Nieuws

Veranderingen kindregelingen

In 2015 nog vier kindregelingen in plaats van elf Als u een kind of meerdere kinderen hebt, zult u in... Lees meer >

Vanaf 2015 zijn er nog vier kindregelingen in plaats van elf
Als u een kind of meerdere kinderen hebt, zult u in 2015 merken dat er veel minder kindregelingen zijn. Van de elf regelingen voor een huishouden met een kind, blijven er in 2015 vier over. Regelingen voor uw kind worden of afgeschaft, of samengevoegd of verlaagd. Alleen de kinderbijslag, kinderopvangtoeslag, inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget bestaan in 2015 nog.

Daarnaast veranderen sommige regels rond de kinderbijslag en het kindgebonden budget. De combinatiekorting  en de kinderopvangtoeslag wijzigen niet. U kunt in de tool Veranderingen kindregelingen nagaan wat er precies voor u verandert.

Veranderingen kindgebonden budget

Kindgebonden budget is een tegemoetkoming voor ouders in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. De wet hervorming kindregelingen verandert het kindgebonden budget op een aantal punten:

– Alleenstaande ouders krijgen vanaf 1 januari 2015 extra kindgebonden budget. De aanvulling voor alleenstaande ouders met een minimumuitkering en de fiscale korting voor alleenstaande ouders verdwijnen. Voor een beperkte groep (alleenstaande ouders in de bijstand met toeslagpartner) komt een overgangsregeling tot 1 januari 2016. Op de website Kindregeling.nl kunt u een voorlopige berekening maken voor 2015.

– Het budget van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) voor kinderen jonger dan 18 jaar gaat per 1 augustus 2015 op in het kindgebonden budget. Het bedrag voor alle kinderen van 16 en 17 jaar gaat omhoog.

– De inkomensgrens van het kindgebonden budget gaat per 1 januari 2015 naar beneden. Hierdoor krijgen mensen met een inkomen boven deze grens minder tegemoetkoming.

– De bedragen voor het 1e en 2e kind gaan per 1 januari 2015 omhoog.

Veranderingen kinderbijslag

Kinderbijslag is een bijdrage in de kosten voor de opvoeding van kinderen tot 18 jaar. Ook deze regeling gaat veranderen:

– De hoogte van de kinderbijslag wordt in 2014 en 2015 niet aangepast aan de prijsindex. De eerste aanpassing is per 1 januari 2016.

– Sinds 1 juli 2014 gelden geen aanvullende voorwaarden meer voor kinderen van 16 en 17 jaar met een startkwalificatie.

– Voor uitwonende kinderen tot 16 jaar vervalt de toets op hun inkomen.

– De tegemoetkoming voor ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) gaat per 1 januari 2015 op in de kinderbijslag.

Veranderingen TOG-regeling

De Tegemoetkoming ouders gehandicapte kinderen (TOG) vervalt per 1 januari 2015. De regeling wordt opgenomen in de kinderbijslag. Ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen krijgen recht op 2x kinderbijslag.

Veranderingen belastingregels voor ouders

Per 1 januari 2015 worden de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting en ouderschapsverlofkorting afgeschaft. Dit geldt ook voor de aftrek voor het levensonderhoud van kinderen.

Documenten en publicaties

* Wetsvoorstel hervorming kindregelingen
Wetsvoorstel van minister Asscher (SZW), minister Bussemaker (OCW) en staatssecretaris Weekers (Financiën) tot wijziging van …
Kamerstuk | 03-09-2013

Bron: Rijksoverheid en Ouders.nl

Wet werk en zekerheid invullen met 7+8+8-regel

Als het wetsvoorstel Werk en zekerheid in werking treedt, heeft dit directe gevolgen voor uw HR-beleid. De ketenbepaling verandert,... Lees meer >

Als het wetsvoorstel Werk en zekerheid in werking treedt, heeft dit directe gevolgen voor uw HR-beleid. De ketenbepaling verandert, een proeftijd is bij korte contracten niet meer mogelijk en er komt een transitievergoeding bij ontslag. Met de 7+8+8-regel vult u deze bepalingen praktisch in.

Veel werkgevers zijn geen voorstander van de Wet werk en zekerheid. Zij denken dat de wet de flexibilisering van de arbeidsmarkt niet tegengaat, maar juist bevordert. Tegelijkertijd moet u maar weer een werkbaar contractenbeleid verzinnen. Een mogelijke oplossing is de 7+8+8-regel. U biedt een nieuwe werknemer in eerste instantie een arbeidsovereenkomst aan voor de duur van zeven maanden. Voldoet de werknemer, dan kunt u nog een tweede en derde contract voor acht maanden aanbieden. Een vaste aanstelling is daarna optioneel.

Ketenbepaling, proeftijd en transitievergoeding

De 7+8+8-regel heeft drie voordelen. Ten eerste duren de drie tijdelijke contracten in totaal 23 maanden waardoor u optimaal van de flexibele mogelijkheden gebruikt maakt. Onder de nieuwe regels moet u namelijk een werknemer na drie contracten of twee jaar (wat er eerder komt) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden. Ten tweede hoeft u de werknemer geen transitievergoeding te betalen als u na het derde contract besluit de samenwerking te beëindigen. Deze vergoeding betaalt u wel bij een samenwerking die twee jaar of langer duurt. Ten derde mag u in de eerste arbeidsovereenkomst van zeven maanden gewoon een proeftijd opnemen. Zoals u eerder kon lezen is de proeftijd straks niet meer toegestaan in een eerste contract van zes maanden of minder.

Vragen Eerste Kamer over Wet werk en zekerheid

Het is echter maar de vraag of de Eerste Kamer het wetsvoorstel Werk en zekerheid in de huidige vorm goedkeurt. In een voorlopig verslag (pdf) hebben meerdere politieke partijen kritische vragen gesteld over bepalingen uit het wetsvoorstel. Zij verwachten dat de regering in de komende weken een reactie geeft op de vragen. Het streven is om de eerste bepalingen per 1 juli 2014 te laten ingaan. Welke bepalingen dit zijn, kunt u lezen in het bericht ‘Wat verandert er per 1 juli 2014?’.

Btw over door het ziekenhuis ingehuurde verpleegkundigen

De btw is een belasting waarmee de wetgever beoogt de eindconsument te treffen, zeg maar de particulier. Toch merkt... Lees meer >

De btw is een belasting waarmee de wetgever beoogt de eindconsument te treffen, zeg maar de particulier. Toch merkt die particulier er weinig van, omdat deze belasting verwerkt zit in de prijs van goederen en diensten en de heffing bij de ondernemer plaatsvindt. De ondernemer mag de btw aftrekken die andere ondernemers hem in rekening brengen. Binnen de btw gelden echter vele vrijstellingen. Eén van die vrijstellingen heeft betrekking op de medische sector. De consequentie van de vrijstelling is dat de betreffende ondernemer de hem in rekening gebrachte btw niet kan aftrekken. Hieronder volgt een voorbeeld.

Een ziekenhuis heeft met spoed een secretaresse nodig. Er wordt een uitzendbureau gebeld en de volgende dag zit de uitzendkracht achter een beeldscherm in het ziekenhuis. De maand erna komt er bij het ziekenhuis de rekening van het uitzendbureau binnen met btw. Het ziekenhuis kan deze btw niet verrekenen. Als het ziekenhuis zelf iemand in (tijdelijke) loondienst had genomen, was over het loon geen btw verschuldigd geweest. Ziekenhuizen en andere organisaties die de btw niet kunnen verrekenen, zullen bij voorkeur kostenposten met btw vermijden.

Dit probleem speelde bij het inhuren van extern medisch personeel. Operatieassistenten en anesthesiemedewerkers hebben zich de afgelopen jaren in toenemende mate verenigd in maatschappen, waarbij men zichzelf aan ziekenhuizen verhuurde. Hetzelfde geldt voor zzp’ers. De Belastingdienst vond dat hier sprake was van met een uitzendbureau vergelijkbare diensten en eiste dat btw in rekening werd gebracht en werd afgedragen. Waar dat niet was gebeurd, werd btw nageheven. De betrokken ondernemers waren van mening dat hun diensten voor de toepassing van de Wet omzetbelasting vrijgestelde medische diensten waren. Hierover ontstond een juridische strijd bij de belastingrechter, waarbij de Belastingdienst deze zomer aan het kortste eind trok.

Naar aanleiding van deze rechtspraak heeft de Belastingdienst zijn ongelijk toegegeven en zijn beleid gewijzigd. De Staatssecretaris van Financiën heeft op vragen van leden van de Tweede Kamer geantwoord dat de medische vrijstelling van toepassing is als de geleverde diensten naar hun aard een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel vormen van door ziekenhuizen aan patiënten geboden vrijgestelde medische verzorging. Uitzendbureaus die medisch personeel tegen vergoeding uitlenen blijven echter, net zoals vroeger btw verschuldigd over het tijdelijk uitlenen van personeel.

Bron: Actuele artikelen

Geen mkb-winstvrijstelling voor DGA

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) heeft geen recht op de mkb-winstvrijstelling van 12 procent zoals andere ondernemers.... Lees meer >

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) heeft geen recht op de mkb-winstvrijstelling van 12 procent zoals andere ondernemers.

Naar de rechter

Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank van Gelderland.

Een dga had de mkb-winstvrijstelling geclaimd over het loon van 90.626 euro over 2012. De inspecteur van de belastingdienst accepteerde dit niet, waarna de dga naar de rechter stapte.

Andere positie

De dga vond dat hij ongelijk behandeld werd en hij beriep zich op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De rechter oordeelde dat de dga ook een wezenlijk andere positie had dan een gewone ondernemer. De dga krijgt een vast salaris van het bedrijf dat eigendom van hem is. Een ondernemer voor de inkomstenbelasting, een zogenaamde IB-ondernemer, werkt voor eigen risico.

Bron: Elsevier Fiscaal

Wijzigingen in WBSO en RDA in 2015

In het Belastingplan 2015 is ook opgenomen hoe de WBSO (Wet Bevordering Speur-en Ontwikkelingswerk) en de RDA (Research en... Lees meer >

In het Belastingplan 2015 is ook opgenomen hoe de WBSO (Wet Bevordering Speur-en Ontwikkelingswerk) en de RDA (Research en Development Aftrek) er volgend jaar uit komen te zien. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft de wijzigingen in beide regelingen voor 2015 op een rij gezet.

Een passage uit de wet WVA, artikel 1, L2 wordt met ingang van 2015 geschrapt. Het gaat om de passage waarin is geregeld dat niet-ondernemers (kennisinstellingen) die opdrachten hebben gekregen voor het verrichten van S&O vanuit het Nederlandse bedrijfsleven gebruik kunnen maken van de WBSO.

Verder blijft voor de WBSO:

  • de bovengrens van de 1e schijf van de S&O-loonsom €250.000
  • het percentage van de 1e schijf 35%
  • het percentage van de 1e schijf voor starters 50%
  • het percentage van de 2e schijf 14%
  • het plafond voor de S&O-afdrachtvermindering € 14 miljoen

Voor de RDA blijft het RDA-percentage gehandhaafd op 60%.

De bedragen voor de S&O-aftrek voor zelfstandigen, inclusief de extra aftrek voor zelfstandige starters, worden eind 2014 bekendgemaakt.

Het budget voor de WBSO bedraagt in 2015 €794 miljoen. Het budget voor de RDA bedraagt in 2015 €238 miljoen.

Bovengenoemde wijzigingen gelden voor de WBSO/RDA-aanvragen voor het jaar 2015.

Bron: Accountancy Nieuws

Vraag buitenlandse btw terug vóór 30 september 2014

Hebt u in 2013 btw betaald in een ander EU-land? U kunt die btw terugvragen. Doe dit vóór 30... Lees meer >

Zoals u eerder heeft kunnen lezen op onze website maar bij deze een extra reminder.

Hebt u in 2013 btw betaald in een ander EU-land? U kunt die btw terugvragen. Doe dit vóór 30 september 2014, anders kan het zijn dat u de btw niet meer terugkrijgt.

U kunt de btw op 2 manieren terugvragen:

  • met eigen software
    Gebruikt u eigen software? Dan moet uw verzoek vóór 30 september 2014 bij ons binnen zijn.
  • via de internetsite Teruggaaf van btw uit andere EU-landen
    Gebruikt u deze site? Dan moet uw verzoek vóór 1 oktober 2014 bij ons binnen zijn. Om gebruik te maken van deze site, hebt u inloggegevens nodig. U vraagt deze aan via Inloggegevens voor terugvragen btw uit EU-landen. U ontvangt uw inloggegevens binnen 4 weken na uw aanvraag.

De Belastingdienst stuurt uw verzoek door naar de belastingdienst in het EU-land waar u btw terugvraagt. Komt uw verzoek te laat bij de Belastingdienst binnen? Dan kan het zijn dat het andere EU-land uw verzoek niet meer in behandeling neemt.

Meer informatie

U leest meer over het terugvragen van buitenlandse btw op Btw terugvragen uit andere EU-landen.

Bron: Belastingdienst

Prinsjesdag: Belastingplan 2015

Het Belastingplan 2015 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer stuurt, beperkt zich tot... Lees meer >

Het Belastingplan 2015 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer stuurt, beperkt zich tot uitsluitend het wetsvoorstel Belastingplan 2015. Andere jaren bestond het pakket soms uit vier of meer wetsvoorstellen.

Lastenverlichting Op Arbeid

Voor de lastenverlichting op arbeid is een bedrag van € 1 miljard beschikbaar, dat wordt gebruikt voor een verlaging van het belastingtarief in de 1e schijf en een verhoging van de arbeidskorting. Het tarief voor de 1e schijf van de inkomstenbelasting bedraagt volgend jaar 36,5%. De afbouwgrens voor de arbeidskorting wordt verhoogd naar € 49.900. Het afbouwpercentage voor de algemene heffingskorting gaat van 2% naar 2,32%, en vanaf 2016 wordt het 3,32%.

Gebruikelijkloonregeling en ouderkorting

  • De doelmatigheidsmarge voor de gebruikelijkloonregeling gaat van 30% naar 25%;
  • ook in 2015 kan bij volledige opname van het resterende levenslooptegoed worden afgerekend tegen 80% van de waarde;
  • de ouderenkorting wordt per 2016 verlaagd; de ouderentoeslag voor box 3 (€ 27.984 in 2014) wordt per 2016 afgeschaft;

Werkkostenregeling

De werkkostenregeling wordt in aangepaste vorm definitief ingevoerd met ingang van volgend jaar. De vrije ruimte gaat 1,2% en de aangepaste vorm betreft:

  • beperkte introductie van het noodzakelijkheidscriterium;
  • jaarlijkse afrekensystematiek;
  • concernregeling;
  • vrijstelling voor branche-eigen producten;
  • wegnemen van onderscheid tussen vergoedingen en verstrekkingen (inclusief terbeschikkingstellingen).

Woningmarkt

Het kabinet bevordert de doorstroming op de woningmarkt door de maximale periode voor de aftrek van rente op restschulden te verlengen van 10 naar 15 jaar. Dit vermindert de maandelijkse lasten voor het ‘oude’ huis en maakt daardoor de aankoop van een ander huis beter mogelijk.

Verder worden 2 tijdelijke maatregelen ter ondersteuning van de doorstroming op de woningmarkt permanent gemaakt. De periode waarin huizenbezitters die hun vorige woning nog niet verkocht hebben gebruik kunnen maken van dubbele aftrek van de hypotheekrente, wordt definitief verlengd van 2 naar 3 jaar. En het blijft mogelijk om opnieuw hypotheekrenteaftrek te krijgen voor een woning die te koop staat en tijdelijk verhuurd is geweest.

Btw-Tarief Van 6% Voor Renovatie En Herstel

Het verlaagde btw-tarief van 6% voor renovatie en herstel van woningen wordt met een half jaar verlengd en zal daarmee gelden tot 1 juli 2015.

“Complexiteitsreductie”

Bij de keuze om het Belastingplan 2015 te beperken tot de min of meer noodzakelijke maatregelen speelt een rol dat de Belastingdienst gebaat is bij een jaar met relatief weinig wetgeving.  “Het kabinet streeft naar Complexiteitsreductie”, zoals in de Brede agenda Belastingdienst is aangegeven aldus de inleiding op het Belastingplan. Wiebes komt pas over een paar weken met de hervorming van de autobelastingen.

Plannen Voor Langere Termijn

Volgens Wiebes moet het aantal mensen dat zorgtoeslag krijgt, flink dalen, van 6 naar ruim 4 miljoen huishoudens. Hij wil ook het bestaande stelsel van autobelastingen vereenvoudigen. Het zijn onderdelen van de herziening van het belastingsysteem die het kabinet voor de langere termijn nastreeft. Een stelselherziening leidt onvermijdelijk tot inkomenseffecten. Het kabinet denkt dat 3 tot 5 miljard euro nodig is voor lastenverlichting, om die inkomenseffecten te compenseren. Zodra die miljarden de komende jaren beschikbaar komen, wil het kabinet dat geld inzetten als ‘smeerolie’ voor de stelselherziening. Wiebes hoopt de eerste knopen volgend jaar door te hakken, zodat ze begin 2016 in werking kunnen treden.

Download

De Verklaring Arbeidsrelatie zal (vermoedelijk) in de loop van 2015 gaan verdwijnen

In 2015 gaat de wet- en regelgeving voor de VAR veranderen. Daarvoor ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede... Lees meer >

In 2015 gaat de wet- en regelgeving voor de VAR veranderen. Daarvoor ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer. Het is op dit moment nog niet bekend wanneer de nieuwe wet ingaat.

U leest hier de hoofdpunten uit het wetsvoorstel:

Beschikking geen loonheffingen (BGL)

Als de nieuwe wet- en regelgeving is ingegaan, kunt u geen VAR meer aanvragen. U vraagt dan digitaal een ‘Beschikking geen loonheffingen’ aan.

Wat staat er in de ‘Beschikking geen loonheffingen’?

In een ‘Beschikking geen loonheffingen’ staat dat uw opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden en te betalen over uw inkomsten. U krijgt deze beschikking alleen als wij op basis van uw aanvraag vaststellen dat uw opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden en te betalen over uw inkomsten. In het andere geval krijgt u een afwijzing.

Bij de ‘Beschikking geen loonheffingen’ zit een bijlage met omstandigheden en voorwaarden waaronder u het werk uitvoert. Deze omstandigheden en voorwaarden zijn gebaseerd op de antwoorden die u in uw aanvraag hebt gegeven. Uw opdrachtgever moet deze bijlage controleren.

Met de ‘Beschikking geen loonheffingen’ doen wij geen uitspraak over hoe wij uw inkomsten zien, bijvoorbeeld als winst uit onderneming of loon uit dienstbetrekking. Dit betekent dat wij uw inkomsten en werkzaamheden voor de inkomstenbelasting kunnen beoordelen, ongeacht of u wel of geen ‘Beschikking geen loonheffingen’ hebt.

Wanneer vraag ik een ‘Beschikking geen loonheffingen’ aan?

U bent niet verplicht een ‘Beschikking geen loonheffingen’ aan te vragen of te gebruiken. Wel kunnen uw opdrachtgevers u erom vragen. Uw opdrachtgevers zijn vrij om u zonder een beschikking een opdracht te geven. Uw opdrachtgever moet dan zelf beoordelen of hij loonheffingen moet inhouden en betalen.

U vraagt een ‘Beschikking geen loonheffingen’ aan voor de werkzaamheden die u uitvoert. U gebruikt per situatie de beschikking die past bij de werkzaamheden die u uitvoert en de omstandigheden waaronder u die uitvoert. Als u dus voor meerdere opdrachtgevers hetzelfde werk doet onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden, kunt u voor deze opdrachten dezelfde beschikking gebruiken. Veranderen de omstandigheden of voorwaarden waaronder u de werkzaamheden uitvoert? Of gaat u andere werkzaamheden uitvoeren? Vraag dan opnieuw een ‘Beschikking geen loonheffingen’ aan.

De beschikking is maximaal 1 kalenderjaar geldig. Als u dan nog met uw werkzaamheden bezig bent, vraagt u opnieuw een beschikking aan. Wij verlengen een ‘Beschikking geen loonheffingen’ niet automatisch.

Wat moet uw opdrachtgever doen?

Uw opdrachtgever moet toetsen of de omstandigheden en voorwaarden waaronder u de werkzaamheden uitvoert, overeenkomen met de omstandigheden en voorwaarden die in de bijlage van de ‘Beschikking geen loonheffingen’ staan. Alleen als deze overeenkomen met de praktijk, geldt de vrijwarende werking van de beschikking en hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en te betalen. Als de omstandigheden en voorwaarden niet (meer) overeenkomen met de praktijk, geldt de beschikking niet en moet uw opdrachtgever zelf beoordelen of hij loonheffingen moet inhouden en betalen. Een opdrachtgever kan u ook vragen een nieuwe beschikking aan te vragen met daarin de omstandigheden en voorwaarden die bij deze opdrachtgever gelden.

Ook moet uw opdrachtgever aan een aantal administratieve eisen voldoen, zoals het bewaren van een kopie van de ‘Beschikking geen loonheffingen’ in zijn administratie en het vaststellen van uw identiteit. Deze eisen staan straks in de beschikking.

Werknemersverzekeringen

Gebruikt u bij een opdracht de ‘Beschikking geen loonheffingen’ en is aan de eisen voldaan, dan bent u in principe voor deze opdracht niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA). Bij werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid kunt u geen beroep doen op uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen.

 

Bron: Belastingdienst en Rijksoverheid

Verplichte invoering WKR in Belastingplan 2015

Het Belastingplan 2015 dat op Prinsjesdag openbaar werd gemaakt, bevestigt dat alle werkgevers per 1 januari 2015 aan de... Lees meer >

Het Belastingplan 2015 dat op Prinsjesdag openbaar werd gemaakt, bevestigt dat alle werkgevers per 1 januari 2015 aan de werkkostenregeling (WKR) moeten geloven. De vrije ruimte gaat per 2015 naar 1,2%.

Sinds 2011 hebben werkgevers de keus tussen toepassing van de werkkostenregeling of de oude regels voor vergoedingen of verstrekkingen. Per 2015 komt deze keuze te vervallen; iedere organisatie moet dan de werkkostenregeling gaan gebruiken. Wel worden er nog een aantal veranderingen in de WKR doorgevoerd om de regeling te vereenvoudigen en de administratieve rompslomp te verminderen. Deze vereenvoudigingsmaatregelen moeten wel gefinancierd worden. Om het geheel budgetneutraal te regelen, daalt de vrije ruimte van de WKR per 2015 van 1,5% naar 1,2% van de fiscale loonsom.

Vijf specifieke aanpassingen aan de WKR

In het Belastingplan worden vijf specifieke aanpassingen beschreven, waarover staatssecretaris Wiebes van Financiën de Tweede Kamer begin juli al had geïnformeerd. Het gaat om:

* de beperkte introductie van het noodzakelijkheidscriterium;

* introductie van een jaarlijkse afrekensystematiek;

* invoering van een concernregeling;

* een vrijstelling voor branche-eigen producten in de WKR;

* het wegnemen van onderscheid tussen vergoedingen en verstrekkingen (inclusief terbeschikkingstellingen).


Start met de voorbereidingen!
Om tijdig de meest gunstige keuze te kunnen maken, adviseren we werkgevers nu echt te starten met de voorbereidingen. De tijd kan nu al wel eens tekort zijn.
In eerste instantie bent u wellicht geneigd te kiezen voor het toepassen van de huidige wettelijke regels. Het kan echter zijn dat de nieuwe werkkostenregeling in uw situatie voor u en uw werknemers financieel voordeliger uitpakt. Bovendien biedt de werkkostenregeling nieuwe mogelijkheden wat betreft cafetaria belonen waarbij (een gedeelte van) het personeel belast loon of vakantiedagen kan omzetten in onbelaste vergoedingen. Ook op het gebied van werknemersparticipaties is straks meer onbelast of goedkoper belast mogelijk

Nieuwe CO2-grenzen voor 2015

Per 1 januari 2015 gelden nieuwe CO2-normen voor de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak,... Lees meer >

Per 1 januari 2015 gelden nieuwe CO2-normen voor de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak, zo blijkt uit het Belastingplan 2015. Deze nieuwe grenzen gelden alleen als een werknemer in 2015 een nieuwe auto aanschaft.

De hoogte van de bijtelling is afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. Auto’s met een lagere CO2-uitstoot krijgen een korting op de bijtelling. Het bijtellingspercentage kan daardoor ook 20%, 14%, 7% of 4% bedragen. De afgelopen jaren heeft het kabinet de CO2-grenzen aangepast, omdat steeds meer auto’s in de lagere bijtelling terechtkwamen. Per 2015 moet u ook weer rekening houden met nieuwe CO2-grenzen. Het bijtellingspercentage geldt dan gedurende een periode van zestig maanden. In onderstaande tabel ziet u de CO2-grenzen die gelden per 1 januari 2015.

CO2-normen per 1-1-2015

Aanleverproces re-integratieverslag vernieuwd

UWV heeft het proces rondom het re-integratieverslag vernieuwd. Vanaf 25 september zijn er nieuwe formulieren beschikbaar en kunt u... Lees meer >

UWV heeft het proces rondom het re-integratieverslag vernieuwd. Vanaf 25 september zijn er nieuwe formulieren beschikbaar en kunt u het re-integratieverslag digitaal verzenden door middel van een uploadfunctie.

UWV concludeert op basis van een re-integratieverslag (RIV) of u voldoende inspanningen heeft geleverd voor de re-integratie van een zieke werknemer. Als UWV vindt dat u zich onvoldoende heeft ingezet, kunt u een loonsanctie verwachten. Voor veel werkgevers was het tot voor kort echter niet duidelijk welke informatie zij precies voor het RIV moesten aanleveren. UWV ontving hierdoor vaak onjuiste documenten. Hieruit volgden loonsancties, die voorkomen hadden kunnen worden. Welke informatie in het RIV hoort, leest u in het bericht ‘Wat neemt u op in het re-integratieverslag?’.

Standaardisatie en digitalisering van re-integratieverslag

Jaarlijks ontvangt UWV voor het RIV ongeveer 600.000 documenten waarvan 300.000 als extra (onjuiste) bijlagen worden meegestuurd. Om dit aanleverproces te verbeteren en te verduidelijken, heeft UWV nu in samenwerking met werkgevers en arbodiensten de dienstverlening vernieuwd. Vanaf 25 september zijn er nieuwe formulieren voor het RIV beschikbaar, die u na invulling online kunt aanleveren door middel van een uploadfunctie. Dit vereenvoudigde aanleverproces moet leiden tot minder loonsancties voor werkgevers en minder papierwerk voor UWV.

Re-integratieverslag levert u aan via de website van UWV

U bent als werkgever verantwoordelijk voor het completeren van het RIV en in principe kunt daarom alleen u het verslag online aanleveren. Dit doet u via de website van UWV (mogelijk vanaf 25 september). Uw arbodienst mag deze taak echter ook verrichten als u hier toestemming voor geeft. Overigens kan uw zieke werknemer als enige de medische informatie voor het RIV aanleveren. Wil hij niet dat u het re-integratieverslag online aanlevert, dan kan hij het hele RIV versturen per post.

eKantonrechter opengesteld voor arbeidsgeschil

Sinds deze zomer kunt u een arbeidsgeschil voorleggen aan de eKantonrechter. Door deze (deels) digitale procedure wordt de rechtszaak... Lees meer >

Sinds deze zomer kunt u een arbeidsgeschil voorleggen aan de eKantonrechter. Door deze (deels) digitale procedure wordt de rechtszaak sneller en dus goedkoper behandeld. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan deze digitale afhandeling.

Het uitvechten van een arbeidsgeschil kan aardig in de papieren lopen, zowel financieel als qua tijd. Als u de zaak laat beslechten via de online procedure van de eKantonrechter, heeft u sneller duidelijkheid en bespaart u dus op juridische kosten. Niet elk conflict is geschikt voor een digitale procedure. De eKantonrechter kan alleen uitspraak doen over eenvoudige civielrechtelijke geschillen. Dit betekent dat hij een besluit moet kunnen nemen op basis van de aangeleverde stukken zonder dat er extra onderzoek nodig is. Een andere voorwaarde is dat niet alleen u, maar ook degene met wie u in de clinch ligt, het erover eens is dat de zaak door de eKantonrechter wordt behandeld. Als één van de partijen dit niet wil, kan de eKantonrechter de zaak namelijk niet in behandeling nemen.

Vijf stappen voor de digitale procedure

Een procedure via de eKantonrechter bestaat uit vijf stappen en duurt maximaal acht weken:

– Aanvraagfase
Een procedure start u via rechtspraak.nl. U krijgt toegang via eHerkenning. Op een beveiligde pagina vult u de benodigde gegevens in. Deze laat u vervolgens aanvullen door de andere partij.

– Beoordeling
De eKantonrechter beoordeelt of uw zaak geschikt is voor online rechtspraak. Als dat het geval is, moet u griffierecht betalen. Zo niet, dan kunt u een normale procedure starten.

– Verzoekfase
Vanaf deze fase geldt de termijn van acht weken en ontvangt u een uitnodiging voor een mondelinge behandeling in Rotterdam of Den Bosch. In de verzoekfase kunt u eventueel ook bewijs aanleveren.

– De zitting
Na de mondelinge behandeling bij de rechtbank van Rotterdam of Den Bosch kunt u geen stukken meer overleggen.

– Uitspraak
U ontvangt een digitaal vonnis waartegen u niet in hoger beroep kunt gaan.

Bron Rechtspraak

Wet werk en zekerheid invullen met 7+8+8-regel

Als het wetsvoorstel Werk en zekerheid in werking treedt, heeft dit directe gevolgen voor uw HR-beleid. De ketenbepaling verandert,... Lees meer >

Als het wetsvoorstel Werk en zekerheid in werking treedt, heeft dit directe gevolgen voor uw HR-beleid. De ketenbepaling verandert, een proeftijd is bij korte contracten niet meer mogelijk en er komt een transitievergoeding bij ontslag. Met de 7+8+8-regel vult u deze bepalingen praktisch in.

Veel werkgevers zijn geen voorstander van de Wet werk en zekerheid. Zij denken dat de wet de flexibilisering van de arbeidsmarkt niet tegengaat, maar juist bevordert. Tegelijkertijd moet u maar weer een werkbaar contractenbeleid verzinnen. Een mogelijke oplossing is de 7+8+8-regel. U biedt een nieuwe werknemer in eerste instantie een arbeidsovereenkomst aan voor de duur van zeven maanden. Voldoet de werknemer, dan kunt u nog een tweede en derde contract voor acht maanden aanbieden. Een vaste aanstelling is daarna optioneel.

Ketenbepaling, proeftijd en transitievergoeding

De 7+8+8-regel heeft drie voordelen. Ten eerste duren de drie tijdelijke contracten in totaal 23 maanden waardoor u optimaal van de flexibele mogelijkheden gebruikt maakt. Onder de nieuwe regels moet u namelijk een werknemer na drie contracten of twee jaar (wat er eerder komt) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden. Ten tweede hoeft u de werknemer geen transitievergoeding te betalen als u na het derde contract besluit de samenwerking te beëindigen. Deze vergoeding betaalt u wel bij een samenwerking die twee jaar of langer duurt. Ten derde mag u in de eerste arbeidsovereenkomst van zeven maanden gewoon een proeftijd opnemen. Zoals u eerder kon lezen is de proeftijd straks niet meer toegestaan in een eerste contract van zes maanden of minder.

Vragen Eerste Kamer over Wet werk en zekerheid

Het is echter maar de vraag of de Eerste Kamer het wetsvoorstel Werk en zekerheid in de huidige vorm goedkeurt. In een voorlopig verslag (pdf) hebben meerdere politieke partijen kritische vragen gesteld over bepalingen uit het wetsvoorstel. Zij verwachten dat de regering in de komende weken een reactie geeft op de vragen. Het streven is om de eerste bepalingen per 1 juli 2014 te laten ingaan. Welke bepalingen dit zijn, kunt u lezen in het bericht ‘Wat verandert er per 1 juli 2014?’.

Belastingdienst: inloggen niet mogelijk op dinsdag 9 en 16 september

Op de website van de Belastingdienst is het volgende bericht geplaatst: Op dinsdag 9 en 16 september kunt u... Lees meer >

Op de website van de Belastingdienst is het volgende bericht geplaatst:
Op dinsdag 9 en 16 september kunt u op onze internetsite tijdelijk niet inloggen. Dat komt door onderhoud aan computersystemen van de Belastingdienst. Het onderhoud begint om 20.30 uur en duurt tot 06.00 uur de volgende ochtend.
U kunt tijdens het onderhoud niet inloggen op:
– Mijn toeslagen
– Mijn Belastingdienst
– het beveiligde gedeelte van onze internetsite voor ondernemers
Tijdens het onderhoud kunt u ook geen digitale formulieren en aangifteprogramma’s ondertekenen en versturen. Zorgt u ervoor dat u deze op de onderhoudsdagen vóór 20.30 uur verstuurt. Daarna kan dat niet meer en gaan uw gegevens verloren.
Bron: Belastingdienst