Nieuws

1 juli 2014 stijgt het wettelijk minimumloon

Per 1 juli 2014 stijgt het wettelijk minimumloon met 0,6351 procent (afgerond op 0,65 procent). Onderstaand treft u de actuele... Lees meer >

 

Iedere werknemer tot 65 jaar heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers van 23 tot 65 jaar geldt het wettelijk minimumloon (WML). Bent u jonger dan 23 jaar, dan hebt u recht op het minimumjeugdloon. Bij de hoogte van het minimumjeugdloon wordt gekeken naar hoe oud iemand is. Dat betekent dat u tot uw 23ste na iedere verjaardag recht heeft op meer loon. Als u in deeltijd werkt, dan is het bruto minimumloon evenredig lager. Als u bijvoorbeeld drie volle dagen werkt, dan hebt u recht op 3/5 van het wettelijk minimumloon. Dit geldt ook voor jongeren die gedeeltelijk leerplichtig zijn en nog enkele dagen per week onderwijs volgen. De bedragen van het minimumloon gelden voor een volledige werkweek zoals die gebruikelijk is in het bedrijf. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week.

Per 1 juli 2014 stijgt het wettelijk minimumloon met 0,6351 procent (afgerond op 0,65 procent).

Onderstaand treft u de actuele bedragen van het wettelijk minimumloon ingaande 1 juli 2014

Het bruto minimumloon en de minimumjeugdlonen bij een volledig dienstverband per 1 juli 2014:

 

Leeftijd % van het minimumloon per maand per week per dag
23 jaar en ouder 100 % 1.495,20 345,05 69,01
22 jaar 85 % 1.270,90 293,30 58,66
21 jaar 72,5 % 1.084,00 250,15 50,03
20 jaar 61,5 % 919,55 212,20 42,44
19 jaar 52,5 % 785,00 181,15 36,23
18 jaar 45,5 % 680,30 157,00 31,40
17 jaar 39,5 % 590,60 136,30 27,26
16 jaar 34,5 % 515,85 119,05 23,81
15 jaar 30 % 448,55 103,50 20,70

Het bruto minimumloon per 1 juli 2014, per gewerkt uur bij een 36-, 38- en 40-urige werkweek:

 

Leeftijd

 

 

36 uur per week

minimumloon per uur:

38 uur per week

minimumloon per uur:

 

40 uur per week

minimumloon per uur:

 

23 jaar en ouder 9,58 9,08 8,63
22 jaar 8,15 7,72 7,33
21 jaar 6,95 6,58 6,25
20 jaar 5,89 5,58 5,31
19 jaar 5,03 4,77 4,53
18 jaar 4,36 4,13 3,93
17 jaar 3,79 3,59 3,41
16 jaar 3,31 3,13 2,98
15 jaar 2,88 2,72 2,59

 

 

Plan zwaarder belasten erfgenamen familiebedrijven van de baan

Het plan van staatssecretaris Wiebes van Financiën om erfgenamen van familiebedrijven zwaarder te gaan belasten, is weer van de... Lees meer >

Het plan van staatssecretaris Wiebes van Financiën om erfgenamen van familiebedrijven zwaarder te gaan belasten, is weer van de baan. Financiën heeft het voorstel ingetrokken, na zware kritiek van onder meer VNO-NCW en tal van ondernemers.

Dit schrijft Het Financieele Dagblad. Volgens de krant heeft het ministerie laten weten dat er geen voornemens zijn om de regeling nog deze kabinetsperiode aan te passen. In plaats van een belastingverhoging kondigt een woordvoerder juist een belastingverlaging aan: de brede herziening van het fiscale stelsel die het kabinet voorbereidt, ‘zal per saldo gepaard gaan met belastingverlaging voor burgers en bedrijven’.

Er barstte kritiek los op het plan van Wiebes, dat eerder werd gelanceerd in een brief aan de Tweede Kamer. In de brief liet Wiebes weten dat hij wil kijken of de bestaande vrijstelling kan worden vervangen door een lager vrijstellingstarief of een betalingsregeling. Hierop zeiden ondernemingsorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland ‘verbijsterd’ te zijn over het plan om erfgenamen van familiebedrijven zwaarder te gaan belasten. Ook Register Belastingadviseurs pleitte voor behoud van de regeling. Zelfs Wiebes’ eigen VVD nam bij monde van Kamerlid Helma Nepperus afstand van de plannen van de staatssecretaris.

Bron: Accountancy Nieuws

Per 1 juli 2014 vervalt de verruiming van de inkeer-regeling

Regelmatig is in de krant te lezen hoeveel mensen het tot dan toe verzwegen vermogen hebben gemeld bij de... Lees meer >

Regelmatig is in de krant te lezen hoeveel mensen het tot dan toe verzwegen vermogen hebben gemeld bij de Belastingdienst. Tot 1 juli aanstaande kent de zogenaamde inkeerregeling een tijdelijke versoepeling. Zij die nog willen inkeren moeten dan ook snel zijn en wel om een tweetal redenen: 1. er staat nieuwe wetgeving op stapel over de termijn waarover nagevorderd kan worden; 2. de soepelere inkeerregeling loopt op 1 juli 2014 ten einde.

De Belastingdienst kan navorderingsaanslagen opleggen over een termijn van 5 jaar indien u een onjuiste of onvolledige aangifte heeft ingediend. Deze navorderingsaanslag ziet dan op de verschuldigde belasting die niet is betaald. Betreft het in het buitenland aangehouden vermogen, dan geldt een navorderingstermijn van zelfs 12 jaar.

Zoals hiervoor aangegeven, staat er wetgeving op stapel om deze termijn van 12 jaar niet alleen voor vermogen aangehouden in het buitenland te hanteren, maar ook voor vermogen binnen onze eigen landsgrenzen.

De navorderingsaanslag wordt opgelegd inclusief belastingrente en afhankelijk van de situatie ook een vergrijpboete. Deze laatste wordt opgelegd als er sprake is van opzet of grove schuld bij het niet op juiste wijze doen van aangifte. De vergrijpboetes kunnen oplopen tot 100% van het verschuldigde belastingbedrag indien sprake is van box 1 of box 2 inkomen. Als sprake is van box 3 inkomen (vermogen) kan het percentage zelfs oplopen tot 300% van het verschuldigde belastingbedrag.

Degenen die vrijwillig aangifte doen of verbeteringen indienen, de zogenaamde inkeerders, kunnen een vergrijpboete mogelijk voorkomen.

Zoals gezegd, kennen we een soepelere inkeerregeling tot 1 juli 2014. Wordt vóór die tijd ingekeerd, dan wordt géén vergrijpboete opgelegd. Wel wordt belastingrente in rekening gebracht over de alsnog af te dragen belasting.

Na 1 juli 2014 en tot 1 juli 2015 blijft het mogelijk om in te keren. Echter de versoepeling zoals hiervoor omschreven is dan vervallen. We moeten dan weer werken met de regeling van vóór de versoepeling. Dat houdt in dat als binnen twee jaar nadat een belastingplichtige een onjuiste of onvolledige aangifte heeft ingediend, hij vrijwillig inkeert geen boete wordt opgelegd. Daarna kan alleen sprake zijn van een matiging van de vergrijpboete bij inkeer. De boete zal normaal 30% bedragen over het verschuldigde inkomen en/of vermogen dat niet of onjuist is aangegeven. Vanaf 1 juli 2014 zal deze boete 60% bedragen.

Bron: Actuele artikelen

Overzicht van de per 1 januari 2014 geldende fiscale faciliteiten voor zuinige auto’s

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) houdt rekening met een overschrijding van de geraamde budgetten voor de MIA en de Vamil in... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) houdt rekening met een overschrijding van de geraamde budgetten voor de MIA en de Vamil in verband met de sterk toegenomen verkoop van elektrische auto’s. Maar definitieve cijfers zijn er nog niet. Dit heeft hij geantwoord op de vragen van het Tweede Kamerlid Neppérus (VVD) naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van 29 maart 2014, waarin werd gesteld dat de geraamde budgetten fors zouden zijn overschreden.

Op verzoek van het Kamerlid geeft Wiebes ook een overzicht van de per 1 januari 2014 geldende fiscale faciliteiten voor zuinige auto’s.

Deze luiden als volgt:

MRB

In 2013 gold een vrijstelling voor benzineauto’s met een CO2-uitstoot van ten hoogste 110 gr/km en dieselauto’s met een CO2-uitstoot van ten hoogste 95 gr/km. In 2014 en 2015 is deze vrijstelling alleen nog van toepassing voor auto’s met een CO2-uitstoot van ten hoogste 50 gr/km.

Bijtelling privégebruik auto van de zaak

Op dit moment geldt een bijtellingpercentage voor de auto van de zaak van 20% voor zuinige auto’s en een percentage van 14% voor zeer zuinige auto’s. De CO2 –grenzen op basis waarvan de kwalificatie “(zeer) zuinig” bepaald wordt, worden sinds 2013 jaarlijks aangepast. Daarnaast was er vanaf 2010 een tijdelijke bijtelling van 0% voor nulemissieauto’s van toepassing. Vanaf 2012 was de tijdelijke bijtelling van 0% van toepassing op nulemissieauto’s en op auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km. Met ingang van 2014 is deze nihil-bijtelling gewijzigd in 4% voor nulemissieauto’s (volledig elektrische auto’s) en 7% voor auto’s met een CO2-uitstoot tussen 1 en 50 gr/km. Deze bijtelling van 4% respectievelijk 7% geldt tot en met 2015.

BPM

Voor 2014 geldt er een vrijstelling voor personenauto’s die uitgerust zijn met:

– een benzinemotor met een CO2-uitstoot van maximaal 88 gr/km;

– een dieselmotor met een CO2-uitstoot van maximaal 70 gr/km; Vanaf 2015 is op basis van de Begrotingsafspraken 2014 een verhoging van de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) doorgevoerd door de introductie van een extra schijf aan de onderkant die aanvangt bij 1 gr/km CO2-uitstoot met een tarief van € 6 per gr/km CO2- uitstoot tot en met 82 gr/km, in combinatie met een vaste voet van € 175.

Als gevolg van deze voorstellen wordt de vrijstelling van de BPM in 2015 beperkt tot nulemissieauto’s. Voor de overige auto’s geldt dan een progressief tarief (4 schijven) afhankelijk van de CO2-uitstoot. Deze schijfgrenzen worden jaarlijks naar beneden bijgesteld.

MIA

De MIA is met ingang van 2014 beperkt tot auto’s met een maximale CO2-uitstoot van 50 gr/km.

Bron: Elsevier Fiscaal

Ondernemerschap ZZP-ers in de zorg

Veel zorgverleners hebben er uit vrije wil of door de omstandigheden gedwongen voor gekozen hun diensten als ZZP-er aan... Lees meer >

Veel zorgverleners hebben er uit vrije wil of door de omstandigheden gedwongen voor gekozen hun diensten als ZZP-er aan te bieden. Een ZZP-er heeft niet de uitgebreide rechtsbescherming die een werknemer heeft. Hij of zij heeft geen ontslagbescherming, er is geen CAO van toepassing en er worden ook geen pensioenpremies afgedragen. De positie van de ZZP-er lijkt weinig benijdenswaardig. Maar tegenover de genoemde nadelen staan de fiscale voordelen, waardoor er tot een inkomen van circa € 20.000 geen inkomstenbelasting hoeft te worden betaald.

Volgens de fiscale normen kan er sprake zijn van een materiële dienstbetrekking, ook al is geen formele arbeidsovereenkomst afgesloten. Omdat niet op voorhand duidelijk is of een zorgverlener (materieel) in dienstbetrekking staat tot de opdrachtgever, kan een VAR-verklaring worden aangevraagd. Daarin bevestigt de Belastingdienst de zelfstandigheid en loopt de opdrachtgever niet het risico dat hij achteraf met naheffingen wordt geconfronteerd. Omdat er in de ogen van de Belastingdienst misbruik werd gemaakt van de VAR, werden vanaf 2013 geen VAR-verklaringen in de zorg meer afgegeven. Dit had te maken met de strijd tegen de zogenoemde schijnzelfstandigheid.

Wat was er aan de hand? De ZZP-ers werkten via bemiddelingsbureaus. Hierdoor was in de ogen van de fiscus geen sprake van zelfstandigheid. De opdrachtgevers hebben vervolgens de samenwerking beëindigd waardoor de betrokken ZZP-ers hun werk zijn kwijtgeraakt. De meningen zijn trouwens verdeeld over de vraag of het werken via een bureau betekent dat men fiscaal geen ondernemer kan zijn.

De sector heeft contact gezocht met de politiek, wat heeft geleid tot een groot aantal kamervragen. Uit de daarop gegeven antwoorden kan worden afgeleid dat een praktisch probleem was dat individuele zorgverleners niet rechtstreeks konden contracteren met het zorgkantoor. Hierdoor waren zij aangewezen op bemiddelingsbureaus. De fiscus vindt dat een bemiddelingsbureau in werkelijkheid een uitzendbureau is en uitzendkrachten zijn in loondienst van het bureau. Inmiddels is het voor ZZP-ers mogelijk gemaakt zelf te kunnen contracteren met het zorgkantoor. Voor sommigen zal dat een oplossing zijn. Maar gezien de aangekondigde reorganisaties in de zorg is de ellende voor de zorg-ZZP-ers nog lang niet voorbij.

Naar aanleiding van de commotie in de samenleving en het parlement is het kabinet tot het inzicht gekomen dat de problematiek van de ZZP-ers in de zorg breder moet worden bezien. Besloten is een ambtelijke taskforce in te stellen die over deze kwestie advies zal uitbrengen.

Bron: Actuele artikelen

Schenken populair door de fiscaal gunstige regeling eigenwoningschenking

Tot en met 31 december 2014 kan de eigenwoningschenking van maximaal 100.000 euro nog belastingvrij nog worden gedaan. Maar... Lees meer >

Tot en met 31 december 2014 kan de eigenwoningschenking van maximaal 100.000 euro nog belastingvrij nog worden gedaan. Maar nu al is de eigenwoningschenking een doorslaand succes. ‘We zien dat schenken nog nooit zó populair was’, zegt Lucienne van der Geld van Netwerk Notarissen.

Netwerk Notarissen deed voor de tweede keer een steekproef naar de eigenwoningschenking. Uit de recente steekproef blijkt onder meer dat het vooral ouders zijn die de eigenwoningschenking aan hun kinderen doen. Kinderen gebruiken de ontvangen eigenwoningschenking vooral om ermee af te lossen op de hypotheek. Er wordt gemiddeld 60.000 euro geschonken.

Steekproef

Uit een steekproef onder tien van de bij Netwerk Notarissen aangesloten notariskantoren blijkt dat het vooral ouders zijn die de eigenwoningschening doen aan hun kinderen. Er mag maximaal 100.000 euro belastingvrij voor de eigen woning worden geschonken; dat doet 44% van de schenkers. Het gemiddelde bedrag dat wordt geschonken is ruim 60.000 euro. De schenking wordt door de ontvangers vooral gebruikt om af te lossen op de hypotheek (45%), een huis mee te kopen (19%) of het huis te verbouwen (14%). De eigenwoningschenking kan ook worden gebruikt om een eerdere lening die de ouder aan het kind deed voor het huis om te zetten in een schenking. Van deze mogelijkheid maakt 18% gebruik.

Schenkgedrag in de hand gewerkt

‘De eigen-woning-schenking is een succes. Vooral omdat deze veel toepassingen heeft’, aldus Lucienne van der Geld. In de praktijk wordt de belastingvrije schenking namelijk ook ingezet om het vermogen te verminderen in het kader van de AWBZ-zorgbijdrage. Maar ook ouders die bij een kind in huis gaan wonen doen de belastingvrije schenking als bijvoorbeeld het huis moet worden aangepast. ‘Het lijkt inmiddels of we schenkers moeten gaan afremmen. Schenken moet je alleen doen als je er voldoende geld voor hebt. Als ze later financieel krap komen te zitten, dan kunnen ze de schenking niet meer terugdraaien. We komen hiermee op het klassieke schenkersdilemma: moet je je al uitkleden voordat je naar bed gaat?’ Schenkers die nog gebruik willen maken van de fiscaal gunstige regeling hebben nog ruim zeven maanden de tijd. ‘Er wordt gefluisterd dat de regeling misschien wel verlengd gaat worden. Als dit al zo is, dan wordt dat pas eind 2014 bekend.’

Niet alleen maar voordelen

De eigenwoningschenking wordt vooral gebruikt om af te lossen op de hypotheek. Dit klinkt leuk maar betekent wel dat je minder hypotheekrenteaftrek hebt. En als je een volgend huis koopt, is je ‘eigenwoningreserve’ door die schenking groter geworden en daarmee krijg je ook een lagere eigenwoninglening wat minder aftrek betekent. ‘Hier geldt echter dat het nadeel ook een voordeel heeft. Door te schenken verlagen de ouders hun box-3-vermogen en betalen ze minder inkomstenbelasting. Bovendien wordt als ze doodgaan over het kleinere vermogen door de kinderen minder erfbelasting betaalt.’

Uit de steekproef blijkt dat 20% van de schenkende ouders niet aan alle kinderen hetzelfde bedrag schenkt. Dit kan later voor problemen bij de erfenis zorgen, weet Van der Geld. ‘Er wordt wel eens ‘scheef’ geschonken omdat het ene kind het geld harder nodig heeft dan het andere kind of omdat niet alle kinderen een eigen woning hebben. Dit heeft wel consequenties voor de erfenis van de ouders. Want hoe hebben zij de schenking bedoeld: als een voorschot op de toekomstige erfenis of niet? Ouders kunnen bij de schenking vastleggen dat de schenking met de erfenis moet worden verrekend. Hiermee wordt de ongelijke behandeling van de kinderen weer recht getrokken.’

Bron: Accountancy Nieuws

Actiepunten voor 1 juli 2014

De proeftijd, het concurrentiebeding en de aanzegplicht wijzigen al vanaf 1 juli 2014. De grootste wetswijzigingen met betrekking tot... Lees meer >

Ziet u door de bomen het bos niet meer als het gaat om de Wet Werk en Zekerheid? De wet moet nog goedgekeurd worden door de Eerste Kamer, maar nu is al zeker dat de gevolgen ingrijpend zijn. De proeftijd, het concurrentiebeding en de aanzegplicht wijzigen al vanaf 1 juli 2014. De grootste wetswijzigingen met betrekking tot het ketenbepaling en het ontslagrecht hebben een ingangsdatum van 1 juli 2015. Wat betekent dat allemaal voor uw onderneming?

Hieronder ziet u een overzicht met belangrijke actiepunten. Voer deze actiepunten uit en dan weet u zeker dat u vanaf 1 juli 2014 voldoet aan de nieuwe wet.

Actiepunten voor 1 juli 2014

  • Check arbeidsovereenkomsten van werknemers die na 1 juli 2014 in dienst komen op het onderdeel proeftijd. Bij arbeidscontracten voor bepaalde tijd die korter duren dan zes maanden is geen proeftijd toegestaan.
  • Controleer arbeidsovereenkomsten van werknemers die met ingang van 1 juli 2014 in dienst komen op het onderdeel concurrentiebeding. Arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd mogen geen concurrentiebeding meer bevatten. De wet laat een uitzondering toe, maar dan moet uit de tekst van het beding zelf blijken dat het beding ‘noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen of dienstbelangen’.
  • Zet in de agenda een reminder voor de einddatum van medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Voor de arbeidsovereenkomsten met bepaalde tijd, van zes maanden of langer moet de werkgever een maand voor einddatum van de overeenkomst schriftelijk laten weten of het contract wordt verlengd en onder welke voorwaarden.

Deze regel geldt ook voor arbeidsovereenkomsten die voor 1 juli 2014 zijn aangegaan en na 1 juli 2014 aflopen. Hiervan zijn uitgezonderd arbeidsovereenkomsten die eindigen tussen 1 juli 2014 en augustus 2014. Als de werkgever zich niet houdt aan deze aanzegtermijn moet hij de werknemer een vergoeding betalen van een maandsalaris, ook als het contact wordt voorgezet. Als de werkgever te laat is, wordt de vergoeding naar rato berekend.

Actiepunten voor 1 juli 2015

Per 1 juli 2015 vinden grote wijzigingen plaats in de ketenbepaling en het ontslagrecht. Het lijkt nog ver weg. Toch is het verstandig om de gevolgen van de nieuwe wet op de bedrijfsvoering op tijd in te schatten. Dit zijn de actiepunten.

  • Maak een lijst van alle medewerkers met een contract voor bepaalde tijd. Tot 1 juli 2015 kunnen drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten worden aangeboden in drie jaar.  Vanaf 1 juli 2015 kan een werkgever nog steeds drie tijdelijke contracten aanbieden alleen is de tijd beperkt tot twee jaar.
  • Bekijk hoe je bedrijf omgaat met seizoengebonden arbeid. Tot 1 juli 2015 begint een nieuwe keten van tijdelijke overeenkomsten als er een periode van drie maanden tussen heeft gezeten. Vanaf 1 juli 2015 wordt de drie maanden zes maanden. Deze wijziging heeft veel invloed op bedrijven die gebruik maken van seizoensgebonden arbeid.
  • Zorg voor goede personeelsdossiers en scholing. Bij de nieuwe ontslagwetgeving is goede opbouw van het personeelsdossier van belang. Ook geldt de plicht om werknemers scholing aan te bieden. Wil een werkgever een werknemer na 1 juli 2015 ontslaan wegens slecht functioneren? Dan moet de scholing op orde en op niveau zijn.

Mocht u vragen hebben dan staan onze collega’s u graag ter woord.