Nieuws

Zelfstandigenaftrek blijft na belastingherziening

Regeringspartijen VVD en PvdA zijn niet van plan in de herziening van het belastingstelsel de zelfstandigenaftrek af te schaffen.... Lees meer >

Regeringspartijen VVD en PvdA zijn niet van plan in de herziening van het belastingstelsel de zelfstandigenaftrek af te schaffen. De PvdA startte eerder een discussie over oneigenlijke concurrentie aan de onderkant van de arbeidsmarkt tussen werknemers met een dienstverband en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers), wegens het fiscale voordeel voor de laatste groep.

‘Afschaffing van de zelfstandigenaftrek is volstrekt niet aan de orde’, zei PvdA-kamerlid Ed Groot dinsdag tijdens een discussiebijeenkomst over deze aftrek. Groot zwengelde het debat aan over het verschil aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Zzp’ers die €24.000 winst maken, betalen 8% belasting, terwijl werknemers met een dienstverband 24% afdragen aan premies en belasting.

Prikkels

In een toelichting zegt Groot dat dit verschil bij de belastinghervorming kan worden verkleind door de lasten op arbeid in een vast dienstverband te verlagen. De fiscaal woordvoerder van de PvdA sluit niet uit dat er iets verandert aan de zelfstandigenaftrek bij de herziening van het belastingstelsel. Zo zouden er prikkels kunnen worden ingebouwd om zzp’ers een verzekering te laten afsluiten voor arbeidsongeschiktheid. Ook zou het aantrekkelijker kunnen worden gemaakt voor een zzp’er om personeel aan te nemen, zodat doorgroei wordt bevorderd.

Dit zijn slechts ideeën die verder geen enkele status hebben, benadrukt Groot. In het overleg tussen de coalitiepartijen over de belastinghervorming is de positie van zzp’ers nog niet te sprake gekomen, zegt hij. Er wordt gewacht op interdepartementaal beleidsonderzoek naar de positie van zzp’ers.

Ondernemers met personeel

VVD-kamerlid Erik Ziengs bevestigt dat er wat betreft de liberalen op geen enkele manier wordt getornd aan de zelfstandigenaftrek, ook niet door daar verplichtingen aan te koppelen. Ziengs wijst erop dat deze aftrek ook bedoeld is voor de zelfstandige ondernemers met enkele personeelsleden die onder de inkomstenbelasting valt. Inkomensachteruitgang voor ondernemers als gevolg van de belastinghervorming sluit Ziengs uit.

Bron: fd.nl

Belastingdienst wordt een computer

Belastingadviseurs maken zich grote zorgen over de aangekondigde bezuiniging bij de Belastingdienst. ,,De belangrijkste zorg is de bereikbaarheid van... Lees meer >

Belastingadviseurs maken zich grote zorgen over de aangekondigde bezuiniging bij de Belastingdienst. ,,De belangrijkste zorg is de bereikbaarheid van de Belastingdienst en of je daadwerkelijk nog contact hebt van mens tot mens. Wat betekent dit voor de rechtsbescherming van belastingplichtigen?”, zei Marnix van Rij, de voorzitter van de orde van belastingadviseurs, vrijdag bij BNR.

Bij de Belastingdienst verdwijnen vier- tot vijfduizend banen. Gedwongen ontslagen worden daarbij uitgesloten. Het gaat om een op de vier medewerkers bij de Belastingdienst. Daarnaast gaat de fiscus de komende jaren 1500 extra mensen aannemen voor gespecialiseerd werk als data-analyse.

Topman Peter Veld van de Belastingdienst vertrekt. Slechts vijf van de huidige veertien directieleden blijven zitten.

Het werk bij de fiscus is de laatste jaren aan het veranderen en dat zal de komende maanden doorgaan. Er wordt meer geautomatiseerd en systemen worden beter aan elkaar gekoppeld. Veel aangiftes worden door de fiscus zelf al grotendeels van tevoren ingevuld en de controles zijn over het algemeen automatisch en gemakkelijker.

Bron: De Ondernemer

Begrotingstekort lager dan verwacht

De overheidsfinanciën zien er voor 2015 iets beter uit dan eerder verwacht. Het kabinet schat in dat het begrotingstekort... Lees meer >

De overheidsfinanciën zien er voor 2015 iets beter uit dan eerder verwacht. Het kabinet schat in dat het begrotingstekort op 2,1% uitkomt. Dat is een fractie lager dan de 2,2% die met Prinsjesdag nog als uitgangspunt gold.

Dat werd maandag duidelijk met de bekendmaking van de Voorjaarsnota. Hiermee valt het begrotingstekort ruim binnen de 3%-norm die wordt aangehouden als maximum binnen de eurozone. In 2014 kwam het begrotingstekort nog uit op 2,3%, zo bleek vorige maand uit het definitieve jaarverslag van het ministerie van Financiën.

De meevaller is onder meer te danken aan lagere uitgaven aan sociale zekerheid. Omdat de werkloosheid daalt vallen ook de uitkeringen terug. Op het gebied van zorg daalden de bestedingen aan geneesmiddelen. Daar tegenover staat dat de overheid meer kwijt is aan huurtoeslagen.

Ook de inkomstenkant van de overheid kreeg een opsteker. Door een hogere economische groei werden meer belastingen geïnd. Als gevolg van de verbeterde winstgevendheid van bedrijven doen de meevallers zich met name voor bij de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Het Centraal Planbureau raamde in maart dat het bruto binnenlands product dit jaar met 1,7% toeneemt in plaats van de eerder geschatte 1,25%.

Dat voordeel wordt deels tenietgedaan door lagere aardgasbaten. Omdat het kabinet zich gedwongen ziet de gaswinning in Groningen omlaag te schroeven vanwege het aardbevingsgevaar, vallen de inkomsten naar verwachting met €1,3 mrd terug, zo blijkt uit de ramingen. Die tegenvaller kan nog groter uitvallen. Volgende maand moet minister Kamp van Economische Zaken beslissen hoe hoog de gaswinning in de tweede helft van dit jaar maximaal mag zijn. In de Tweede Kamer is een meerderheid voor verdere verlaging van de productie.

Nederland heeft nog €1,8 mrd tegoed aan afdrachtskortingen van de EU. Die zouden oorspronkelijk in 2015 worden betaald, maar het kabinet zal daar een jaar langer op moeten wachten. ‘Omdat de parlementaire processen in sommige lidstaten nog lopen wordt die korting doorgeschoven naar 2016′, aldus Financiën.

Bron: fd.nl

Vraagtekens rond VAR-vervanger

In het kader van de aanpak van schijnzelfstandigheid van ZZP’ers is vorig jaar de Beschikking geen loonheffingen (BGL) ter... Lees meer >

In het kader van de aanpak van schijnzelfstandigheid van ZZP’ers is vorig jaar de Beschikking geen loonheffingen (BGL) ter vervanging van de VAR voorgesteld. Deze vervanging is echter een vroege dood gestorven. Er was met name kritiek op de forse regeldruk die het toetsen van de arbeidsrelatie tussen de ZZP’er en de opdrachtgever per opdracht met zich mee zou brengen.

Staatssecretaris Wiebes kwam onlangs met een aangepast voorstel, waarin sectorspecifieke modelcontracten als de oplossing gepresenteerd werd. Inmiddels ligt het definitieve wetsvoorstel, wat de naam Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties heeft gekregen, ter aanname bij de Tweede Kamer. De nieuwe regeling biedt opdrachtgevers de mogelijkheid de overeenkomst die ze met ZZP’ers sluiten vooraf te laten toetsen door de Belastingdienst. Deze beoordeelt de overeenkomst, bepaalt wat de exacte arbeidsrelatie is en of de opdrachtgever wel of geen loonheffing dient af te dragen. Wanneer achteraf blijkt dat de situatie toch anders is dan in de overeenkomst vastgelegd, kan de Belastingdienst alsnog een naheffing opleggen.

Over één kam
Met de nieuwe aanpak worden niet langer alle zelfstandigen over één kam geschoren, zoals dat bij de VAR het geval was. Dat is goed nieuws. Het is niet voor niets dat HeadFirst al in 2013 pleitte voor het aantonen van zelfstandigheid met behulp van een sectoraanpak. Zoals we toen zeiden: ‘Schilders hebben misschien wel drie opdrachtgevers per week, terwijl een IT’er er wellicht één per jaar heeft.’

Maatwerk
Maatwerk is een must, dat nu met het voorstel van staatssecretaris Wiebes geleverd lijkt te gaan worden. Maar toch zijn er ook bij een sectorspecifieke aanpak een aantal kanttekeningen te maken. Hoe wordt de sectorverdeling? Welke verschillen zijn er te maken tussen de overeenkomsten voor bijvoorbeeld schilders en IT’ers? Het definitieve voorstel van Wiebes geeft geen antwoorden op deze vragen.

Geen uitsluitsel
In de nieuwe aanpak wordt de mate van ondernemerschap niet meer beoordeeld. Hierover wordt in het voorstel gezegd: ‘Aan een overeenkomst is niet af te lezen of de opdrachtnemer een ondernemer is. (…) In het alternatief worden dan ook geen uitspraken gedaan over een eventueel ondernemerschap van de opdrachtnemer en er kunnen dus ook geen gevolgen aan worden verbonden wat betreft de fiscale ondernemersfaciliteiten.’ Dit lijkt me terecht. Het is niet aan een opdrachtgever in de gaten te houden of de zelfstandige bijvoorbeeld investeringen doet, marketing voert of meerdere opdrachtgevers heeft. Een logische en goede stap dus.

Leegte
Er ontstaat echter wel een leegte op het gebied van de genoemde fiscale kant. De VAR (winst uit onderneming (wuo) en directeur grootaandeelhouder (dga)) was altijd min of meer een bewijs van ondernemerschap. Althans, de factoren op basis waarvan een VAR-wuo (en ook een VAR-dga) verstrekt werd, waren grotendeels gelijk aan de criteria waaraan een ZZP’er moet voldoen om als zogeheten ‘ondernemer voor inkomstenbelasting’ gezien te worden door de staat. De status waarmee de ZZP’er recht heeft op zelfstandigenaftrek. Het is zaak dat deze leegte opgevuld wordt. Een soort van ‘Bewijs van ondernemerschap’ ligt voor de hand.

Verantwoordelijkheid bij opdrachtgever
In de huidige situatie van de VAR ligt het risico op naheffing van sociale lasten volledig bij de ZZP’er, die we bij HeadFirst de zelfstandig professional (zp’er) noemen. In het nieuwe voorstel draait dit 180 graden. Volgens het voorstel ‘… is het van belang dat ook daadwerkelijk wordt gewerkt overeenkomstig de beoordeelde overeenkomst. Indien bij een controle van de Belastingdienst blijkt dat er in de praktijk niet volgens die overeenkomst wordt gewerkt, is er geen vrijwaring voor de loonheffingen.(…) Het kan daarbij zijn dat de arbeidsverhouding gelet op de wijze waarop wordt gewerkt, moet worden gekwalificeerd als een dienstbetrekking of een fictieve dienstbetrekking. Is dat het geval, dan zal de Belastingdienst aan de opdrachtgever een correctieverplichting of een naheffingsaanslag voor de loonheffingen opleggen.’

Beven
Menig opdrachtgever zal dan ook beven van het voorstel. De schade is niet te overzien als achteraf bepaald wordt dat een bedrijf over moet gaan tot het betalen van sociale lasten voor de honderden door hen ingehuurde ZZP’ers. Een risico dat door veel bedrijven in Nederland overigens afgehecht wordt door het werken met intermediairs.

Rol intermediairs
Dat risico is direct een bruggetje naar mijn meest kritische kanttekening bij het voorstel van Wiebes. Er wordt niet gesproken over de rol van de intermediair, of wel kennisbemiddelaar zoals HeadFirst zichzelf liever noemt, in het hele verhaal. Alhoewel, met de nodige creativiteit kan het volgende als zinspeling geïnterpreteerd worden richting intermediairs: ‘Het alternatief houdt in dat belangenorganisaties van opdrachtgevers of belangenorganisaties van opdrachtnemers, en ook individuele opdrachtgevers of opdrachtnemers, overeenkomsten voorleggen aan de Belastingdienst, zodat die een oordeel kan geven over de overeenkomst.’

De intermediair, althans als ik kijk naar onze eigen organisatie, treedt op als belangenorganisatie voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. Het lijkt me dus dat de intermediairs eveneens een modelovereenkomst voor mogen leggen bij de Belastingdienst. Maar zeker weten doe ik dat niet aan de hand van wat er nu bekend is. Die zekerheid gaan we uiteraard wel zoeken.

Stap in de goede richting
Kortom, het nieuwe voorstel is wat mij betreft een stap in de goede richting, maar tegelijkertijd zijn er nog een groot aantal vraagtekens waardoor van algehele positiviteit nog geen sprake is. We volgen de ontwikkelingen uiteraard op de voet, beïnvloeden het waar nodig en mogelijk is, om de belangen van zowel onze opdrachtgevers als de opdrachtnemers te behartigen.

Bron: De Ondernemer

De fiscus en nostalgie

In tijden dat de banken verlegen zaten om uw spaargeld en een spaarrekening een aantrekkelijk alternatief was voor de... Lees meer >

In tijden dat de banken verlegen zaten om uw spaargeld en een spaarrekening een aantrekkelijk alternatief was voor de oude sok, kon men nog wel leven met de vermogensrendementsheffing. Vervelend, dat wel, maar het was nog uit te leggen dat u met 5% rendement, 1,2% van de opbrengst aan de fiscus kwijt was. En niet eens over het hele bedrag, maar over het gedeelte boven pak ‘m beet € 20.000 of € 40.000 als u getrouwd was.

Met de huidige rentestanden en een beetje inflatie kan het echter zomaar zijn dat u als spaarder een effectieve belastingheffing van 100% of meer  om de oren krijgt. Dit terwijl de fiscus nostalgisch terugdenkend aan vroegere tijden nog steeds uitgaat van een fictief rendement van 4%.

Een gang naar de rechter lijkt weinig soelaas te bieden. Verschillende procedures over de ongunstige werking van de vermogensrendementsheffing hebben niets opgeleverd. Een oplossing zal uit de spreekwoordelijke pen van de Staatssecretaris van Financiën moeten komen. Wat moet er nog meer gebeuren om de vermogensrendementsheffing aan te passen, zou u denken. Een negatieve rente misschien? Er zijn al voorbeelden bekend van landen in de eurozone waar spaarders banken moeten betalen om te mogen sparen.

Hopelijk hoeft het hier niet zover te komen voordat de vermogenstaks meer in overeenstemming wordt gebracht met de realiteit. Het is hoopvol dat de staatssecretaris in zijn brief van 16 september 2014 over de vermogensverdeling in Nederland aangeeft de belastingheffing over inkomsten uit vermogen te willen wijzigen. Vooralsnog zijn er alleen nog geen harde toezeggingen gedaan. Dus tot er nieuw beleid komt, mag u belasting betalen over de mooie rendementen van vroeger. Die goede oude tijd toch.

Bron: Actuele artikelen

Aanvraagformulieren ontslagvergunning via het werkgeversportaal (UWV

Vanaf 1 juli kunt u de nieuwe aanvraagformulieren voor een ontslagvergunning van UWV uploaden via het werkgeversportaal. ... Lees meer >

Sinds 1 januari 2015 zijn de regels voor werk, ontslag en WW veranderd door de Wet werk en zekerheid (Wwz). Dit zijn de belangrijkste veranderingen:

  • Vanaf 1 juli 2015 verandert de Werkloosheidswet (WW).
  • Mensen met een tijdelijk contract krijgen eerder zekerheid.
  • De ontslagprocedures worden duidelijker, eenvoudiger en sneller.
  • Vanaf 2016 wordt de WW-uitkering in stappen ingekort.

Vanaf 1 juli kunt u de nieuwe aanvraagformulieren voor een ontslagvergunning van UWV uploaden via het werkgeversportaal.

Op 1 juli gaan de nieuwe ontslagregels van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in. Dat betekent voor u dat u bij UWV een ontslagvergunning moet aanvragen bij:

  • ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid, en;
  • ontslag om bedrijfseconomische redenen.

U vindt de nieuwe formulieren voor het aanvragen van een ontslagvergunning vanaf 8 juni op uwv.nl.

Uploaden via het werkgeversportaal

Let op: gebruik deze nieuwe formulieren voor ontslagaanvragen die u op of na 1 juli indient. U kunt de formulieren downloaden vanaf uwv.nl, invullen en vanaf 1 juli uploaden via het werkgeversportaal van UWV. Als uw aanvraag compleet is, kunnen we die binnen 4 weken afhandelen.

Nog geen account?

U kunt alvast een account aanvragen voor het werkgeversportaal, als u dat nog niet heeft. Binnen 1 week is uw aanvraag voor een account geregeld. U kunt met dit account ook vragen aan UWV stellen en uw werknemers online ziek- en beter melden.

Handige informatie over de Wwz

Meer informatie voor werkgevers over de Wwz vindt u op mijnwerkenzekerheid.nl, een site van de Rijksoverheid. U vindt daar onder andere een rekenhulp om de transitievergoeding te berekenen, een contractencheck en actuele factsheets over de Wwz voor werkgevers.

Meer informatie

Kijk ook op uwv.nl voor de formulieren en voor actuele informatie over de Wwz.