Nieuws

Kabinet: hardere aanpak frauduleuze faillissementen

De mogelijkheden om via het strafrecht harder en effectiever op te treden tegen frauduleuze faillissementen worden verruimd. Dit blijkt... Lees meer >

De mogelijkheden om via het strafrecht harder en effectiever op te treden tegen frauduleuze faillissementen worden verruimd. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie waarmee de ministerraad heeft ingestemd. Het wetsvoorstel is onderdeel van het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht dat het faillissementsrecht grondig wil moderniseren om het ondernemersklimaat in Nederland gezond te houden.

De nieuwe regeling voorziet in een modernisering van de faillissementsdelicten in het Wetboek van Strafrecht. Deze modernisering vindt plaats in bijna alle bestaande strafbepalingen, met het oog op verbetering van de bruikbaarheid en verhoging van de effectiviteit. Ook worden enkele nieuwe strafbaarstellingen voorgesteld.

Fraudeurs ontspringen nu vaak de dans als de curator een lege boedel aantreft. Activa van de onderneming blijken voor het intreden van het faillissement al weggesluisd en er is opzettelijk geen administratie gevoerd. Dit maakt ‘terugrechercheren’ moeilijk. Om dit laakbare handelen, waarachter vaak ook andere fraude schuil gaat, beter te kunnen bestrijden komt er een aparte strafbaarstelling van overtreding van de administratieplicht bij faillissement met een maximum van twee jaar gevangenisstraf. Die strafbaarstelling biedt tevens een aanknopingspunt om de gang van zaken rond een faillissement te onderzoeken en eventuele fraudepraktijken bloot te leggen.

Verder stelt het kabinet voor frauduleus handelen strafbaar te stellen waardoor een onderneming in ernstige financiële problemen komt, zonder dat daadwerkelijk een faillissement is gevolgd. Dergelijk handelen wordt gestraft met twee jaar gevangenisstraf; is er sprake van persoonlijke verrijking, dan gaat de straf omhoog naar maximaal vier jaar gevangenisstraf. Dit maakt het ook mogelijk om met vroegtijdig strafrechtelijk ingrijpen een faillissement te voorkomen of in ieder geval de schade te beperken.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Bron: Ministerie van Justitie

Overzicht wat er is verandert in 2014

In 2014 veranderen een aantal belastingregels. Hieronder vindt u de belangrijkste veranderingen en wat ze in het kort inhouden.... Lees meer >

In 2014 veranderen een aantal belastingregels. Hieronder vindt u de belangrijkste veranderingen en wat ze in het kort inhouden.

Wilt u meer weten over deze maatregelen, kijk dan op www.rijksoverheid.nl, www.antwoordvoorbedrijven.nl of www.rijksfinancien.nl. U kunt ook het Belastingplan 2014 downloaden.

De belangrijkste veranderingen zijn:

veranderingen voor werkgevers
aangifte btw en opgaaf ICP met SBR
btw-teruggaven voortaan op 1 rekeningnummer
‘Aangiftebrief Omzetbelasting’ afgeschaft
btw-integratieheffing vervalt
verlaagd btw-tarief voor renovatie en herstel verlengd
digitale btw-aangifte voor ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd
stamrechtvrijstelling vervalt per 1 januari 2014
wijzigingen motorrijtuigenbelasting
accijnzen omhoog
veranderingen verhuurderheffing
AOW-leeftijd omhoog
tarief box 2 tijdelijk lager
belasting- en invorderingsrente omhoog
g-rekening verdwijnt

Veranderingen voor werkgevers

Alle veranderingen voor werkgevers leest u in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2014. In de nieuwsbrief vindt u onder meer informatie over:

  • de afschaffing van de afdrachtvermindering onderwijs
  • de verlenging van de pseudo-eindheffing voor hoge lonen (crisisheffing)
  • de veranderingen in de aangifte loonheffingen

Aangifte btw en opgaaf ICP met SBR

Doet u aangifte met eigen software? Dan kunt u vanaf 1 januari 2014 alleen nog aangifte btw en opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) over 2014 doen met Standard Business Reporting (SBR). Doet u aangifte via het beveiligde gedeelte van onze internetsite? Dan verandert er voor u niets.

Kijk voor meer informatie op www.belastingdienst.nl/sbr.

Btw-teruggaven voortaan op 1 rekeningnummer

Vanaf 1 december 2013 kunt u voor de btw-teruggaaf per btw-(sub)nummer 1 rekeningnummer gebruiken. Dit rekeningnummer moet op naam van uw onderneming staan.

Meer informatie vindt u bij 1 rekeningnummer voor uitbetalingen.

Aangiftebrief omzetbelasting afgeschaft

Voor de btw-aangiftetijdvakken vanaf 1 januari 2014 sturen wij geen ‘Aangiftebrief Omzetbelasting’ meer. In januari 2014 krijgt u van ons wel eenmalig een overzicht van alle aangiftetijdvakken en de bijbehorende uiterste aangifte- en betaaldatums en betalingskenmerken voor 2014

Met het afschaffen van de aangiftebrief verdwijnt ook de bijbehorende acceptgiro. Bij de aangiftebrief over het laatste tijdvak van 2013 krijgt u geen acceptgiro meer. Kijk voor het betalingskenmerk op het beveiligde gedeelte van onze internetsite of gebruik de Zoekhulp betalingskenmerk.

Meer informatie vindt u op belastingdienst actueel.

Btw-integratieheffing vervalt

Per 1 januari 2014 vervalt de btw-integratieheffing. Dat betekent dat u geen btw meer hoeft te betalen over zelfgemaakte goederen die u gebruikt voor prestaties waarvoor geen (volledig) recht op aftrek van voorbelasting bestaat. U betaalt ook geen btw meer als u goederen laat maken waarbij u zelf de materialen levert, dus bijvoorbeeld als u op eigen grond een gebouw laat bouwen.

Verlaagd btw-tarief voor renovatie en herstel verlengd

De tijdelijke verlaging van het btw-tarief naar 6% voor het arbeidsloon bij het verbouwen en herstellen van woningen wordt verlengd tot 31 december 2014. Voor de gebruikte materialen blijft het hoge btw-tarief gelden.

Kijk voor meer informatie over de voorwaarden bij Verbouwen en herstellen van woningen.

Digitale btw-aangifte voor ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd

Bent u niet in Nederland gevestigd, maar moet u wel aangifte btw doen? Dan moet u straks digitaal aangifte btw en opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) doen. Digitaal aangifte en opgaaf doen is verplicht vanaf de 1e aangifte en opgaaf over 2014.

U kunt digitaal aangifte btw en opgaaf ICP doen via het beveiligde gedeelte van www.belastingdienst.nl of met eigen software. In het laatste geval is Standard Business Reporting (SBR) verplicht. Voor het beveiligde gedeelte van onze internetsite krijgt u inloggegevens toegestuurd

Stamrechtvrijstelling vervalt per 1 januari 2014

Per 1 januari 2014 vervalt de stamrechtvrijstelling voor nieuwe gevallen. Voor stamrechten die zijn toegekend vóór 1 januari 2014 en waarop de stamrechtvrijstelling van toepassing is, geldt overgangsrecht.

Kijk voor meer informatie op Belastingdienst actueel.

Wijzigingen motorrijtuigenbelasting

Voor de motorrijtuigenbelasting (mrb) verandert per 1 januari 2014 het volgende:

  • Er zijn nieuwe regels voor de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor zuinige personenauto’s. Alleen als u een personenauto hebt met een CO2-uitstoot die niet hoger is dan 50 gram per kilometer, hoeft u ook na 1 januari 2014 geen motorrijtuigenbelasting te betalen. Het maakt niet uit wat voor motor uw personenauto heeft. De aangescherpte eisen voor de CO2-uitstoot hebben ook gevolgen voor de hoogte van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm). De tarieven van bestelauto’s, bijzondere personenauto’s en motorrijwielen veranderen niet.
  • Staat u ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (of zou u ingeschreven moeten staan) en hebt u een voertuig met een buitenlands kenteken dat u in Nederland ter beschikking staat? Dan betaalt u per 1 januari motorrijtuigenbelasting.
  • De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor oldtimers geldt vanaf 1 januari 2014 alleen nog voor motorrijtuigen van 40 jaar en ouder. Er komt een overgangsregeling voor oldtimers met een benzinemotor die op 1 januari 2014 26 jaar of ouder zijn, maar nog geen 40 jaar. Voor deze voertuigen betaalt u maximaal € 120 per jaar. Het gaat dan om personen- en bestelauto’s, motorfietsen, bussen en vrachtauto’s.

Kijk voor meer informatie op www.rijksoverheid.nl.

Accijnzen omhoog

Per 1 januari 2014 gaan de accijnzen omhoog:

  • De accijns op diesel stijgt met € 0,03 cent per liter.
  • De accijns op lpg stijgt met € 0,07 cent per liter.
  • De accijns op benzine wordt aangepast aan de inflatie.
  • De accijns op alcoholhoudende dranken stijgt met 5,75%.

Kijk voor meer informatie op www.rijksoverheid.nl.

Veranderingen verhuurderheffing

Bent u eigenaar van meer dan 10 huurwoningen met een huur van maximaal € 699,48? Dan krijgt u in 2014 te maken met verhuurderheffing. Het tarief van deze heffing stijgt in 2014 naar 0,381% van de WOZ-waarde. U kunt vanaf 2014 heffingsvermindering aanvragen als u investeert in uw woningen.

AOW-leeftijd omhoog

Per 1 januari 2014 wordt de AOW-leeftijd 65 jaar en 2 maanden. Daarnaast zijn er plannen om de AOW-leeftijd sneller te verhogen: naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Het wetsvoorstel wordt in het voorjaar van 2014 ingediend.

Kijk voor meer informatie op www.rijksoverheid.nl.

Tarief box 2 tijdelijk lager

Het tarief in box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang) wordt eenmalig, alleen in 2014, verlaagd van 25% naar 22%. Directeuren-grootaandeelhouders betalen dus minder belasting over dividenduitkeringen. Het verlaagde tarief geldt alleen voor de 1e € 250.000 van het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.

Belasting- en invorderingsrente omhoog

Per 1 april 2014 gaat de belastingrente voor de vennootschapsbelasting aansluiten bij de wettelijke rente voor handelstransacties, met een minimum van 8%. De belastingrente voor de overige belastingen en de invorderingsrente zijn per 1 april minimaal 4%. Tot 1 april 2014 geldt daarvoor nog het tarief van 3%.

Depotservice vervangt g-rekeningen

Vanaf 1 juli 2014 beginnen wij met het vervangen van g-rekeningen bij de banken door depots bij de Belastingdienst. U kunt dan geen bedragen rechtstreeks meer storten op het rekeningnummer van de Belastingdienst.

Het depot is straks beschikbaar via de Depotservice op onze internetsite. U krijgt van tevoren bericht wanneer uw g-rekening wordt omgezet naar een depot.

meer informatie: Belastingdienst

Belastingdienst gaat hogere rente in rekening brengen

U moet als ondernemer binnenkort uw aangifte inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting over 2013 indienen. De aangifte inkomstenbelasting moet 1 april... Lees meer >

U moet als ondernemer binnenkort uw aangifte inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting over 2013 indienen. De aangifte inkomstenbelasting moet 1 april 2014 bij de Belastingdienst binnen zijn en voor de aangifte vennootschapsbelasting ligt de deadline op 1 juni 2014. Voor de meeste ondernemers wordt door de accountant of belastingadviseur uitstel gevraagd voor het indienen van de aangiften. Hierbij is het wel raadzaam om te kijken of de voorlopige aanslag die over 2013 is opgelegd wel correct is. Als zou blijken dat u over 2013 na verrekening van de reeds betaalde belasting nog een bedrag verschuldigd bent, moet u namelijk een aanvullende betaling doen zodra de aangifte door de Belastingdienst ontvangen is. Zij mag u dan vanaf 1 juli 2014 een rente in rekening brengen. Voor de aanslagen vennootschapsbelasting bedraagt de rente minimaal 8% op jaarbasis (kan meer worden als rente zou stijgen). Voor de overige aanslagen wordt gerekend met een rente van minimaal 4% op jaarbasis. Als u dit vergelijkt met de rente die u op een spaarrekening krijgt, zijn dit aanzienlijke percentages.

In het verleden was het bij dit soort percentages interessant om bewust een te hoge voorlopige aanslag op te laten leggen. Toen was de Belastingdienst namelijk verplicht bij het vergoeden van de rente ook de hoge percentages te hanteren. Op grond van de huidige wetgeving hoeft de Belastingdienst alleen nog maar een rente te vergoeden als een teruggave door hun handelen te laat wordt verricht. Het zal duidelijk zijn dat wanneer u om uitstel voor het indienen van de aangifte vraagt, dit de Belastingdienst niet kan worden verweten.

Gelet op de door de Belastingdienst te hanteren percentages is het raadzaam om de voorlopige aanslagen die door de Belastingdienst worden opgelegd goed te controleren. Verder is het handig om aan het einde van het jaar de voorlopige aanslagen over het betreffende jaar nog een keer opnieuw te bekijken. U kunt dan namelijk een nadere voorlopige aanslag laten opleggen en zo tijdig de verschuldigde belasting voldoen.

Als u een aanslag niet tijdig betaalt, moet er ook een rente aan de Belastingdienst worden vergoed. Deze rente wordt de invorderingsrente genoemd. De rente begint te lopen op de eerste dag na de uiterste betaaldatum en eindigt op de dag vóór de dag dat u betaalt. De invorderingsrente zal voor alle aanslagen minimaal 4% gaan bedragen.

Conclusie: door de hogere rente die de Belastingdienst rekent, is het zaak om de voorlopige aanslagen serieus te beoordelen en te laten aanpassen als deze niet juist zijn berekend. Ook als u van mening bent dat de voorlopige aanslag te laag is.

Nieuwe BTW-regels maken aankoop zonnepanelen goedkoper

Zonnepanelen zijn voor consumenten bijna vijftien procent goedkoper geworden door nieuwe belastingregels. Uit berekeningen van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal blijkt... Lees meer >

Zonnepanelen zijn voor consumenten bijna vijftien procent goedkoper geworden door nieuwe belastingregels. Uit berekeningen van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal blijkt dat door de nieuwe BTW-regels de aankoop van zonnepanelen even goed rendeert als een spaarrekening met 7 procent rente.

Consumenten die zonnepanelen kopen, kunnen de BTW op aanschaf en installatie nu terugvragen van de Belastingdienst. Op de aanschaf en installatie van een standaardpakket van zes zonnepanelen (1440 wattpiek) à 2.900 euro levert teruggave van de BTW ruim 400 euro op. De belastingregel geldt met terugwerkende kracht sinds 20 juni 2013, als reactie op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Ook consumenten die na 20 juni zonnepanelen hebben laten installeren, kunnen van de nieuwe regels profiteren.

Terugvragen BTW eenvoudig

Er zijn op internet allerlei bedrijfjes die aanbieden om de teruggave voor 100 tot 150 euro te regelen. ‘Maar het terugvragen van de BTW is zo eenvoudig, dat een consument dat goed zelf kan doen,’ zegt Mariken Stolk van Milieu Centraal. Het terugvragen van de BTW is niet moeilijker dan het aanvragen van de subsidie op zonnepanelen, die tot augustus 2013 beschikbaar was.

Ontheffing

In theorie moet iedereen die zonnepanelen koopt voortaan BTW-aangifte doen, maar in de praktijk hoeven particulieren, die geen administratieve stappen willen zetten, niets te doen. Als de Belastingdienst niets verneemt, krijgt de particulier automatisch ontheffing van BTW-aangifte op grond van een regeling voor ‘kleine ondernemers’. In de praktijk vallen alle particulieren onder die regeling.

Particulieren die hun BTW terug willen vragen, moeten wél administratieve stappen zetten. Ze kunnen daarbij onmiddellijk – zelfs in dezelfde enveloppe – een verzoek te doen om na teruggave verdere ontheffing te krijgen van BTW-aangifte. In de toekomst kan de huidige kortingsmogelijkheid verdwijnen, aangezien er op dit moment op Europees niveau wordt gesproken over aanpassing van de regels

Vrijstelling ondernemingsvermogen voor vastgoedportefeuille

Als u in Nederland iets erft of geschonken krijgt, moet u erf- of schenkbelasting betalen. Het tarief loopt voor... Lees meer >

Als u in Nederland iets erft of geschonken krijgt, moet u erf- of schenkbelasting betalen. Het tarief loopt voor kinderen op tot 20%, voor kleinkinderen tot 36% en voor overige verkrijgers tot 40%. Wel gelden er vrijstellingen: voor kinderen in 2014 € 19.868 en voor anderen in de meeste gevallen €2.092. Een speciale vrijstelling geldt voor ondernemingsvermogen. De reden voor deze vrijstelling is dat het bij de overgang van ondernemingen lastig kan zijn de belasting te betalen, omdat het vermogen vastzit. Deze vrijstelling bedraagt 100% voor de eerste € 1.045.611 en voor het meerdere 83%. Een kind dat een effectenportefeuille van € 1.045.611 erft, moet € 193.426 aan erfbelasting betalen, terwijl een kind die een onderneming erft met dezelfde waarde niets betaalt. Dit wringt! Enige tijd geleden had Rechtbank Breda geoordeeld dat het onderscheid tussen gewoon vermogen en ondernemingsvermogen in strijd is met het Europeesrechtelijke gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad heeft eind 2013 dit oordeel vernietigd.

In de praktijk is het niet altijd duidelijk wanneer sprake is van ondernemingsvermogen. Stel dat iemand 20 vakantiehuisjes bezit en deze steeds tijdelijk verhuurt aan gescheiden mensen, Polen en vakantiegangers. Als hij deze huisjes schenkt aan zijn zoon, kan dan een beroep worden gedaan op de vrijstelling voor ondernemingsvermogen? Niet doorslaggevend is hoe deze activiteit in de aangifte inkomstenbelasting is aangegeven: onderneming, bijverdienste of box 3. Stel iemand heeft 100 verhuurde garageboxen. Met beheer, onderhoud, administratie en incasso is behoorlijk veel tijd gemoeid. Onderneming of niet? De Belastingdienst is niet geneigd dergelijke activiteiten als ondernemen aan te merken. Het financiële belang kan groot zijn. Vandaar dat sommige belastingbetalers de gang naar de belastingrechter hebben gemaakt. In dit soort kwesties was het altijd de fiscus die aan het langste eind trok, maar in december 2013 was er een overwinning voor de belastingbetaler bij gerechtshof Den Haag.

Het ging om een actief beheerde vastgoedportefeuille met een waarde van enkele miljoenen euro’s ondergebracht in een bv. Eén van de directeuren was hier gemiddeld 50 uur per week druk mee. Tot verbazing van veel fiscalisten oordeelde de belastingrechter dat hier sprake was van ondernemingsvermogen. Hierdoor was aanzienlijk minder erfbelasting verschuldigd dan de fiscus stelde. Veel actieve vastgoedbeleggers denken nu dat ook zij hun vermogen met toepassing van de royale ondernemingsvrijstelling kunnen schenken of laten vererven. De Belastingdienst zal vermoedelijk tegen de uitspraak in beroep gaan.

Bron: Actuele artikelen

Regeling voor onverwachte schuld uit een erfenis

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) komt erfgenamen tegemoet die te maken krijgen met een onverwachte schuld uit een erfenis,... Lees meer >

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) komt erfgenamen tegemoet die te maken krijgen met een onverwachte schuld uit een erfenis, waarvoor zij met eigen geld aansprakelijk worden. Voorwaarde is wel dat de erfgenamen niets te verwijten valt: zij kenden de schuld niet en konden er ook niet van op de hoogte zijn. Dit staat in een wetsvoorstel dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd, zoals de Raad voor de rechtspraak. De bewindsman heeft de maatregel eerder per brief aan de Tweede Kamer aangekondigd.

Volgens het huidige recht kan door beneficiair te aanvaarden de erfgenaam voorkomen dat hij met zijn privévermogen aansprakelijk wordt voor schulden van de erflater. Hij verkrijgt namelijk alleen de goederen van de erfenis die zijn overgebleven na aftrek van de schulden. Je hoeft dus als erfgenaam nooit meer te betalen dan het vermogen dat jou is nagelaten.

Toch kunnen mensen in de problemen komen. Het gaat om de situatie dat de nalatenschap niet beneficiair, maar zuiver is aanvaard: de erfgenaam verkrijgt alle goederen en schulden uit de erfenis. Als in zo’n situatie de erfgenaam met een onbekende schuld te maken krijgt die niet meer uit de erfenis kan worden betaald dan moet hij deze met eigen geld betalen. Dit kan tot onbillijke situaties leiden. De staatssecretaris vindt het redelijk dat in dergelijke – uitzonderlijke – omstandigheden de erfgenaam wordt beschermd tegen onverwachte schulden als hem niets valt aan te rekenen. Bijvoorbeeld een te laat gevorderde eigen bijdrage AWBZ. Een schuld ontstaan door een onverkoopbaar huis valt dus niet onder de nieuwe regeling, omdat hypotheekschulden bekend (behoren te) zijn bij erfgenamen.

Erfgenamen kunnen straks naar de kantonrechter stappen om – geheel of gedeeltelijke – ontheffing te vragen. Verleent de kantonrechter de erfgenaam volledige ontheffing, dan hoeft de erfgenaam de onverwachte schuld alleen te voldoen voor zover hij nog over geёrfd vermogen beschikt. Bij een gedeeltelijke ontheffing bepaalt de kantonrechter wat de erfgenaam nog wel met eigen vermogen moet betalen.

Om de kennis bij erfgenamen te vergroten, is de informatie uitgebreid over het verkrijgen van een erfenis. Zo zijn meer gegevens beschikbaar over de gevolgen van zuivere aanvaarding en negatieve nalatenschappen.

Bron: Ministerie van Justitie

Controleer de WOZ-waarde van uw eigen woning

Binnenkort valt het jaarlijkse aanslagbiljet gemeentelijke belastingen weer op de deurmat. Op dit aanslagbiljet treft u ook de WOZ-waarde... Lees meer >

Binnenkort valt het jaarlijkse aanslagbiljet gemeentelijke belastingen weer op de deurmat. Op dit aanslagbiljet treft u ook de WOZ-waarde van uw woning aan. Deze WOZ-waarde is niet alleen van belang voor de onroerendezaakbelasting, maar met name ook voor het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting. Denkt u dat de WOZ-waarde van uw woning te hoog is, maak dan tijdig bezwaar.

Eigenwoningforfait

Dit jaar gaat u meer belasting betalen voor het bezit van uw woning. Het eigenwoningforfait voor 2014 is namelijk omhoog gegaan. Betaalde u in 2013 nog 0,60% over de WOZ-waarde tussen de € 75.000 en € 1.040.000 van uw woning, dit jaar is dat percentage verhoogd naar 0,70%. Bovendien betaalt u voor een eigen woning met een WOZ-waarde boven de € 1.040.000 een vast bedrag van € 7.350 (2013: € 6.360), vermeerderd met 1,80% (2013: 1,55%) van de eigenwoningwaarde boven de € 1.040.000. Al met al een forse verzwaring.

WOZ-waarde

Voor het eigenwoningforfait moet u uitgaan van de WOZ-waarde zoals die door de gemeente is vastgesteld. Voor uw aangifte inkomstenbelasting 2013 vindt u deze waarde op het gemeentelijk aanslagbiljet van vorig jaar. De WOZ-waarde die u nodig heeft voor een voorlopige aanslag 2014 (of wijziging hiervan) of straks voor uw aangifte inkomstenbelasting 2014, treft u op het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen die u een dezer dagen ontvangt.

Door de stijging van het eigenwoningforfait is een juiste WOZ-waarde extra belangrijk. Hoogstwaarschijnlijk is uw woning door de crisis op de huizenmarkt minder waard geworden. Vergelijk de waardering van uw woning dan ook eens met de WOZ-waarde van vorig jaar. Is deze waardering niet lager uitgevallen, dan loont het de moeite om na te gaan waar dat aan ligt.

Tip: Tegenwoordig is het mogelijk om online bij de gemeente het taxatieverslag van uw woning te bekijken en de WOZ-waarde te raadplegen. U heeft hier wel een DigiD-inlogcode voor nodig.  Bent u van mening dat de gemeente de waarde van uw woning te hoog heeft vastgesteld dan kan het verstandig zijn om in bezwaar te gaan. Dit bezwaar moet binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen binnen zijn bij uw gemeente.

Let op! Er zijn concrete plannen om binnen afzienbare tijd de (proces)kostenvergoeding in WOZ-zaken fors te beperken.

Bron: De Rijksoverheid en de Kadaster

Tewerkstellingsvergunning voor buitenlandse werknemers

Vanaf 1 januari 2014 is de tewerkstellingsvergunning nog maar 1 jaar geldig. Dat staat in een Wijziging van de... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2014 is de tewerkstellingsvergunning nog maar 1 jaar geldig. Dat staat in een Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen. Andere onderdelen uit het wetsvoorstel zijn:

– de minister kan een quotum vaststellen voor sectoren waar werkgevers te weinig naar werknemers uit Nederland of de EER zoeken;
– een werknemer van buiten de EER heeft pas na 5 jaar werken in Nederland geen tewerkstellingsvergunning meer nodig (nu is dat 3 jaar);
– een vergunning kan worden geweigerd als een werkgever in het verleden is veroordeeld voor het overtreden van arbeidswetgeving;
– werkgevers zijn verplicht een marktconform loon te betalen.

meer info: Wijziging WAV 2014

Werkgevers hebben een tewerkstellingsvergunning nodig voor mensen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Dit geldt ook voor onderdanen Kroatië. Zonder deze vergunning mag deze groep werknemers niet in Nederland werken. Voor wetenschappers, studenten, sporters en artiesten is meestal geen tewerkstellingsvergunning nodig of zijn de procedures korter.

Een werkgever kan alleen iemand van buiten de EER laten werken als hij geen geschikte kandidaten kan vinden in 1 van de EER-landen. Een werkgever mag alleen in de volgende gevallen werknemers buiten de EER werven:

  • De vacature staat minimaal 5 weken open. Voor vacatures die moeilijk te vervullen zijn, is de periode minimaal 3 maanden. Het UWV beoordeelt of er sprake is van een moeilijk vervulbare vacature.
  • De werkgever moet gebruikmaken van alle beschikbare middelen om personeel in Nederland of de EER te vinden, waaronder advertenties en internet.

Voor werknemers van buiten de EER moet de werkgever een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Zo voorkomt de Rijksoverheid dat werkgevers te gemakkelijk werknemers uit deze landen aannemen. Dat zou immers kunnen leiden tot verdringing van Nederlandse werknemers en werkzoekenden. Voor hogere leidinggevenden, specialisten, sportcoaches, sporters en artiesten moet de werkgever ook een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Maar voor deze groep werknemers is het niet nodig om de vacature 5 weken van tevoren aan te melden bij het UWV.

Geen tewerkstellingsvergunning nodig

Het is niet altijd nodig om een tewerkstellingsvergunning aan te vragen voor werknemers van buiten de EER. Dat geldt onder andere voor:

  • hoogopgeleide werknemers (kennismigranten of kenniswerkers);
  • werknemers met een verblijfsvergunning waarop staat ‘arbeid is vrij toegestaan’. Soms geldt dat voor een bepaalde periode;
  • zelfstandig ondernemers. Dit geldt zolang ze het werk doen dat in hun verblijfsvergunning is vermeld.

Proef: geen tewerkstellingsvergunning nodig voor technologische industrie

Als proef hoeven grote bedrijven in de technologische industrie die tijdelijk werknemers van buitenlandse klanten ontvangen, geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Het gaat om werknemers van buiten de EU die bijvoorbeeld:

  • in Nederland leren omgaan met de machines die zij hier hebben gekocht;
  • hun bestelde goederen komen controleren.

Deze tijdelijke werknemers hebben geen tewerkstellingsvergunning nodig omdat ze  in Nederland geen vacatures vervullen.

Alleen bedrijven met een jaaromzet vanaf €50 miljoen kunnen aan deze proef meedoen. Daarnaast moet de order groter zijn dan €5 miljoen. De versoepeling van de regels scheelt deze bedrijven veel tijd en administratieve rompslomp. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voert de proef uit in overleg met FME, een ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. De proef duurt 2 jaar.

Grensoverschrijdende dienstverlening

Heeft een in Nederland werkzame dienstverlener uit de EER werknemers uit een land waarvoor geen vrij verkeer van werknemers geldt? Dan hoeft de dienstverlener geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Bijvoorbeeld een Duits installatiebedrijf met personeel uit de Oekraïne. Bij dit soort grensoverschrijdende dienstverlening geldt een zogenoemde ‘notificatieplicht’. Dat houdt in dat de werkgever deze werknemers schriftelijk moet aanmelden bij het UWV. Hij moet ook een verklaring en bepaalde bewijsstukken aanleveren. Doet hij dit niet, dan kan hij een boete krijgen. Daarmee informeert de buitenlandse dienstverlener UWV vooraf over zijn bedrijf, over de aard van de dienst(en) en over de identiteit van de werknemers.

Asielzoekers en werk

Asielzoekers mogen 24 weken per jaar werken in Nederland. Dit mag alleen als ze niet uitzetbaar zijn en langer dan 6 maanden worden opgevangen door het  Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) of door een gemeente. Werkgevers die asielzoekers in dienst willen nemen, moeten een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het UWV. Als een asielzoeker jonger is dan 18, moet de werkgever zich houden aan de regels voor arbeid door jongeren.

Bron: Rijksoverheid

Per 1 juli langere tussenpoos Ragetlieregel

Vanaf 1 juli 2014 moeten er meer dan zes maanden tussen een contract voor onbepaalde tijd en een contract... Lees meer >

Vanaf 1 juli 2014 moeten er meer dan zes maanden tussen een contract voor onbepaalde tijd en een contract voor bepaalde tijd zitten om de Ragetlieregel te omzeilen. Op dit moment geldt de Ragetlieregel niet als er meer dan drie maanden tussen een contract voor onbepaalde tijd en een contract voor bepaalde tijd heeft gezeten.

De Ragetlieregel houdt in dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die is gesloten na een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd alleen van rechtswege eindigt als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is opgezegd bij UWV of ontbonden door de kantonrechter. Veel werkgevers lopen tegen deze regel aan als zij een werknemer met de AOW-gerechtigde leeftijd na het aflopen van een vast contract een tijdelijk contract willen geven. U kunt de Ragetlieregel omzeilen als er meer dan drie maanden tussen de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft gezeten. Per 1 juli 2014 moet deze periode meer dan zes maanden zijn. Dit staat in het wetsvoorstel Werk en zekerheid dat eind november bij de Tweede Kamer werd ingediend.

Vergoeding betalen bij niet naleven aanzegtermijn

Zoals u eerder heeft kunnen lezen in het bericht ‘nieuw ontslag procedure’  komt er per 1 juli 2014 ook een aanzegtermijn voor een contract dat zes maanden of langer heeft geduurd. U moet de werknemer dan uiterlijk een maand van te voren laten weten of u het dienstverband wilt voortzetten en als dit het geval is, onder welke voorwaarden. Doet u dit niet, dan bent u de werknemer een vergoeding verschuldigd van een maandsalaris. Geeft u wel aan dat het dienstverband wordt voortgezet, maar niet onder welke voorwaarden, dan mag de werknemer ervan uitgaan dat het dienstverband wordt verlengd voor dezelfde periode (maximaal een jaar) onder dezelfde voorwaarden als het eerdere contract. De aanzegtermijn geldt overigens alleen als er in het tijdelijke contract een beëindigingsdatum is afgesproken, maar bijvoorbeeld niet voor vervanging bij ziekte of een projectovereenkomst.

Bron: De rijksoverheid

Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen

Een loonbelastingverklaring moet worden ingevuld voor de belastingdienst. In de loonbelastingverklaring wordt door de (toekomstig) werknemer aangegeven of... Lees meer >

Na een succesvolle sollicitatieprocedure moet de nieuwe werknemer meestal een aantal formulieren invullen alvorens hij of zij daadwerkelijk in dienst kan treden bij de nieuwe werkgever. Een formulier wat meestal voor het in dienst treden moet worden ingevuld en ondertekend is de loonbelastingverklaring. Een loonbelastingverklaring moet worden ingevuld voor de belastingdienst. In de loonbelastingverklaring wordt door de (toekomstig) werknemer aangegeven of hij of zijn in aanmerking wil komen voor loonheffingskorting. Hieronder zijn een aantal begrippen toegelicht die aan de orde kunnen komen bij het invullen van een loonbelastingverklaring.

Wat is loonheffing? De loonheffing is een algemene naam voor verschillende wettelijk verplichte afdrachten die op het inkomen worden ingehouden. Dit zijn de loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Het is mogelijk dat door de belastingplichtige te veel loonheffing is betaald. In dat geval kan hij of zij in aanmerking komen voor belastingteruggave. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een persoon meerdere bijbanen heeft gehad. Op de website van de Belastingdienst is hier meer informatie over te vinden.

Waarover moet loonheffing worden betaald? Een loonbelastingverklaring heeft te maken met loonheffing. De loonheffing is een heffing die moet worden betaald over alle vormen van beloning die een werknemer op basis van zijn of haar dienstverband ontvangt. De belangrijkste beloning die een werknemer ontvangt is meestal het salaris. Daar overheen kan echter ook provisie of een winstuitkering worden betaald. Ook vakantiegeld en financiële beloning voor overwerk behoren tot de beloning die een werkgever aan een werknemer kan betalen. De belastingdienst heft over deze vormen van beloning een heffing, de loonheffing.

Wat is loonheffingskorting? Werknemers die belasting behoren betalen zijn belastingplichtigen. Een werkgever zorgt er voor dat de afdrachten aan de belastingdienst op het salaris worden ingehouden. Een werknemer moet bij de werkgever waar hij of zij werkzaam is aangeven of de loonheffingskorting moet worden toegepast of niet. Belastingplichtigen hebben recht op deze heffingskorting maar kunnen deze korting maar bij één werkgever toepassen. Wanneer iemand meerdere banen heeft kan hij of zij bij één werkgever de loonheffingskorting toepassen. De werkgever die de heffingskorting moet toepassen verrekent deze korting over het algemeen bij het berekenen van het bruto salaris naar het netto salaris.

De loonheffingskorting is een algemene heffingskorting die bestaat uit zes verschillende heffingskortingen. Dit zijn de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de alleenstaande-ouderenkorting, de jonggehandicaptenkorting, de levensloopverlofkorting en de ouderenkorting. De werkgever moet rekening houden met deze heffingskortingen wanneer de loonbelasting op het salaris moet worden ingehouden en de premies van de volksverzekeringen met het salaris verrekent moeten worden.

Waarom moet een loonbelastingverklaring worden ingevuld? Een werkgever moet weten of de loonheffingskorting moet worden toegepast voor een werknemer of niet. Daarom ontvangt een werknemer voor zijn of haar dienstverband van de werkgever een loonbelastingverklaring. Deze verklaring wordt ook wel LB-verklaring genoemd. De werknemer moet dit formulier naar waarheid invullen en ondertekenen. Vervolgens overhandigd de werknemer de loonbelastingverklaring aan de werkgever. De werkgever weet aan de hand van deze verklaring welke heffing en welke heffingskortingen moeten worden toegepast op het salaris. Daarnaast dient de werkgever de loonbelastingverklaringen van de werknemers te bewaren. Bedrijven die minder dan tien personeelsleden in dienst hebben moeten de loonbelastingverklaringen opsturen. Een loonbelastingverklaring dient door de werknemer naar waarheid te zijn ingevuld. Wanneer er echter toch te veel loonheffing op het salaris van de werknemer wordt ingehouden kan hij of zij dit via de belastingaangifte weer terug krijgen. Het spreekt voor zich dat de belastingaangifte ook naar waarheid moet worden ingevuld. De informatie op de jaaropgave is hierbij van groot belang.

Model loonheffingenverklaring

Checklist Inkomstenbelasting 2013

Voor het opstellen van uw aangifte Inkomstenbelasting zijn veel gegevens nodig. Om uw in staat te stellen uw gegevens... Lees meer >

Voor het opstellen van uw aangifte Inkomstenbelasting zijn veel gegevens nodig. Om uw in staat te stellen uw gegevens overzichtelijk en volledig aan te leveren hebben wij een checklist opgesteld.  Wij verzoeken u- voor zover van toepassing- in te vullen en de gevraagde stukken (bij voorkeur kopieën daarvan) mee te sturen.

Mocht u vragen hebben omtrent uw aangifte Inkomstenbelasting of vragen inzake onze checklist dan staan onze collega’s van de fiscale afdeling u graag ter woord

Checklist IB 2013