Nieuws

Kinderopvangtoeslag binnen 3 maanden na start aanvragen

Als uw kinderen naar de kinderopvang gaan, hebt u mogelijk recht op kinderopvangtoeslag. Vanaf 1 januari 2014 moet u... Lees meer >

Als uw kinderen naar de kinderopvang gaan, hebt u mogelijk recht op kinderopvangtoeslag. Vanaf 1 januari 2014 moet u de aanvraag indienen binnen 3 maanden na de maand dat de opvang ( een gecertificeerde instelling) van start gegaan is.

Vraagt u kinderopvangtoeslag in 2014 aan? U moet de toeslag aanvragen binnen 3 maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat. Wacht daarom niet te lang met aanvragen, anders loopt u kinderopvangtoeslag mis.

Op tijd aanvragen! Een voorbeeld:

Uw kind gaat vanaf 10 juli  2014 naar de kinderopvang. U moet dan uiterlijk 31 oktober  2014 kinderopvangtoeslag aanvragen. Als u over de maand juli kinderopvangtoeslag wenst.
Dient u de aanvraag later in, bijvoorbeeld op 30 november 2014? Dan ontvangt u over de maand juli geen kinderopvangtoeslag, maar wel over de  maanden augustus, september, oktober en november.

U kunt kinderopvangtoeslag aanvragen met Mijn toeslagen. Met Mijn toeslagen geeft u ook wijzigingen door in uw kinderopvangtoeslag.

Kinderopvangtoeslag aanvragen vanuit het buitenland

Woont of werkt u in het buitenland en wilt u kinderopvangtoeslag aanvragen? En hebt u geen DigiD? Bel dan de BelastingTelefoon Buitenland. De medewerker van de BelastingTelefoon Buitenland controleert uw gegevens en vertelt u hoe u kinderopvangtoeslag kunt aanvragen.

 

Bron: de Belastingdienst en toeslagen.nl

Feitelijk bestuurder bv terecht aansprakelijk gesteld voor niet betaalde btw-naheffingsaanslagen

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een feitelijk bestuurder van een bv terecht aansprakelijk heeft gesteld... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een feitelijk bestuurder van een bv terecht aansprakelijk heeft gesteld voor niet betaalde btw-naheffingsaanslagen. Het hof acht daarbij onder andere van belang dat de  bestuurder aanspreekpunt voor de accountant was.

Een bv maakt onderdeel uit van een groep van ondernemingen die onder meer actief is op het gebied van (internationaal) transport. De bv drijft een onderneming met als activiteiten het in- en verkopen, het huren en verhuren en leasen van transportmaterieel. In 2009 doet de accountant van de bv een melding betalingsonmacht ter zake van de btw over januari 2009. De bv wordt op 30 maart 2010 failliet verklaard.

De ontvanger stelt belanghebbende als feitelijk beleidsbepaler, aansprakelijk voor de niet betaalde btw-naheffingsaanslagen over de periode 1 januari 2008 – 31 januari 2009. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bestuurder kennelijk onbehoorlijk bestuur valt te verwijten. De betalingsonmacht is volgens de rechtbank weliswaar tijdig gedaan, maar uit het onderzoek van de FIOD blijkt dat er valse nota’s zijn opgesteld en transacties uitgevoerd waardoor de ontvanger geen verhaalsmogelijkheden meer had. Medio 2008 zijn namelijk financial leasecontracten van vrachtauto’s en opleggers omgezet in operational leasecontracten. Tevens werden daarbij de vrachtauto’s en opleggers verkocht aan de betreffende leasemaatschappijen. De facturen die hiervoor werden opgemaakt waren volgens de rechtbank niet juist. De op de facturen in de administratie van de bv vermelde bedragen zijn namelijk veelal lager dan de bedragen op de ter zake door de leasemaatschappijen opgemaakte facturen. De bestuurder is dan ook terecht aansprakelijk gesteld.

Hof Arnhem – Leeuwarden oordeelt dat de ontvanger belanghebbende terecht als feitelijk bestuurder heeft aangemerkt en aansprakelijk heeft gesteld. Het hof acht daarbij van belang dat de bestuurder aanspreekpunt voor de accountant was, door zakelijke relaties als leidinggevende werd beschouwd en dat de omzetting van financial lease in operational lease op initiatief van de bestuurder is geschied. Ten aanzien van de verkoopsommen die de bv heeft ontvangen voor de verkochte vrachtauto’s en opleggers stelt het hof vast dat deze deels zijn verrekend met achterstallige leasetermijnen en deels zijn overgeboekt naar gelieerde vennootschappen. Volgens het hof is er geen sprake van onbehoorlijk bestuur voor zover het ontvangen bedrag is verrekend met achterstallige leasetermijnen. Het hof vermindert de aansprakelijkstelling.

Bron: Accountancy Nieuws

Zwartspaarder biecht gemiddeld 500.000 euro op

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland biechten dat massaal op aan de Belastingdienst om zo mogelijke boetes te... Lees meer >

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland biechten dat massaal op aan de Belastingdienst om zo mogelijke boetes te voorkomen, aldus Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën bij RTL Z.

Volgens Wiebes hebben zich sinds september vorig jaar 7500 ‘spijtoptanten’ gemeld. Met de deadline van 1 juli in zicht kiezen steeds meer mensen eieren voor hun geld. “Het gaat steeds harder. Eerst waren het er tien per werkdag, nu zijn het er honderd. En terecht: wie zich nu niet meldt en straks gepakt wordt, loopt de kans het driedubbele te betalen.”

Opbrengst van 500.000 per spijtoptant

Zwartspaarders biechten gemiddeld 500.000 euro op, wat de fiscus gemiddeld 75.000 euro per persoon oplevert. De fiscus schat dat de 7500 spijtoptanten goed zijn voor een opgebiecht vermogen van 3,7 miljard euro. Als daar belasting over is geheven, levert dat de schatkist ongeveer 560 miljoen euro op. Precieze cijfers zijn er pas als alle verzoeken zijn behandeld en afgerond, in 2015. De opbrengst voor de schatkist zal voor een belangrijk deel in 2015 vallen.

Deadline bankgeheim

De inkeerregeling geldt nog tot 1 juli dit jaar. Wie daarna vermogen opbiecht krijgt een boete van 30 procent, vanaf 1 juli volgend jaar is de boete 60 procent. Dat is ook de datum waarop er een einde komt aan het bankgeheim binnen de Europese Unie.

Bron: Elsevier Fiscaal

De mobiele telefoon van de ondernemer

De mobiele telefoon heeft zich ontwikkeld tot een onmisbaar sociaal hulpmiddel. Je kunt er onder andere mee bellen, berichten... Lees meer >

De mobiele telefoon heeft zich ontwikkeld tot een onmisbaar sociaal hulpmiddel. Je kunt er onder andere mee bellen, berichten versturen, whatsappen, zoeken op internet, muziek luisteren en films kijken. De meeste ondernemers hebben het mobieltje op de zaak staan. Zij trekken de kosten af en verrekenen ook de btw. Maar hoe zit het eigenlijk met de privé zaken die met het mobieltje worden gedaan?

De belastingwet kent een aftrekbeperking voor de kosten van telefoonabonnementen in de woning. Maar dit geldt alleen voor de vaste telefoon. Voor de mobiele telefoon is in principe de algemene regel van toepassing dat bij gemengd privé en zakelijk gebruik alleen de kosten van het zakelijk deel aftrekbaar zijn. Een praktisch probleem hierbij is dat dit nauwelijks te bepalen is. Er kan natuurlijk een schatting worden gemaakt. Als het gebruik nauwkeurig zou worden geanalyseerd, zou het percentage zakelijk gebruik weleens tegen kunnen vallen.

Voor werknemers geldt dat het gebruik van de door de werkgever verstrekte mobiele telefoon fiscaal vrij is als deze voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Dit is een genereuze regeling. In de praktijk wordt er gemakshalve vanuit gegaan dat aan de norm wordt voldaan. De fiscus pleegt aan de controle daarvan geen tijd te verspillen.

Voor ondernemers geldt deze soepele regeling niet. Toch is het de algemene indruk dat ook bij ondernemers voor het privégebruik van het mobieltje geen bijtelling plaatsvindt en dat de fiscus dit oogluikend toestaan. Dit is terecht, want waarom zou een ondernemer op dit punt worden gediscrimineerd.

Tot slot nog dit. Er heerste in de praktijk onduidelijkheid over de vraag of iets een telefoon is of een computer. Tien jaar geleden moest een telefoon zo klein mogelijk zijn. Tegenwoordig zijn juist grote telefoons hip. Een I-pad of andere tablet is een computer en geen telefoon, ofschoon het in het gebruik in veel opzichten op een mobiele telefoon lijkt. De Belastingdienst heeft in een besluit aangegeven dat communicatiemiddelen met een beeldscherm van niet meer dan 7 inch (17,78 centimeter), diagonaal gemeten, geacht worden een telefoon te zijn. Het onderscheid is van belang vanwege de soepele norm voor het privégebruik voor mobiele telefoons.

Bron: Actuele artikelen

Akkoord over hervorming studiefinanciering

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van... Lees meer >

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van de studiefinanciering. Met de introductie van het studievoorschot maken de partijen een bedrag oplopend tot maximaal €1 miljard vrij om te investeren in beter hoger onderwijs. Het totale budget dat jaarlijks beschikbaar komt voor de bekostiging van hoger onderwijs stijgt hiermee met een bedrag dat oploopt tot meer dan 20% ten opzichte van het budget in 2014.*

Studeren loont: iemand die aan een hogeschool of universiteit studeert verdient later gemiddeld anderhalf tot twee keer zoveel als een leeftijdsgenoot die geen hoger onderwijs heeft genoten. Ook de samenleving als geheel profiteert van een goed opgeleide bevolking. Het is dan ook redelijk om de lasten te verdelen: het grootste deel van de studie wordt betaald door de overheid (ca €6500 per student per jaar), voor een deel betaalt de student mee. Dat deel wordt met de introductie van het studievoorschot iets groter maar daar krijgt de student wel iets voor terug: beter hoger onderwijs. Hiermee krijgen we een eerlijk, rechtvaardig, doelmatig en toekomstbestendig studiefinancieringsstelsel.

Beter hoger onderwijs

In totaal komt er een bedrag oplopend tot maximaal €1 miljard vrij om te investeren in beter en uitdagender onderwijs. Daarbij valt te denken aan intensievere begeleiding, meer contacturen en beloning voor wetenschappers die goed lesgeven. Ook versterking van de opleidingscommissies, meer excellentietrajecten en betere internationale studiekansen behoren tot de mogelijkheden. De investeringen worden gekoppeld aan de strategische plannen en kwaliteitsafspraken met de hogescholen en universiteiten. Om snel te kunnen beginnen met investeren financieren de hogescholen en universiteiten de eerste drie jaar €200 miljoen voor. Studenten en docenten krijgen instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begrotingen van de instellingen, omdat verbetering van kwaliteit gezamenlijke verantwoordelijkheid is van studenten, medewerkers en besturen.

Het studievoorschot bestaat voortaan uit een beurs voor studenten van wie de ouders minder dan €46.000 verdienen, een lening en een collegegeldkrediet. De aanvullende beurs kan oplopen tot €365 per maand, voor studenten met ouders die minder dan €30.000 verdienen. Boven dat inkomen loopt het bedrag terug. De maximale lening is het bedrag dat studenten nu al kunnen lenen plus eventueel het bedrag van de huidige basisbeurs (voor uitwonenden). De basisbeurs voor alle studenten, ongeacht het inkomen van hun ouders, vervalt.

Lagere aflossing

De maximale afbetalingstermijn gaat van 15 naar 35 jaar. De maandlasten bij aflossing nemen hierdoor flink af, van maximaal 12% nu naar 4% van het verzamelinkomen bij het studievoorschot. Daarnaast begint het afbetalen straks vanaf het minimumloon. Nu is dat ongeveer bij bijstandsniveau. Eerder aflossen mag natuurlijk ook en de aflossingsvrije jokerjaren die de afgestudeerde kan inzetten als hij door een dure levensfase gaat waarin hij zijn geld nodig heeft voor andere zaken (zoals jonge kinderen of de aanschaf van een huis) blijft bestaan.

Studenten met een handicap of chronische ziekte, die nu nog een jaar extra basisbeurs krijgen, worden gecompenseerd met kwijtschelding van €1200 bij een afgeronde bachelor of master.

Leven Lang Leren krijgt een belangrijke impuls met het studievoorschot. Een afgestudeerde is niet uitgeleerd als hij of zij een bachelor- of masterdiploma op zak heeft. De samenleving verandert, en de eisen die aan werknemers worden gesteld veranderen mee. Vanuit die gedachte krijgen studenten die met hun bacheloropleiding beginnen in de jaren 2015/16 tot en met 2018/19, en nog niet volop profiteren van de investeringen van de opbrengst van het studievoorschot, een tegemoetkoming in de vorm van vouchers. Hiermee kunnen ze voor €2000 inzetten voor (geaccrediteerde) bijscholing 5 tot 10 jaar na hun afstuderen. Het collegegeldkrediet wordt uitgebreid tot groepen studenten boven de 30, in vol- én deeltijd en mbo-bol.

Ov-kaart voor mbo-studenten

Het reisrecht blijft behouden en wordt zelfs uitgebreid tot mbo-studenten beneden de 18. Instellingen zijn zich aan het profileren en studenten worden geacht een bewuste studiekeuze te maken. Dit vraagt van studenten dat ze mobiel zijn, omdat ze bijvoorbeeld ook colleges buiten hun eigen instellingen volgen. Een ov-kaart hoort daarbij, ook voor de 160.000 mbo-studenten beneden de 18. Zij krijgen uiterlijk per 1 januari 2017 studentenreisrecht.

Bovendien wordt met het behoud van het reisrecht tegemoet gekomen aan een belangrijke wens van de studenten. Wel gaan we er via een beter-benutten-strategie voor zorgen dat we het reisgedrag van de studenten beter kunnen spreiden, waarmee we een extra investering van 200 miljoen euro in het onderwijs realiseren.

Het studievoorschot voor de bachelor en masterfase gaat in op 1 september 2015 voor nieuwe groepen bachelor- en masterstudenten.

*1 t.o.v. begroting 2014: bekostiging hbo en wo (incl. ‘groen’ en prestatiebekostiging) = €4,35 miljard.

Bron: DUO en Ministerie van Onderwijs

Eerste Kamer stemt in met fiscale hervorming pensioenopbouw

De veranderingen bij de pensioenopbouw, waaronder verlaging van het opbouwpercentage, treden op 1 januari 2015 in werking. De wetswijziging... Lees meer >

De parlementaire behandeling van de fiscale hervorming van de pensioenen is afgerond. Dinsdag 27 mei ging de Eerste Kamer in meerderheid akkoord met de plannen van de staatssecretarissen Eric Wiebes (Financiën) en Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Eerder stemde ook de Tweede Kamer al in met de afspraken over de fiscale behandeling van pensioenen, waarover het kabinet eind 2013 een akkoord bereikte met de Tweede Kamerfracties van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP.

De veranderingen bij de pensioenopbouw, waaronder verlaging van het opbouwpercentage, treden op 1 januari 2015 in werking. De wetswijziging hangt samen met de gestegen levensverwachting en de stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Als gevolg van de aanpassingen zullen pensioenpremies dalen, wat voor werknemers resulteert in een hoger netto loon. Dit geeft een bestedingsimpuls aan de economie. Bovendien leiden de aanpassingen tot een besparing op de Rijksbegroting die oploopt tot circa € 2,8 miljard in 2017 (structureel circa € 1,2 miljard). Daarmee is het één van de grote hervormingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher.

Gunstig voor economie en schatkist

Staatssecretaris Wiebes typeert de fiscale hervorming van de pensioenen als een ‘besparing met een positieve bestedingsimpuls’. “Mensen leven langer, hebben dus meer jaren om pensioen op te bouwen, en dan is het logisch om de pensioenopbouw over een langere periode tegen een lager percentage te organiseren. Zeker als een dergelijke wijziging niet alleen gunstig is voor de schatkist, maar ook bijdraagt aan het herstel van de economie. Een lagere pensioenpremie betekent namelijk dat mensen meer overhouden en dat leidt tot meer consumptie, een hoger bruto binnenlands product en uiteindelijk ook lagere werkloosheid”, aldus Wiebes.

Waarborgen

Ook staatssecretaris Klijnsma is verheugd dat de Eerste Kamer nu akkoord is met de fiscale hervorming van de pensioenen: “Er ligt nu een mooi en evenwichtig pakket, voor alle generaties, waarmee we zekerstellen dat mensen een goed pensioen kunnen opbouwen. En dankzij de extra waarborgen die in dit wetsvoorstel verankerd zijn regelen we niet alleen dat de pensioenpremies die mensen moeten betalen omlaag kunnen, wat weer gunstig is voor hun koopkracht, maar zorgen we er ook voor dat deelnemers en gepensioneerden meer inzicht krijgen in de kosten die de fondsen maken.”

Opbouwpercentage naar 1,875%

Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon). Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen. Diverse ingebouwde waarborgen zorgen ervoor dat de lagere pensioenopbouw doorwerkt in een daling van de pensioenpremie. Daarnaast blijft de aftopping van het pensioengevend inkomen ongewijzigd; op € 100.000 (in 2015). Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon.

Bron: De Rijksoverheid

Maak afspraken over gebruik auto tijdens vakantie

Een werknemer met een auto van de zaak kan een eigen bijdrage voor het privégebruik aan uw onderneming betalen.... Lees meer >

Een werknemer met een auto van de zaak kan een eigen bijdrage voor het privégebruik aan uw onderneming betalen. Deze mag u dan onder voorwaarden van de bijtelling aftrekken. Een van deze voorwaarden is dat u van te voren met de werknemer afspreekt dat de werknemer aan het privégebruik bijdraagt. Leg dit schriftelijk vast. Als een werknemer zijn auto voor een vakantie gebruikt, maakt hij kosten voor bijvoorbeeld benzine en tol. Heeft u hierover geen afspraken gemaakt en neemt hij de kosten voor eigen rekening tijdens de vakantie, dan is dit geen bijdrage voor privégebruik en kunt u het bedrag ook niet van zijn bijtelling aftrekken. Maakt u van tevoren wel afspraken hierover, dan kunt u de brandstof, tol- en parkeerkosten die de werknemer tijdens zijn vakantie betaalt, wel aanmerken als eigen bijdrage voor privégebruik. Deze kosten kunt u dus aftrekken van zijn bijtelling.

LET OP

De auto staat de werknemer  ook ter beschikking als de werknemer zonder de auto met vakantie gaat. Dat is zelfs het geval wanneer de werknemer zijn/haar auto op het werk laat staan. De Belastingdienst laat deze regel (mogelijk) alleen niet gelden, wanneer de werknemer verplicht is  om de auto tijdens zijn/haar vakantie in te leveren bij de werkgever en deze tijdens zijn/haar vakantie vrijelijk kan beschikken over de auto. Mocht de werknemer tijdens zijn/haar vakantie wel gebruik kunnen maken van een andere auto van de werkgever, dan moet vanzelfsprekend ook de bijtelling voor die auto worden berekend over de periode waarin  de werknemer beschikking had over die auto.

 

Bron: Auto en Fiscus

Wet werk en zekerheid door de Eerste Kamer en is een feit

De Eerste Kamer heeft op 10 juni jl. ingestemd met de maatregelen uit de Wet werk en zekerheid. Dit... Lees meer >

Eerste Kamer heeft op 10 juni jl. ingestemd met de maatregelen uit de Wet werk en zekerheid. Dit betekent dat per 1 januari 2015 de regels met betrekking tot de proeftijd en het concurrentiebeding veranderen. Per 1 juli 2015 wordt de ketenbepaling verkort en gaat het ontslagrecht op de schop.

Een meerderheid van de Eerste Kamer is vandaag akkoord gegaan met het wetsvoorstel Werk en zekerheid. Zoals u eerder heeft kunnen lezen op onze website. zijn diverse maatregelen die per 1 juli 2014 zouden ingaan opgeschoven naar 1 januari 2015.

Hierdoor zullen werkgevers met ingang van 1 januari 2015 worden geconfronteerd  met wijzigingen ten aanzien van de rechtspositie van flexwerkers. Het is van belang hierop bedacht te zijn. Indien werkgevers deze wijzigingen niet in acht
nemen, kan dat namelijk verregaande (financiële) gevolgen hebben.

Wij hebben enkele maatregelen voor u o een rijtje gezet:

Maatregelen Wet werk en zekerheid

Per 1 januari 2015

  • U mag geen proeftijd meer opnemen in een tijdelijk contract van zes maanden of korter.
  • U mag alleen een concurrentiebeding opnemen in een tijdelijk contract als dit noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen.
  • Werknemers met een contract van zes maanden of langer moet u uiterlijk een maand van tevoren schriftelijk laten weten of u het contract gaat verlengen en zo ja, onder welke voorwaarden.
  • De regels voor de loondoorbetaling bij oproepkrachten worden strenger. In het bericht ‘Nieuwe regels loondoorbetaling oproepkrachten’ leest u hier meer over. Let op, in dit bericht wordt nog wel de oude datum van inwerkingtreding genoemd.

Per 1 juli 2015

  • De ketenbepaling wordt verkort. Een werknemer heeft straks al na twee jaar (of drie tijdelijke contracten) recht op een vast dienstverband.
  • Er komen twee vaste ontslagroutes die afhankelijk zijn van de reden van het ontslag. Voor ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen of langdurend ziekteverzuim moet u straks bij UWV zijn. Voor ontslag vanwege persoonlijke redenen of een verstoorde arbeidsrelatie kunt u een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter.
  • U moet aan werknemers die uit dienst treden en een dienstverband van twee jaar of langer hebben gehad een transitievergoeding betalen. U leest hierover meer in het bericht ‘Bereken alvast de transitievergoeding’.
  • Er komt een wettelijk scholingsrecht voor werknemers. U leest hierover meer in het bericht ‘Per 1 juli 2015 verplicht investeren in scholing’.

Per 1 januari 2016

  •  De maximale duur van de WW-uitkering wordt geleidelijk verkort van 38 naar 24 maanden.

 

Handige link: Arbeidsvoorwaarden oproepkrachten , Krijg ik als oproepkracht ook loon als ik ziek ben

Vraag op tijd de subsidieregeling praktijkleren aan

Sinds 2 juni kunt u subsidie aanvragen voor leerlingen die u een praktijkleerplaats of werkleerplaats aanbiedt. De aanvraagperiode voor... Lees meer >

Zoals u eerder heeft kunnen lezen op onze website is de afdrachtvermindering onderwijs  met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft.

Sinds 2 juni kunt u subsidie aanvragen voor leerlingen die u een praktijkleerplaats of werkleerplaats aanbiedt. De aanvraagperiode voor de subsidieregeling praktijkleren loopt tot en met 15 september 2014. U ontvangt de subsidie wel pas aan het einde van het jaar.

De subsidie voor praktijkleren vraagt u per studiejaar aan. Voor de diverse categorieën werknemers – vmbo’ers, mbo’ers, hbo’ers en promovendi/toio’s – zijn de aanvraageisen anders. De subsidie wordt achteraf uitgekeerd; na afloop van het studiejaar waarin u begeleiding heeft geboden als leerbedrijf. Dient u in juni een subsidieaanvraag in omdat u een BBL-leerling bijvoorbeeld heeft begeleid van januari 2014 tot en met mei 2014, dan wordt uw aanvraag toch pas na 15 september 2014 beoordeeld.

Hoogte van het subsidiebedrag

De hoogte van het subsidiebedrag dat u krijgt, hangt af van het totaal aantal subsidieaanvragen dat is ingediend door werkgevers binnen de categorie mbo-BBL. Binnen 13 weken (na 15 september 2014) krijgt u dan te horen of de subsidie wordt toegekend en hoe hoog het bedrag is. U ontvangt de subsidie vervolgens vóór het einde van het jaar van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Zorg voor een goede administratie

Bij de aanvraag hoeft u geen documenten mee te sturen. Zorg wel dat u de benodigde stukken in uw administratie heeft. Bij een controle kan daar namelijk om gevraagd worden. Voor een BBL-leerling houdt dit bijvoorbeeld in dat u onder andere beschikt over een praktijkleerovereenkomst die u met de mbo-leerling, het kenniscentrum en de onderwijsinstelling heeft gesloten

Bron: Rijkdienst voor Ondernemend Nederland

Studentenregeling gunstig voor vakantiekracht

Als scholieren en studenten in de zomervakantie bij uw onderneming aan de slag gaan, kunt u onder voorwaarden gebruikmaken... Lees meer >

Als scholieren en studenten in de zomervakantie bij uw onderneming aan de slag gaan, kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de studenten- en scholierenregeling. Dit scheelt aanzienlijk in de af te dragen loonbelasting/premie volksverzekeringen.

‘Let goed op de bijverdiengrens van studenten’ en ‘Minimumloon bij vakantiewerk door scholieren’ dit zijn enkele punten waar u rekening mee moet houden als scholieren en studenten bij uw onderneming vakantiewerk uitvoeren. Het toepassen van de studenten- en scholierenregeling kan voordelig zijn voor de scholier.

Scholier dient een schriftelijk verzoek in

U mag de studenten- en scholierenregeling toepassen als de (ouders van de) scholieren of studenten aan het begin van het kalenderkwartaal recht hebben op kinderbijslag, studiefinanciering of een tegemoetkoming in de studie- of schoolkosten. De scholier of student moet wel een schriftelijk verzoek indienen bij uw onderneming. Hiervoor kunt u het ‘Model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ (pdf) van de Belastingdienst gebruiken. Bewaar dit formulier bij uw loonadministratie. Ook voor het beëindigen van de studenten- en scholierenregeling gebruikt u dit formulier.

Alleen voordelig als de student korter dan een kwartaal werkt

Voor het toepassen van de studenten- en scholierenregeling past u de kwartaaltabel voor de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen toe in plaats van de tabel van uw normale tijdvak. De regeling is dus alleen voordelig voor de scholier of student als hij korter dan een kwartaal bij uw onderneming werkt.

Bijverdiengrens voor 16- en 17-jarige en student

Voor jongeren die 16 of 17 jaar oud zijn, is dat niet het geval. Zij mogen per kwartaal maximaal € 1.266 netto bijverdienen. In de zomervakantie mogen ze daar bovenop nog eens € 1.300 netto extra verdienen. Verdient een jongere meer, dan vervalt de volledige kinderbijslag voor het desbetreffende kwartaal.
Voor studenten geldt dat zij maximaal € 13.729,80 bruto mogen bijverdienen om hun studiefinanciering te behouden. Als ze meer verdienen, moeten ze zelf hun studiefinanciering stopzetten met het Formulier Wijzigingen Student (pdf). Vergeet een student dit, dan moet hij het te veel ontvangen bedrag aan studiefinanciering terugbetalen