Nieuws

Behoefte aan pensioen op individuele basis is groot

Mensen werken, leven en denken anders, maar ons pensioenstelsel is nauwelijks geïnnoveerd. Zo stelt Richard Weurding, algemeen directeur van... Lees meer >

Mensen werken, leven en denken anders, maar ons pensioenstelsel is nauwelijks geïnnoveerd. Zo stelt Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars. `Jongeren willen graag zelf aan de knoppen zitten van hun pensioen. De tijd dat mensen 40 jaar voor één baas werken, is voorbij. Die veranderende arbeidsmarkt is een van de belangrijkste redenen om ons pensioenstelsel te wijzigen. Een andere is de economische werkelijkheid: ons pensioen is simpelweg te duur geworden.`

`De tijd is rijp om een nieuwe koers te varen. De arbeidsmarkt is volop in beweging en dat vraagt om een andere benadering van ons pensioen. Bij het SER-advies Toekomst Pensioenstelsel zijn vier varianten verkend, waarbij een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling interessant werd bevonden.`

`Een pensioen op individuele basis is nu nog een stap te ver. Daarom kiezen we voor collectieve oplossingen met een centrale rol voor de werkgever. Die organiseert deskundigheid en overlegt met een vertegenwoordiging van de werknemers. Onze wens voor de korte termijn is dat er vernieuwingen worden doorgevoerd die ervoor zorgen dat het aankopen van een pensioen niet te kwetsbaar wordt.`

Bron: Profnews

Toch rittenadministratie nodig na overstap naar elektrische auto

De overstap naar een elektrische auto van de zaak is een leaserijder duur komen te staan. Doordat hij in... Lees meer >

De overstap naar een elektrische auto van de zaak is een leaserijder duur komen te staan. Doordat hij in zijn nieuwe elektrische auto geen rittenadministratie bijhield, moest hij een naheffing betalen over de maanden waarin hij zakelijke ritjes maakte in zijn andere auto.

De man had bezwaar aangetekend tegen de naheffing loonbelasting, maar ving bot bij de rechtbank Noord-Holland. De naheffing op basis van 25 procent van de cataloguswaarde van de auto die hem in de periode van januari 2013 tot en met 5 juli 2013 ter beschikking was gesteld bleef overeind.

Geen bewijs

De belastinginspecteur vond dat de man niet kon bewijzen dat hij in 2013 minder dan 500 kilometer privé reed in zijn auto van de zaak. De leaserijder had namelijk vanaf het moment dat hij eind juli een elektrische auto kreeg, geen rittenadministratie meer bijgehouden. De man beargumenteerde tevergeefs dat hij dat niet hoefde omdat de elektrische auto die zijn werkgever hem ter beschikking stelde, een bijtelling van 0 procent had.

Zakelijke rijders die minder dan 500 kilometer privé rijden, hebben volgens de fiscus privé geen voordeel van hun zakelijke auto en zijn dus vrijgesteld van bijtelling. Een arrest van de Hoge Raad uit 1986 maakte duidelijk dat deze limiet niet per auto moet worden bekeken, maar voor het hele jaar geldt.

Volle mep in bijtelling

“De regeling voor achtereenvolgend ter beschikking gestelde auto’s kan zuur zijn als voor een van de auto’s een 0% bijtellingspercentage geldt, zoals voor de elektrische auto van de man in kwestie,” zegt fiscalist Monique Ligtenberg van Fiscaal up to Date.

“Als de elektrische auto gedurende het gehele jaar aan de leaserijder ter beschikking zou zijn gesteld, had hij geen km-administratie hoeven te voeren om het bijtellingspercentage van 0% te krijgen.”

Weinig opties

Maar nu hij eerder in het jaar een ‘gewone’ auto reed, kreeg hij toch een bijtelling voor zijn kiezen. Ligtenberg: “Doordat geen km-administratie was bijgehouden voor de elektrische auto kon de man niet bewijzen dat hij over het gehele jaar gezien minder dan 500 kilometers privé had gereden. Dit heeft wel tot gevolg dat de andere niet-elektrische auto de bijtelling in werd getrokken, en wel voor de volle mep, de 25%.”

Voor leaserijders die gedurende het jaar een elektrische auto krijgen of de deur uit doen en niet in hetzelfde schuitje willen belanden als hun onfortuinlijke collega, is volgens Ligtenberg maar één oplossing: “Toch een kilometer-administratie voeren.”

Helft woonlasten ex-vrouw aftrekbaar van belasting

Een man die in afwachting van definitieve echtscheiding alle woonlasten van de echtelijke woning betaalde, mocht die voor de... Lees meer >

Een man die in afwachting van definitieve echtscheiding alle woonlasten van de echtelijke woning betaalde, mocht die voor de helft – namelijk het deel van zijn aanstaande ex – aftrekken van zijn inkomstenbelasting.

De man en vrouw scheidden in 2008 van elkaar, maar leefden al vanaf mei 2006 niet meer samen. Tot eind juli 2012 bleef de vrouw in de echtelijke woning wonen. De man draaide op voor alle woonlasten van zijn aanstaande ex-vrouw.

Deze lasten wilde hij aftrekken bij zijn aangifte inkomstenbelasting 2009 als partneralimentatie. Toen de belastinginspecteur dat weigerde, stapte de man naar de rechter. De rechtbank was eens met de inspecteur dat er geen sprake was van een onderhoudsverplichting, waarna de zaak bij het gerechtshof Den Bosch terecht kwam.

Gezamenlijk eigenaar

Het Hof was van oordeel dat de man, in aanloop naar de definitieve scheiding van zijn vrouw, de helft van de woonlasten mocht aftrekken bij zijn aangifte inkomstenbelasting. Het stel was immers gezamenlijk eigenaar van de woning en deelde ook de hypotheekschuld.

Het Hof redeneerde dat de man met de helft van zijn maandelijkse bijdrage aan de woonlasten eigenlijk de schuld van zijn vrouw voldeed. Zo’n betaling kan aangemerkt worden als een onderhoudsverplichting, die aftrekbaar is. De andere helft van de woonlasten komt voor rekening van de man zelf, en zijn dus niet aftrekbaar.

Levensonderhoud

‘Voor de aftrek van uitgaven als onderhoudsverplichting is niet alleen vereist dat sprake is van een familierechtelijke betrekking en van betalingen, maar ook dat de betalingen zijn verricht op grond van een verplichting om bij te dragen in het levensonderhoud van de ex-partner’, legt fiscalist Ria Rutten van Fiscaal up to Date uit.

‘Blijkbaar geloofde het Hof de verklaring van de man dat hij een mondelinge afspraak met zijn ex-echtgenote had gemaakt en het Hof leidde dit ook af uit de echtscheidingsbeschikking. Dat laatste is wel opmerkelijk,’ vindt Rutten. ‘Want de rechtbank kwam op basis van diezelfde echtscheidingsbeschikking tot de tegengestelde conclusie dat de man de onderhoudsverplichting niet aannemelijk had gemaakt. Bovendien had de ex-echtgenote bij de rechtbank verklaard dat volgens haar geen sprake was van alimentatie. Wellicht is dit voor de Belastingdienst een reden om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.’

Bron: De Telegraaf

Mag ik een fiets als ZZP’er van de belasting aftrekken?

Als ZZP’er kunt u de fiets van de zaak aangrijpen als extra aftrekpost op uw winst. Als u een... Lees meer >

Als ZZP’er kunt u de fiets van de zaak aangrijpen als extra aftrekpost op uw winst. Als u een fiets aanschaft waarvan de aanschafwaarde hoger is dan €450,- (exclusief btw) valt de fiets onder de noemer bedrijfsvermogen. Hierbij maakt het niet uit welk type fiets u zakelijk aanschaft. Zeker omdat tegenwoordig zelfs elektrische fietsen steeds betaalbaarder worden, neemt de vraag naar “zakelijke” fietsen toe. Een gezonder, betaalbaarder en moderner alternatief voor de auto. Maar is zo’n fiets nu ook belastingtechnisch interessant voor u als ondernemer?

De bedrijfsfiets
Hieraan zit wel een voorwaarde gekoppeld en dat is dat de fiets niet alleen privé wordt gebruikt, maar ten behoeve van uw onderneming. Als u de fiets voor minstens 10% voor zakelijke doeleinden gebruikt, en dit kunt aantonen, dan mag u de fiets tot bedrijfsvermogen rekenen. Vervolgens kunt u deze investering afschrijven over de winst.

Er zijn twee duidelijke voordelen aan de bedrijfsfiets:

• Wanneer u een fiets als bedrijfsvermogen aanschaft mag u gebruik maken van investeringsaftrek. Dit is een extra aftrekpost die u kunt toepassen wanneer u jaarlijkse meer dan €2.300,- investeert in bedrijfsmiddelen.

• Als u kunt aantonen dat de fiets zakelijk gebruikt is, is het toegestaan om de investering af te schrijven onder het kopje bedrijfsvermogen.

De privé-fiets
In sommige gevallen kan het voordeliger zijn om de fiets privé aan te schaffen, dit is natuurlijk afhankelijk van het aantal kilometer dat u zakelijk fietst. Als u de fiets niet als zakelijk vermogen, maar privé vermogen, rekent mag u €0,19 per kilometer als beroepskosten in uw onderneming boeken. Door deze methode betaalt de fiscus indirect mee aan de aanschaf van uw fiets.

Ook aan deze wijze zitten voordelen verbonden:

• Voor zakelijke woon-werkverkeer mag u €0,19 per gereden kilometer als kosten boeken. Aan het eind van de streep betekend dit in veel gevallen dat u hogere kosten mag terugvragen dan dat u zou hebben gekregen voor de aanschaf van de bedrijfsfiets.

Als u als ZZP’er een nieuwe fiets wilt aanschaffen is het dus aan te raden vooraf af te wegen welke situatie voor u fiscaal het meeste voordeel oplevert. Ondanks de fiscale voordelen die het met zich meebrengt, moet u erbij stil staan dat een bedrijfsfiets als investering de nodige kosten met zich meebrengt. Het doel van de koop van de fiets is naast het plezierig kunnen fietsen, dat de investering een positieve bijdrage levert aan uw bedrijfsresultaten.

Bron: De Ondernemer

Let op de bijtelling bij tweedehands auto van de zaak

Als u als ondernemer of werknemer in een auto van de zaak gaat rijden en de auto mede voor... Lees meer >

Als u als ondernemer of werknemer in een auto van de zaak gaat rijden en de auto mede voor privédoeleinden gebruikt, krijgt u te maken met een wirwar aan (overgangs-)regelingen omtrent de hoogte van de bijtelling.

Binnenkort komt het kabinet met nieuwe voorstellen voor wat betreft de auto van de zaak. Vooralsnog zijn de regels bij de aanschaf of lease van nieuwe auto’s redelijk overzichtelijk. Een nieuw voertuig dat voor het eerst op naam wordt gezet, houdt de op dat moment geldende bijtelling vijf jaar lang. Daarna wordt de auto opnieuw beoordeeld aan de hand van de op dat moment geldende normering. De nieuwe bijtelling geldt vervolgens weer voor een periode van vijf jaar.

Bij tweedehands auto’s  is de regelgeving ingewikkelder. Voor auto’s die vóór 1 juli 2012 op kenteken zijn gezet, blijft de oorspronkelijke bijtelling gelden zolang de auto maar niet van zowel eigenaar (bijvoorbeeld een leasemaatschappij of de ondernemer / werkgever) als berijder wisselt.

Wanneer een auto van vóór 1 juli 2012, na deze datum van zowel eigenaar als berijder wisselt, dan geldt de oorspronkelijke bijtelling van de auto tot 1 juli 2017. Daarna wordt aan de hand van de dan geldende normeringen bekeken wat de bijtelling voor de daaropvolgende vijf jaar gaat worden.

Voor auto’s die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, geldt een afwijkend bijtellingsregime. De bijtelling wordt namelijk gebaseerd op de (veelal lagere) waarde in het economische verkeer, in plaats van de cataloguswaarde. Dat maakt deze categorie aantrekkelijker om zakelijk te rijden dan de jongere occassion, waarbij de oorspronkelijke cataloguswaarde in een hoge bijteling resulteert.

Mocht u toch een jongere occassion zakelijk willen rijden, ga dan na of u niet wellicht binnen een korte tijd na de aankoop te maken krijgt met een hogere bijtelling. Dat kan een reden zijn om de verkoop- of leaseprijs naar beneden te stellen.

Bron: Actuele artikelen

Straks je verkeersboete in termijnen betalen

Verkeersboetes komen altijd op het verkeerde moment en pakken vaak hoger uit dan verwacht. Daarom is het prettig dat... Lees meer >

Verkeersboetes komen altijd op het verkeerde moment en pakken vaak hoger uit dan verwacht. Daarom is het prettig dat het vanaf 1 juli 2015 mogelijk is je verkeersboete in vaste termijnen te betalen. Het gaat daarbij om boetes vanaf een bedrag van € 225.

Staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie heeft dit bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. De staatssecretaris voert dit nieuwe boetebeleid in om te voorkomen dat mensen die hun verkeersboetes wel willen betalen maar dit niet kunnen, onnodig gedupeerd worden door aanmaningen, boeteverhogingen en de inzet van een deurwaarder. Naar verwachting zullen jaarlijks zo’n 375.000 verkeersovertreders het aanbod krijgen om in termijnen te betalen.

Verkeersboetes succesvol geïnd

Uiteraard blijft het uiteindelijk de bedoeling dat het boetebedrag wordt voldaan. Jaarlijks worden ongeveer 10 miljoen verkeersboetes op grond van de Wet Mulder opgelegd. Hiervan wordt gemiddeld 95% in een jaar afgedaan, waarmee de tenuitvoerlegging van deze verkeersboetes in het algemeen succesvol is te noemen.

Bron: NOS

Snel een contract aangaan vóór 1 juli 2015

Per 1 juli 2015 wordt de maximale duur van de ketenbepaling verkort van drie naar twee jaar. Maar gaat... Lees meer >

Per 1 juli 2015 wordt de maximale duur van de ketenbepaling verkort van drie naar twee jaar. Maar gaat u vóór 1 juli 2015 nog een tijdelijke arbeidsovereenkomst aan met een ingangsdatum na 1 juli 2015, dan is op deze arbeidsovereenkomst nog de oude ketenbepaling van toepassing. Dit contract mag dan dus de tweejaarstermijn overschrijden.

Binnenkort treedt het tweede deel van de Wet werk en zekerheid (WWZ) in werking. Door de verkorting van de ketenbepaling heeft een werknemer dan na drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten of na een periode van twee jaar (wat eerder komt) recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Komt u vóór 1 juli 2015 nog een tijdelijk contract overeen, dan is hierop echter nog de oude ketenbepaling met een maximale duur van drie jaar van toepassing. Dit geldt ook als deze arbeidsovereenkomst pas na 1 juli 2015 ingaat. Er is dus een verschil tussen het aangaan en ingaan van een arbeidsovereenkomst.

Datum van overeenkomen arbeidsovereenkomst bepalend

Stel dat een werknemer twee tijdelijke jaarcontracten heeft gehad, waarvan het laatste contract eindigt per 1 augustus 2015. Komt u vóór 1 juli 2015 nog een derde tijdelijke arbeidsovereenkomst overeen met als ingangsdatum 1 augustus 2015, dan mag u nóg een jaarcontract sluiten. Voor dit contract geldt dan namelijk de oude ketenbepaling. Komt u het contract echter pas in juli overeen, dan is op dit contract de nieuwe ketenbepaling met een maximale duur van twee jaar van toepassing. Aangezien deze termijn na twee jaarcontracten is overschreden, heeft de werknemer dan recht op een vast contract.
Maar let op, hoewel de WWZ deze mogelijkheid toelaat, is er nog geen jurisprudentie over. Het is dus nog niet duidelijk hoe rechters straks over deze constructie zullen oordelen