Nieuws

In 2015 geldt de Werkkostenregeling voor iedereen

In 2015 krijgen alle werkgevers te maken met de Werkkostenregeling. Neem daarom nu alle vergoedingen, verstrekkingen en voorzieningen die... Lees meer >

In 2015 krijgen alle werkgevers te maken met de Werkkostenregeling. Neem daarom nu alle vergoedingen, verstrekkingen en voorzieningen die u ter beschikking stelt aan uw personeel onder de loep. Dan is uw loonadministratie up-to-date en komt u niet voor vervelende verrassingen te staan.

De fiets van de zaak, het kerstpakket, de bedrijfsfitness, de bedrijfslunches, een laptop, een smartphone, het personeelsuitje, het zijn maar een paar van de vergoedingen, verstrekkingen en voorzieningen die werkgevers aanbieden aan werknemers. Op 1 januari 2015 veranderen de fiscale spelregels hiervoor. Vanaf dat moment is de Werkkostenregeling verplicht.

Administratie aanpassen
Overigens is deze regeling niet nieuw. Vanaf 2011 hadden werkgevers de keuze tussen de Werkkostenregeling en de regeling “vrije vergoedingen en verstrekkingen”. Met ingang van 1 januari 2015 bestaat deze keuzemogelijkheid niet meer en krijgt elke werkgever te maken met de Werkkostenregeling. De werkgevers die al eerder kozen voor de Werkkostenregeling krijgen met een paar veranderingen te maken (zie Wijzingen in de Werkkostenregeling per 1 januari 2015). Degenen die tot nu toe gebruik maakten van de regeling “vrije vergoedingen en verstrekkingen” doen er verstandig aan om tijdig in kaart te brengen wat ze precies vergoeden, welke afspraken hiervoor gelden en als het nodig is hun administratie aan te passen.

Wat is loon?
Bij de Werkkostenregeling gaat het om loon. Dit kan zowel geld zijn als loon in natura. Daarom is het belangrijk te weten wat precies tot het loon behoort. Loon is alles wat de werknemer op basis van zijn dienstbetrekking ontvangt. Niet alleen het loon, maar ook de vergoedingen en verstrekkingen die de werkgever niet ter beloning geeft.
Intermediaire kosten – de werknemer koopt iets voor het bedrijf en u betaalt het bedrag terug dat de werknemer heeft voorgeschoten – zijn bijvoorbeeld geen loon. Deze kosten vallen niet onder de Werkkostenregeling. Daarnaast zijn er vormen van loon waarvoor een gerichte vrijstelling bestaat. Dit zijn onder andere studie- en opleidingskosten of de kosten voor woonwerkverkeer. Aan gerichte vrijstellingen zijn voorwaarden verbonden. Gerichte vrijstellingen komen niet ten laste van de vrije ruimte. Ook zijn er vormen van loon in natura waarvoor een nihilwaardering geldt. Voorbeelden hiervan zijn fitness op de werkplek, de vaste computer op de werkplek en onder bepaalde voorwaarden bedrijfskleding. De nihilwaardering geldt voor vrijwel alles wat een werkgever op de werkplek ter beschikking stelt. Als er een nihilwaardering geldt, komt deze ook niet ten laste van de vrije ruimte.

Eindheffing
In de Werkkostenregeling kunnen werkgevers maximaal 1,2 procent van het fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Deze 1,2 procent is de vrije ruimte. Werkgevers moeten deze vergoedingen en verstrekkingen wel in hun administratie opnemen als eindheffingsloon. Hiervoor geldt de gebruikelijkheidstoets. Vergoedingen en verstrekkingen die niet worden aangemerkt als eindheffingsloon gelden als ‘gewoon’ loon, waarover de werknemer belasting betaalt. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80 procent. Daarom is het zo belangrijk om alle vergoedingen en verstrekkingen tijdig in kaart te brengen en te gaan werken volgens de regels van de Werkkostenregeling.

Meer informatie?
Wilt u meer weten over de Werkkostenregeling? Kijk voor alle informatie op de site, hier vindt u ook het stappenplan en de wijzigingen.

Zó stapt u over op de Werkkostenregeling:
Stap 1: Weet hoe de werkkostenregeling werkt.
Stap 2: Zet uw arbeidsvoorwaarden op een rij.
Stap 3: Bepaal wat de werkkostenregeling betekent voor  uw arbeidsvoorwaarden.
Stap 4: Pas uw arbeidsvoorwaarden aan.
Stap 5: Pas uw administratie aan.
Stap 6: Bepaal of de vergoedingen en verstrekkingen loon zijn.
Stap 7: Ga na of de vergoedingen en verstrekkingen onder de gerichte vrijstellingen of nihilwaarderingen vallen.
Stap 8: Kies: eindheffingsloon (vrije ruimte) of loon werknemer.
Stap 9: Bereken de vrije ruimte.
Stap 10: Bereken over het bedrag boven de vrije ruimte 80% eindheffing.

Wijzingen in de Werkkostenregeling per 1 januari 2015

  • De vrije ruimte wordt 1,2 procent van het fiscale loon.
  • Gereedschap, computers en smartphones zijn vrijgesteld als ze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium.
  • Korting op bedrijfsproducten is onder voorwaarden vrijgesteld.
  • Voor een aantal voorzieningen op de werkplek vervalt het onderscheid tussen vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen.
  • De eindheffing over het bedrag boven de vrije ruimte mag op concernniveau berekend worden. Stichtingen mogen de concernregeling gebruiken bij financiële, organisatorische en economische verwevenheid.
  • Toetsing mag eens per jaar plaatsvinden in plaats van per aangiftetijdvak.

Voorlopige aanslag 2015 aanvragen, wijzigen of stoppen

Dit jaar kunt u vanaf 21 november voor het eerst een voorlopige aanslag aanvragen, wijzigen of stopzetten met een... Lees meer >

Dit jaar kunt u vanaf 21 november voor het eerst een voorlopige aanslag aanvragen, wijzigen of stopzetten met een online formulier.

Vanaf 21 november 2014 kunt u kiezen hoe u een voorlopige aanslag over 2015 wilt aanvragen, wijzigen of stopzetten:

  • met het programma Verzoek of wijziging voorlopige aanslag
    U downloadt dit programma op uw computer, vult het in en verstuurt het.
  • met het online formulier Verzoek of wijziging voorlopige aanslag op Mijn Belastingdienst
    U hoeft dit formulier niet te downloaden. U vult het in en verstuurt het op Mijn Belastingdienst, uw persoonlijke pagina bij de Belastingdienst.

Kreeg u dit jaar maandelijks een bedrag terug via een voorlopige aanslag? Of betaalde u zo maandelijks een bedrag aan ons? Dan krijgt u meestal automatisch een voorlopige aanslag over 2015. Wij versturen de voorlopige aanslagen 2015 vanaf deze week tot eind januari. Soms krijgt u niet automatisch een voorlopige aanslag over 2015. Bijvoorbeeld als u in 2014 een voorlopige aanslag kreeg vanwege een heffingskorting die in 2015 niet meer bestaat. In zulke gevallen krijgt u apart bericht van ons.

Is uw persoonlijke situatie dit jaar veranderd? Dan is het misschien verstandig om uw voorlopige aanslag 2015 te wijzigen.

Heeft u vragen, neem dan contact op met ons

Meer informatie over de voorlopige aanslag 2015

Bron: Belastingdienst

Belastingdienst moet ‘grensoverschrijdende’ fiscale eenheid toestaan

Na de beslissing van het Europese Hof van Justitie (arrest van 12 juni 2014, ECLI:EU:C:2014:1758) heeft de belastingkamer van... Lees meer >

Na de beslissing van het Europese Hof van Justitie (arrest van 12 juni 2014, ECLI:EU:C:2014:1758) heeft de belastingkamer van het gerechtshof Amsterdam vandaag beslist dat de Belastingdienst het vormen van een zogeheten grensoverschrijdende fiscale eenheid moet toestaan.

Fiscale eenheid Een fiscale eenheid (f.e.) kan worden gevormd door een groep Nederlandse vennootschappen. Ingeval van een f.e. wordt bij de moedervennootschap vennootschapsbelasting geheven alsof er één belastingplichtige is. Daarbij worden de werkzaamheden en het vermogen van alle tot de f.e. behorende vennootschappen toegerekend aan die moedervennootschap. Hierdoor vallen alle onderlinge transacties, inclusief leenverhoudingen en aandelenbezit, weg.
Het bestaan van een f.e. heeft daarom bepaalde fiscale voordelen. Zo kunnen de in een jaar door de f.e.-vennootschappen gemaakte fiscale winsten en verliezen onderling worden verrekend. Een ander gevolg is dat bij de overdracht van activa en bij diensten tussen f.e.-vennootschappen onderling geen fiscale resultaten worden gerealiseerd.   Voorwaarden Om een fiscale eenheid te kunnen vormen, moeten alle vennootschappen in Nederland zijn gevestigd. Verder moeten zij een ‘ononderbroken verticale keten’ vormen. Dat wil zeggen dat de aandelen van een in de f.e. te voegen vennootschap steeds moeten worden gehouden door een vennootschap die zelf ook is gevoegd. Daarom is het niet mogelijk om – uitsluitend – zustervennootschappen in een f.e. te voegen. Verder kan ook niet een f.e. tussen een moeder- en een kleindochtervennootschap worden gevormd indien niet tevens de tussenliggende (dochter)vennootschap daarin is opgenomen.   Grensoverschrijding
In drie zaken heeft het Amsterdamse hof vragen gesteld aan het Hof van Justitie te Luxemburg over verzoeken om een f.e. te mogen vormen tussen in Nederland gevestigde vennootschappen die, vanwege een grensoverschrijdende concernstructuur, niet voldoen aan de bovengenoemde voorwaarden.  In één zaak (11/00180) gaat het om Nederlandse zustervennootschappen van een gemeenschappelijke buitenlandse (Duitse) moedervennootschap. In de beide andere zaken (11/00587 en 11/00824) gaat het om een Nederlandse moedervennootschap met Nederlandse kleindochtervennootschappen die worden gehouden door één of meer buitenlandse (Duitse) tussenhoudstervennootschap(pen).
De inspecteur heeft in alle drie gevallen het vormen van een f.e. geweigerd.
De belastingkamer van het Amsterdamse hof heeft in drie tussenuitspraken (ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8713ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8717 enECLI:NL:GHAMS:2013:BY8711) aan het Hof van Justitie de vraag voorgelegd of deze weigering in strijd is met Europees recht.   Beslissing van het Hof van Justitie In zijn arrest van 12 juni 2014 heeft het Hof van Justitie beslist dat de artikelen 49 en 54 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie vereisen dat het vormen van een f.e. in alle drie zaken wordt toegestaan. Het Hof heeft daarbij onder meer overwogen dat de drie grensoverschrijdende situaties moeten worden vergeleken met de binnenlandse situatie dat de moedervennootschap in Nederland is gevestigd (in zaak 11/00180) en met de binnenlandse situatie dat de tussenhoudstervennootschap(pen) in Nederland is (zijn) gevestigd (in zaken 11/00587 en 11/00824). Omdat in deze binnenlandse situaties een f.e. wel tot de mogelijkheden behoort, en in de drie grensoverschrijdende situaties niet, is de Nederlandse wettelijke regeling volgens het Hof van Justitie in zoverre in strijd met Europees recht.   Uitspraak hof Amsterdam In navolging van het Hof van Justitie heeft het Amsterdamse gerechtshof vandaag geoordeeld dat in de drie zaken, ingeval van weigering van een f.e., sprake is van een verboden belemmering bij de keuze van structurering van de Nederlandse activiteiten. Volgens het hof moet de inspecteur daarom het vormen van de verzochte grensoverschrijdende f.e.’s toestaan.
Het hof heeft daarbij overwogen dat dan, in de beide laatstgenoemde gevallen (zaken 11/00587bis en 11/00824bis), de samenhang van het Nederlandse fiscale systeem zou kunnen worden geschonden. Bijvoorbeeld omdat sprake zou kunnen zijn van dubbele verliesverrekening in Nederland. Het hof vindt dat dit echter geen rechtvaardiging kan vormen om de f.e.’s zonder meer te weigeren. De Nederlandse f.e.-regeling gaat hier namelijk verder dan noodzakelijk is om die dubbele verliesverrekening te voorkomen. In het andere geval (zaak 11/000180bis) kan een dergelijke schending van het Nederlandse fiscale systeem zich helemaal niet voordoen.
Het Hof heeft om die redenen verklaard dat in de drie zaken bepaalde (onderdelen van) artikelen van de Nederlandse wettelijke regeling buiten toepassing moeten blijven. Het heeft in de zaken 11/00180bis en 11/00824bis de verzoeken om een f.e. te mogen vormen, alsnog toegewezen. In de zaak 11/00587bis had de rechtbank dit verzoek al toegewezen en bevestigt het hof die beslissing van de rechtbank.    Uitspraken: ECLI:NL:GHAMS:2014:5184,ECLI:NL:GHAMS:2014:5185,ECLI:NL:GHAMS:2014:5186

Bron: Rechtspraak.nl

Onderhandelingen belastingverdragen in 2015

De Nederlandse overheid onderhandelt voortdurend met andere landen over (nieuwe) belastingverdragen. In het overzicht dat ieder kwartaal door het... Lees meer >

De Nederlandse overheid onderhandelt voortdurend met andere landen over (nieuwe) belastingverdragen. In het overzicht dat ieder kwartaal door het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gepubliceerd, staan de landen genoemd waarmee op dit moment onderhandelingen lopen.

In aanvulling op het door het ministerie van Buitenlandse Zaken gepubliceerde overzicht, zal Nederland in 2015 nieuwe gesprekken aangaan met Irak, Mozambique en Senegal. Daarnaast zal Nederland reeds geïnitieerde gesprekken voortzetten met België, Canada, Duitsland, Frankrijk en Thailand. Doel van de onderhandelingen is een nieuw of gewijzigd belastingverdrag. Een dergelijk verdrag omvat afspraken die moeten voorkomen dat enerzijds bedrijven of burgers dubbel belasting betalen en anderzijds dat er geen belasting wordt betaald. Dit wordt bewerkstelligd door de heffingsrechten tussen Nederland en het betreffende andere land te verdelen.

Op 30 augustus 2013 heeft het kabinet aangekondigd om aan 23 ontwikkelingslanden, waarmee Nederland een belastingverdrag heeft (of waarmee onderhandelingen lopen), aan te bieden om een anti-misbruikbepaling in die verdragen op te nemen. Alle 23 landen zijn inmiddels benaderd en met een aantal landen is ook overeenstemming bereikt. De landen waarmee, na een positieve reactie op het Nederlandse voorstel, gesprekken worden verwacht zijn: Bangladesh, Egypte, Filipijnen, Georgië, India, Indonesië, Kirgizië, Malawi, Marokko, Moldavië, Mongolië, Nigeria, Oeganda, Oekraïne, Oezbekistan, Pakistan, Sri Lanka, Vietnam en Zimbabwe. Indien met deze landen een belastingverdrag is gesloten en dit verdrag verouderd is, bestaat tevens de mogelijkheid dat modernisering van het belastingverdrag aan de orde komt.

Ondernemers en burgers die beschikken over fiscale informatie die van belang kan zijn voor de lopende of voorgenomen onderhandelingen kunnen schriftelijk contact opnemen met het Ministerie van Financiën (Directie Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen, Afdeling Internationale Zaken, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag). Het ministerie kan die informatie vervolgens betrekken bij de onderhandelingen. Met het oog op het onderhandelingsprogramma voor de komende jaren is fiscale informatie over andere landen ook welkom.

Bron: Rijksoverheid

Fiscale eindejaarstips voor ondernemers

Het einde van het jaar nadert en dat is traditioneel een goed moment om te kijken wat er nog... Lees meer >

Het einde van het jaar nadert en dat is traditioneel een goed moment om te kijken wat er nog eventueel fiscaal geregeld moet of kan worden. De fiscale check aan het einde van het jaar kan worden onderverdeeld in een aantal standaard punten die jaarlijks terugkomen en een aantal nieuwe zaken die per 1 januari 2015 wijzigen.

Een aantal belangrijke jaarlijks terugkerende zaken om na te gaan:

– Belastingrente: Nu het einde van het jaar nadert, heeft u waarschijnlijk redelijk goed zicht op uw resultaat voor 2014. Het is raadzaam om na te gaan of de opgelegde voorlopige aanslagen te hoog of te laag zijn vastgesteld. Indien nodig, kunt u de fiscus verzoeken om een (nadere) voorlopige aanslag op te leggen. Doe dit vóór 1 mei 2015 om te voorkomen dat er belastingrente in rekening gebracht bij een hogere dan eerder verwachte winst.

– Verliesverdamping: Vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen kunnen een verlies verrekenen met de belastbare winst uit het voorgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is dit drie respectievelijk negen jaar. Heeft u een verlies dat dreigt te verdampen, ga dan na of u dit jaar nog winst naar voren kunt halen door bijvoorbeeld investeringen uit te stellen of een later geplande verkoop van een bedrijfsmiddel dit jaar nog te realiseren.

– Investeringsaftrek: Als u dit jaar voor meer dan € 2.300 in bedrijfsmiddelen investeert, dan heeft u recht op de investeringsaftrek. Haalt u deze drempel niet in 2014, dan kunt u wellicht investeringen die gepland zijn voor 2015 naar voren halen en zo alsnog over de drempel komen. Bij zeer grote investeringen kan het juist lonen om de investeringen te spreiden over meerdere jaren omdat de investeringsaftrek afneemt naarmate het totale investeringsbedrag toeneemt.

Wat betreft de wijzigingen per 1 januari 2015, houd rekening met (onder meer) het volgende:

– Gebruikelijk loon: Als dga bent u – zoals waarschijnlijk bekend – niet vrij in het bepalen van uw salaris. Het salaris is in beginsel minimaal € 44.000 per jaar (2014). Wanneer bij soortgelijke dienstbetrekkingen – waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt – een hoger loon gebruikelijk is, dan moet u uw salaris stellen op minimaal 70% van dit hogere gebruikelijk loon. U heeft een zogeheten doelmatigheidsmarge van 30%. Vanaf 2015 wordt deze marge verlaagd naar 25%, met als gevolg een mogelijk verplichte salarisverhoging voor een aantal dga’s.

– Dividenduitkering: bent u als aanmerkelijk belanghouder van plan binnenkort dividend uit te keren, wacht dan niet tot 2015. Vanaf 1 januari gaat het box 2-tarief namelijk weer omhoog, van 22% in 2014 naar 25% in 2015.

– Werkkostenregeling: Vanaf 1 januari 2015 moeten alle werkgevers (waaronder ook dga’s) verplicht de werkkostenregeling toepassen. Maakt u in 2014 gebruik van de overgangsregeling, ga dan na of u vergoedingen en verstrekkingen onder gunstige voorwaarden in 2014 wenst te doen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de fiets van de zaak of het personeelsfeestje die onder de overgangsregeling onbelast zijn, maar onder de werkkostenregeling belast (als de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling wordt overschreden). Als u nog niet bent nagegaan welke consequenties de invoering van de werkkostenregeling voor uw onderneming heeft, is het de hoogste tijd om dit te doen. Indien nodig en mogelijk kunt u dan nog passende maatregelen nemen.

– Auto van de zaak: Per 1 januari 2015 worden de bijtellingsgrenzen voor milieuvriendelijke auto’s aangescherpt.  Wellicht kunt u nog dit jaar een auto ‘op de zaak’ leasen of kopen met een gunstig bijtellingspercentage dat u vervolgens vijf jaar lang houdt.

Dit was een aantal zaken om aan het einde van het jaar rekening mee te houden, maar de lijst is zeker niet uitputtend. Wellicht kunt u nog snel een gesprek met ons  inplannen om fiscaal met een gerust hart aan de oliebollen en champagne te gaan. Alvast een goed uiteinde!

Fiscale eindejaarstips voor particulieren

Het is misschien niet de leukste klus, maar wel een verstandige: in de laatste maand van het jaar nog... Lees meer >

Het is misschien niet de leukste klus, maar wel een verstandige: in de laatste maand van het jaar nog even een blik werpen op uw fiscale zaken. Wellicht valt er wat te besparen namelijk.

Laten we beginnen met uw box 3 vermogen. Over uw vermogen op peildatum 1 januari 2015, voor zover dat uitgaat boven de wettelijke drempel, betaalt u effectief 1,2% inkomstenbelasting in box 3. Bent u van plan om binnenkort (grotere) uitgaven te doen, probeer dan om vóór het einde van het jaar uw portemonnee te legen. Iedere euro die u voor het uiteinde uitgeeft, levert in dat geval 1,2 cent fiscaal voordeel op.

Bent u op zoek naar een fiscaal vriendelijke of slimme manier om uw box 3 vermogen omlaag te brengen, dan kunt u denken aan het verbouwen van uw woning, het aflossen van de eigenwoning lening of het doen van schenkingen.

Gaat u verbouwen, dan profiteert u van een laag btw-tarief van 6% op arbeidskosten bij renovatie en herstel van bestaande woningen. Dit lage tarief geldt nog tot 1 juli 2015.

Wat de eigenwoning lening betreft,  de komende jaren wordt de renteaftrek daarvan stapsgewijs beperkt. In 2015 is het maximale aftrekpercentage 51%. Zit u in de 52% tariefschijf, dan wordt u nu al geconfronteerd met een steeds beperktere renteaftrek en wordt aflossen steeds gunstiger.  Ook als u een zeer lage hypotheekschuld heeft, kan het verstandig zijn om af te lossen. Wanneer de aftrekbare rente voor de eigenwoning lening minder bedraagt dan het eigenwoningforfait, dan heeft u effectief geen renteaftrek. Deze wordt namelijk in dat geval volledig opgeheven door het eigenwoningforfait. Als u gaat aflossen, ga dan bij de bank wel na welk bedrag u boetevrij mag aflossen.

Als u schenkingen wilt doen, dan kan dit tot het einde van het jaar extra voordelig als het gaat om een schenking voor de eigen woning van de begunstigde. In plaats van de gebruikelijke vrijstelling voor kinderen van ruim een halve ton, geldt een vrijstelling van maximaal € 100.000. Het bedrag moet worden gebruikt voor de eigen woning of voor de aflossing van een eigenwoningschuld. De gebruikelijke eisen zoals de leeftijdsgrens en de relatie tussen schenker en begunstigde zijn daarbij niet van belang. U mag dus ook belastingvrij aan uw buurman schenken als u dat wilt.

Dan tot slot nog een tip om in de toekomst vervelende verrassingen achteraf te voorkomen: mocht er iets in de vermogens- en/of inkomenssituatie van u of uw partner gewijzigd zijn, kijk dan goed naar de voorlopige aanslag 2015. Indien nodig, kunt u de fiscus verzoeken om een (nadere) voorlopige aanslag op te leggen. Dit om te voorkomen dat u in 2016, bij de oplegging van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015, in één keer een smak geld aan de fiscus moet terugbetalen. En zo bent u ook fiscaal klaar voor 2015. Een gelukkig Nieuw Jaar alvast!

Bent u klaar voor de Wet werk en zekerheid

Zoals u eerder heeft kunnen lezen treden per 1 januari 2015 de eerste maatregelen uit de Wet werk... Lees meer >

Zoals u eerder heeft kunnen lezen treden per 1 januari 2015  de eerste maatregelen uit de Wet werk en zekerheid (WWZ) in werking. Dit vraagt natuurlijk om de nodige voorbereidingen. Waarschijnlijk bent u hier de afgelopen tijd al druk mee bezig geweest. Is dit niet het geval, dan moet u hier nu toch echt mee aan de slag.

Let bij het gebruik van standaardcontracten op de wijzigingen die per 1 januari 2015 ingaan:

  • Contracten die zes maanden of korter duren, mogen geen proeftijd meer bevatten.
  • Tijdelijke contracten mogen geen concurrentiebeding of relatiebeding meer bevatten, tenzij u hiervoor een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft. Dit belang moet u dan expliciet opnemen in het beding.
  • Controleer uw cao en pas zo nodig de oproepovereenkomsten aan. De mogelijkheid om de loondoorbetalingsverplichting uit te sluiten wordt beperkt. Dit heeft vooral gevolgen voor oproepkrachten. Als u na zes maanden onvoldoende werk heeft, moet u hen straks misschien gewoon doorbetalen. Of dit het geval is, kunt u terugvinden in uw cao.

Denk deze maand al na over de verlenging van een contract

Daarnaast geldt een wettelijke aanzegtermijn voor contracten van zes maanden of langer die op of na 1 februari 2015 eindigen. Dit houdt in dat u straks een maand van tevoren schriftelijk moet laten weten of u het tijdelijke contract van een werknemer verlengt en zo ja, onder welke voorwaarden. Wilt u een tijdelijke arbeidsovereenkomst – van zes maanden of langer – dus per 1 februari 2015 beëindigen of voortzetten, dan moet u dit uiterlijk 31 december aan de werknemer laten weten. Aangezien deze datum midden in de feestdagen valt, zult u dit waarschijnlijk al wat eerder willen doen. Denk daarom deze maand nog na over de eventuele verlenging van een tijdelijk contract. Zodat u dit op tijd aan de werknemer laten weten

Bron: De Rijksoverheid