaat verzekeren nog een rol. De OR heeft instemmingsrecht over het vaststellen, wijzigen of intrekken van regelingen die samenhangen met verzuim en re-integratie. Bij de keuze voor eigenrisicodragerschap hoort een strak verzuimbeleid. Verandering van het verzuim- en re-integratiebeleid moeten ook ter instemming worden voorgelegd aan de OR.

Einde van werkgeversverklaring voor hypotheek?

De werkgeversverklaring is in de nabije toekomst niet meer benodigd om een hypotheek af te sluiten. ... Lees meer >

De werkgeversverklaring is in de nabije toekomst niet meer benodigd om een hypotheek af te sluiten. Althans, dat is bedoeling van een proef die de hypotheekbranche heeft opgezet.

De werkgeversverklaring  helpt een werknemer bij het bemachtigen van een hypotheek. In het document vermeldt de werkgever onder meer inkomensgegevens, informatie over (het voortzetten van) het dienstverband en of er sprake is van een loonbeslag. Uit cijfers van De Hypotheker en Florius blijkt dat een werkgever voor één hypotheekaanvraag de verklaring vaak twee á drie keer moet aanleveren, omdat hij de eerste versie onzorgvuldig of onvolledig invult. De hypotheekbranche wil dit onnodige oponthoud wegnemen. Er is daarom een pilot gestart die de werkgeversverklaring overbodig moet maken.

Digitalisering van hypotheekaanvraag

De proef houdt in dat een werknemer de mogelijkheid krijgt om via mijnuwv.nl gegevens over zijn loon en werkgever(s) op te halen. Dit digitale document vervangt de werkgeversverklaring. Op termijn zou de werknemer ook voor het aanleveren van de loonstrook een digitale werkwijze kunnen gebruiken. De proef is een initiatief van een aantal grote partijen uit de hypotheekbranche, maar beperkt zich in eerste instantie tot een kleine doelgroep. Blijkt het vereenvoudigde aanvraagproces aan te slaan, dan zullen meer hypothekers en klanten ervan kunnen profiteren

Regels voor delen vakantiedagen gepubliceerd

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een factsheet gepubliceerd met daarin de regels voor het delen van... Lees meer >

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een factsheet gepubliceerd met daarin de regels voor het delen van vakantiedagen tussen collega’s. Volgens de factsheet bepaalt de werkgever of het overdragen van vakantiedagen binnen de organisatie mogelijk is.

In de factsheet (pdf) worden de regels voor het delen van vakantiedagen uitgelegd. Het ministerie benadrukt dat het delen van vakantiedagen bedoeld is voor werknemers die mantelzorg verrichten en voor wie andere verlofvormen – zoals zorgverlof of calamiteitenverlof – onvoldoende toereikend zijn. Daarnaast is het overdragen van vakantiedagen alleen toegestaan voor de bovenwettelijke vakantiedagen. Dit zijn de extra dagen die bovenop de wettelijke vakantiedagen in de cao of arbeidsovereenkomst zijn afgesproken.

Werkgever bepaalt of delen van vakantiedagen mogelijk is

In de factsheet staat ook dat de werkgever moet bepalen of hij het delen van vakantiedagen mogelijk wil maken. Hij doet er verstandig aan de ondernemingsraad hierbij te betrekken. Als de werkgever het delen van vakantiedagen toestaat, moet hij ook aangeven in welke situaties werknemers hiervan gebruik kunnen maken en welke voorwaarden hiervoor gelden. Hiermee kan ongelijke behandeling worden voorkomen. Daarnaast moet de werkgever bepalen hoe hij het delen van vakantiedagen praktisch gezien mogelijk wil maken. De werkgever kan werknemers niet dwingen hun vakantiedagen af te staan

Toolkit DBA op website helpt opdrachtgevers

De informatie op de website van de Belastingdienst over Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) is verplaatst en aangevuld. ... Lees meer >

De informatie op de website van de Belastingdienst over Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) is verplaatst en aangevuld. Nieuw is een toolkit DBA voor opdrachtgevers. Deze biedt hulp bij het bepalen of sprake is van een dienstbetrekking.

De informatie over DBA is weggehaald onder ‘ZZP’ en een niveau omhoog gebracht naar ‘Ondernemen’.

Videosnacks
De ‘toolkit’ bevat een stappenplan Modelovereenkomsten. Medewerkers van de Belastingdienst behandelen in videosnacks de meest gestelde vragen over DBA. Zo komen onder meer de vragen ‘Wat is een fictieve dienstbetrekking’ en ‘Mag ik bij het werken afwijken van de modelovereenkomst’ aan bod.

Onder ‘Meer informatie’ ten slotte vindt u de linkjes naar de webinar ‘DBA voor opdrachtgevers’ en de Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties.

Bekijk de nieuwe pagina Toolkit DBA voor opdrachtgevers of ga direct naar de videosnacks op het YouTube-kanaal van de Belastingdienst.

Voorkom naheffing voor auto van de zaak

Bij belastingcontroles wil de fiscus vaak naheffen over de auto's van de zaak... Lees meer >

Bij belastingcontroles wil de fiscus vaak naheffen over de auto’s van de zaak. Op het gebied van de loonheffingen zal het dan bijna altijd gaan over het wel of niet rekening houden met een bijtelling, maar ook voor de BTW kan de Belastingdienst een naheffing voor de auto opleggen.

Werknemers die gebruikmaken van een ter beschikking gestelde auto krijgen te maken met een bijtelling . Deze bijtelling kan de werknemer voorkomen door een ‘Verklaring geen privégebruik’ aan de werkgever te overleggen en ervoor te zorgen dat er een sluitende rittenadministratie  is.

Andere aandachtspunten privégebruik auto van de zaak

Naast de toepassing van de bijtelling en het op de juiste manier voorkomen hiervan, zijn er  ook nog andere aandachtspunten:

  • De BTW-correctie  voor privégebruik is in principe 2,7% van de cataloguswaarde of u moet uitgaan van het werkelijk gebruik. Is er sprake van een marge-auto (een auto gekocht zonder BTW), dan is de correctie maar 1,5%. Ook als het privégebruik later dan vier jaar plaatsvindt na aanschaf van de auto door de werkgever, is de correctie 1,5%.
  • De bijtelling moet uw organisatie berekenen over de fiscale cataloguswaarde (dus niet over het aankoopbedrag).
  • Ook voor huurauto’s geldt een bijtelling.
  • Betaalt een werknemer een eigen bijdrage, dan is deze aftrekbaar als deze bedoeld is voor privégebruik. Leg dit vast in de overeenkomst met uw werknemer!
  • Een werknemer, zoals een directeur-grootaandeelhouder, kan voor twee of meer auto’s met een bijtelling te maken krijgen.
  • De 500-kilometergrens voor privégebruik geldt per jaar. Wisselt een werknemer dus halverwege het jaar van auto en gaat hij een kilometeradministratie bijhouden, maar heeft hij in het eerste halfjaar meer dan 500 kilometer privé gereden, dan krijgt hij toch te maken met een bijtelling.

Wat kunt u verwachten met Prinsjesdag?

Op de derde dinsdag van september presenteert het kabinet het Belastingplan 2017 aan de Tweede Kamer... Lees meer >

Op de derde dinsdag van september presenteert het kabinet het Belastingplan 2017 aan de Tweede Kamer. Maar voor die tijd zijn er vaak al heel wat maatregelen uitgelekt. Wat zijn de belastingmaatregelen die nu al bekend zijn?

Op dinsdag 20 september 2016 is het weer zover: Prinsjesdag. Het kabinet presenteert dan haar plannen voor 2017. Zoals gebruikelijk in de afgelopen jaren zijn er al meerdere maatregelen uitgelekt. Op fiscaal gebied gaat het dan om:

Vennootschapsbelasting

  • Uitfasering van het pensioen in eigen beheer.
  • Aanpassing van de tariefschijf door aanpassing van het pensioen in eigen beheer.
  • Aanpassing van de innovatiebox.
  • Aanpassing van de renteaftrekbeperking artikel 10 en 15ad Wet VPB.
  • Aanpassing vrijstelling zeehaven.

Inkomstenbelasting

  • Aanpak zzp’ers in de bijstand.
  • Van de multiplier in de giftenaftrek kan alleen nog in 2017 gebruik worden gemaakt.

Successiewet

Aanpassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, waardoor indirecte belangen niet meer onder de regeling vallen.

Overig

  • Invoering van een vast tarief energiebelasting voor laadpalen met een zelfstandige verbinding met het elektriciteitsnet.
  • Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening die de heffing van belasting regelt bij de automatische uitwisseling van gegevens over grensoverschrijdende rulings en afspraken over verrekenprijzen.
  • Aanpassing van de verhuurderheffing uitbreidingsvrijstelling voor zogenaamde slechte wijken.
  • Aanpassing Wet toezicht trustkantoren.
  • Aanpassing aanvullende maatregelen accountantsorganisaties.

 

Wijziging Ontslagregeling door afschaffing VAR

Per 1 juli 2016 is de Ontslagregeling die UWV hanteert bij het beoordelen van ontslagaanvragen gewijzigd. De wijziging heeft... Lees meer >

Per 1 juli 2016 is de Ontslagregeling die UWV hanteert bij het beoordelen van ontslagaanvragen gewijzigd. De wijziging heeft te maken met de afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR).

Een werkgever kan een werknemer ontslaan en vervolgens het werk uitbesteden aan een zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Voorwaarde is wel dat het om een echte zzp’er gaat en dat er dus geen sprake is van schijnzelfstandigheid. Er zijn hiervoor regels vastgelegd in de Ontslagregeling. Sinds 1 mei 2016 is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) ingevoerd en is de VAR vervallen. Hierdoor zijn er wijzigingen aangebracht in de Ontslagregeling.

Uitbesteed werk mag geen dienstverband zijn

Na het ontslag van een werknemer moet een werkgever kunnen aantonen dat hij het werk uitbesteedt aan iemand die niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkt. Dit kan door een (model)overeenkomst  te laten zien die door de Belastingdienst is goedgekeurd. Ontbreekt deze overeenkomst, dan zal de werkgever op een andere manier moeten bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld door middel van jaarstukken die een opdrachtnemer opmaakt voor de Belastingdienst, het in aanmerking komen of gebruikmaken van de opdrachtnemer van de fiscale zelfstandigenaftrek of het hebben van meerdere opdrachtgevers. Daarnaast moet de zzp’er zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Beroep op wederindiensttredingsvoorwaarde

Als de werkgever een werknemer heeft ontslagen en vervolgens de werkzaamheden laat uitvoeren door iemand die niet een echte zzp’er blijkt te zijn, kan een werknemer binnen 26 weken na de opzegging of ontbinding van de arbeidsovereenkomst een beroep doen op de wederindiensttredingsvoorwaarde. De ontslagen werknemer kan dan de kantonrechter verzoeken de opzegging te vernietigen of ontbinding te herstellen, óf een billijke vergoeding eisen.

Nieuwe voorwaarden eigenrisicodragen per 1 januari 2017 – kom tijdig in actie

Als u eigenrisicodrager voor de WGA bent, of als u dit wilt worden, dan gelden er vanaf 1 januari... Lees meer >

Als u eigenrisicodrager voor de WGA bent, of als u dit wilt worden, dan gelden er vanaf 1 januari 2017 andere voorwaarden. Vanwege deze veranderingen adviseren we u nu alvast stappen te ondernemen.

Met de nieuwe voorwaarden voor eigenrisicodragers wil de overheid de concurrentieverhoudingen tussen de private en de publieke verzekeringsmarkt verbeteren. Eigenrisicodragers dragen vanaf 1 januari 2017 zowel het risico voor vast als flexibel personeel.

Gevolgen voor nieuwe eigenrisicodragers

Er is geen inlooprisico meer als u eigenrisicodrager wilt worden voor de WGA. Dit betekent dat UWV de kosten overneemt van lopende uitkeringen van uw zieke werknemers, vanaf de datum waarop u eigenrisicodrager bent.
Uw aanvraag om eigenrisicodrager te worden, moet uiterlijk 1 oktober 2016 binnen zijn bij de Belastingdienst. Begin daarom op tijd met de voorbereiding. Dit stappenplan kan u daarbij helpen.

Gevolgen voor bestaande eigenrisicodragers

Bent u al eigenrisicodrager voor de WGA? En wilt u dit ook na 1 januari 2017 blijven? Dan moet u opnieuw een garantieverklaring indienen bij de Belastingdienst. Deze moet uiterlijk 31 december 2016 bij de Belastingdienst binnen zijn. Download hiervoor de modelgarantieverklaring bij de aanvraag eigenrisicodragerschap voor de WGA op www.belastingdienst.nl.
Let op: als u geen nieuwe garantieverklaring indient bij de Belastingdienst, of u doet dit niet op tijd, dan bent u vanaf 1 januari 2017 geen eigenrisicodrager voor de WGA meer. U blijft dan nog wel verantwoordelijk voor de lopende uitkeringen en de re-integratie van uw zieke werknemers. Tot de maximale termijn van 10 jaar, gerekend vanaf de eerste uitkeringsdag van de werknemer.

Bekijk alle veranderingen

Ketenbepaling seizoensgebonden werk aangepast sinds 1 juli

Vanaf nu mag u een medewerker na een tussenpoos van 3 maanden opnieuw een contract aanbieden... Lees meer >

Vanaf nu mag u een medewerker na een tussenpoos van 3 maanden opnieuw een contract aanbieden. Dit geldt voor werkgevers in de bouw, horeca, land- en tuinbouw en voor ander seizoensgebonden werk.

De oude regeling voor seizoensarbeid was dat u werknemers na een opeenvolging van 3 tijdelijke contracten pas na 6 maanden weer opnieuw een tijdelijk contract mocht aanbieden. Sinds 1 juli 2016 is een nieuwe ketenbepaling in de wet vastgelegd. Werknemers die door klimaatomstandigheden maximaal 9 maanden per jaar aan het werk kunnen, mag u nu na een tussenperiode van 3 maanden opnieuw tijdelijk in dienst nemen. Dit moet dan wel zijn vastgelegd in de cao die voor uw onderneming geldt.

Voordeel van de verkorting

De verkorting van de tussenperiode van 6 naar 3 maanden heeft als voordeel dat u geschikte werknemers langer bij uw bedrijf kunt laten werken. Dit is zonder dat er recht op een vast contract ontstaat.

Lees meer over de aangepaste ketenbepaling

Verhoogde schenkingsvrijstelling 2017

Met ingang van 1 januari 2017 wordt de verhoogde vrijstelling voor het schenken van € 100.000 voor de... Lees meer >

Met ingang van 1 januari 2017 wordt de verhoogde vrijstelling  voor het schenken van € 100.000 voor de eigen woning ingevoerd. Voor velen is dit een reden om te wachten met een schenking tot na 1 januari 2017. Er zijn echter situaties op basis van het overgangsrecht waarbij er al in 2016 actie is gewenst!

De reguliere vrijstelling wordt voor iemand tussen 18 en 40 jaar wordt per 1 januari 2017 verhoogd tot een bedrag van € 100.000, indien het een schenking ten behoeve van een eigen woning betreft.

De hoofdregel luidt dat maar eenmalig gebruik kan worden gemaakt van deze verhoogde vrijstelling.

Er zijn een aantal situaties waarbij dit jaar nog actie vereist is: 

  • Als er vóór 1 januari 2010  gebruik is gemaakt van de reguliere verhoogde schenking en men wenst in 2017 optimaal beroep te doen op de aanvullende vrijstelling ten behoeve van de eigen woning, dan moet in 2016 gebruik gemaakt worden van de inhaalvrijstelling van maximaal € 27.570.
  • Is het kind van de schenker vanaf volgend jaar 40 jaar of ouder, benut dan in 2016 nog de laatste mogelijkheid om van een vrijstelling gebruik te maken.
  • Als er nog geen verhoogde vrijstelling is benut dan bestaat er een keuze. Ofwel de gehele schenking in 2017 (of later) doen met een mogelijkheid tot spreiding over drie jaar. Danwel al in 2016 schenken voor de eigen woning. De verkrijger kan dit jaar de verhoogde vrijstelling eigen woning benutten tot een bedrag van € 53.016 en restant van de vrijstelling van € 46.984 in 2017 of 2018.

Let op: het overgangsrecht bepaalt dat, indien in 2016 slechts de regulier verhoogde vrijstelling wordt benut, de maximale vrijstelling in 2017 of 2018 wordt beperkt tot € 46.984.

 

Bron: De Belastingdienst

Buitenlandse btw? Uiterlijk 30 september teruggaafverzoek!

Ondernemers die in 2015 btw hebben betaald in andere EU-landen, kunnen via de Nederlandse Belastingdienst een uiterlijk op 30... Lees meer >

Ondernemers die in 2015 btw hebben betaald in andere EU-landen, kunnen via de Nederlandse Belastingdienst een uiterlijk op 30 september 2016 een teruggaafverzoek indienen om deze btw terug te vragen. Ben je te laat dan is er geen teruggaaf van buitenlandse btw meer mogelijk.

Terugvragen buitenlandse btw

De betaalde buitenlandse btw vraag je terug door een verzoek in te dienen op een speciale internetsite van de belastingdienst (zie: www.belastingdienst.nl/eubtw). Btw terugvragen uit een EU-land kan als je voldoet aan de volgende voorwaarden:

– Je bent ondernemer voor de omzetbelasting en jouw onderneming is in Nederland gevestigd.

– Je doet geen btw-aangifte in het andere EU-land.

– Je gebruikt de goederen en diensten uit het andere EU-land voor met btw belaste bedrijfsactiviteiten.

Als het btw-bedrag over het gehele kalenderjaar minder dan € 50 bedraagt, dan wordt geen teruggaaf verleend. Het is ook mogelijk om een teruggaaf te claimen per kwartaal, maar dan moet het btw-bedrag ten minste € 400 zijn.

Inloggegevens

De inloggegevens voor het teruggaafverzoek zijn niet gelijk aan die voor het indienen van de reguliere btw-aangifte. Indien je nog niet over de benodigde inloggegevens beschikt, moet je deze inloggegevens aanvragen bij de Belastingdienst. Hou er rekening mee dat het aanvragen van een gebruikersnaam en wachtwoord wel even kan duren. Vraag deze dus nu aan!

Teruggaafverzoek fiscale eenheid btw

Wanneer sprake is van een fiscale eenheid btw dient het teruggaafverzoek per entiteit van de fiscale eenheid te worden gedaan, en niet per fiscale eenheid. Iedere entiteit binnen de fiscale eenheid moet ook over eigen inloggegevens beschikken voor het doen van het teruggaafverzoek.

bron Belastingdienst

Wiebes schaft kleineondernemersregeling niet af

Staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, is niet van plan de kleineondernemersregeling af te schaffen. Wel wordt onderzocht of de... Lees meer >

Staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, is niet van plan de kleineondernemersregeling af te schaffen. Wel wordt onderzocht of de huidige regeling vereenvoudigd kan worden. Dat is het onderwerp van een brief die hij schrijft aan de vaste commissie van Financiën.

In de brief geeft hij aan dat de kleineondernemersregeling in de btw niet wordt afgeschaft. De regeling compenseert de administratieve verplichtingen die relatief zwaar op kleine ondernemers drukken.

Onderzoek naar vereenvoudiging
Wel wordt in algemene zin onderzocht of de regeling vereenvoudigd kan worden. Voorts legt Wiebes uit wanneer er volgens de Nederlandse en Europese regels sprake is van een ondernemer.

Met de brief reageert de staatssecretaris op verzoek van de vaste commissie van Financiën op een brief over vakantiewoningen en de btw. De briefschrijver stelt dat het onwenselijk is dat de Staat met de btw de aanschaf van vakantiewoningen subsidieert en doet een aantal voorstellen.

Lees hier de brief van de staatssecretaris.

Belastingdienst stuurt bevestigingsbrief over post op papier

De Belastingdienst verstuurt op 2 augustus een brief naar 55.000 particulieren die zelf of via iemand anders hebben gevraagd... Lees meer >

De Belastingdienst verstuurt op 2 augustus een brief naar 55.000 particulieren die zelf of via iemand anders hebben gevraagd om post op papier te blijven ontvangen. Doel van de brief is om de aanvraag te bevestigen.

De Belastingdienst stuurt deze particulieren van elk bericht aan de Berichtenbox een kopie op papier.

Geen gebruik maken van deze service
In de brief staat ook hoe deze service kan worden stopgezet en waar men terecht kan voor vragen.

Bekijk de voorbeeldbrief.

Valse e-mail (phishing) in omloop over e-mailadres van uw boekhouding

De Belastingdienst waarschuwt voor valse e-mails.... Lees meer >

De Belastingdienst waarschuwt voor valse e-mails. De nieuwste valse mail heeft als onderwerp ‘Informatie’ en vraagt naar het e-mailadres van uw boekhouding. Open de e-mail niet, maar verwijder hem meteen.

In de e-mail staat dat de Belastingdienst heeft geprobeerd om een belangrijk e-mailbericht naar de boekhouding van uw bedrijf te versturen. Omdat het adres niet blijkt te kloppen, wordt gevraagd het juiste e-mailadres van uw boekhouding terug te mailen. De e-mail is ondertekend door Geert Dirksen, Belastingdienst/Douane in Heerlen.

Open de e-mail niet, maar verwijder hem meteen.

Meer informatie
Zie ook onze eerder gepubliceerde berichten over valse e-mails, verzameld op de pagina Meldingen van phishing mail, verdachte e-mail en valse e-mail.

Bron: belastingdienst.nl

Wat blijft er straks over bij loonbeslag?

Als de beslagvrije voet bij loonbeslag straks op een nieuwe manier vastgesteld wordt, hoeveel houdt een werknemer dan eigenlijk... Lees meer >

Als de beslagvrije voet bij loonbeslag straks op een nieuwe manier vastgesteld wordt, hoeveel houdt een werknemer dan eigenlijk precies over? Dat is afhankelijk van zijn leefsituatie en inkomen.

De berekening van de beslagvrije voet bij loonbeslag gaat waarschijnlijk op de schop. Het wetsvoorstel dat dit regelt, is onlangs opengesteld voor internetconsultatie. Hierdoor is het mogelijk om precies uit te rekenen hoeveel werknemers met loonbeslag in de toekomst precies overhouden. De beslagvrije voet is in ieder geval maximaal:

  • voor een alleenstaande zonder kinderen: € 1.486,37 bruto per maand;
  • voor een alleenstaande ouder: € 1.623,45 bruto per maand;
  • voor echtgenoten of geregistreerde partners zonder kinderen: € 1.956,90 bruto per maand;
  • voor echtgenoten of geregistreerde partners met een of meerdere kinderen: € 2.093,48 bruto per maand.

Berekening nodig voor precies bedrag

Deze maximumbedragen gelden niet zomaar. Hoeveel de werknemer overhoudt, blijft namelijk afhankelijk van de situatie van de werknemer. Wat is zijn inkomen en komt hij bijvoorbeeld in aanmerking voor zorgtoeslag, huurtoeslag of een kindgebonden budget?  In totaal zijn er elf factoren van invloed.

Verbetering ondanks ingewikkelde berekening

De berekening voor de beslagvrije voet voor een alleenstaande werknemer zonder kinderen ziet er bijvoorbeeld straks zo uit: (95% * A) + (((C -/- (S/12)) * T) + ((U*C² + V * C) -/- Y)). De berekening wordt er dus niet echt eenvoudiger op.
Toch heeft de nieuwe manier om de beslagvrije voet vast te stellen een groot voordeel. Alle gegevens die ervoor nodig zijn, zijn namelijk al bekend bij UWV. Daardoor hoeven werknemers niet langer zelf allerlei gegevens aan te leveren. De berekening wordt dus in ieder geval minder foutgevoelig.

Wiebes vindt belastingdruk voor eenverdieners niet te hoog

Het klopt niet dat huishoudens met één inkomen netto geld inleveren als ze meer gaan verdienen, zegt staatssecretaris Eric... Lees meer >

Het klopt niet dat huishoudens met één inkomen netto geld inleveren als ze meer gaan verdienen, zegt staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën). Wel erkent hij dat de belastingdruk relatief hoog is voor inkomens tussen de 20.000 en 35.000 euro.

“Werk loont in de meeste gevallen wel degelijk”, aldus Wiebes in reactie op Kamervragen van de SP en de SGP. Met name de SGP is kritisch over de huidige belastingregels, omdat de partij vindt dat daardoor eenverdieners worden benadeeld ten opzichte van tweeverdieners.

Volgens Wiebes klopt dat niet. “Een brutostijging in inkomen levert vrijwel altijd een vooruitgang in het netto-inkomen op.” Toch blijkt ook uit zijn berekening dat een loonstijging van 50 procent kan leiden tot een inkomensstijging van slechts 1,7 procent.

Belastingdruk

Alleen iemand bij wie het bruto-inkomen stijgt van 31.000 naar 32.000 euro, verdient netto minder. “De belastingdruk neemt vanaf daarna verder toe naarmate het loon stijgt”, aldus Wiebes.

De staatssecretaris erkent wel dat de belastingdruk relatief hoog is voor de inkomensgroep tussen de 20.000 en 35.000 euro. Bij een brutoloon van 20.000 euro per jaar is het netto-inkomen hoger dan het brutoloon, dankzij bijvoorbeeld huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag en algemene heffingskorting. Wie meer gaat verdienen, ontvangt stapsgewijs minder toeslagen.

“Inkomensondersteuning is er alleen voor huishoudens die dat nodig hebben”, licht Wiebes toe. “Niet alleen eenverdienerhuishoudens in deze groep hebben een hoge belastingdruk. Dat geldt net zo goed voor alleenstaanden en tweeverdieners.”

Motie

Een meerderheid van PvdA, VVD en D66 stemde donderdag tegen moties van CDA en ChristenUnie om de fiscale positie van eenverdieners te verbeteren.

In de Eerste Kamer is wel een meerderheid om de kloof tussen een- en tweeverdieners te verkleinen. Wiebes kreeg uit de senaat eerder deze week de opdracht om daar voorstellen voor te doen.

Bron: NU.nl

Kamer wil belasting op online gokken naar sport

De sport moet profiteren van de belasting op online gokken, vinden de regeringspartijen VVD en PvdA. ... Lees meer >

De sport moet profiteren van de belasting op online gokken, vinden de regeringspartijen VVD en PvdA.

Zij gaan hun wens later donderdag in de Tweede Kamer presenteren. De Kamermeerderheid vindt dat het geld zowel naar topsporters als amateurs moet gaan.

Dus naar deelnemers aan de Olympische Spelen maar ook naar de plaatselijke sportclub, aldus VVD-Kamerlid Jeroen van Wijngaarden. Het kan gaan om 8 miljoen euro tot mogelijk meer dan 10 miljoen euro per jaar extra voor de sport.

Het is de bedoeling dat online gokken, zoals op sportwedstrijden, in Nederland legaal wordt. Op dat gokken op Nederlandse websites zal de normale 29 procent kansspelbelasting worden geheven. Een deel daarvan kan dus naar de sport, aldus VVD en PvdA.

Bron: NU.nl

Een op drie VAR-vervangers voor zzp`ers afgekeurd

De fiscus is streng bij de beoordeling van modelovereenkomsten die zzp`ers en hun opdrachtgevers zekerheid moeten geven dat er... Lees meer >

De fiscus is streng bij de beoordeling van modelovereenkomsten die zzp`ers en hun opdrachtgevers zekerheid moeten geven dat er geen sprake is van schijnzelfstandigheid in hun arbeidsrelatie. Van de 2.400 behandelde VAR-vervangers keurde de Belastingdienst er 750 af en zijn er 800 ingetrokken.

Van de resterende overeenkomsten zijn er 200 goedgekeurd en zitten er 650 nog in de procedure, zo komt naar voren uit een overzicht van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën. Hierin staat ook dat 1.100 aanvragen voor goedkeuring nog niet in behandeling zijn genomen. Volgens Wiebes zijn er door de Belastingdienst tien algemene modelovereenkomsten gepubliceerd, die door iedereen te gebruiken zijn. Veel zzp`ers en opdrachtgevers kunnen er echter niet mee uit de voeten. Zowel branche- en belangenorganisaties als individuele zzp`ers en opdrachtgevers leggen eigen overeenkomsten aan de fiscus voor.

Zzp`ers en opdrachtgevers klagen over de onzekerheid die ontstaan is nadat begin mei de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) is vervangen door de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA). Deze wet vereist dat opdrachtnemer en -gever in geval van twijfel over hun arbeidsrelatie een goedgekeurde overeenkomst aangaan teneinde een fictief dienstverband uit te sluiten.

Bron: Profnews

De eigen woning verhuizen naar box 3 helpt het jonge gezin niet

Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft in één van zijn jaarlijkse ramingen van dit jaar, het Centraal Economisch Plan... Lees meer >

Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft in één van zijn jaarlijkse ramingen van dit jaar, het Centraal Economisch Plan (CEP) 2016, een beschouwing toegevoegd over het verbeteren van de financiële positie van de jonge werkenden.

Veel jonge huishoudens zijn een aanzienlijk deel van hun inkomen kwijt aan pensioenpremies en hun eigen woning lening, aldus het CPB. Dit pakt volgens het CPB niet handig uit omdat jonge gezinnen met kinderen hoge lasten hebben en een deel van het inkomen dat aan de eigen woning lening en pensioenpremies opgaat, goed zouden kunnen gebruiken. Op latere leeftijd stijgt het inkomen, terwijl de lasten juist afnemen, doordat de kinderen het huis uitgaan en al een flink deel van de eigen woning lening is afgelost. Een scheve verhouding van lasten en baten dus, waar de overheid wat aan zou kunnen doen.

Een terechte constatering, maar het is maar de vraag of de voorgestelde maatregelen een adequate oplossing bieden. Eén van de voorstellen van het CPBis het verhuizen van de eigen woning van box 1 naar box 3. Volgens het CPB wordt met deze maatregel een verschuiving van belastingen naar later in de levensloop bereikt, wat positief zou moeten uitpakken voor jonge gezinnen.

Maar laten we eens met een voorbeeld nagaan wat deze verschuiving zou betekenen voor een gezin met een eigen woning van € 300.000, een lening voor hetzelfde bedrag en een hypotheekrente van 4% per jaar. Laten we verder veronderstellen dat de eigen woning rente tegen 50,5% wordt afgetrokken en dat de beide partners in de hoogste inkomensschijf van de loonbelasting zitten. De fiscale lasten van deze eigen woning worden gevormd door het eigen woning forfait ad € 1.170 netto per jaar. De netto aftrek van de eigen woning rente bedraagt € 6.060. De eigen woning levert dat jaar dus een fiscaal netto voordeel op van €  4.890. Zou de woning verhuizen naar box 3, dan zou de schuld tegen de waarde van de woning wegvallen, wat betekent dat er per saldo geen belasting wordt geheven. Maar er is ook geen renteaftrek. Een fiscaal saldo van nihil dus. Dat betekent een netto inkomensachteruitgang van € 4.890 per jaar voor dit jonge gezin.

De constatering van het CPB dat de opeenstapeling van lasten bij jonge gezinnen niet gelukkig uitpakt, is terecht. De geboden oplossing lijkt het probleem van de jonge gezinnen echter alleen maar te verergeren.

Bron: Actuele artikelen

SBR banken vanaf 1 januari 2017

Vanaf 1 januari 2017 gaan banken extra kosten in rekening brengen voor jaarrekeningen die niet via SBR worden aangeleverd.... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2017 gaan banken extra kosten in rekening brengen voor jaarrekeningen die niet via SBR worden aangeleverd. Voor zover nu bekend is, rekenen de drie grote banken €250,- voor het handmatig verwerken per aangeleverde jaarrekening.

SBR staat voor Standard Business Reporting en is een format voor digitale gegevensuitwisseling. De Belastingdienst en de Kamer van Koophandel werken hier al mee en nu haken banken daar ook bij aan. De meeste ondernemers zullen aparte software moeten aanschaffen om hun cijfers in het SBR-format te kunnen doorsturen.

PNR administraties beschikt reeds over deze software. Alle jaarrekeningen die door ons worden opgesteld in onze rapportage-software worden reeds in het SBR-format gecommuniceerd met de Belastingdienst en met de KvK. De aanlevering bij banken kunnen we daar op eenvoudige wijze aan toevoegen.

Zeker voor ondernemingen met een uitgebreide structuur van vennootschappen, die zelf de jaarrekeningen opstellen, kan het aanleveren ervan bij banken een kostbare aangelegenheid worden. Wellicht dan nu de overweging om het opstellen van de jaarrekeningen uit te besteden aan uw intermediair. Zeker als deze toch al de jaarrekening verzorgt, kan vaak zonder al te veel méér-kosten de jaarrekening ook worden samengesteld.

Voor ondernemers die reeds de jaarrekeningen door ons laten opstellen, betekent dit vanaf 1 januari 2017 een besparing op bankkosten van €250,- per jaarrekening. Toch fijn om te weten dat u met de keuze geld bespaart.

KvK verzendt brieven over digitaal deponeren

In de maanden juli en augustus kunt u een brief verwachten van de Kamer van Koophandel (KvK) over het... Lees meer >

In de maanden juli en augustus kunt u een brief verwachten van de Kamer van Koophandel (KvK) over het verplicht digitaal deponeren van de jaarrekening. Via deze brief informeert de KvK u over de wetswijzigingen vanaf boekjaar 2016 voor wat betreft digitaal deponeren.

In de brief attendeert de KvK  erop dat uw organisatie vanaf boekjaar 2016 de jaarrekening alleen nog maar digitaal mag deponeren. Het betreft de bedrijfsklassen klein of micro, die sinds april van dit jaar al kunnen e-deponeren. De tijd begint namelijk te dringen: organisaties moeten hun financiële administratie nu klaarstomen voor de aansluiting op Standard Business Reporting (SBR) en elektronisch deponeren. De brief van de KvK is naar 900.000 organisaties gestuurd, die overigens niet automatisch vallen onder de verplichting om een jaarrekening te deponeren .

Manieren om digitaal te deponeren

De KvK legt in de brief uit dat u op twee manieren de jaarrekening digitaal kunt (laten) deponeren. U kunt het opstellen en/of deponeren overlaten aan ons.

U kunt jaarrekeningen over het boekjaar 2015 nu ook al op deze twee manieren deponeren. Voor boekjaar  2015 is het daarnaast nog mogelijk op papier en dus per post te deponeren. Daarnaast zet de KvK  in de brief de voordelen die digitaal deponeren voor uw organisatie heeft nog op een rijtje: u hoeft de jaarrekening niet meer te printen en te posten (gemak),  u ontvangt onmiddellijk een bevestiging van deponering (snelheid) en door het geautomatiseerde proces is er minder kans op fouten (kwaliteit).

PNR administraties beschikt reeds over deze software. Alle jaarrekeningen die door ons worden opgesteld in onze rapportage-software worden reeds in het SBR-format gecommuniceerd met de Belastingdienst.

Voor ondernemers die reeds de jaarrekeningen door ons laten opstellen, betekent dit vanaf 1 januari 2017 een besparing op bankkosten van €250,- per jaarrekening. Toch fijn om te weten dat u met de keuze voor uw accountant geld bespaart.

BTW eenvoudiger terug bij oninbare vordering

Het ministerie van Financiën is van plan om de BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen te versoepelen... Lees meer >

Het ministerie van Financiën is van plan om de BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen te versoepelen. Als een vergoeding, waarover eerder BTW is betaald, één jaar na opeisbaarheid niet is ontvangen, mag de ondernemer straks de eerder betaalde BTW in mindering brengen op zijn BTW-aangifte. De beoogde ingangsdatum van het conceptvoorstel is 1 januari 2017.

Zowel het bedrijfsleven als de Belastingdienst hebben aangegeven dat de regels rond BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen nu te ingewikkeld zijn. Het ministerie komt daarom met dit conceptwetsvoorstel dat per 1 januari 2017 in moet gaan. De versoepeling van deze regel moet de betrokken ondernemers sneller zekerheid geven over de BTW-teruggaaf bij oninbare vorderingen. In de huidige regeling moet een ondernemer  een afzonderlijk verzoek indienen voor teruggaaf van de BTW als een vergoeding (gedeeltelijk) niet betaald wordt. Een ondernemer krijgt straks recht op BTW-teruggaaf als de afnemer van geleverde goederen of diensten één jaar na opeisbaarheid het gehele of gedeeltelijke verschuldigde bedrag nog steeds niet betaald heeft, terwijl de ondernemer al wel de BTW heeft afgedragen over de geleverde goederen en diensten. De voorbelasting mag de afnemer in mindering brengen in zijn BTW-aangifte.

Een vordering wordt toch betaald

De afnemer moet bij een niet-betaling van het verschuldigde bedrag van de in aftrek gebrachte voorbelasting, als de wetswijziging is doorgevoerd, na een jaar corrigeren. Betaalt de afnemer het openstaande bedrag na een jaar alsnog, dan is de ondernemer weer BTW verschuldigd. Deze BTW kan hij aangeven in zijn aangifte. Voor vorderingen die bestaan vóór 2017 begint de termijn van één jaar van opeisbaarheid te lopen vanaf 1 januari 2017.
Vanaf vandaag tot en met 14 augustus 2016 kunt u reageren op dit conceptvoorstel. Dit kan via de website van de overheid.

Nieuwe garantieverklaring ERD 2017 beschikbaar

De Belastingdienst heeft de nieuwe garantieverklaring voor eigenrisicodragers (ERD) gepubliceerd. ... Lees meer >

De Belastingdienst heeft de nieuwe garantieverklaring voor eigenrisicodragers (ERD) gepubliceerd. Organisaties die eigenrisicodrager zijn voor de WGA en dat willen blijven, moeten uiterlijk op 31 december van dit jaar de nieuwe garantieverklaring ingevuld bij de Belastingdienst hebben aangeleverd.

Per 1 januari 2017 wordt de verzekering van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten samengevoegd: WGA-vast en WGA-flex worden samen WGA-totaal. Organisaties kunnen per die datum dan ook alleen nog maar kiezen voor het eigenrisicodragerschap voor het volledige WGA-risico. Om eigenrisicodrager te mogen zijn, moeten deze organisaties bij de Belastingdienst een nieuwe garantieverklaring van een bank of verzekeraar inleveren. Onlangs is de nieuwe garantieverklaring (pdf) gepubliceerd op de site van de Belastingdienst.

Deadline is 31 december 2016

De deadline voor het inleveren van de nieuwe garantieverklaring voor bestaande eigenrisicodragers is 31 december 2016. Werkgevers die op die datum nog geen nieuwe verklaring hebben ingeleverd, zijn per 1 januari 2017 geen eigenrisicodrager meer en gaan dus terug naar de collectieve verzekering van UWV. Het is niet mogelijk om een aanvullende verklaring indienen die de garantie uitbreidt van WGA-vast naar WGA-totaal.

Wisselen of aanvragen tot 13 weken voor 2017

Als uw organisatie nu bij UWV verzekerd is voor het WGA-risico, maar per 1 januari 2017 eigenrisicodrager wil worden, moet de werkgever dat uiterlijk 13 weken vóór 1 januari laten weten aan de Belastingdienst.

Eerste Kamer akkoord met autobrief 2.0

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0... Lees meer >

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. Door de aanname van dit wetsvoorstel worden de autobelastingen voor de jaren 2017 – 2020 flink aangepast. De wet treedt op 1 januari 2017 in werking.

Het wetsvoorstel zorgt onder andere voor een vereenvoudiging van de bijtellingstarieven in de loon- en inkomstenbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak. Het algemene bijtellingspercentage gaat van 25% naar 22% en het aantal bijtellingscategorieën worden verminderd van vier naar twee. Eerder stemde de Tweede Kamer al in met het wetsvoorstel en nu heeft de Eerste Kamer dit dus ook gedaan. Het wetsvoorstel treedt per 1 januari 2017 in werking.

Alleen elektrische auto’s houden een bijtelling van 4%

Voor alle auto’s van de zaak, dus ook voor plugin hybridevoertuigen, geldt per 1 januari 2017 een bijtellingspercentage  van 22%. Alleen elektrische auto’s  houden een bijtelling van 4%. De motorrijtuigenbelasting (MRB) gaat voor personenauto’s omlaag met gemiddeld 2%, maar voor oude zeer vervuilende dieselauto’s zonder roetfilter wordt de MRB verhoogd.

 

Bron: Eerste k amer

Fiscus moet te hoge toeslag kinderopvang binnen vijf jaar terugvragen

De termijn waarbinnen de Belastingdienst een kinderopvangtoeslag naar beneden kan bijstellen, vervalt na vijf jaar... Lees meer >

De termijn waarbinnen de Belastingdienst een kinderopvangtoeslag naar beneden kan bijstellen, vervalt na vijf jaar.

Na deze termijn mag de Belastingdienst een eventueel te hoog uitgevallen voorschot niet meer terugvorderen, blijkt uit verschillende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Raad oordeelde in een aantal zaken waarin de Belastingdienst voorschotten voor kinderopvangtoeslag in het nadeel van de aanvragers bijstelde. Aanvragers moesten hierdoor bedragen variërend van 500 euro tot 16.000 euro terugbetalen.

Nu blijkt dat de instantie niet bevoegd is om het geld terug te vragen als een termijn van vijf jaar na de laatste dag van het berekeningsjaar is verstreken. Tot nu toe was er geen termijn vastgesteld waarbinnen de Belastingdienst actie moest ondernemen.

 

Bron: NU.nl

Veel Nederlandse mkb’ers gebruiken belastingparadijzen

Veel Nederlandse mkb’ers hebben via een Panamese tussenpersoon een bedrijf opgezet in een belastingparadijs... Lees meer >

Veel Nederlandse mkb’ers hebben via een Panamese tussenpersoon een bedrijf opgezet in een belastingparadijs. Het gaat om offshorevennootschappen, stichtingen en trusts.

Als betrokkenen hun bezittingen melden bij de Belastingdienst zijn de constructies niet illegaal. Het is echter onduidelijk of de klanten van het Panamese bedrijf Mossack Fonseca, waar de gelekte documenten van afkomstig zijn, dat hebben gedaan.

Zeker tweehonderd offshorebedrijven die aan Nederlanders te koppelen zijn, waren eind 2015 nog actief. In de voorgaande jaren zijn Nederlanders ook betrokken geweest bij honderden bedrijven in belastingparadijzen, schrijft de krant.

Beperkte uitwisseling

Middels de belastingconstructies die lopen via bijvoorbeeld de Britse Maagdeneilanden kunnen Nederlanders veel informatie weghouden voor de fiscus, aldus Jan van Koningsveld, oud-inspecteur bij de Fiod. “Een vennootschap op de Britse Maagdeneilanden is vrijgesteld van belastingheffing. Het gevolg hiervan is dat de lokale belastingdienst zelf weinig tot geen informatie heeft en die dus maar beperkt internationaal kan uitwisselen.”

Ondanks verdragen van de Nederlandse Belastingdienst met 28 belastingparadijzen wordt er nog maar weinig data opgevraagd. In 2015 werden in totaal 56 verzoeken verstuurd door de dienst. Daarvan gingen er slechts drie naar de Britse Maagdeneilanden.

Bron: NU.nl

België blokkeert overeenkomst over belastingontduiking

De EU-ministers van Financiën hebben de onderhandelingen afgebroken over het aan banden leggen van belastingontwijking door multinationals per 1... Lees meer >

De EU-ministers van Financiën hebben de onderhandelingen afgebroken over het aan banden leggen van belastingontwijking door multinationals per 1 januari 2019.

De Belgische minister Johan Van Overtveldt kon niet instemmen met het deel van het wetsvoorstel dat renteaftrek door bedrijven beperkt.

België heeft van minister Jeroen Dijsselbloem, die de onderhandelingen leidt, tot maandag middernacht de tijd gekregen om zijn positie te bepalen.

Volgens Van Overtveldts woordvoerder is België bezorgd dat het zich uit de markt prijst als het maatregelen invoert voordat de Oeso, het samenwerkingsverband van 34 geïndustrialiseerde landen, zich aan dezelfde eisen committeren.

Het land biedt bedrijven onder meer zogenaamde notionele-interestaftrek waarmee vennootschappen een fictieve rente kunnen aftrekken van hun winst. Van Overtveldt werd terug naar de Belgische hoofdstad gefloten.

Dijsselbloem blijft optimistisch. “We komen uit een tijd dat we elkaar zwaar beconcurreerden met belastingregimes. Nu moeten we ons gedrag volledig veranderen. Volgens mij is verder alles geregeld. Ik hoop dat de deal maandag kan worden beklonken.”

Fiscaal shoppen

De maatregelen moeten voorkomen dat ondernemingen die in verschillende EU-landen actief zijn handig gebruik maken van de verschillende regels in de 28 lidstaten om niet of nauwelijks belasting af te dragen. De nieuwe richtlijn gaat ervan uit dat een onderneming belasting betaalt in het land waar de winst wordt behaald.

De wetgeving geldt ook voor dochterbedrijven van niet in de EU gevestigde bedrijven. De ministers werden het eens dat rente en royalty’s van dochters in ‘belastingparadijzen’ moeten worden belast in het land waar de moeder belastingplichtig is.

Er komen regels die moeten voorkomen dat bedrijven intern met activa schuiven om belasting te ontwijken of trucjes uithalen om dubbele renteaftrek op te voeren.

Het Europees Parlement stemde vorige week al in met het wetsvoorstel van de Europese Commissie tegen agressief ‘fiscaal shoppen’.

Panama Papers

De steun voor de Brusselse plannen is toegenomen naar aanleiding van de recente onthullingen rondom de zogenoemde Luxleaks en de Panama Papers.

Het Europees Parlement stemde eerder ook in met het instellen van een onderzoekscommissie naar de onthullingen, waaruit bleek dat tal van bedrijven en rijke mensen geld stallen in Panama en andere landen om belasting te ontduiken.

Bron: NU.nl

WKR: Personeelskorting en gebruikelijkheidscriterium

Na invoering van de werkkostenregeling (WKR) mag je als werkgever de werknemers personeelskorting blijven geven. ... Lees meer >

Na invoering van de  werkkostenregeling (WKR) mag je als  werkgever de werknemers personeelskorting blijven geven. Deze korting hoeft niet in de vrije ruimte opgenomen te worden. Er geldt namelijk een gerichte vrijstelling voor. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de personeelskorting.
Deze korting mag niet meer bedragen dan 20% van de waarde van de producten in het economische verkeer met een maximum per werknemer van€ 500 korting per jaar.
Onder de WKR mag de ongebruikte korting van voorgaande jaren niet meer meegenomen naar volgend jaar. Als het jaar voorbij is, vervalt niet-gebruikte korting.

Tot 1-1-2016 was het nog de omvang van de vergoeding of verstrekking die gebruikelijk moest zijn.
Nu draait het om de gebruikelijkheid van het in de werkkostenregeling stoppen van de vergoeding of verstrekking op zich. Is deze op zich al ongebruikelijk dan zal het aanwijzen ervan als eindheffingsbestanddeel dat ook zijn.
De gebruikelijkheidstoets houdt in dat de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die de werkgever aanwijst als eindheffingsloon, niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Per 2016 geldt bovendien dat het aanwijzen van de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling van een bepaalde omvang gebruikelijk moet zijn.

Bij de toets of aan het gebruikelijkheidscriterium is voldaan, spelen de volgende factoren een rol:

  • aard van de vergoeding of verstrekking?
  • omvang of waarde van de vergoeding of verstrekking?
  • hoe werd de vergoeding of verstrekking vóór de WKR in de organisatie behandeld?
  • krijgen collega’s de vergoeding of verstrekking ook?
  • krijgen vergelijkbare werknemers bij een andere werkgever de vergoeding of verstrekking ook?

Bron: Actuele artikelen

Arbeidsrechtelijke wijzigingen per 1 juli 2016

Per 1 juli 2016 vindt een aantal arbeidsrechtelijke wijzigingen plaats. Met welke relevante arbeidsrechtelijke wijzigingen moet u vanaf 1... Lees meer >

Per 1 juli 2016 vindt een aantal arbeidsrechtelijke wijzigingen plaats.
Met welke relevante arbeidsrechtelijke wijzigingen moet u vanaf 1 juli 2016 rekening houden?

Ketenregeling – vanaf 1 juli 2016

Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan maximaal drie keer achtereenvolgend worden aangegaan zonder dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. De vierde daaropvolgende arbeidsovereenkomst zal worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Om te voorkomen dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat, kan de keten van opvolgende arbeidsovereenkomsten worden doorbroken door een tussenpoos te hanteren van meer dan zes maanden.

Voor sommige branches is de tussenpoos van zes maanden een te zware beperking op de bedrijfsvoering gebleken ten opzichte van de situatie vóór 1 juli 2015. Voorheen was een tussenpoos van drie maanden immers voldoende om de keten te doorbreken. De wetswijziging op dit punt houdt in dat bij cao de te hanteren tussenpoos van zes maanden kan worden teruggebracht naar drie maanden. Dit is mogelijk voor functies waarin de werkzaamheden als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn en gedurende ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht. De cao Open Teelten is de eerste cao met uitzondering op de ketenbepaling voor seizoensarbeid.

Besluit overgangsrecht transitievergoeding – deel komt te vervallen met ingang van 1 juli 2016

Op 1 juli 2015 is het Besluit overgangsrecht transitievergoeding in werking getreden. Dit Besluit heeft als doel dubbele betalingen te voorkomen. Sinds 1 juli 2015 geldt namelijk dat een werkgever een transitievergoeding verschuldigd is aan de werknemer, mits aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Echter, de werkgever kan bij een beëindiging van een arbeidsovereenkomst tegelijkertijd ook gebonden zijn aan afspraken omtrent een vergoeding, gemaakt voor 1 juli 2015. Het Besluit overgangsrecht transitievergoeding is/was bedoeld om dit in goede banen te leiden.

Kort gezegd regelt het betreffende Besluit dat – indien sprake is van lopende collectieve afspraken met
verenigingen van werknemers (in een cao of een sociaal plan) – deze afspraken voorgaan op de transitievergoeding. Indien sprake is van overige lopende afspraken (gemaakt tussen de individuele werknemer en de werkgever of gemaakt tussen de werkgever en de OR), dan heeft de werknemer de keuze tussen de transitievergoeding of de vergoedingen/voorzieningen op grond van de overige lopende afspraken.

In het Besluit is opgenomen dat indien per 1 juli 2015 geldende aanspraken, of onderdelen daarvan, na die datum uitdrukkelijk worden verlengd, worden gewijzigd of komen te vervallen, de overgangsregeling niet langer van toepassing is. Op dat moment is hoe dan ook de transitievergoeding verschuldigd, al dan niet naast de eventueel gewijzigde afspraak.

Voor de collectieve afspraken met verenigingen van werknemers is een einddatum opgenomen. De
overgangsregeling geldt namelijk tot uiterlijk 1 juli 2016. Partijen hebben zo de tijd gekregen om nieuwe afspraken te maken. Mochten er echter geen nieuwe afspraken worden gemaakt, dan is de werkgever gehouden de afspraken na te komen én de transitievergoeding te voldoen.

Voor overige lopende afspraken is afgezien van het stellen van een algemene einddatum. Het argument hiervoor is dat werknemers door het keuzemodel geen nadeel ondervinden.

Wet aanpak schijnconstructies (WAS) – deels uitgesteld tot 1 januari 2017

In de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) is het verbod op het inhouden of verrekenen van bedragen (zoals vergoedingen of andere kosten) met het wettelijk minimumloon opgenomen.

In tegenstelling tot eerdere berichtgeving treedt dit verbod niet met ingang van 1 juli 2016 in, maar is dit uitgesteld tot  1 januari 2017.

Op dit verbod is overigens onlangs een uitzondering aangenomen die tevens met ingang van 1 januari 2017 inwerking zal treden. Het betreft het verrekenen van huisvestingskosten en premies ziektekostenverzekeringen voor werknemers.

Wet minimumloon – vanaf 1 juli 2016

De bedragen van het wettelijk minimumloon worden per 1 juli 2016 verhoogd. Het wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband bedraagt per 1 juli 2016 het minimum maandloon: € 1.537,20, het minimum weekloon: € 354,75 en het minimum dagloon: € 70,95.

 

WGA-vast en WGA-Flex worden samengevoegd

Per 1 januari 2017 worden de premiedelen WGA-vast en WGA-flex samengevoegd tot één premie, de WGA-totaal.... Lees meer >

De WHK premie bestaat op dit moment uit drie delen, de WGA-vast, WGA-flex en de ZW-flex. Per 1 januari 2017 worden de premiedelen WGA-vast en WGA-flex samengevoegd tot één premie, de WGA-totaal. De premieopbouw voor grote en middelgrote werkgevers zal hierdoor veranderen. Omdat deze onder- en bovengrenzen afzonderlijk bepaald worden, kan het zo zijn dat een werkgever voor WGA-flex de maximumpremie betaalt en voor WGA-vast niet (of andersom). Dat kan ervoor zorgen dat de WGA-totaal-premie per 2017 hoger uitvalt.

LET OP !!
Voor werkgevers die vanuit de publieke verzekering per 1 januari 2017 eigenrisicodrager willen worden, geldt de normale termijn. De aanvraag en garantieverklaring van deze nieuwe eigenrisicodragers moeten dus 13 weken voor start van het eigenrisicodragerschap (dus in dit geval uiterlijk 1 oktober) ontvangen zijn door de Belastingdienst.

Eerste drie jaar geen gebruikelijk loon

Vanaf 2017 hoeft een DGA (directeur-grootaandeelhouder) zichzelf gedurende de eerste drie jaar niet meer het gebruikelijk loon te betalen.... Lees meer >

Oprichters van startups zijn vanaf 2017 niet langer verplicht om zichzelf een gebruikelijk loon toe te kennen van € 44.000. Gedurende de eerste drie jaar mogen zij zichzelf een salaris uitbetalen dat minimaal het minimumloon bedraagt. Dit hebben minister Kamp van Economische Zaken en staatssecretaris Wiebes van Financiën bekendgemaakt.

Het kabinet heeft € 50 miljoen beschikbaar gesteld om startups en doorgroeiende bedrijven een extra boost te geven. De regering gebruikt een deel van het geld om te investeren in startups in het midden- en kleinbedrijf. Met het resterende deel van het geld wil het kabinet de gebruikelijkloonregeling versoepelen. Zo blijft er voor startups meer geld over om te investeren in vernieuwingen en kunnen ze makkelijker doorgroeien.

Meest vergelijkbare dienstbetrekking

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) moet zich volgens de gebruikelijkloonregeling in 2016 minimaal
€ 44.000 uitbetalen. Hij mag afwijken van dit bedrag, maar dan moet hij wel aannemelijk maken dat een lager loon bij een meest vergelijkbare dienstbetrekking van een werknemer, die geen dga is, gebruikelijk is.

Gebruikelijk loon minimaal stellen op hoogte minimumloon

In de wereld van de startups is het echter zeer ongebruikelijk dat een oprichter zichzelf een salaris toekent van € 44.000. Vanaf 2017 wordt daarom de gebruikelijkloonregeling voor startups versoepeld. Gedurende de eerste drie jaar van de startup mogen oprichters zichzelf een salaris uitbetalen dat minimaal het minimumloon bedraagt. Het is nu al mogelijk om in overleg met de Belastingdienst het gebruikelijk loon te verlagen, maar vanaf volgend jaar wordt dit dus wettelijk vastgelegd.

Verhoging Min. jeugd loon per 1 juli, let op ook voor vakantiekrachten

Iedere werknemer heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers vanaf 23 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u... Lees meer >

Ook vakantiewerkers hebben recht op het wettelijk minimum loon. Let er dus op dat u de vakantiekrachten voldoende betaalt.

In onderstaande tabel kunt u lezen welke bedragen medewerkers minimaal moeten ontvangen voor de arbeid die zij verrichten uitgaande van een 40-urige werkweek. Voor 13- en 14-jarigen is er geen minimumloon, maar ook zij werken in het algemeen niet voor niets. Veelal wordt hiervoor het bruto minimum(jeugd)uurloon voor 15-jarigen aangehouden.

leeftijd per dag per week per maand
23 jaar en ouder € 70,95 € 354,75 € 1.537,20
22 jaar € 60,31 € 301,55 € 1.306,60
21 jaar € 51,44 € 257,20 € 1.114,45
20 jaar € 43,63 € 218,15 €    945,40
19 jaar € 37,25 € 186,25 €    807,05
18 jaar € 32,28 € 161,40 €    699,45
17 jaar € 28,03 € 140,15 €    607,20
16 jaar € 24,48 € 122,40 €    530,35
15 jaar € 21,29 € 106,45 €    461,15

Tabel: bedragen minimumloon per uur (bruto) per 1 juli 2016

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
23 jaar en ouder € 9,86 € 9,34 € 8,87
22 jaar € 8,38 € 7,94 € 7,54
21 jaar € 7,15 € 6,77 € 6,43
20 jaar € 6,06 € 5,75 € 5,46
19 jaar € 5,18 € 4,91 € 4,66
18 jaar € 4,49 € 4,25 € 4,04
17 jaar € 3,90 € 3,69 € 3,51
16 jaar € 3,40 € 3,23 € 3,06
15 jaar € 2,96 € 2,81 € 2,67

 

arbeidstijdenwet minderjarigen

Voor minderjarige vakantiewerkers gelden strenge regels op grond van de Arbowetgeving en Arbeidstijdenwet... Lees meer >

Voor minderjarige vakantiewerkers gelden strenge regels op grond van de Arbowetgeving en Arbeidstijdenwet. Er gelden belangrijke beperkingen voor wat betreft het soort werkzaamheden en voor de duur van de arbeid.

Kinderen jonger dan 13

Kinderen jonger dan 13 jaar mogen überhaupt niet werken.

13 en 14-jarigen

Kinderen van 13 en 14 mogen alleen niet-industriële arbeid van lichte aard verrichten. Het gaat hier om ‘hand- en spandiensten’. Er mogen klusjes worden gedaan of iemand mag worden geholpen bij het werk, altijd onder toezicht en er mag niet in een fabriek of met machines worden gewerkt. Voorbeelden van het werk dat gedaan mag worden: oppassen, verspreiden van folders of huis-aan-huisbladen, helpen in de huishouding, helpen bij licht werk op een (kinder)boerderij of manege, pretpark, camping of speeltuin, lichte werkzaamheden in de land- en tuinbouw en helpen in een winkel, zoals helpen bij het inpakken en vakkenvullen (maar niet achter de kassa).

13 en 14-jarigen mogen per jaar niet meer dan vier weken werken, waarvan maximaal drie weken aaneengesloten. Tijdens vakanties mogen ze per dag zeven uur werken en per week 35 uur. Tussen 19:00 en 7:00 mogen ze niet werken. Tussen twee werkdagen moet ten minste 14 uur rust zitten. Op zondag mag niet gewerkt worden.

15-jarigen

15-jarigen mogen iets langer werken. Voor hen geldt een maximum van acht uur per dag, 40 uur per week en zes werkweken per jaar (waarvan vier aaneengesloten). Tussen twee werkdagen moet ten minste 12 uur rust zitten. Tussen 19:00 en 7:00 mogen ze niet werken en op zondag mag dat alleen maar als dat in het bedrijf gebruikelijk is.

Ook 15-jarigen mogen alleen niet-industriële arbeid van lichte aard verrichten, wel iets zelfstandiger dan 13 en 14-jarigen. Voorbeelden van werk dat gedaan mag worden: licht werk in een winkel (opruimen of klanten helpen, maar niet afrekenen of achter de kassa), groente- en fruit plukken, folders of huis-aan-huisbladen rondbrengen, avondkranten bezorgen, werken in een pretpark, museum, manege of camping en ochtendkranten bezorgen.

16 en 17-jarigen

Jongeren van 16 en 17 mogen hoogstens negen uur per dag werken, 45 uur per week en 160 uur per maand. Op zondag mag gewerkt worden als dat in het bedrijf gebruikelijk is. Jongeren van deze leeftijd mogen vrijwel alle werkzaamheden verrichten. Als het echter om gevaarlijk of zwaar werk gaat, moet er toezicht zijn.

Sancties

Houdt de werkgever zich niet aan deze regels, dan kan de Inspectie SZW forse boetes opleggen, oplopend tot enkele duizenden euro’s.

Bron Inspectieszw

Hoe berekent u de transitievergoeding

Per 1 juli 2015 moet u een transitievergoeding betalen aan werknemers die uit dienst treden en een dienstverband van... Lees meer >

Per 1 juli 2015 moet u een transitievergoeding betalen aan werknemers die uit dienst treden en een dienstverband van twee jaar of langer hebben gehad. In het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding is onlangs verduidelijkt welke looncomponenten u mee moet nemen bij het berekenen van de transitievergoeding.

In het bericht ‘Hoogte vergoeding bij vergeten aanzegtermijn’ heeft u eerder kunnen lezen dat u bij het berekenen van de vergoeding bij het niet in acht nemen van de aanzegtermijn uitgaat van het ‘kale’ loon. Voor de transitievergoeding geldt een ruimer loonbegrip. Bij het berekenen van de transitievergoeding telt u de volgende looncomponenten bovenop het maandsalaris:

  • 1/12e deel van de vakantiebijslag en de eindejaarsuitkering waar de werknemer binnen twaalf maanden recht op zou hebben als de arbeidsovereenkomst was voortgezet;
  • 1/12e deel van de overeengekomen vaste looncomponenten die u verschuldigd bent geweest in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Hieronder vallen bijvoorbeeld overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen.
  • 1/36e deel van de overeengekomen variabele looncomponenten die u verschuldigd bent geweest in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Hieronder vallen bijvoorbeeld bonussen, winstuitkeringen en eindejaarsuitkeringen. Bij een korter dienstverband berekent u dit bedrag naar rato. Is een werknemer bijvoorbeeld 24 maanden in dienst geweest, dan deelt u de variabele looncomponenten door 24.

Hoogte van de transitievergoeding

De hoogte van de transitievergoeding is over de eerste tien jaar die een werknemer in dienst was 1/6 deel van het maandsalaris per half jaar (dit is gelijk aan 1/3 deel van het maandsalaris per jaar). Is een werknemer meer dan tien jaar in dienst geweest, dan ontvangt hij voor de jaren na zijn tiende dienstjaar 1/4 deel van het maandsalaris per half jaar (dit is gelijk aan een half maandsalaris per jaar). De transitievergoeding is maximaal € 75.000. Heeft een werknemer een jaarsalaris dat hoger is dan € 75.000, dan ontvangt hij maximaal dat jaarsalaris.

Uitstel indienen garantieverklaring 2017 voor bestaande eigenrisicodragers WGA

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) informeert de Tweede Kamer over een eenmalige termijnverlenging voor het indienen... Lees meer >

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) informeert de Tweede Kamer over een eenmalige termijnverlenging voor het indienen van een nieuwe garantieverklaring voor de Werkhervattingsregeling gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) 2017. Zijn voorstel is om de termijn te verlengen tot 31 december 2016. Het wetsvoorstel wordt naar verwachting tijdens het zomerreces ingediend.

Werkgevers kunnen nu alleen eigenrisicodrager worden voor de WGA-vast. Met ingang van 2017 verandert dit. Dan worden de risico’s voor WGA-vast en WGA-flex samengevoegd. Dan zijn werkgevers publiek verzekerd of eigenrisicodrager voor het gehele WGA-risico.

Voor wie uitstel?
Dit eenmalige uitstel geldt alleen voor werkgevers die al eigenrisicodrager voor de WGA-vast zijn en dit nu voor de hele WGA willen worden. Deze maatregel geeft de werkgevers en de verzekeraars meer ruimte om  hun administratie aan te passen.

Bij de keuze voor eigenrisicodragerschap moet dan 1 garantieverklaring worden overlegd voor het volledige risico. Deze moet ondertekend zijn door 1 garantsteller en het gehele WGA-risico afdekken.

Meer informatie
De volledige brief leest u op de site van SZW. Meer informatie over de wijzigingen in de WGA vindt u ook in een eerdere brief van de minister.

Algemene informatie over het eigenrisicodragerschap vindt u op de site van UWV.

LET OP !!
Voor werkgevers die vanuit de publieke verzekering per 1 januari 2017 eigenrisicodrager willen worden, geldt de normale termijn. De aanvraag en garantieverklaring van deze nieuwe eigenrisicodragers moeten dus 13 weken voor start van het eigenrisicodragerschap (dus in dit geval uiterlijk 1 oktober) ontvangen zijn door de Belastingdienst.

Inhouding op vakantiegeld in 2016 anders

In deze periode ontvangen de meeste werknemers hun vakantiegeld. Het nettobedrag wat overblijft na inhouding loonheffing is vaak lager... Lees meer >

In deze periode ontvangen de meeste werknemers hun vakantiegeld. Het nettobedrag wat overblijft na inhouding loonheffing is vaak lager dan verwacht. Dit leidt tot veel vragen van de werknemer. In deze handreiking geeft de Belastingdienst de belangrijkste informatie op een rij.

Een werkgever of uitkeringsinstantie moet vanaf 2016 op een andere manier belasting inhouden op bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld, een bonus of een 13e maand. Hierdoor houdt een werknemer een ander bedrag over dan eerdere jaren.

Vanaf 2016 kan een werkgever of uitkeringsinstantie alleen nog de tabel bijzondere beloningen gebruiken. Deze tabel houdt er nog meer rekening mee dat de arbeidskorting inkomensafhankelijk is.

Doordat de loonheffing over vakantiegeld en andere bijzondere beloningen is veranderd, betaalt de belastingplichtige een ander bedrag aan belasting dan eerdere jaren:

–       Is het jaarinkomen ongeveer € 18.000 of lager? Dan betaalt de belastingplichtige minder belasting
en krijgt meer vakantiegeld uitbetaald.
–       Is het jaarinkomen hoger dan € 18.000? Dan betaalt de belastingplichtige meer belasting en krijgt dan
minder vakantiegeld uitbetaald.

Verschil tussen loonbelasting en inkomstenbelasting
Door deze wijziging is  het verschil tussen de loonheffing die een werkgever inhoudt en de inkomstenbelasting die de belastingplichtige zelf moet betalen minder groot. Zo wordt de kans kleiner dat er bij de aanslag inkomstenbelasting over 2016 moet worden bijbetaald of dat de belastingplichtige grote bedragen terugkrijgt.

Uw werknemer kan dit nalezen in een bericht op de site van de Belastingdienst.

Zo voorkom je een naheffing als zzp’er met nieuwe VAR

Zorg er ook voor dat je, ondanks een goedgekeurde modelovereenkomst, niet in de 'valkuil van de fictieve dienstbetrekking valt',... Lees meer >
Als een organisatie met ZZP-ers werkt en de arbeidsverhouding blijkt toch een dienstbetrekking te zijn, dan wordt er over de periode 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 door de Belastingdienst geen naheffingsaanslag opgelegd. Staatssecretaris Wiebes schrijft dat in antwoord op Kamervragen. Hij maakt hierop wel 3 uitzonderingen:
  1. De opdrachtgever en opdrachtnemer werkten voorafgaand aan 1 april 2016 met een VAR-wuo of VAR-dga op basis waarvan de opdrachtgever vrijwaring had voor de loonheffingen, terwijl er feitelijk sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. De opdrachtgever en opdrachtnemer ondernemen geen enkele activiteit en doen geen enkele inspanning om de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. Zij kunnen niet aannemelijk maken dat zij nog met elkaar in onderhandeling zijn over aanpassingen in hun overeenkomst of werkwijze teneinde buiten dienstbetrekking te werken. Zij maken ook geen gebruik van een door de Belastingdienst beoordeelde (model- of voorbeeld-) overeenkomst of hebben een daarmee overeenkomende overeenkomst afgesloten. De opdrachtgever en opdrachtnemer kiezen er tegelijkertijd niet voor om loonheffingen af te dragen of te voldoen.
  2. De Belastingdienst heeft in de periode voor 1 februari 2016 al schriftelijk kenbaar gemaakt dat de bij onderzoek aangetroffen arbeidsrelaties te duiden zijn als een (fictieve) dienstbetrekking. Dat er geen gevolg aan die conclusie kon worden verbonden ligt aan de vrijwarende werking van de VAR. De Belastingdienst stelt na 1 april 2016 vast dat de feiten en omstandigheden niet afwijken van die waarover eerder schriftelijk kenbaar is gemaakt dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en dat er geen loonheffingen worden afgedragen of voldaan. Tegelijkertijd kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer niet aannemelijk maken dat zij inspanningen hebben verricht om hun werkwijze te veranderen zodat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt.
  3. Er is sprake van grove schuld of opzet die worden bestreken door de bestaande beleidsregels, zoals die zijn vervat in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. Het is de inspecteur die grove schuld en opzet stelt en – bij betwisting – dient te bewijzen. Voor een eventuele strafrechtelijke handhaving blijft het bestaande beleidskader zoals verwoord in het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen, uiteraard ook van toepassing

bron: rtlz

Belastingrecht Illegale belastingontwijking

Belastingontduiking is illegaal, belastingontwijking niet. Maar het sentiment omtrent belastingontwijking is duidelijk veranderd... Lees meer >

Belastingontduiking is illegaal, belastingontwijking niet. Maar het sentiment omtrent belastingontwijking is duidelijk veranderd. Na nieuws over belastingontwijkende multinationals, staan sinds de Panama Papers (hierna: PP) ook belastingontwijkende particulieren met naam en toenaam in de krant. Aandacht voor belastingontwijking heeft eerder al geleid tot het zeer omvangrijke en succesvolle BEPS-project van de OESO.Inmiddels zijn zelfs diverse (inter)nationale anti-ontgaansmaatregelen ingevoerd.

Het is interessant om te bekijken of – en wat – de PP aan dit debat toevoegen.

In de PP gaat het om drie van elkaar te onderscheiden situaties, waarbij anonimiteit een belangrijke rol speelt. Situatie 1: de legale herkomst van het geld staat ter discussie. Deze categorie levert smeuïge verhalen op, waarbij namen van bekende personen vallen, die overigens ook zonder de PP met een zweem van onduidelijkheid waren omgeven. Voor de media interessant, voor het debat over belastingontwijking irrelevant.

Situatie 2: de ouderwetse belastingontduiker (en andere boeven) die anonimiteit aanwenden om buiten het zicht van de controlerende overheid (bijv. de Belastingdienst) te blijven. Strafbaar en verwerpelijk, maar van alle tijden. Hoogstens maakt dit duidelijk – voor hen die daaraan nog twijfelden – dat het internationale netwerk van fiscale gegevensuitwisseling nog niet is voltooid. Nog steeds voldoet een aantal landen niet aan de internationale standaarden. Ook niets nieuws: de OESO en EU hebben deze landen al geruime tijd in het snotje.

Situatie 3 is wel nieuw. Het gaat om degenen die een legale fiscale constructie hebben opgevolgd (belastingontwijking) en daarbij – beweerdelijk althans – onder de radar hebben willen blijven. Deze categorie leidt tot veel beroering. In deze bedenkelijke context worden wel erg gemakkelijk namen gepresenteerd. Laatst werd mij tijdens een interview gevraagd hoeveel juristen meewerken aan deze ‘illegale vorm van belastingontwijking’. Dat weet ik niet, antwoordde ik. Niet alleen omdat ik het precieze aantal betrokkenen niet ken, maar simpelweg ook omdat dit niet illegaal is. Maar ik vermoed dat het debat zich juist hierop zal richten. Het gebruik maken van of gelegenheid geven tot ‘illegale belastingontwijking’ wordt sterk veroordeeld. Maar dit is niet strafbaar indien van de anonimiteit richting de fiscus geen gebruik is gemaakt. Illegale belastingontwijking is een contradictio in terminis.

Bron: Mr-online

Wetsvoorstel Uitwerking Autobrief II bouwt de fiscale bevoordeling van de zuinige auto af

Vorig jaar heeft het kabinet Autobrief II gepresenteerd, waarin wordt teruggeblikt naar het fiscale beleid aangaande autobelastingen. En die... Lees meer >

Vorig jaar heeft het kabinet Autobrief II gepresenteerd, waarin wordt teruggeblikt naar het fiscale beleid aangaande autobelastingen. En die terugblik is wel interessant.

Het zal u niet ontgaan zijn dat de aanschaf en/of het gebruik van een zuinige auto afgelopen jaren is toegejuicht in Den-Haag. Een goede zaak, zou u op het eerste gezicht zeggen. De praktijk is echter weerbarstig en de stimuleringsmaatregelen van afgelopen jaren blijken de belastingbetaler geld te kosten, Europees klimaatbeleid te dwarsbomen en ingewikkelde wetgeving met zich mee te brengen die niemand meer snapt.

Hoe kan dit nu? Op het eerste gezicht lijkt het beleid geslaagd, zeker gezien het feit dat de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe auto’s in Nederland gedaald afgelopen jaren. Uit onderzoek van onder meer de Algemene Rekenkamer en de Oeso blijkt dat deze positieve CO2 resultaten echter vooral op het conto van het Europese bronbeleid komen. Het doorgeslagen Nederlandse CO2-afhankelijke fiscale autobeleid overlapt met en hindert zelfs het Europees bronbeleid. Zodra autofabrikanten dankzij onze fiscale stimulering in Nederland onder een bepaald gemiddelde van CO2 uitstoot komen, kunnen zij het zich veroorloven om in andere Europese landen minder zuinige auto’s te verkopen: dit wordt ook wel het waterbedeffect genoemd.

Naast de ongewenste klimaatresultaten, zijn er ook de (nationale) budgettaire nadelen. De Staatskas blijkt de laatste jaren een slordige € 2 miljard per jaar aan belastinginkomsten mis te lopen door de opeenstapeling van alle fiscale stimuleringsmaatregelen voor zuinige auto’s. Tot slot is het fiscale wettenboek een flink stuk dikker geworden als gevolg van alle wijzigingen en uitzonderingen die met de stimuleringsmaatregelen samenhangen. Dit heeft weer als gevolg stijgende uitvoeringskosten van de Belastingdienst en dus weer stijgende lasten voor de belastingbetaler.

Het huidige kabinet heeft nu gelukkig zijn conclusies getrokken en in een wetsvoorstel aan het parlement voorgelegd om een belangrijk deel van de stimuleringsmaatregelen af te gaan bouwen de komende jaren. Een terechte stap, die eigenlijk al eerder gezet had moeten worden. Maar beter ten halve gekeerd, dan ten heele gedwaald.

Bron: Actuele artikelen

De fiscus gaat nauwer letten op de ‘superrijken’

Bent u ook benieuwd naar het leven van mensen die onvoorstelbaar veel geld hebben? Dan is het boek ‘De... Lees meer >

Bent u ook benieuwd naar het leven van mensen die onvoorstelbaar veel geld hebben? Dan is het boek ‘De gouden rugzak’, geschreven door Raimund Kamp, Ad Kil en Marijke Kuijpers een aanrader.

Het boek is geschreven naar aanleiding van een grootschalig kwalitatief onderzoek over vermogensoverdracht in Nederland. In diepte-interviews onthullen vermogende erfgenamen hoe zij hun leven ervaren. Het totaalbeeld dat het boek schetst, is dat er steeds meer vermogende families verdwijnen omdat het door de eerste generatie opgebouwde vermogen door de twee volgende generaties wordt verbrast.

Als u het boek en het onderwerp interessant vindt, dan bent u niet de enige. De leden van het onlangs in het leven geroepen Zeer Vermogende Particulieren (ZVP) team van de Belastingdienst lezen fanatiek mee. Dit team is opgericht naar aanleiding van (onder meer) het rapport “Engaging with high net worth individuals (HNWI) on tax compliance”, van de intergouvernementele organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In dit rapport adviseert de OESO aan de lidstaten om de fiscale zaken van ZVP’ers serieuzer te nemen, onder andere door een apart fiscaal behandelteam voor deze doelgroep te creëren. De OESO vindt deze speciale behandeling gerechtvaardigd vanwege het grote aantal entiteiten dat ZVP’ers controleren, de mogelijkheden die zij hebben om aan agressieve tax planning te doen en hun impact op de integriteit van het hele belastingsysteem.

De vermogensgrens om tot deze groep te behoren, is € 25 miljoen. In Nederland hebben we het dan over zo’n 2.200 huishoudens, met in totaal minimaal € 55 miljard aan vermogen. Dit staat gelijk aan het totale vermogen van zo’n 3 miljoen gemiddelde huishoudens, bijna de helft van alle huishoudens in Nederland. Niet zo’n gek idee dus om dat ZVP team op te richten. Het is een stuk makkelijker om 2.200 huishoudens in de gaten te houden dan half Nederland (waar ook nog eens niets te halen valt).

De superrijken populatie heeft het niet makkelijk met al die erfgenamen die het familievermogen erdoorheen jagen. Een schrale troost als het familievermogen snel zakt: de aandacht van de fiscus doet dat dan ook.

Bron: Actuele artikelen

Tweede kamer vragen en antwoorden van de staatssecretaris inzake de DBA

De staatssecretaris van Financiën heeft, namens de minister van Economische Zaken, Tweede Kamervragen beantwoord over een mediabericht met de... Lees meer >

De staatssecretaris van Financiën heeft, namens de minister van Economische Zaken, Tweede Kamervragen beantwoord over een mediabericht met de titel ‘Zzp’er verwacht schade door nieuwe wetgeving’.

In zijn beantwoording gaat de staatssecretaris in op de wijze waarop hij contact houdt met belangenorganisaties en hoe hij de informatievoorziening heeft geregeld. In verband met het laatste heeft hij een bijlage bij de antwoorden op de Kamervragen gevoegd waarin de binnengekomen vragen over de Wet DBA zijn opgenomen.

De antwoorden hierop zullen vóór 31 mei 2016 op de website van de Belastingdienst worden geplaatst. Verder wijst de staatssecretaris nog naar het Ondernemersplein waar ook informatie is te vinden.

 

staatssecretaris-wiebes-van-financien-beantwoordt-kamervragen

Wiebes beantwoordt Kamervragen over schijnzelfstandigheid

Staatssecretaris Wiebes heeft Kamervragen beantwoord over schijnzelfstandigheid. Wiebes benadrukt dat wanneer je een zelfstandige inhuurt als tijdelijke vervanger voor... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes heeft Kamervragen beantwoord over schijnzelfstandigheid. Wiebes benadrukt dat wanneer je een zelfstandige inhuurt als tijdelijke vervanger voor een werknemer die in loondienst is, de vervanger niet automatisch ook in dienstbetrekking is.

Pas als een vervanger onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden werkzaam is als degene in loondienst, is er sprake van een dienstbetrekking.

De Kamervragen zijn gesteld naar aanleiding van een Webinar voor opdrachtgevers over de Wet DBA. Hierin werd een voorbeeld gegeven van een zelfstandige die een werknemer vervangt tijdens zwangerschapsverlof. Uit het voorbeeld bleek dat de vervanger in dienstbetrekking werkzaam was. Dit wekte de indruk dat alle vervangers in dienstbetrekking werkzaam zijn.

De antwoorden hierop zullen vóór 31 mei 2016 op de website van de Belastingdienst worden geplaatst. Verder wijst de staatssecretaris nog naar het Ondernemersplein waar ook informatie is te vinden.

Meer informatie lees je in het bericht over de Kamervragen.

staatssecretaris-wiebes-van-financien-beantwoordt-kamervragen

Ook voor hybride auto 22% bijtelling per 2017

Uit het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. blijkt dat voor hybride auto’s met een... Lees meer >

Uit het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. blijkt dat voor hybride auto’s met een CO2 uitstoot van 1-50 gram per kilometer ook een bijtelling van 22% per 1 januari 2017 gaat gelden. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was dit voor 2017 nog 17% en voor 2018 19%. Vanaf 2017 geldt nu dus voor alle auto’s van de zaak de bijtelling van 22%, behalve voor elektrische auto’s.

In het wetsvoorstel is de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak dus al per 2017 aangepast. Vrijwel alle auto’s van de zaak waarin werknemers ook privé rijden, vallen dan onder het  bijtellingspercentage (tool) van 22%. Alleen voor volledig elektrische auto’s geldt een verlaagd tarief van 4%. Vanaf 2019 is de 4%-bijtelling alleen van toepassing op elektrische auto’s tot € 50.000, daarboven wordt het tarief 22%, tenzij sprake is van een waterstofauto.

Datum van eerste toelating van belang

Het vernieuwde bijtellingspercentage geldt voor auto’s die een datum van eerste toelating op de weg hebben vanaf 1 januari 2017.

2016-05-23 Bijtellingspercentage auto 2016-2020.PNG

 

Bron: Rijksoverheid

Meerdere contracten mogelijk bij seizoensarbeid

De ketenbepaling in de Wet werk en zekerheid regelt dat werknemers na een opeenvolging van drie contracten (met een... Lees meer >

De ketenbepaling in de Wet werk en zekerheid regelt dat werknemers na een opeenvolging van drie contracten (met een tussenpoos van maximaal zes maanden) in twee jaar een vast contract moeten krijgen. Dit pakt vervelend uit bij seizoensarbeid. De ketenbepaling wordt bij cao mogelijk zo aangepast dat de maximale tussenpoos voor seizoenarbeiders kan worden teruggebracht naar drie maanden.

Voor wie geldt dit?

Het moet gaan om functies waarin de werkzaamheden door klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn en maximaal negen maanden per jaar kunnen worden verricht.

Voordeel van deze maatregel is dat bij seizoensarbeid na een tussenpoos van drie maanden een nieuw tijdelijk contract kan worden aangegaan met de werknemer zonder dat er sprake is van opeenvolgende contracten. Dit moet dan wel bij cao zijn geregeld.

Afspraken bij cao

Cao-partijen kunnen zelf besluiten over het al dan niet verkorten van de tussenpoos naar ten hoogste drie maanden, voor welke seizoensgebonden functies dit gaat gelden en tegen welke voorwaarden. Er geldt nog wel een beperking. De verkorte tussenpoos van de ketenbepaling mag niet gelden voor functies die aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan negen maanden per jaar. In dat geval ligt het namelijk voor de hand om niet telkens kortdurende tijdelijke contracten aan te gaan, maar juist een langer durend (al dan niet tijdelijk) dienstverband.

Betreft het functies waarin de werkzaamheden normaliter langer dan negen maanden worden verricht, dan kan men gebruik maken van de bestaande mogelijkheid om de ketenbepaling bij cao te verruimen tot maximaal zes contracten in een periode van maximaal vier jaar.

Het is de bedoeling dat de verkorte tussenpoos in gaat per 1 juli 2016. De Tweede kamer is inmiddels akkoord gegaan met het voorstel, de bal ligt nu bij de Eerste kamer

Modelovereenkomst heeft Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervangen

Op 1 mei was het over voor de VAR. Vanaf nu geldt de beoordeelde modelovereenkomst (wet DBA). U kunt... Lees meer >

Wat is er veranderd?

Een nieuw systeem van overeenkomsten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer heeft de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) vervangen. Deze overeenkomsten bieden zekerheid vooraf over de gevolgen voor loonheffing.

  • Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn voortaan samen verantwoordelijk voor (het beoordelen van) de arbeidsrelatie en eventuele aanspraken achteraf. Bijvoorbeeld wanneer de Belastingdienst een dienstverband constateert.
  • De Belastingdienst publiceert modelovereenkomsten:Een opdrachtgever mag ook voor alle opdrachtnemers tegelijk een eigen overeenkomst opstellen voor soortgelijk werk. Na goedkeuring door de Belastingdienst is ook dit contract opnieuw te gebruiken.

Voor wie?

Alle bedrijven

Wanneer?

De wijziging is ingegaan per 1 mei 2016. U kunt overeenkomsten laten beoordelen door de Belastingdienst. De Belastingdienst publiceert regelmatig nieuwe goedgekeurde voorbeeldovereenkomsten. Meer informatie? Bekijk de veelgestelde vragen over de nieuwe wet.

Naar alle wetswijzigingen per 1 juli 2016

Externe links

 

Zo herkent u een spookfactuur

Voor veel ondernemers is het heel herkenbaar: u ontvangt een factuur van iets waarvan u zich niet meer kunt... Lees meer >

Voor veel ondernemers is het heel herkenbaar: u ontvangt een factuur van iets waarvan u zich niet meer kunt herinneren het ooit te hebben gekocht. Vaak gaat het om een vermelding in een bedrijvengids, maar het kan ook gaan om niet-geleverde diensten. Deze zogenaamde spookfacturen kosten het bedrijfsleven jaarlijks honderden miljoenen euro’s. Wat kunt u eraan doen? En hoe herkent u zulke spookfacturen?

Een spookfactuur is een factuur waar geen prestatie tegenover staat. Hierbij sturen bedrijven op een factuur lijkende aanbiedingen toe. Alleen uit de hele kleine lettertjes blijkt dat het geen factuur is maar een offerte. Daarnaast zijn er de gevallen waarin ongevraagd en zonder reden rekeningen worden toegestuurd die erg lijken op facturen van bonafide ondernemingen. De fraudeur hoopt dat de ontvanger in de drukte de facturen voldoet.

Een spookfactuur heeft verschillende vormen:

  • Een aanbieding die qua lay-out lijkt op een factuur. Uit de kleine lettertjes blijkt dat het gaat om een aanbieding. In dit geval hoeft u dus niet te betalen en hoeft u ook geen verdere maatregelen te nemen.
  • Een echte factuur zonder tegenprestatie. U ontvangt de factuur zonder dat u opdracht heeft gegeven tot levering van een goed of dienst. Het kan zijn dat er sprake is van een administratieve vergissing of kwade opzet. Vraag in dit geval bij de afzender waarom u de factuur heeft ontvangen. Zonder een bewijs van uw opdracht kan men u nooit verplichten om te betalen.

Hoe herkent u een spookfactuur?

Een spookfactuur herkent u aan de kleine lettertjes. Er staat bijvoorbeeld: ‘Dit is een aanbieding, geen factuur’ of u komt het woord offerte tegen. Bijvoorbeeld: ‘Indien u met deze offerte akkoord gaat…’.

Melding maken en tips

Vermoedt u dat u een spookfactuur heeft ontvangen? Maak er melding van bij de Fraudehelpdesk. De Fraudehelpdesk heeft een overzicht van bedrijven waarvan bekend is dat zij eerder spookfacturen hebben verzonden. U kunt ook nieuwe afzenders melden.

De Fraudehelpdesk heeft een aantal tips voor u opgesomd om te voorkomen dat u akkoord gaat met een spookfactuur.

Vraag stellen of advies nodig?

Per 1 juli a.s. wordt het wettelijk minimumloon verhoogd

Iedere werknemer heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers vanaf 23 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u... Lees meer >

Iedere werknemer heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers vanaf 23 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u jonger dan 23 jaar, dan hebt u recht op het minimumjeugdloon. Bij de hoogte van het minimumjeugdloon wordt gekeken naar hoe oud iemand is. Dat betekent dat u tot uw 23ste na iedere verjaardag recht heeft op meer loon.
Als u in deeltijd werkt, dan is het bruto minimumloon evenredig lager. Als u bijvoorbeeld drie volle dagen werkt, dan hebt u recht op 3/5 van het wettelijk minimumloon. Dit geldt ook voor jongeren die gedeeltelijk leerplichtig zijn en nog enkele dagen per week onderwijs volgen.
De bedragen van het minimumloon gelden voor een volledige werkweek zoals die gebruikelijk is in het bedrijf. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week.

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2016

Per 1 juli 2016 stijgt het wettelijk minimumloon met 0,83 procent.

Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 juli 2016:

Leeftijd % van het
minimumloon
per maand per week per dag
23 jaar en ouder 100 % 1.537,20 354,75 70,95
22 jaar 85 % 1.306,60 301,55 60,31
21 jaar 72,5 % 1.114,45 257,20 51,44
20 jaar 61,5 % 945,40 218,15 43,63
19 jaar 52,5 % 807,05 186,25 37,25
18 jaar 45,5 % 699,45 161,40 32,85
17 jaar 39,5 % 607,20 140,15 28,03
16 jaar 34,5 % 530,35 122,40 24,48
15 jaar 30 % 461,15 106,45 21,29

Het bruto minimumloon per 1 juli 2016, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek:

Leeftijd  36 uur per weekminimumloon per uur: 38 uur per weekminimumloon per uur: 40 uur per weekminimumloon per uur:
23 jaar en ouder 9,86 9,34 8,87
22 jaar 8,38 7,94 7,54
21 jaar 7,15 6,77 6,43
20 jaar 6,06 5,75 5,46
19 jaar 5,18 4,91 4,66
18 jaar 4,49 4,25 4,04
17 jaar 3,90 3,69 3,51
16 jaar 3,40 3,23 3,06
15 jaar 2,96 2,81 2,67

Omzetbelasting over deskundigenkosten moet worden vergoed aan onteigende BTW-ondernemer

De BTW over de door een onteigende gemaakte deskundigenkosten komt voor vergoeding in aanmerking, ook wanneer de onteigende een... Lees meer >

De BTW over de door een onteigende gemaakte deskundigenkosten komt voor vergoeding in aanmerking, ook wanneer de onteigende een BTW-ondernemer is die belaste prestaties verricht.

Deze BTW komt, kort gezegd, niet voor aftrek door de onteigende in aanmerking omdat de diensten van de deskundigen volgens de Hoge Raad rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met de vrijgestelde levering van het onteigende.

Deze zaak betreft de bepaling van een onteigeningsschadeloosstelling. De onteigende exploiteerde op de peildatum een paardenpension op het onteigende en het overblijvende. De onteigenende Staat had aangevoerd dat de onteigende voor 35% van BTW vrijgestelde prestaties verricht en voor 65% prestaties die wel zijn belast met BTW. De Staat meende dat de onteigende daarom de door hem voldane BTW over de facturen van de door hem ingeschakelde deskundigen voor 35% in aftrek kon brengen. De BTW vormde naar de opvatting van de Staat daarom in zoverre geen voor vergoeding in aanmerking komende schade. De rechtbank Zeeland-West-Brabant ging daarin niet mee.

De Hoge Raad beslist dat de aan de onteigende partij in rekening gebrachte omzetbelasting voor vergoeding in aanmerking komt. De Hoge Raad – met in de zetel twee BTW-specialisten uit de belastingkamer – gaat in zijn arrest uitvoerig in op de materiële BTW-aspecten. Een ondernemer als bedoeld inart. 7 Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) kan de ter zake van juridische en andere deskundige bijstand aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek brengen of terugvragen, voor zover de met die bijstand verrichte diensten door hem worden gebruikt voor belaste handelingen (art. 2art. 15 lid 1 en art. 17 wet OB). Van gebruik voor belaste handelingen is in beginsel sprake wanneer de aanschaf van goederen of diensten rechtstreeks en onmiddellijk samenhangt met het verrichten van belaste handelingen. Wanneer goederen of diensten worden gebruikt voor vrijgestelde handelingen bestaat geen recht op aftrek. Aangeschafte goederen en diensten die niet toerekenbaar zijn aan belaste handelingen en ook niet aan vrijgestelde handelingen maar die rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de algehele onderneming, vormen algemene kosten van de onderneming en komen voor aftrek in aanmerking, in de mate waarin de ondernemer belaste handelingen verricht (HvJEU 8 februari 2007, C-435/05, ECLI:EU:C:2007:87, en HvJEU 21 februari 2013, C-104/12, ECLI:EU:C:2013:99) .

De rechtsovergang van een goed tegen betaling van een vergoeding ingevolge een vordering door of namens de overheid, geldt op grond van art. 3 lid 1, onder d, Wet OB voor de heffing van omzetbelasting als een levering van een goed. Een ondernemer wordt in dat geval geacht een belastbare handeling te verrichten. Niet in geschil is dat de rechtsovergang van het onteigende als gevolg van de onteigeningsprocedure een van omzetbelasting vrijgestelde levering van een goed is. De omzetbelasting die de bijstandverleners aan de onteigende in rekening hebben gebracht, komt dus in het geheel niet op de voet van art. 15 lid 1 Wet OB voor aftrek in aanmerking, wanneer hun diensten moeten worden geacht rechtstreeks en onmiddellijk samen te hangen met deze levering.

Voor de toepassing van art. 15 Wet OB geldt dat juridische en andere deskundige bijstand die erop is gericht de omvang van een tegenprestatie voor een levering van een goed te bepalen, wordt geacht rechtstreeks en onmiddellijk samen te hangen met die levering. Dit is niet anders ingeval het juridische en andere deskundige bijstand betreft die erop is gericht de omvang vast te stellen van de in art. 3 lid 1, onder d, Wet OB bedoelde vergoeding die een ondernemer krijgt voor de levering van een goed dat van hem wordt gevorderd door of namens de overheid.

De rechtbank heeft beslist dat de verleende deskundige bijstand betrekking heeft op de onteigeningsprocedure die zal leiden tot een voor de omzetbelasting vrijgestelde levering. Daarin ligt volgens de Hoge Raad besloten dat de aan de onteigende verleende bijstand betrekking heeft op de van omzetbelasting vrijgestelde levering van de onroerende zaak en de daarvoor te ontvangen vergoeding. De Hoge Raad schaart zich gelet op het voorgaande achter dit oordeel.

Ondanks de enigszins op de feiten toegespitste motivering (aan het slot van het arrest) lijkt de Hoge Raad hiermee een principiële uitspraak te hebben gedaan die ook van toepassing is in andere onteigeningszaken. Wel heeft de Hoge Raad, mede gelet op de andersluidende conclusie van A-G Van Oven (zie par. 4), een enigszins verrassende wending gegeven aan deze kwestie.

De Hoge Raad komt met zijn arrest bovendien impliciet terug op zijn arrest van 27 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG8814 (Den Haag/Soekhoe), waarin hij overwoog:

“3.4.1 Onderdeel IV keert zich tegen de beslissing van de rechtbank omtrent de kosten van rechtsbijstand en deskundigenbijstand in rov. 32 en het dictum. Onderdeel IVA klaagt over de toewijzing door de rechtbank van de terzake gemaakte kosten ‘in het voorkomende geval te vermeerderen met de daarover verschuldigde omzetbelasting’. Deze klacht is gegrond. Waar de rechtbank eerder (in rov. 31) als standpunt van de Gemeente vermeldde dat de gevorderde kosten ter zake van omzetbelasting niet voor vergoeding in aanmerking komen nu het een onderneming betreft, en de rechtbank voorts zonder melding te maken van enige betwisting van dit standpunt door Soekhoe overwoog (in rov. 32) dat zij, nu de kosten betrekking hebben op de door Soekhoe gedreven onderneming, aannemelijk achtte dat de meegevorderde omzetbelasting voor fiscale verrekening in aanmerking komt, behoefde nadere motivering waarom de rechtbank niettemin de bedoelde bedragen ‘in voorkomend geval te vermeerderen met de daarover verschuldigde omzetbelasting’ heeft toegewezen.”

Ook de omstandigheid dat de deskundigenkosten mede betrekking hebben op de door de onteigende te verkrijgen vergoeding die wordt toegekend voor de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten, zoals de onteigenaar in de onderhavige zaak had aangevoerd, heeft de Hoge Raad kennelijk niet op andere gedachten gebracht.

Dit arrest is vanwege de daarin opgenomen interpretatie van de Wet OB niet alleen relevant voor de onteigeningspraktijk, maar ook voor eenieder die zich bezighoudt met (omzet)belastingheffing. Aangenomen mag worden dat de Belastingdienst met dit arrest in de hand voortaan het standpunt zal innemen dat onteigenden die BTW-ondernemer zijn de BTW over de door hen gemaakte deskundigenkosten niet in aftrek mogen brengen. Een procedure over deze vraag bij de belastingrechter lijkt de onteigende zich vanwege de duidelijke bewoordingen van de Hoge Raad (en de hiervoor al vermelde samenstelling van de zetel) te kunnen besparen. Het is tot nu toe overigens geen gangbare praktijk dat de Belastingdienst de aftrek van de over de deskundigenkosten betaalde BTW weigert (zie de bijdrage van Bas ten Kate op onteigeningsblog over dit arrest).

De Staat is in cassatie bijgestaan door Martijn Scheltema en de auteur en in feitelijke instantie door Alrik Bijkerk en Bas ten Kate.

Bron: Cassatieblog

Strenge belastingregels verslechteren vestigingsklimaat Nederland

De nieuwe belastingvoorstellen van de Europese Commissie gaan hoe dan ook slecht uitpakken voor Nederland als vestigingsland, stellen critici... Lees meer >

De nieuwe belastingvoorstellen van de Europese Commissie gaan hoe dan ook slecht uitpakken voor Nederland als vestigingsland, stellen critici. Ook bedrijven die niet aan belastingplanning doen zullen erdoor worden afgeschrikt.

Daarnaast zullen de plannen, die nog niet gepresenteerd zijn, de concurrentiepositie van de Europese Unie verslechteren.

De plannen van de Commissie geven invulling aan de 15 actiepunten die Oeso, de organisatie van ontwikkelde economieën, vorig jaar heeft opgesteld om belastingontwijking door multinationals tegen te gaan. Het fiscale vestigingsklimaat van Nederland heeft het het zwaarst met de voorgestelde beperking van de deelnemersvrijstelling, die inhoudt dat moedermaatschappijen in Nederland geen belasting hoeven te betalen over winst waarvoor buitenlandse dochterbedrijven in het vestigingsland al zijn aangeslagen. De Commissie wil de vrijstelling afschaffen voor landen met een lage winst- of vennootschapsbelasting.

 

Bron: ProfNews

Let nog steeds op volstorting kapitaal bij oprichten BV

Met de introductie van de ‘flex-BV’ in 2012 werd het verplichte minimumkapitaal ... Lees meer >

Met de introductie van de ‘flex-BV’ in 2012 werd het verplichte minimumkapitaal van 18.000 euro afgeschaft. Desalniettemin wordt een bepaald minimumkapitaal nog steeds gehanteerd. Dit brengt verplichtingen met zich mee, en dus ook interessante rechtspraak.

Bron: Recht.nl

Bibliotheek biedt hulp bij belastingaangifte

Openbare bibliotheken gaan digibeten en mensen zonder computer helpen bij de belastingaangifte of andere zaken met de fiscus... Lees meer >

Openbare bibliotheken gaan digibeten en mensen zonder computer helpen bij de belastingaangifte of andere zaken met de fiscus. Staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes tekende hiervoor donderdag een overeenkomst met de bibliotheken in de openbare bibliotheek van Den Haag.

Belangstellenden kunnen zich bij bibliotheken aanmelden voor de cursus ‘werken met de e-overheid’. Hier leren ze de basisvaardigheden zoals inloggen met hun persoonlijke digitale code DigiD. Daarna kunnen ze gebruik maken van de computers van de bibliotheek om de aangifte daadwerkelijk te doen. Er loopt altijd een bibliotheekmedewerker rond die even bij kan springen.

De Belastingdienst heeft 1,9 miljoen euro uitgetrokken om mensen op deze manier te helpen met de digitale aangifte. Het is een tegemoetkoming voor het verdwijnen van de blauwe envelop.

Bron: Elsevier

Pensioen in eigen beheer

De toekomst van het pensioen dat de directeur groot aandeelhouder in zijn eigen BV in eigen beheer opbouwt, blijft... Lees meer >

De toekomst van het pensioen dat de directeur groot aandeelhouder in zijn eigen BV in eigen beheer opbouwt, blijft onzeker. Eerder in deze briefhadden we het al over het Oudedagsparen in eigen beheer, de mogelijke opvolger van pensioen in eigen beheer.

Onlangs heeft de Staatssecretaris in een nieuwe brief over pensioen in eigen beheer twee uiteindelijke oplossingsrichtingen voorgelegd.

  1. het uitfaseren van pensioen in eigen beheer via een afkoopregeling
  2. het blijven faciliteren van een vorm van opbouw van pensioen in eigen beheer via het zogenoemde oudedagssparen in eigen beheer (OSEB).

Deze recente brief van de Staatssecretaris geeft wat meer duidelijkheid maar brengt nog steeds geen zekerheid. Aangegeven is dat voor het Krokusreces de beslissing zal zijn genomen.
De oplossing voor het pensioen in eigen beheer wordt gezocht in óf de afschaffing er van zonder dat er een opvolger voor een soort van ouderdagsvoorziening volgt dan wel het eerder besproken alternatief van oudedagssparen in eigen beheer.

De voorkeur van de Staatssecretaris is de afschaffing van pensioenopbouw in eigen beheer. Daartoe zou hij een afkoopregeling willen introduceren waarbij 80% van de fiscale waarde in de belastingheffing wordt betrokken en dus 20% vrijgesteld kan worden ontvangen.

Het is echter de vraag of de ondernemers tot afkoop over kunnen of willen gaan omdat over de afkoop, ondanks de vrijstelling van 20% van de voorziening, toch nog in veel gevallen een behoorlijk bedrag aan belasting verschuldigd is en dus de ondernemer direct veel liquiditeiten kost.

Wordt vervolgt: het streven is de nieuwe wetgeving omtrent pensioen in eigen beheer, wat het ook wordt, per 1 januari 2017 in werking te laten treden.

Bron: Actuele artikelen

Tweede Kamer stemt in met Autobrief 2.0

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. In dit wetsvoorstel staan plannen om... Lees meer >

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel Wet uitwerking autobrief 2.0. In dit wetsvoorstel staan plannen om de autobelastingen voor de periode 2017 – 2020 aan te passen. Het voorstel zorgt onder andere voor een vereenvoudiging van de bijtellingstarieven in de loon- en inkomstenbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak.

De Tweede Kamer heeft op 12 april ingestemd met de voorstellen in de Autobrief 2.0  van Staatsecretaris Wiebes. De komende jaren gaan de autobelastingen op de schop. Hierdoor zullen de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de bijtelling voor de auto van de zaak wijzigen. Per 2019 zijn er nog maar twee bijtellingscategorieën: 4% en 22%. Voor plugin hybridevoertuigen gaan stapsgewijs de regels van reguliere auto’s gelden. Nulemissie-auto’s blijven profiteren van de huidige voordelen.

Opkoopregeling voor oude dieselauto’s

Bij dit wetsvoorstel zijn ook enkele moties aangenomen. De aanschaf van tweedehands plugin hybridevoertuigen moet voorlopig aantrekkelijk blijven. Voor deze voertuigen blijft in 2019 en 2020 het huidige reguliere tarief in de MRB van toepassing. Voor oude zeer vervuilende dieselauto’s zonder roetfilter gaat vanaf 2019 een toeslag gelden in de MRB. De regering moet een opkoopregeling voor deze auto’s uitwerken. De reden is dat veel eigenaren van oude dieselauto’s niet genoeg financiële middelen hebben om hun auto te vervangen. Nu moet de Eerste Kamer nog haar mening over dit wetsvoorstel  geven.

 

Bron: Rijksoverheid en

Nettoloon in RC is beschikbaar voor dga

Als een bv het nettoloon van haar directeur-grootaandeelhouder (dga) op de rekening-courant (RC) boekt, veronderstelt de fiscus dat dit... Lees meer >

Als een bv het nettoloon van haar directeur-grootaandeelhouder (dga) op de rekening-courant (RC) boekt, veronderstelt de fiscus dat dit loon direct beschikbaar is voor de dga. De dga kan later niet stellen dat het loon niet aan hem is uitbetaald. Dit blijkt uit een uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Het draaide in die zaak om een dga die sinds 2010 op de loonlijst van zijn bv stond. In dit jaar bedroeg zijn loon € 47.558, waarover de bv keurig € 17.227 aan loonheffingen had ingehouden en afgedragen. Het nettoloon werd door de bv op de rekening-courant  van de dga geboekt. Bij de aangifte inkomstenbelasting van de dga ontstond een geschil met de fiscus. De dga stelde dat het nettoloon over 2010 niet mee kon tellen aangezien dit niet was uitbetaald. Hij stelde dat zijn bv niet voldoende liquide middelen had om het bedrag uit te keren. Hij wilde de vordering op de bv zelfs afwaarderen en in mindering brengen op zijn inkomen.

Verminderde liquiditeit geen reden tot afwaardering

De inspecteur was het hier niet mee eens, waarop de dga naar de rechter stapte. Daar draaide het om de vraag of de dga het loon daadwerkelijk had genoten. Het gerechtshof oordeelde dat dit het geval was. Door het boeken in de rekening-courant werd het loon omgezet in een vordering waarmee de dga volgens de wet beschikkingsmacht kreeg over het nettoloon. Het loon was, ook al was het niet in privé overgemaakt naar de dga, dus wel volgens de wet door de dga genoten. Ook de afwaardering ging niet door: de bv had het financieel weliswaar niet ruim, maar koos ervoor om andere schuldeisers wel te betalen en de dga niet. De dga ging na de uitspraak nog in cassatie, maar dat mocht uiteindelijk niet baten.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 april 2015, ECLI (verkort) 2735

Plan voor wijziging regels transitievergoeding

Het kabinet wil de regels voor de transitievergoeding bij ontslag om langdurige ziekte of ontslag om bedrijfseconomische redenen wijzigen.... Lees meer >

Het kabinet wil de regels voor de transitievergoeding bij ontslag om langdurige ziekte of ontslag om bedrijfseconomische redenen wijzigen. Dit meldt minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

De Kamerbrief gaat in op het pakket aan maatregelen waarmee het kabinet knelpunten op de arbeidsmarkt wil oplossen. Minister Asscher geeft aan twee wijzigingen te willen doorvoeren in de regels voor de transitievergoeding, omdat is gebleken dat werkgevers door de Wet werk en zekerheid soms met onredelijke financiële plichten te maken hebben.

Cao-voorziening niet verplicht gelijk aan transitievergoeding

De eerste wijziging gaat over de regel dat de werknemer geen recht heeft op de transitievergoeding als in de cao voor een gelijkwaardige voorziening is gezorgd. Kortweg blijkt in de praktijk dat door collectieve cao-voorzieningen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen het ondoenlijk kan zijn om in de cao een individuele gelijkwaardige voorziening te regelen.
De wijziging zorgt er daarom voor dat het recht op de transitievergoeding ook verdwijnt als een individuele voorziening voor ontslag om bedrijfseconomische redenen niet gelijkwaardig is. Cao-partijen mogen dan zelf bepalen wat de omvang van de voorziening is, zolang deze maar gericht is op het vinden van nieuw werk. Ook kunnen zij besluiten de kosten van de voorzieningen niet meer bij individuele werkgevers (uit het mkb) te leggen. De wijziging moet per 1 januari 2018 ingaan.

Compensatie voor transitievergoeding bij langdurige ziekte

De tweede wijziging heeft betrekking op de transitievergoeding bij ontslag vanwege langdurige ziekte. Omdat werkgevers in zo’n geval al met hoge kosten te maken hebben, vindt het kabinet het rechtvaardig als deze werkgevers een compensatie krijgen voor de transitievergoeding die ze bij zo’n ontslag moeten betalen. Die compensatie wordt betaald vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds. Hier staat wel een premieverhoging tegenover. De maatregel moet een einde maken aan slapende dienstverbanden. Hoewel ook voor deze wijziging 1 januari 2018 als beoogde ingangsdatum geldt, gaat die mogelijk met terugwerkende kracht in.

Tussenperiode keten verkort naar drie maanden

Vanaf 1 juli 2016 kan in de cao de minimale tussenperiode die de ketenbepaling doorbreekt, worden teruggebracht van zes... Lees meer >

Vanaf 1 juli 2016 kan in de cao de minimale tussenperiode die de ketenbepaling doorbreekt, worden teruggebracht van zes naar drie maanden. Voorwaarde is wel dat de werkzaamheden als gevolg van de weersomstandigheden seizoensgebonden zijn.

De verkorting van de tussenperiode in de ketenbepaling is onderdeel van de maatregelen die minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid presenteerde om de knelpunten op de arbeidsmarkt op te lossen. Op dit moment moet er een tussenperiode van minimaal zes maanden tussen twee contracten zitten om de ketenbepaling te doorbreken. Van deze regel kan in principe niet worden afgeweken in de cao. Dit kan alleen via een ministeriële regeling voor specifieke functies bepaald worden, zoals onlangs gebeurde in de land- en tuinbouwsector.

Tussenperiode kan in de cao verkort worden

Het kabinet vindt het belangrijk dat cao-partijen zelf kunnen beslissen over het verkorten van de tussenperiode. Als de Eerste en Tweede Kamer akkoord gaan, kunnen de cao-partijen daarom vanaf 1 juli 2016 zelf bepalen voor welke functies een verkorting van de tussenperiode noodzakelijk is. Het moet dan wel gaan om functies die seizoensgebonden zijn en hoogstens negen maanden per jaar kunnen worden verricht.

Straks volwaardig minimumloon vanaf 21 jaar

Het volledige wettelijk minimumloon geldt straks voor iedere werknemer van 21 jaar en ouder. Nu is dat nog 23... Lees meer >

Het volledige wettelijk minimumloon geldt straks voor iedere werknemer van 21 jaar en ouder. Nu is dat nog 23 jaar en ouder. Daarnaast gaat het minimumloon voor werknemers tot 21 jaar omhoog. Dat heeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laten weten.

Het wettelijk minimumloon  geldt op dit moment alleen volledig voor werknemers van 23 jaar en ouder. Voor jongere werknemers geldt een vast percentage van dit minimumloon: het minimumjeugdloon. Daar komt echter verandering in, want minister Asscher wijzigt de beginleeftijd voor een volledig minimumloon stapsgewijs naar 21 jaar. Ook verhoogt hij het minimumjeugdloon voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar oud stapsgewijs. De wijzigingen worden opgenomen in een wetsvoorstel dat de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) wijzigt. De ingangsdatum is dus nog onbekend.

Verlaging mag niet negatief zijn voor werkgelegenheid

In eerste instantie verlaagt Asscher de leeftijd van het minimumloon naar 22 jaar. Als deze verlaging geen aanzienlijke negatieve effecten heeft op de werkgelegenheid voor jongeren, wordt de beginleeftijd daarna automatisch verder verlaagd naar 21 jaar. Tegelijkertijd gaat het minimumjeugdloon omhoog. Hoeveel hoger het wordt, ziet u in onderstaande tabel.

2016-04-21 - Voorstel verhoging minimum(jeugd)loon.PNG

Uitzondering voor leerwerkplekken

Er komt een uitzondering op deze aanpassingen van het minimumloon voor leerwerkplekken in de beroepsbegeleidende leerweg van het mbo. Dit moet voorkomen dat de loonkosten voor werkgevers die deze leerwerkplekken aanbieden te zeer stijgen. Voor alle werkgevers geldt dat zij per 2017 ook voor 21- en 22-jarige werknemers in aanmerking komen voor het lage-inkomensvoordeel. Deze werknemers gaan immers 100% van het wettelijk minimumloon verdienen. Zo blijft de stijging van de loonkosten beperkt.

Tabellen en Handboek Loonheffingen per 1 april

De nieuwe tabellen die per 1 april 2016 gelden voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, zijn op de site van de... Lees meer >

De nieuwe tabellen die per 1 april 2016 gelden voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, zijn op de site van de Belastingdienst gepubliceerd. Ook is er een nieuwe versie van het Handboek Loonheffingen 2016.

Per 1 april 2016 gelden er nieuwe tabellen voor de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen die de werkgever op het loon van werknemers moet inhouden via de loonaangifte. De Belastingdienst heeft om die reden op zijn website nieuwe loonbelastingtabellen, herleidingsregels en rekenvoorschriften gepubliceerd. Werkgevers moeten de nieuwe tabellen gebruiken voor betalingen vanaf 1 april 2016. Het effect voor werknemers is dat hun nettoloon met maximaal € 10 per maand daalt.

Tabellen tweemaal in Handboek Loonheffingen 2016

Ook van het Handboek Loonheffingen 2016 heeft de Belastingdienst op 1 april een nieuwe versie gepubliceerd. Het gewijzigde schijventarief en de gewijzigde eindheffingstabellen per 1 april 2016 vormen daarin de belangrijkste aanpassing. Alle tarieven, bedragen en percentages staan nu twee keer in het Handboek:

  • per 1 januari 2016 – voor loonbetalingen tot en met 31 maart 2016;
  • per 1 april 2016 – voor loonbetalingen vanaf 1 april 2016.

7+8+8-regel voor werkgevers

Steeds vaker kiezen werkgevers bij het aanbieden van een tijdelijk contract voor de zogenaamde 7+8+8-regel... Lees meer >

Neemt u een nieuwe medewerker in dienst, dan biedt u hem of haar in de meeste gevallen een tijdelijk contract aan. Dankzij de Wet werk en zekerheid (Wwz) per 1 januari 2015 hanteren veel werkgevers bij tijdelijke contracten de zogenaamde 7+8+8-regel. U leest hier wat de voordelen zijn van deze regel!

Steeds vaker kiezen werkgevers bij het aanbieden van een tijdelijk contract voor de zogenaamde 7+8+8-regel. Maar wat houdt dit precies in? Treedt een medewerker in dienst, dan krijgt hij of zij allereerst een contract van zeven maanden aangeboden. Verloopt de samenwerking goed, dan krijgt de werknemer een contractsverlenging van twee keer acht maanden. Dit wordt ook wel de 7+8+8-regel genoemd. Na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 januari 2015 kiezen werkgevers steeds vaker voor deze constructie. Waarom? Arbeidsrechtadvocaat Pierre van Geffen vertelt aan de website Personeelsnet.nl wat voor werkgevers de drie grote voordelen zijn van de 7+8+8-regel.

Voordeel 1: Proeftijd in eerste contract opnemen

Een van de regels uit de Wet werk en zekerheid bepaalt dat werkgevers per 1 januari 2015 geen proeftijdbedingen meer mogen opnemen in tijdelijke contracten van zes maanden of korter. Doordat de duur van het eerste contract zeven maanden is, omzeilt u die regel en kunt u een maand proeftijd in het contract opnemen. Merkt u in de eerste maand dat de samenwerking geen kans van slagen heeft, dan kunt u de arbeidsovereenkomst per direct en zonder ontslagvergunning beëindigen.

Voordeel 2: Vast contract uitstellen

Wanneer de werknemer die drie contracten van zeven, acht en acht maanden heeft doorlopen, dan zijn er 23 maanden verstreken. Op basis van de regels in de Wet werk en zekerheid bent u verplicht om de werknemer na 24 maanden een vast contract aan te bieden. Dankzij de 7+8+8-regel wordt u dus niet verplicht om een werknemer een vast contract aan te bieden en kunt u het moment dat een medewerker bij u in vaste dienst treedt, zo ver mogelijk opschorten.

Voordeel 3: Transitievergoeding omzeilen

De Wet werk en zekerheid bepaalt dat u de werknemer een transitievergoeding moet betalen wanneer u de samenwerking na twee jaar of langer beëindigd. Doordat u de 7+8+8-regel hanteert, komt u uit op een arbeidsduur van 23 maanden. U kunt op deze manier de werknemer zo lang mogelijk in dienst houden, zonder de werknemer na afloop van de samenwerking een transitievergoeding te moeten betalen.

Huiseigenaar betaalt weer te veel voor OZB

Huiseigenaren betalen dit jaar gemiddeld 2,45 procent meer aan onroerende zaakbelasting (ozb) dan vorig jaar. Volgens Vereniging Eigen Huis... Lees meer >

Huiseigenaren betalen dit jaar gemiddeld 2,45 procent meer aan onroerende zaakbelasting (ozb) dan vorig jaar. Volgens Vereniging Eigen Huis (VEH) is dat flink meer dan de verhoging van 1,57 procent die gemeenten met het Rijk hebben afgesproken. Ook is het veel meer dan de verwachte inflatie van 0,9 procent dit jaar, aldus VEH dinsdag.

Eigen Huis stelt dat gemeenten al vijf jaar achtereen de afspraken over de maximale ozb-verhoging collectief overschrijden. Dit zouden zij ongestraft kunnen doen omdat overschrijdingen voor individuele gemeenten geen nadelige consequenties hebben.

De belangenclub vraagt het kabinet daarom ,,dwingende maatregelen” te nemen die huiseigenaren beschermen tegen te sterke stijgingen van de ozb.

Vereniging Eigen Huis onderzocht in alle gemeenten de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten die bestaan uit ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing.

Top drie gemeenten

De ozb stijgt dit jaar het hardst in de Limburgse gemeente Meerssen. Huiseigenaren betalen hier gemiddeld 421 euro. Dat is 115 euro (37 procent) meer dan vorig jaar.

Ook in de Gelderse gemeente Duiven gaat de ozb met bijna 28 procent flink omhoog en betaalt een huiseigenaar gemiddeld 319 euro. Dit is bijna 70 euro meer dan in 2015. Nummer drie op de lijst is Kampen met een stijging van bijna 17 procent. Gemiddeld betaalt een huiseigenaar hier 262 euro aan ozb, een stijging van 37 euro. Maar omdat in Duiven de afvalstoffenheffing en in Kampen de rioolheffing fors is verlaagd, blijft de uiteindelijke woonlastenstijging in deze ozb-toppers beperkt tot enkele euro’s.

Landelijk stijgen de totale woonlasten (ozb, riool- en afvalstoffenheffing) voor huiseigenaren van 734 naar 745 euro, een toename van 1,46 procent.

Bron: Elsevier

Belastingdienst mag (vooralsnog) geen inkomensinformatie verstrekken aan verhuurders

De huidige huurwetgeving geeft verhuurders van sociale huurwoningen de mogelijkheid de huurprijzen te verhogen op de grond dat het... Lees meer >

De huidige huurwetgeving geeft verhuurders van sociale huurwoningen de mogelijkheid de huurprijzen te verhogen op de grond dat het inkomen van huurders boven een bepaald niveau ligt.

Het doel hiervan is deze huurders te stimuleren deze huisvesting te verruilen voor een andere huisvesting die meer bij hun inkomensniveau past. Aldus komen deze sociale huurwoningen beschikbaar voor de woningzoekenden met lagere inkomens. Een dergelijk huurprijswijzigingsvoorstel moet vergezeld gaan van een verklaring van de inspecteur van de Belastingdienst (op te vragen door de verhuurder) waarin informatie wordt gegeven over het inkomen van die huurder (zie art. 7:252a lid 3 Burgerlijk Wetboek). Over de al dan niet plicht van de inspecteur om een dergelijke verklaring te verstrekken ging de zaak waarover de Raad van State op 3 februari 2016 een uitspraak deed.

De huurder in kwestie had op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verzet aangetekend bij de Belastingdienst tegen de verstrekking van zijn inkomensgegevens door de Belastingdienst aan zijn verhuurder. De Raad van State overweegt, net als de rechtbank dat deed op 22 juli 2015, dat de huurwetgeving geen verplichting inhoudt voor de Belastingdienst om een dergelijke inkomensverklaring te verstrekken. De Raad van State bepaalt dan ook dat de Belastingdienst geen gegevens betreffende het inkomen van de huurder mag verstrekken aan de verhuurder, zolang de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (artikel 67) daarvoor geen grondslag biedt.

In het – in de vorige snelrechtbijdrage al genoemde – wetsvoorstel ‘Wet doorstroming huurmarkt 2015’ (EK 34 373) is een voorziening getroffen om deze wettelijke verplichting in de wetgeving te verankeren. Het ‘wetsvoorstel gegevensverstrekking’ (EK 34 374) bevat ook een dergelijke reparatiebepaling en is ingediend (op 21 december jl.) om versneld deze wettelijke verplichting bij wet vastgelegd te krijgen (voor zover de wet doorstroming huurmarkt 2015 niet zo snel wordt behandeld), zodat de Belastingdienst nog voor de eerstkomende huurprijswijzigingsronde (die gebruikelijk per 1 juli plaatsvindt) deze verklaringen mag verstrekken.

De minister heeft bij de inwerkingtredingsbepaling van deze twee wetsvoorstellen bepaald dat bij de inwerkingtreding van de hier bedoelde reparatiebepalingen gebruik mag worden gemaakt van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum. (Zodat versneld deze wet(sartikelen) in werking kunnen treden.)

Het wetsvoorstel doorstroming huurmarkt 2015 ligt inmiddels in een enigszins gewijzigde variant in de Eerste Kamer. Enkele wijzigingen: de proefperiode voor zelfstandige woonruimtes wordt twee jaar in plaats van één jaar en toegelaten instellingen ex art. 19 Woningwet (woningcorporaties) mogen (naar het zich nu laat aanzien) enkel beperkt van deze proefperiodemogelijkheid gebruik maken (niet korter dan één jaar). Verder geldt bij de proefperiode huurovereenkomst dat de verhuurder voor het einde van de huurovereenkomst de plicht heeft te melden dat deze huurovereenkomst eindigt bij gebreke waarvan de huurovereenkomst niet van rechtswege eindigt.

Bron: Mr-online

Belastingdienst verliest zaak om naheffing opleidingsuitgaven

De Belastingdienst heeft een kostbare nederlaag geleden bij de Hoge Raad... Lees meer >

De Belastingdienst heeft een kostbare nederlaag geleden bij de Hoge Raad. De (per 1 januari 2014 vervallen) afdrachtvermindering onderwijs is ook van toepassing als een werknemer slechts een deel van een erkende beroepsopleiding heeft gevolgd en hiervoor een deelcertificaat heeft gekregen.

Belastingdienst verliest zaak om naheffing opleidingsuitgaven (Accountant.nl)

Ook afdrachtvermindering onderwijs voor deelcertificaat (Taxence.nl)

ECLI:NL:HR:2016:38 (Rechtspraak.nl)

Bron: Recht.nl

PS let ook op

Indien u aanmerking maakt op de afdrachtvermindering geef dit dan op tijd door aan ons

U kunt een subsidieaanvraag indienen voor studiejaar 2015-2016 vanaf 2 juni 2016 tot en met 15 september 2016 (17.00 uur).

Bron Subsidieregeling praktijkleren

Alternatief voor de VAR? U hebt tot 1 mei 2017 de tijd

1 mei 2016 verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Dat kan betekenen dat u uw werkwijze moet aanpassen. ... Lees meer >

1 mei 2016 verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Dat kan betekenen dat u uw werkwijze moet aanpassen. U hoeft dat echter op 1 mei 2016 nog niet direct gedaan te hebben. Opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben tot 1 mei 2017 de tijd.

In de periode tot 1 mei 2017 geldt wel een inspanningsverplichting. Opdrachtgevers en opdrachtnemers moeten actief bezig zijn de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat er ‘buiten dienstbetrekking’ gewerkt wordt.

Tussen 1 mei 2016 en 1 mei 2017 houden wij toezicht, maar vooral in de vorm van voorlichting over de nieuwe werkwijze. En we bieden u de helpende hand bij de implementatie.

Meer weten? De belangrijkste vragen en antwoorden hebben we voor u op een rij gezet

Bron: Belastingdienst

Mogelijkheden tariefarbitrage via de werkkostenregeling zijn ingeperkt

Als werkgever of directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u vast al in aanraking gekomen met de in 2015 verplicht geworden werkkostenregeling.... Lees meer >

Als werkgever of directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u vast al in aanraking gekomen met de in 2015 verplicht geworden werkkostenregeling. De term omvat de fiscale regelgeving van vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. Daarbij is, in tegenstelling tot regulier loon, niet de werknemer belasting verschuldigd over het ontvangen voordeel, maar de werkgever.

De werkkostenregeling geldt ook voor dga’s in dienst bij ‘hun’ BV. Dga’s kunnen via de werkkostenregeling een belastingbesparing realiseren door werknemersloon (regulier loon) om te zetten naar werkgeversloon (zogeheten eindheffingsloon). Dit laat zich toelichten met een simpel voorbeeld. Wil de BV € 100 netto aan de dga uitkeren in de hoogste loonbelasting schijf, dan moet de BV € 208 bruto loon uitkeren. Via de werkkostenregeling is de BV in dit voorbeeld geen € 208, maar € 180 in totaal kwijt om hetzelfde netto bedrag aan de dga uit te keren. Een belastingvoordeel van € 28 dus. Binnen de zogeheten vrije ruimte van de werkkostenregeling (1,2% van de loonsom van de werkgever, voor zover niet besteed aan andere vergoedingen en verstrekkingen), is er zelfs helemaal geen belasting verschuldigd over de netto uitkering.

Via de werkkostenregeling is er dus tariefarbitrage mogelijk, dit uiteraard tot ongenoegen van de fiscus. Het belangrijkste wapen tegen deze tariefarbitrage, is het gebruikelijkheidscriterium.  Op grond van dit criterium mocht tot 1 januari 2016 de omvang van de als eindheffingsbestanddeel aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet meer dan 30% afwijken van ‘hetgeen in voor het overige overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is’.

Het gebruikelijkheidscriterium is met ingang van 1 januari 2016 aangescherpt. Niet de omvang van de vergoeding of verstrekking als zodanig, maar überhaupt het aanwijzen van een vergoeding of verstrekking als eindheffingsloon wordt getoetst. Bij de toets of is voldaan aan het gebruikelijkheidscriterium, spelen onder meer de aard van de vergoeding of verstrekking, de omvang of waarde van de vergoeding of verstrekking en de wijze waarop de vergoeding of verstrekking vóór de werkkostenregeling in de organisatie werd behandeld, een rol.

Het is goed om te weten dat er een ‘safe haven’ is van € 2.400 euro per werknemer. De belastingdienst heeft toegezegd dit bedrag zonder nadere vragen aan te merken als gebruikelijk. Als u het dus niet te gek maakt, dan kunt u dus alsnog een beetje profiteren van die aantrekkelijke tariefarbitrage.

Bron: Actuele artikelen

Belastingdienst stuurt 560.000 zzp’ers brief over verdwijnen VAR

De Belastingdienst stuurt tussen 31 maart en 8 april aan ruim 560.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een brief over... Lees meer >

De Belastingdienst stuurt tussen 31 maart en 8 april aan ruim 560.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een brief over de gevolgen van de afschaffing van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016. Het betreft de brief die staatssecretaris Wiebes eerder aankondigde.

De brief wordt verstuurd aan mensen die volgens de gegevens van de Belastingdienst beschikken over een VAR.

Modelovereenkomsten
De Belastingdienst adviseert in de brief zzp’ers om gebruik te maken van modelovereenkomsten. Deze zijn te downloaden op de site van de Belastingdienst. Als een zzp’er werkt volgens zo’n overeenkomst is er geen sprake van loondienst en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden.

Met de brief wil de Belastingdienst duidelijk maken hoe de nieuwe werkwijze is, wat wel en niet verandert en wat de overgangsperiode tot 1 mei 2017 inhoudt.

Webinar
De brief geeft verder informatie over het webinar dat de Belastingdienst op 12 april ’s avonds organiseert voor zzp’ers.

Op dezelfde dag organiseert de Belastingdienst ’s ochtends een webinar voor opdrachtgevers en andere belanghebbenden. De uitnodiging hiervoor wordt vandaag gemaild naar 72.000 mailadressen. Beide webinars kunnen achteraf worden bekeken.

Meer informatie
Bij de brief zit een bijlage met de belangrijkste vragen en antwoorden. Lees hier de brief en de bijlage.
Op belastingdienst.nl/dba vindt u informatie over de modelovereenkomsten en meer veelgestelde vragen.

Heb je in 2015 je hypotheek overgesloten, misschien heb je nog extra belastingvoordeel?

Lees dit als je in 2015 je hypotheek hebt oversloten. Je hebt daarvoor waarschijnlijk een flinke boetebedrag moeten betalen.... Lees meer >

Lees dit als je in 2015 je hypotheek hebt overgesloten. Je hebt daarvoor waarschijnlijk een flinke boetebedrag moeten betalen. Ging dit om echt een groot bedrag, lees dan nog even verder.
Je weet waarschijnlijk wel dat je de kosten van het boetebedrag mag aftrekken bij je belastingaangifte, dat is op zich al goed nieuws, want hierdoor is de boete al een stuk lager en dus de terugverdientijd veel korter. Maar wellicht is er nog meer goed nieuws, waar je misschien nog niet aan hebt gedacht. Het zou kunnen dat je door het grote bedrag dat je aan je hypotheekkosten hebt gemaakt je ineens een laag besteedbaar inkomen had in 2015. Misschien heb je daardoor ineens recht op een hoger bedrag op kinderopvangtoeslag, een hoger kindgebonden budget en wellicht zelfs zorgtoeslag. Zeker als je deze verschillende toeslagen weer bij elkaar optelt, kan het om een flink bedrag gaan.

Kom je hier zelf niet uit, een belastingadviseur kan je hier snel bij helpen. Het kan echt de moeite zijn, maar nogmaals het bedrag dat je aan boete hebt betaald moet wel aanzienlijk zijn (dus niet een paar honderd euro, dan is de kans klein dat dit voor jou geldt).

Werkende ouders onbekend met inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack)

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack 2015) is bedoeld als een tegemoetkoming voor werkende ouders met jonge kinderen. Hierdoor wordt het... Lees meer >

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack 2015) is bedoeld als een tegemoetkoming voor werkende ouders met jonge kinderen. Hierdoor wordt het voor ouders met kinderen aantrekkelijker om betaald werk te accepteren. Deze inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting (iack) is enkele jaren geleden ingevoerd.
Niet alle werkende ouders zijn op de hoogte van deze inkomensafhankelijke combikorting (iack) die je bij je aangifte inkomstenbelasting via de belastingdienst kunt aanvragen. Tegenwoordig staat de iack vaak al ingevuld bij je aangifteformulier, dit is echter niet in alle situaties het geval, dit betekent echter niet automatisch dat je er geen recht op hebt! De inkomensafhankelijke combinatiekorting levert voor een gezin met kinderen een behoorlijk bedrag op. Check dus of dit goed staat ingevuld bij je belastingaangifte als je gebruik maakt van een vooraf ingevulde opgave. In de begroting voor 2016 is zelfs een extra bedrag van €250 miljoen uitgetrokken worden voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK 2016)!

Inkomensafhankelijke combinatiekorting 2015 (IACK 2015 en IACK 2016)

Hoe zit het precies? Verdien je in 2015 meer dan 4847 euro (of heb je recht op zelfstandigenaftrek) en zorg je voor één of meerdere kinderen die op 1 januari nog geen 12 jaar zijn? Dan heb je recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. De korting wordt uitbetaald aan alleenstaande ouders en aan tweeverdieners. Bij tweeverdieners gaat de korting naar degene met het laagste inkomen. De afgelopen jaren was er een enigszins vergelijkbare korting maar deze was niet inkomensafhankelijk en daarnaast ook lager.

Combikorting werkende ouders: maximaal € 2133 belastingvoordeel

De iack combinatiekorting is ingevoerd omdat de overheid mensen met kleine banen wil stimuleren deze baan qua aantal uren uit te breiden. De combikorting loopt nu op met het stijgen van het salaris en is dit jaar behoorlijk omhoog gegaan. Verdien je € 4847 dan krijg je in ieder geval een korting van € 1033. Bij een salaris van € 32.832 is de korting opgelopen tot € 2152. Netto ontvang je door de inkomensafhankelijke combinatiekorting zo’n € 175 euro per maand meer en dat is toch best de moeite waard. € 2152 is de maximale korting, verdien je meer dan krijg je niet meer korting. De maximale IACK 2015 bedraagt dus € 2152.

Bedragen Inkomensafhankelijke combinatiekorting 2015

         Jonger dan 65 jaar                          ouder dan 65 jaar                      
0 – €4.847   € 0   € 0
0 – €4.847 maar wel zelfstandige aftrek, €1.033 maar wel zelfstandige aftrek, €471
€4.847 – €32.832 €1.033 + 4% inkomen €528 + 2,037% inkomen
€32.832 €2152 €1098

Let bij je belastingaangifte voor 2015 dus goed op dat je gebruik maakt van deze inkomensafhankelijke combinatiekorting. Je kunt deze iack korting voor werkende ouders ook maandelijks uitbetaald krijgen door het aanvragen van een voorlopige aanslag bij de Belasting.

1 april: deadline voor eigenrisicodragerschap

Vrijdag 1 april is een belangrijke dag als uw organisatie eigenrisicodrager wil worden voor de WGA of ZW of... Lees meer >

Vrijdag 1 april is een belangrijke dag als uw organisatie eigenrisicodrager wil worden voor de WGA of ZW of het eigenrisicodragerschap juist wil stopzetten. Wijzigingen moeten namelijk vóór 1 april aan de Belastingdienst doorgegeven worden.

Twee keer per jaar kan uw organisatie ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en Ziektewet (ZW): per 1 januari en per 1 juli. Ook het stopzetten van het eigenrisicodragerschap kan alleen per die data. Wil uw organisatie een wijziging doorgeven, dan moet die wijziging 13 weken vóór die data bij de Belastingdienst doorgeven. Voor wijzigingen per 1 juli is de deadline dus 1 april.

Minimaal voor drie jaar terug naar UWV

Als eigenrisicodrager hoeft uw organisatie geen WGA – of ZW-premie af te dragen als onderdeel van de premies werknemersverzekeringen. Hebben zieke werknemers recht op een uitkering, dan draait uw organisatie echter zelf op voor de uitbetaling hiervan. Uw organisatie kan dit risico ook onderbrengen bij een verzekeraar.
Niet iedere werkgever kan eigenrisicodrager worden voor de WGA-vast. Organisaties die teruggekeerd zijn naar de publieke verzekering van UWV, moeten daar namelijk minimaal drie jaar blijven.

Voor- en nadelen goed afwegen

Overweegt uw organisatie om eigenrisicodrager te worden, dan is het belangrijk om de voor- en nadelen goed in kaart te brengen. Uw organisatie moet de ondernemingsraad volgens artikel 25 lid 1m Wet op de ondernemingsraden advies vragen bij de keuze voor de publieke verzekering via UWV of het eigenrisicodragerschap.
Voor de WGA-flex kan uw organisatie overigens nog geen eigenrisicodrager worden per 1 juli 2016. Dat kan namelijk pas per 1 januari 2017. Om het voor werkgevers aantrekkelijk te maken om eigenrisicodrager voor de WGA te zijn, blijven per die datum ook de zogenoemde staartlasten achter bij UWV.

Extra uitleg fiscus over fouten in aangifte IB

Bepaalde onderwerpen krijgen extra aandacht van de Belastingdienst, omdat daar vaak fouten in worden gemaakt. Recent heeft de fiscus... Lees meer >

Bepaalde onderwerpen krijgen extra aandacht van de Belastingdienst, omdat daar vaak fouten in worden gemaakt. Recent heeft de fiscus aangegeven welke onderwerpen dat zijn en die nader toegelicht.

Ondanks dat de Belastingdienst de aangifte inkomstenbelasting grotendeels al heeft ingevuld, blijft het verzorgen van de aangifte een lastige klus. Sommige onderwerpen roepen veel vragen op en gaan ook regelmatig verkeerd bij het invullen van de aangifte. De fiscus vraagt daarom extra aandacht voor deze onderwerpen en zal daar ook goed op controleren. Voor de aangifte inkomstenbelasting 2015 gaat het om de volgende onderwerpen:

  • scholingsaftrek;
  • giften ;
  • zakelijke en persoonlijke kosten;
  • eigen woning;
  • bijzondere zorgkosten: dieetkosten, gezinshulp en kosten voor medicijnen;
  • zelfstandigenaftrek niet helemaal gebruikt;
  • scheiden;
  • kwalificerende belastingdienst bij werken in Nederland en wonen in een ander land.

Op de website van de Belastingdienst is extra uitleg opgenomen over deze onderwerpen.

Indienen van de aangifte inkomstenbelasting

De aangifte inkomstenbelasting 2015 moet uiterlijk 30 april 2016 bij de Belastingdienst binnen zijn. Ontvangt de fiscus de aangifte al vóór 1 april, dan stuurt de inspecteur vóór 1 juli een bericht. Bij latere ontvangst van de aangifte (maar wel vóór 1 mei) kan de Belastingdienst dat niet garanderen. Vraag tijdig om uitstel als het niet lukt om de aangifte vóór 1 mei in te dienen. Onze collega’s helpe u daarbij

Streep door belasting op vermogen

Een doorbraak in de strijd tegen de vermogensrendementsheffing. Volgens de advocaat-generaal is de verguisde belasting in strijd met het... Lees meer >

Een doorbraak in de strijd tegen de vermogensrendementsheffing. Volgens de advocaat-generaal is de verguisde belasting in strijd met het recht op eigendom. Dat schrijft hij in een advies aan de Hoge Raad.

„Willekeur”, „oneigenlijke ontneming”. Het zijn slechts enkele kwalificaties voor de verguisde vermogensrendementsheffing die uitgaat van een fictief rendement op vermogen van 4 procent.

‘Den Haag heeft een probleem’  

Mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, betalen toch hetzelfde percentage belasting.

Tegenspraak

De advocaat-generaal wijst er op dat de moderne belastingwetgeving is gebaseerd op individuele draagkracht. Een heffing die uitgaat van een fictief gemiddelde is daarmee in tegenspraak. Ook zijn belastingplichtigen volgens hem vrij om hun financiën zelf in te richten en zouden zij daarom niet moeten worden belast op basis van een opbrengt die zij volgens de wetgever hadden kunnen halen.

’Ouderwets’

Volgens de advocaat-generaal is de heffing bovendien niet meer van deze tijd. De regeling is aan het einde van de jaren negentig gemaakt na een lange periode van grote economische voorspoed. Met de kennis van nu kan niet meer worden uitgegaan van een dergelijk rendement, alsdus de raadsman. Maatschappelijk, zo stelt hij vast, is over deze belasting na 2011 ook steeds meer onrust en onvrede ontstaan.

Verlies

De A-G adviseert de regeling aan te passen. En zo lang dat niet gebeurt moet voor mensen die verlies lijden op hun vermogen de heffing door de rechter buiten werking worden gezet. Het advies van de advocaat-generaal wordt in veel gevallen gevolgd door het hoogste rechtscollege.

Noorwegen

De zaak werd aangespannen door een Nederlander die in 1996 naar Noorwegen emigreerde, maar enkele panden in zijn vaderland aanhield. Hij weigerde in 2011 akkoord te gaan met een belastingheffing over een bedrag van € 13.520 dat door de belastinginspecteur werd gezien als inkomen uit sparen en beleggen.

Niet eens

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft al laten weten het niet eens te zijn met het advies. Het ministerie wacht de uitspraak van de Hoge Raad af.

Bron: De Telegraaf

BTW verschuldigd bij niet doorgaan prestatie?

Gaat een prestatie niet door, dan ook de afdracht van BTW over de reeds ontvangen bedragen niet... Lees meer >

Gaat een prestatie niet door, dan ook de afdracht van BTW over de reeds ontvangen bedragen niet. Helaas blijkt die vlieger, gezien de Air France-KLM zaak waarin het Europese Hof van Justitie eind 2015 uitspreek deed, niet altijd op te gaan.

Bron: Recht.nl

Belastingdienst te druk met starters

De Belastingdienst kan de grote toeloop van startende ondernemers niet aan.... Lees meer >

De Belastingdienst kan de grote toeloop van startende ondernemers niet aan.

De afgifte van BTW-nummers duurt hierdoor in januari en februari langer en dat kan betekenen dat starters moeilijker rekeningen kunnen innen, schrijft het FD.

Normaal krijgen starters binnen vijf werkdagen een btw-nummer, in de eerste twee maanden van dat jaar is dat tien dagen langer.

Een woordvoerder van de Belastingdienst zegt dat extra personeel is ingezet om de piek, die normaal is aan het begin van het jaar, het hoofd te bieden.

Bron: De Telegraaf

Einde VAR per 1 mei

De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor zzp’ers zal per 1 mei verdwijnen. Er komt een overgangstermijn voor de invoering van... Lees meer >

De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor zzp’ers zal per 1 mei verdwijnen. Er komt een overgangstermijn voor de invoering van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wet DBA) tot 1 mei 2017.

De VAR wordt vervangen door modelovereenkomsten. Die moeten zzp’ers en bedrijven meer duidelijkheid en zekerheid geven. Bij een VAR kunnen mensen op papier werken als zzp´er terwijl ze in de praktijk eigenlijk gewoon in dienst zijn. Dat is lastig te controleren voor de Belastingdienst en financiële gevolgen zijn altijd voor de zzp’er. Daarom moeten zzp’ers en opdrachtgevers voor 1 mei 2017 aantonen dat zij geen werknemers relatie hebben. Een mogelijkheid hiervoor is het werken met contracten die door de fiscus goedgekeurd zijn.

Voorheen

De VAR is bedoeld om bedrijven duidelijk te maken of zij loonheffing moeten inhouden en betalen over inkomsten van zzp’ers. Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) wilde al langere tijd af van de VAR, maar hij stuitte op verzet in de Senaat. Hij deed een reeks toezeggingen. Zo komt er een langere overgangsfase van een jaar.

Onrust

Er is veel weerstand tegen de invoering van de wet DBA die onrust op de zzp-markt veroorzaakt omdat er onduidelijk is hoe het werken met modelovereenkomsten in de praktijk zal uitpakken.

Bron: PenO Actuee

Definitieve berekeningen kinderopvangtoeslag 2014

Hebt u een definitieve berekening kinderopvangtoeslag 2014 ontvangen met een datum van 7 januari 2016? Deze toeslag is berekend... Lees meer >

Hebt u een definitieve berekening kinderopvangtoeslag 2014 ontvangen met een datum van 7 januari 2016? Deze toeslag is berekend op basis van aangeleverde gegevens door de kinderopvangorganisatie. De gegevens blijken in een aantal gevallen onvolledig of niet juist.

In Mijn toeslagen ziet u welke gegevens wij hebben gebruikt voor de definitieve berekening van uw kinderopvangtoeslag. Zijn de gegevens niet juist? Dan kunt u bezwaar maken.

Hoe maak ik bezwaar?

Gebruik voor uw bezwaar het formulier Bezwaar definitieve berekening toeslag. Stuur met het formulier kopieën mee van de jaaropgaven van uw kinderopvanginstelling. Zorg ervoor dat uw bezwaar binnen 6 weken na de datum op de definitieve berekening bij ons binnen is. Hebt u de jaaropgaven niet voor die tijd? Stuur dan alleen het formulier naar ons op. U krijgt in dat geval van ons een brief waarin u leest hoe u de jaaropgaven kunt versturen.

Bron: Belastingdienst

Bijdrage studie kinderen een schenking

Ouders mogen een bepaald bedrag per jaar belastingvrij schenken aan hun kinderen. In 2016 bedraagt dit bedrag € 5.304.... Lees meer >

Ouders mogen een bepaald bedrag per jaar belastingvrij schenken aan hun kinderen. In 2016 bedraagt dit bedrag € 5.304. Bij het bepalen van de omvang van de schenking wordt gekeken naar het totaal van de schenkingen in een kalenderjaar. Het is dus belangrijk om te weten wat wel en wat niet wordt gezien als een schenking.

Om van een schenking te kunnen spreken moet aan drie voorwaarden worden voldaan. Deze zijn:

  • Verarming bij degene die de schenking doet;
  • Verrijking bij degene die de schenking ontvangt;
  • De schenking moet uit vrijgevigheid worden voldaan.

Al enige tijd loopt er een discussie of de bedragen die een ouder bijdraagt aan de studie van een kind, gezien moeten worden als een schenking. Als dit zo is, moet met deze betalingen dus rekening worden gehouden als men wil voorkomen dat men boven de vrijstelling uitkomt.

Burgerlijk Wetboek

Op grond van het Burgerlijk Wetboek heeft een ouder de verplichting om een kind te onderhouden. Dit is een levenslange verplichting waarbij wel opgemerkt moet worden dat een kind dat 21 jaar of ouder is, moet kunnen aantonen dat er sprake is van behoeftigheid (onvermogen buiten de hulp van anderen te kunnen). Deze omschrijving zou voldoende moeten zijn om te stellen dat er geen sprake is van vrijgevigheid en er dus geen sprake is van een schenking. Als de bijdrage in de studie wel een schenking zou zijn waarom is dan het kopen van kleding of het verstrekken van eten dat niet?

DUO

Studerende kinderen hebben recht op ondersteuning vanuit de overheid. Ook binnen het huidige leenstelsel worden ouders geacht bij te dragen aan de studie van hun kinderen. Dit is onder andere afhankelijk van het verzamelinkomen van de ouder(s). Jaarlijks ontvangen zij een brief van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met daarin het bedrag dat zij geacht worden bij te dragen. Gelet op de toonzetting van deze brief kun je moeilijk stellen dat een ouder de bijdrage uit vrijgevigheid doet.

Successiewet

In de Successiewet is een hoge vrijstelling opgenomen voor schenkingen aan studerende kinderen. Deze vrijstelling zou alleen nodig zijn, als het bijdragen aan een studie als een schenking kan worden gezien. De vrijstelling ziet echter op bijzondere situaties. Denk hierbij aan bedrag dat een ouder bijdraagt aan de (zeer dure) pilotenopleiding van zoon of dochter.

Duidelijkheid

Bij de behandeling van het Belastingplan 2016 is op vragen vanuit de Tweede Kamer het volgende opgemerkt:

  • …een bijdrage van een ouder aan het kind voor zijn studie normaal gesproken niet zijn belast met schenkbelasting. Dat geldt in ieder geval voor een bijdrage voor een reguliere studie als het studerende kind nog geen 21 jaar is, of als het kind een studie volgt die hij voor zijn 21ejaar is begonnen…
  • …indien het kind al 21 jaar of ouder is wanneer het een studie gaat volgen, kan weliswaar sprake zijn van een schenking maar zal bij een reguliere studie de betaling van de kosten voor studie en levensonderhoud veelal vallen onder de vrijstelling van schenkbelasting voor het voldoen aan een natuurlijke verbintenis.

Conclusie

De conclusie is dat in de praktijk in de meeste gevallen de ouderlijke bijdrage voor de studie, zeker ook als deze overeenkomstig de door de DUO berekende bijdrage is, niet als een schenking zal worden beschouwd. Als een ouder een bijdrage wil leveren aan de aflossing van een bij de DUO opgebouwde studieschuld, moet overigens wel een beroep worden gedaan op een (verhoogde) schenkingsvrijstelling. Als u dat doet kan dit gevolgen hebben voor latere schenkingen. Laat u dus vooraf goed adviseren!

Bron: Actuele artikelen

Fiscus publiceert onjuiste modelcontracten

Enkele modelcontracten die de Belastingdienst al op zijn eigen website heeft gepubliceerd, blijken bepalingen te bevatten die in strijd... Lees meer >

Enkele modelcontracten die de Belastingdienst al op zijn eigen website heeft gepubliceerd, blijken bepalingen te bevatten die in strijd zijn met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft beloofd de modelcontracten binnen twee weken aan te passen.

Tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer werd de staatssecretaris door D66 gewezen op de strijdige bepalingen in de modelcontracten die de Verklaring Arbeidsrelaties gaan vervangen. Enkele bepalingen in modelcontracten die al door de fiscus zijn goedgekeurd en gepubliceerd, leiden tot een volledige vrijwaring van de opdrachtgever. De staatssecretaris heeft toegegeven dat deze vrijwaringen in strijd zijn met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Volgens de DBA kunnen eventuele naheffingen niet alleen verhaald worden op de opdrachtnemer, terwijl de modelcontracten de indruk wekken dat dit wel het geval is.

Modelcontracten worden ook juridisch getoetst

Eén van de uitgangspunten van de DBA is dat de verantwoordelijkheid voor de opdrachtgever juist groter wordt. Met het oude stelsel van de VAR liep vooral de opdrachtnemer risico op naheffingen. Volgens de staatssecretaris werden de modelcontracten tot nu toe uitsluitend aan fiscale bepalingen getoetst. Om fouten te voorkomen, worden de modelcontracten vanaf het vierde kwartaal ook standaard juridisch getoetst. De onjuiste bepalingen die nu ontdekt zijn, worden binnen twee weken uit de overeenkomsten gehaald.

Vergeet de BTW niet over het plastic tasje!

Sinds 1 januari 2016 is uw organisatie verplicht om een vergoeding te vragen voor een plastic tasje. Het vragen... Lees meer >

Sinds 1 januari 2016 is uw organisatie verplicht om een vergoeding te vragen voor een plastic tasje. Het vragen van zo’n vergoeding heeft ook gevolgen voor de BTW.

Met zijn allen jagen we er  in ons land per jaar 3 miljard plastic tasjes doorheen. Recent heeft de Europese Unie (EU) een richtlijn opgesteld die het gebruik van dit plastic moet beperken. Per 1 januari 2016 is daarom een verbod van gratis plastic tasjes opgenomen. Uw organisatie mag zelf bepalen welke vergoeding voor het tasje in rekening wordt gebracht. Er geldt echter wel een adviesprijs van € 0,25. Voor de BTW  wordt dit gezien als een levering waar uw organisatie BTW over moet rekenen.

Plastic tasje is een afzonderlijk goed

Uw organisatie moet over de vergoeding voor de levering van de plastic tas 21% BTW  berekenen.  Het maakt daarvoor niet uit dat de goederen in de tas belast zijn met 6%. De Belastingdienst merkt de tas namelijk aan als de levering van een afzonderlijk goed en niet als verpakkingsmateriaal van het goed. Het verschuldigde BTW-bedrag rondt u af op hele centen. Bij meer dan twee cijfers achter de komma, moet u het bedrag afronden op de dichtstbijzijnde cent. De afronding kunt u toepassen per afzonderlijk goed of op het totaalbedrag. Uw organisatie moet dit wel consequent toepassen.

Autobrief 2.0 uitgewerkt in een wetsvoorstel

Recent heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën de voorstellen uit de Autobrief 2.0 uitgewerkt in een wetsvoorstel en toegestuurd aan... Lees meer >

Recent heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën de voorstellen uit de Autobrief 2.0 uitgewerkt in een wetsvoorstel en toegestuurd aan de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel is ook een vereenvoudiging van het overgangsrecht voor de bijtelling opgenomen.

De staatssecretaris heeft op 19 juni 2015 de Autobrief 2.0  naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze brief staan voorstellen om de autobelastingen voor de periode 2017 – 2020 aan te passen. Hierdoor wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de bijtelling voor de auto van de zaak in de loon- en inkomstenbelasting. Het wetsvoorstel (pdf) en de memorie van toelichting (pdf) heeft de staatssecretaris recent naar de Tweede Kamer gestuurd.

Nog slechts twee bijtellingscategorieën

Het wetsvoorstel zorgt voor een aanpassing van de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak. Hierdoor zijn er per 2019 nog maar twee bijtellingscategorieën: 4% en 22%. Er geldt dan een algemeen tarief van 22%. Alleen volledig elektrische auto’s vallen dan nog onder de lagere bijtelling van 4%. Deze lagere bijtelling geldt slechts voor de eerste € 50.000 van de aanschafwaarde van de auto. De overgang naar deze twee tarieven zal stapsgewijs plaatsvinden.

Complex overgangsrecht wordt eenvoudiger

Daarnaast heeft de staatssecretaris meer duidelijkheid gegeven over het overgangsrecht voor de bijtelling. Voor auto’s die zijn aangeschaft in de periode 2017 – 2020 geldt gedurende een periode van 60 maanden na de datum van eerste toelating op de weg een lagere bijtelling. Voor het op 31 december 2016 bestaande wagenpark geldt nu een complex overgangsrecht. De staatssecretaris wil dat inperken, zodat de lagere bijtelling voor alle auto’s gedurende 60 maanden na de maand waarin de auto voor het eerst op naam is gesteld van kracht blijft. Er geldt een uitzondering voor auto’s van vóór 1 juli 2012 die op grond van het huidige overgangsrecht een bijtelling hebben van 14% en 20%. Het huidige overgangsrecht blijft voor deze auto’s tot en met 31 december 2018 in stand.

Per 1 mei 2016 vervalt de VAR

De inwerkingtreding van de Wet deregulering arbeidsrelaties (DBA), is uitgesteld tot 1 mei 2016. Dit heeft staatssecretaris Wiebes van... Lees meer >

De inwerkingtreding van de Wet deregulering arbeidsrelaties (DBA), is uitgesteld tot 1 mei 2016. Dit heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën toegezegd tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer. De vervanger van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) laat dus langer op zich wachten.

De invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) riep kritische vragen op onder de leden van de Eerste Kamer. Zo vroeg het Kamerlid Sent van de PvdA om een beoordeling van de modelovereenkomsten  door civielrechtelijke experts, die binnen een half jaar na de invoering van het alternatief voor de VAR gereed zou moeten zijn. Staatssecretaris Wiebes heeft aan dit verzoek gehoor gegeven, maar hij gaf daarbij wel aan dat het gaat om een zogenoemde ‘no regret option’.  Dit betekent dat de invoering van het alternatief voor de VAR volgens Wiebes in alle gevallen een goede maatregel is.

Nieuwe datums transitieplan

De Eerste Kamer zal dinsdag 2 februari stemmen over de wet DBA en een ingediende motie van D66, waarin wordt gevraagd om het aanhouden van het wetsvoorstel tot het moment waarop alle onduidelijkheden over het alternatief voor de VAR zijn verdwenen. Wat al wel vast staat, is dat de datums uit het transitieplan wijzigen.

  • De voorbereidingsfase zou volgens de gemaakte planning tot 1 april 2016 duren, deze fase is verlengd tot 1 mei 2016. Op deze dag komt de VAR te vervallen en start de implementatiefase.
  • De implementatiefase zou volgens het transitieplan voor de uitfasering van de VAR lopen tot 1 januari 2017, volgens de gewijzigde plannen is dit nu 1 mei 2017. Tijdens deze wenperiode zal de Belastingdienst terughoudend zijn bij de handhaving van de nieuwe regels en organisaties waar nodig ondersteunen bij de invoering van de nieuwe werkwijze.
  • De nieuwe werkwijze met modelovereenkomsten start op 1 mei 2017.

Fiscus mag naam tipgever geheim houden

De Belastingdienst mag de naam geheimhouden van een tipgever in een zaak tegen zwartspaarders... Lees meer >

De Belastingdienst mag de naam geheimhouden van een tipgever in een zaak tegen zwartspaarders. Dat oordeelde de Hoge Raad. Eerder bepaalde het gerechtshof dat ambtenaren de naam van een tipgever die in 2009 Nederlanders verklikte die hadden verzwegen dat zij een bankrekening in Luxemburg hadden, wel hadden moeten noemen tegenover de rechter.

Bron: Recht.nl

Gemeenten innen meer belasting

Gemeenten vangen volgend jaar meer dan 9 miljard euro aan belastingen. Vijf jaar geleden inden gemeenten nog 8 miljard... Lees meer >

Gemeenten vangen volgend jaar meer dan 9 miljard euro aan belastingen. Vijf jaar geleden inden gemeenten nog 8 miljard aan heffingen.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag op basis van onderzoek naar gemeentelijke begrotingen 2016. Volgens het CBS zal de opbrengst van de gemeentelijke heffingen met 2,3% toenemen.

Van de drie omvangrijkste belastingen stijgt de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (ozb) het meest, gevolgd door de rioolheffingen. De begrote opbrengst van de reinigingsheffingen daalt licht.

Beperkte stijging

De ozb en de riool- en reinigingsbelastingen zijn goed voor ruim 7 miljard euro, ofwel zo’n driekwart van de gemeentelijke heffingen. Gemeenten begroten voor 2016 bijna 3,8 miljoen euro aan inkomsten uit de ozb, een stijging van 2,9% ten opzichte van 2016. DDe laatste vijf jaar namen de ozb-opbrengsten gemiddeld met 4,3% toe.

De rioolheffingen brengen volgend jaar naar verwachting 1,6 miljard euro op. Dat is ruim 2% meer dan in 2015. De afgelopen 25 jaar is de stijging van de rioolheffingen niet zo laag geweest, aldus het CBS.

Toeristenbelasting

Wordt gekeken naar kleinere belastingen die gemeenten heffen, dan blijkt de precariobelasting (een belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de grond) met bijna 27 procent te stijgen.

Gemeenten verwachten voor de inkomsten uit toeristenbelasting een stijging van 8,5%. Dit jaar bedroeg de verwachte groei nog 2,3%. Met het aantrekken van de economie groeit ook het toerisme sterker.

Bouwleges

De verwachte opbrengst van de bouwleges blijft ten opzichte van 2015 met bijna 0,4 miljard euro nagenoeg onveranderd, aldus het CBS. De minimale stijging volgt na jaren van dalende opbrengsten uit bouwvergunningen.

Bron: De Telegraaf

BTW-vrijstelling ook voor niet-BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren

Gezondheidskundige verzorging is btw-vrijgesteld als de werkzaamheden worden uitgevoerd door een beroepsbeoefenaar met een BIG-registratie... Lees meer >

Gezondheidskundige verzorging is btw-vrijgesteld als de werkzaamheden worden uitgevoerd door een beroepsbeoefenaar met een BIG-registratie. Als gevolg van een arrest van de Hoge Raad mogen niet-BIG-geregistreerden eveneens een beroep doen op btw-vrijstelling, mits zij kwalitatief soortgelijke diensten verrichten.

Bron: Recht.nl

Nieuwe VAR leidt tot angst bij bedrijven

Door de beoogde Wet Deregulering Arbeidsrelaties, de Wet DBA, de vervanging van de VAR, zijn veel bedrijven bang dat... Lees meer >

Door de beoogde Wet Deregulering Arbeidsrelaties, de Wet DBA, de vervanging van de VAR, zijn veel bedrijven bang dat zij de zzp’ers die zij inhuren achteraf als werknemers moeten behandelen. Bedrijven zijn druk bezig de risico’s daarvan af te wentelen.

Als de Eerste Kamer instemt met de Wet DBA, dan gaat deze per 1 april 2016 van kracht. Staatssecretaris Wiebe van Financiën wilde eerst dat de wet al op 1 januari 2016 zou ingaan, maar stelde dit uit na bezwaren vanuit de Eerste Kamer. De wetswijziging kan de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers op losse schroeven zetten. Bedrijven nemen verschillende maatregelen om te vorkomen dat zelfstandigen alsnog als werknemer behandeld willen worden, schrijft het Financieele Dagblad op haar website.

Risico’s beperken

Een bekende omroeper heeft al 200 freelancers laten weten dat zij zich moeten aanmelden bij een bemiddelingsbedrijf als zij in aanmerking willen blijven komen voor opdrachten bij de omroep. Het bedrijf geeft aan op deze manier de risico’s te beperken van de wet waarmee het kabinet vanaf 1 april schijnzelfstandigheid wil tegengaan.

Payroll

Meer mediabedrijven verwijzen freelancers naar payrollbedrijven en andere arbeidsbemiddelaars om te vermijden dat zij als werkgever worden aangemerkt, met de extra kosten die daarbij komen kijken.

De Algemene Bond van Uitzendorganisaties (ABU) en belangenorganisatie ZZP Nederland zien dat ook bedrijven in andere branches zoeken naar mogelijkheden om geen rechtstreekse overeenkomsten aan te gaan met zelfstandige ondernemers. Maar hiermee zijn ze nog niet direct veilig. Belangenorganisaties en fiscaal deskundigen waarschuwen dat zelfstandig ondernemerschap al snel ter discussie staat als opdrachtgevers en opdrachtnemers geen rechtstreekse overeenkomst aangaan. De bemiddelaar loopt dan het risico als werkgever te worden aangemerkt. Als die zijn verplichtingen niet kan nakomen, zoals afdracht van loonbelasting en sociale lasten, draait de opdrachtgever daarvoor op.

Dienstverband afdwingen

Een ander risico is dat zzp’ers naar de rechter stappen om een dienstverband als werknemer af te dwingen, zegt belastingadviseur Jan-Bertram Rietveld van EY tegen het FD. Bijvoorbeeld om na afloop van een opdracht aanspraak te kunnen maken o peen werkloosheidsuitkering of bij ziekte op doorbetaling door de werkgever.

Bron: PenO Actueel

De belastingmoraal is langzaam aan het veranderen

De laatste tijd is er veel te doen over bedrijven en particulieren die fiscaal zich ‘op het randje’ begeven.... Lees meer >

De laatste tijd is er veel te doen over bedrijven en particulieren die fiscaal zich ‘op het randje’ begeven. Zo wordt massaal jacht gemaakt op zwartspaarders en heeft de Belastingdienst een speciale eenheid opgericht om de belastingzaken van de allerrijksten in Nederland in de gaten te houden.

De intensivering van fiscale controle houdt ook niet op bij de grens, internationaal zet men namelijk al langere tijd in op het opdoeken van fiscaal lucratieve ontwijkingconstructies. Daarbij blijven overheden en belastingdiensten niet buiten schot.

Zo zal u vast niet ontgaan zijn dat er onlangs commotie was rond Starbucks en de afspraken die met de Nederlandse Belastingdienst zijn gemaakt omtrent de belastingafdracht van het internationale concern. De Deense EU-commissaris Margrethe Vestager (Mededinging) vindt dat Nederland zich moet schamen voor de gemaakte afspraken. De afspraken die de Nederlandse fiscus met Starbucks heeft gemaakt, hebben volgens Vestager de lasten voor Starbucks kunstmatig verlaagd. Haar conclusie vindt ook in Nederland bijval, bijvoorbeeld bij Groen Links en de ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib.

De scheidslijn tussen belasting ontwijken (wettelijk toegestaan) en belasting ontduiken (wettelijk niet toegestaan) lijkt moreel steeds dunner te worden. Het lijkt erop dat het ‘tot het gaatje gaan’ om zo weinig mogelijk belasting te betalen maatschappelijk steeds minder wordt geaccepteerd. Toch lijkt de gemiddelde Starbucks niet echt bezig te zijn met de twijfelachtige belastingmoraal van het concern. Voornoemd voorval lijkt Starbucks qua populariteit niet te raken. En dat zien we meer, bijvoorbeeld bij bedrijven zoals Google en Apple. Maar dit wil niet zeggen dat dit zo blijft. Qua belastingmoraal lijkt er toch echt iets in de lucht te hangen. Belasting ontwijken kan moreel nog wel, maar hoe lang nog?

Bron: Actuele artikelen

Schenking eigen woning mag gespreid over drie jaar

De schenkingsvrijstelling van 100.000 euro voor de eigen woning mag verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren worden benut. Met onder... Lees meer >

De schenkingsvrijstelling van 100.000 euro voor de eigen woning mag verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren worden benut. Met onder meer deze wijziging is het wetsvoorstel Belastingplan 2016 en zijn de overige wetsvoorstellen van het Belastingpakket 2016 aangenomen door de Tweede Kamer.

Volgens het wetsvoorstel mag iedereen tussen de 18 en 40 jaar vanaf 1 januari 2017 in één kalenderjaar per schenker (eenmalig) een schenking van maximaal 100.000 euro vrij van schenkbelasting voor een eigen woning ontvangen. Met een vierde nota van wijziging is nu geregeld dat deze vrijstelling over drie achtereenvolgende kalenderjaren kan worden verspreid. De verkrijger moet in zijn aangifte schenkbelasting in het eerste kalenderjaar van de gespreide schenking een beroep op de verhoogde schenkingsvrijstelling doen (met automatische spreiding als de vrijstelling niet volledig wordt benut). Vervolgens kan het niet-gebruikte deel van de verhoogde vrijstelling in de direct op dat kalenderjaar volgende periode van twee kalenderjaren worden benut, mits daarop voor de betreffende schenkingen in de aangifte een beroep wordt gedaan.

Amendementen
Met deze wijziging is gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het amendement van D66-Kamerlid Steven van Weyenberg. Bij de stemmingen over het wetsvoorstel zijn de amendementen Ronnes en Klein niet overgenomen. CDA-Kamerlid Erik Ronnes stelde voor de schenkingsvrijstelling eigen woning al per 1 januari 2016 te verhogen en te verruimen. Kamerlid Norbert Klein (Fractie Klein) wilde de verschillende vrijstellingen voor de erfbelasting voor de partner, kinderen, kleinkinderen, ouders en overige verkrijgers gelijktrekken naar een vrijstelling van 1 miljoen euro per persoon.

Het Belastingpakket 2016 zal nu in behandeling worden genomen door de Eerste Kamer. De steun hiervoor in de Eerste Kamer is onzeker.

Bron: KNB.nl

Vrijstelling box 3 al in 2016 extra omhoog

Het heffingvrije vermogen voor de vermogensrendementsheffing van box 3 in de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2016 met 3.000... Lees meer >

Het heffingvrije vermogen voor de vermogensrendementsheffing van box 3 in de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2016 met 3.000 euro verhoogd, bovenop de gebruikelijke inflatiecorrectie. Voor het jaar 2016 komt dit heffingvrije vermogen hiermee op 24.437 euro. Dit blijkt uit het wetsvoorstel  Wijziging van het Belastingplan 2016 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft ingediend bij de Tweede Kamer.

Met deze maatregel wordt de kleine spaarder al in 2016 ontzien. Hiermee wordt in 2016 al grotendeels aangesloten bij de voorgenomen wijziging van box 3 in 2017, waarin het heffingvrije vermogen wordt gebracht op 25.000 euro. Hierdoor zullen in 2016 al 215.000 minder belastingplichtigen belasting betalen in box 3.

Novelle

Op 18 november heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Belastingplan 2016. Hierbij is gebleken dat het niet vanzelfsprekend is dat ook in de Eerste Kamer een meerderheid voor het wetsvoorstel zal stemmen. Het kabinet heeft constructief overleg gevoerd over het wetsvoorstel Belastingplan 2016. Op basis daarvan heeft het kabinet een novelle – het wetsvoorstel Wijziging van het Belastingplan 2016 – opgesteld. Dit wetsvoorstel bevat wijzigingsvoorstellen die bijdragen aan de totstandkoming van een meerderheid in de Eerste Kamer voor het wetsvoorstel Belastingplan 2016.

Bron: KNB.nl

Overdracht exploitatie-knowhow website naar andere lidstaat leidt tot lager btw-tarief

De overdracht van knowhow ter exploitatie van een website van het ene EU-land naar het andere teneinde gebruik te... Lees meer >

De overdracht van knowhow ter exploitatie van een website van het ene EU-land naar het andere teneinde gebruik te maken van een lager btw-tarief, is toegestaan.

Deze overdracht komt daarentegen neer op misbruik, wanneer de website in de praktijk nog steeds vanuit het oorspronkelijke land wordt geëxploiteerd.

Bron: Recht.nl

Box 3 inkomen vrij gaan toerekenen?

Er is de afgelopen weken veel te doen geweest over de plannen van het kabinet ten aanzien van het... Lees meer >

Er is de afgelopen weken veel te doen geweest over de plannen van het kabinet ten aanzien van het belasten van inkomsten uit vermogen. Sinds 1 januari 2001 wordt u geacht 4% rendement te maken op het vermogen dat bij u in box 3 zit. Denk hierbij aan spaargeld, effecten, tweede woning etc.

De laatste jaren is een rendement van 4% alleen te realiseren als men bereid is enig beleggingsrisico voor lief te nemen. Daarom is nu voorgesteld om mensen met een beperkt vermogen wat te gaan ontzien. Om dit te realiseren wil men in box 3 met een gedifferentieerd rendement gaan werken. Over een vermogen tot € 100.000 wordt men geacht een rendement te realiseren van 2,9% en dat kan oplopen tot een verondersteld tarief van 5,5%. Het belastingtarief blijft in de plannen ongewijzigd (30%).

Binnen het huidige systeem van de belastingheffing over het vermogen maakt het voor gehuwden of samenwoners die als fiscaal partner worden aangemerkt in het algemeen niet veel uit wie het vermogen in zijn aangifte verwerkt. Omdat er nu met een vast forfaitair rendement van 4% en een vast tarief van 30% wordt gerekend heeft het opsplitsen van de aan te geven grondslag voor box 3 weinig toegevoegde waarde.

Binnen het huidige systeem kan het verdelen van het aan te geven bedrag over beide partners wel interessant worden. Dit echter alleen als het aan te geven vermogen meer bedraagt dan € 100.000.

Voorbeeld
Stel een echtpaar heeft een te belasten vermogen in box 3 van € 200.000. Op grond van de regels zoals die nu zijn gepubliceerd zou de verschuldigde box 3 heffing € 1.842 bedragen als een van beiden het vermogen aangeeft. Zouden zij ieder € 100.000 aangeven dan zou de box 3 heffing “slechts” € 1.308 bedragen. Een voordeel derhalve van € 534.

Op grond van de huidige wettelijke betalingen zouden zij overigens € 1.888 verschuldigd zijn. Dit ongeacht de wijze waarop zij het box 3-vermogen verdelen.

Het zal duidelijk zijn dat met een oplopende belastingdruk in box 3 naar mate het vermogen meer gaat bedragen, de aangifte inkomstenbelasting er niet eenvoudiger op wordt. De afgelopen jaren heeft de wetgever er naar gestreefd om het zelf invullen van het aangiftebiljet te vergemakkelijken. De aangekondigde plannen zetten hier een streep(je) door.

Gelukkig is de nieuwe vermogenstaks nog maar een wetsvoorstel. Er kunnen nog de nodige wijzigingen komen. Wij zullen u natuurlijk op de hoogte houden van de ontwikkelingen rondom de vermogenstaks en de gevolgen hiervan voor uw financiën.

Bron: Actuele artikelen

Communicatie cruciaal bij transitieplan VAR

In het transitieplan voor het uitfaseren van de Verklaring arbeidsrelatie en invoeren van het stelsel van modelcontracten voor de... Lees meer >

In het transitieplan voor het uitfaseren van de Verklaring arbeidsrelatie en invoeren van het stelsel van modelcontracten voor de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers speelt voorlichting een centrale rol. Welke vormen neemt dit aan?

In de voorbereidingsfase en de implementatiefase van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties is goede voorlichting door de Belastingdienst heel belangrijk. In het transitieplan dat in november 2015 werd gepubliceerd, staat dat die voorlichting over de nieuwe werkwijze verschillende vormen aanneemt. De belangenorganisaties voor zelfstandigen en opdrachtgevers zijn er nauw bij betrokken. Zij kunnen bijvoorbeeld aangeven welke informatie ze in de voorlichting willen terugzien en helpen bij de verspreiding ervan. De informatie die deze organisaties zelf delen, wordt altijd met de Belastingdienst afgestemd, zodat alle voorlichting eenduidig  is.

Digitale communicatie over de nieuwe werkwijze

Een deel van de communicatie over de nieuwe werkwijze om zekerheid te geven over de loonheffingen vindt digitaal plaats. Dit gebeurt via de website van de Belastingdienst, het Ondernemersplein en sociale media (bijvoorbeeld @BDZakelijk op Twitter). Ook wordt er dit jaar mogelijk een webinar georganiseerd.
Naast deze digitale communicatie zal de Belastingdienst op verzoek voorlichting geven tijdens (regionale) bijeenkomsten van belangenorganisaties, brancheorganisaties en grote bedrijven. Ook op de zogenoemde Intermediairdagen voor fiscaal dienstverleners is het onderwerp eind vorig jaar uitgebreid behandeld. En het staat heel 2016 op de agenda van het structurele overleg tussen de Belastingdienst en organisaties van fiscale dienstverleners (het BECON-overleg).

Goedgekeurde overeenkomst gebruiken is vrijblijvend

In alle communicatie wordt benadrukt dat het gebruiken van een model- of voorbeeldovereenkomst of het laten goedkeuren van een overeenkomst niet verplicht is. Deze service van de Belastingdienst is bedoeld voor opdrachtgevers en -nemers die duidelijkheid willen hebben over de fiscale gevolgen die voortvloeien uit hun overeenkomst.
De Belastingdienst heeft toegezegd om alle overeenkomsten die vóór 1 februari worden voorgelegd, nog vóór 1 april 2016 te beoordelen. Dan begint de implementatiefase van de nieuwe werkwijze en is de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voltooid verleden tijd.

Let op verzekeringsplicht van dga in 2016

Vanaf 1 januari 2016 is de nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder van kracht. Volgens deze regeling wordt vastgesteld of een... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2016 is de nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder van kracht. Volgens deze regeling wordt vastgesteld of een dga verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. De regeling is nu opgenomen in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2016.

Eerder was al bekend dat de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder aangepast zou worden. Dit was nodig vanwege de invoering van de flex-bv in 2012. De nieuwe regeling is nu definitief opgenomen in de Nieuwsbrief Loonheffingen, waarvan de Belastingdienst onlangs de tweede editie publiceerde.

Dga niet altijd verplicht verzekerd

Een dga is een werknemer van zijn eigen bv en moet loonheffingen afdragen over zijn gebruikelijk loon (tenminste € 44.000 in 2016). Het is echter niet altijd duidelijk of hij als werknemer dan ook verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen en dus de bijbehorende premies af moet dragen. Of dit zo is, hangt af van de vraag of een dga voldoende zeggenschap heeft over zijn bv om zijn eigen ontslag te voorkomen. Kan hij zijn eigen ontslag voorkomen, dan is hij niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De reden hiervoor is dat hij anders zichzelf kan ontslaan om vervolgens te genieten van een WW-uitkering. De belangrijkste wijziging is dat de regeling nu ook indirect zeggenschap mee laat wegen, dus bijvoorbeeld via een holding-

Hogere bijtelling auto van de zaak in 2016

Krijgt een werknemer in 2016 een nieuwe auto van de zaak, dan moet uw organisatie rekening houden met een... Lees meer >

Krijgt een werknemer in 2016 een nieuwe auto van de zaak, dan moet uw organisatie rekening houden met een hogere bijtelling. Per 1 januari 2016 zijn namelijk de bijtellingspercentages en CO2-grenzen aangepast.

Uw organisatie moet een bijtelling tot het loon rekenen  als de werknemer de auto van de zaak  op jaarbasis voor meer vijfhonderd kilometer privé gebruikt. De hoogte van deze bijtelling is afhankelijk van de CO2-uitstoot. De overheid scherpt regelmatig de bijtellingspercentages en CO2-grenzen aan, zodat er niet teveel auto’s in het lage bijtellingstarief terechtkomen. De aanpassingen voor 2016 waren al opgenomen in het Belastingplan 2015.

Percentage geldt gedurende zestig maanden

In de onderstaande tabel staan de nieuwe percentages voor 2016. De nieuwe percentages voor de bijtelling gelden voor auto’s die in 2016 voor het eerst op naam zijn gesteld. Het percentage geldt dan gedurende een periode van zestig maanden. Deze periode start op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin voor het eerst een kenteken is afgegeven.
Daarnaast is in de onderstaande tabel ook opgenomen hoe de percentages er voor de komende jaren gaan uitzien. Uiteindelijk blijven er nog twee categorieën over: 4% voor elektrische auto’s (tot  € 50.000) en 22% voor alle andere auto’s.

Uitstootgrenzen 2015-2019 volgens Autobrief II