Nieuws

Weer minder oldtimers op de weg

Oldtimers verdwijnen steeds meer van de Nederlandse wegen, sinds de belastingvrijstelling voor oude auto’s drastisch is ingeperkt.... Lees meer >

Oldtimers verdwijnen steeds meer van de Nederlandse wegen, sinds de belastingvrijstelling voor oude auto’s drastisch is ingeperkt.

Begin dit jaar telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bijna 300.000 personenwagens van 25 jaar of ouder. Dat waren er circa 14.000 minder dan een jaar eerder, werd donderdag bekend.

Vooral van diesel- en lpg-auto’s van 25 tot 40 jaar oud rijden er minder rond. Het aantal oude auto’s neemt voor het tweede jaar op rij af. Daarvoor kwamen er jaarlijks telkens meer oldtimers bij.

De terugval heeft volgens het CBS vooral te maken met het aanscherpen van de regels voor de wegenbelasting. Tot 2012 waren auto’s van 25 jaar of ouder volledig vrijgesteld van wegenbelasting. Vanaf 1 januari 2014 zijn alleen wagens van 40 jaar of ouder nog volledig wegenbelastingvrij. Hierdoor is het minder aantrekkelijk om een oldtimer te hebben en zijn er meer geëxporteerd of gesloopt.

Het aantal auto’s dat minstens 40 jaar geleden voor het eerst op de weg verscheen, neemt wel nog steeds toe. Begin 2015 waren dit er 122.000, 8500 meer dan een jaar eerder.

Bron: Elsevier

FIOD kan sneller prepaidtelefoon aftappen

De FIOD, de opsporingsdienst van de Belastingdienst, mag binnenkort zelf apparatuur inzetten om prepaidtelefoons af te luisteren.... Lees meer >

De FIOD, de opsporingsdienst van de Belastingdienst, mag binnenkort zelf apparatuur inzetten om prepaidtelefoons af te luisteren.

Minister Henk Kamp van Economische Zaken, verantwoordelijk voor Telecom, maakt dat mogelijk via een wetswijziging. Nu tapt de FIOD ook prepaidtelefoons af, maar pas na toestemming van de Nationale Politie. Die stap wordt er uitgehaald. Volgens Kamp zijn de gevolgen voor burgers, bedrijven en milieu nihil omdat het maar om een beperkte uitbreiding gaat.

Prepaidtelefoons worden vaak gebruikt door criminelen, die de prepaidkaart en het telefoonnummer korte tijd gebruiken en dan weggooien. Om dergelijke toestellen af te luisteren is speciale apparatuur nodig.

Bron: Elsevier

Startende ondernemer mag kosten verhuizing aftrekken

Een ondernemer die verplicht moest verhuizen toen hij zijn bedrijf startte, mag die kosten aftrekken van de winst van... Lees meer >

Een ondernemer die verplicht moest verhuizen toen hij zijn bedrijf startte, mag die kosten aftrekken van de winst van zijn zaak.

De Hoge Raad besloot dat onlangs in een procedure tussen de Belastingdienst en een registerloods.

Verplicht verhuizen

De man werkte tot februari 2005 in loondienst, volgde tot eind 2005 een opleiding tot registerloods en trad begin 2006 in die hoedanigheid toe tot een maatschap. Omdat hij binnen zijn werkgebied moest wonen verhuisde hij, en zette zijn koophuis in zijn oude woonplaats te koop.

Omdat het huis pas in 2008 werd verkocht, bracht de loods voor de maximaal toegestane periode van 2 jaar de dubbele woonlasten in mindering op de winst van zijn onderneming. Bij zijn aangifte inkomstenbelasting van 2008 trok hij bovendien 5.931 euro aan verhuiskosten af.

De zaak kwam bij de Hoge Raad terecht, die oordeelde dat de man de verhuiskosten terecht had afgetrokken.

Persoonlijk of zakelijk

‘Het gerechtshof Den Haag kwam al tot de conclusie dat aftrek van verhuiskosten ook mogelijk was bij een beëindiging van een dienstbetrekking en start van een onderneming, zoals in het geval van de registerloods’, zegt fiscalist Monique Ligtenberg van Fiscaal up to Date.

De Hoge Raad moest vervolgens oordelen of de verhuiskosten van de registerloods het gevolg waren van een keuze in de persoonlijke levenssfeer of (voorbereidende) ondernemershandelingen. In het eerste geval zijn de kosten niet aftrekbaar, in het tweede geval wel.

Belang van de onderneming

Ligtenberg: ‘De staatssecretaris bleef hameren op het 45 jaar oude arrest waarin de Hoge Raad had beslist dat de verhuiskosten van een notaris niet ten laste van zijn winst uit onderneming konden komen, omdat het ging om uitgaven die moesten worden toegerekend aan de door hem buiten de winstsfeer gemaakte keuze om het notarisambt te gaan vervullen.’

Maar De Hoge Raad gaat nu een andere kant op, legt Ligtenberg uit. ‘De Hoge Raad gaat niet helemaal “om” maar pareert de vele kritiek in de vakliteratuur over dat arrest met de overweging dat daaruit iets anders moet worden begrepen dan iedereen aannam.’

‘De Hoge Raad stelt voorop dat sprake kan zijn van zakelijke en van de winst aftrekbare verhuiskosten als die kosten zijn gemaakt met het oog op de belangen van de onderneming. Daarvan kan volgens de Hoge Raad ook al sprake zijn bij de aanvang van de ondernemingsuitoefening’, aldus de fiscalist. ‘Dat is ruimer dan een aftrek van verhuiskosten voor het geval dat sprake is van een verplichte verhuizing. Duidelijker kan het bijna niet.’

Bron: De Telegraaf

Slachtoffer identiteitsfraude hoeft toeslag niet terug te betalen

Een slachtoffer van identiteitsfraude hoeft de toeslagen die door een fraudeur op zijn naam zijn aangevraagd niet terug te... Lees meer >

Een slachtoffer van identiteitsfraude hoeft de toeslagen die door een fraudeur op zijn naam zijn aangevraagd niet terug te betalen aan de Belastingdienst.

Begin 2013 vroeg de fraudeur op naam van het slachtoffer voor meer dan 22.000 euro kinderopvangtoeslag aan. De fiscus keerde in de daaropvolgende maanden een voorschot van 8.565 euro uit op een rekeningnummer van de fraudeur.

In mei 2013 meldde de man dat hij zijn identiteitskaart al sinds december 2012 had verloren, en deed hij na contact met de afdeling fraude van de Belastingdienst aangifte van oplichting. De fiscus berekende dat de man het voorschot van 8.565 euro terug moest betalen. Hij had de aanvraag weliswaar niet zelf ingediend of zelf fraude gepleegd, maar hij was wel onzorgvuldig omgesprongen met zijn identiteitskaart.

Erg onwaarschijnlijk

De man ging in beroep tegen de beslissing van de Belastingdienst en deed ook aangifte tegen de oplichter vanwege identiteitsfraude. De rechtbank Den Haag gaf het slachtoffer gelijk. De fiscus had de aanvraag beter moeten onderzoeken, omdat deze erg onwaarschijnlijk was.

Fiscalist Steven Oomens van Fiscaal up to Date legt uit: “Een aanvraag door een jonger iemand, die voor vier kinderen kinderopvangtoeslag aanvraagt voor maar liefst 230 uur per kind per maand. Dat komt er eigenlijk op neer dat voor alle kinderen vijf dagen in de week meer dan 8 uur per dag gebruik zou worden gemaakt van kinderopvang, wat toch opmerkelijk is. Ook is de aanvrager blijkbaar zo jong dat het hebben van vier kinderen wat onwaarschijnlijk is.”

Zonder onderzoek

“Bovendien wordt het rekeningnummer waarop de kinderopvangtoeslag moet worden uitgekeerd, gelijk gewijzigd in een bankrekeningnummer van een derde”, aldus Oomens. “Desondanks kent de Belastingdienst – blijkbaar zonder verder onderzoek – voorschotten kinderopvangtoeslag toe voor 2012 en 2013 van in totaal van € 22.111.”

Wat Oomens verder opvalt is dat de maatregelen tegen DigiD-fraude die de politiek aankondigde blijkbaar niet werken. “In september 2011 liet de staatssecretaris aan de Tweede Kamer weten dat fraude met DigiD niet meer kon voorkomen. De Belastingdienst moet controleren of de DigiD waarmee de aanvragen worden gedaan ook bij de betreffende rechthebbende hoort. Daarnaast is de bevestigingsbrief bij rekeningnummerwijzigingen geïntroduceerd. Pas als de burger de bevestiging terug stuurt, wordt het rekeningnummer gewijzigd en uitbetaling gestart.”

Afwentelen op slachtoffer

“Het lijkt er in deze zaak sterk op dat geen enkele controle vooraf heeft plaatsgevonden en dat de Belastingdienst heeft geprobeerd dit af te wentelen op het slachtoffer van de identiteitsfraude in plaats van de fraudeur op te sporen,” aldus Oomens. “De Belastingdienst heeft naar de fraudeur geen onderzoek gedaan. Sterker nog: het is niet eens duidelijk of de fraudeur wel gebruik heeft gemaakt van de verloren identiteitskaart. De maatregelen die de staatssecretaris heeft getroffen om de fraude met toeslagen te voorkomen, zijn in theorie toereikend. In de praktijk moeten die maatregelen dan natuurlijk wel worden gevolgd. Dan had in deze zaak volgens mij verhinderd kunnen worden dat een fraudeur ruim € 8.500 heeft geïncasseerd die waarschijnlijk nooit meer zal worden teruggevonden.”

Bron: De Telegraaf

Investeren is vooruit kijken

Als een ondernemer investeert in zijn onderneming, zijn er in de Wet IB 2001 speciale faciliteiten van toepassing. Een... Lees meer >

Als een ondernemer investeert in zijn onderneming, zijn er in de Wet IB 2001 speciale faciliteiten van toepassing. Een van die faciliteiten is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Als een ondernemer in een kalenderjaar investeert in nieuwe bedrijfsmiddelen, mag hij een bepaald percentage van het totale investeringsbedrag in mindering brengen op zijn belastbare winst.

Hij krijgt deze aftrek pas als hij in een kalenderjaar meer investeert dan € 2.300. De aftrek bedraagt dan 28%. Als het totale investeringsbedrag in 2015 tussen de € 55.745 en € 103.231 ligt, bedraagt  de  aftrek een vast bedrag van € 15.609. Investeert men meer dan wordt dit bedrag langzaam afgebouwd naar € 0 bij een jaarinvestering van € 309.693.

Helaas mogen niet alle investeringen worden meegenomen bij het bepalen van de investeringsaftrek. Zo zijn bijvoorbeeld personenauto’s en grond voor het bepalen van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek uitgesloten.

Leuk dit soort cijfers maar ondernemers zijn zich vaak te weinig bewust van de mogelijkheden om te spelen met de investeringen.

Voorbeeld a:
U koopt eind 2015 een laptop van € 1.000 en begin 2016 in een stuk gereedschap van € 2.000. In beide jaren komt de ondernemer niet aan de minimale investering van € 2.300. Zou hij er voor zorg gedragen hebben dat de investeringen beide in 2015 hadden plaatsgevonden, had hij recht gehad op een aftrek van 28% van € 3.000 = € 840.

Voorbeeld b:
In plaats van het samenvoegen van investeringen kan het ook interessant zijn om investeringen te splitsen. Investeert u in een kalenderjaar € 200.000 dan bedraagt de aftrek € 8.293. Zouden de investeringen over twee jaren verspreid kunnen worden (€ 2x € 100.000) dan bedraagt de investeringsaftrek in de beide jaren (mits er natuurlijk geen andere investeringen zijn) € 15.609 x 2 = € 31.218. Een verschil van bijna € 23.000.

U ziet dat het goed plannen van uw investeringen interessant kan zijn, mits uw bedrijfsuitoefening dit toestaat. Het is wel even rekenen maar daar zijn toch uw adviseurs voor.

Bron: Actuele artikelen

Deskundigenoordeel UWV bij ontslag gratis

Sinds 1 juli 2015 bent u verplicht een deskundigenoordeel van UWV te overleggen als u een werknemer ontslaat vanwege... Lees meer >

Sinds 1 juli 2015 bent u verplicht een deskundigenoordeel van UWV te overleggen als u een werknemer ontslaat vanwege veelvuldig ziekteverzuim of het niet meewerken aan zijn re-integratie. Het aanvragen van zo’n deskundigenoordeel is gratis.

Door de hervorming van het ontslagrecht moet u een ontslagaanvraag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid sinds 1 juli 2015 verplicht indienen bij UWV. Ontslag vanwege frequent ziekteverzuim of het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen verloopt via de kantonrechter.  Dient u zo’n ontslagaanvraag in bij de kantonrechter, dan bent u verplicht een deskundigenoordeel van UWV te overleggen.

Deskundigenoordeel gratis bij ontslagaanvraag wegens ziekte

Omdat de bovenstaande maatregel niet tot hoge kosten voor werkgevers mag leiden, is in een wijziging van de Beleidsregel kosten aanvraag deskundigenoordeel 2013 (pdf) opgenomen dat het deskundigenoordeel gratis is als de werkgever dit nodig heeft voor een ontslagaanvraag wegens ziekte bij de kantonrechter. Vraagt u een deskundigenoordeel om een andere reden aan, dan bent u het normale tarief van € 400 verschuldigd.

Bron UWV

Reden ontslag bepaalt straks ontslagroute

Vanaf 1 januari 2016 komt het ontslagrecht er anders uit te zien. Er blijven twee ontslagroutes bestaan, maar de... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2016 komt het ontslagrecht er anders uit te zien. Er blijven twee ontslagroutes bestaan, maar de reden van ontslag is bepalend voor de ontslagweg die de werkgever bewandelt. Werknemers met een dienstverband dat twee jaar of langer heeft geduurd, krijgen bij ontslag een transitievergoeding van maximaal € 75.000.

In het sociaal akkoord dat op donderdag 11 april werd gesloten zijn de plannen voor de hervorming van het ontslag weer drastisch veranderd.  Als de plannen uit het sociaal akkoord doorgaan, blijft de preventieve ontslagtoets gewoon bestaan. In het regeerakkoord was nog afgesproken dat de preventieve ontslagtoets via de kantonrechter volgend jaar zou worden afgeschaft. Dit gaat niet door, maar er staan wel andere veranderingen voor het ontslagrecht op de stapel die ingaan per 1 januari 2016.

Aanleiding ontslag bepaalt ontslagroute

De aanleiding voor het ontslag bepaalt per 1 januari 2016 de ontslagroute. Als het gaat om ontslag wegens bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid, moet de werkgever kiezen voor ontslag via UWV. Gaat het om ontslag om persoonlijke redenen – denk bijvoorbeeld aan disfunctioneren – of een verstoorde arbeidsrelatie, dan moet de werkgever naar de kantonrechter stappen. Nu kunt u bij ontslag nog zelf kiezen van welke ontslagroute u gebruikmaakt. Daarnaast blijft ontslag met wederzijds goedvinden ook gewoon mogelijk. De werknemer heeft hiervoor twee weken bedenktijd.

Overgangsregeling voor 50-plussers

Heeft een werknemer twee jaar of langer bij u gewerkt, dan heeft hij recht op een transitievergoeding. De hoogte van deze vergoeding is een derde van het maandsalaris per gewerkt jaar over de eerste tien jaren. Is een werknemer langer dan tien jaar in dienst geweest, dan krijgt hij voor de jaren die hij hierna gewerkt heeft een half maandsalaris per gewerkt jaar. Voor 50-plussers geldt tot 2020 een overgangsregeling. Zij krijgen voor elk jaar dat zij gewerkt hebben na hun 50ste een heel maandsalaris mee. Voor werkgevers met minder dan 25 werknemers gaat deze overgangsregeling niet gelden. Is het ontslag ernstig aan de werknemer te wijten, dan hoeft u hem geen transitiebudget mee te geven. Als het ontslag echter ernstig aan u als werkgever te wijten is, kan de kantonrechter bepalen dat u een aanvullende ontslagvergoeding moet meegeven. Het is nog niet duidelijk of de plannen uiteindelijk ook daadwerkelijk in deze vorm door zullen gaan. De plannen moeten eerst nog in een wetsvoorstel worden gegoten en vervolgens moeten de Tweede en Eerste Kamer er nog mee instemmen

Ontslagroute bij frequent en langdurig verzuim

Door de wijziging van het ontslagrecht per 1 juli 2015, zijn er straks twee ontslagroutes mogelijk bij ziekteverzuim van... Lees meer >

Door de wijziging van het ontslagrecht per 1 juli 2015, zijn er straks twee ontslagroutes mogelijk bij ziekteverzuim van een werknemer. Bij frequent ziekteverzuim moet u naar de kantonrechter stappen. Bij langdurig verzuim (na 104 weken arbeidsongeschiktheid) kiest u voor de ontslagroute via UWV.

U bent straks verplicht om bij ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid een ontslagaanvraag in te dienen bij UWV. Bij ontslag vanwege persoonlijke redenen of een verstoorde arbeidsrelatie kunt u een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter.
In de Nota naar aanleiding van het verslag wetsvoorstel Wet werk en zekerheid (pdf) heeft de regering onlangs laten weten dat er hierdoor een onderscheid kan ontstaan bij ontslag vanwege ziekteverzuim. Alleen bij langdurig ziekteverzuim moet u straks namelijk een ontslagaanvraag indienen bij UWV. Bij frequent ziekteverzuim moet u een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter.

Frequent ziekteverzuim is vaak complexer

Bij frequent ziekteverzuim is het in de eerste plaats niet altijd duidelijk of het daadwerkelijk gaat om ziekte of dat er sprake is van verwijtbaar handelen van de werknemer. Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die zich stelselmatig ziek meldt als hij een zwaar weekend heeft gehad. Daarnaast kunnen zich omstandigheden voordoen die aan de werkgever te wijten zijn, zoals slechte arbeidsomstandigheden of een werkgever die te hoge eisen stelt aan zijn werknemers. Deze omstandigheden kunnen zich ook voordoen bij langdurig ziekteverzuim, maar dan hebben deze geschillen meestal al plaatsgevonden tijdens de eerste twee ziektejaren. Na deze twee ziektejaren hoeft UWV slechts te beoordelen of de werkgever aan zijn poortwachterverplichtingen heeft voldaan. Omdat frequent ziekteverzuim meestal complexer is, moet de werkgever zich in dat geval wenden tot de kantonrechter zodat die daarover kan oordelen.

Hoe verloopt ontslag via UWV

Een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische reden of langdurige arbeidsongeschiktheid verloopt sinds 1 juli via UWV. Een ontslagaanvraag doet u online... Lees meer >

Een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische reden of langdurige arbeidsongeschiktheid verloopt sinds 1 juli via UWV. Een ontslagaanvraag doet u online via het werkgeversportaal.

Op 1 juli gingen de nieuwe ontslagregels van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in. Dat betekent voor u dat u in de volgende gevallen bij UWV een ontslagvergunning moet aanvragen:

  • Bij ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid.
  • Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Als u om een andere reden ontslag wilt aanvragen, gaat u naar de kantonrechter.
Om de ontslagvergunning van UWV te krijgen, moet u aantonen dat u genoeg heeft gedaan om ontslag te voorkomen. Ook moet u de redenen voor ontslag onderbouwen.

Hoe dient u de aanvraag in?

U dient uw ontslagaanvraag online in via het werkgeversportaal UWV. De formulieren vindt u op uwv.nl. Download de formulieren en vul ze in. Vervolgens uploadt u de ontslagaanvraag en de daarbij behorende bijlagen via het werkgeversportaal.

Hoe behandelt UWV de ontslagaanvraag?

UWV bekijkt of uw ontslagaanvraag redelijk is. De behandeling van de ontslagaanvraag duurt meestal 4 tot 6 weken. Soms duurt het langer, bijvoorbeeld als u de ontslagaanvraag niet goed onderbouwd heeft of als er een extra ronde nodig is van hoor en wederhoor. De uiteindelijke beslissing sturen wij naar u en uw werknemer. Tegen deze beslissing kunnen u of uw werknemer niet in beroep gaan.

Nog geen account?

Om de formulieren te kunnen uploaden vraagt u een account aan voor het werkgeversportaal, als u dat nog niet heeft. Binnen 1 week is uw aanvraag voor een account geregeld. U kunt met dit account ook vragen aan UWV stellen en uw werknemers online ziek- en beter melden.

Meer informatie

Kijk ook op uwv.nl voor de formulieren en voor actuele informatie over de Wwz.

De wetten van 2015-2016 op een rijtje

De Rijksoverheid heeft een lijst opgesteld met daarin alle wetsvoorstellen die de Tweede en Eerste Kamer in de tweede... Lees meer >

De Rijksoverheid heeft een lijst opgesteld met daarin alle wetsvoorstellen die de Tweede en Eerste Kamer in de tweede helft van 2015 moeten afhameren. U vindt de wijzigingen die voor u relevant kunnen zijn hieronder op een rij.

Om uw werk goed te kunnen doen, is het belangrijk dat u op tijd op de hoogte bent van de ingangsdata van nieuwe wetgeving. Uit de planning van de Tweede en Eerste Kamer (pdf) blijkt wat de geplande ingangsdata is van een aantal belangrijke wetten in uw vakgebied. Houd er wel rekening mee dat deze data in een later stadium nog kunnen wijzigen.

Geplande inwerkingtreding per 1 januari 2016

  • Wetsvoorstel Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd: maatregelen die het aantrekkelijker moeten maken om werknemers na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst te houden.
    Tweede Kamer is akkoord. Verzoek aan de Eerste Kamer voor uiterlijke afhandeling: 20-10-2015
  • Wetsvoorstel Deregulering beoordeling arbeidsrelaties: vervanging van de huidige Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor zzp’ers door een stelsel van modelcontracten.
    Tweede Kamer is akkoord. Verzoek aan de Eerste Kamer voor uiterlijke afhandeling: 20-10-2015
  • Wijziging WAADI: het gelijktrekken van de arbeidsvoorwaarden van payrollers met werknemers die in vaste dienst zijn.
    Verzoek aan de Tweede Kamer voor uiterlijke afhandeling: z.s.m.
    Verzoek aan de Eerste Kamer voor uiterlijke afhandeling: 20-10-2015
  • Wetsvoorstel Algemeen pensioenfonds: een nieuw type pensioenfonds waarbij de werkgever zijn pensioenregeling kan onderbrengen.
    Verzoek aan de Tweede Kamer voor uiterlijke afhandeling: z.s.m.
    Verzoek aan de Eerste Kamer voor uiterlijke afhandeling: 20-12-2015
  • Wetsvoorstel Harmonisering instrumenten Participatiewet: harmonisering van het voorzieningenpakket voor werknemers met een arbeidsbeperking.
    Verzoek aan de Tweede Kamer voor uiterlijke afhandeling: 20-10-2015
    Verzoek aan de Eerste Kamer voor uiterlijke afhandeling: 20-12-2015

Geplande inwerkingtreding per 1 juli 2016

  • Wijziging Arbowet bedrijfsgezondheidszorg: maatregelen naar aanleiding van het advies van de Sociaal Economische Raad over de verbetering van de arbeidsgerelateerde zorg. Door de wet worden de rollen van de bedrijfsarts en de preventiemedewerker versterkt.
    Verzoek aan de Tweede Kamer voor uiterlijke afhandeling: 20-12-2015

Sms-alert btw aangifte verdwijnt

Vanaf augustus 2015 krijg je geen SMS meer van de belastingdienst om je te herinneren aan de btw-aangifte. Voortaan... Lees meer >

Tot augustus 2015 was het mogelijk om per sms een herinnering te ontvangen van de belastingdienst voor het doen van aangifte. Deze service is verdwenen, maar er is een alternatief.

Vanaf augustus 2015 krijg je geen SMS meer van de belastingdienst om je te herinneren aan de btw-aangifte. Voortaan kun je gebruik maken van de app ‘Btw-alert’. Deze app herinnert je aan de btw-aangifte op een gewenst tijdstip en heeft daarnaast een aantal extra functionaliteiten. Zo kun je met de app alle betalingskenmerken opzoeken.

Je kunt de app voor meerdere ondernemingen tegelijk gebruiken, ook als de ondernemingen verschillende aangiftetijdvakken hebben. Wil je een automatische herinnering ontvangen? Download dan de app ‘Btw-alert’.

Bron:De Belastingdienst