Nieuws

Meer informatieplicht bij lening eigen BV of ouders

Belastingplichtigen moeten ieder jaar veel informatie aan de Belastingdienst verstrekken om er voor te zorgen dat de overheidslasten zo... Lees meer >

Belastingplichtigen moeten ieder jaar veel informatie aan de Belastingdienst verstrekken om er voor te zorgen dat de overheidslasten zo eerlijk mogelijk worden verdeeld. Denk aan de aangifte voor de loonbelasting, omzetbelasting en inkomstenbelasting. Daarnaast dient er een goede administratie bijgehouden te worden die de Belastingdienst in staat moet stellen om de diverse aangiften adequaat te controleren. In bepaalde gevallen is er een extra informatieverplichting bijgekomen.

Sinds 2013 gelden er aangepaste eisen voor een lening die men wil aanmerken als eigenwoningschuld. Het voordeel van een eigenwoningschuld is de aftrekbaarheid van de rente. Wil er sprake zijn van aftrekbare rente, dan worden er voor leningen die niet onder het overgangsrecht vallen extra eisen gesteld aan de lening. Natuurlijk moet de lening zijn aangegaan met het oog op het verwerven, onderhouden dan wel verbeteren van de woning. Verder moet de lening, in tegenstelling tot de leningen die onder het overgangsrecht vallen, ten minste annuitair en in ten hoogste 360 maanden worden afgelost. Een andere eis die voor het eerst gaat spelen in 2014, is de verplichting om informatie omtrent de lening door te geven aan de Belastingdienst. Het gaat dan om leningen die worden afgesloten bij bijvoorbeeld de eigen BV of bij ouders.

Als men geld leent bij de eigen BV of ouders voor de aanschaf van de woning moet men, als men geen beroep kan doen op de overgangsregeling, voor of uiterlijk bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting een apart formulier invullen met daarop alle informatie omtrent die lening. Het gaat dan om zaken als datum aangaan lening, startbedrag van de lening, verschuldigde rentepercentage, looptijd en aflossingsverplichtingen. Ondernemers krijgen vaak uitstel voor het indienen van hun aangifte. Zij moeten extra opletten. Als de aangifte over 2013 pas in 2015 wordt ingediend, moeten zij het betreffende informatieformulier voor 31 december 2014 aan de Belastingdienst toezenden.

Als u de Belastingdienst hebt geïnformeerd, moet u ook in de daarop volgende jaren eventuele wijzigingen doorgeven. De deadline hiervoor is veel korter. De wijziging moet namelijk uiterlijk binnen 1 maand na afloop van het kalenderjaar zijn doorgegeven.

Als de informatie niet tijdig wordt doorgegeven, mag u de rente over het betreffende jaar niet meer in aftrek brengen. Met ingang van het jaar waarover de informatie wel tijdig is verstrekt, mag de rente weer wel in aftrek worden gebracht.

Let op de deadlines! Het is dus verstandig om tijdig met ons contact op te nemen om te kijken of u ook te maken hebt met de nieuwe informatieplicht en wat dit voor u betekent.

Bron: Actuele artikelen

Fiscus mag gegevens KLPD gebruiken voor opleggen LB-naheffingsaanslagen

Aan de werknemer is een auto ter beschikking gesteld door zijn werkgever. De werknemer beschikt over een Verklaring geen... Lees meer >

Rechtbank Zeeland – West-Brabant heeft geoordeeld dat een werknemer niet heeft bewezen dat hij minder dan 500 privé km’s met de auto van de zaak heeft gereden. De inspecteur mag voor het opleggen van de naheffingsaanslagen gebruik maken van de gegevens van het KLPD.

Aan de werknemer is een auto ter beschikking gesteld door zijn werkgever. De werknemer beschikt over een Verklaring geen privégebruik auto. Uit een onderzoek van de inspecteur blijkt echter dat er hiaten zitten in de rittenadministratie. Zo blijkt uit gegevens van het KLPD dat de auto van de werknemer meerdere malen op de A2 is gesignaleerd, terwijl hij volgens zijn rittenadministratie op die momenten ergens anders met de auto had gereden, of geheel niet met de auto had gereden. De inspecteur legt LB-naheffingsaanslagen op aan de werknemer. De man stelt echter dat het gebruik van (foto)camerabeelden van het KLPD in strijd is met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wet BP).

Rechtbank Zeeland – West-Brabant oordeelt dat het niet in strijd met de Wet BP is dat het KLPD camerabeelden aan de inspecteur verstrekt. De rechtbank wijst er hierbij op dat het KLPD op grond van art. 55 AWR verplicht is tot het verstrekken van de camerabeelden. Volgens de rechtbank heeft de werknemer niet het bewijs geleverd dat met de auto minder dan 500 km privé is gereden. Ook is het systeem van kentekenherkenning volgens de rechtbank niet in strijd met het EVRM, zodat de inspecteur gebruik mag maken van deze gegevens voor het opleggen van de boete. De aanslagen en de boetes blijven in stand.

Fiscale voordelen voor onderzoek en ontwikkeling

Innovatie is belangrijk voor de toekomst van Nederland. Daarom heeft de regering allerlei fiscale regelingen getroffen om dit te... Lees meer >

Innovatie is belangrijk voor de toekomst van Nederland. Daarom heeft de regering allerlei fiscale regelingen getroffen om dit te stimuleren. Een ondernemer die persoonlijk speur- en ontwikkelingswerk verricht, heeft recht op extra zelfstandigenaftrek. Deze aftrek geldt als in principe fulltime in de onderneming wordt gewerkt en bovendien op jaarbasis minimaal 500 uur wordt besteed aan werk dat bij een zogenoemde S&O-verklaring is aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk. De aftrek bedraagt € 12.310. Dit wordt ook wel de ‘Willy Wortel-regeling’ genoemd. De genoemde verklaring moet worden aangevraagd bij RVO.nl. Tot voor kort heette dit AgentschapNL, daarvoor CenterNovem. Bij deze instelling werken technische mensen die een en ander kunnen beoordelen.

Als onderzoek wordt gedaan door personeel is er een korting op de af te dragen loonheffing. Deze faciliteit heet Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO). In 2014 kan de werkgever een afdrachtvermindering van 35% toepassen op het totale S&O-loon tot een grens van € 250.000. Bij een aan deze werkzaamheden toe te rekenen loonsom van € 100.000 bedraagt het fiscale voordeel dus € 35.000. Ook hiervoor moet een S&O-verklaring worden aangevraagd. Als een subsidieadviseur zijn diensten aanbiedt (vaak op no cure-no pay basis) gaat het vaak over deze faciliteit. Bij de aanvraag kan de adviseur een belangrijke rol spelen. Een goed gemotiveerd verzoek maakt grotere kans op toekenning. De regeling stelt eisen aan de inrichting van de (uren)administratie. Voor het kunnen aantonen van de S&O-uren moet een projectadministratie worden gevoerd.

Als u als ondernemer een uitvinding heeft gedaan, kunt u profiteren van de innovatiebox. Hiervoor is vereist dat de uitvinding tot aanwijsbare omzet leidt. Dit kunnen royalty’s zijn, maar ook omzet van producten en diensten waarin de uitvinding is toegepast. Het fiscale voordeel bestaat uit een effectief vennootschapsbelastingtarief van slechts 5% over de aan de uitvinding toerekenbare opbrengsten. Deze faciliteit beperkt zich tot de vennootschapsbelasting. Dit betekent dat eenmanszaken en vof’s er niet voor in aanmerking komen. Dit kan een reden zijn om een eenmanszaak of firma om te zetten in een BV door middel van de zogenoemde geruisloze inbreng, waardoor de wijziging van rechtsvorm niet gepaard gaat met fiscale heffingen. De BV treedt fiscaal in de voetsporen van de onderneming. Ook voor de innovatiebox speelt RVO.nl een rol.

Bron: Actuele artikelen

Belastingdienst breidt vooraf ingevulde aangifte uit

Vanaf 1 maart stelt de Belastingdienst voor miljoenen Nederlanders de vooraf ingevulde belastingaangifte ter beschikking. Dit jaar is de... Lees meer >

Vanaf 1 maart stelt de Belastingdienst voor miljoenen Nederlanders de vooraf ingevulde belastingaangifte ter beschikking. Dit jaar is de aangifte voor ongeveer zes miljoen particulieren volledig vooraf ingevuld. Voor ongeveer vier miljoen mensen is de aangifte gedeeltelijk ingevuld.

Nieuw is dat de fiscus dit jaar ook de aftrekbare premies arbeidsongeschiktheidsverzekeringen vooraf invult. Mensen hoeven de aangifte alleen nog maar te controleren, wijzigen of aan te vullen en deze uiterlijk 1 april 2014 in te dienen.

De service- en controlethema’s van dit jaar zijn zorgkosten zoals dieetkosten en medicijnen, hypotheekverhoging, persoonsgebonden budget, gastouders, giften en vermogen in het buitenland. Net als vorig jaar heeft de Belastingdienst meerdere service- en controlethema’s. Over deze thema’s krijgen de mensen die daarmee te maken hebben, extra informatie via een brief. Daarin wordt meer uitleg gegeven over onderwerpen uit de aangifte waarbij relatief vaak fouten worden gemaakt bij het invullen.

Aangifte-app

Dit jaar stelt de Belastingdienst voor het eerst een aangifte applicatie beschikbaar voor de tablet: de Mijn aangifte-app. Het is een proef. De app is in eerste instantie alleen geschikt voor de  eenvoudige aangifte, die volledig vooraf is ingevuld en waarin niets gewijzigd of aangevuld hoeft te worden. Na de aangifteperiode wordt de proef geëvalueerd. De app is vanaf 1 maart maximaal 200.000 keer te downloaden.

Zo snel mogelijk duidelijkheid

Belastingplichtigen die vóór 1 april a.s. aangifte doen, krijgen in veel gevallen al voor 1 juli een definitieve aanslag. Vorig jaar ontvingen ruim 2,4 miljoen mensen voor 1 juli  een definitieve aanslag in plaats van eerst een voorlopige. Ook dit jaar is zo snel mogelijk duidelijkheid bieden een belangrijk streven van de Belastingdienst.

Welke gegevens vult de fiscus zoal vooraf in?

• Loon, uitkeringen, pensioenen  • De meeste heffingskortingen  • Hypotheeksaldo en hypotheekschuld en WOZ-waarde van de eigen woning  • Gegevens van overige onroerende zaken in Nederland  • Ingehouden dividendbelasting  • Lijfrentepremies  • Ontvangen studiefinanciering en de studieperiode  • Banksaldi en spaartegoeden  • Waarde effectenportefeuilles  • Leningen en andere schulden  • Buitenlandse (Belgische en Duitse) pensioenen  • Premies AOV (Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen)  • Buitenlandse rekeningen  • De naam van degene van wie u een persoonsgebonden budget ontvangt

Bron: Ministerie van Financiën

Wat verandert er vanaf 1 juli 2014

Onlangs heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet werk en zekerheid. Als de Eerste Kamer ook akkoord gaat... Lees meer >

Onlangs heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet werk en zekerheid. Als de Eerste Kamer ook akkoord gaat met de maatregelen, staan er een aantal grote wijzigingen op stapel. Een deel van deze wijzigingen treedt al in werking per 1 juli 2014. Bereid u dus op tijd voor!

Door de invoering van de Wet werk en zekerheid gaat het ontslagrecht op de schop en gelden er straks strengere voorwaarden voor het werken met flexwerkers. De belangrijkste wijzigingen uit deze wet – zoals de hervorming van het ontslagrecht en de verkorting van de ketenbepaling – treden pas in werking per 1 juli 2015. De onderstaande maatregelen gaan echter al per 1 juli 2014 in:

  • Er komt een wettelijke aanzegtermijn voor tijdelijke contracten van zes maanden of langer. Hierover kon u meer lezen in het bericht ‘Per 1 juli aanzegtermijn bij tijdelijk contract’. Let op, hoewel de officiële datum van inwerkingtreding van dit voorstel 1 juli 2014 is, geldt er voor bestaande tijdelijke contracten een overgangsregeling. Sluit u vóór 1 juli 2014 een tijdelijk contract dat tijdens de looptijd deze datum overschrijdt, dan hoeft u pas per 1 augustus rekening te houden met de aanzegtermijn.
  • U mag geen proeftijd meer opnemen in een tijdelijk contract van zes maanden of korter.
  • U mag alleen een concurrentiebeding opnemen in een tijdelijk contract als dit noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen. U moet dit belang onderbouwen in het beding. Hierover kon u meer lezen in het bericht ‘Concurrentiebeding moet u straks onderbouwen’. Let hier overigens ook op bij contracten die u per 1 juli 2014 verlengt!

Denk ook alvast na over de einddatum van tijdelijke contracten

De verkorting van de ketenbepaling gaat pas in per 1 juli 2015. Toch is het belangrijk om ook hier op tijd over na te denken. Inventariseer welke werknemers in uw organisatie een tijdelijk contract hebben en wat de einddatum hiervan is. De nieuwe ketenbepaling geldt alleen voor contracten die u per 1 juli 2015 sluit. Voor contracten die tijdens de looptijd deze datum overschrijden, gelden de oude regels en mag u dus nog de maximale termijn van drie jaar aanhouden. Sluit u bijvoorbeeld per 1 juli 2014 een tweede jaarcontract met een werknemer (waarvan de einddatum 30 juni 2015 is), dan kunt u per 1 juli 2015 niet een nieuw jaarcontract met hem aangaan. Wilt u de werknemer in dienst houden, dan zult u hem in dat geval een vast dienstverband moeten geven. Een mogelijke manier om hiermee om te gaan, is om de einddatum van het contract op 29 juni 2015 te zetten, zodat u op 30 juni 2015 nog een nieuw contract kunt sluiten.