Nieuws

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2015

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen 1 januari 2015. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van... Lees meer >

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen 1 januari 2015.

Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2015:

  • € 1.501,80 per maand
  • € 346,55 per week
  • € 69,31 per dag

Wettelijk minimumjeugdlonen per 1 januari 2015

Leeftijd Staffelingspercentage Per maand Per week Per dag
22 jaar 85% € 1.276,55 € 294,55 € 58,91
21 jaar 72,5% € 1.088,80 € 251,25 € 50,25
20 jaar 61,5% € 923,60 € 213,15 € 42,63
19 jaar 52,5% € 788,45 € 181,95 € 36,39
18 jaar 45,5% € 683,30 € 157,70 € 31,54
17 jaar 39,5% € 593,20 € 136,90 € 27,38
16 jaar 34,5% € 518,10 € 119,55 € 23,91
15 jaar 30% € 450,55 € 103,95 € 20,79

Bruto minimumloon per uur per 1 januari 2015 bij een gebruikelijke arbeidsduur van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
23 jaar en ouder € 9,63 € 9,12 € 8,66
22 jaar € 8,18 € 7,75 € 7,36
21 jaar € 6,98 € 6,61 € 6,28
20 jaar € 5,92 € 5,61 € 5,33
19 jaar € 5,05 € 4,79 € 4,55
18 jaar € 4,38 € 4,15 € 3,94
17 jaar € 3,80 € 3,60 € 3,42
16 jaar € 3,32 € 3,15 € 2,99
15 jaar € 2,89 € 2,74 € 2,60

 

Zie voor meer informatie (jeugdlonen en uurloon) Staatscourant 29850, van 23 oktober 201

Wijzigingen WAZO door de Tweede Kamer

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden. Dit wetsvoorstel zorgt onder... Lees meer >

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden. Dit wetsvoorstel zorgt onder meer voor wijzigingen in de Wet arbeid en zorg (WAZO).

Nu de Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel, zal ook de Eerste Kamer zich over de wet buigen. Het is nog onduidelijk wanneer de wet in moet gaan. De wet beoogt de volgende wijzigingen in de verlofregels door te voeren:

Bevallingsverlof

– Werkneemsters krijgen het recht om hun bevallingsverlof flexibel op te nemen. Ze hoeven dan zes weken na de bevalling niet meer voltijd verlof op te nemen, maar kunnen voor een langere periode deeltijd verlof aanvragen. De totale duur van het verlof blijft hetzelfde.

– Werkneemsters die bevallen zijn van een meerling krijgen vier weken extra bevallingsverlof.

– Werkneemsters van wie het kind tijdens het bevallingsverlof in het ziekenhuis moet blijven (bijvoorbeeld door vroeggeboorte), krijgen recht op een langere periode bevallingsverlof. Het uitgangspunt is dat moeder en kind tien weken thuis moeten kunnen doorbrengen, voordat de moeder weer aan het werk moet.

Kraamverlof

– Vaders (of partners) krijgen recht op drie extra dagen verlof na de geboorte van een kind. Deze drie (onbetaalde) dagen zijn een voorschot op het ouderschapsverlof.

Ouderschapsverlof

– Werknemers krijgen meteen het recht om ouderschapsverlof aan te vragen. De vereiste dat zij hiervoor eerst een jaar in dienst moeten zijn vervalt.

– Werknemers mogen straks zelf bepalen hoe zij het ouderschapsverlof willen opnemen. Ze mogen dus ook voor meer dan 50% van de wekelijkse arbeidsduur ouderschapsverlof opnemen en het verlof straks in meer dan zes perioden opdelen. Dat kan nu ook al, maar alleen als de werkgever dat goedkeurt.

Kortdurend en langdurend zorgverlof

– De doelgroep voor kortdurend en langdurend zorgverlof wordt uitgebreid. Een werknemer heeft straks ook recht op zorgverlof als hij zorgt voor een zieke broer, zus, grootouder, kleinkind, huisgenoot of iemand anders in de sociale omgeving.

– Werknemers mogen straks ook langdurend zorgverlof opnemen voor noodzakelijke zorg bij ziekte of hulpbehoevendheid. Op dit moment mag dit alleen voor zorg in verband met een levensbedreigende ziekte.

– Werknemers mogen straks zelf bepalen hoe zij het langdurend zorgverlof willen spreiden. Volgens de huidige regels kan een werknemer voor een periode van 12 aaneengesloten weken maximaal de helft van zijn arbeidsduur per week aan langdurend zorgverlof opnemen.

Bron:Rijksoverheid

Uw auto van de zaak in 2016 en 2017

U wist al dat er wijzigingen op komst zijn voor de auto van de zaak. Die werden immers aangekondigd... Lees meer >

U wist al dat er wijzigingen op komst zijn voor de auto van de zaak. Die werden immers aangekondigd in het Belastingplan 2015. Onlangs is bekendgemaakt dat de wijzigingen uit de Autobrief 2.0 – die medio 2015 wordt verwacht – waarschijnlijk pas ingaan per 1 januari 2017. Voor het tussenjaar 2016 zullen de autobelastingen echter wel op een aantal punten gewijzigd worden.

Daarom heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën een Tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin is de aanpassing van de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak opgenomen. Per 1 januari 2016 zouden eigenlijk de bijtellingspercentages van 4% en 7% verdwijnen. De staatssecretaris heeft nu kenbaar gemaakt het percentage van 7% te handhaven. Deze categorie gaat in 2016 gelden voor volledig elektrische auto’s.

CO2-grenzen in 2016 aangescherpt

Ook de CO2-grenzen voor de auto van de zaak worden verder aangescherpt. U moet deze nieuwe CO2-grenzen toepassen als u en uw werknemers in 2016 een nieuwe (lease)auto aanschaffen. Het daarbij behorende bijtellingspercentage geldt dan gedurende zestig maanden. Vanaf 2016 gelden de onderstaande CO2-grenzen voor de bijtellingscategorieën:

  • De 14% bijtelling geldt voor auto’s met een CO2-uitstoot van 1 tot en met 50 gram per kilometer.
  • De 20% bijtelling geldt voor auto’s met een CO2-uitstoot van 51 tot en met 79 gram per kilometer.
  • De 25% bijtelling geldt voor auto’s met een CO2-uitstoot van 80 gram of meer per kilometer.

Vrijstelling in de MRB vervalt nog niet

De vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor (semi) elektrische auto’s zou ook per 2016 vervallen. De staatssecretaris heeft aangegeven dat er voor het tussenjaar 2016 een halftarief in de MRB gaat gelden. Elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal vijftig gram per kilometer betalen daardoor dus slechts 50% MRB. Verder blijft de gewichtscorrectie van 125 kilo voor hybride en (semi) elektrische auto’s gehandhaafd. Bij het bepalen van de grondslag voor de MRB wordt deze gewichtscorrectie van 125 kilo in mindering gebracht.

Wiebes niet van plan oldtimerregeling aan te passen

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat hij niet van plan... Lees meer >

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat hij niet van plan is om de huidige oldtimerregeling aan te passen. Volgens hem is de fiscaliteit minder geschikt voor het voeren van het beleid ter stimulering van behoud van ‘rijdende’ monumenten.

Wiebes: ‘De huidige oldtimerregeling is het resultaat van het akkoord met de oldtimerbranche, dat door de vertegenwoordigers van de oldtimerbranche werd gesteund. Terwijl het regeerakkoord voorzag in een volledige afschaffing van de oldtimervrijstelling in de motorrijtuigenbelasting is er uiteindelijk gekozen voor deze variant. Nadat uw Kamer akkoord is gegaan met dit alternatief voor de afschaffing vrijstelling MRB voor oldtimers, is de oldtimermaatregel zoals die nu geldt uitgewerkt in het Belastingplan 2014.’

De staatssecretaris wijst nog wel op de bestaande overgangsregeling die geldt voor personen- en bestelauto’s rijdend op benzine, motorfietsen, bussen en vrachtauto’s die op 1 januari 2014 ouder zijn dan 26 jaar maar nog geen 40 jaar zijn (datum eerste toelating vanaf 1973 tot en met 1987). Voertuigen die in aanmerking komen voor de overgangsregeling en tevens aan de overige voorwaarden van de overgangsregeling voldoen, betalen slechts een kwart tarief in de motorrijtuigenbelasting met een maximum van 120 euro per jaar ( 30 euro per kwartaal).

Bron: Accountancy Nieuws

Belastingdienst gaat saldinisten waarschuwen

De Belastingdienst stuurt honderden ‘saldinisten’ binnenkort een brief. Er zijn jaarlijks honderden mensen die voor het einde van het... Lees meer >

De Belastingdienst stuurt honderden ‘saldinisten’ binnenkort een brief. Er zijn jaarlijks honderden mensen die voor het einde van het jaar grote bedragen opnemen van hun rekening en dit in het begin van het daaropvolgende jaar weer storten.

Melding

Banken zijn verplicht dergelijke ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit FIU (artikel 16 WWFT). De Belastingdienst gaat deze ‘saldinisten’ er per brief op wijzen dat ook contant geld boven een bepaald bedrag moet worden opgegeven als vermogen in de aangifte inkomstenbelasting.

Enkele bijzondere gevallen zal de Belastingdienst nader onderzoeken. Zo zijn er situaties bekend waarin een belastingplichtige zijn vermogen tijdelijk heeft overgeboekt naar een vereniging waar hij als vrijwilliger of bestuurder aan verbonden is.

Strafrechtelijke onderzoeken

De FIOD is zes strafrechtelijke onderzoeken gestart naar in totaal elf ‘saldinisten’ uit de gemeenten Opsterland, Dongen, Almere, Roosendaal, Zoetermeer en een plaats in Gelderland. Het gaat om personen bij wie het vermogen dat van de rekening wordt gehaald niet verklaarbaar is uit de reguliere inkomsten. Hierdoor is het vermoeden ontstaan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. De verdachten haalden meerdere jaren achter elkaar rond de jaarwisseling bedragen tussen de circa 100.000 en 800.000 euro van hun rekening.

Aanpak witwassen prioriteit

De aanpak van witwassen heeft prioriteit bij de overheid, omdat het van groot belang is voor de effectieve bestrijding van allerlei vormen van ernstige criminaliteit. Het versluieren van de criminele herkomst van opbrengsten van misdrijven stelt daders van deze misdrijven in staat om buiten het bereik van de opsporingsinstanties te blijven en ongestoord van het vergaarde vermogen te genieten.

Bron: Elsevier Fiscaal

VAR nieuwe stijl

In 2015 gaat de wet- en regelgeving voor de VAR veranderen. Daarom is er een overgangsperiode in 2014 en... Lees meer >

Er zijn in Nederland ongeveer 800.000 zzp’ers. De afkorting staat voor zelfstandige zonder personeel. Het is zeer twijfelachtig of al die neringzoekenden ook echt zelfstandig zijn. Het vermoeden bestaat dat een groot deel van hen in werkelijkheid in loondienst is. Of er sprake is van loondienst is trouwens afhankelijk van de omstandigheden. Hoe men de arbeidsverhouding contractueel heeft ingekleed, is niet doorslaggevend. Het is voor een opdrachtgever natuurlijk uitermate vervelend om achteraf met naheffingen van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen te worden geconfronteerd. Om een opdrachtgever de nodige rechtszekerheid te verschaffen is het instituut VAR in het leven geroepen (verklaring arbeidsrelatie).

De gang van zaken is dat een zzp’er deze verklaring aanvraagt bij de Belastingdienst. Om de verklaring te krijgen, moet hij een aantal vragen beantwoorden waarmee zijn ondernemerschap wordt getoetst. Zo wordt er gevraagd naar het aantal opdrachtgevers en de verrichte investeringen. De VAR kent een aantal varianten. De belangrijkste is de VAR-wuo (winst uit onderneming). Deze biedt de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen inhoudingen hoeft te doen. Hij is alleen aansprakelijk voor de heffingen als overduidelijk is dat in werkelijkheid sprake is van een dienstbetrekking. In andere gevallen ligt de aansprakelijkheid bij de zzp’er.

Omdat de VAR niet goed werkt, komt er een ander systeem: de ‘beschikking geen loonheffingen’ (BGL). Van de VAR werd op grote schaal misbruik gemaakt. De zzp’ers weten precies hoe ze de vragen moeten beantwoorden, om de verklaring te krijgen. Opdrachtgevers dwingen zzp’ers een VAR aan te vragen, anders krijgen ze geen werk. Hierdoor zien veel zzp’ers zich gedwongen om bij het aanvragen van de VAR enige creativiteit aan de dag te leggen.

Bij de BGL wordt ook de opdrachtnemer verantwoordelijk voor de aanvraag. Hij krijgt een overzicht van de antwoorden die de zzp’ers op de gestelde vragen heeft gegeven. Hij moet beoordelen of de antwoorden kloppen. Alleen dan ontkomt hij aan aansprakelijkheid. Op deze wijze zal een opdrachtgever in de toekomst geen gebruik meer kunnen maken van zzp’ers die in werkelijkheid in loondienst zijn. De kans bestaat dat hierdoor een groot aantal zzp’ers hun werk kwijtraken, omdat opdrachtgevers geen zin hebben om ze in loondienst te nemen. Toch zal al dat werk moeten worden gedaan. Hoe dit zal uitpakken, is op dit moment nog volstrekt onzeker. Duidelijk is wel dat het spannende tijden zijn voor de zzp’er.

Bron: Brief staat secretaris en Belastingdienst

Schenkingsvrijstelling coulant toegepast voor nieuwbouwwoning

Mensen die in 2014 een eigen woning hebben die in aanbouw is, kunnen ook volgend jaar gebruikmaken van de... Lees meer >

Mensen die in 2014 een eigen woning hebben die in aanbouw is, kunnen ook volgend jaar gebruikmaken van de tijdelijke verruiming van de schenkingsvrijstelling. Voorwaarde is dat ze in 2014 minimaal de eerste termijn van het aankoopbedrag voor de nieuwbouwwoning hebben voldaan.

Dat heeft het kabinet vandaag gemeld in antwoord op vragen van de Tweede Kamer. Mensen die gebruikmaken van de coulante toepassing van de regeling mogen het geldbedrag dat zij in 2014 belastingvrij hebben ontvangen en nog niet geheel in 2014 konden besteden, gebruiken om resterende aankooptermijnen die zich in 2015 aandienen, te voldoen.

Afloop tijdelijke verruiming

De tijdelijke verruiming van de schenkingsvrijstelling eindigt met ingang van 1 januari 2015. De regeling houdt in dat maximaal 100.000 euro belastingvrij mag worden geschonken als de ontvanger het geldbedrag gebruikt voor aankoop van een woning of aflossing van de hypotheek. Ook mag het schenkingsbedrag worden aangewend voor onderhoud of verbetering van de eigen woning.

Om aanspraak te kunnen maken op de tijdelijke verruiming moet de ontvanger in 2014 eigenaar zijn van de woning. Als de schenking wordt gebruikt voor aankoop van een woning of aflossing van de hypotheek, moet het bedrag voor 1 januari 2015 zijn overgemaakt aan de hypotheekverstrekker. Het is dus van belang dat een schenking tijdig wordt gedaan.

Schenkingen die worden gebruikt voor verbouwing, onderhoud of verbetering van de woning kunnen nog tot 1 januari 2017 worden besteed. Daarbij geldt als voorwaarde dat de eigen woning waar het om gaat al in 2014 in het bezit is en dat de schenking voor 1 januari 2015 moet zijn ontvangen.

Met ingang van 1 januari 2015 geldt weer de reguliere schenkingsvrijstelling voor de eigen woning. Die houdt in dat ouders eenmalig ruim 52.000 euro belastingvrij mogen schenken aan elk van hun kinderen in de leeftijd tussen de 18 en 40 jaar.

Bron: Ministerie van Financiën

WKR verandert en is vanaf januari 2015 verplicht: Is uw administratie daarvoor gereed?

De werkkostenregeling is voor iedere werkgever verplicht vanaf 1 januari 2015. En er zijn enkele veranderingen vanaf januari 2015.... Lees meer >

De werkkostenregeling is voor iedere werkgever verplicht vanaf 1 januari 2015. En er zijn enkele veranderingen vanaf januari 2015. Maak uw administratie gereed voor de werkkostenregeling 2015.

De werkkostenregeling geldt voor alle vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking gestelde voorzieningen die behoren tot het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Dit kan voor u betekenen dat u op 1 januari 2015 uw administratie moet hebben aangepast.

Bent u werkgever en kan uw administratie de werkkostenregeling nog niet verwerken? Pas dan uw administratie nog aan voor het nieuwe jaar!

Bent u werkgever en gebruikt u de werkkostenregeling al? Dan zijn voor u de veranderingen vanaf januari 2015 belangrijk. U moet misschien uw administratie nog aanpassen. Doe dat op tijd!

Lees voor meer informatie: www.belastingdienst.nl/wkr.
Daar staat:

  • een link naar een stappenplan invoering werkkostenregeling
  • een overzicht met de veranderingen vanaf 1 januari 2015

Meer info: Werkkostenregeling