Nieuws

Bij vaststellen bron winst uit onderneming moeten financieringskosten worden meegenomen

De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat voor de beoordeling of er sprake is van een ‘onderneming’ ook rekening... Lees meer >

De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat voor de beoordeling of er sprake is van een ‘onderneming’ ook rekening moet worden gehouden met de rente op geldleningen die zijn aangegaan ter financiering van deze ‘onderneming’. De Bed and Breakfast van een echtpaar vormt geen IB-onderneming.

Een man koopt in 2002 samen met zijn echtgenote een monumentale kop-hals-rompboerderij, met de intentie om een Bed and Breakfast (B&B) te exploiteren. In 2004 wordt gestart met de verbouwing van de boerderij. In geschil is of er sprake is van een onderneming. In de beroepsfase sluiten de man en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst. De inspecteur stemt er in de beroepsfase mee in dat er sprake is van een onderneming als de man een break-evenpoint in het jaar 2010 kan aantonen. Hierbij speelt met name of rekening moet worden gehouden met de financieringskosten. Rechtbank Leeuwarden stelt de inspecteur in het gelijk. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat rekening moet worden gehouden met de financieringslasten. Als er sprake zou zijn van een bron moet volgens het hof rekening worden gehouden met de geldlening waarmee de B&B is gefinancierd. De B&B is geen bron van inkomen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De Hoge Raad oordeelt dat voor de beoordeling of er sprake is van een ‘onderneming’ ook rekening moet worden gehouden met de rente op geldleningen die zijn aangegaan ter financiering van deze ‘onderneming’. Volgens de Hoge Raad behoort het in de vorm van vreemd vermogen werkzame kapitaal dan namelijk ook tot de ‘onderneming’. Bij de beoordeling of de B&B een onderneming vormt, heeft het hof dan ook terecht rekening gehouden met de op de lening verschuldigd geworden rente. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Bron: Accountancy Nieuws

Premiepercentages 2015 vastgesteld

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft voor het jaar 2015 de premiepercentages werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en opslag kinderopvangtoeslag... Lees meer >

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft voor het jaar 2015 de premiepercentages werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en opslag kinderopvangtoeslag vastgesteld. Ook het maximumpremieloon is vastgesteld.

De AWf-premie is verlaagd naar 2,07%. De vervangende premie voor de sectorfondsen (gemiddelde premiepercentage) wordt vastgesteld op 2,68%. De Ufo-premie blijft 0,78%. De basispremie Arbeidsongeschiktheidfonds wordt 5,25%. Het maximumpremieloon is € 51.976 per jaar. De premie algemene ouderdomsverzekering blijft 17,90%. Die voor de nabestaandenverzekering 0,60%. Tenslotte wordt de opslag kosten kinderopvangtoeslag vastgesteld op 0,50%.

Overzicht van de sociale premies in 2015

De tweede bijlage bij de rekenregels voor 2015 bevat een overzicht van de premies in 2015. Daarin staan ook de veranderingen ten opzichte van de huidige premies:
Sociale premies 2015

Bron: Officiele bekendmakingen

Kabinet bekijkt simpeler kinderopvangtoeslag

Het aanvragen van kinderopvangtoeslag wordt straks waarschijnlijk makkelijker. Het kabinet bekijkt of het geld rechtstreeks kan worden overgemaakt aan... Lees meer >

Het aanvragen van kinderopvangtoeslag wordt straks waarschijnlijk makkelijker. Het kabinet bekijkt of het geld rechtstreeks kan worden overgemaakt aan het kinderopvangbedrijf. Ouders hoeven dan geen ingewikkelde procedure meer te doorlopen en ontvangen ook geen grote toeslagbedragen meer op hun bankrekening.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën hebben dat maandag aan de Tweede Kamer laten weten. Het huidige toeslagensysteem legt volgens hen veel verantwoordelijkheid bij de ouders. Omdat de regels complex zijn, is de kans op fouten groot.

Als het geld meteen naar de kinderopvangbedrijven gaat, zijn nog maar 4000 instellingen bij betrokken bij het aanleveren van informatie en niet 400.000 ouders, zoals nu.

Asscher en Wiebes bekijken ook of de berekening van het inkomen van de ouders, waarop de toeslagen gebaseerd zijn, makkelijker kan. Ze overwegen uit te gaan van het inkomen van bijvoorbeeld twee jaar terug. Nu wordt nog gekeken naar het geschatte inkomen van het lopende jaar.

Bron: Accountancy Nieuws en De Rijksovernheid

Hoge schenkingsvrijstelling

Er geldt tot 1 januari 2015 een verruimde vrijstelling van € 100.000,- voor schenken, als de schenking wordt aangewend... Lees meer >

Er geldt tot 1 januari 2015 een verruimde vrijstelling van € 100.000,- voor schenken, als de schenking wordt aangewend voor de aanschaf van een eigen woning, het aflossen van de hypotheek of een verbouwing. Als het om een nieuwbouwwoning gaat, mag er ook dit jaar een ton worden geschonken, ook al zijn de te betalen termijnen in 2014 minder dan dat bedrag.

Goedgekeurd is dat het geld dan ook nog gebruikt mag worden voor betalingen in 2015. Er moet dan wel al in 2014 een eerste begin zijn gemaakt met het betalen van kosten eigen woning uit de in 2014 ontvangen schenking. Gaat het om een verbouwing, dan mag het geld zelfs ook nog in 2016 worden uitgegeven.

Vanaf 1 januari 2015 geldt alleen nog de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar ten behoeve van de eigen woning en tot maximaal een bedrag van € 52.752.

Bron: Actuele artikelen

Wijziging gebruikelijk loon

Een van de nadelen van de BV-vorm is de regeling dat een directeur-groot-aandeelhouder (de DGA) zich een salaris van... Lees meer >

Een van de nadelen van de BV-vorm is de regeling dat een directeur-groot-aandeelhouder (de DGA) zich een salaris van een bepaalde omvang in zijn BV moet toekennen. Een salaris wordt vaak tegen 52% belast terwijl de aftrek in de BV plaatsvindt tegen slechts maximaal 25%. De neiging bestaat daarom om fiscale redenen het salaris zo laag mogelijk vast te stellen. De wetgever zag dat als misbruik en heeft toen de zogenaamde gebruikelijk-loonregeling in de wet opgenomen. Het salaris van de DGA moet conform deze regeling op een bepaald niveau worden vastgesteld. Gebeurt dat niet, dan kan de belastingdienst ingrijpen en voor de afgelopen vijf of zes jaren belasting naheffen met rente en al dan niet met boete.

Als of het er om gaat het de DGA nog lastiger te maken, is in het Belastingplan 2015 nu aangekondigd, dat de gebruikelijk-loonregeling volgend jaar strenger wordt. Tenminste als de Tweede en Eerste Kamer met het plan instemmen.

Als hoofdregel geldt dat het jaarloon ten minste € 44.000,- (2014) moet bedragen. Het mag minder, maar dan moet de DGA aantonen dat het mindere loon gebruikelijk is. Indien het loon meer moet zijn (volgens de belastingdienst) dan moet de belastingdienst dat aantonen.

Tot nu toe mocht je 30% van de vast te stellen norm afwijken, als je daarmee tenminste niet lager uitkwam dan € 44.000,-. Vanaf 2015 is de toegestane afwijking nog maar 25%. Dit heet de doelmatigheidsmarge. Nieuw in de regeling is de toets aan het salaris van de “meest vergelijkbare dienstbetrekking”.

Doelmatigheidsmarge
Stel dat vastgesteld wordt dat het gebruikelijke loon voor een DGA 100.000,- is. In de huidige regeling mag het loon van de DGA dan vastgesteld worden op 70.000, dus 30% lager. Als de doelmatigheidsmarge wordt verlaagd naar 25%, dan zal het salaris vastgesteld moeten gaan worden op tenminste 75.000,-.

Meest vergelijkbare dienstbetrekking
Werkt een DGA voor zijn eigen BV (eigenlijk moet je toetsen of een aandeelhouder direct of indirect 5% of meer van de aandelen in een BV bezit èn werkzaamheden voor die BV verricht), dan moet zijn salaris voortaan getoetst worden aan het salaris van een medewerker met de “meest vergelijkbare dienstbetrekking”. Tot nu toe moest vergeleken worden met het salaris in een  “soortgelijke dienstbetrekking”. Gebleken is dat de Belastingdienst met die vergelijking problemen had, omdat de functie van een DGA moeilijk te vergelijken is met andere functies. Ook bleek soms een soortgelijke dienstbetrekking moeilijk te vinden. Een “meest vergelijkbare dienstbetrekking” kan de Belastingdienst altijd wel, en in elk geval veel gemakkelijker dan de DGA, vinden in haar bestanden.

Overgangsrecht loon DGA 2015
Een DGA kan ervoor kiezen om de hoogte van zijn gebruikelijke loon vooraf af te stemmen met de Belastingdienst. Hiermee voorkomt hij discussies achteraf met de belastingdienst en mogelijke correcties. In het verleden zij veel van dergelijke afspraken gemaakt.

Afspraken waarbij een gebruikelijk loon gelijk aan of lager dan het normbedrag (€ 44.000) is afgesproken, blijven gelden. Voor de overige afspraken mag men, zolang de inspecteur de inhoudingsplichtige niet zelf heeft benaderd, blijven uitgaan van het afgesproken bedrag, mits dit wordt verhoogd met de breuk 75/70. Deze regel is geen garantie en geldt echter weer niet als het door gewijzigde omstandigheden aannemelijk is, dat het loon in 2015 op grond van de gebruikelijk-loonregeling op een hoger of lager bedrag moet worden gesteld.

 

bron: De Rijksoverheid

ouderschapsverlofkorting in 2015 afgeschaft

Over het algemeen bestaat het misverstand dat het ouderschapsverlof 2015 wordt afgeschaft, dit is echter niet waar. Het recht... Lees meer >

Over het algemeen bestaat het misverstand dat het ouderschapsverlof 2015 wordt afgeschaft, dit is echter niet waar. Het recht op ouderschapsverlof 2015 blijft ook in 2015 nog bestaan, alleen de ouderschapsverlofkorting wordt afgeschaft waardoor je niets terug krijgt van de overheid als je deze uren op neemt. Hierdoor wordt het een stuk minder interessant om gebruik te maken van je recht op ouderschapsverlof in 2015

Wat houdt de ouderschapsverlofkorting in?

Als je ouderschapsverlof wil opnemen dan vraag je bij je werkgever een ouderschapsverlof verklaring aan. In deze verklaring geeft je werkgever aan hoeveel uur je ouderschapsverlof je op neemt. Met behulp van deze verklaring vul je de aanvraag voor ouderschapsverlofkorting bij de Belastingdienst in en aan de hand daarvan krijg je eventueel ouderschapsverlofkorting toegewezen. De verklaring moet je goed bewaren, de Belastingdienst kan deze aan je vragen en je bent verplicht dit document te kunnen overleggen.

Als je de ouderschapsverlofkorting krijgt toegewezen wil dit zeggen dat je geld terug krijgt van de overheid. Per opgenomen uur aan ouderschapsverlof krijg je dit jaar minimaal €4,29 terug en in sommige gevallen zelfs meer als er een hele grote terug val is in inkomen. De overheid heeft deze regeling in het leven geroepen om de terugval in inkomen te verzachten, waardoor het ook een stuk aantrekkelijker wordt om gebruik te maken van deze regeling. Dit onderdeel van het ouderschapsverlof wordt in 2015 afgeschaft.

Mogelijke gevolgen van de aanpassing ouderschapsverlof 2015

De laatste jaren is het opnemen van ouderschapsverlof enorm toegenomen, maar naar verwachting zal dit in 2015 weer afnemen. Veel ouders kiezen ervoor om dit jaar nog snel wat ouderschapsverlofdagen op te nemen, zodat ze mee kunnen profiteren van de ouderschapsverlofkorting die alleen dit jaar nog geldt. Vermoedelijk zal de behoefte naar kinderopvang in 2015 weer stijgen, omdat veel ouders weer meer zullen gaan werken en weer een opvang moeten regelen voor hun kinderen.

Kortom, het ouderschapsverlof blijft in 2015 bestaan, het enige dat veranderd is dat de ouderschapsverlofkorting wordt afgeschaft. Na 2014 wordt het dus onaantrekkelijker om ouderschapsverlof op te nemen, omdat je een groot deel van je inkomen verliest en hiervoor dus niet meer gecompenseerd wordt.

Andere aanpassingen voor 2015

Vanaf 2015 zijn er nog maar 4 regelingen die ouders financieel ondersteunen. Nu zijn er nog 10. Dit is geregeld in de wet hervorming kindregelingen. Deze wet maakt de regelingen eenvoudiger en zorgt ervoor dat werken meer loont, zie ook Rijksoverheid

Meer info: Belastingdienst

Plannen autobelastingen 2016 bekend

Er is veel ophef over de nu al voorgestelde wijzigingen rondom de auto van de zaak. Onlangs is bekend... Lees meer >

Er is veel ophef over de nu al voorgestelde wijzigingen rondom de auto van de zaak. Onlangs is bekend gemaakt dat de wijzigingen uit de Autobrief 2.0, die pas medio 2015 wordt verwacht, in 2017 zullen ingaan. Voor het tussenjaar 2016 heeft Staatssecretaris Wiebes van Financiën een aantal wijzigingen voorgesteld aan de Tweede Kamer.

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft inmiddels een Tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin is de aanpassing van de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak opgenomen. Per 1 januari 2016 zouden eigenlijk de bijtellingspercentages van 4% en 7% verdwijnen. De staatssecretaris heeft nu kenbaar gemaakt het percentage van 7% te handhaven. Deze categorie gaat in 2016 gelden voor volledig elektrische auto’s.

CO2-grenzen al in 2016 aangescherpt

Het kabinet is van plan om de CO2-grenzen voor 2016 weer verder aan te scherpen. Dit is nodig om de belastinginkomsten op peil te houden en om marktverstoring te voorkomen. U moet deze nieuwe CO2-grenzen toepassen als u en uw werknemers in 2016 een nieuwe (lease)auto aanschaffen. Het daarbij behorende bijtellingspercentage geldt dan gedurende zestig maanden. Vanaf 2016 gelden de onderstaande CO2-grenzen voor de bijtellingscategorieën:

– De 14% bijtelling geldt voor auto’s met een CO2-uitstoot van 1 tot en met 50 gram per kilometer.

– De 20% bijtelling geldt voor auto’s met een CO2-uitstoot van 51 tot en met 79 gram per kilometer.

– De 25% bijtelling geldt voor auto’s met een CO2-uitstoot van 80 gram of meer per kilometer.

 Aanpassing van de MRB voor elektrische auto’s

Daarnaast zijn er aanpassingen van de wet nodig, omdat de vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor zeer zuinige auto’s in 2016 zou komen te vervallen. De staatssecretaris heeft echter aangegeven dat er voor het tussenjaar 2016 een halftarief in de MRB gaat gelden. Elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal vijftig gram per kilometer betalen daardoor dus slechts 50% MRB. Verder blijft de gewichtscorrectie van 125 kilo voor hybride en (semi) elektrische auto’s gehandhaafd. Bij het bepalen van de grondslag voor de MRB wordt deze gewichtscorrectie van 125 kilo in mindering gebracht.