Nieuws

Uitgave 1 Nieuwsbrief Loonheffingen 2016 online

De eerste versie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2016 is gepubliceerd. Hierin worden 14 onderwerpen behandeld waarin per 1 januari... Lees meer >

De eerste versie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2016 is gepubliceerd. Hierin worden 14 onderwerpen behandeld waarin per 1 januari 2016 iets verandert. Met welke wijzigingen moet u volgend jaar rekening houden?

Elk najaar kondigt de Belastingdienst in de Nieuwsbrief Loonheffingen wat er verandert met ingang van het nieuwe jaar. In de eerste versie van dit voorproefje op het Handboek Loonheffingen van volgend jaar staat dat werknemers die doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd per 2016 verzekerd blijven voor de Ziektewet (ZW). Uw onderneming hoeft daarvoor geen premie te betalen, die komt namelijk voor rekening van UWV. Omdat de verzekeringspositie van de werknemer verandert, is er vanaf dat moment ook sprake van een nieuwe inkomstenverhouding.
U kunt in uw salarissoftware in die situatie mogelijk geen nieuw nummer inkomstenverhouding opnemen. De oplossing is dan om een nieuwe inkomstenperiode op te nemen binnen de bestaande inkomstenverhouding.

Alle wijzigingen op een rijtje

In totaal staan er 14 maatregelen in de Nieuwsbrief (pdf). Voor een aantal onderwerpen loopt de Belastingdienst eigenlijk op de zaken vooruit, want ze zijn nog niet allemaal afgehamerd door de Eerste Kamer. De wijzigingen zijn:

  1. de stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd naar 65 jaar en 6 maanden;
  2. de aanscherping van het gebruikelijkheidscriterium  van de werkkostenregeling;
  3. het vervallen van de nihilwaardering voor het rentevoordeel bij eigenwoningleningen;
  4. de verzekering voor de ZW voor AOW-gerechtigde werknemers;
  5. de extra kolom in de tabel bijzondere beloningen;
  6. het vervallen van de voordeelregel in de tabel bijzondere beloningen;
  7. een aantal veranderingen en aandachtspunten bij de aangifte loonheffingen;
  8. de wettelijke verplichting om op de jaaropgaaf van de werknemer de verrekende arbeidskorting te vermelden;
  9. de bijtellingspercentages voor auto’s van de zaak;
  10. het vervallen van de 80%-regeling  voor het opnemen van levenslooptegoed;
  11. het vervallen van de tijdelijke heffingskorting;
  12. de verhoging van de leeftijd voor de werkbonus van 61 naar 62 jaar;
  13. de invoering van een verplicht model voor de garantieverklaring die u nodig heeft als u eigenrisicodrager voor de WGA wilt worden.
  14. de invoering van € 2.000 premiekorting voor alle werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen.

Bij fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is moedermaatschappij gerechtigd tot terugbetaling belasting

Art. 15 lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bepaalt dat bij een fiscale eenheid in de zin van... Lees meer >

Art. 15 lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bepaalt dat bij een fiscale eenheid in de zin van die wet de belasting wordt geheven bij de moedermaatschappij. Deze bepaling brengt mee dat de moedermaatschappij ook de gerechtigde is tot een eventuele terugbetaling van die belasting, en dat het derhalve de moedermaatschappij is aan wie de vordering terzake toekomt.

Dat betekent dat een cessie van (een deel van) deze vordering niet door de curator van de dochtermaatschappij op de voet van art. 42 Fw kan worden vernietigd.

Feiten

Enig bestuurder en enig aandeelhouder van A B.V. is B B.V. (hierna te noemen: de moedermaatschappij). Tussen A B.V. en de moedermaatschappij heeft vanaf 2001 een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (Vpb) bestaan. In de jaren 2001 en 2002 heeft A B.V. winst gemaakt, waarover Vpb is betaald. In het jaar 2003 is daarentegen verlies geleden. Dit verlies deed een aanspraak ontstaan op teruggave van een gedeelte van eerder voldane Vpb. Er werd in juli 2005 aangenomen dat het te ontvangen bedrag € 94.519,- zou bedragen. Bij vonnis van 13 oktober 2006 is het faillissement uitgesproken van A B.V.

Eiseressen tot cassatie hadden vóór juli 2005 werkzaamheden verricht voor A B.V. en de moedermaatschappij – eiseres 1 als accountant, eiseres 2 als advocaat –, waarvoor zij nog geen betaling hadden ontvangen. Op 11 juli 2005 is namens A B.V. en eiseres 2 en op 13 juli 2005 namens eiseres 1 een akte van cessie ondertekend, waarin onder meer is opgenomen dat A B.V. een deel van haar hiervoor genoemde vordering op de Belastingdienst (€ 69.519,-) alsmede de eventueel verschuldigde rente overdraagt aan eiseres 1, onder de voorwaarde dat eiseres 1 van dit bedrag € 44.519,- alsmede de eventueel verschuldigde rente terugbetaalt aan A B.V. op een door A B.V. aan te wijzen bankrekening en dat A B.V. het restant van haar vordering op de Belastingdienst, zijnde € 25.000,- overdraagt aan eiseres 2. Partijen hebben de Belastingdienst mededeling gedaan van deze akte van cessie.

Op 27 oktober 2005 heeft de Belastingdienst bedragen van € 6.533,- en € 66.759,- overgemaakt op de rekening van eiseres 1, met de omschrijvingen “[…] moedermaatschappij.”, respectievelijk […] moedermaatschappij.” Deze betalingen waren voorafgegaan door een aankondiging daarvan op 27 september 2005 gericht aan de moedermaatschappij. De bij de betalingen vermelde omschrijvingen betreffen verliesverrekeningscodes waarbij aan de moedermaatschappij wordt gerefereerd. Eiseres 1 heeft van de ontvangen bedragen € 25.000,- aan eiseres 2 doorbetaald met de omschrijving “jouw deel van de cessie”. Eiseres 1 heeft voorts een bedrag van € 20.537,- aan eiseres 2 betaald met de omschrijving “voor [betrokkene 1], restant cessie, zie brief”. Daarnaast heeft zij aan de Belastingdienst de bedragen € 2.672,- en € 83,- voldaan onder de vermelding “A B.V.”. Op 12 juni 2009 heeft de curator op de voet van art. 42 Fw de cessie door een buitengerechtelijke verklaring jegens eiseres 1 vernietigd.

Ervan uitgaande dat de vordering tot teruggave van Vpb aan A B.V. heeft toebehoord, vordert de curator van A B.V. – voor zover in cassatie nog van belang –, dat voor recht wordt verklaard dat de cessie door de curator terecht op de voet van art. 42 Fw is vernietigd. Verder vordert hij eiseres 1 en eiseres 2 te veroordelen tot betaling van zekere geldbedragen. Als grondslagen voor de vorderingen voert de curator aan dat de cessie als paulianeus verricht in aanmerking komt voor vernietiging op de voet van art. 42 Fw en dat eiseressen met het doen plaatsvinden van de cessie bovendien onrechtmatig jegens de crediteuren van A B.V. hebben gehandeld. Eiseressen hebben zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering op de Belastingdienst inzake de teruggaaf van de Vpb een vordering was die niet aan A B.V. maar aan de moedermaatschappij toekwam en dat de vermelding van A B.V. als cedent in de cessieakte op een vergissing berust.

Oordelen rechtbank en hof

Zowel rechtbank Rotterdam als hof Den Haag oordelen dat de vordering tot teruggave van de Vpb aan A B.V. heeft toebehoord en dat de curator de cessie terecht op de voet van art. 42 Fw heeft vernietigd. Met betrekking tot het primaire verweer van eiseressen heeft het hof vooropgesteld dat de Wet Vpb en de Invorderingswet geen bepalingen bevatten die voorschrijven aan welke van de tot een fiscale eenheid behorende rechtspersonen de vordering tot teruggave Vpb toekomt. In verband hiermee heeft het hof de beslissing die in HR 14 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9246, is gegeven met betrekking tot de teruggave van teveel betaalde omzetbelasting ingeval deze is voldaan door een fiscale eenheid in de zin van de Wet op de omzetbelasting, analoog toegepast. Daaruit volgt volgens het hof dat de teruggave van Vpb kan plaatsvinden aan die vennootschap binnen de fiscale eenheid die materieel aan de vordering heeft bijgedragen. Die vennootschap is in dit geval A B.V., zodat de vordering tot teruggave van de Vpb aan die vennootschap toekwam, aldus het hof.

Cassatie

In cassatie klagen eiseressen dat het hof heeft miskend dat indien sprake is van een fiscale eenheid voor de Vpb, op grond van art. 15 lid 1 Wet Vpb de belasting uitsluitend wordt geheven bij de moedermaatschappij, en dat het ook de moedermaatschappij is die de rechthebbende is met betrekking tot de vordering tot teruggave. Deze klacht slaagt. De Hoge Raad oordeelt in rov. 3.4.2:

“Art. 15 lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bepaalt dat bij een fiscale eenheid in de zin van die wet de belasting wordt geheven bij de moedermaatschappij. Deze bepaling brengt mee dat de moedermaatschappij ook de gerechtigde is tot een eventuele terugbetaling van die belasting, en dat het derhalve de moedermaatschappij is aan wie de vordering terzake toekomt. Het oordeel van het hof dat de wet geen bepaling bevat die voorschrijft aan welke maatschappij van de fiscale eenheid moet worden terugbetaald, is dus onjuist.”

Ook de klacht gericht tegen de vaststelling van het hof dat de Belastingdienst ervan is uitgegaan dat de vordering tot terugbetaling aan A B.V. toekwam, nu zij de vordering op haar op grond van de cessie heeft uitbetaald aan eiseres 1, slaagt. Uit de vaststaande feiten van deze zaak blijkt dat de Belastingdienst onmiskenbaar de moedermaatschappij heeft aangemerkt als gerechtigde tot betaling. De vaststelling van het hof is derhalve onbegrijpelijk, aldus de Hoge Raad.

Aan de klachten van eiseressen gericht tegen het oordeel van het hof dat het bewerkstelligen van de cessie paulianeus/onrechtmatig handelen van eiseressen is geweest, komt de Hoge Raad niet meer toe. Anders dan A-G Wuisman in zijn conclusie voor deze zaak voorstelde, beslecht de Hoge Raad de zaak niet zelf door de vorderingen van de curator geheel af te wijzen. De Hoge Raad verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof Amsterdam.

Bron: Cassatieblog

IMF: pak Nederlandse belastingen aan

De Nederlandse regering moet het belastingstelsel aanpakken, omdat de huidige regels de opbouw van schulden te sterk stimuleren. Dat... Lees meer >

De Nederlandse regering moet het belastingstelsel aanpakken, omdat de huidige regels de opbouw van schulden te sterk stimuleren. Dat stelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in een dinsdag gepubliceerd rapport over de Nederlandse economie.

Belastingen moeten minder worden gericht op arbeid, maar meer op consumptie en kapitaalinkomsten. Ook het huizenbezit kan volgens het IMF zwaarder worden belast. De inperking van de hypotheekrenteaftrek is een goede stap, maar gaat volgens het fonds nog niet ver genoeg.

Op de Nederlandse huizenmarkt ligt de nadruk nog altijd te veel op koophuizen, vindt het IMF. Mede daardoor zijn de schulden van huishoudens hoog. Om tot een gezondere situatie te komen moet de hoogte van hypotheken ten opzichte van de waarde van huizen volgens het fonds snel verder worden beperkt en moet de hypotheekrenteaftrek sneller worden ingeperkt.

De Nederlandse economie herstelt de komende tijd naar verwachting verder van de recessie van de afgelopen jaren. De opleving kan volgens het IMF echter nog wel een extra oppepper gebruiken vanuit de overheid, die alle beschikbare middelen zou moeten inzetten om de groei vooruit te helpen. Volgens de regering bieden de Europese begrotingsregels daarvoor geen ruimte, maar de onderzoekers betwijfelen dat. Ze wezen er daarbij op dat het structurele tekort van Nederland al ruimschoots aan de eisen voldoet.

Het IMF riep Nederland vorige maand al op tot meer investeringen, om ook de groei in de hele eurozone te stimuleren. Concrete voorstellen voor investeringen worden in het nieuwe rapport niet gedaan. De onderzoekers gaven wel aan dat er meer geld zou kunnen gaan naar onderwijs, onderzoeksactiviteiten en innovatie.

Bron: De Telegraaf

Zelfstandige verdiende 38 duizend euro

Zelfstandigen verdienden vorig jaar gemiddeld 38 duizend euro. Zelfstandigen zonder personeel (zzp´ers) boerden met gemiddeld 34 duizend euro het... Lees meer >

Zelfstandigen verdienden vorig jaar gemiddeld 38 duizend euro. Zelfstandigen zonder personeel (zzp´ers) boerden met gemiddeld 34 duizend euro het minst terwijl directeur-grootaandeelhouders (dga’s) met 67 duizend euro het hoogste inkomen hadden.

Zelfstandigen met personeel personeel (zmp’ers) verdienden gemiddeld 51 duizend euro in 2014. Vorig jaar telde Nederland bijna 1,1 miljoen mensen die hun hoofdinkomen als zelfstandige verdienden, daarvan zijn er bijna 800 duizend zzp´er. In 2014 waren er 6,1 miljoen werknemers. Hun gemiddeld inkomen bedroeg 39 duizend euro.

Het gaat om het persoonlijk inkomen.  Dat bestaat uit inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (m.u.v. kinderbijslag en kindgebonden budget).

Financiële dienstverlening

Zzp´ers verdienden het meest in de financiële dienstverlening, daarna komen de zzp´ers in de zorg. Bij zelfstandigen met personeel was dat andersom, daar werd het meest verdiend in de gezondheidszorg, gevolgd door financiële dienstverlening. Het minst werd verdiend in de bedrijfstak cultuur, recreatie en overige diensten.

Bron: De Telegraaf

Kamer: koning moet ook belasting betalen

Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix moeten net als andere Nederlanders belasting gaan betalen.... Lees meer >

Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix moeten net als andere Nederlanders belasting gaan betalen. Bovendien moeten de paleizen Noordeinde en Huis ten Bosch waar mogelijk worden opengesteld voor het publiek. Een meerderheid in de Tweede Kamer deed die twee oproepen aan premier Mark Rutte.

Die had beide voorstellen in een debat twee weken geleden nog nadrukkelijk afgewezen. Maar daar liet een meerderheid in de Kamer zich niet door tegenhouden.

Een motie van de SP, PvdA en D66 die het kabinet vraagt voorstellen te doen om de huidige belastingvrijstellingen ongedaan te maken haalde het met ruime meerderheid. Dat gold ook voor een motie van de PvdA, die bepleit dat de koninklijke paleizen worden opengesteld voor een breed publiek, onder wie schoolkinderen.

Bron: Elsevier

Uw buurman mag u weer belastingvrij schenken ten behoeve van uw eigen woning

De Successiewet 1956 kent al langere tijd de eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting bij schenkingen van ouders aan kinderen... Lees meer >

De Successiewet 1956 kent al langere tijd de eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting bij schenkingen van ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar ten behoeve van de eigen woning. De vrijstelling houdt in dat de jaarlijkse vrijstelling van € 5.227 eenmalig wordt verhoogd naar maximaal € 52.752 (2015) als de ontvanger de schenking aanwendt voor onder meer de aankoop of verbouwing van een woning en aflossing van een eigenwoningschuld.

In 2013 en 2014 werd de vrijstelling flink verruimd om de kwakkelende woningmarkt op gang te helpen. Het maximaal belastingvrij te schenken bedrag werd verhoogd naar € 100.000, de leeftijdseis werd opgeheven alsook de beperking dat de schenking van de ouders moest komen. Iedereen mocht fiscaal gunstig schenken.

De maatregel bleek een groot succes en droeg bij aan het herstel van de zwakke woningmarkt. De aandacht van het kabinet verschuift nu naar het versterken van de financiële veerkracht van de Nederlandse woningeigenaar, dit door het wegwerken van de uit de crisis voortvloeiende onderwaterproblematiek. Met het succes van de hiervoor beschreven tijdelijke maatregel in het achterhoofd, stelt het kabinet nu voor om de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning vanaf 1 januari 2017 opnieuw en ook blijvend te verruimen naar € 100.000. Een belangrijk verschil met de tijdelijke maatregel uit 2013 en 2014 is dat de leeftijdseis van de begunstigde niet wordt opgeheven, de ontvanger van de schenking moet tussen 18 en 40 jaar zijn.

Een heikel punt van de vrijstelling blijft dat het om een eenmalige schenkingsvrijstelling gaat, men kan de vrijstelling in principe dus niet gebruiken om verspreid over een aantal jaren te schenken. Een uitzondering hierop vormen schenkingen die onder het overgangsrecht vallen. Als men vóór 2013, in 2015 of in 2016 gebruik heeft gemaakt van de verhoogde vrijstelling, dan kan de schenker vanaf 2017 nog een aanvullende schenking doen totdat de volledige vrijstelling van € 100.000 is benut. Dit gaat niet op voor belastingplichtigen die in 2013 en 2014 de vrijstelling van € 100.000 al hebben benut. Hiermee wil het kabinet zekerstellen dat iedereen de mogelijkheid krijgt om belastingvrij € 100.000 te schenken, maar ook niet meer dan dat.

Als de voorgestelde maatregel wordt aangenomen, dan mag u dus weer aan iedereen belastingvrij schenken of van iedereen een belastingvrije schenking ontvangen ter beperking van de eigen woningschuld. Of het nu uw ouders zijn, uw oudtante of uw buurman. Aan de wetgeving zal het dan in elk geval niet liggen.

Bron: Actuele artikelen

De voordeelregel komt te vervallen

De voordeelregel komt per 1 januari 2016 te vervallen. Dat staat in het Belastingplan 2016. Als een werknemer een... Lees meer >

De voordeelregel komt per 1 januari 2016 te vervallen. Dat staat in het Belastingplan 2016.
Als een werknemer een eenmalige beloning krijgt, zoals vakantiegeld of een bonus, dan moet zijn werkgever deze beloning in principe belasten volgens de tabel bijzondere beloningen. De werkgever mag er ook voor kiezen om de beloning bij het reguliere tijdvakloon op te tellen. Het toepassen van deze zogenoemde voordeelregel is echter alleen toegestaan als dit ertoe leidt dat er minder loonheffingen ingehouden en afgedragen hoeven te worden.

De loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Uiteindelijk wordt er bij de aangifte inkomstenbelasting van de werknemer bepaald of er voldoende belasting ingehouden is op zijn loon. Door het toepassen van de voordeelregel wordt er vaak te weinig belasting geheven. De werknemer moet dan dus achteraf bijbetalen. Om dat te voorkomen, wordt de voordeelregel afgeschaft. Het ziet er dus naar uit dat werkgevers vanaf volgend jaar bij elke bijzondere beloning verplicht zijn om de tabel bijzondere beloningen te gebruiken

Brief met percentage Whk valt binnenkort op de mat

De Belastingdienst verstuurt op korte termijn de brief met daarin het percentage voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) in... Lees meer >

De Belastingdienst verstuurt op korte termijn de brief met daarin het percentage voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) in 2016.
Het percentage voor de gedifferentieerde premie Whk hebt u nodig voor de aangifte loonheffingen per 1 januari as. Bewaar deze brief daarom goed, graag zien wij de kopie van deze brief tegemoet.

De gedifferentieerde premie Whk bestaat uit de volgende delen:

* premiedeel WGA voor vaste dienstbetrekkingen (WGA-vast)
* premiedeel WGA voor flexibele dienstbetrekkingen (WGA-flex)
* premiedeel ZW voor flexibele dienstbetrekkingen (ZW-flex)

Met het premiedeel WGA-vast worden de WGA-lasten van werknemers met een vast dienstverband betaald. De andere premiedelen zijn het gevolg van het doorbelasten van ZW- en WGA-lasten (uitkeringen en re-integratiekosten) voor flexwerkers die zijn ontstaan vanaf 2012. Ook overlijdensuitkeringen aan nabestaanden van ex-flexwerkers met een ZW-uitkering of een WGA-uitkering, worden doorbelast in deze premies.

U mag maximaal 50 procent van de premiedelen WGA-vast en WGA-flex verhalen op werknemers. Als u dit doet, moet u de premie inhouden op het nettoloon van de werknemers. Het premiedeel ZW-flex kunt u niet verhalen op uw werknemers.

Mocht u vragen hebben dan staan onze collega’s u graag ter woord

Verplicht formulier gebruiken voor VA 2016

Wilt u voor 2016 een voorlopige aanslag (VA) aanvragen, wijzigen of stopzetten, dan moet u hiervoor een formulier van... Lees meer >

Wilt u voor 2016 een voorlopige aanslag (VA) aanvragen, wijzigen of stopzetten, dan moet u hiervoor een formulier van de Belastingdienst gebruiken. Sinds 3 november kunt u daarvoor bij de fiscus terecht.

Voor het wijzigen, stopzetten of aanvragen van een VA moet u het online formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2016’ gebruiken. Dit formulier hoeft u niet te downloaden, maar vult u in en verstuurt u het op Mijn Belastingdienst via uw persoonlijke pagina. Als u al standaard een voorlopige aanslag ontvangt, kunt u die van 2016 tussen half november en eind januari verwachten.

Voorlopige aanslag wijzigen bij verandering persoonlijke situatie

Controleer de VA goed zodat u eventuele wijzigingen meteen kunt doorgeven. Het kan handig zijn om de aanslag te wijzigen of stop te zetten als uw persoonlijke situatie verandert, bijvoorbeeld door een scheiding, verandering van inkomen of de aan- of verkoop van een woning.

Minimumloon eerste helft 2016 weer iets hoger

Werknemers van 23 jaar en ouder die fulltime werken, hebben per 1 januari 2016 ten minste recht op €... Lees meer >

Werknemers van 23 jaar en ouder die fulltime werken, hebben per 1 januari 2016 ten minste recht op € 1.524,60 bruto per maand. Het minimumloon is in de eerste helft van volgend jaar 1,11% hoger dan het huidige minimumloon.

Het wettelijk minimumloon is vastgelegd in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Dit minimumloon is gekoppeld aan de gemiddelde ontwikkeling van de contractlonen en wordt jaarlijks per 1 januari en 1 juli aangepast. Onlangs heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het minimumloon voor de eerste helft van 2016  bekendgemaakt. Dit minimumloon geldt tot en met 30 juni 2016 en bedraagt € 1.524,60 bruto per maand. Dit is 1,1% hoger dan het huidige minimumloon

Verplicht giraal betalen door WAS

Door de invoering van de Wet aanpak schijnconstructies verandert per 1 januari 2016 de manier waarop u het loon van werknemers mag uitbetalen. U bent dan namelijk verplicht om minimaal de netto equivalent van het bruto minimumloon giraal uit te betalen. Inhoudingen en verrekeningen mogen dan alleen nog plaatsvinden op het loon boven het wettelijk minimum. Zorg dat u daarop voorbereid bent. Levert u aub de juiste gegevens bij ons aan.

Let op bij afronding van het uurloon

Hieronder vindt u het wettelijke minimumloon per maand, week en dag met de bijbehorende minimumjeugdlonen. Een wettelijk minimumloon per uur kent de wet niet. Het minimumuurloon hangt namelijk af van het aantal uren dat in uw branche of onderneming als volledige werkweek geldt. Hier komt mogelijk verandering in, maar tot het zover is, bepaalt u het uurloon dat u minstens moet uitbetalen, door het weekloon uit de onderstaande tabel te delen door het aantal uren per week dat in uw onderneming als volledig dienstverband geldt. Let er daarbij op dat u door afronding niet onder het minimumloon uitkomt.

Bruto minimum(jeugd)loon eerste helft 2016.PNG

 

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
23 jaar en ouder € 9,78 € 9,26 € 8,80
22 jaar € 8,31 € 7,87 € 7,48
21 jaar € 7,09 € 6,72 € 6,38
20 jaar € 6,02 € 5,70 € 5,41
19 jaar € 5,14 € 4,87 € 4,62
18 jaar € 4,45 € 4,22 € 4,01
17 jaar € 3,87 € 3,66 € 3,48
16 jaar € 3,38 € 3,20 € 3,04
15 jaar € 2,94 € 2,78 € 2,64

Het rijden van een auto van de zaak anno 2016 en 2017

Wanneer u ook voor privé doeleinden een auto van de zaak gebruikt, wordt dit voordeel als loon gezien waarover... Lees meer >

Wanneer u ook voor privé doeleinden een auto van de zaak gebruikt, wordt dit voordeel als loon gezien waarover loonbelasting geheven wordt. Dit gebeurt door een bepaald percentage van de cataloguswaarde bij uw salaris op te tellen. Vervolgens wordt over dit (fictief verhoogde) salaris belasting geheven. Uw auto wordt geacht ook voor privé doeleinden ter beschikking te zijn gesteld wanneer u voor meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé de auto gebruikt.

Huidige situatie

Het voordeel van het gebruik van uw auto voor privé doeleinden wordt afhankelijk gesteld van de CO2 uitstoot van de auto. De standaard bijtelling is 25% van de cataloguswaarde. Vervolgens wordt het bijtellingspercentage van de normale auto als volgt afgebouwd:
  • naar 20% als de CO2 uitstoot per kilometer tussen de 82 en 110 gram zit;
  • naar 14% als de CO2 uitstoot niet hoger is dan 82 gram per kilometer;
  • naar 7%  als de CO2 uitstoot per kilometer tussen de 0 en 50 gram zit;
  • naar 4% als de CO2 uitstoot 0 gram per kilometer bedraagt (volledig elektrische auto’s).
Wanneer de auto langer dan 15 jaar in gebruik is, geldt overigens een afwijkende regeling.

Wijzigingen in de regelgeving

Met ingang van 2016 gaan de bijtellingspercentages van 14% en 20% omhoog naar 15% en 21%. Het bijtellingspercentage van 7% wordt geschrapt. Daarbij worden de normen voor de CO2 uitstoot strenger. Zoals u kunt zien in onderstaande tabel houdt dit bijvoorbeeld in dat u met 82 gram CO2 uitstoot niet meer in het bijtellingstarief van 15% (2016) valt.

Bijtelling in % van de cataloguswaarde, afhankelijk van CO2 uitstoot

2015​ ​2016
​Alle Auto’s​ ​CO2 uitstoot in g/km
van – t/m
​Alle Auto’s ​CO2 uitstoot in g/km
van – t/m
​4% bijtelling (voll. elektrisch) ​0 ​4% bijtelling (voll. elektrisch) ​0
​Benzine en Diesel ​Benzine en Diesel
​7% bijtelling ​1 – 50 ​15% bijtelling ​1 – 50
​14% bijtelling ​51 – 82 ​21% bijtelling ​51 – 106
​20% bijtelling ​83 – 110 ​25% bijtelling ​> 106
​25% bijtelling ​> 110
Met ingang van 2017 verandert er wederom veel aan het systeem van de bijtelling. De volledig elektrische auto’s blijven in het bijtellingstarief van 4% vallen. Voor auto’s met een CO2 uitstoot van 1-50 gram per kilometer wordt het bijtellingspercentage stapsgewijs verhoogd (ingroeiregeling). Voor alle overige auto’s zal uiteindelijk een bijtellingspercentage van 22% gaan gelden. De hybride auto’s kunnen dus niet langer profiteren van een lager bijtellingstarief.

Overgangsregeling van 60 maanden

De wetgever is zich ervan bewust dat uw keuze voor een auto niet slechts betrekking heeft op 1 jaar. Daarom wordt er voorzien in een overgangsregeling. Deze houdt in dat wanneer u onder de huidige regeling een auto kiest (met een bijbehorend bijtellingspercentage), ditzelfde bijtellingspercentage voor een periode van 60 maanden gehanteerd mag worden. Dit is voordelig voor u wanneer u bijvoorbeeld een auto koopt met 7% bijtelling, maar kan nadelig zijn voor u wanneer u een ‘normale’ auto met 25% bijtelling kiest. Ook het (hogere) bijtellingspercentage van 25% wordt dan nog 5 jaar gehanteerd.

Milieu-investeringaftrek

Ook hangt de hoogte van de milieu investeringsaftrek (MIA) af van de CO2 uitstoot van de auto. Als u besluit om in 2015 nog te investeren in een nieuwe auto, dan kunt u wellicht ook gebruik maken van de MIA. Deze aftrek geldt voor uw auto zelf, maar ook voor accessoires zoals bijvoorbeeld het oplaadpunt. Belangrijk is dat u de investering binnen drie maanden aanmeldt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Als dit niet doet bestaat er ook geen recht op de MIA. De aanmeld termijn bij het RVO gaat lopen vanaf het moment wanneer u de investeringsverplichting aangaat.
Of uw auto in aanmerking komt voor de MIA kunt u nalezen in de zogenaamde Milieulijst. Download de Brochure en Milieulijst 2015

Motorrijtuigen belasting en Belasting voor Personenauto’s en Motorfietsen

Onder de gewijzigde regelgeving blijven de volledig elektrische auto’s vrijgesteld van motorrijtuigen belasting en Belasting voor Personenauto’s en Motorfietsen. Voor hybride auto’s zal dit stapsgewijs afgebouwd worden naar het tarief van de reguliere auto.

Heeft uw een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor 2014 of 2015?

In de loop van 2016 gaat de wet- en regelgeving voor de VAR veranderen. Daarom gaat een aantal zaken... Lees meer >

In de loop van 2016 gaat de wet- en regelgeving voor de VAR veranderen. Daarom gaat een aantal zaken anders. Uw krijgt hierover deze week een brief. Er worden meer dan 500.000 brieven verstuurd.

VAR’s voor 2014 en 2015 blijven ook in 2016 geldig. Totdat de nieuwe wet- en regelgeving ingaat. De streefdatum hiervoor is 1 april 2016. Uw kan de VAR voor 2014 of 2015 dus ook in 2016 blijven gebruiken, zolang u hetzelfde werk onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden blijft doen.

Wanneer wel een nieuwe VAR aanvragen?
Gaat uw  in 2016 werken onder andere omstandigheden of voorwaarden? Of gaat uw andere werkzaamheden uitvoeren dan de huidige werkzaamheden? Dan vraagt uw  hiervoor een nieuwe VAR aan. Deze VAR is geldig tot de nieuwe wet- en regelgeving ingaat. Als u  twijfelt of u een nieuwe VAR moet aanvragen, dan kunt  het hulpmiddel Wel of geen VAR aanvragen raadplegen.

Meer informatie
– Lees de brief aan u.
– Kijk op belastingdienst.nl/var. U vindt daar ook antwoorden op veelgestelde vragen.

Zie ook Komende nieuwe wet- en regelgeving in 2016: overgangsregeling.

Doelgroepregister online: controleer zelf wie erin is opgenomen

Sinds 5 november 2015 is het doelgroepregister online. Werkgevers kunnen via het werkgeversportaal op uwv.nl controleren of een sollicitant... Lees meer >

Sinds 5 november 2015 is het doelgroepregister online. Werkgevers kunnen via het werkgeversportaal op uwv.nl controleren of een sollicitant of werknemer hierin opgenomen is.

Werkgeversportaal

Het werkgeversportaal is de beveiligde omgeving voor werkgevers op uwv.nl. Als u hier nog geen account voor heeft, dan kunt u een account aanvragen. Burgers kunnen zelf ook controleren of zij in het doelgroepregister zijn opgenomen. Dat kan via Mijn UWV op uwv.nl.

Wat is het doelgroepregister?

Het doelgroepregister is een landelijk register, waarin alle mensen staan die in aanmerking komen voor een baan uit de banenafspraak. UWV beheert dit register. De banenafspraak is de afspraak tussen kabinet en werkgevers om extra banen te creëren voor mensen met een ziekte of handicap. Werkgevers moeten tot 2026 in totaal 100.000 extra banen realiseren. De overheid 25.000.

Participatiewet

Door deze afspraken in de Participatiewet wil het kabinet bereiken dat meer mensen sneller en gemakkelijker aan het werk gaan. Het gaat om mensen met een ziekte of handicap en mensen met een bijstandsuitkering.