Nieuws

Minimaal drie jaar bij UWV na eigen WGA-risico

Als uw onderneming nu eigenrisicodrager is voor de WGA-vast, maar u per 2016 terug wilt naar de publieke verzekering... Lees meer >

Als uw onderneming nu eigenrisicodrager is voor de WGA-vast, maar u per 2016 terug wilt naar de publieke verzekering van UWV, moet u daar drie jaar blijven. Dit heeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onlangs bepaald.

Uw organisatie kan komend jaar niet voor één jaar overstappen naar de publieke WGA-verzekering van UWV. Pas als u drie jaar bij UWV verzekerd bent geweest, krijgt uw onderneming weer toestemming om eigenrisicodrager te worden voor het WGA-risico. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat werkgevers in 2016 niet puur voor het financiële voordeel voor één jaar terugkeren naar UWV. Dat zou aantrekkelijk zijn, omdat de zogenoemde staartlasten per 2017 bij UWV achterblijven zodra een werkgever eigenrisicodrager voor de WGA wordt.

WGA-vast en WGA-flex per 2017 samengevoegd

Door de minimale periode voor terugkeer naar UWV op drie jaar te stellen, betalen werkgevers toch eerlijk voor de lasten die zij in het eerste jaar bij UWV opbouwen. Ook voor werkgevers die al eerder zijn teruggekeerd naar UWV, is deze regel van kracht: betaalt uw onderneming al sinds 1 januari 2015 weer de WGA-vast-premie van UWV, dan kunt u daar pas per 1 januari 2018 weer van af. Tot 2017 ligt het WGA-risico voor flexkrachten standaard bij UWV. Op 1 januari 2017 worden de WGA-flex en WGA-vast samengevoegd. Vanaf die datum kan uw organisatie alleen nog eigenrisicodrager worden voor het volledige WGA-risico.

Wijzigen eigenrisicodragerschap voor 2 oktober doorgeven

Wilt u per 2016 overstappen van het eigenrisicodragerschap voor de WGA naar de publieke WGA-verzekering van UWV of andersom, dan moet uw aanvraag vóór 2 oktober 2015 bij de Belastingdienst binnen zijn.

 

AFM in beroep tegen uitspraak zwartspaarders

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) gaat in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam over het onwettig opvragen... Lees meer >

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) gaat in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam over het onwettig opvragen van informatie over zwartspaarders bij de Belastingdienst.

Dat meldt financieel platform Amweb. Volgens Amweb heeft de AFM bezwaar aangetekend bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

In juni oordeelde de rechter dat de AFM ten onrechte informatie van de Belastingdienst opvroeg en kreeg over bestuurders van financiële instellingen onder haar toezicht die gebruik maakten van de inkeerregeling voor zwartspaarders.

De toezichthouder vroeg om een overzicht van deze instellingen in het kader van de betrouwbaarheids- en geschiktheidstoets. Een bestuurder van een financiële instelling werd op grond van de informatie als onbetrouwbaar beoordeeld en weggestuurd.

Verdedigen
De rechtbank gebruikte in juni stevige taal om te benadrukken dat de AFM ontoelaatbaar heeft gehandeld door de lijst op te vragen, zo meldt Amweb. Inkeerders moesten er op kunnen vertrouwen dat informatie aan de Belastingdienst in het kader van de Inkeerregeling uitsluitend zou worden gebruikt voor het opleggen van een naheffingsaanslag en niet aan de AFM zou worden verstrekt in het kader van de betrouwbaarheidstoetsing.

Bron: De Telegraaf

Milieubelastingen brengen 24 miljard op

De Nederlandse overheid heeft vorig jaar 23,9 miljard euro ontvangen aan milieuheffingen en -belastingen. Van elke euro nemen particulieren... Lees meer >

De Nederlandse overheid heeft vorig jaar 23,9 miljard euro ontvangen aan milieuheffingen en -belastingen. Van elke euro nemen particulieren 66 en bedrijven 34 eurocent voor hun rekening. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag.

Vergeleken met andere EU-landen zijn de Nederlandse milieubelastingen en -heffingen relatief hoog. De laatste jaren schommelen de opbrengsten tussen de 23 en de 24 miljard.

Vooral energieverbruik, brandstof en autobezit worden flink belast: grote posten zijn de motorrijtuigenbelasting (5,4 miljard), accijnzen op brandstoffen (7,9 miljard) en energiebelasting op aardgas en elektriciteit (4,4 miljard).

Bron: De Telegraaf

Fiscus gaat plug-in hybrides meer belasten

Plug-in hybrides worden de komende jaren flink duurder in de autobelasting. Dat blijkt uit een tabel die staatssecretaris Eric... Lees meer >

Plug-in hybrides worden de komende jaren flink duurder in de autobelasting. Dat blijkt uit een tabel die staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Zo gaat de aanschafbelasting van een Volvo V60 diesel plug-in van 463 naar ruim 2700 euro. Voor nieuwe leaserijders gaat de bijtelling voor deze auto omhoog van 10.200 naar 15.461 euro. Wie een leasecontract heeft mag dat gewoon tegen de oude voorwaarden uitdienen.

Voor andere plug-in hybrides, auto’s die een accu hebben die kan worden opgeladen maar die ook gewoon op benzine of diesel kunnen rijden, geldt hetzelfde. De BMW 1, de Mitsubishi Outlander, de Toyota Prius en de Mercedes S500 plug-in worden allemaal duurder in de periode tot 2020. Wiebes had hiervoor eerder al gewaarschuwd. Het is hem een doorn in het oog dat plug-ins fiscaal werden gestimuleerd, maar vaak gewoon op brandstof rijden.

Bron: Elsevier

Nieuwe vermogensbelasting: zoveel gaat u erop voor- of achteruit

De vermogensrendementsheffing gaat op de schop. Dat betekent dat u vanaf 2017 een ander tarief betaalt over uw belastbare... Lees meer >

De vermogensrendementsheffing gaat op de schop. Dat betekent dat u vanaf 2017 een ander tarief betaalt over uw belastbare vermogen. In deze grafieken kunt u zien hoeveel u erop vooruit of achteruit gaat.

De meeste Nederlanders gaan erop vooruit. Als uw vermogen meer bedraagt dan €21.330 (de huidige vrijstellingsgrens) en minder dan drie ton, dan hoeft u minder vermogensbelasting af te dragen. Vanaf een vermogen van iets meer dan €300.000 moet u meer gaan betalen.

In de onderstaande grafiek ziet u hoeveel u erop vooruit gaat met een vermogen tot een ton.

Met name miljonairs moeten meer gaan betalen. Vanaf iets meer dan €300.000 moet u meer vermogensbelasting gaan afdragen. Hieronder ziet u hoeveel.

Uitleg

De fiscus heft nu over gespaard geld vanaf €21.000 tot een ton een vermogensrendementsheffing van 1,2%. De vrijstellingsgrens gaat omhoog naar €25.000 en er komen meerdere tarieven voor verschillende vermogenscategorieën.

Van €25.000 tot €125.000 wordt straks uitgegaan van een rendement 2,9%. Daarover moet u dan 30% belasting betalen. Dat komt dus effectief neer op een belasting van 0,87% over het vermogen in die categorie.

Vanaf €125.000

Vanaf €125.000 wordt straks gerekend met een rendement van 4,7%. Effectief betaalt u dan –  met een heffing van 30% over dat rendement – 1,41% belasting.

Vanaf €1.025.000

Miljonairs zijn echt de klos. Vanaf €1.025.000 wordt straks gerekend met een rendement van 5,5%. Als u daarover 30% belasting moet aftikken, betaalt u dus 1,65% over alles boven €1.025.000.

Bron: De Telegraaf

Oudedagsparen in eigen beheer, de opvolger van pensioen in eigen beheer?

Eindelijk, op 1 juli jongstleden heeft Wiebes de nieuwe plannen voor opbouw van een pensioen in eigen beheer gepubliceerd.... Lees meer >

Eindelijk, op 1 juli jongstleden heeft Wiebes de nieuwe plannen voor opbouw van een pensioen in eigen beheer gepubliceerd. We zaten er al geruime tijd op te wachten. Duidelijkheid heeft het echter nog niet gebracht. We zitten nog steeds in een brainstorm fase echter twee fenomenen hebben het daglicht gezien en wel de oudedagsbestemmingsreserve (OBR) en het oudedagsparen in eigen beheer. De voorkeur van Wiebes gaat uit naar de laatste. De OBR is niet echt nieuw. Het is de zogenaamde fiscale oudedagreserve die we kennen bij de eenmanszaak omgezet naar de oudedagsreserve in de vennootschapsbelastingsfeer.

Helaas brengen geen van beide mogelijkheden vereenvoudiging van de wet- en regelgeving en zal er nog een overgangsregeling gemaakt moeten worden voor de bestaande pensioenen in eigen beheer.

Oudedagssparen
Bij deze optie kan de aandeelhouder alleen nog extern, dus bij een verzekeringsmaatschappij een “normaal” pensioen opbouwen.
In de eigen BV, dus in eigen beheer, kan de aandeelhouder een spaarpotje bij de vennootschap opbouwen.  De directeur groot aandeelhouder (DGA) mag zelf bepalen hoeveel dat hij van zijn loon in dit potje stopt. Dit geld is dan echter niet meer beschikbaar voor het uitkeren van dividenden en moet als vreemd vermogen worden aangemerkt.
Het spaarpotje kan jaarlijks worden opgerent met een rente die actuarieel wordt gehanteerd, te weten het zogenaamde U-rendement. Door deze rente te hanteren zou er geen verschil meer moeten bestaan tussen de zogenaamde commerciële en fiscale waarde van het spaarpotje.

Op pensioengerechtigde leeftijd kan de DGA van het gespaarde geld óf een lijfrente-uitkering aankopen dan wel het spaarpotje als pensioen uitbetalen hetgeen moet in 20 jaarlijkse gelijke termijnen.

Oudedagsbestemmingsreserve (OBR)
Bij deze optie, de OBR mag de DGA jaarlijks onbelast een deel van de winst reserveren voor pensioen. Dit bedrag zal vermoedelijk een vast percentage zijn van de winst en gemaximeerd worden op een bepaald bedrag.
Net als bij het oudedagssparen mag de DGA het potje op pensioengerechtigde leeftijd aanwenden voor de aankoop van een lijfrente-uitkering dan wel het bedrag in 20 jaarlijkse gelijke termijnen laten uitbetalen. Het gereserveerde bedrag kan de DGA gebruiken om een lijfrente te kopen of hij kan het bedrag in 20 jaar lineair laten uitbetalen.

Nadeel bij deze variant is ondermeer dat de commerciële en fiscale waarde van de verplichting gedurende de fase van opbouw niet aan elkaar gelijk zijn.

Dat is een van de redenen waarom Wiebes’ voorkeur niet naar deze variant lijkt uit te gaan.

Planning van Wiebes is dat waar de keuze ook op valt, de regeling met ingang van 1 januari 2016 in werking zal treden. We moeten afwachten wat de discussies in Den Haag hierover ons uiteindelijk gaan brengen.

Bron: Actuele artikelen

De maatregelen uit de Troonrede van 2015

Vandaag las koning Willem-Alexander zijn derde Troonrede voor. Hierin benoemde hij de plannen die de regering voor het komende... Lees meer >

Vandaag las koning Willem-Alexander zijn derde Troonrede voor. Hierin benoemde hij de plannen die de regering voor het komende jaar heeft. Veel van deze plannen zullen vanmiddag aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Minister Dijsselbloem van Financiën biedt vanmiddag de Rijksbegroting en Miljoenennota 2016 aan de Tweede Kamer aan. De verwachting is dat in die Prinsjesdagstukken al heel wat plannen uit de Troonrede zijn uitgewerkt. De Troonrede van 2015 draait om vier kerngebieden: werken aan economisch herstel, groei van de werkgelegenheid, een goede uitvoering van ingezette hervormingen en bijdragen aan internationale stabiliteit.

Goede uitvoering van hervormingen
Hieronder vindt u een aantal maatregelen waarover waarschijnlijk in de loop van de middag meer bekend wordt. Het belastingstelsel wordt zo hervormd dat dit een impuls geeft aan banengroei en de koopkracht van mensen.

– De loonkosten voor werknemers die het minimumloon of net iets meer verdienen, worden verlaagd. Dat maakt het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om deze werknemers in dienst te nemen of te houden

– De inkomstenbelasting gaat omlaag. Dit moet de consumptie en dus ook de werkgelegenheid stimuleren.

– Door de beschikbare loonruimte in de private en publieke sector verbetert de koopkracht voor iedereen die werkt. Voor gepensioneerden en mensen met een uitkering blijft de koopkracht op peil.

– Jonge ouders krijgen in een veeleisende periode van hun leven meer ruimte om werk en gezin te combineren. De kinderopvangtoeslag gaat omhoog. Er komen extra betaalbare plekken voor peuteropvang. Het vaderschapsverlof wordt verlengd.

– Er zijn de laatste tijd al veel hervormingen doorgevoerd die moeten bijdragen aan betere zorg, beter onderwijs, betere sociale voorzieningen en een solide pensioenstelsel. De regering gaat de uitwerking van deze hervormingen nauwlettend in de gaten houden en bijstellen waar dat nodig is (zoals bij het persoonsgebonden budget).

– Dit najaar presenteert de regering een werkprogramma waarin zij de plannen voor het toekomstige pensioenstelsel verder uitwerkt. Het stelsel moet transparanter, eenvoudiger en persoonlijker, met een juiste balans tussen keuzevrijheid en risicodeling.

– Er komt structureel € 210 miljoen beschikbaar om de zorg in de verpleeghuizen te verbeteren en ruimte te maken voor meer persoonlijke aandacht.

– Het hoger onderwijs krijgt er zo’n 4.000 docenten bij en extra onderzoekers met een onderwijstaak. Studenten krijgen meer persoonlijke aandacht, intensievere begeleiding en een betere entree op de arbeidsmarkt. Dit wordt betaald uit geld dat vrijkomt door de invoering van het studievoorschot voor studenten.

– Nederlandse multinationals hebben nu al een internationale voorbeeldfunctie op het terrein van duurzame bedrijfsvoering, kennis en kunde. De regering stelt organisaties in staat fiscaal aantrekkelijker te investeren in milieuvriendelijke technieken.

Vanaf 2016 strengere regels voor loonstrook

Per 1 januari 2016 gelden er nieuwe regels voor de betaling van het wettelijk minimumloon en het maken van... Lees meer >

Per 1 januari 2016 gelden er nieuwe regels voor de betaling van het wettelijk minimumloon en het maken van de loonstrook. Deze vernieuwingen zijn onderdeel van de Wet aanpak schijnconstructies (WAS).

Op 1 juli 2015 zijn de meeste maatregelen uit de WAS van kracht geworden. De onderdelen die voor werkgevers de nodige administratieve voorbereiding vergen, gaan echter pas per 2016 in. Het gaat dan om de bepalingen die betrekking hebben op de specificatie van de loonstrook en de uitbetaling van het wettelijk minimumloon.

Girale uitbetaling van netto wettelijk minimumloon

Uw organisatie is per 1 januari 2016 verplicht om het netto wettelijk minimumloonbedrag giraal aan de werknemer te betalen. Het nettoloon staat echter niet in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). De hoogte kan per werknemer verschillen.
De basis voor het netto equivalent van het wettelijk minimumloon is normaal gesproken het brutominimumloon volgens artikel 6 van de WML. Daarop moet u de verplichte inhoudingen in mindering brengen, zoals loonbelasting/premie volksverzekeringen, pensioenpremies en bedragen die volgens een pensioenregeling verschuldigd zijn voor aanvullende ANW- of aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

Onkostenvergoedingen verduidelijken op loonstrook

Vanaf volgend jaar is ook een gespecifieerde loonstrook verplicht. Dat betekent dat uw organisatie looncomponenten die de werknemer ontvangt als vergoeding voor kosten die hij voor het werk heeft gemaakt, altijd op de loonstrook moet uitsplitsen.
Ten slotte is het per 2016 niet meer toegestaan om door verrekeningen of inhoudingen op het loon onder het voor de werknemer geldende (netto equivalent van het) wettelijk minimumloon te komen