Nieuws

Arbeid door buitenlandse studenten

In Nederland verblijven veel buitenlandse studenten die in een bijbaan of een stage zijn geïnteresseerd. Voor werkgevers is het... Lees meer >

In Nederland verblijven veel buitenlandse studenten die in een bijbaan of een stage zijn geïnteresseerd. Voor werkgevers is het belangrijk te weten dat er regels gelden voor het aannemen van buitenlandse studenten.

Vrij verkeer van werknemers uit EER en Zwitserland

De regels voor het laten werken van vreemdelingen (waaronder buitenlandse studenten) in Nederland staan in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Werken in Nederland is vrij toegestaan voor personen met de Nederlandse nationaliteit of de nationaliteit van één van de landen van de zogeheten ‘Europese Economische Ruimte’ (EER) en Zwitserland. De EER bestaat uit de landen van de Europese Unie plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Voor deze landen geldt vrij verkeer van werknemers, met uitzondering van werknemers uit Kroatië (zie hieronder).

Personen met een andere nationaliteit mogen alleen in Nederland werken als:

– ze beschikken over een geldig verblijfsdocument met daarop de aantekening ‘Arbeid is vrij toegestaan’, of,
– ze beschikken over een geldig paspoort met een officiële geldige sticker voor verblijfsaantekeningen, met daarop de aantekening  ‘Arbeid is vrij toegestaan’, of,
– de werkgever voor deze vreemdeling over een geldige tewerkstellingsvergunning beschikt.

Aanvragen van een tewerkstellingsvergunning

Een tewerkstellingsvergunning dient door de werkgever bij UWV WERKbedrijf te worden aangevraagd. Bij de aanvraag voor de tewerkstellingsvergunning moet onder andere aangeven worden hoeveel uur de student ingezet wordt. Een student mag nu

– maximaal 10 uur per week voor u laten werken; of
alleen (voltijd) voor u laten werken in de maanden juni, juli en augustus.

Wanneer een buitenlandse student voor zijn opleiding stage moet lopen, hoeft er geen tewerkstellingsvergunning te worden aangevraagd. Er dienen hierover wel concrete afspraken met de student en de betreffende onderwijsinstelling te worden gemaakt

Forse boetes bij overtreding(en) wetgeving

Een werkgever die een of meer vreemdelingen zonder vereiste tewerkstellingsvergunning voor zich laat werken, riskeert een forse boete:
€ 12.000 per vreemdeling. Een boete voor betaling onder het minimumloon en minimumvakantiebijslag kan oplopen tot € 12.000 per onderbetaalde werknemer.

Laag btw-tarief op verbouwingen blijft langer

Het lage btw-tarief op verbouwingen en renovaties wordt met een half jaar verlengd. Dat hebben kabinet en bevriende oppositie... Lees meer >

Het lage btw-tarief op verbouwingen en renovaties wordt met een half jaar verlengd. Dat hebben kabinet en bevriende oppositie afgesproken tijdens het overleg over de begroting van volgend jaar.

Bronnen in Den Haag bevestigen berichtgeving hierover van Nieuwsuur woensdag. Het is de tweede keer dat de periode wordt verlengd. Het lage btw-tarief blijft nu gelden tot juli volgend jaar.

Bouwend Nederland is verheugd dat het lage btw-tarief wordt verlengd.

”We zijn er erg blij mee, het komt als een verrassing. Wij hebben hier een jaar lang voor gepleit”, zegt een woordvoerder. De maatregel is volgens hem hard nodig want de bouw is er nog lang niet. ”Het aantal banen is nog steeds aan het afnemen en er is nog geen sprake van groei.”

Het is de tweede keer dat de periode wordt verlengd. Het lage btw-tarief blijft nu gelden tot juli volgend jaar.

Woonakkoord

 

Het kabinet sprak bij het woonakkoord in februari 2013 met D66, ChristenUnie en SGP af dat de btw op renovatie en herstel voor een periode van 1 jaar zou worden verlaagd van 21 naar 6 procent. Vorig jaar tijdens het begrotingsoverleg werd al besloten die periode te verlengen tot 1 januari 2015.

Verenging Eigen Huis pleitte recent ook voor de verlenging van het verlaagde btw-tarief. “Daar profiteert iedereen van en het is goed voor de bouw en de economie”, aldus de woordvoerder.

Parkeergegevens leaserijders toch naar fiscus

Het gerechtshof in Den Bosch vindt dat de Belastingdienst het recht heeft om de parkeergegevens op te vragen van... Lees meer >

Het gerechtshof in Den Bosch vindt dat de Belastingdienst het recht heeft om de parkeergegevens op te vragen van automobilisten die parkeren via sms of smartphone. De fiscus heeft wel beloofd om de gegevens die niet nodig zijn voor controles meteen te vernietigen.

Zoals u al eerder kon lezen op onze website wilt de Belastingdienst online parkeergegevens gebruiken om te controleren of deze voor werknemers met een auto van de zaak in lijn zijn met hun rittenregistratie. Bij het betalen van parkeerkosten via sms, internet, smartphone of app worden immers gegevens over kenteken, locatie, datum en tijdstip van het parkeren geregistreerd, dus voor de Belastingdienst is dit belangrijke controle-informatie.

Gegevensuitvraag past binnen bevoegdheden Belastingdienst

Een grote dienstverlener van dit zogenoemde belparkeren wilde de door de fiscus gevraagde informatie niet delen. De rechter bepaalde toen dat de gegevensuitvraag van de Belastingdienst inderdaad een te grote schending van de privacy van de betrokken automobilisten was.
De Belastingdienst ging in hoger beroep. Het hof vond dat het verzoek wel netjes paste binnen de bevoegdheden van de fiscus volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De gegevensuitvraag was wel een inbreuk op de privacy van gebruikers, maar niet buitenproportioneel, aangezien de fiscus ook een zeer groot aantal voertuigen moet controleren op onder meer correcte toepassing van de bijtelling. Het gaat al om zo’n 2,5 miljoen kentekens die bij de Belastingdienst geregistreerd zijn als zakelijk gebruikte auto.

Parkeergegevens zonder koppeling direct vernietigd

Daarnaast besloot het hof dat de fiscus wel degelijk aan de privacy van de gebruikers heeft gedacht: er zijn geen persoonsgegevens opgevraagd en de parkeergegevens van auto’s die niet tot de te controleren categorieën behoren, worden na de eerste selectie direct vernietigd. Alleen als er een koppeling gelegd kan worden tussen een geparkeerd voertuig en de lijst van zakelijk gebruikte auto’s, zal de fiscus de correcte toepassing van de bijtelling verder onderzoeken.
De dienstverlener gaat de opgevraagde gegevens nu alsnog binnen 14 dagen aan de Belastingdienst aanleveren.

Meer info: SMS parking toch gegevens belastingdienst verstrekken en Nieuws

Teruggaafverzoek buitenlandse BTW van 2013: aanvraag uiterlijk 30 september!

Ondernemers kunnen de btw die zij in 2013 in andere EU-landen hebben betaald terugvragen. Dit teruggaafverzoek moet uiterlijk... Lees meer >

Ondernemers kunnen de btw die zij in 2013 in andere EU-landen hebben betaald terugvragen. Dit teruggaafverzoek moet  uiterlijk 30 september 2014 zijn ingediend. Dit gebeurt elektronisch. Nederlandse ondernemers moeten hiervoor gebruik maken van de portaalsite van de Nederlandse Belastingdienst. De Belastingdienst stuurt het teruggaafverzoek vervolgens door naar het betreffende EU-land. Ondernemers uit andere EU-landen moeten het teruggaafverzoek indienen bij de belastingdienst in hun eigen land.

De datum van 30 september 2014 is bindend! Verzoeken die te laat zijn, hoeft een EU-land niet in behandeling te nemen.

Wie heeft recht op teruggaaf?

Ondernemers die in eigen land recht hebben op (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting kunnen de buitenlandse btw terugvragen. Uiteraard moet de ondernemer over een factuur beschikken die aan hem is gericht en aan de wettelijke factuurvereisten van het betreffende EU-land voldoet.

Ondernemers zonder recht op aftrek kunnen de buitenlandse btw niet terugvragen. Dit zijn ondernemers die uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten, onder de landbouwregeling vallen of ontheffing hebben van administratieve verplichtingen.

Aanvragen inloggegevens portaalsite

Voor het indienen van het elektronische teruggaafverzoek moet de ondernemer inloggegevens aanvragen bij de Belastingdienst (http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/aanvraag_inlog_eubtw/). Houd er rekening mee dat het toekennen van de inloggegevens een aantal weken kan duren.

Wees op tijd met de aanvraag Subsidieregeling Praktijkleren

Zoals u eerder heeft kunnen lezen is met ingang van 1 januari 2014 de afdrachtvermindering onderwijs afgeschaft en... Lees meer >

Zoals u eerder heeft kunnen lezen is met ingang van 1 januari 2014  de afdrachtvermindering onderwijs afgeschaft en is deze vervangen door een nieuwe regeling: de Subsidieregeling Praktijkleren. Biedt u binnen uw bedrijf praktijkleerplaatsen en werkleerplekken aan? Dan komt u  mogelijk in aanmerking voor de Subsidieregeling. U moet dan wel op tijd uw aanvraag hiervoor indienen. De deadline staat op 15 september 2014 vóór 17.00 uur.

Subsidieregeling Praktijkleren
De Subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld als stimulans voor werkgevers om praktijk- en werkleerplaatsen aan te bieden en dient als compensatie voor de kosten die u maakt voor begeleiding in de praktijk. Om in aanmerking te komen voor de subsidie gelden een aantal voorwaarden en diverse administratieve verplichtingen. u komt voor een beperkt aantal doelgroepen in aanmerking voor de subsidie. Denk bijvoorbeeld aan leerlingen die een leer-werktraject volgen in het vmbo of leerlingen die een bbl-opleiding (beroepsbegeleidende leerweg) in het mbo volgen.

De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal subsidieaanvragen. De verdeling van de beschikbare subsidie vindt jaarlijks plaats na afloop van het studiejaar over alle kwalificerende werkgevers die tijdig een aanvraag hebben ingediend. De subsidie bedraagt maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk-of werkleerplaats en is aan te vragen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Let op!
U kunt alleen subsidie aanvragen na afloop van een gerealiseerde praktijkplaats of werkleerplaats. Komt u  in aanmerking voor de Subsidieregeling dien de aanvraag dan op tijd in.
De deadline is 15 september 2014 vóór 17.00 uur. Wacht hiermee echter niet tot de laatste week. De aanvraag moet namelijk digitaal ingediend worden via het eLoket op RVO.nl en daarvoor heb je eHerkenning nodig. Heeft u deze eHerkenning (betrouwbaarheidsniveau 1) nog niet dan moet u  deze aanvragen en de aanvraag neemt gemiddeld 1-7 werkdagen in beslag.

PNR administraties beschikt ook over een eigen eHerkenningmiddel en  wij zijn u uiteraard graag van dienst bij het aanvragen van de subsidieregeling.

Bron: Agentschap

VAR 2014 ook eerste maanden van 2015 geldig

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) die al tijden een heet hangijzer is in de ZZP-wereld, blijft de gemoederen bezig houden.... Lees meer >

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) die al tijden een heet hangijzer is in de ZZP-wereld, blijft de gemoederen bezig houden. Staatssecretaris Wiebes van Financiën informeert de Tweede Kamer dat hij verwacht het wetsvoorstel waarin de medeverantwoordelijkheid voor de opdrachtgever wordt geregeld, eind augustus aan de Kamer te kunnen toesturen. Vooruitlopend daarop licht hij de maatregelen toe die hij voornemens is te treffen om de overgang naar de nieuwe systematiek zo soepel mogelijk te kunnen laten verlopen.

Om de overgang van de invoering van de VAR soepel te laten verlopen heeft de minister kennelijk meer tijd nodig. Hij wil dan ook dat de VAR van 2014 ook in de eerste maanden van 2015 geldig blijft. Hoe lang deze geldigheid duurt, daar is de staatssecretaris nog niet uit. Het uitstel is volgens de staatssecretaris mede doordat hij nog wil bezien of het mogelijk is dat de aanvrager bij het invullen van de webmodule duidelijk kan worden gemaakt waar de opdrachtgever medeverantwoordelijkheid voor moet aanvaarden. Dit was een van de adviezen van ACTAL, het Adviescollege toetsing regeldruk, dat de regering en Staten-Generaal  adviseert om de regel­druk voor bedrijven, burgers, en beroepsbeoefenaren in de zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid, zo laag mogelijk te maken.

De staatssecretaris over de verlengde geldigheid van de VAR:

Vooruitlopend op het indienen van het wetsvoorstel wil ik uw Kamer informeren over de maatregelen die ik voornemens ben te treffen om de overgang naar de nieuwe systematiek zo soepel mogelijk te kunnen laten verlopen. Om rechtszekerheid te bieden aan de huidige VAR-houders heb ik besloten dat zij – in afwachting van de indiening van het wetsvoorstel rond de VAR en de besluitvorming daarover – geen verzoeken voor het kalenderjaar 2015 hoeven te doen. De voor het kalenderjaar 2014 afgegeven VAR’s kunnen ook gedurende de eerste maanden van het kalenderjaar 2015 nog worden gebruikt. De termijn van de verlengde geldigheidsduur van de voor het jaar 2014 afgegeven VAR’s is afhankelijk van de besluitvorming in de Staten-Generaal over het wetsvoorstel. Om te voorkomen dat onzekerheid bij de gebruikers van de VAR en een massale toeloop bij de Belastingdienst (waaronder de Belasting Telefoon) ontstaat, is het nodig dat de Belastingdienst de laatste week van juli en de maand augustus benut voor de communicatie hierover.

|Brief van de Minister aan de kamer  |

Bron: ZZP Nederland

Einde pensioen in eigen beheer

Het pensioen in eigen beheer (de pensioenvoorziening van de directeur-grootaandeelhouder bij zijn eigen BV) komt steeds vaker in... Lees meer >

Het pensioen in eigen beheer (de pensioenvoorziening van de directeur-grootaandeelhouder [DGA] bij zijn eigen BV) komt steeds vaker in de publiciteit en zeker niet positief. Feit is dat de fiscale aftrekpost ten koste gaat van de schatkist en dat is de staatssecretaris een doorn in het oog. Met allerlei motieven probeert hij de geesten rijp te maken om een einde te maken aan het DGA-pensioen.

Eind vorig jaar heeft de staatssecretaris al een brief aan de Tweede Kamer geschreven en daarin de problemen opgesomd en een drietal oplossingen aangegeven. Recent heeft hij een vervolg op die brief gegeven. Daaruit bleek dat er nogal veel tegenstand bestaat tegen de door hem beschreven meest eenvoudige oplossing: de pensioenreserve. De staatssecretaris geeft nu ook aan het meest te voelen voor die oplossing, maar zal ook nog verder studeren op andere mogelijkheden.

Wat is het probleem? In bijzonder het verschil tussen de lage fiscale en de veel hogere commerciële waardering van de pensioenaanspraken van de DGA. Commercieel heeft een BV daarom minder eigen vermogen dan fiscaal en dat heeft grote gevolgen als men bijvoorbeeld dividend wil uitkeren.

Ook als de DGA gaat scheiden, kan het grote verschil tussen de waarderingen vaak tot problemen leiden. De staatssecretaris geeft in zijn brieven aan dat het grote verschil kan worden weggenomen door voortaan ook fiscaal uit te gaan van de commerciële waardering, maar hij wuift die oplossing meteen weer weg als zijnde te duur voor de schatkist. Bovendien is er dan nog steeds geen ruimte om dividend uit te keren met als gevolg geen dividendbelasting voor de schatkist. Ook de andere mogelijkheid om de pensioenaanspraken zodanig te verminderen (afstempelen) dat de fiscale en commerciële waarderingen gelijk komen te liggen, vindt geen genade bij de staatssecretaris. Hij lijkt vanaf de eerste brief al te neigen naar de variant van de pensioenreserve. Deze reserve zou volgens de staatssecretaris minder gecompliceerd en veel inzichtelijker zijn. Bovendien blijven de geldmiddelen binnen de BV voor het drijven van de onderneming beschikbaar en maakt de reserve geen onderdeel meer uit van de arbeidsovereenkomst van de DGA. De uitkeringen en een mogelijke vrijval vallen dan voortaan ook niet meer in de sfeer van de loonheffing.

Omdat het heel goed mogelijk is dat de staatssecretaris deze variant zal doordrukken volgen onderstaand enkele gedachten hoe de pensioenreserve zou kunnen uitpakken:

– het zal gaan lijken op de fiscale oudedagsreserve, zoals we die kennen bij de ondernemers in de inkomstenbelasting;

– de DGA kan dan kiezen om het pensioen af te storten (in banksparen of bij een verzekeraar) of om een bepaald percentage ten laste van de winst te brengen en dat bedrag op de balans te boeken in een reserve;

– de reserve op de balans wordt niet opgerent en kan alleen toenemen door nieuwe reserveringen uit de winst en afnemen door stortingen in banksparen of bij een verzekeraar;

– de pensioenreserve valt vrij in de te belasten winst van de BV:

– bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd; of

– op het moment waarop door de DGA gestopt wordt met werken; of

– bij overlijden van de DGA; of

– op het moment dat er in de vennootschap geen materiële onderneming meer wordt gedreven.
Tenzij en voor zover op het moment van de vrijval een lijfrente voor een oudedagsvoorziening van de DGA en/of zijn nabestaanden bij een bank of verzekeraar wordt gekocht.

Een ander kenmerk van de pensioenreserve zal zijn dat de reserve alleen kan worden gevormd door de BV (of de fiscale eenheid) waarin de materiële onderneming wordt gedreven.

Bij een vrijval in de winst wordt veelal naast de vennootschapsbelasting ook nog eens 20% revisierente in rekening gebracht over het bedrag van de vrijval.

Hoe het precies in zijn werk zal gaan, is nog niet duidelijk, maar het is zeker dat de huidige pensioenen in eigen beheer kunnen (of moeten?) worden omgezet naar de pensioenreserve. In zijn tweede brief benadrukt de staatssecretaris dat hij overgangsrecht zal treffen om er voor te zorgen dat bestaande pensioenrechten zo soepel mogelijk kunnen worden omgezet. Zodra het zover is, zal fiscaal maatwerk noodzakelijk zijn, tenzij men geen keuze krijgt.

Bron: Belastingdienstpesioen

Reisbesluiten Binnen- en Buitenland: sommige vergoedingen niet meer helemaal onbelast

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden. De... Lees meer >

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden.

De reisbesluiten regelen de vergoedingen voor ambtenaren op dienstreis, maar u kunt ze ook toepassen voor werknemers die wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met ambtenaren op dienstreis.

Gewijzigde vergoedingen

De volgende vergoedingen van verblijfkosten tijdens dienstreizen kunt u niet meer volledig onbelast vergoeden. Vergoedt u meer, dan is het meerdere belast. Achter elke soort vergoeding staat het bedrag dat u onbelast kunt vergoeden aan uw werknemer:

  • kleine uitgaven overdag: € 4,00
  • kleine uitgaven ‘s avonds: € 8,05
  • een ontbijt: € 10,77
  • een lunch: € 8,30
  • een avondmaaltijd: € 20,81
  • logies: € 84,46

U past de werkkostenregeling toe

Als u de werkkostenregeling toepast, kunt u de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Als u het bovenmatige deel van de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel en in uw vrije ruimte onderbrengt, moet u eindheffing betalen over het deel van de vergoeding dat niet binnen uw vrije ruimte valt.

Werkkostenregeling voor iedereen vanaf 2015

In de loonbelasting was er een onoverzichtelijk woud aan regelingen ontstaan. Met het oog op vereenvoudiging is per 2011... Lees meer >

In de loonbelasting was er een onoverzichtelijk woud aan regelingen ontstaan. Met het oog op vereenvoudiging is per 2011 de zogenoemde werkkostenregeling ingevoerd. Uitgangspunt was een forse beperking van de vrije vergoedingen en verstrekkingen. Iedere werkgever mag een vast percentage van de loonsom vrij van loonbelasting uitkeren, zonder dat naar de aanwending wordt gekeken (in 2014 1,5%). Het meerdere is belast tegen een zogenoemde eindheffing van 80%. Eindheffing wil zeggen dat het loonbestanddeel niet op het loonstrookje komt en dat de heffing ten laste komt van de werkgever, dus niet wordt ingehouden op het loon. In het kader van een overgangsregeling mochten werkgevers nog drie jaar het oude systeem blijven hanteren. Deze overgangsregeling is verlengd tot 2015. Het overgrote deel van de werkgevers bleef de oude regeling hanteren.

In de wandelgangen werd gefluisterd dat de overgangsregeling nog wel eens een jaar zou kunnen worden verlengd of dat de werkkostenregeling helemaal zou worden teruggedraaid, maar de staatssecretaris heeft op 3 juli 2014 laten weten dat de werkkostenregeling definitief per 1 januari 2015 wordt ingevoerd en de overgangsregeling vervalt. Dit betekent dat iedere werkgever volgend jaar naar de werkkostenregeling moet overgaan.

Wel is aangegeven dat er een aantal versoepelingen komt. Voor gereedschappen, computers en mobiele communicatiemiddelen gelden nu nog ingewikkelde regels voor de vrije verstrekking. Hiervoor gaat de fiscus straks het noodzakelijkheidscriterium hanteren. Heeft de werknemer de spullen nodig voor zijn werk, dan hoeft er geen belasting over te worden betaald. Nu is de verstrekking van bijvoorbeeld een i-Pad vaak nog belast, maar dat kan straks anders zijn. Werkgevers kunnen aan het personeel weer producten met korting verkopen zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte. Het wordt mogelijk om de kosten van werkkleding te vergoeden in plaats van de kleding alleen maar ter beschikking te stellen.

Voor de fiets van de zaak pakt de wijziging echter nadelig uit, omdat de vrijstelling vervalt. De waarde van de fiets gaat ten laste van de vrije ruimte, het tekort is belast tegen 80% eindheffing. Een aanscherping is verder dat de vrije ruimte wordt verlaagd van 1,5% naar 1,2%.

Het valt moeilijk op voorhand aan te geven of de werkkostenregeling voordeliger of nadeliger uit zal pakken. In z’n algemeenheid kan ervan worden uitgegaan dat als werknemers weinig kosten maken en de werkgever weinig leuke dingen doet voor het personeel, de werkkostenregeling gunstiger is.

Werkgevers die nu nog de overgangsregeling toepassen, moeten kijken naar de arbeidsvoorwaarden. Verder moeten zij hun salarisadministratie anders inrichten.

Bron: Werkkostenregeling en Rijksoverheid

Voorkomen dubbele bijtelling bij vervangende auto of vakantieauto

Als een werknemer een vervangende auto of een vakantieauto heeft, is het van belang om te voorkomen dat dubbel... Lees meer >

Als een werknemer een vervangende auto of een vakantieauto heeft, is het van belang om te voorkomen dat dubbel bijtelling betaald moet worden. Formeel is het zo dat als iemand twee auto’s ‘ter beschikking’ heeft, hij ook twee keer bijtelling moet betalen. Ook als de werknemer één auto helemaal niet gebruikt. Om te voorkomen dat de werknemer hiermee in de problemen komt bij een controle is het van belang om een ‘verklaring tijdelijk vervangend voertuig’ in te vullen.

Dit meldt Vereniging Auto van de Zaak (VAVDZ). ‘Dit formulier is tot stand gekomen uit een brancheafspraak die de Belastingdienst gemaakt heeft met de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen. Het is feitelijk geen nieuwe wet of regeling en daarmee ook geen verplichting. Het is wel een werkafspraak. Dit houdt in dat als u gebruik maart van de verklaring en hier ook naar handelt, u zeker weet dat u hier geen problemen mee krijgt bij een eventuele controle,’ aldus VAVDZ.

Verklaring Tijdelijk Vervangend Voertuig

 

Wet werk en zekerheid invullen met 7+8+8-regel

Als het wetsvoorstel Werk en zekerheid in werking treedt, heeft dit directe gevolgen voor uw HR-beleid. De ketenbepaling verandert,... Lees meer >

Als het wetsvoorstel Werk en zekerheid in werking treedt, heeft dit directe gevolgen voor uw HR-beleid. De ketenbepaling verandert, een proeftijd is bij korte contracten niet meer mogelijk en er komt een transitievergoeding bij ontslag. Met de 7+8+8-regel vult u deze bepalingen praktisch in.

Veel werkgevers zijn geen voorstander van de Wet werk en zekerheid. Zij denken dat de wet de flexibilisering van de arbeidsmarkt niet tegengaat, maar juist bevordert. Tegelijkertijd moet u maar weer een werkbaar contractenbeleid verzinnen. Een mogelijke oplossing is de 7+8+8-regel. U biedt een nieuwe werknemer in eerste instantie een arbeidsovereenkomst aan voor de duur van zeven maanden. Voldoet de werknemer, dan kunt u nog een tweede en derde contract voor acht maanden aanbieden. Een vaste aanstelling is daarna optioneel.

Ketenbepaling, proeftijd en transitievergoeding

De 7+8+8-regel heeft drie voordelen. Ten eerste duren de drie tijdelijke contracten in totaal 23 maanden waardoor u optimaal van de flexibele mogelijkheden gebruikt maakt. Onder de nieuwe regels moet u namelijk een werknemer na drie contracten of twee jaar (wat er eerder komt) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden. Ten tweede hoeft u de werknemer geen transitievergoeding te betalen als u na het derde contract besluit de samenwerking te beëindigen. Deze vergoeding betaalt u wel bij een samenwerking die twee jaar of langer duurt. Ten derde mag u in de eerste arbeidsovereenkomst van zeven maanden gewoon een proeftijd opnemen. Zoals u eerder kon lezen is de proeftijd straks niet meer toegestaan in een eerste contract van zes maanden of minder.

Vragen Eerste Kamer over Wet werk en zekerheid

Het is echter maar de vraag of de Eerste Kamer het wetsvoorstel Werk en zekerheid in de huidige vorm goedkeurt. In een voorlopig verslag (pdf) hebben meerdere politieke partijen kritische vragen gesteld over bepalingen uit het wetsvoorstel. Zij verwachten dat de regering in de komende weken een reactie geeft op de vragen. Het streven is om de eerste bepalingen per 1 juli 2014 te laten ingaan. Welke bepalingen dit zijn, kunt u lezen in het bericht ‘Wat verandert er per 1 juli 2014?’.

Nieuw besluit over de margeregeling in de btw

Op 25 juli is een nieuw besluit over de margeregeling gepubliceerd in de Staatscourant. In het besluit is nieuwe... Lees meer >
Op 25 juli is een nieuw besluit over de margeregeling gepubliceerd in de Staatscourant. In het besluit is nieuwe jurisprudentie verwerkt en zijn wijzigingen in wetgeving opgenomen. Ook zijn enkele beleidsbesluiten ingetrokken. Het nieuwe besluit is op 26 juli 2014 in werking getreden.
De margeregeling voorkomt cumulatie van btw als goederen, die al eerder zijn geleverd aan een niet-aftrekgerechtigde afnemer, terugkeren in het handelscircuit. De margeregeling houdt in dat bij de levering van deze goederen alleen btw verschuldigd is over de winstmarge van de wederverkoper.
Veranderingen.

Ten opzichte van het besluit van 4 juli 2007 is het volgende veranderd:

– De herziening van de keuze om al dan niet de margeregeling toe te passen is onder voorwaarden versoepeld. Indien een wederverkoper de toepassing van de margeregeling op zijn levering ongedaan wil maken kon dit voorheen alleen zolang de termijn voor de belastingaangifte van die levering nog niet was verstreken. In het nieuwe besluit kan de wederverkoper ook na het verstrijken van de aangiftetermijn een herstelmogelijkheid worden geboden indien:

* De naheffingstermijn (art. 20, derde lid, van de AWR) nog niet is verstreken; en
* Vaststaat dat de afnemer ter zake van de levering volledig recht op aftrek zou hebben gehad; en
* Ook overigens vaststaat dat er geen enkel risico bestaat op verlies van belastinginkomsten; en
* De wederverkoper een herstelfactuur uitreikt waarbij hij onder creditering van de eerdere factuur alsnog de btw in rekening brengt.

– De verrekeningsmogelijkheid van negatieve marges per tijdvak is ook van toepassing in de situatie dat de koper en verkoper beiden de globalisatieregeling toepassen (vaststelling winstmarge per belastingtijdvak) bij bedrijfsbeëindiging en uittreding of beëindiging fiscale eenheid.

– Ter verduidelijking is een nieuwe paragraaf opgenomen over de samenloop van de autodemontagregeling en de margeregeling.

– De paragrafen over intracommunautaire transacties met kav-goederen (bepaalde goederen waarvoor een vergunning is afgegeven dat de margeregeling daarop mag worden toegepast) zijn verduidelijkt.

– De wederverkoper die gebruik maakt van een kav-vergunning mag de btw op de (binnenlandse) aankoop en invoer van kav-goederen niet aftrekken. De belasting die de wederverkoper voor de ingangsdatum van de vergunning in aftrek heeft gebracht terzake van de aankoop of invoer van de kav-goederen , is de wederverkoper alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin de vergunning van toepassing is. In het besluit is nu opgenomen dat wanneer de wederverkoper de verschuldigde belasting niet aangeeft, de wederverkoper bij de levering van de betreffende goederen toch de kav-vergunning kan toepassen.

– Een wederverkoper is verplicht bij de aankoop van een margegoed een inkoopverklaring uit te reiken aan zijn leverancier. De grens voor afgifte van een inkoopverklaring is verhoogd van € 227 naar € 500.

– Wederverkopers die de margeregeling toepassen moeten hier voortaan op de factuur een aanduiding van opnemen. Afhankelijk van de regeling die wordt toegepast, moet op de factuur vermeld worden:

* ‘bijzondere regeling – gebruikte goederen’; of
* ‘bijzondere regeling – kunstvoorwerpen’; of
* ‘bijzondere regeling – voorwerpen voor verzameling of antiquiteiten’.

– Ter verduidelijking is opgenomen dat de margeregeling voor veilinghouders bij executoriale verkoop niet kan worden toegepast als de veilinghouder weet dat de pandgever de btw heeft afgetrokken.

Een volledig overzicht van de wijzigingen, leest u in het Besluit van 17 juli 2014, nr. BLKB 2014/546M.

Meer informatie: Rijksoverheid en Belastindienst