Actueel

Fiscale-eenheidsregime aangepast

Het gerechtshof in Amsterdam heeft op 11 december 2014 uitspraak gedaan in drie zaken over de fiscale eenheid voor... Lees meer >

Het gerechtshof in Amsterdam heeft op 11 december 2014 uitspraak gedaan in drie zaken over de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

De uitspraak vloeit voort uit zogeheten prejudiciële vragen die het gerechtshof eerder heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over het Nederlandse fiscale-eenheidsregime in de vennootschapsbelasting. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het huidige fiscale-eenheidsregime op punten tekort schiet.

Dochtermaatschappij in het buitenland

Het Hof van Justitie oordeelde dat het ook mogelijk moet zijn dat een fiscale eenheid wordt gevormd tussen een Nederlandse moedermaatschappij en Nederlandse kleindochtermaatschappijen terwijl één of meer (tussen de moedermaatschappij en de kleindochtermaatschappijen hangende) dochtermaatschappijen in het buitenland zijn gevestigd. Verder heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat ook een fiscale eenheid moet kunnen worden gevormd tussen in Nederland gevestigde zustermaatschappijen als de moedermaatschappij in het buitenland is gevestigd. Het gerechtshof in Amsterdam sluit in de bovengenoemde uitspraken hierbij aan.

Staatssecretaris Wiebes van Financiën zal geen beroep in cassatie instellen tegen de uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam. Het fiscale-eenheidsregime in de vennootschapsbelasting zal worden aangepast teneinde dit in overeenstemming te brengen met het Europese recht. Een daartoe strekkend wetsvoorstel zal in de eerste helft van 2015 bij het parlement worden ingediend.

Beleidsbesluit

Door verschillende belastingplichtigen zijn al concrete verzoeken gedaan om in voorkomende situaties een fiscale eenheid te kunnen vormen. Via een op korte termijn uit te brengen beleidsbesluit zal staatssecretaris Wiebes goedkeuren dat de Belastingdienst zulke verzoeken, vooruitlopend op wetgeving, kan inwilligen. In het beleidsbesluit wordt aangegeven onder welke omstandigheden en met inachtneming van welke vereisten in de hiervoor genoemde ‘buitenlandsituaties’ een fiscale eenheid tussen de in Nederland gevestigde vennootschappen mogelijk zal zijn en wat de gevolgen van een dergelijke fiscale eenheid zijn. In dit beleidsbesluit en de komende wetgeving wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de voorwaarden en de uitwerking van het bestaande fiscale-eenheidsregime. De uitbreiding van het fiscale-eenheidsregime wordt beperkt tot ‘buitenlandsituaties’ in relatie tot andere lidstaten van de Europese Unie, Noorwegen, Liechtenstein en IJsland.

Sociale verzekeringen en bijstandsuitkeringen per 1 januari 2015

Per 1 januari 2015 worden de AOW, Anw, WW, WIA, WAO, ZW, TW, Wajong, Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en... Lees meer >

Per 1 januari 2015 worden de AOW, Anw, WW, WIA, WAO, ZW, TW, Wajong, Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2015. Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt per 1 januari a.s. van € 1.495,20 naar € 1.501,80 bruto per maand.

Belangrijkste wijzigingen vanaf 1 januari 2015

Binnenlandse Zaken Nieuw aangetreden topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector mogen niet meer dan 100% van het ministerssalaris... Lees meer >

Binnenlandse Zaken

  • Nieuw aangetreden topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector mogen niet meer dan 100% van het ministerssalaris verdienen. Dat betekent een salaris van maximaal € 178.000 per jaar.
  • Door herindelingen zijn er 393 gemeenten in Nederland. Bij de start van het kabinet in november 2012 waren het er nog 415.
  • Bij het nieuwe Steunpunt integriteitsonderzoek politieke ambtsdragers kunnen met name commissarissen van de Koning, burgemeesters en voorzitters van waterschappen terecht voor advies over de aanpak van vermoedelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers. Het steunpunt maakt deel uit van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS).
  • Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen makkelijker met elkaar samenwerken bij bedrijfsvoerende en uitvoerende taken dankzij de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast krijgen gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van waterschappen meer tijd om de begroting van een samenwerkingsverband te bestuderen en daarmee meer invloed uit te oefenen.
  • De Wgr-plusregio’s zijn afgeschaft om de bestuurlijke hoofdstructuur te versterken. De belangrijkste taak – verkeer en vervoer – gaat naar de provincie. Voor de regio’s Amsterdam en Den Haag-Rotterdam worden aparte vervoersregio’s opgericht.
  • Paspoorten en identiteitskaarten zijn gemiddeld 20 cent duurder dan in 2014. Mensen betalen maximaal €67,11 in plaats van €66,69 voor een tien jaar geldig paspoort (precieze bedrag afhankelijk van gemeente) en €53,07 in plaats van €52,95 voor een tien jaar geldige identiteitskaart. Voor paspoorten en identiteitskaarten die vijf jaar geldig zijn (voor kinderen onder de 18 jaar) gelden tarieven van respectievelijk €51,20 in plaats van €51,05 en €28,48 in plaats van €28,36.

Wonen

Koop:

  • Voor restschulden die tussen 29 oktober en 31 december 2017 zijn ontstaan, geldt dat de rente over de financiering daarvan tot maximaal 15 jaarvoor de inkomstenbelasting aftrekbaar is. Dat was 10 jaar. Restschulden tellen niet mee in de berekening van de Loan-to-Value-ratio (LTV).
  • De tijdelijke regeling voor huiseigenaren met dubbele lasten wordt per 1 januari 2015 permanent. Huiseigenaren mogen als zij hun oude huis te koop hebben staan maximaal drie jaar hypotheekrente voor twee huizen aftrekken van de belasting.
  • De tijdelijke verruimde verhuurregeling wordt permanent zodat na een periode van verhuur van de te koop staande woning de hypotheekrente maximaal drie jaar mag worden afgetrokken.
  • De verruimde schenkingsvrijstelling van 100.000 euro voor een eigen woning vervalt. De reguliere regeling wordt opnieuw van kracht, waarmee het voor ouders mogelijk is om eenmalig tot €52.752 belastingvrij te schenken aan een kind tussen de 18 en 40 jaar voor het kopen van een woning of het aflossen van een eigenwoningschuld.
  • Mensen die in 2014 een eigen woning hebben gekocht die nog in aanbouw is, kunnen in 2015 onder voorwaarden gebruik maken van de tijdelijke verruiming van de schenkingsvrijstelling van €100.000.
  • De maximale hoogte van de hypotheek ten opzichte van de waarde van de woning (‘Loan-to-Value-ratio’) wordt met 1%-punt verlaagd naar 103%.
  • Het maximale tarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken gaat met 0,5%-punt omlaag naar 51%. De opbrengst wordt volledig terug gegeven door het verlengen van de derde schijf in de loon- en inkomstenbelasting.
  • De grens voor Nationale Hypotheek Garantie (NHG) gaat per 1 juli omlaag naar €245.000.
  • Het eigen woning forfait stijgt van 0,70% naar 0,75%.
  • Er gelden nieuwe en deels aangescherpte leennormen voor het bepalen van de maximale hoogte van een hypotheek. Ook wordt er beter rekening gehouden met kwetsbare groepen die onvermijdelijke uitgaven hebben. Voor ‘nul op de meter woningen’ is het mogelijk om € 25.000 extra te lenen voor energiebesparende uitgaven.
  • Vanaf 1 januari 2015 krijgen alle huiseigenaren een voorlopig energielabel . Het label geeft aan hoe energiezuinig een huis is en hoe er energie kan worden bespaard. Wilt de eigenaar zijn huis verkopen of verhuren, dan moet het voorlopige label worden omgezet in een definitief label. Dat kost enkele tientjes.

Huur:

  • De huurtoeslag- en liberalisatiegrens sociale huur is vastgesteld op €710,68 per maand. Dat was €699,48.
  • De inkomensgrens voor toewijzing sociale huur woningcorporaties stijgt van €34.678 naar €34.991.

Bouw:

  • De tijdelijke btw-verlaging op renovatie, herstel en tuinonderhoud bij woningen blijft bestaan tot 1 juli 2015.

Fiscale eindejaarstips voor ondernemers

Het einde van het jaar nadert en dat is traditioneel een goed moment om te kijken wat er nog... Lees meer >

Het einde van het jaar nadert en dat is traditioneel een goed moment om te kijken wat er nog eventueel fiscaal geregeld moet of kan worden. De fiscale check aan het einde van het jaar kan worden onderverdeeld in een aantal standaard punten die jaarlijks terugkomen en een aantal nieuwe zaken die per 1 januari 2015 wijzigen.

Een aantal belangrijke jaarlijks terugkerende zaken om na te gaan:

– Belastingrente: Nu het einde van het jaar nadert, heeft u waarschijnlijk redelijk goed zicht op uw resultaat voor 2014. Het is raadzaam om na te gaan of de opgelegde voorlopige aanslagen te hoog of te laag zijn vastgesteld. Indien nodig, kunt u de fiscus verzoeken om een (nadere) voorlopige aanslag op te leggen. Doe dit vóór 1 mei 2015 om te voorkomen dat er belastingrente in rekening gebracht bij een hogere dan eerder verwachte winst.

– Verliesverdamping: Vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen kunnen een verlies verrekenen met de belastbare winst uit het voorgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is dit drie respectievelijk negen jaar. Heeft u een verlies dat dreigt te verdampen, ga dan na of u dit jaar nog winst naar voren kunt halen door bijvoorbeeld investeringen uit te stellen of een later geplande verkoop van een bedrijfsmiddel dit jaar nog te realiseren.

– Investeringsaftrek: Als u dit jaar voor meer dan € 2.300 in bedrijfsmiddelen investeert, dan heeft u recht op de investeringsaftrek. Haalt u deze drempel niet in 2014, dan kunt u wellicht investeringen die gepland zijn voor 2015 naar voren halen en zo alsnog over de drempel komen. Bij zeer grote investeringen kan het juist lonen om de investeringen te spreiden over meerdere jaren omdat de investeringsaftrek afneemt naarmate het totale investeringsbedrag toeneemt.

Wat betreft de wijzigingen per 1 januari 2015, houd rekening met (onder meer) het volgende:

– Gebruikelijk loon: Als dga bent u – zoals waarschijnlijk bekend – niet vrij in het bepalen van uw salaris. Het salaris is in beginsel minimaal € 44.000 per jaar (2014). Wanneer bij soortgelijke dienstbetrekkingen – waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt – een hoger loon gebruikelijk is, dan moet u uw salaris stellen op minimaal 70% van dit hogere gebruikelijk loon. U heeft een zogeheten doelmatigheidsmarge van 30%. Vanaf 2015 wordt deze marge verlaagd naar 25%, met als gevolg een mogelijk verplichte salarisverhoging voor een aantal dga’s.

– Dividenduitkering: bent u als aanmerkelijk belanghouder van plan binnenkort dividend uit te keren, wacht dan niet tot 2015. Vanaf 1 januari gaat het box 2-tarief namelijk weer omhoog, van 22% in 2014 naar 25% in 2015.

– Werkkostenregeling: Vanaf 1 januari 2015 moeten alle werkgevers (waaronder ook dga’s) verplicht de werkkostenregeling toepassen. Maakt u in 2014 gebruik van de overgangsregeling, ga dan na of u vergoedingen en verstrekkingen onder gunstige voorwaarden in 2014 wenst te doen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de fiets van de zaak of het personeelsfeestje die onder de overgangsregeling onbelast zijn, maar onder de werkkostenregeling belast (als de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling wordt overschreden). Als u nog niet bent nagegaan welke consequenties de invoering van de werkkostenregeling voor uw onderneming heeft, is het de hoogste tijd om dit te doen. Indien nodig en mogelijk kunt u dan nog passende maatregelen nemen.

– Auto van de zaak: Per 1 januari 2015 worden de bijtellingsgrenzen voor milieuvriendelijke auto’s aangescherpt.  Wellicht kunt u nog dit jaar een auto ‘op de zaak’ leasen of kopen met een gunstig bijtellingspercentage dat u vervolgens vijf jaar lang houdt.

Dit was een aantal zaken om aan het einde van het jaar rekening mee te houden, maar de lijst is zeker niet uitputtend. Wellicht kunt u nog snel een gesprek met ons  inplannen om fiscaal met een gerust hart aan de oliebollen en champagne te gaan. Alvast een goed uiteinde!

Fiscale eindejaarstips voor particulieren

Het is misschien niet de leukste klus, maar wel een verstandige: in de laatste maand van het jaar nog... Lees meer >

Het is misschien niet de leukste klus, maar wel een verstandige: in de laatste maand van het jaar nog even een blik werpen op uw fiscale zaken. Wellicht valt er wat te besparen namelijk.

Laten we beginnen met uw box 3 vermogen. Over uw vermogen op peildatum 1 januari 2015, voor zover dat uitgaat boven de wettelijke drempel, betaalt u effectief 1,2% inkomstenbelasting in box 3. Bent u van plan om binnenkort (grotere) uitgaven te doen, probeer dan om vóór het einde van het jaar uw portemonnee te legen. Iedere euro die u voor het uiteinde uitgeeft, levert in dat geval 1,2 cent fiscaal voordeel op.

Bent u op zoek naar een fiscaal vriendelijke of slimme manier om uw box 3 vermogen omlaag te brengen, dan kunt u denken aan het verbouwen van uw woning, het aflossen van de eigenwoning lening of het doen van schenkingen.

Gaat u verbouwen, dan profiteert u van een laag btw-tarief van 6% op arbeidskosten bij renovatie en herstel van bestaande woningen. Dit lage tarief geldt nog tot 1 juli 2015.

Wat de eigenwoning lening betreft,  de komende jaren wordt de renteaftrek daarvan stapsgewijs beperkt. In 2015 is het maximale aftrekpercentage 51%. Zit u in de 52% tariefschijf, dan wordt u nu al geconfronteerd met een steeds beperktere renteaftrek en wordt aflossen steeds gunstiger.  Ook als u een zeer lage hypotheekschuld heeft, kan het verstandig zijn om af te lossen. Wanneer de aftrekbare rente voor de eigenwoning lening minder bedraagt dan het eigenwoningforfait, dan heeft u effectief geen renteaftrek. Deze wordt namelijk in dat geval volledig opgeheven door het eigenwoningforfait. Als u gaat aflossen, ga dan bij de bank wel na welk bedrag u boetevrij mag aflossen.

Als u schenkingen wilt doen, dan kan dit tot het einde van het jaar extra voordelig als het gaat om een schenking voor de eigen woning van de begunstigde. In plaats van de gebruikelijke vrijstelling voor kinderen van ruim een halve ton, geldt een vrijstelling van maximaal € 100.000. Het bedrag moet worden gebruikt voor de eigen woning of voor de aflossing van een eigenwoningschuld. De gebruikelijke eisen zoals de leeftijdsgrens en de relatie tussen schenker en begunstigde zijn daarbij niet van belang. U mag dus ook belastingvrij aan uw buurman schenken als u dat wilt.

Dan tot slot nog een tip om in de toekomst vervelende verrassingen achteraf te voorkomen: mocht er iets in de vermogens- en/of inkomenssituatie van u of uw partner gewijzigd zijn, kijk dan goed naar de voorlopige aanslag 2015. Indien nodig, kunt u de fiscus verzoeken om een (nadere) voorlopige aanslag op te leggen. Dit om te voorkomen dat u in 2016, bij de oplegging van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015, in één keer een smak geld aan de fiscus moet terugbetalen. En zo bent u ook fiscaal klaar voor 2015. Een gelukkig Nieuw Jaar alvast!

Informatie voor alleenstaande ouders die toeslag moeten terugbetalen

Bent u alleenstaande ouder en krijgt u kindgebonden budget? Als u toeslag moet terugbetalen, valt het kindgebonden budget vanaf... Lees meer >

Bent u alleenstaande ouder en krijgt u kindgebonden budget? Als u toeslag moet terugbetalen, valt het kindgebonden budget vanaf 2015 onder de beslagvrije voet. Houden we voor u al rekening met een beslagvrije voet? Dan betalen we uw kindgebonden budget voor 2015 gewoon uit.

Dit geldt alleen voor betalingsregelingen waarbij we al rekening houden met de beslagvrije voet. Dan houdt u het deel van het inkomen dat u nodig hebt voor uw levensonderhoud. Hebt u nog geen betalingsregeling? Dan verrekenen we het openstaande bedrag wel met het kindgebonden budget.

Moet u toeslag gaan terugbetalen en komt uw inkomen daardoor onder het bestaansminimum? U kunt ons dan vragen om rekening te houden met de beslagvrije voet. Dan betalen we het kindgebonden budget wel aan u uit. Lees meer hierover bij Mijn inkomen komt onder het bestaansminimum.

Nederlandse rente blijft dalen

De onrust op de financiële markten heeft de vraag naar Nederlandse en Duitse staatsobligaties dinsdagochtend verder aangewakkerd. De rentes... Lees meer >

De onrust op de financiële markten heeft de vraag naar Nederlandse en Duitse staatsobligaties dinsdagochtend verder aangewakkerd. De rentes op de staatsleningen bereikten daarmee opnieuw een historisch dieptepunt.

De rente op Nederlandse staatsleningen van tien jaar daalde naar 0,75 procent. De vergelijkbare Duitse rente ging naar het ongekend lage niveau van 0,6 procent. Ook Britse staatsleningen zijn in trek, de rente op Britse obligaties met een looptijd van dertig jaar kwam in de ochtendhandel voor het eerst lager uit dan 2,5 procent.

Het rendement en de waarde van een obligatie bewegen tegengesteld. Een dalende rente wijst op een toenemende waarde en een groeiende vraag naar het betreffende schuldpapier.

Mogelijk meer belasting op nieuwe erfpacht

De voorgenomen nieuwe berekening van belasting op erfpacht bij nieuwbouwwoningen is ‘schadelijk voor marktpartijen’ en ‘uitermate ongunstig voor de... Lees meer >

De voorgenomen nieuwe berekening van belasting op erfpacht bij nieuwbouwwoningen is ‘schadelijk voor marktpartijen’ en ‘uitermate ongunstig voor de woningmarkt’. Dat schrijft de Vereniging van Nederlandse projectontwikkelingsmaatschappijen (Neprom) in een brief aan staatssecretaris Wiebes (Financiën).

Wiebes wil de berekening van deze belasting per 1 januari 2015 wijzigen. Niet alleen het bedrag waarover de belasting wordt berekend gaat omhoog, maar ook het tarief.

De basis voor de berekening is in het nieuwe plan altijd de waarde van de grond. Nu is dat meestal nog zeventien keer de jaarlijkse canon. Over die waarde van de grond wordt in het nieuwe plan 21 % omzetbelasting berekend. Nu is dat meestal 6 % overdrachtsbelasting. Door deze twee wijzigingen in de berekening wordt het verschuldigde belastingbedrag fors hoger.

Tegen verhoging
Het ministerie van Financiën heeft de wijziging nog niet officieel bekend gemaakt. Vereniging Eigen Huis is verrast door het plan en neemt hierover contact op met het ministerie.

De vereniging keert zich tegen belastingverhoging voor toekomstige eigenaren van nieuwbouwwoningen op erfpachtgrond. Gemeenten vragen nog steeds de hoofdprijs voor grond, terwijl verlaging op zijn plaats zou zijn. Daar bovenop komt nu mogelijk nog een belastingverhoging.

Haast geboden bij schenkingsvrijstelling

Huiseigenaren die nog willen profiteren van de tijdelijk verhoogde schenkingsvrijstelling, moeten snel zijn. Veel banken geven aan dat 15... Lees meer >

Huiseigenaren die nog willen profiteren van de tijdelijk verhoogde schenkingsvrijstelling, moeten snel zijn. Veel banken geven aan dat 15 december de laatste dag is waarop zij dit administratief kunnen afronden.

Sommige geldverstrekkers verwerken na 1 december al geen aflossingen meer in 2014. ‘Mensen die dit jaar nog een groot belastingvrij bedrag gaan ontvangen, kunnen het best even bij hun bank informeren of verwerking van hypotheekaflossing in december nog mogelijk is. Vraag de bank dan ook meteen hoe dat moet’, zegt Bobby Raghoenath, fiscalist bij Vereniging Eigen Huis. ‘Als de bank de aflossing onverhoopt toch pas na de jaarwisseling verwerkt, kan het zo zijn dat de ontvanger van een groot bedrag alsnog schenkbelasting moet betalen.’

Tot een ton
Tot en met 31 december 2014 geldt een vrijstelling van de schenkbelasting voor schenkingen tot € 100.000, mits dat geld nog dit jaar wordt aangewend voor aankoop, verbetering of onderhoud van de eigen woning óf aflossing van de eigenwoningschuld. Daarna geldt een vrijstelling van € 52.752. Die vrijstelling geldt alleen voor schenkingen van ouders aan kinderen van 18 tot 40 jaar.

Voorlopige aanslag 2015 aanvragen, wijzigen of stoppen

Dit jaar kunt u vanaf 21 november voor het eerst een voorlopige aanslag aanvragen, wijzigen of stopzetten met een... Lees meer >

Dit jaar kunt u vanaf 21 november voor het eerst een voorlopige aanslag aanvragen, wijzigen of stopzetten met een online formulier.

Vanaf 21 november 2014 kunt u kiezen hoe u een voorlopige aanslag over 2015 wilt aanvragen, wijzigen of stopzetten:

  • met het programma Verzoek of wijziging voorlopige aanslag
    U downloadt dit programma op uw computer, vult het in en verstuurt het.
  • met het online formulier Verzoek of wijziging voorlopige aanslag op Mijn Belastingdienst
    U hoeft dit formulier niet te downloaden. U vult het in en verstuurt het op Mijn Belastingdienst, uw persoonlijke pagina bij de Belastingdienst.

Kreeg u dit jaar maandelijks een bedrag terug via een voorlopige aanslag? Of betaalde u zo maandelijks een bedrag aan ons? Dan krijgt u meestal automatisch een voorlopige aanslag over 2015. Wij versturen de voorlopige aanslagen 2015 vanaf deze week tot eind januari. Soms krijgt u niet automatisch een voorlopige aanslag over 2015. Bijvoorbeeld als u in 2014 een voorlopige aanslag kreeg vanwege een heffingskorting die in 2015 niet meer bestaat. In zulke gevallen krijgt u apart bericht van ons.

Is uw persoonlijke situatie dit jaar veranderd? Dan is het misschien verstandig om uw voorlopige aanslag 2015 te wijzigen.

Meer informatie over de voorlopige aanslag 2015

Belastingen: Wat verandert er in 2015 voor ondernemers en werkgevers?

In 2015 verandert een aantal belastingregels. Daarnaast zijn er voorstellen om belastingregels aan te passen. Deze voorstellen worden pas... Lees meer >

In 2015 verandert een aantal belastingregels. Daarnaast zijn er voorstellen om belastingregels aan te passen. Deze voorstellen worden pas definitief als de Eerste Kamer er in december mee instemt.

In 2015 verandert een aantal belastingregels. Daarnaast zijn er voorstellen om belastingregels aan te passen. Deze voorstellen worden pas definitief als de Eerste Kamer er in december mee instemt. Wilt u meer weten over deze maatregelen? Kijk dan op www.rijksoverheid.nl of www.rijksfinancien.nl. U kunt ook het Belastingplan 2015 downloaden.

Begin 2015 staan de aangepaste belastingregels op de site van de Belastingdienst.

Laag btw-tarief voor arbeidsloon bij renovatie en herstel van woningen verlengd tot 1 juli 2015
Als u werk verricht aan bestaande woningen (ouder dan 2 jaar), dan blijft het lage btw-tarief van 6% over het arbeidsloon nog een half jaar langer gelden. Vanaf 1 juli 2015 geldt weer het tarief van 21%.

Btw-vrijstelling voor zorg ook voor winst beogende instellingen
Er geldt een btw-vrijstelling voor het verplegen en verzorgen van personen in inrichtingen zonder winstoogmerk. Met ingang van 1 januari 2015 geldt deze vrijstelling ook voor inrichtingen met winstoogmerk.

Verplichting btw-uitbetaling op rekeningnummer van de ondernemer vervalt
Vanaf 1 januari 2015 vervalt de verplichting dat wij uw btw-teruggaaf op uw rekeningnummer moeten uitbetalen. Wij mogen deze teruggaaf dus ook uitbetalen op een ander bankrekeningnummer, bijvoorbeeld het rekeningnummer van een gelieerde vennootschap.

Wijziging plaats van dienst bij digitale diensten en mini One Stop Shop-regeling
Vanaf 1 januari 2015 zijn digitale diensten aan particulieren belast in het land waar die particulier woont. Om te voorkomen dat u zich in elke EU-lidstaat waar u digitale diensten levert, moet registreren, wordt de mini One Stop Shop-regeling (MOSS) ingevoerd. Hiermee kunt u de btw over de geleverde diensten aan particulieren aangeven via 1 lidstaat van de EU. Meer informatie vindt u bij Wijziging in digitale diensten vanaf 2015.

Veranderingen voor werkgevers
Alle veranderingen voor werkgevers leest u in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2015. In de nieuwsbrief vindt u onder meer informatie over:
• veranderingen in de werkkostenregeling
• veranderingen in de gebruikelijkloonregeling voor aanmerkelijkbelanghouders
• veranderingen in de aangifte loonheffingen

Vanaf 2015 is de werkkostenregeling verplicht voor alle werkgevers. Meer informatie over de werkkostenregeling kunt u ook vinden op www.belastingdienst.nl/wkr.

Extra tijd voor iedereen met belastingaanslag

Iedereen die de Belastingdienst volgend jaar geld moet betalen over de inkomstenbelasting van dit jaar, krijgt daarvoor vier maanden... Lees meer >

Iedereen die de Belastingdienst volgend jaar geld moet betalen over de inkomstenbelasting van dit jaar, krijgt daarvoor vier maanden uitstel. Het uitstel gold al voor de mensen die een naheffing van de fiscus krijgen, maar staatssecretaris Eric Wiebes breidt het nu uit naar iedereen die volgend jaar een aanslag krijgt.

Wiebes meldt dat dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer. Het zal naar schatting in totaal om 5,5 miljoen mensen gaan. Wiebes verwacht dat ,,vrijwel geen mensen” in betalingsproblemen zullen komen door de bijbetaling. Die is het gevolg van eerdere afspraken die de fiscus niet op tijd heeft kunnen verwerken. De naheffing loopt uiteen van enkele tientjes tot in een enkel geval 700 euro. Het gemiddelde ligt op 150 euro.

De vier maanden uitstel komen bovenop de gebruikelijke betalingstermijn van zes weken.

Fiscus krijgt wanbetaler beter in het vizier

De belastingdienst heeft dit jaar ruim 50 miljoen euro meer geïnd van wanbetalers dan in 2013. Dat zegt directeur... Lees meer >

De belastingdienst heeft dit jaar ruim 50 miljoen euro meer geïnd van wanbetalers dan in 2013. Dat zegt directeur Hans Blokpoel van de Belastingdienst donderdag in het AD. Door een verbeterde aanpak en toezicht sluit het net zich rond mensen die hun belastingschulden niet betalen.

Knappe koppen
Blokpoel denkt dat de dienst de gestelde doelstelling van 600 miljoen extra innen per jaar op den duur gaat halen.

De invordering van schulden is sinds kort geconcentreerd in twee landelijke centra en wanbetalers worden daar continu ‘gevolgd’, vertelt Blokpoel. ”We zien of iemand een nieuwe baan krijgt, een erfenis ontvangt, een auto koopt. Zodra we dat merken, starten we meteen een vordering”. De belastingdienst heeft betere software beschikbaar en heeft er ook een ”team knappe koppen” op gezet, aldus de directeur. ”Jonge mensen die rechtstreeks van de universiteit komen en veel intelligentere analyses maken op basis van de beschikbare data.”

Kleine zelfdstandigen
Komend jaar rolt de belastingdienst de aanpak verder uit en gaat op dezelfde manier ook 1,2 miljoen kleine zelfstandigen volgen. ”Ik verwacht spectaculaire resultaten”, zegt Blokpoel. Overigens zal de dienst het niet alleen moeten hebben van wanbetalers, maar zal er ook meer geld moeten worden geïnd door beter toezicht en fraudebestrijding.

Volgens Blokpoel betaalt 2,5 procent van de 9 miljoen belastingplichtigen zijn belastingen niet. ”Een kleine groep, maar wel eentje van honderdduizenden mensen groot.”

ZZP’er niet uit op belastingvoordeel

Het kabinet wil het aantal ZZP’ers in Nederland indammen. Het CPB kopt in diverse kranten dat ZZP’ers uit zijn... Lees meer >

Het kabinet wil het aantal ZZP’ers in Nederland indammen. Het CPB kopt in diverse kranten dat ZZP’ers uit zijn op belastingvoordeel. Uit verschillende interviews met ZZP’ers blijkt dit niet zo te zijn. Belastingvoordeel is niet de belangrijkste drijfveer voor ZZP’ers om zelfstandig te worden.

“Uit verschillende interviews, onder zelfstandigen, blijkt dat de belangrijkste reden om als ZZP’ers aan de slag te gaan vrijheid is”, aldus Luis Roman, ontwikkelaar van Chimply, een tool voor ZZP’ers om hun administratie te doen. ZZP’ers Ingrid van Houwelingen en eigenaar van F-Sleutel Adminstraties zegt: “De vrijheid om te doen wat ik leuk vind en om mijn eigen tijd in te delen, waren voor mij de redenen om zelfstandig te worden.” Andere redenen om voor het ondernemerschap zijn: vrijheid van hiërarchie en ruime arbeidsmarktomstandigheden.

Schijnconstructies
Het kabinet wil de fiscale faciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek matigen. De extra inkomsten voor de Staat die hieruit voortvloeien lijken hierbij de grootste drijfveer van de regering. De zelfstandigenaftrek zou namelijk schijnconstructies uitlokken. Dit is tegenstrijdig met de jarenlange stimulatie, voor het ondernemerschap. “Door voorgaande maatregelen zullen een hoop goede bedrijven nooit ontstaan.” Aldus Luis Roman.

Onderzoek
ZZP’ers kiezen niet voor het ondernemerschap vanwege de fiscale faciliteiten, wat het kabinet wel doet lijken. Om beter inzicht te krijgen wat de échte redenen zijn, is Chimply een onderzoek begonnen. Dit zal binnen enkele maanden gepubliceerd worden.

Fietsplan voor bedrijven wijzigt

Vanaf 1 januari 2015 wordt de werkkostenregeling verplicht gesteld voor bedrijven, dit houdt in dat de werkgever 1,5% van... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2015 wordt de werkkostenregeling verplicht gesteld voor bedrijven, dit houdt in dat de werkgever 1,5% van de totale loonsom mag gebruiken voor onbelaste vergoedingen. Deze verandering zal ook zijn uitwerking hebben op het fietsplan. Is de (elektrische) fiets van de zaak straks nog wel interessant?

De fiets heeft lange tijd een vrij suf imago gehad. Hij werd slechts gebruikt voor woon-werkverkeer, scholieren en oudere recreanten. Daar tegenover is de elektrische aangedreven fiets gestaag aan een opmars bezig, zo ook in de zakelijke markt. Grotendeels is dit te danken aan het fietsplan, waarbij een fiets met een aanschafwaarde tot €749, inclusief btw, belastingvrij kan worden aangeschaft als de fiets voor woon-werkverkeer, en minimaal de helft van de tijd, wordt gebruikt.

De werkkostenregeling
Door de huidige belastingmaatregel met betrekking tot vrije verstrekkingen en vergoedingen kan een werkgever met gemiddeld 42% belastingvoordeel een nieuwe fiets kopen. Vanaf 1 januari 2015 gaat dit veranderen met de verplichting van de werkkostenregeling, waarbij de werkgever 1,5% van de totale fiscale loonsom mag besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan de werknemer. Deze verandering zal zeker zijn uitwerkingen hebben op het fietsplan, aangezien door de aanschafwaarde van een fiets, zeker wanneer het een elektrische fiets betreft, een groot deel van de 1,5% van de loonsom per werknemer opgesnoept zal worden.

Werkkostenregeling
Ondanks de verplichtstelling van de werkkostenregeling is de elektrische fiets op zakelijk gebied nog steeds een goede vervanging voor de auto, zeker wanneer het gaat om kortere afstanden. Veel mensen wonen binnen een afstand van 15 kilometer van hun werk maar maken geen gebruik van een (elektrische) fiets, terwijl dit een ideaal vervoermiddel is voor deze afstanden.

Stimuleer het gebruik
Om werknemers te stimuleren gebruik te maken van de (elektrische) fiets in plaats van de auto, zou niet zozeer de aanschaf maar het gebruik van de fiets moeten worden toegejuicht. Hierbij is ook een rol weggelegd voor de werkgever, zij zouden bijvoorbeeld een hogere reiskostenvergoeding voor de (elektrische) fiets kunnen geven.

Vaak krijgen de werknemers maar zo’n 10 cent per kilometer voor deze vervoermiddelen, maar dit zou verhoogd kunnen worden tot 19 cent per kilometer zonder dat dit verdere fiscale consequenties heeft. Dus ook als de werkkostenregeling van kracht wordt, kunnen ondernemers nog steeds financiële prikkels creëren voor het gebruik van een (elektrische) fiets voor het woon-werkverkeer.

Overheid
Ook de overheid kan hierin een rol spelen. Een voorbeeld hiervan is de Electric Freeway, een fietspad op het traject Almere-Amsterdam-Zuidoost, speciaal voor elektrische fietsen en scooters met legio oplaadpunten. Elektrische fietsen of scooters zijn niet alleen op overvolle snelwegen sneller dan de auto, ook in drukke stadscentra valt er een hoop tijdswinst te behalen.

Soms belasting verschuldigd over parkeerplek

Werkgevers moeten in uitzonderlijke gevallen belasting betalen over de parkeerruimte die zij huren voor hun personeel. Het gaat om... Lees meer >

Werkgevers moeten in uitzonderlijke gevallen belasting betalen over de parkeerruimte die zij huren voor hun personeel. Het gaat om ruimte voor het parkeren van de privéauto van een werknemer. Wanneer het totale bedrag van de huur hoger is dan 1,2 procent van de totale loonsom van het bedrijf, moet de werkgever belasting betalen.

Werkkostenregeling
Dit is onderdeel van de werkkostenregeling die per 1 januari verplicht wordt gesteld, heeft een woordvoerder van Financiën vrijdag laten weten. Hij onderstreept dat het de werkgever is die de belasting moet betalen, en niet de werknemer.

Vragen
CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt is niet blij met de nieuwe regeling. Volgens hem kan de belasting die de werkgever over parkeerruimte moet betalen ten koste gaan van andere zaken die onder de werkkostenregeling vallen, zoals een kerstpakket. Omtzigt gaat er nog vragen over stellen aan staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën.

Veranderingen voor pensioenregelingen: pas uw pensioenregeling op tijd aa

In 2014 is de maximale pensioenopbouw (fiscaal) beperkt in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd... Lees meer >

In 2014 is de maximale pensioenopbouw (fiscaal) beperkt in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd (richtleeftijd). Dit kan gevolgen hebben gehad voor de pensioenregeling van werknemers. Per 1 januari 2015 komt daar een aantal maatregelen bij.

Verdere beperking pensioenopbouw
Op 1 januari 2014 zijn de maximale opbouwpercentages verlaagd. Op 1 januari 2015 wordt de ruimte voor pensioenopbouw verder beperkt. Uitgangspunt is daarbij dat werknemers in 40 jaar een ouderdomspensioen kunnen opbouwen van maximaal 75% van hun gemiddelde loon.

Het jaarlijkse opbouwpercentage gaat voor middelloonregelingen omlaag van 2,15% (2014) naar 1,875% (2015) en voor eindloonregelingen van 1,9% (2014) naar 1,657% (2015). De opbouwpercentages voor partner- en wezenpensioen worden evenredig verlaagd.

Beperking pensioengevend loon
Daarnaast wordt de maximale hoogte van het pensioengevend loon beperkt. Het pensioengevend loon wordt vanaf 1 januari 2015 begrensd op maximaal € 100.000. Werknemers met een hoger loon dan € 100.000 kunnen over dat hogere loon alleen een zogenoemd nettopensioen of nettolijfrente opbouwen. Omdat de premies uit het netto-inkomen worden betaald, zijn de bijbehorende uitkeringen vrijgesteld van inkomstenbelasting. Ook hoort de waarde van de nettolijfrente of het nettopensioen niet tot het belaste vermogen in box 3.

De grens van € 100.000 geldt niet voor arbeidsongeschiktheidspensioen.

Pas de pensioenregeling van werknemers op tijd aan
Deze wijzigingen betekenen dat vóór 1 januari 2015 de pensioenregeling van werknemers moet worden aangepast. Voor 1 januari 2015 is er de mogelijkheid om een aangepaste pensioenregeling aan de Belastingdienst voor te leggen. Als u dat doet, kunt u deze regeling in overleg met de Belastingdienst in de loop van 2015 nog aanpassen. Deze aanpassing moet dan wel zo snel mogelijk gebeuren en met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015.

Familiebedrijven blijken op lange termijn succesvoller te zijn

Onderzoek van universiteit Nyenrode toont aan dat Nederland ongeveer 260.000 familiebedrijven telt. Dit aantal betekent dat 69% van het... Lees meer >

Onderzoek van universiteit Nyenrode toont aan dat Nederland ongeveer 260.000 familiebedrijven telt. Dit aantal betekent dat 69% van het totaal aantal bedrijven in Nederland een familiebedrijf is dat al generaties lang in handen van een familie is. Deze familiebedrijven zijn goed voor ongeveer 53% van het bruto binnenlands product, wat zo`n 320 miljard euro per jaar betekent.

Net als `gewone` bedrijven moeten familiebedrijven winst maken. Volgens Roberto Flören, Baker Tilly Berk hoogleraar Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht aan Nyenrode Business Universiteit, zijn er echter wel wat verschillen tussen bedrijven en familiebedrijven. Zo blijken familiebedrijven op de lange termijn succesvoller te zijn en kunnen daardoor blijven voortbestaan.

Flören vertelt dat familiebedrijven ook een sterker strategisch inzicht hebben. `Waar beursgenoteerde bedrijven maximaal vier jaar vooruitkijken en altijd uit zijn op winstmaximalisatie, zijn bestuurders van familieondernemingen bezig met de vraag of hun bedrijf bij een volgende generatie nog bestaansrecht heeft.` Volgens de hoogleraar kijken familiebedrijven zo ver vooruit omdat hun verantwoordelijkheidsgevoel hoger ligt.

Maak overnemen startups fiscaal aantrekkelijker

D66 Tweede Kamerlid Kees Verhoeven pleit er voor dat het opkopen van startups fiscaal aantrekkelijker wordt gemaakt. Met een... Lees meer >

D66 Tweede Kamerlid Kees Verhoeven pleit er voor dat het opkopen van startups fiscaal aantrekkelijker wordt gemaakt. Met een belastingmaatregel, de innovatiebox, wordt nu winst die toegeschreven kan worden aan een innovatie lager belast. Verhoeven wil dat dit belastingvoordeel voortaan alleen gebruikt wordt om Nederlandse startups over te nemen.

“Veel ondernemers zijn erg goed in het bedenken en ontwikkelen van een idee. Vervolgens moet het bedrijf verkocht kunnen worden om het product naar een grotere markt te brengen. Daarna kunnen deze innovators weer nieuwe ideeën ontwikkelen en een nieuwe startup beginnen. Dat gebeurt in Nederland nu nog relatief weinig. Daardoor komen veel innovatieve ideeën niet tot ontwikkeling”, legt Verhoeven uit. Woensdag wordt in de Tweede Kamer gesproken over bedrijfslevenbeleid en innovatie.

Extra innovatie
Nu is het zo dat de innovatiebox gebruikt kan worden voor innovaties die het bedrijf zelf ontwikkelt. Vooral grote bedrijven maken hier gebruik van. Dat gebeurt echter voor innovaties die anders ook al plaats zou vinden. Extra innovatie wordt hier dus niet mee gestimuleerd. Voor de innovatiebox is in 2014 €625 miljoen beschikbaar. D66 wil dat dit geld echt aan innovatie besteed wordt. Verhoeven: “Door het fiscaal aantrekkelijk te maken startups over te kopen, help je de startups. Zij hebben vaak grotere bedrijven nodig om hun ideeën naar een grotere markt te brengen en het bedrijf uit te bouwen. Door de innovatiebox te gebruiken waar die voor bedoeld is, wordt Nederland aantrekkelijker voor startende bedrijven.”

Potentiële financiers
Voor startups is het verkopen van hun bedrijf van groot belang voor het verkrijgen van financiering wanneer ze beginnen. Potentiële financiers letten op de verkoopbaarheid van een startup als zij overwegen geld te investeren. Omdat startups in Nederland moeilijker verkocht worden, worden veel startups verplaatst naar de Verenigde Staten. In de VS nemen bedrijven als Google en Microsoft elk jaar tientallen bedrijven over. Sinds 2010 heeft Google zelfs elke week een startup overgenomen.

Belastingstelsel hervormen voor groei

De Nederlandse economie zou er veel baat bij hebben als het belastingstelsel wordt hervormd. President Klaas Knot van De... Lees meer >

De Nederlandse economie zou er veel baat bij hebben als het belastingstelsel wordt hervormd. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank denkt dat dat een belangrijke manier is om de economie te laten groeien.

“Als er komende jaren ruimte is in het budget, is het verstandig om dat als smeerolie te gebruiken voor modernisering van het belastingstelsel”, zei Knot dinsdag in Nieuwsuur.

Volgens Knot zijn er de afgelopen jaren al heel wat hervormingen doorgevoerd die de economie stimuleren. Als voorbeeld gaf hij onder meer het ontslagrecht op de arbeidsmarkt, de verhoging van de pensioenleeftijd en de woningmarkt.

Bij vaststellen bron winst uit onderneming moeten financieringskosten worden meegenomen

De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat voor de beoordeling of er sprake is van een ‘onderneming’ ook rekening... Lees meer >

De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat voor de beoordeling of er sprake is van een ‘onderneming’ ook rekening moet worden gehouden met de rente op geldleningen die zijn aangegaan ter financiering van deze ‘onderneming’. De Bed and Breakfast van een echtpaar vormt geen IB-onderneming.

Een man koopt in 2002 samen met zijn echtgenote een monumentale kop-hals-rompboerderij, met de intentie om een Bed and Breakfast (B&B) te exploiteren. In 2004 wordt gestart met de verbouwing van de boerderij. In geschil is of er sprake is van een onderneming. In de beroepsfase sluiten de man en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst. De inspecteur stemt er in de beroepsfase mee in dat er sprake is van een onderneming als de man een break-evenpoint in het jaar 2010 kan aantonen. Hierbij speelt met name of rekening moet worden gehouden met de financieringskosten. Rechtbank Leeuwarden stelt de inspecteur in het gelijk. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat rekening moet worden gehouden met de financieringslasten. Als er sprake zou zijn van een bron moet volgens het hof rekening worden gehouden met de geldlening waarmee de B&B is gefinancierd. De B&B is geen bron van inkomen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. 

De Hoge Raad oordeelt dat voor de beoordeling of er sprake is van een ‘onderneming’ ook rekening moet worden gehouden met de rente op geldleningen die zijn aangegaan ter financiering van deze ‘onderneming’. Volgens de Hoge Raad behoort het in de vorm van vreemd vermogen werkzame kapitaal dan namelijk ook tot de ‘onderneming’. Bij de beoordeling of de B&B een onderneming vormt, heeft het hof dan ook terecht rekening gehouden met de op de lening verschuldigd geworden rente. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Kabinet bekijkt simpeler kinderopvangtoeslag

Het aanvragen van kinderopvangtoeslag wordt straks waarschijnlijk makkelijker. Het kabinet bekijkt of het geld rechtstreeks kan worden overgemaakt aan... Lees meer >

Het aanvragen van kinderopvangtoeslag wordt straks waarschijnlijk makkelijker. Het kabinet bekijkt of het geld rechtstreeks kan worden overgemaakt aan het kinderopvangbedrijf. Ouders hoeven dan geen ingewikkelde procedure meer te doorlopen en ontvangen ook geen grote toeslagbedragen meer op hun bankrekening.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën hebben dat maandag aan de Tweede Kamer laten weten. Het huidige toeslagensysteem legt volgens hen veel verantwoordelijkheid bij de ouders. Omdat de regels complex zijn, is de kans op fouten groot.

Als het geld meteen naar de kinderopvangbedrijven gaat, zijn nog maar 4000 instellingen bij betrokken bij het aanleveren van informatie en niet 400.000 ouders, zoals nu.

Asscher en Wiebes bekijken ook of de berekening van het inkomen van de ouders, waarop de toeslagen gebaseerd zijn, makkelijker kan. Ze overwegen uit te gaan van het inkomen van bijvoorbeeld twee jaar terug. Nu wordt nog gekeken naar het geschatte inkomen van het lopende jaar.

Gevolgen hogere belasting vakantiegeld vallen wel mee

Werkenden met een middeninkomen moeten volgend jaar ruim 12 procent inleveren op hun vakantiegeld. Het verlies wordt echter voor... Lees meer >

Werkenden met een middeninkomen moeten volgend jaar ruim 12 procent inleveren op hun vakantiegeld. Het verlies wordt echter voor de meesten gecompenseerd door een hoger netto salaris.

Grote groepen werkenden met een middeninkomen houden volgend jaar ruim 12 procent minder aan vakantiegeld over vergeleken met dit jaar, schreef De Telegraaf dinsdag. Dit is een gevolg van de belastingplannen van staatssecretaris Eric Wiebes (VVD) van Financiën. Deze kwamen eerder deze maand ook in opspraak.

Hoewel het klopt, zullen werkenden met een bruto maandloon van tussen de 1750 en 7000 euro er in netto salaris op vooruit gaan. Dit blijkt uit berekeningen van het salarisverwerkingsbureau Salar. Hoewel werkenden met een middeninkomen inleveren op hun vakantiegeld, houden zij in de praktijk dus gemiddeld meer over.

Netto
De berekeningen laten zien dat mensen met een inkomen tot 1.500 netto per maand er iets op achteruit gaan. Iedereen met een hoger inkomen houdt meer over, met uitzondering van mensen met een salaris van 8.500 euro of hoger. Degenen die het meest overhouden zijn mensen met een inkomen van 3.500 tot 7.000 euro per maand: zij gaan er meer dan 1 procent op vooruit.

De berekeningen laten puur het verschil tussen netto- en bruto-loon zien. Extra’s zoals pensioenpremies, bedrijfstakfondsen en cao-verhogingen worden niet meegenomen. Ook toeslagen, kortingen op de inkomstenbelasting en verzekeringspremies zijn niet meegerekend.

Het vakantiegeld wordt netto inderdaad een stuk lager: mensen die bruto meer dan 4.000 euro per maand verdienen kunnen volgend jaar rekenen op een verschil van bijna 300 euro met dit jaar. Het verlies wordt echter gecompenseerd door het extra netto maandloon.

Premiepercentages 2015 vastgesteld

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft voor het jaar 2015 de premiepercentages werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en opslag kinderopvangtoeslag... Lees meer >

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft voor het jaar 2015 de premiepercentages werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en opslag kinderopvangtoeslag vastgesteld. Ook het maximumpremieloon is vastgesteld.

De AWf-premie is verlaagd naar 2,07%. De vervangende premie voor de sectorfondsen (gemiddelde premiepercentage) wordt vastgesteld op 2,68%. De Ufo-premie blijft 0,78%. De basispremie Arbeidsongeschiktheidfonds wordt 5,25%. Het maximumpremieloon is € 51.976 per jaar. De premie algemene ouderdomsverzekering blijft 17,90%. Die voor de nabestaandenverzekering 0,60%. Tenslotte wordt de opslag kosten kinderopvangtoeslag vastgesteld op 0,50%.

Rabobank: Herstel Nederlandse woningmarkt zet door in 2015

De Nederlandse koopwoningmarkt zal in 2015 verder aantrekken, ondanks de versobering van de schenkingsvrijstelling en starterslening. Het aantal verkochte... Lees meer >

De Nederlandse koopwoningmarkt zal in 2015 verder aantrekken, ondanks de versobering van de schenkingsvrijstelling en starterslening. Het aantal verkochte woningen neemt toe en ook de huizenprijzen zullen naar verwachting gematigd stijgen. Dat schrijven economen van de Rabobank in hun vandaag gepubliceerde Kwartaalbericht Woningmarkt. Daarin voorzien zij een toename van het aantal transacties tot 145-165 duizend in 2015 en een stijging van de gemiddelde huizenprijs met 1,5-3,5% ten opzichte van 2014. Voor dit jaar verwachten zij dat het aantal verkochte woningen uitkomt op 145 duizend en de gemiddelde huizenprijs met 1% stijgt ten opzichte van het gemiddelde van 2013. 

Het herstel van de Nederlandse woningmarkt verloopt tegen een achtergrond van matige maar aantrekkende economische groei. Voor 2014 verwachten de Rabobank-economen een stijging van het BBP met 0,75% ten opzichte van 2013, vooral dankzij de export en de investeringen. In 2015 leveren ook de consumptieve bestedingen van huishoudens een positieve bijdrage en voorzien de Rabo-onderzoekers een hogere BBP-groei. Door de groei van de werkgelegenheid daalt de werkloosheid. De stijging van het beschikbare huishoudinkomen en het herstel op de arbeidsmarkt hebben een gunstig effect op de woningmarkt. 

 
“Dit economische herstel, het hogere consumentenvertrouwen, de lage hypotheekrente en het forse aantal verkochte nieuwbouwwoningen hebben in onze ogen een sterker effect op de woningmarkt dan negatieve factoren als de beëindiging of versobering van stimuleringsmaatregelen, de onderwater­problematiek en de kredietbeperkende maatregelen”, aldus woningmarkteconoom Pieter van Dalen van Robabank.

In het derde kwartaal steeg het aantal woningen verder, zij het minder snel dan in de kwartalen ervoor. Wel nam de huizenprijsindex sterker toe dan in de afgelopen kwartalen. Van Dalen: “Met een stijging van 0,9% ten opzichte van het vorige kwartaal en 1,8% ten opzichte van vorig jaar was dit de sterkste prijsstijging sinds het uitbreken van de crisis in 2008. De door de Nederlandse Vereniging van Makelaars geregistreerde verkoopovereenkomsten duiden op een verdere lichte toename van het aantal transacties in het vierde kwartaal van dit jaar.”

Hypotheekrente naar laagterecord

De hypotheektarieven zijn sinds medio 2011 fors gedaald naar historisch lage percentages. Wij verwachten dit en volgend jaar geen sterke stijging hiervan. Mocht dit toch het geval zijn, dan maakt de specifieke Nederlandse situatie een grote toename van betaalbaarheidsproblemen voor huishoudens onwaarschijnlijk. Dat komt onder andere door de hypotheekrenteaftrek, de gewoonte van huishoudens om de rente lang vast te zetten en het gebruik van een hogere toetsrente bij korte rentevast perioden.”

Is de Europese naheffing te wijten aan ‘betere cijfers’ van Nederland?

  Dit bleek tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer woensdagochtend over de naheffing die Nederland van Europa ontving.... Lees meer >

 

Dit bleek tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer woensdagochtend over de naheffing die Nederland van Europa ontving. Gisteren meldde minister Jeroen Dijsselbloem (PvdA)van Financiën dat de Brusselse rekensom lijkt te kloppen. Dit betekent dat Nederland definitief de naheffing van 642 miljoen euro zal gaan betalen. Naast Nederland ontving ook Groot-Brittannië een naheffing van Europa. De Britse naheffing bedroeg 2,1 miljard euro en zette kwaad bloed bij de Britse premier David Cameron, die de naheffing weigerde te betalen.

Een stap verder

Volgens directeur Nationale Rekeningen Silke Stapel-Weber vanEurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, is Nederland ‘een stap verder’ gegaan dan de andere Europese landen in het gebruik van administratieve data. Zij vindt dat Nederland hierdoor een completer beeld schetst, schrijft NOS.

Tweede Kamerleden wilden weten hoe het mogelijk is dat Nederland een hoge naheffing krijgt en de meeste andere Europese lidstaten niet. Zij vroegen zich af of het misschien een gevolg was van de Nederlandse rekenmethode. Bij het schetsen van een ‘completer beeld’ bestaat er immers ook een risico dat er naderhand meer betaald moet worden.

Het CBS maakte onder meer gebruik van gegevens van het Kadaster en de Nederlandsche Bank. Daarnaast bestudeerde het bureau politierapporten om een inschatting te kunnen maken van de opbrengsten van illegale activiteiten.

Stapel-Weber wil niet reageren op de vraag of andere landen hun huiswerk slechter hebben gedaan dan Nederland en daarom geen naheffing kregen. Zij geeft aan dat Eurostat slechts checkt ‘of wat een land doet volgens de regels is en of de cijfers acceptabel zijn’.

Eurostat wees er ook op dat het leveren van betere cijfers niet per se tot een (hogere) naheffing hoeft te leiden: ‘het zou ook kunnen betekenen dat de afdracht aan Europa omlaag gaat’.

Geen vragen

Het verslag van Eurostat over de vergadering van lidstaten over de data waarop de naheffingen zijn gebaseerd wijdt anderhalve pagina per land aan informatie over de manier waarop de data zijn vergaard.

Het rapport laat ook zien dat geen van de aanwezige lidstaten vragen heeft gesteld over de manier waarop de data in andere landen waren berekend. Het CBS was bij deze vergadering ook aanwezig.

esluit goedkeuring verruimde schenkingsvrijstelling voor woning in aanbouw in Staascourant

Staatssecretaris Wiebes van Financiën keurt goed dat de tijdelijk verruimde vrijstelling schenkbelasting van € 100.000 voor de schenking voor... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën keurt goed dat de tijdelijk verruimde vrijstelling schenkbelasting van € 100.000 voor de schenking voor de eigen woning onder voorwaarden ook kan worden toegepast op het deel van de schenking dat in 2015 wordt gebruikt voor een eigen woning in aanbouw. Het besluit is op 14 november in de Staatscourant gepubliceerd.

Eén van de voorwaarden is dat al in 2014 een begin is gemaakt met de besteding van een deel van het geschonken bedrag voor een woning in aanbouw. In 2014 moet ten minste 10% van het geschonken bedrag zijn besteed aan de verwerving van (eigendoms)recht of vervallen termijnen met betrekking tot de woning in aanbouw. Het op 31 december 2014 nog niet bestede bedrag van de schenking moet in 2015 worden besteed aan de eerstvolgende bouwtermijn(en) die (alle) in 2015 vervallen. De eigendom van de bouwgrond moet uiterlijk 31 december 2014 bij notariële akte zijn geleverd.

Wiebes niet van plan oldtimerregeling aan te passen

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat hij niet van plan... Lees meer >

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat hij niet van plan is om de huidige oldtimerregeling aan te passen. Volgens hem is de fiscaliteit minder geschikt voor het voeren van het beleid ter stimulering van behoud van ‘rijdende’ monumenten.

Wiebes: ‘De huidige oldtimerregeling is het resultaat van het akkoord met de oldtimerbranche, dat door de vertegenwoordigers van de oldtimerbranche werd gesteund. Terwijl het regeerakkoord voorzag in een volledige afschaffing van de oldtimervrijstelling in de motorrijtuigenbelasting is er uiteindelijk gekozen voor deze variant. Nadat uw Kamer akkoord is gegaan met dit alternatief voor de afschaffing vrijstelling MRB voor oldtimers, is de oldtimermaatregel zoals die nu geldt uitgewerkt in het Belastingplan 2014.’

De staatssecretaris wijst nog wel op de bestaande overgangsregeling die geldt voor personen- en bestelauto’s rijdend op benzine, motorfietsen, bussen en vrachtauto’s die op 1 januari 2014 ouder zijn dan 26 jaar maar nog geen 40 jaar zijn (datum eerste toelating vanaf 1973 tot en met 1987). Voertuigen die in aanmerking komen voor de overgangsregeling en tevens aan de overige voorwaarden van de overgangsregeling voldoen, betalen slechts een kwart tarief in de motorrijtuigenbelasting met een maximum van 120 euro per jaar ( 30 euro per kwartaal).

Erfenis verwerpen?

Mijn zoon zegt niets van mij te willen erven, kan hij dan nu al zijn erfenis verwerpen? Nee, verwerpen... Lees meer >

Mijn zoon zegt niets van mij te willen erven, kan hij dan nu al zijn erfenis verwerpen?

Nee, verwerpen van een erfenis kan pas wanneer u bent overleden, pas dan valt een erfenis vrij. Bovendien kan uw zoon wel zeggen dat hij niets van u wil erven ook al is het saldo positief. Wanneer hij verwerpt, zullen zijn kinderen namens hem zijn plaats vervullen en dus namens hem erven. Verwerpen zij ook dan komt de volgende generatie, uw achterkleinkinderen, in beeld.

Blijkt de jongste in lijn een minderjarige, dan moet de rechter oordelen of verwerpen van de erfenis in het belang van het minderjarig kind is, dat zal bij een positief saldo niet zo snel zo zijn. Verwerpen is dus niet zo eenvoudig als uw zoon denkt.

Verwerpen door uw zoon werkt alleen goed wanneer hij kinderloos zou zijn. In dat geval erven de andere erfgenamen meer van u omdat de verworpen erfenis dan bij gebrek aan plaatsvervullers automatisch terugkeert in de nalatenschap.

Verwerpen kan door het formulier op te vragen bij de griffie van de rechtbank in het arrondissement waar u bent overleden. Het formulier is geschikt voor een of meerdere personen die gezamenlijk willen verwerpen. Hij betaalt dan toch maar een keer griffierecht. Uw zoon kan ook de notaris vragen om namens hem te verwerpen, dat is doorgaans duurder.

Werkkostenregeling verandert en is vanaf januari 2015 verplicht: Is uw administratie daarvoor gereed?

De werkkostenregeling is voor iedere werkgever verplicht vanaf 1 januari 2015. En er zijn enkele veranderingen vanaf januari 2015.... Lees meer >

De werkkostenregeling is voor iedere werkgever verplicht vanaf 1 januari 2015. En er zijn enkele veranderingen vanaf januari 2015. Maak uw administratie gereed voor de werkkostenregeling 2015.

De werkkostenregeling geldt voor alle vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking gestelde voorzieningen die behoren tot het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Dit kan voor u betekenen dat u op 1 januari 2015 uw administratie moet hebben aangepast.

Bent u werkgever en kan uw administratie de werkkostenregeling nog niet verwerken? Pas dan uw administratie nog aan voor het nieuwe jaar!

Bent u werkgever en gebruikt u de werkkostenregeling al? Dan zijn voor u de veranderingen vanaf januari 2015 belangrijk. U moet misschien uw administratie nog aanpassen. Doe dat op tijd!

Lees voor meer informatie: www.belastingdienst.nl/wkr.
Daar staat:

  • een link naar een stappenplan invoering werkkostenregeling
  • een overzicht met de veranderingen vanaf 1 januari 2015

Belastingdienst gaat saldinisten waarschuwen

De Belastingdienst stuurt honderden ‘saldinisten’ binnenkort een brief. Er zijn jaarlijks honderden mensen die voor het einde van het... Lees meer >

De Belastingdienst stuurt honderden ‘saldinisten’ binnenkort een brief. Er zijn jaarlijks honderden mensen die voor het einde van het jaar grote bedragen opnemen van hun rekening en dit in het begin van het daaropvolgende jaar weer storten.

Melding

Banken zijn verplicht dergelijke ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit FIU (artikel 16 WWFT). De Belastingdienst gaat deze ‘saldinisten’ er per brief op wijzen dat ook contant geld boven een bepaald bedrag moet worden opgegeven als vermogen in de aangifte inkomstenbelasting.

Enkele bijzondere gevallen zal de Belastingdienst nader onderzoeken. Zo zijn er situaties bekend waarin een belastingplichtige zijn vermogen tijdelijk heeft overgeboekt naar een vereniging waar hij als vrijwilliger of bestuurder aan verbonden is.

Strafrechtelijke onderzoeken

De FIOD is zes strafrechtelijke onderzoeken gestart naar in totaal elf ‘saldinisten’ uit de gemeenten Opsterland, Dongen, Almere, Roosendaal, Zoetermeer en een plaats in Gelderland. Het gaat om personen bij wie het vermogen dat van de rekening wordt gehaald niet verklaarbaar is uit de reguliere inkomsten. Hierdoor is het vermoeden ontstaan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. De verdachten haalden meerdere jaren achter elkaar rond de jaarwisseling bedragen tussen de circa 100.000 en 800.000 euro van hun rekening.

Aanpak witwassen prioriteit

De aanpak van witwassen heeft prioriteit bij de overheid, omdat het van groot belang is voor de effectieve bestrijding van allerlei vormen van ernstige criminaliteit. Het versluieren van de criminele herkomst van opbrengsten van misdrijven stelt daders van deze misdrijven in staat om buiten het bereik van de opsporingsinstanties te blijven en ongestoord van het vergaarde vermogen te genieten.

Belastingdienst vraagt gegevens op bij Marktplaats

Het komt enkele tientallen keren per jaar voor dat de Belastingdienst gegevens van een gebruiker van onlineplatform Marktplaats opvraagt.... Lees meer >

Het komt enkele tientallen keren per jaar voor dat de Belastingdienst gegevens van een gebruiker van onlineplatform Marktplaats opvraagt. Daarbij kan het gaan om gebruikersnamen, IP-adressen en de in- en verkoopgeschiedenis van iemand.

Dat liet een woordvoerder van Marktplaats woensdag weten naar aanleiding van berichtgeving van RTL Nieuws. De fiscus kan geen wachtwoorden of bankrekeningnummers opvragen. Bovendien geeft het bedrijf alleen gegevens als de Belastingdienst daarom vraagt. ‘Dan zijn we verplicht om die te geven’, aldus de woordvoerder.

Belastingrechter niet bevoegd voor hoger beroep tegen vaststelling en herziening zorgtoeslag

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden acht zichzelf niet bevoegd om kennis te nemen van de hoger beroepen van een belastingplichtige tegen uitspraken... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden acht zichzelf niet bevoegd om kennis te nemen van de hoger beroepen van een belastingplichtige tegen uitspraken van Rechtbank Gelderland die betrekking hebben op de definitieve vaststelling dan wel herziening van zorgtoeslag.

De besluiten van de Belastingdienst waartegen de belastingplichtige ageert, betreffen de definitieve vaststelling dan wel de herziening van zorgtoeslag. Dit zijn geen ingevolge de belastingwet genomen besluiten als bedoeld in art. 26 AWR. Nu voorts het toetsingsinkomen van belanghebbende tussen partijen niet in geschil is, betekent dit dat tegen de uitspraak van de rechtbank geen hoger beroep bij het hof ingesteld kan worden.

Anders dan belanghebbende meent, brengt de omstandigheid dat bij de beslechting van het materiële geschil het partnerbegrip als bedoeld in art. 3 van de Awir aan de orde is en dat dit partnerbegrip sterk lijkt of gelijk is aan het in de AWR en de Wet inkomstenbelasting 2001 gehanteerde partnerbegrip, niet met zich mee dat het hof in weerwil van de wettelijke bepalingen bevoegd is van het hoger beroep kennis te nemen. Belanghebbende heeft uitdrukkelijk en bij herhaling aangegeven dat hij niet wenst dat het hoger beroep doorgestuurd wordt naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hof verklaart zich onbevoegd.

Nieuw besluit voor de omzetbelasting en overdrachtsbelasting over de verkoop van woningen of de vestiging van een beperkt zakelijk recht op woningen die met korting worden verkocht

Op 23 september is een nieuw besluit gepubliceerd in de Staatscourant. In het besluit zijn onder andere de volgende... Lees meer >

Op 23 september is een nieuw besluit gepubliceerd in de Staatscourant.

In het besluit zijn onder andere de volgende voorwaarden vervallen:

  • De woning mocht nog niet in gebruik zijn genomen voordat deze was verkocht of het zakelijk recht erop was gevestigd (zie onderdeel 2.1 in het besluit).
  • De ondernemer moest de woning of het beperkt zakelijk recht dat hij voor minder dan de marktwaarde had verkocht, terugkopen of kunnen terugkopen (zie onderdeel 2.1 in het besluit).

    Een volledig overzicht van alle wijzigingen leest u in het Besluit van 11 september 2014, nr. BLKB2014/112M.

Schenkingsvrijstelling coulant toegepast voor nieuwbouwwoning

Mensen die in 2014 een eigen woning hebben die in aanbouw is, kunnen ook volgend jaar gebruikmaken van de... Lees meer >

Mensen die in 2014 een eigen woning hebben die in aanbouw is, kunnen ook volgend jaar gebruikmaken van de tijdelijke verruiming van de schenkingsvrijstelling. Voorwaarde is dat ze in 2014 minimaal de eerste termijn van het aankoopbedrag voor de nieuwbouwwoning hebben voldaan.

Dat heeft het kabinet vandaag gemeld in antwoord op vragen van de Tweede Kamer. Mensen die gebruikmaken van de coulante toepassing van de regeling mogen het geldbedrag dat zij in 2014 belastingvrij hebben ontvangen en nog niet geheel in 2014 konden besteden, gebruiken om resterende aankooptermijnen die zich in 2015 aandienen, te voldoen.

Afloop tijdelijke verruiming

De tijdelijke verruiming van de schenkingsvrijstelling eindigt met ingang van 1 januari 2015. De regeling houdt in dat maximaal 100.000 euro belastingvrij mag worden geschonken als de ontvanger het geldbedrag gebruikt voor aankoop van een woning of aflossing van de hypotheek. Ook mag het schenkingsbedrag worden aangewend voor onderhoud of verbetering van de eigen woning.

Om aanspraak te kunnen maken op de tijdelijke verruiming moet de ontvanger in 2014 eigenaar zijn van de woning. Als de schenking wordt gebruikt voor aankoop van een woning of aflossing van de hypotheek, moet het bedrag voor 1 januari 2015 zijn overgemaakt aan de hypotheekverstrekker. Het is dus van belang dat een schenking tijdig wordt gedaan.

Schenkingen die worden gebruikt voor verbouwing, onderhoud of verbetering van de woning kunnen nog tot 1 januari 2017 worden besteed. Daarbij geldt als voorwaarde dat de eigen woning waar het om gaat al in 2014 in het bezit is en dat de schenking voor 1 januari 2015 moet zijn ontvangen.

Met ingang van 1 januari 2015 geldt weer de reguliere schenkingsvrijstelling voor de eigen woning. Die houdt in dat ouders eenmalig ruim 52.000 euro belastingvrij mogen schenken aan elk van hun kinderen in de leeftijd tussen de 18 en 40 jaar.

Wiebes: Fiscaal voordelige fiets van de baas verdwijnt niet

De fiscaal voordelige ‘fiets van de baas’ verdwijnt niet. Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën zei dat vrijdag in reactie... Lees meer >

De fiscaal voordelige ‘fiets van de baas’ verdwijnt niet. Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën zei dat vrijdag in reactie op een noodkreet van organisaties als de BOVAG, de Fietsersbond en Natuur & Milieu. Die vrezen dat de fiscale voordelen van de fiets in het woon-werkverkeer verdwijnen.

Wiebes stelt dat de aparte regeling voor het aanschaffen van een fiets via de werkgever weliswaar verdwijnt, maar dat het belastingvoordeel nog steeds kan worden behaald. De fiets wordt vanaf volgend jaar alleen net zo behandeld als het kerstpakket of bedrijfsuitjes. Werkgever en werknemer moeten samen bepalen waar ze het belastingvoordeel willen leggen. Daarvoor is een percentage van 1,2 procent van de loonsom beschikbaar. Communicatiemiddelen als laptops of mobiele telefoons zitten nog wel in een aparte categorie en concurreren daarmee niet met kerstpakket of fiets.

Alleen al vanwege ‘schone, stille en gezonde mobiliteit’ zou fietsen (ook) fiscaal gestimuleerd moeten worden, vinden BOVAG, Fietsersbond, Natuur & Milieu en de RAI Vereniging. De organisaties hebben eerder met staatssecretaris Wilma Mansveld (Milieu) afgesproken ernaar te streven 5 procent meer mensen voor woon-werkverkeer op de fiets te krijgen. Dat wordt volgens de BOVAG ‘praktisch onhaalbaar’ als de bestaande regeling wordt onderuitgehaald.

‘Wat je met de ene staatssecretaris afspreekt, wordt door de andere staatssecretaris de nek omgedraaid. Wij begrijpen wel dat Wiebes de belastingen wil vereenvoudigen, maar als je echt wil dat mensen meer gaan bewegen dan is het oliedom dat de je aparte regeling voor fietsen schrapt’, zegt een woordvoerder van BOVAG. ‘Uit onderzoek van TNO blijkt dat mensen die een ‘bedrijfsfiets’ aanschaffen, ook daadwerkelijk meer gaan fietsen.’

Pensioenregels raken nabestaanden

Nabestaanden van werknemers in loondienst die na 1 januari 2015 overlijden, dreigen in sommige gevallen duizenden euro’s minder partnerpensioen... Lees meer >

Nabestaanden van werknemers in loondienst die na 1 januari 2015 overlijden, dreigen in sommige gevallen duizenden euro’s minder partnerpensioen te krijgen. Dat komt door de versobering van het pensioenstelsel en het uitblijven van wetgeving om de gevolgen van die versobering voor nabestaanden op te vangen. Daarvoor waarschuwt verzekeraar Aegon.

Duizenden euro’s

Met ingang van volgend jaar daalt het pensioen dat werknemers belastingvrij mogen opbouwen met 12 procent per jaar. Wat een werknemer uiteindelijk aan pensioen voor de oudedagsvoorziening opbouwt, is ook bepalend voor de nabestaandenuitkering. Niet alleen de ouderdomsvoorziening valt daarom lager uit, maar ook die voor nabestaanden.

Vooral nabestaanden van jongere werknemers worden hard getroffen, doordat jonge werknemers nog een lange pensioenopbouw voor de boeg hebben. Voor jonge gezinnen kan het gaan om duizenden euro’s per jaar, zegt Aegon.

Versobering

Wetgeving om dit te repareren, is niet op tijd klaar. Aegon pleit er daarom voor de versobering in het nabestaandenpensioen met een jaar uit te stellen. “Dat geeft betrokken werkgevers en werknemers de gelegenheid om het nabestaandenpensioen fatsoenlijk te regelen”, aldus de verzekeraar.

Verruiming onbelast uitkeren dividenden aan erfgenamen van vererfde aanmerkelijkbelangaandelen

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft een eerder genomen beleidsbesluit van 4 september 2012 gewijzigd door de daarin opgenomen... Lees meer >

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft een eerder genomen beleidsbesluit van 4 september 2012 gewijzigd door de daarin opgenomen faciliteit uit te breiden naar dividenden die erfgenamen van aanmerkelijkbelangaandelen uitgekeerd krijgen.

De staatssecretaris keurt goed dat de verkrijger krachtens erfrecht onbelast reguliere voordelen kan genieten op zowel de vererfde aandelen/winstbewijzen als op de aandelen/winstbewijzen van dezelfde soort in dezelfde vennootschap die reeds in het bezit zijn op het tijdstip van overlijden.

Onder voorwaarden keurt de staatssecretaris ook goed dat de erfgenamen voor wie de wettelijk vereiste 24-maandentermijn al verstreken is, desgewenst alsnog gebruik kunnen maken van de vermelde faciliteit.

Zijn alle financiële advieskosten aftrekbaar?

Zijn alle nieuwe advieskosten die je tegenwoordig moet betalen, aftrekbaar van de inkomstenbelasting? Dus niet alleen die voor hypotheken,... Lees meer >

Zijn alle nieuwe advieskosten die je tegenwoordig moet betalen, aftrekbaar van de inkomstenbelasting? Dus niet alleen die voor hypotheken, maar ook voor andere financiële zaken, zoals een lijfrente? 



De advieskosten die gemaakt worden voor advies voor een hypotheek zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Ook als het een tweede hypotheek betreft. Daar is sinds 1 januari 2013, toen het provisieverbod ingevoerd werd, niets aan veranderd. Het enige verschil is dat de afsluitprovisie meestal andere namen heeft gekregen, zoals advies- of bemiddelingskosten. Als je ook geadviseerd wordt over bijvoorbeeld pensioen of lijfrente, dan zijn deze kosten niet aftrekbaar. Ook niet als dat gebeurt in hetzelfde gesprek.

De adviseur moet dus een factuur sturen waarop hij de tijd voor hypotheekadvies en die voor andere financiële kwesties,  apart in rekening brengt. Als het hypotheekadvies niet leidt tot een hypotheek, zijn de kosten ook niet aftrekbaar. Het aftrekbare bedrag voor hypotheekadvies is maximaal 3.630 euro per belastingplichtige. Met een fiscaal partner,  bedraagt dat bedrag dus het dubbele.

Heb je nog meer kosten gemaakt, dan mag je deze over de gehele looptijd van de hypotheek in aftrek brengen. Stel dat je 2000 euro boven het maximum zit en een hypotheek hebt van 20 jaar, mag je jaarlijks 2000: 20 = 100 euro per jaar aftrekken.
Financieel advies heeft altijd al geld gekost, maar deze kosten mogen  niet meer ‘weggewerkt’ worden in het product, bijvoorbeeld in de rente van de hypotheek.  Grote banken als Rabo, ABN of ING rekenen bedragen tot 2000 euro voor hypotheekadvies.

Als er daadwerkelijk een product afgenomen wordt, komt daar nog eens een bedrag voor het afsluiten van de hypotheeklening bij. Tussenpersonen doen hetzelfde. Vroeger werden ze betaald door de banken, waar ze een hypotheek plaatsten. Die rekenden deze kosten vervolgens weer door aan de klant, zonder dat die daar weet van had. Dat mag niet meer. Ook tussenpersonen moeten de advieskosten rechtstreeks aan de klant berekenen. 
Dat banken advieskosten rekenen geeft inderdaad  een raar gevoel. Tenslotte zullen ze alleen hun eigen producten in het advies opnemen, ook al zijn die duurder dan die van de concurrent. Maar het is nu eenmaal zo afgesproken met de overheid, die advies- en provisiekosten uit de schemerzone wilde halen.

Steun fiscus aan fiets van de zaak sneuvelt

De fiets van de zaak dreigt ten onder te gaan. Terwijl de overheid beklemtoont het fietsverkeer te willen stimuleren,... Lees meer >

De fiets van de zaak dreigt ten onder te gaan. Terwijl de overheid beklemtoont het fietsverkeer te willen stimuleren, maakt staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) met een nieuwe belastingmaatregel een einde aan de beschermde status van de bedrijfsfiets.

Fiscale voordelen om het woon-werkverkeer per fiets te promoten worden aan banden gelegd, concluderen branchevereniging RAI, de Fietsersbond en milieuorganisaties uit de nieuwe werkkostenregeling van Wiebes.

Voorheen mochten bedrijven eens in de 3 jaar aan hun werknemers fietsen aanbieden voor het woon-werkverkeer waarvoor fiscale voordelen gelden. Die voordelen kunnen voor de werknemer oplopen tot 52 procent.

Werkgevers krijgen met de nieuwe regeling 1,2 procent van de loonsom te besteden aan vergoedingen voor het personeel. De fiets krijgt daarmee concurrentie van bedrijfsfeestjes en kerstpakketten.

Wijzigingsbesluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag

De hoogte van de zorgtoeslag wordt aangepast met ingang van 2015. Dat heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en... Lees meer >

De hoogte van de zorgtoeslag wordt aangepast met ingang van 2015. Dat heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bekendgemaakt.

Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het ontwerpbesluit naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Het onderhavige wijzigingsbesluit verlaagt het normpercentage voor het berekeningsjaar 2015 met 0,23%-punt voor alleenstaanden en met 0,46%-punt voor meerpersoonshuishoudens. Via de verlaging van de percentages worden huishoudens met lage inkomens gecompenseerd voor het niet introduceren van het inkomensafhankelijk eigen risico. Het onderhavige wijzigingsbesluit wijzigt de percentages over het deel van het toetsingsinkomen boven het wettelijk minimumloon (afbouwpercentage) over de jaren 2015 tot en met 2040.

Gevolgen

Als gevolg van dit besluit zal de zorgtoeslag voor alleenstaanden met een inkomen op of onder het wettelijk minimumloon stijgen met circa € 45 en voor paren met circa € 90. Het maximale nadeel treedt op bij een meerpersoonshuishouden met een inkomen net onder modaal. Daarvan daalt de zorgtoeslag door deze maatregel met circa € 450 (van € 450 naar 0).

De Belastingdienst verwacht eind november bekend te maken wat de aanpassingen voor ontvangers voor zorgtoeslag betekent.

Download

Door arts verrichte acupunctuurbehandelingen vrijgesteld van btw

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de door een arts verrichte acupunctuurbehandelingen vrijgesteld zijn van omzetbelasting.  Belanghebbende is arts en... Lees meer >

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de door een arts verrichte acupunctuurbehandelingen vrijgesteld zijn van omzetbelasting. 

Belanghebbende is arts en heeft aanvullend een acupunctuuropleiding gevolgd. In geschil is of de door hem verrichte acupunctuurbehandelingen vrijgesteld zijn van omzetbelasting. Met ingang van 1 januari 2013 is de btw-vrijstelling voor de gezondheidskundige verzorging van de mens als bedoeld in art. 11 lid 1 onderdeel g, ten eerste van de Wet OB 1968 gewijzigd. Diensten op het gebied van gezondheidskundige verzorging van de mens door artsen zijn alleen nog vrijgesteld indien zij tot de deskundigheid van het beroep van arts behoren en onderdeel vormen van de artsenopleiding.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de door de arts verrichte acupunctuurbehandelingen vrijgesteld zijn van btw. De rechtbank overweegt daarbij dat acupunctuur onderdeel vormt van de artsenstudie in Utrecht en Groningen, dat de opleiding van de arts zeker hetzelfde niveau heeft en dat die opleiding in het verlengde ligt van en een evidente verdieping vormt op de initiële opleiding tot arts. De rechtbank verklaart het beroep van de arts gegrond en verleent voor € 850 teruggaaf van omzetbelasting.

Wetsvoorstel: VAR wordt ‘Beschikking geen loonheffingen’ (BGL)

Op 22 september is een wetsvoorstel over de opvolger van de VAR, de ‘Beschikking geen loonheffingen’ (BGL), naar de... Lees meer >

Op 22 september is een wetsvoorstel over de opvolger van de VAR, de ‘Beschikking geen loonheffingen’ (BGL), naar de Tweede Kamer gegaan.

Op de internetsite van de rijksoverheid staat hier een nieuwsbericht over. Onder het nieuwsbericht vindt u een link naar het wetsvoorstel.

U vindt meer informatie op www.belastingdienst.nl/bgl.

Door dga afgetrokken voorbelasting van aangeschafte auto terecht nageheven

In navolging van Rechtbank Den Haag heeft Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat een dga niet meer als ondernemer voor... Lees meer >

In navolging van Rechtbank Den Haag heeft Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat een dga niet meer als ondernemer voor de omzetbelasting kan worden aangemerkt. De door de dga afgetrokken voorbelasting van een aangeschafte auto is terecht nageheven.

Belanghebbende is een dga en in loondienst bij zijn bv. De dga en de bv zijn opgenomen in een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. De dga koopt in december 2007 een auto en brengt de daarin begrepen btw in aftrek. De inspecteur is hier niet mee eens en legt op grond van het Van der Steen-arrest van 18 oktober 2007 een naheffingsaanslag op. In geschil is of deze aanslag terecht is opgelegd.

Hof Den Haag oordeelt in navolging van Rechtbank Den Haag dat de dga vanaf 18 oktober 2007 niet meer als ondernemer voor de omzetbelasting kan worden aangemerkt. Het algemene beginsel van rechtszekerheid noch enig ander nationaal of unierechtelijk beginsel heeft tot gevolg dat de dga ook nog deel uitmaakt van de fiscale eenheid. Het hoger beroep van de dga is ongegrond.

Wetsvoorstel: ook opdrachtgever verantwoordelijk voor fiscale beoordeling van arbeidsrelatie zzp’er

Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) worden beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht... Lees meer >

Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) worden beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonbelasting en premies. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Door de Wet ‘invoering Beschikking geen loonheffingen’ kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

De staatssecretaris maakt met de invoering van de Beschikking geen loonheffing (BGL) zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk voor de vraag of feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval moet de opdrachtgever loonheffingen afdragen.

VAR 
De BGL vervangt de zogenoemde Verklaring Arbeidsrelatie, de VAR. Bij de VAR vraagt een zzp´er vooraf een oordeel van de Belastingdienst of zijn inkomen wel of niet wordt beoordeeld als loon. De opdrachtgever is nu niet betrokken bij deze aanvraag en ondervindt geen gevolgen als achteraf blijkt dat geen sprake was van ondernemerschap van de zzp´er, maar van een dienstbetrekking. De financiële consequenties komen in dat geval alleen voor rekening van de zzp’er.

Handhaving 
Opdrachtgevers vragen zzp’ers een VAR te tonen zodat zij geen loonheffingen hoeven in te houden en af te dragen. Voor zzp´ers is de VAR van belang bij het werven van opdrachten. Dit kan schijnzelfstandigheid in de hand werken: arbeidskrachten die op papier werken als zzp´er, maar in de praktijk een dienstbetrekking vervullen.

Het kabinet wil echte ondernemers ondersteunen en tegelijkertijd schijnconstructies bestrijden opdat die mensen de zekerheid krijgen van een dienstverband. Doordat de BGL zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk maakt voor de beoordeling van hun arbeidsrelatie kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

Bij de aanvraag van een BGL beantwoordt een zzp’er via een webmodule een aantal vragen. Als deze vragenreeks tot een beschikking leidt, staat daarin vermeld onder welke voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd. De opdrachtgever dient de beschikking te controleren voordat hij de opdracht daadwerkelijk verstrekt. Een zzp’ er hoeft niet voor elke opdracht een nieuwe beschikking aan te vragen: bij opdrachten waar werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden gelijk zijn, kan de zzp’er dezelfde beschikking gebruiken.

Wijzigingen in WBSO en RDA in 2015

In het Belastingplan 2015 is ook opgenomen hoe de WBSO (Wet Bevordering Speur-en Ontwikkelingswerk) en de RDA (Research en... Lees meer >

In het Belastingplan 2015 is ook opgenomen hoe de WBSO (Wet Bevordering Speur-en Ontwikkelingswerk) en de RDA (Research en Development Aftrek) er volgend jaar uit komen te zien. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft de wijzigingen in beide regelingen voor 2015 op een rij gezet.

Een passage uit de wet WVA, artikel 1, L2 wordt met ingang van 2015 geschrapt. Het gaat om de passage waarin is geregeld dat niet-ondernemers (kennisinstellingen) die opdrachten hebben gekregen voor het verrichten van S&O vanuit het Nederlandse bedrijfsleven gebruik kunnen maken van de WBSO.

Verder blijft voor de WBSO:

  • de bovengrens van de 1e schijf van de S&O-loonsom €250.000
  • het percentage van de 1e schijf 35%
  • het percentage van de 1e schijf voor starters 50%
  • het percentage van de 2e schijf 14% 
  • het plafond voor de S&O-afdrachtvermindering € 14 miljoen

Voor de RDA blijft het RDA-percentage gehandhaafd op 60%.

De bedragen voor de S&O-aftrek voor zelfstandigen, inclusief de extra aftrek voor zelfstandige starters, worden eind 2014 bekendgemaakt.

Het budget voor de WBSO bedraagt in 2015 €794 miljoen. Het budget voor de RDA bedraagt in 2015 €238 miljoen. 

Bovengenoemde wijzigingen gelden voor de WBSO/RDA-aanvragen voor het jaar 2015.

Prinsjesdag: Belastingplan 2015

Het Belastingplan 2015 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer stuurt, beperkt zich tot... Lees meer >

Het Belastingplan 2015 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer stuurt, beperkt zich tot uitsluitend het wetsvoorstel Belastingplan 2015. Andere jaren bestond het pakket soms uit vier of meer wetsvoorstellen bestond.

Lastenverlichting Op Arbeid

Voor de lastenverlichting op arbeid is een bedrag van € 1 miljard beschikbaar, dat wordt gebruikt voor een verlaging van het belastingtarief in de 1e schijf en een verhoging van de arbeidskorting. Het tarief voor de 1e schijf van de inkomstenbelasting bedraagt volgend jaar 36,5%. De afbouwgrens voor de arbeidskorting wordt verhoogd naar € 49.900. Het afbouwpercentage voor de algemene heffingskorting gaat van 2% naar 2,32%, en vanaf 2016 wordt het 3,32%.

Gebruikelijkloonregeling en ouderkorting

  • De doelmatigheidsmarge voor de gebruikelijkloonregeling gaat van 30% naar 25%;
  • ook in 2015 kan bij volledige opname van het resterende levenslooptegoed worden afgerekend tegen 80% van de waarde;
  • de ouderenkorting wordt per 2016 verlaagd; de ouderentoeslag voor box 3 (€ 27.984 in 2014) wordt per 2016 afgeschaft;

Werkkostenregeling

De werkkostenregeling wordt in aangepaste vorm definitief ingevoerd met ingang van volgend jaar. De vrije ruimte gaat 1,2% en de aangepaste vorm betreft:

  • beperkte introductie van het noodzakelijkheidscriterium;
  • jaarlijkse afrekensystematiek;
  • concernregeling;
  • vrijstelling voor branche-eigen producten;
  • wegnemen van onderscheid tussen vergoedingen en verstrekkingen (inclusief terbeschikkingstellingen).

Woningmarkt

Het kabinet bevordert de doorstroming op de woningmarkt door de maximale periode voor de aftrek van rente op restschulden te verlengen van 10 naar 15 jaar. Dit vermindert de maandelijkse lasten voor het ‘oude’ huis en maakt daardoor de aankoop van een ander huis beter mogelijk.

Verder worden 2 tijdelijke maatregelen ter ondersteuning van de doorstroming op de woningmarkt permanent gemaakt. De periode waarin huizenbezitters die hun vorige woning nog niet verkocht hebben gebruik kunnen maken van dubbele aftrek van de hypotheekrente, wordt definitief verlengd van 2 naar 3 jaar. En het blijft mogelijk om opnieuw hypotheekrenteaftrek te krijgen voor een woning die te koop staat en tijdelijk verhuurd is geweest.

Btw-Tarief Van 6% Voor Renovatie En Herstel

Het verlaagde btw-tarief van 6% voor renovatie en herstel van woningen wordt met een half jaar verlengd en zal daarmee gelden tot 1 juli 2015.

“Complexiteitsreductie”

Bij de keuze om het Belastingplan 2015 te beperken tot de min of meer noodzakelijke maatregelen speelt een rol dat de Belastingdienst gebaat is bij een jaar met relatief weinig wetgeving.  “Het kabinet streeft naar Complexiteitsreductie”, zoals in de Brede agenda Belastingdienst is aangegeven aldus de inleiding op het Belastingplan. Wiebes komt pas over een paar weken met de hervorming van de autobelastingen.

Plannen Voor Langere Termijn

Volgens Wiebes moet het aantal mensen dat zorgtoeslag krijgt, flink dalen, van 6 naar ruim 4 miljoen huishoudens. Hij wil ook het bestaande stelsel van autobelastingen vereenvoudigen. Het zijn onderdelen van de herziening van het belastingsysteem die het kabinet voor de langere termijn nastreeft. Een stelselherziening leidt onvermijdelijk tot inkomenseffecten. Het kabinet denkt dat 3 tot 5 miljard euro nodig is voor lastenverlichting, om die inkomenseffecten te compenseren. Zodra die miljarden de komende jaren beschikbaar komen, wil het kabinet dat geld inzetten als ‘smeerolie’ voor de stelselherziening. Wiebes hoopt de eerste knopen volgend jaar door te hakken, zodat ze begin 2016 in werking kunnen treden.

Download

Hoofdpunten Belastingplan 2015 op een rij

Medio september heeft het kabinet het Belastingplan 2015 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarnaast is het wetsvoorstel Wet modernisering... Lees meer >

Medio september heeft het kabinet het Belastingplan 2015 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarnaast is het wetsvoorstel Wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen naar de Tweede Kamer gestuurd. De Tweede Kamer heeft ook de brief met keuzes voor een beter belastingstelsel (reactie op Commissie Van Dijkhuizen) ontvangen.

De redactie van TaxLive heeft per wetsvoorstel/brief de hoofdlijnen in kaart gebracht. Hieronder de belangrijkste punten uit het Belastingplan 2015, de Wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen en de Keuzes voor een beter belastingstelsel (reactie op Commissie Van Dijkhuizen)

 

I.                   Belastingplan 2015

 

  • Inkomstenbelasting
  • Tarief inkomstenbelasting 2015 box 1

 

Belastbaar inkomen meer dan

Maar niet meer dan

Belastingtarief

Tarief premie volksverzekeringen

Totaal tarief

Heffing over totaal van de schijven

Jonger dan AOW-leeftijd:

€ 19.822

€ 33.589

€ 57.585

 

 

€ 19.822

€ 33.589

€ 57.585

 

 

8,35%

13,85%

42 %

52 %

 

 

28,15%

28,15%

 

 

 

36,50%

42%

42 %

52 %

 

 

€  7234

€ 13.015

€ 23.093

 

Ouder dan AOW-leeftijd maar geboren vanaf 1 januari 1946:

€ 19.822

€ 33.589

€ 57.585

 

 

 

 

 

 

€ 19.822

€ 33.589

€ 57.585

 

 

 

 

 

 

8,35%

13,85%

42 %

52 %

 

 

 

 

 

 

10,25%

10,25%

 

 

 

 

 

 

18,60%

24,1%

42 %

52 %

 

 

 

 

 

 

  • 3686

€ 7003

€ 17.081

Ouder dan AOW-leeftijd maar geboren voor 1 januari 1946:

 –

€ 19.822

€ 33.857

€ 57.585

 

 

 

 

 

 

€ 19.822

€ 33.857

€ 57.585

 

 

 

 

 

 

8,35%

13,85%

42 %

52 %

 

 

 

 

 

 

10,25%

10,25%

 

 

 

 

 

 

18,60%

24,10%

42 %

52 %

 

 

 

 

 

 

€ 3686

€ 7067

€ 17.032

 

  • Heffingskortingen
  • De algemene heffingskorting wordt € 2203 (2014: € 2103). Voor AOW-ers: € 1123 (2014: € 1065). De arbeidskorting wordt maximaal € 2220 (2014: € 2097). De aanvullende combinatiekorting wordt € 1034 (2014: € 1024). De inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting wordt € 1119 (2014: € 1109). De alleenstaande-ouderkorting wordt € 0 (2014: € 947). De ouderenkorting wordt € 1042 (2014: € 1032). De ouderenkorting boven de inkomensgrens is voor 2014 € 152 (2014: € 150). Met ingang van 2016 wordt de ouderenkorting verlaagd. De alleenstaande ouderenkorting wordt € 433 (2014: € 429).

  • De aftrek van buitenlandse geldboeten wordt uitgesloten.

  • De maximale periode voor de aftrek van rente op restschulden wordt verlengd van tien naar vijftien jaar.

  • De verlenging van de termijn van de renteaftrek voor de leegstaande te koop staande voormalige of een leegstaande toekomstige eigen woning, en de regeling herleving van de hypotheekrenteaftrek na verhuur van een voormalige eigen woning, worden structureel gemaakt.

  • De ouderentoeslag in box 3 wordt met ingang van 2016 afgeschaft.

  • Bij (gedeeltelijke) afkoop van de nettolijfrente wordt alsnog een bedrag in box 3 in aanmerking genomen. Dit is een forfaitaire benadering van het genoten box 3-voordeel, waarbij een tegenbewijsregeling geldt.

  • Er komt een afzonderlijke box 3-vrijstelling voor nettopensioen. Hierbij is aangesloten bij de regels van de Wet LB 1964. De sanctiebepaling bij onregelmatige handelingen gaat ook gelden voor het nettopensioen.

  • Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) kunnen een derdepijlerpensioen eerder opnemen om te voorzien in inkomen bij arbeidsongeschiktheid zonder dat revisierente is verschuldigd.

  • De per 1 januari 2015 in werking tredende regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen wordt aangepast. Er wordt per 1 januari 2016 ook een wijziging aangebracht in de heffingskorting voor de IB. Deze wordt tijdsevenredig toegekend voor de periode waarin de belastingplichtige binnenlandse of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is. Voor 2015 geldt overgangsrecht.

Loonbelasting

  • Tarief/heffingskortingen: Voor het in 2015 geldende tarief en de in de loonbelasting geldende heffingskortingen, wordt verwezen naar het onderdeel inkomstenbelasting.
  • De gebruikelijkloonregeling wordt aangepast. Er wordt een begrip “meest vergelijkbare dienstbetrekking” geïntroduceerd. De regel dat het loon minimaal gesteld wordt op het hoogste loon van de overige werknemers, wordt aangepast. De doelmatigheidsmarge van 30% van de gebruikelijkloonregeling wordt verlaagd naar 25%. Voor 2015 geldt overgangsrecht.
  • Deelnemers aan de levensloopregeling die in 2013 geen gebruik maakten van de 80%-regeling krijgen in 2015 een nieuwe mogelijkheid hiervan gebruik te maken.
  • Er wordt onderzocht of de RDA met de S&O-afdrachtvermindering kan worden samengevoegd tot één geïntegreerde regeling in de sfeer van de loonheffing.
  • De werkkostenregeling wordt met ingang van 1 januari 2015 verplicht. De vrije ruimte wordt verlaagd van 1,5% naar 1,2%. Er wordt een beperkt noodzakelijkheidscriterium geïntroduceerd voor gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur. Er komt een jaarlijkse afrekensystematiek en ook een concernregeling. Er gaat een gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten gelden. Daarnaast wordt het onderscheid tussen vergoedingen en verstrekkingen (inclusief terbeschikkingstellingen) weggenomen.
  • Buitenlandse boeten kunnen niet als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen.

Vennootschapsbelasting en dividendbelasting

  • De aftrek van buitenlandse geldboeten wordt uitgesloten.
  • Hybride kapitaalinstrumenten (tier 1 –kapitaalinstrumenten) die worden uitgegeven door verzekeraars worden behandeld als vreemd vermogen.
  • De dividendbelasting wordt onder de regeling belastingrente gebracht.

Omzetbelasting

  • Het lage btw-tarief voor renovatie en herstel van woningen wordt verlengd tot 1 juli 2015.
  • In de btw-vrijstelling voor het verplegen en verzorgen van in ziekenhuizen en andere verpleeg- en verzorgingsinstellingen opgenomen personen vervalt de voorwaarde dat geen winst mag worden beoogd.
  • De tenaamstellingsverplichting voor de omzetbelasting in het kader van de eenbankrekeningmaatregel vervalt.

Autobelastingen

  • De mogelijkheid tot gebruik van een taxatierapport voor de waardebepaling wordt beperkt tot schadevoertuigen, met uitsluiting van zogenoemde WOK-auto’s en voertuigen die niet op koerslijsten voorkomen.
  • Bestaande onduidelijkheden in de definitie van bepaalde motorrijtuigen voor de BPM en MRB worden per 1 januari 2016 weggenomen. Een motorrijtuig met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg kwalificeert slechts als niet te zijn ingericht voor het vervoer van personen indien de lengte van de niet voor personenvervoer ingerichte ruimte groter is dan of gelijk is aan de lengte van de voor personenvervoer ingerichte ruimte.

Invordering en toeslagen

  • In de Invorderingswet wordt de informatieverplichting voor banken geregeld in het kader van de eenbankrekeningnummermaatregel. Verder wordt de bevoegdheid tot intern gebruik van burgerservicenummers door banken geregeld.
  • De bevoegdheid tot versnelde invordering wordt ook aan de Belastingdienst/Toeslagen toegekend als het gaat om de inning van een bedrag van een terugvordering van een toeslag, de daarbij verschuldigde rente of het bedrag van een bestuurlijke boete in de toeslagensfeer.
  • De binnentredingsbevoegdheid wordt ook toegekend aan toezichthouders voor toeslagen.
  • De regeling invorderingsrente wordt uitgebreid voor de gevallen waarin de belastingschuldige een recht krijgt op een terug te geven bedrag aan belasting vanwege het feit dat in de betreffende situatie heffing (en innning) van die belasting strijdig is met het Unierecht. 
  • Het afbouwpercentage in het kindgebonden budget wordt verlaagd van 7,6% naar 6,75%.

Milieuheffingen

  • In de belasting op leidingwater wordt met terugwerkende kracht tot 1 juli 2014 afgezien van de degressieve tarievenstructuur en het heffingsplafond van 300 m3  gehandhaafd.
  • Er wordt een afvalstoffenbelasting geheven bij zowel de afvalverbrandingsinrichtingen als de stortinrichtingen. Het tarief zal € 13,00 per ton bedragen.
  • Het tarief van de energiebelasting op aardgas en op elektriciteit in de tweede en derde schijf wordt verhoogd. De verhoging van de tweede schijf op aardgas geldt niet voor het verlaagde energiebelastingtarief voor de glastuinbouw.
  • In de energiebelasting wordt in bepaalde situaties waarbij anders dan via een aansluiting op het netwerk energie wordt geleverd, de leverancier belastingplichtig.
  • In de energiebelasting wordt het verlaagd tarief voor lokaal duurzaam opgewekte energie uitgebreid naar ondernemers. De vrijstelling zelfopwekking wordt uitgebreid naar de huursector. De vaste belastingvermindering voor WOZ-objecten met verblijfsfunctie wordt verlaagd. De belastingvermindering voor WOZ-objecten zonder verblijfsfunctie wordt afgeschaft.

 

 

 

II.                Wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen

 

 

Belastingplicht

Bij overheidsondernemingen wordt het uitgangspunt ‘niet belastingplichtig, tenzij’ vervangen door ‘belastingplichtig, tenzij’, waarbij de ‘tenzij’ is vormgegeven door het opnemen van verschillende vrijstellingen.

 

Als belastingplichtige wordt aangemerkt de in Nederland gevestigde publiekrechtelijke rechtspersonen, niet zijnde de Staat, voor zover zij een onderneming drijven.

 

Zowel de ondernemingen binnen één publiekrechtelijke rechtspersoon alsook de ondernemingen binnen één stichting of vereniging worden op basis van dit wetsvoorstel geacht tezamen één onderneming te vormen. Een publiekrechtelijke rechtspersoon dient, net als een stichting en vereniging, één aangifte in.

 

Voor de ondernemingen gedreven door de Staat is een aparte bepaling opgenomen. Ingevolge deze bepaling is niet de Staat, maar worden de door de Staat gedreven ondernemingen belastingplichtig. Uit praktische overwegingen worden alle ondernemingen gedreven door de Staat die behoren tot hetzelfde ministerie geacht tezamen één onderneming te vormen. Deze onderneming vormt daarmee het belastingplichtige lichaam.

 

Vrijstellingen

Voor zowel directe als indirecte overheidsondernemingen gaat  een aantal algemene

vrijstellingen gelden alsmede enige specifieke.

 

Algemene vrijstellingen

1.Vrijstelling interne activiteiten

Deze vrijstelling, voor directe overheidsondernemingen, geldt als een onderdeel van een publiekrechtelijke rechtspersoon naast de interne activiteiten ook activiteiten aan derden verricht.

2. Vrijstelling uitoefening overheidstaken of publiekrechtelijke bevoegdheden

Deze vrijstelling is alleen van belang voor indirecte overheidsondernemingen, en vindt geen toepassing als met de uitoefening van een overheidstaak of publiekrechtelijke bevoegdheid in concurrentie wordt getreden met private partijen.

3. Vrijstelling voor ‘quasi-inbesteding’

 Van ‘quasi-inbesteding’ is sprake als een publiekrechtelijke rechtspersoon een activiteit niet aan de markt uitbesteedt, maar in wezen nog steeds zelf doet, zij het in een afzonderlijk privaatrechtelijk lichaam.

4. Vrijstelling samenwerkingsverbanden tussen publiekrechtelijke rechtspersonen en/of

privaatrechtelijke overheidslichamen.

Deze vrijstelling is van toepassing als aan drie cumulatief geldende voorwaarden is voldaan.

 

Specifieke vrijstellingen

1. Academische ziekenhuizen

Indien de werkzaamheden van een belastingplichtige uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (voor 90% of meer) bestaan uit het verrichten van werkzaamheden als academisch ziekenhuis is van rechtswege een subjectvrijstelling van toepassing. Is dat niet het geval, dan is van rechtswege een objectvrijstelling van toepassing.

2. Bekostigd onderwijs en onderzoek

Deze vrijstelling is van rechtswege van toepassing als de activiteiten van de belastingplichtige

uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (voor 90% of meer) bestaan uit bekostigde onderwijs- of

onderzoeksactiviteiten.  Zo niet, dan wordt het resultaat uit die onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van rechtswege vrijgesteld. Dit betreft een objectvrijstelling.

3. Zeehavenbeheerders

Ten slotte wordt in dit wetsvoorstel voorzien in een tijdelijke vrijstelling voor vijf met naam

genoemde indirecte overheidsondernemingen en één met naam genoemde directe

overheidsonderneming.

 

Inwerkingtreding

De wet treedt in werking op 1 januari 2015, en geldt voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016.

 

 

 

 

III.             Keuzes voor een beter belastingstelsel (reactie op Commissie Van Dijkhuizen)

 

In een brief aan de Tweede Kamer licht de Staatssecretaris van Financiën de ambities toe die het kabinet heeft met een herziening van het belastingstelsel. Hij vindt dat ons belastingstelsel sterk verstorend werkt en dat dat banen en economische groei kost. Het kabinet wil de stelselherziening benutten om werkgelegenheid te bevorderen. Het kabinet heeft de ambitie om 100.000 nieuwe banen te creëren door een lastenverlichting op arbeid van € 15 miljard per jaar. Gaan werken en meer gaan werken moet lonender zijn.

 

De staatssecretaris beseft dat een stelselherziening zonder inkomenseffecten, ook al zijn ze soms maar tijdelijk, niet bestaat. Hij hecht daarom aan een breed draagvlak. De aanpak van het kabinet is gericht op de verwerving daarvan.

 

Het kabinet streeft een stelselherziening na waarin maatregelen in samenhang worden genomen om daarmee het politieke draagvlak te verbreden en koopkrachteffecten te beperken. Het kabinet wil de maatregelen stapsgewijs invoeren.

 

Het kabinet denkt hierbij aan de volgende maatregelen:

1.         Vereenvoudiging van de meest complexe regelingen. Het kabinet denkt hierbij aan de kinderopvangtoeslag, de zorgtoeslag en de autobelastingen. De ambitie blijft het aantal toeslagen op termijn sterk te verminderen. Voor de kinderopvangtoeslag wordt gewerkt aan rechtstreekse bekostiging van instellingen op basis van vastgesteld inkomen van de ouders. Dat zou het aantal ontvangers van deze toeslag met 99% terugbrengen. Het kabinet wil het aantal ontvangers van de zorgtoeslag in 2015 met opnieuw een half miljoen huishoudens verminderen. Wat de autobelastingen betreft mikt het kabinet op een meer massale doorbraak van elektrische en zeer zuinige voertuigen. Verder wil het kabinet ook nog de heffingsgrondslag eenvoudiger (en soms forfaitair) vaststellen, keuzeregimes beëindigen en minder subjecten in de heffing betrekken. Het denkt hierbij ondermeer aan het per 2016 verhogen van de aanslaggrenzen, het gedeeltelijk uit de loonbelasting halen van de dga, het schrappen van de middelingsregeling en het vereenvoudigen van pensioen in eigen beheer.

2.         Borging van toekomstige uitvoering.

3.         Fiscale stimulering van ondernemers door te richten op innovatie en doorgroei.

4.         Spreiding van belastingdruk particulieren over levensloop. Een verschuiving van bestedingsruimte naar de werkende leeftijd kan volgens het kabinet alleen langs de weg van geleidelijkheid over generaties heen. Invoering ineens is hierbij niet goed denkbaar.

5.         Verlaging tarieven door te snoeien in aftrekposten.

6.         Verschuiving van belastingdruk van arbeid en ondernemen naar consumptie.

7.         Verschuiving van belastingdruk van arbeid en ondernemen naar duurzaamheid. Waar dat verantwoord en aantrekkelijk is, is het kabinet bereid zijn groene groeiambities verdergaand fiscaal te ondersteunen, om de daarmee vrijkomende middelen in te zetten voor lagere lasten op arbeid en ondernemen.

8.         Uitbreiding gemeentelijk belastinggebied. Bij de grotere rol die gemeenten na de drie decentralisaties spelen, past meer ruimte om zelf belastingen te heffen.

 

Het kabinet vindt het niet opportuun om de woningmarkt in deze stelselherziening opnieuw met hervormingen te confronteren. Op de pensioenmarkt is het herziene Witteveenkader nog niet eens geïmplementeerd en staat de brede pensioendiscussie voor de deur. Het kabinet vindt ook hier plannenmakerij voorbarig.

 

Naast de wens van het kabinet om het arbeidsaanbod en de arbeidsvraag te vergroten, wenst het kabinet het vestigingsklimaat van Nederland te ondersteunen.

 

Om het gebrek aan begrip onder belastingbetalers met betrekking tot de vermogensrendementsheffing weg te nemen, gaat het kabinet serieus alternatieven hiervoor onderzoeken. Doel is te komen tot een heffing die door belastingbetalers als rechtvaardiger wordt ervaren en die tegelijkertijd goed uitvoerbaar is. Daartoe kan het werkelijk genoten rendement op vermogen in de heffing als uitgangspunt worden genomen, maar ook binnen de forfaitaire benadering wordt gezocht naar vormen die beter aansluiten bij het rechtvaardigheidsgevoel.

 

Belastingplan 2015: fiscale maatregelen geven lastenverlichting op arbeid vorm

Het Belastingplan 2015 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën medio september naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, bestaat voornamelijk... Lees meer >

Het Belastingplan 2015 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën medio september naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, bestaat voornamelijk uit fiscale maatregelen die de lastenverlichting op arbeid vormgeven en uit de fiscale uitwerking van diverse reeds aangekondigde maatregelen. Waar mogelijk wordt ook een eerste aanzet gegeven voor vereenvoudiging van het belastingstelsel. In de brief Keuzes voor een beter belastingstelsel, die eveneens vandaag naar de Tweede Kamer is gezonden, wordt verder ingegaan op de mogelijkheden tot vereenvoudiging.

Het Belastingplan 2015 staat in het teken van lastenverlichting op arbeid. Voor deze lastenverlichting is een bedrag van € 1 miljard beschikbaar, dat wordt gebruikt voor een verlaging van het belastingtarief in de 1e schijf en een verhoging van de arbeidskorting, waardoor werken meer loont. Hiermee worden lastenverzwaringen die voortvloeien uit eerder genomen kabinetsmaatregelen deels teruggedraaid.

Lastenverlichting op arbeid

Door de arbeidskorting fors te verhogen zorgt het kabinet ervoor dat werken volgend jaar meer loont. Hiervoor wordt structureel € 500 miljoen vrijgemaakt. Deze stimulering komt bovenop een verhoging van de arbeidskorting die al was opgenomen in het Belastingplan 2014. In totaal loopt het voordeel voor een werkende op tot ongeveer € 500.

Het tarief voor de 1e schijf van de inkomstenbelasting bedraagt volgend jaar 36,5%. Dat is weliswaar een verhoging met 0,25 procentpunt ten opzichte van 2014, maar een verlaging in vergelijking met het tarief van 36,76% dat aanvankelijk was voorzien voor 2015. Het kabinet heeft € 0,5 miljard vrijgemaakt om de tariefstijging in de 1e schijf te beperken. De tarieven van de overige belastingschijven blijven ongewijzigd.

De algemene heffingskorting wordt volgend jaar iets steiler afgebouwd. Inkomens boven € 20.000 krijgen hierdoor minder algemene heffingskorting. Doordat in het Belastingplan 2014 een forse verhoging van de algemene heffingskorting is opgenomen, zal de algemene heffingskorting voor inkomens tot € 52.000 volgend jaar alsnog hoger zijn dan in 2014.

Vereenvoudiging belastingstelsel

Het Belastingplan 2015 geeft waar mogelijk een aanzet tot vereenvoudiging van het belastingstelsel. De werkkostenregeling wordt in aangepaste vorm definitief ingevoerd, waarmee een aanzienlijke vereenvoudiging wordt bereikt. De administratieve lasten voor werkgevers nemen af en de uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst verbetert. Hierdoor is het huidige keuzeregime van 2 regelingen voor werkkosten niet meer nodig. Met ingang van volgend jaar komt de oude regeling te vervallen. Het vervallen van het keuzeregime leidt tot een forse besparing van de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst.

Het gebruik van taxatierapporten voor het vaststellen van de bpm bij import van gebruikte auto’s wordt beperkt. Taxatierapporten worden vanaf volgend jaar enkel nog gebruikt voor schadeauto’s en auto’s die zelden in Nederland voorkomen. Voor alle andere auto’s wordt de waarde bepaald aan de hand van een forfaitaire tabel of op basis van een algemeen toegepaste koerslijst. Deze beperking van het gebruik van taxatierapporten draagt bij aan een eenvoudigere uitvoering door de Belastingdienst en bestrijding van misbruik van de regelgeving.

Verdere ondersteuning woningmarkt

Het kabinet bevordert de doorstroming op de woningmarkt door de maximale periode voor de aftrek van rente op restschulden te verlengen van 10 naar 15 jaar. Dit vermindert de maandelijkse lasten voor het ‘oude’ huis en maakt daardoor de aankoop van een ander huis beter mogelijk.

Verder worden 2 tijdelijke maatregelen ter ondersteuning van de doorstroming op de woningmarkt permanent gemaakt. De periode waarin huizenbezitters die hun vorige woning nog niet verkocht hebben gebruik kunnen maken van dubbele aftrek van de hypotheekrente, wordt definitief verlengd van 2 naar 3 jaar. En het blijft mogelijk om opnieuw hypotheekrenteaftrek te krijgen voor een woning die te koop staat en tijdelijk verhuurd is geweest.

Tot slot wordt het verlaagde btw-tarief van 6% voor renovatie en herstel van woningen met een half jaar verlengd en zal daarmee gelden tot 1 juli 2015.

Voor deze maatregelen maakt het kabinet in 2015 ongeveer € 150 miljoen vrij.

Maatregelen 2016

Het Belastingplan bevat tevens een aantal maatregelen dat met ingang van 2016 in werking zal treden.

Het betreft de afschaffing van de ouderentoeslag: het extra heffingsvrije vermogen in box 3 voor ouderen. Hiermee wordt het heffingsvrije vermogen van ouderen gelijkgetrokken met dat van andere belastingplichtigen. Een andere maatregel betreft de ouderenkorting: deze wordt met ingang van 2016 met € 83 verlaagd. Na de verlaging bedraagt de korting € 970 voor ouderen met een inkomen tot € 36.200. Voor inkomens boven deze grens zal de korting € 70 bedragen. Beide maatregelen maken onderdeel uit van het pakket dat dient als alternatief voor de huishoudentoeslag, die definitief niet wordt ingevoerd.

Daarnaast schept het kabinet in het Belastingplan 2015 duidelijkheid over de fiscale behandeling van zware motorrijtuigen met een zogenoemde dubbele cabine. Voertuigen van meer dan 3.500 kilo waarvan de cabine die bestemd is voor personen groter is dan het deel van de auto dat bestemd is voor de lading, worden met ingang van 2016 fiscaal behandeld als een personenauto en niet langer als vrachtauto. Dat betekent dat deze voertuigen onder het hogere mrb-tarief voor personenauto’s vallen en dat bij aanschaf bpm verschuldigd is.

Verrekening schenking met verschuldigde rente is geen kwijtschelding

De eigenwoningrente die een belastingplichtige is verschuldigd aan zijn ouders en die verrekend is met een schenking van die... Lees meer >

De eigenwoningrente die een belastingplichtige is verschuldigd aan zijn ouders en die verrekend is met een schenking van die ouders impliceert geen kwijtschelding; de rente is fiscaal aftrekbaar. Aldus oordeelde gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onlangs.

Een man heeft een eigenwoningschuld bij zijn ouders. De verschuldigde rente betaalt hij maandelijks achteraf. In 2009 komt hij in de financiële problemen. De verschuldigde rente wordt vanaf dat moment bijgeschreven op de hoofdsom. Van deze boekingen wordt een administratie bijgehouden. Eind 2009 krijgen de man en zijn broer allebei een schenking van € 5.000. De broer van belanghebbende krijgt deze schenking in contanten, terwijl de schenking van belanghebbende wordt verrekend met de verschuldigde rente.

De inspecteur stelt dat er sprake is van een kwijtschelding van de verschuldigde rente en weigert de renteaftrek. In geschil is of dat terecht is. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat er geen sprake is van een kwijtschelding van de verschuldigde rente. De verschuldigde rente wordt zorgvuldig geadministreerd. De schenking aan het eind van het jaar gebruikt de man om de op de geldlening bijgeboekte bedragen aan te zuiveren. Onder die omstandigheden is er geen sprake van kwijtschelding en is de rente fiscaal aftrekbaar. Het hoger beroep is gegrond.

Vraag buitenlandse btw terug vóór 30 september 2014

Hebt u in 2013 btw betaald in een ander EU-land? U kunt die btw terugvragen. Doe dit vóór 30... Lees meer >

Hebt u in 2013 btw betaald in een ander EU-land? U kunt die btw terugvragen. Doe dit vóór 30 september 2014, anders kan het zijn dat u de btw niet meer terugkrijgt.

U kunt de btw op 2 manieren terugvragen:

  • met eigen software
    Gebruikt u eigen software? Dan moet uw verzoek vóór 30 september 2014 bij ons binnen zijn.
  • via de internetsite Teruggaaf van btw uit andere EU-landen
    Gebruikt u deze site? Dan moet uw verzoek vóór 1 oktober 2014 bij ons binnen zijn. Om gebruik te maken van deze site, hebt u inloggegevens nodig. U vraagt deze aan via Inloggegevens voor terugvragen btw uit EU-landen. U ontvangt uw inloggegevens binnen 4 weken na uw aanvraag.

De Belastingdienst stuurt uw verzoek door naar de belastingdienst in het EU-land waar u btw terugvraagt. Komt uw verzoek te laat bij de Belastingdienst binnen? Dan kan het zijn dat het andere EU-land uw verzoek niet meer in behandeling neemt.

Meer informatie

U leest meer over het terugvragen van buitenlandse btw op Btw terugvragen uit andere EU-landen.

Belastingplan in teken van lastenverlichting op arbeid

Het Belastingplan 2015 staat in het teken van lastenverlichting op arbeid. Voor deze lastenverlichting is een bedrag van €... Lees meer >

Het Belastingplan 2015 staat in het teken van lastenverlichting op arbeid. Voor deze lastenverlichting is een bedrag van € 1 miljard beschikbaar, dat wordt gebruikt voor een verlaging van het belastingtarief in de 1e schijf en een verhoging van de arbeidskorting, waardoor werken meer loont. Hiermee worden lastenverzwaringen die voortvloeien uit eerder genomen kabinetsmaatregelen deels teruggedraaid.

Het Belastingplan 2015 dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën medio september naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, bestaat voornamelijk uit fiscale maatregelen die de lastenverlichting op arbeid vormgeven en uit de fiscale uitwerking van diverse reeds aangekondigde maatregelen. Waar mogelijk wordt ook een eerste aanzet gegeven voor vereenvoudiging van het belastingstelsel. In de brief Keuzes voor een beter belastingstelsel, die eveneens vandaag naar de Tweede Kamer is gezonden, wordt verder ingegaan op de mogelijkheden tot vereenvoudiging.

Lastenverlichting op arbeid

Door de arbeidskorting fors te verhogen zorgt het kabinet ervoor dat werken volgend jaar meer loont. Hiervoor wordt structureel € 500 miljoen vrijgemaakt. Deze stimulering komt bovenop een verhoging van de arbeidskorting die al was opgenomen in het Belastingplan 2014. In totaal loopt het voordeel voor een werkende op tot ongeveer € 500.

Het tarief voor de 1e schijf van de inkomstenbelasting bedraagt volgend jaar 36,5%. Dat is weliswaar een verhoging met 0,25 procentpunt ten opzichte van 2014, maar een verlaging in vergelijking met het tarief van 36,76% dat aanvankelijk was voorzien voor 2015. Het kabinet heeft € 0,5 miljard vrijgemaakt om de tariefstijging in de 1e schijf te beperken. De tarieven van de overige belastingschijven blijven ongewijzigd.

De algemene heffingskorting wordt volgend jaar iets steiler afgebouwd. Inkomens boven € 20.000 krijgen hierdoor minder algemene heffingskorting. Doordat in het Belastingplan 2014 een forse verhoging van de algemene heffingskorting is opgenomen, zal de algemene heffingskorting voor inkomens tot € 52.000 volgend jaar alsnog hoger zijn dan in 2014.

Vereenvoudiging belastingstelsel

Het Belastingplan 2015 geeft waar mogelijk een aanzet tot vereenvoudiging van het belastingstelsel. De werkkostenregeling wordt in aangepaste vorm definitief ingevoerd, waarmee een aanzienlijke vereenvoudiging wordt bereikt. De administratieve lasten voor werkgevers nemen af en de uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst verbetert. Hierdoor is het huidige keuzeregime van 2 regelingen voor werkkosten niet meer nodig. Met ingang van volgend jaar komt de oude regeling te vervallen. Het vervallen van het keuzeregime leidt tot een forse besparing van de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst.

Het gebruik van taxatierapporten voor het vaststellen van de bpm bij import van gebruikte auto’s wordt beperkt. Taxatierapporten worden vanaf volgend jaar enkel nog gebruikt voor schadeauto’s en auto’s die zelden in Nederland voorkomen. Voor alle andere auto’s wordt de waarde bepaald aan de hand van een forfaitaire tabel of op basis van een algemeen toegepaste koerslijst. Deze beperking van het gebruik van taxatierapporten draagt bij aan een eenvoudigere uitvoering door de Belastingdienst en bestrijding van misbruik van de regelgeving.

Verdere ondersteuning woningmarkt

Het kabinet bevordert de doorstroming op de woningmarkt door de maximale periode voor de aftrek van rente op restschulden te verlengen van 10 naar 15 jaar. Dit vermindert de maandelijkse lasten voor het ‘oude’ huis en maakt daardoor de aankoop van een ander huis beter mogelijk.

Verder worden 2 tijdelijke maatregelen ter ondersteuning van de doorstroming op de woningmarkt permanent gemaakt. De periode waarin huizenbezitters die hun vorige woning nog niet verkocht hebben gebruik kunnen maken van dubbele aftrek van de hypotheekrente, wordt definitief verlengd van 2 naar 3 jaar. En het blijft mogelijk om opnieuw hypotheekrenteaftrek te krijgen voor een woning die te koop staat en tijdelijk verhuurd is geweest.

Tot slot wordt het verlaagde btw-tarief van 6% voor renovatie en herstel van woningen met een half jaar verlengd en zal daarmee gelden tot 1 juli 2015.

Voor deze maatregelen maakt het kabinet in 2015 ongeveer € 150 miljoen vrij.

Maatregelen 2016

Het Belastingplan bevat tevens een aantal maatregelen dat met ingang van 2016 in werking zal treden.

Het betreft de afschaffing van de ouderentoeslag: het extra heffingsvrije vermogen in box 3 voor ouderen. Hiermee wordt het heffingsvrije vermogen van ouderen gelijkgetrokken met dat van andere belastingplichtigen. Een andere maatregel betreft de ouderenkorting: deze wordt met ingang van 2016 met € 83 verlaagd. Na de verlaging bedraagt de korting € 970 voor ouderen met een inkomen tot € 36.200. Voor inkomens boven deze grens zal de korting € 70 bedragen. Beide maatregelen maken onderdeel uit van het pakket dat dient als alternatief voor de huishoudentoeslag, die definitief niet wordt ingevoerd.

Daarnaast schept het kabinet in het Belastingplan 2015 duidelijkheid over de fiscale behandeling van zware motorrijtuigen met een zogenoemde dubbele cabine. Voertuigen van meer dan 3.500 kilo waarvan de cabine die bestemd is voor personen groter is dan het deel van de auto dat bestemd is voor de lading, worden met ingang van 2016 fiscaal behandeld als een personenauto en niet langer als vrachtauto. Dat betekent dat deze voertuigen onder het hogere mrb-tarief voor personenauto’s vallen en dat bij aanschaf bpm verschuldigd is.

Overheidsondernemingen worden belastingplichtig

Overheidsondernemingen die concurreren met private ondernemingen komen onder de vennootschapsbelasting (Vpb) te vallen. Dat staat in het wetsvoorstel modernisering... Lees meer >

Overheidsondernemingen die concurreren met private ondernemingen komen onder de vennootschapsbelasting (Vpb) te vallen. Dat staat in het wetsvoorstel modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen, dat staatssecretaris Wiebes van Financiën medio september naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Met dit wetsvoorstel wordt beoogd een gelijk speelveld te creëren tussen private ondernemingen en overheidsondernemingen en wordt tegemoet gekomen aan een verzoek hiertoe van de Europese Commissie.

Het doel van de modernisering is concurrentieverstoringen tussen private ondernemingen en ondernemingen die – direct of indirect – worden gedreven door bijvoorbeeld de Staat of een gemeente, zoveel mogelijk weg te nemen. Het streven is om het voorstel met ingang van 1 januari 2016 in werking te laten treden. Overheidsondernemingen en de Belastingdienst kunnen zich in 2015 hierop voorbereiden.

Het wetsvoorstel regelt dat overheidsondernemingen vennootschapsbelasting moeten afdragen, tenzij ze gebruik kunnen maken van een vrijstelling. De Vpb-plicht gaat gelden als overheden met een activiteit een onderneming drijven. Dat is een verandering ten opzichte van de huidige situatie, waarin het uitgangspunt is dat overheidsondernemingen in principe niet vennootschapsbelastingplichtig zijn. Nu zijn overheidsondernemingen alleen in specifieke gevallen belastingplichtig.

Zeehavens

In het wetsvoorstel is een tijdelijke vrijstelling opgenomen voor zes zeehavens in Nederland. Deze overheidsondernemingen concurreren hoofdzakelijk met andere zeehavens in Europa. Europa kent echter nog geen gelijk speelveld voor zeehavens. De Europese Commissie doet momenteel onderzoek naar de fiscale behandeling van zeehavens in diverse lidstaten. In afwachting van het vervolg op dat onderzoek, geldt voor de zeehavens in Nederland een tijdelijke vrijstelling. Zodra op Europees niveau een gelijk speelveld ontstaat, vervalt deze vrijstelling.

Veranderingen kindregelingen

Vanaf 2015 zijn er 4 regelingen die ouders financieel ondersteunen. Dit zijn de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de combinatiekorting... Lees meer >

Vanaf 2015 zijn er 4 regelingen die ouders financieel ondersteunen. Dit zijn de kinderbijslag, het kindgebonden budget, de combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag. De overige regelingen verdwijnen. Of ze gaan op in andere regelingen.

Daarnaast veranderen sommige regels rond de kinderbijslag en het kindgebonden budget. De combinatiekorting  en de kinderopvangtoeslag wijzigen niet. U kunt in de tool Veranderingen kindregelingen nagaan wat er precies voor u verandert. 

Veranderingen kindgebonden budget

Kindgebonden budget is een tegemoetkoming voor ouders in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. De wet hervorming kindregelingen verandert het kindgebonden budget op een aantal punten:

  • Alleenstaande ouders krijgen vanaf 1 januari 2015 extra kindgebonden budget. De aanvulling voor alleenstaande ouders met een minimumuitkering en de fiscale korting voor alleenstaande ouders verdwijnen. Voor een beperkte groep (alleenstaande ouders in de bijstand met toeslagpartner) komt een overgangsregeling tot 1 januari 2016. Op de website Kindregeling.nl kunt u een voorlopige berekening maken voor 2015.
  • Het budget van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) voor kinderen jonger dan 17 jaar gaat per 1 augustus 2015 op in het kindgebonden budget. Het bedrag voor alle kinderen van 16 en 17 jaar gaat omhoog.
  • De inkomensgrens van het kindgebonden budget gaat per 1 januari 2015 naar beneden. Hierdoor krijgen mensen met een inkomen boven deze grens minder tegemoetkoming.
  • De bedragen voor het 1e en 2e kind gaan per 1 januari 2015 omhoog. 

Veranderingen kinderbijslag

Kinderbijslag is een bijdrage in de kosten voor de opvoeding van kinderen tot 18 jaar. Ook deze regeling gaat veranderen:

  • De hoogte van de kinderbijslag wordt in 2014 en 2015 niet aangepast aan de prijsindex. De eerste aanpassing is per 1 januari 2016.
  • Sinds 1 juli 2014 gelden geen aanvullende voorwaarden meer voor kinderen van 16 en 17 jaar met een startkwalificatie.
  • Voor uitwonende kinderen tot 16 jaar vervalt de toets op hun inkomen.
  • De tegemoetkoming voor ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) gaat per 1 januari 2015 op in de kinderbijslag.

Veranderingen TOG-regeling

De Tegemoetkoming ouders gehandicapte kinderen (TOG) vervalt per 1 januari 2015. De regeling wordt opgenomen in de kinderbijslag. Ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen krijgen recht op 2x kinderbijslag.

Veranderingen belastingregels voor ouders

Per 1 januari 2015 worden de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting en ouderschapsverlofkorting afgeschaft. Dit geldt ook voor de aftrek voor het levensonderhoud van kinderen.

Rente restschuld woning langer aftrekbaar

De rente over de restschuld die overblijft na de verkoop van een woning wordt langer aftrekbaar. De periode wordt... Lees meer >

De rente over de restschuld die overblijft na de verkoop van een woning wordt langer aftrekbaar. De periode wordt verlengd van 10 naar 15 jaar. Dat heeft het kabinet begin september tijdens het begrotingsoverleg afgesproken met de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP.

Dat meldt RTL Nieuws. Verlenging van de aftrekbaarheid van de rente op de restschuld moet het makkelijker maken voor mensen met een restschuld om te verhuizen. Volgens Vereniging Eigen Huis scheelt het al snel een paar honderd euro per maand. De vereniging noemt de maatregel daarom ook een goede zaak.

Ook is afgesproken dat de crisismaatregel voor woningbezitters met dubbele hypotheeklasten wordt uitgebreid. Wie zijn oude huis niet verkocht krijgt, kan voortaan drie jaar de hypotheekrente aftrekken in plaats van twee jaar.

Fiscus maakt bij voorlopige aanslag fout met inkomensafhankelijke combinatiekorting

De Belastingdienst laat weten dat er in een aantal gevallen wellicht fouten zijn gemaakt bij voorlopige aanslagen over 2011,... Lees meer >

De Belastingdienst laat weten dat er in een aantal gevallen wellicht fouten zijn gemaakt bij voorlopige aanslagen over 2011, 2012 of 2013. Mogelijk is er bij belastingplichtigen met winst uit onderneming in de aanslag ten onrechte geen rekening gehouden met de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Belastingdienst: ‘Hebt u in 2014 een voorlopige aanslag ontvangen over 2011, 2012 of 2013? En hebt u winst uit onderneming? Dan is het bedrag van uw voorlopige aanslag misschien onjuist. Mogelijk is er in de aanslag ten onrechte geen rekening gehouden met de inkomensafhankelijke combinatiekorting. In dat geval krijgt u voor 30 september 2014 een excuusbrief van ons en een nieuwe voorlopige aanslag met het juiste bedrag. U hoeft verder niets te doen.’

Ontbreken aflossingsschema en rentebetalingen maken lening aan dochter onzakelijk

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs geoordeeld dat een bv bij het verstrekken van een geldlening een debiteurenrisico heeft gelopen dat... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs geoordeeld dat een bv bij het verstrekken van een geldlening een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Er is geen aflossingsschema opgenomen en er zijn geen afspraken gemaakt over de betaling van rente.

Belanghebbende, X bv, houdt de helft van de aandelen in H bv. H bv koopt in 2008 de aandelen I bv voor € 3,2 miljoen. Voor de financiering van de koopsom leent H bv € 250.000 van X bv. Deze lening is achtergesteld bij de door de Rabobank verstrekte geldleningen. De werkmaatschappijen van I bv raken door de economische crisis in de problemen, waardoor I bv niet meer aan haar verplichtingen jegens H bv kon voldoen. X bv waardeert vervolgens de lening aan H bv af naar nihil.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X bv bij het verstrekken van de geldlening een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Het hof acht daarbij van belang dat er geen aflossingsschema is opgenomen en dat er geen afspraken zijn gemaakt over de betaling van rente. Verder wijst het hof er nog op dat de geldlening is achtergesteld bij de door de Rabobank verstrekte geldleningen en dat de vordering aan de Rabobank is verpand. X bv maakt volgens het hof vervolgens niet aannemelijk dat een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest in de gegeven omstandigheden het ontbreken van zekerheden en tussentijdse aflossingen te compenseren met een hogere vaste rente. Het gelijk is aan de inspecteur.

Bedrijven met buitenlandse studenten beboet

75 bedrijven zijn het afgelopen jaar beboet, omdat ze zich bij het in dienst nemen van buitenlandse studenten niet... Lees meer >

75 bedrijven zijn het afgelopen jaar beboet, omdat ze zich bij het in dienst nemen van buitenlandse studenten niet aan de regels hielden. Dat meldt de Inspectie SZW (de vroegere Arbeidsinspectie) vandaag.

Valsheid in geschrifte, onderbetaling, mensen laten werken terwijl ze geen tewerkstellingsvergunning hebben. Dat soort overtredingen kwam de Inspectie tegen bij de controle van werkgevers die buitenlandse studenten in dienst hadden. De 75 boetes waren goed voor ruim 900.000 euro.

Buitenlandse studenten mogen in Nederland wel werken, maar moeten dan aan een aantal regels voldoen. Ze mogen bijvoorbeeld niet meer dan 10 uur per week werken (in de zomer mag dat dan weer wel), en de werkgever moet een tewerkstellingsvergunning hebben.

Bij controles stuitte de inspectie op 83 studenten die zonder een dergelijke vergunning aan het werk waren of die meer werkten dan toegestaan. In meer dan een derde van de gevallen ging het om Chinese studenten.

Deze regels gelden overigens alleen voor een specifieke groep studenten: mensen die niet afkomstig zijn uit Zwitserland, Bulgarije, Roemenië of de Europese Economische Ruimte (EER). Daaronder vallen alle landen van de EU, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.

BTW Refund 2013 voor 1 oktober terugvragen

Ondernemingen die facturen met btw uit andere EU-landen hebben ontvangen, kunnen deze in de regel terugvragen. Voor facturen uit... Lees meer >

Ondernemingen die facturen met btw uit andere EU-landen hebben ontvangen, kunnen deze in de regel terugvragen. Voor facturen uit 2013 moeten deze teruggaafverzoeken vóór 1 oktober 2014 zijn ingediend.

Voorwaarden

U kunt btw terugvragen uit een ander EU-land als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Uw onderneming is in Nederland gevestigd,
  • U bent geen btw verschuldigd in het land van teruggaaf, en
  • U gebruikt de goederen en diensten waarop de btw-facturen zien, voor met btw belaste bedrijfsactiviteiten.

Grensbedragen
Doet u een verzoek na afloop over een heel kalenderjaar, danwel een periode eindigend op 31 december? Dan moet het BTW-bedrag ten minste € 50 zijn. Doet u een verzoek tijdens een kalenderjaar, over een periode van minimaal 3 maanden? Dan moet het BTW-bedrag ten minste € 400 zijn. U kunt per land maximaal 5 keer per jaar een verzoek indienen.

De Belastingdienst raadt aan niet tot (eind) september met de teruggaaf te wachten. Hoe meer ondernemers wachten tot september, hoe groter de kans is dat de Refund-site van de Belastingdienst overbelast raakt en u niet kunt inloggen. U wordt aangeraden zo snel mogelijk uw btw terug te vragen, om problemen bij het inloggen te voorkomen.

Programma Elsevier
Kopers van het Elsevier BTW Programma 2013 met ICP Plus licentie kunnen kosteloos het BTW Refund Programma 2013 downloaden.

De Belastingdienst stuurt het verzoek (ontvangen via de portal danwel via externe software) door naar het betreffende EU-land. De beslissing om al dan niet teruggaaf te verlenen wordt nog steeds door het EU-land van teruggaaf genomen. Deze kan aan de ondernemer ook vragen stellen.

VAR voor 2014 langer geldig

Hebt u een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor 2014? In de loop van 2015 gaat de wet- en regelgeving voor... Lees meer >

Hebt u een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor 2014? In de loop van 2015 gaat de wet- en regelgeving voor de VAR veranderen. Daarom gaat een aantal zaken dit jaar anders. U krijgt hierover binnenkort een brief.

VAR’s voor 2014 blijven ook in 2015 geldig. Totdat de nieuwe wet- en regelgeving ingaat. U kunt de VAR voor 2014 dus ook in 2015 blijven gebruiken, zolang u hetzelfde werk onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden blijft doen.

Zodra de nieuwe wet- en regelgeving bekend is, informeert de Belastingdienst u daarover via de internetsite. De Belastingdienst informeert u ook wanneer de VAR voor 2014 niet langer geldig is en wat u verder moet doen.

Wanneer wel een nieuwe VAR aanvragen

Gaat u dit jaar of in 2015 werken onder andere omstandigheden of voorwaarden? Of gaat u andere werkzaamheden uitvoeren dan de huidige werkzaamheden? Dan vraagt u hiervoor gewoon een VAR voor 2014 of voor 2015 aan. Een VAR voor 2014 kunt u heel 2014 aanvragen. Een VAR voor 2015 kunt vanaf 1 september 2014 en in heel 2015 aanvragen. Als u twijfelt of u een nieuwe VAR moet aanvragen, gebruik dan het hulpmiddel Wel of geen VAR aanvragen.

Meer informatie

Hebt u nog vragen? Bijvoorbeeld omdat u twijfelt of u een nieuwe VAR nodig hebt? Kijk dan op www.belastingdienst.nl/var. U vindt daar ook antwoorden op veelgestelde vragen.

Zie ook: Komende nieuwe wet- en regelgeving in 2015: overgangsregeling

Vaststellingsovereenkomst pseudo-eindheffing hoog loon (crisisheffing) mogelijk tot en met 16 september 2014

De Belastingdienst heeft de reactietermijn om via een vaststellingsovereenkomst pseudo-eindheffing hoog loon aan te sluiten bij proefprocedures, verlengd tot... Lees meer >

De Belastingdienst heeft de reactietermijn om via een vaststellingsovereenkomst pseudo-eindheffing hoog loon aan te sluiten bij proefprocedures, verlengd tot en met 16 september 2014.

Als u bezwaar hebt gemaakt tegen de pseudo-eindheffing hoog loon 2014, hebt u het aanbod gekregen om via een vaststellingsovereenkomst aan te sluiten bij proefprocedures. Een klein deel van de werkgevers heeft hierop nog niet gereageerd. Daarom heeft de Belastingdienst de reactietermijn verlengd en kunt u nog tot en met 16 september 2014 gebruikmaken van dit aanbod.

Als de Belastingdienst uiterlijk op 16 september 2014 geen volledig ingevulde en ondertekende vaststellingsovereenkomst van u heeft gekregen, kunt u niet meer gebruikmaken van de vaststellingsovereenkomst. De Belastingdienst za; uw bezwaarschrift dan in behandeling nemen. U krijgt hierover dan nog een brief van de Belastingdienst.

Zie ook

Schuld geëerd?

Ik heb enkele jaren geleden een vriend geld geleend. Onlangs is hij overleden. Zijn enige dochter is erfgenaam en zij... Lees meer >

Ik heb enkele jaren geleden een vriend geld geleend. Onlangs is hij overleden. Zijn enige dochter is erfgenaam en zij wil het geleende geld niet terugbetalen omdat er geen geld in de nalatenschap zit. Mag dat?

Nee. De dochter erft alle bezittingen én schulden van haar vader als zij de erfenis heeft aanvaard. Dat betekent dan ook dat zij de lening aan u moet aflossen. 
Dat er te weinig geld in de nalatenschap is, doet daar niets aan af. Zij heeft de schuld geërfd, dus zij is daar nu verantwoordelijk voor.

Tweede Kamer stemt in met afschaffen verplichte heffing productschappen

De Tweede Kamer heeft dinsdagmiddag 9 september 2014 ingestemd met het wetsvoorstel van minister Kamp van Economische Zaken (EZ)... Lees meer >

De Tweede Kamer heeft dinsdagmiddag 9 september 2014 ingestemd met het wetsvoorstel van minister Kamp van Economische Zaken (EZ) om de product- en bedrijfschappen (PBO) per 1 januari 2015 op te heffen. De verplichte heffingen die ondernemers moesten betalen aan de PBO’s komen dan te vervallen. Dit betekent een lastenverlichting van circa €220 miljoen voor bedrijven. Het wetsvoorstel wordt nu voor behandeling naar de Eerste Kamer gestuurd.

Verplichte heffing afgeschaft

Product- en bedrijfschappen voeren allerlei taken uit, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven, bijvoorbeeld het bevorderen van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn en voedselveiligheid. Voor het uitvoeren van de taken vragen de product- en bedrijfschappen een bijdrage van ondernemers. Dat gaat nu veranderen: de verplichte heffing wordt afgeschaft. De overheid neemt de publieke taken over en taken voor het bedrijfsleven kunnen op eigen rekening en op basis van vrijwilligheid worden uitgevoerd door bijvoorbeeld brancheorganisaties. Dan gaat het onder andere om voorlichting en promotie.

Vermindering antibioticagebruik

De taken op het gebied van het Europese landbouw- en visserijbeleid werden al per 1 januari 2014 overgenomen door de overheid. Deze taken worden nu in opdracht van de minister van Economische Zaken uitgevoerd. De resterende taken, bijvoorbeeld de vermindering van antibioticagebruik en de teeltvoorschriften worden nu uiterlijk 1 januari 2015 overgenomen. Het afschaffen van de PBO’s is een afspraak uit het regeerakkoord.

Goedkeuring voor uitbetaling geblokkeerde teruggaven omzetbelasting

Ondernemers die door de invoering van de maatregel één bankrekeningnummer moeten wachten op de uitbetaling van omzetbelasting, kunnen vanaf... Lees meer >

Ondernemers die door de invoering van de maatregel één bankrekeningnummer moeten wachten op de uitbetaling van omzetbelasting, kunnen vanaf 9 september gebruik maken van een goedkeuring. De omzetbelasting kan dan onder voorwaarden worden uitbetaald op een ander bankrekeningnummer dan die van de ondernemer zelf. Staatssecretaris Wiebes van Financiën maakte dat bekend in een besluit.

Sinds 1 december 2013 betaalt de Belastingdienst belastingteruggaven en toeslagen alleen nog uit op een bankrekeningnummer dat op naam staat van de rechthebbende. In de praktijk kon dat voor ondernemers tot onbedoelde problemen leiden bij de uitbetaling van omzetbelasting. Het gaat hierbij met name om bedragen die rechtstreeks aan fiscaal vertegenwoordigers worden uitbetaald of omzetbelasting die aan een gelieerde vennootschap wordt uitbetaald. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft daarom al eerder aangekondigd dat de tenaamstellingsverplichting voor de omzetbelasting komt te vervallen vanaf 1 januari 2015. Ondernemers die nu nog een teruggaaf willen laten uitbetalen op een bankrekening van een ander kunnen tot die tijd, onder voorwaarden, gebruik maken van de goedkeuring.

Naheffingsaanslag voor de btw gekregen?

Moet u per kwartaal aangifte doen voor de btw? En hebt u uw btw-aangifte of -betaling te laat of... Lees meer >

Moet u per kwartaal aangifte doen voor de btw? En hebt u uw btw-aangifte of -betaling te laat of nog niet gedaan? Dan krijgt u in augustus een naheffingsaanslag. Is uw aangifte te laat? Dan schat de Belastingdienst het btw-bedrag dat u moet betalen. Daarnaast kunt u een boete krijgen. Onderneem meteen actie en lees in de flyer wat u nu moet doen.

Dit kwartaal deed 95,7% van de ondernemers op tijd aangifte. Was u niet op tijd? Of hebt u nog niet betaald? Dan krijgt u een naheffingsaanslag.

Lees de flyer

Wat u moet doen, hangt af van uw situatie. Lees daarom de flyer Naheffingsaanslag voor de btw ontvangen? om te bepalen wat u moet doen als u een naheffingsaanslag hebt ontvangen.

 

SMS Parking moet parkeergegevens afstaan aan Belastingdienst

SMS Parking moet toch parkeergegevens van klanten afgeven aan de Belastingdienst. In hoger beroep gaf  het Gerechtshof van Den Bosch de... Lees meer >

SMS Parking moet toch parkeergegevens van klanten afgeven aan de Belastingdienst. In hoger beroep gaf  het Gerechtshof van Den Bosch de fiscus gelijk. Lagere rechters vonnisten eerder nog in het voordeel van SMS parking, die stelde dat het overdragen van deze gegevens schending van de privacy zou betekenen. De fiscus is vooral geïnteresseerd in leaserijders die te weinig privékilometers opgeven om zo aan de fiscale bijtelling te ontkomen.

Bij SMS Parking betalen parkeerders via hun gsm. Bij dergelijke systemen moet de klant ook zijn kenteken intoetsen. Wanneer deze gegevens bij de Belastingdienst terechtkomen kan de Belastingdienst nagaan waar iemand heeft geparkeerd. Dat is met name interessant bij werknemers die hebben aangegeven hun auto niet privé te gebruiken en privé dus ook niet meer dan 500 km op jaarbasis te rijden. Een match tussen de gegevens van SMS parking en het bestand bij de Belastingdienst van leaserijders die hebben aangeven hun leaseauto niet privé te gebruiken zal dus in veel gevallen aanleiding kunnen geven tot een forse naheffing. SMS parking is niet happig om deze gegevens af te staan en hoefde dat ook niet van lagere rechters. Nu moeten zij dat echter wel. Het betrof in deze zaak de gegevens over 2012. Het bedrijf wilde die niet afgeven en de rechtbank in Den Bosch besloot eerder ook dat dit niet hoefde. Het hof bepaalde dinsdag echter anders.

Wat is eigenlijk het verschil tussen belastingrente en invorderingsrente?

Onlangs ontving ik een aanslag inkomstenbelasting van de belastingdienst met daarop een behoorlijk bedrag aan belastingrente. Wat is eigenlijk... Lees meer >

Onlangs ontving ik een aanslag inkomstenbelasting van de belastingdienst met daarop een behoorlijk bedrag aan belastingrente. Wat is eigenlijk belastingrente en wat is het verschil tussen belastingrente en invorderingrente?

Belastingrente
Als iemand aan het eind van een heffingstijdvak te weinig of te veel belasting heeft betaald, dan wordt er over deze periode door de belastingdienst een rente vergoed of in rekening gebracht. Deze rente staat op het aanslagbiljet vermeld. In feite beschikt de belastingplichtige gedurende een periode over gelden die toebehoren aan de fiscus of hij stelt gelden ter beschikking aan de fiscus. Het betreft hier uitdrukkelijk geen straf maar een normale rentevergoeding. De belastingrente (tot 1 januari 2013: heffingsrente) is onder andere van toepassing op de premies volksverzekeringen, de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de omzetbelasting. De belastingrente is niet alleen van toepassing op aanslagen, maar ook op navorderingen, naheffingen en verminderings- en teruggaafbeschikkingen. 

Voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting houdt de belastingrenteregeling sinds 2013 in dat rente wordt berekend vanaf 1 juli van het jaar volgend op het kalenderjaar. Voor het belastingjaar 2013 dus vanaf 1 juli 2014. Dit betekent dat als de belastingplichtige op tijd aangifte doet (vóór 1 april) en de Belastingdienst op tijd een aanslag oplegt (vóór 1 juli), er géén belastingrente wordt berekend.

 

De belastingrente wordt enkelvoudig berekend, dat wil zeggen dat uitsluitend rente wordt berekend over het per saldo te betalen dan wel terug te geven bedrag. Hierbij wordt een volle kalendermaand gesteld op 30 dagen en geldt voor de maand waarin de betreffende periode eindigt het werkelijke aantal dagen. Het percentage van de belastingrente voor de inkomstenbelasting is gelijk aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties (over 2013 tot en met 31 maart 2014: 3% en sinds 1 april 2014: 4% .

Voorbeeld
Kees ontvangt een aanslag inkomstenbelasting over het belastingjaar 2013 met als dagtekening 15 oktober 2014. De belastingrente voor de periode 1 juli tot en met 15 oktober 2014 bedraagt 4%.

Verschuldigde inkomstenbelasting € 30.000 Voorlopige aanslag € 23.000 -/- Het bedrag van de aanslag €   7.000

Er is belastingrente verschuldigd over 3 maanden + 15 dagen = 105 dagen. De verschuldigde belastingrente bedraagt 105/360 x 4% x € 7.000 = € 81.

Invorderingsrente 
Wanneer de belastingplichtige zijn belastingschuld betaalt na de betalingstermijn moet hij invorderingsrente betalen. De genoemde periode begint op de eerste dag na het verstrijken van de termijn en eindigt de dag voor de betaling (de dag van bijschrijving op de bank- of girorekening van het Centraal betaalkantoor rijksbelastingen of van de ontvanger). Ook wanneer er uitstel van betaling is gegeven, moet in de meeste gevallen invorderingsrente betaald worden. Als een voorlopige of definitieve aanslag met een te betalen bedrag wordt verminderd zodat de belastingplichtige een al eerder betaalde belasting terugontvangt, wordt aan de belastingplichtige invorderingsrente vergoed. De hoogte van het rentepercentage is gelijk aan het percentage voor de belastingrente. Wanneer de invorderingsrente minder bedraagt dan € 23, wordt deze niet in rekening gebracht.

Voorbeeld
Kees (uit het voorgaande voorbeeld) betaalt zijn aanslag inkomstenbelasting over het belastingjaar 2012 (van eveneens € 7.000) op 30 april 2013. De uiterste betalingstermijn is echter op 15 april vervallen. De invorderingsrente voor de periode 16 april tot en met 30 april 2013 bedraagt 3%. Er is invorderingsrente verschuldigd over 15 dagen. De verschuldigde invorderingsrente bedraagt 15/360 x 3% x € 7.000 = € 8. Dit is minder dan € 23 en wordt dus niet in rekening gebracht.

Meer mensen sluiten levenstestament af

Steeds meer mensen sluiten een levenstestament af. Het aantal is in het tweede kwartaal van 2014 met 9% gestegen... Lees meer >

Steeds meer mensen sluiten een levenstestament af. Het aantal is in het tweede kwartaal van 2014 met 9% gestegen ten opzichte van het tweede kwartaal 2013, zo laat de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) weten. In een levenstestament, of pretestament, legt iemand vast wie zijn belangen behartigt als hij daartoe zelf niet meer in staat is. Dat voorkomt bijvoorbeeld financieel misbruik. Er zijn in de tweede drie maanden van dit jaar 9.695 levenstestamenten geregistreerd, tegen 5.046 in het tweede kwartaal afgelopen jaar.

De forse toename komt doordat steeds meer mensen de relatief nieuwe notariële akte ontdekken en omdat sinds vorig jaar de testamenten digitaal in een centraal register kunnen worden ingeschreven. Er zijn nu ruim 44.500 mensen die een geregistreerd levenstestament hebben opgesteld. Nabestaanden of andere personen krijgen een volmacht om bijvoorbeeld belastingaangifte, bankzaken of meer praktische dingen zoals de verzorging van een huisdier te regelen.

Een `gewoon` testament wordt uitgevoerd na het overlijden van iemand, een levenstestament gaat al tijdens het leven in. Het pretestament bestaat sinds september 2010, aldus de KNB.

Voorkomen dubbele bijtelling bij vervangende auto of vakantieauto

Als een werknemer een vervangende auto of een vakantieauto heeft, is het van belang om te voorkomen dat dubbel... Lees meer >

Als een werknemer een vervangende auto of een vakantieauto heeft, is het van belang om te voorkomen dat dubbel bijtelling betaald moet worden. Formeel is het zo dat als iemand twee auto’s ‘ter beschikking’ heeft, hij ook twee keer bijtelling moet betalen. Ook als de werknemer één auto helemaal niet gebruikt. Om te voorkomen dat de werknemer hiermee in de problemen komt bij een controle is het van belang om een ‘verklaring tijdelijk vervangend voertuig’ in te vullen.

Dit meldt Vereniging Auto van de Zaak (VAVDZ). ‘Dit formulier is tot stand gekomen uit een brancheafspraak die de Belastingdienst gemaakt heeft met de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen. Het is feitelijk geen nieuwe wet of regeling en daarmee ook geen verplichting. Het is wel een werkafspraak. Dit houdt in dat als u gebruik maart van de verklaring en hier ook naar handelt, u zeker weet dat u hier geen problemen mee krijgt bij een eventuele controle,’ aldus VAVDZ.

Het formulier is op de website van VAVDZ te downloaden.

Bankloket voor erfgenamen geopend

Nabestaanden kunnen voortaan makkelijker nagaan of een overleden familielid nog een spaartegoed heeft bij een bank. De Nederlandse Vereniging... Lees meer >

Nabestaanden kunnen voortaan makkelijker nagaan of een overleden familielid nog een spaartegoed heeft bij een bank. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft dinsdag een digitaal loket geopend voor zogeheten ‘slapende tegoeden’.

Zoektocht tegoeden

Het loket is bedoeld voor erfgenamen die geen zicht hebben bij welke bank(en) de overledene tegoeden aanhield. Tot nu toe verliep de zoektocht naar deze tegoeden doorgaans via de notaris en een ingewikkeld administratief systeem. Bij slapende tegoeden gaat het vaak om inactieve bankrekeningen waarbij de bank bijvoorbeeld door verhuizing het contact met de klant is verloren. Ook kan het gaan om actieve rekeningen waarvan de erfgenaam niet weet dat ze bestaan.

Het idee achter het loket is dat iedereen op één plek digitaal een navraag kan indienen naar alle tegoeden die op naam staan van de overledene, stelt de NVB. Op dit moment hebben 18 banken zich aangesloten bij het loket, waaronder ABN Amro, ING, Rabobank, SNS, Credit Europe Bank en Delta Lloyd Bank.

Explosieve stijging aantal geregistreerde levenstestamenten

Het aantal geregistreerde levenstestamenten is in het tweede kwartaal van 2014 met ruim 90% gestegen ten opzichte van diezelfde... Lees meer >

Het aantal geregistreerde levenstestamenten is in het tweede kwartaal van 2014 met ruim 90% gestegen ten opzichte van diezelfde periode in 2013. Dit blijkt uit cijfers van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). In het voorjaar van 2013 werden 5046 levenstestamenten afgesloten, de afgelopen maanden waren het er 9.695. In Nederland hebben ruim 44.500 mensen een geregistreerd levenstestament.

In een levenstestament leggen mensen vast wie hun belangen behartigt wanneer zij daar zelf niet meer toe in staat zijn. Steeds meer mensen weten de weg naar de notaris te vinden om hun levenstestament te laten opmaken. Het levenstestament biedt de mogelijkheid om de regie te houden over het leven, ook als iemand zelf niet meer in staat is te handelen vanwege ziekte of als gevolg van een ongeval. In een levenstestament geeft iemand een volmacht aan een persoon in wie hij of zij het volste vertrouwen heeft. Deze vertrouwenspersoon mag in zijn of haar naam bepaalde financiële handelingen verrichten, bijvoorbeeld het regelen van bankzaken en het doen van belastingaangifte. Daarnaast kan in het levenstestament worden vastgelegd wat er in bepaalde situaties moet gebeuren. Zoals wel of niet behandelen bij ziekte en wensen ten aanzien van het levenseinde. Het levenstestament biedt ook ruimte voor hele praktische zaken, zoals de verzorging van huisdieren.

Financieel misbruik

Volgens de KNB is het geregistreerde levenstestament een goede waarborg tegen financieel misbruik mits daarin is vastgelegd dat de vertrouwenspersoon ook verantwoording moet afleggen aan een toezichthouder. Regelmatige, officiële verantwoording over de stand van de financiën verkleint het risico op ongeoorloofde uitgaven. Het is om die reden verstandig om in het levenstestament altijd een toezichthouder te benoemen. Steeds meer notarissen vervullen binnen dit toezichthouderschap een actieve rol.

Nora van Oostrom, woordvoerder van de KNB: “Wij merken een toenemende behoefte bij mensen om regie te houden in geval van verminderd verstandelijk vermogen of bij ziekte. De gedachte dat zaken voor de toekomst geregeld worden zoals mensen dit zelf willen, geeft rust en ontzorgt. Het geregistreerde levenstestament met volmachten en toezichthouder is daarbij de beste garantie. Zeker wanneer binnen de familie en de omgeving breed bekend is dat een levenstestament is geregistreerd.”

Uit recent onderzoek (Movisie juni 2014) blijkt dat financieel misbruik van ouderen in veel gevallen wordt gepleegd door naaste familie zoals de (ex-)partner, kinderen en kleinkinderen. Vooral alleenstaande vrouwen boven de 70 jaar zijn kwetsbaar. 

Register

Sinds april 2013 heeft iedereen de mogelijkheid om zijn of haar levenstestament via het Centraal Levenstestamentenregister (CLTR) te laten registreren. Dit doet de notaris die de akte heeft opgesteld. Het voordeel hiervan is dat het extra zekerheid geeft dat er sprake is van een geldig levenstestament.

Tot nu werden alleen ‘gewone’ testamenten geregistreerd. Het verschil tussen een testament en een levenstestament is dat in een testament wordt vastgelegd wat er na het overlijden met iemands nalatenschap moet gebeuren. Een testament werkt pas als iemand overlijdt, terwijl een levenstestament tijdens het leven ingaat en is bedoeld voor de situatie waarin men zelf niet meer in staat is te handelen.

Toch aftrek voorbelasting ondanks niet volledig juiste factuur

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besliste onlangs dat een bv, een handelaar in mobiele telefoons, toch recht heeft op aftrek van voorbelasting.... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besliste onlangs dat een bv, een handelaar in mobiele telefoons, toch recht heeft op aftrek van voorbelasting. Dit ondanks dat de naam van de leverancier onvolledig op de factuur is vermeld.

In het tijdvak augustus 2003 heeft de bv bedragen aan omzetbelasting in aftrek gebracht en om teruggaaf verzocht. Het betreft door een bedrijf aan de bv verrichte leveringen van telefoons. De bv heeft de telefoons doorverkocht en geleverd. De bv beschikt over inkoopfacturen die zijn voorzien van de naam van het bedrijf dat de telefoons leverde. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de facturen niet aan de gestelde eisen voldoen. Daarbij acht hij onder andere van belang dat de facturen de naam van het bedrijf dat de telefoons leverde dragen en dat in het register van de Kamer van Koophandel een onderneming met deze naam niet is aangetroffen maar slechts een onderneming met de naam van het bedrijf dat de telefoons leverde. Het verzoek om teruggaaf wordt afgewezen. De bv komt uiteindelijk in cassatie.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond. Aan de vereisten van artikel 35, eerste lid, aanhef en letter b, Wet OB 1968 is voldaan indien de ondernemer aan de hand van de op de factuur vermelde naam en het op de factuur vermelde adres kan worden geïdentificeerd en getraceerd. Volgt verwijzing naar Hof Arnhem-Leeuwarden.

Volgens verwijzingshof Arnhem-Leeuwarden laat de onvolledige naam geen ruimte voor misverstand. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat het op de factuur vermelde bankrekeningnummer bij de Rabobank, het inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel en het btw-identificatienummer op naam van het bedrijf dat de telefoons leverde stonden en die bv bij de Belastingdienst is geregistreerd op het op de factuur vermelde adres. De bv mocht ervan uitgaan dat de op de factuur vermelde naam van het bedrijf dat de telefoons leverde de (handels)naam was van de presterende ondernemer. Verder is het hof het niet met de inspecteur eens dat de bv, in de persoon van haar directeur, wist of had moeten weten dat de levering van de goederen deel uitmaakte van fraude door de verkoper. Het is weliswaar aannemelijk dat de goederen aan de bv zijn geleverd door een verkoper die btw-fraude heeft gepleegd, maar niet dat de bv ten tijde van de leveringen van die fraude wetenschap had of had moeten hebben. De inspecteur had de aftrek van voorbelasting moeten toestaan. Het (incidentele) hoger beroep van de bv is gegrond.

Fietsen met fiscaal voordeel

Ik fiets iedere dag naar mijn werk. Heb ik ook recht op een kilometervergoeding? Meestal wel. Het hangt onder... Lees meer >

Ik fiets iedere dag naar mijn werk. Heb ik ook recht op een kilometervergoeding?

Meestal wel. Het hangt onder meer af van de afspraken met uw werkgever of een eventuele CAO.

In de praktijk zijn deze afspraken vaak gebaseerd op de fiscale mogelijkheden. Op grond daarvan mag de werkgever 19 cent per gefietste kilometer belastingvrij vergoeden. Ook regenpakken, sloten, onderhoudsbeurten en met de fiets samenhangende zaken mag de werkgever cadeau geven of vergoeden op basis van declaraties. Eens in de 3 jaar mag een werknemer daarvoor volgens de Fietsersbond maximaal €250 ontvangen, waarbij het aannemelijk moet zijn dat dit bedrag ook echt aan fietszaken besteed wordt (bonnetjes bewaren).

Bovendien zijn er mogelijk belastingvoordelen bij de aanschaf van een fiets.

Verhuur van garageboxen valt niet onder btw-vrijstelling

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de verhuur van garageboxen verhuur van parkeerruimte voor voertuigen in de zin van artikel... Lees meer >

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de verhuur van garageboxen verhuur van parkeerruimte voor voertuigen in de zin van artikel 11, eerste lid, letter b, van de Wet OB is, en dus niet meedeelt in de vrijstelling van omzetbelasting voor verhuur van onroerende zaken.

De omstandigheid dat garageboxen in toenemende mate worden aangewend voor andere doeleinden dan voor stalling van motorvoertuigen maakt nog niet dat de garageboxen als ‘multifunctionele ruimten’ kwalificeren, aldus de rechtbank.

Reisbesluiten Binnen- en Buitenland: sommige vergoedingen niet meer helemaal onbelast

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden.... Lees meer >

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden.

In de Nieuwsbrief loonheffingen 2014informeerden we u al over mogelijke veranderingen voor vergoedingen volgens de reisbesluiten. De reisbesluiten regelen de vergoedingen voor ambtenaren op dienstreis, maar u kunt ze ook toepassen voor werknemers die wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met ambtenaren op dienstreis.

Gewijzigde vergoedingen

De volgende vergoedingen van verblijfkosten tijdens dienstreizen kunt u niet meer volledig onbelast vergoeden. Vergoedt u meer, dan is het meerdere belast. Achter elke soort vergoeding staat het bedrag dat u onbelast kunt vergoeden aan uw werknemer:

  • kleine uitgaven overdag: € 4,00
  • kleine uitgaven ’s avonds: € 8,05
  • een ontbijt: € 10,77
  • een lunch: € 8,30
  • een avondmaaltijd: € 20,81
  • logies: € 84,46

U past de werkkostenregeling toe

Als u de werkkostenregeling toepast, kunt u de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Als u het bovenmatige deel van de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel en in uw vrije ruimte onderbrengt, moet u eindheffing betalen over het deel van de vergoeding dat niet binnen uw vrije ruimte valt.

Auto van de Zaak: bijtellingsysteem op de schop?

De wetgeving rond het huidige bijtellingsysteem wordt anders. Staatssecretaris Wiebes van Financiën kondigde al eerder aan dat kort na... Lees meer >

De wetgeving rond het huidige bijtellingsysteem wordt anders. Staatssecretaris Wiebes van Financiën kondigde al eerder aan dat kort na Prinsjesdag de zogenaamde autobrief 2.0 zal worden verzonden. Welke gevolgen heeft dit?

Wiebes plant om in het laatste kwartaal van 2014 met een wetsvoorstel te komen dat per 1 januari 2016 in zou moeten gaan. Voor 1 juli 2015 moet de Kamer hebben ingestemd met het wetsvoorstel.

Autobrief 2 
De Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) is met het ministerie in gesprek over de tweede Autobrief, waarin  het kabinet zijn visie geeft over de autobelastingen voor de periode 2016 tot en met 2019. De leasevereniging pleit voor betalen naar gebruik, omdat dit tot een bewuster reisgedrag leidt en dus tot lagere mobiliteitskosten. Er is nog niet genoeg politieke steun om betalen voor gebruik in de Autobrief 2 op te nemen.

Wat de VNA daarom voorstelt, is de grote sprongen tussen de verschillende categorieën te verkleinen. Een auto die één gram CO2 per kilometer teveel uitstoot om binnen de 14%-categorie te vallen, is nu niet erg gewild omdat die dan direct binnen de 20%-categorie valt. Wanneer die stap kleiner is, zijn leaserijders eerder bereid om iets meer te betalen voor hun leaseauto.

Geen mkb-winstvrijstelling voor DGA

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) heeft geen recht op de mkb-winstvrijstelling van 12 procent zoals andere ondernemers. Naar de rechter Dit... Lees meer >

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) heeft geen recht op de mkb-winstvrijstelling van 12 procent zoals andere ondernemers.

Naar de rechter

Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank van Gelderland.

Een dga had de mkb-winstvrijstelling geclaimd over het loon van 90.626 euro over 2012. De inspecteur van de belastingdienst accepteerde dit niet, waarna de dga naar de rechter stapte.

Andere positie

De dga vond dat hij ongelijk behandeld werd en hij beriep zich op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De rechter oordeelde dat de dga ook een wezenlijk andere positie had dan een gewone ondernemer. De dga krijgt een vast salaris van het bedrijf dat eigendom van hem is. Een ondernemer voor de inkomstenbelasting, een zogenaamde IB-ondernemer, werkt voor eigen risico. 

Nieuw besluit over de margeregeling in de btw

Op 25 juli is een nieuw besluit over de margeregeling gepubliceerd in de Staatscourant. In het besluit is nieuwe... Lees meer >

Op 25 juli is een nieuw besluit over de margeregeling gepubliceerd in de Staatscourant. In het besluit is nieuwe jurisprudentie verwerkt en zijn wijzigingen in wetgeving opgenomen. Ook zijn enkele beleidsbesluiten ingetrokken.

Het besluit bevat onder andere de volgende wijzigingen:

  • keuze margeregeling herzien (zie paragraaf 3.8)
    Als u uw keuze om de margeregeling wel of niet toe te passen wilt herzien, moet u aan voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn versoepeld.
  • jaarlijkse herrekening bij toepassen globalisatieregeling (zie paragraaf 4.22.4)
    Rubriek 5e van de btw-aangifte is vervallen. Daardoor moeten autodemontagebedrijven die de globalisatieregeling toepassen, de herrekening verwerken bij rubriek 1a. De eis vervalt dat de wederverkoper de herrekening schriftelijk aan de inspecteur moet sturen. Het is voldoende dat de herrekening blijkt uit de administratie.
  • aftrek voorbelasting en kav-vergunning (zie paragraaf 5.7)
    Ook als btw onterecht is afgetrokken, is het toepassen van de kav-vergunning nog mogelijk.
  • goedkeuring bij executoriale veilingverkoop (zie paragraaf 7.5)
    Ter verduidelijking is opgenomen dat als de veilinghouder bij executoriale verkoop weet dat de pandgever de btw heeft afgetrokken, de goedkeuring om de margeregeling toe te passen niet geldt.

Een volledig overzicht van de wijzigingen, leest u in het Besluit van 17 juli 2014, nr. BLKB 2014/546M.

Privégebruik zakelijke deelauto wordt niet fiscaal belast

Met het oog op de toenemende inzet van deelauto’s is de VNA (Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen) een brancheregeling met... Lees meer >

Met het oog op de toenemende inzet van deelauto’s is de VNA (Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen) een brancheregeling met de Belastingdienst overeengekomen over het privégebruik van deelauto’s.

Werknemers kunnen nu dus beschikken over een auto wanneer dat nodig is waarbij het privégebruik rechtstreeks met de medewerker wordt afgerekend via de credit card. Want met de nieuwe afspraken is het toegestaan om een auto voor een dag of in het weekend van de werkgever te huren, zonder dat er sprake is van fiscale bijtelling.

Lees ook:

Gebruik fiscale R&D-regelingen fors toegenomen in 2013

De belangstelling van het Nederlandse bedrijfsleven voor de fiscale regelingen die R&D bevorderen, blijft onverminderd groot. Dit meldt de... Lees meer >

De belangstelling van het Nederlandse bedrijfsleven voor de fiscale regelingen die R&D bevorderen, blijft onverminderd groot. Dit meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ondernemers gaven in 2013 bijna € 6,5 miljard uit aan Research & Development (R&D); een toename van 10% vergeleken met 2012. Dit blijkt uit de jaarcijfers van de WBSO en RDA over 2013. Het ministerie van EZ stelt ondernemers via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) en RDA (Research & Development Aftrek) in staat om een deel van hun R&D-uitgaven fiscaal af te trekken.

Via de fiscale regelingen WBSO en RDA kunnen bedrijven de kosten voor R&D verlagen. De WBSO verlaagt de loonkosten voor R&D, de RDA levert een extra aftrekpost op voor andere kosten en uitgaven voor R&D. Er kan alleen gebruik worden gemaakt van de RDA als er ook WBSO wordt aangevraagd. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voert de WBSO/RDA uit in opdracht van het ministerie van EZ.

 

Gebruik RDA fors toegenomen

Voor beide regelingen was de interesse groot, maar vooral de RDA liet een forse stijging zien:

 

  • De betrokken ondernemers hebben in 2013 bijna € 4 miljard aan loonkosten gemaakt (WBSO) en € 2,5 miljard aan andere uitgaven voor R&D (RDA).

  • Het gebruik van de RDA steeg met 18%: van 21.660 aanvragen in 2012 naar 25.480 in 2013.

  • Het via de RDA toegekende bedrag steeg met 68%: van € 814 miljoen in 2012 naar € 1.370 miljoen in 2013.

  • Het aantal bedrijven dat gebruik maakte van de WBSO, is voor het 6e jaar op rij toegenomen.

  • In 2013 telde de WBSO 22.640 bedrijven, ruim 400 meer dan in 2012. Gezamenlijk dienden ze 38.200 aanvragen in.

  • Evenals in voorgaande jaren vindt de meeste R&D plaats in Noord-Brabant en Zuid-Holland. De toename van de totale R&D-uitgaven is in Utrecht het grootst: 24% meer dan in 2012.
    De industriesector geeft het meeste uit aan R&D.

  • Bij bijna alle bedrijven die gebruikmaken van de WBSO en RDA, gaat het voor 97% om mkb-ondernemingen.

 

Lees hier het jaarbericht WBSO en RDA 2013 ‘FOCUS op speur- en ontwikkelingswerk’

Nieuwe pensioenregels treffen hogere inkomens

Werknemers met een salaris boven een ton stevenen af op lagere pensioenen door de nieuwe fiscale regels van het... Lees meer >

Werknemers met een salaris boven een ton stevenen af op lagere pensioenen door de nieuwe fiscale regels van het kabinet. Daarvoor waarschuwen pensioenadviseurs in het Financieele Dagblad.

Om dit gat te compenseren kan er gebruik gemaakt worden van de netto pensioenspaarregeling. Maar dit zal de hoge inkomens maar deels ontzien. ‘Als de netto pensioenregeling wordt zoals de staatssecretarissen van Financiën en Sociale Zaken tot dusver aangeven, zullen de hoge inkomens niet voldoende kunnen bijsparen’, stelt Jeroen Koopmans, adviseur bij LCP.

Verlagen fiscale ruimte
Per 2015 verlaagt het kabinet de fiscale ruimte om pensioen op te bouwen. Werknemers kunnen dan nog maar maximaal 1,875% van hun salaris belastingvrij sparen, tegenover 2,15% nu. Tevens wordt het fiscaal gunstig pensioensparen afgetopt op € 100.000. Dat houdt in dat werknemers met hogere inkomens straks boven een ton van hun salaris de pensioenpremies niet meer kunnen aftrekken.

Tegemoetkoming onvoldoende
Om de hoge inkomens tegemoet te komen, ontwikkelt het kabinet een regeling om toch nog pensioen op te bouwen boven een ton. Dit gebeurt dan wel vanuit het netto-loon en niet langer uit het brutoloon, maar het potje is vrijgesteld van de vermogensheffing in box 3. De regeling zal vrijwillig zijn.

Het kabinet werkt op dit moment deze nettoregeling uit. Pensioenadviseurs twijfelen echter of dit voldoende zal zijn om op eenzelfde pensioen als nu uit te komen. Het kabinet heeft tot nu toe namelijk gecommuniceerd dat het als maat voor de premie-inleg een rekenrente van 4% wil. In de praktijk is de rente nu echter een stuk lager. Door deze 4% kan minder premie worden ingelegd dan bij de huidige midden- en eindloonregelingen van pensioenfondsen. ‘Met een staffel van 4% komt je nu niet verder dan 45% tot 55% van het laatst verdiende loon, terwijl het de bedoeling was dat 70% werd gehaald’, zegt Tim Burggraaf van pensioenadviesbureau Mercer.

Het ministerie van Financiën stelt in een reactie dat het eind augustus zal ingaan op de fiscale begrenzing van de netto lijfrente, als de regeling naar de Kamer gaat.

Verruimde termijnen overdrachtsbelasting geldig tot eind van dit jaar

Het ministerie van Financiën laat weten dat nog tot en met 31 december 2014 gebruik kan worden gemaakt van... Lees meer >

Het ministerie van Financiën laat weten dat nog tot en met 31 december 2014 gebruik kan worden gemaakt van twee tijdelijk verruimde termijnen in de overdrachtstbelasting. Het gaat om de verruimde termijn van 36 maanden bij doorverkoop van een onroerende zaak en om de verruimde termijn van 24 maanden bij samenloop van heffing van omzetbelasting (btw) en overdrachtsbelasting.

De verruimde termijn van 36 maanden bij doorverkoop  geldt nog tot  1 januari 2015. Daarna geldt weer een termijn van 6 maanden. De verruimde termijn van 24 maanden bij samenloop van heffing van omzetbelasting (btw) en overdrachtsbelasting geldt ook nog tot 1 januari 2015. Beide maatregelen zijn genomen met het oog op de aanhoudend slechte situatie op de vastgoedmarkt.

Geen afdrachtvermindering onderwijs bij ontbreken verklaring opleidingsinstelling

In navolging van de rechtbank heeft Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat een bv geen recht heeft op afdrachtvermindering onderwijs... Lees meer >

In navolging van de rechtbank heeft Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat een bv geen recht heeft op afdrachtvermindering onderwijs omdat de opleiding geen (onderdeel van een) erkende opleiding is.

De bv begeleidt in het kader van een re-integratietraject (langdurig) werklozen met een uitkering naar de arbeidsmarkt. De bv neemt deze personen in dienst en begeleidt hen vervolgens om hen (uiteindelijk) te scholen tot startkwalificatieniveau. Na de opleiding bij de bv gaan deze personen werken bij een organisatie die thuiszorg, logeerhuizen en zorghotels exploiteert. De bv heeft op haar loonaangiften over de jaren 2009 en 2010 afdrachtvermindering onderwijs toegepast voor haar werknemers.

Hof Den Haag oordeelt in navolging van Rechtbank Den Haag dat de bv geen recht heeft op afdrachtvermindering onderwijs omdat de opleiding geen (onderdeel van een) erkende opleiding is. Dat de bv volledig voldoet aan de materiele (opleidings)eisen die zijn verbonden aan de afdrachtvermindering onderwijs, kan haar niet baten nu de formele eis van het hebben van een verklaring van de opleidingsinstelling een constitutief vereiste behelst (HR 20 juni 2014, nr. 13/03844). In de gegeven omstandigheden acht het hof, anders dan de rechtbank, een boete niet op zijn plaats.

Geen btw-jaaraangiften voor zonnepaneeleigenaar-ondernemers

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Merkies (SP) over het bericht dat... Lees meer >

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën heeft geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Merkies (SP) over het bericht dat meer dan 3.000 eigenaren van zonnepanelen een forse naheffingsaanslag omzetbelasting hebben gekregen. Als deze ondernemers alsnog aangifte doen, blijven de boeten in stand, aldus Wiebes. Ook wenst hij voor deze groep startende ondernemers geen uitzondering te maken door jaaraangiften toe te staan.  

Wiebes stelt dat al deze eigenaren er voor geopteerd hebben om als ondernemer te worden aangemerkt. Zij hebben een aanslag gekregen van in totaal € 5161, bestaande uit een automatisch gegenereerde schatting van € 5000 belasting voor startende ondernemers, plus een verzuimboete van € 100 plus een aangifteverzuimboete van € 61.

Hij merkt daarbij op dat het overgrote deel van de zonnepaneeleigenaar-ondernemers wel tijdig aan de aangifteverplichtingen heeft voldaan waaruit hij concludeert dat de eigenaren van zonnepanelen over het algemeen wel bekend zijn met de eisen van het btw-ondernemerschap.

De staatssecretaris zegt verder dat de hoogte van de verschuldigde btw afhangt van het opwekkingsvermogen van de zonnepanelen, de elektriciteit die geleverd wordt aan de energieleverancier en het privégebruik. In de meeste gevallen zal de verschuldigde btw niet boven de € 25 per kwartaal liggen. Als de ondernemer alsnog aangifte doet, blijven de boeten in stand. Wel wordt de boete wegens het niet tijdig betalen verminderd ingeval de verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de naheffingsaanslag. Deze boete is echter minimaal € 50. Wiebes ziet geen aanleiding om voor een bepaalde groep startende ondernemers, zoals de zonnepaneeleigenaar-ondernemers, een uitzondering te maken door jaaraangiften toe te staan.

Belastingdienst jaagt niet op WK-pooltjes

De Belastingdienst maakt geen jacht op WK-pooltjes die in familie- of vriendenkring zijn afgesloten. ‘De dienst heeft andere prioriteiten’,... Lees meer >

De Belastingdienst maakt geen jacht op WK-pooltjes die in familie- of vriendenkring zijn afgesloten.

‘De dienst heeft andere prioriteiten’, schrijft de bewindsman. Aan de vreugde van het WK dragen volgens hem de pools bij. ‘De Belastingdienst gaat deze vreugde uiteraard niet bederven door nu actief op zoek te gaan naar mogelijke overtreders van de kansspelbelastingregels.’

Tot slot laat de staatssecretaris nog weten dat het kabinet de verrichtingen van Oranje met grote belangstelling volgt. Hij voegt eraan toe dat binnen het kabinet geen WK-pool is georganiseerd, maar dat de regeerploeg er wel van overtuigd is dat het Nederlands team wereldkampioen wordt in Brazilië.

 

Reisbesluiten Binnen- en Buitenland: sommige vergoedingen niet meer volledig onbelast

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden.... Lees meer >

Per 1 juli 2014 kunt u sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoeden.

In de Nieuwsbrief loonheffingen 2014 leest u meer over mogelijke veranderingen voor vergoedingen volgens de reisbesluiten. De reisbesluiten regelen de vergoedingen voor ambtenaren op dienstreis, maar u kunt ze ook toepassen voor werknemers die wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met ambtenaren op dienstreis.

Gewijzigde vergoedingen

De volgende vergoedingen van verblijfkosten tijdens dienstreizen kunt u niet meer volledig onbelast vergoeden. Vergoedt u meer, dan is het meerdere belast. Achter elke soort vergoeding staat het bedrag dat u onbelast kunt vergoeden aan uw werknemer:

  • kleine uitgaven overdag: € 4,00
  • kleine uitgaven ’s avonds: € 8,05
  • een ontbijt: € 10,77
  • een lunch: € 8,30
  • een avondmaaltijd: € 20,81
  • logies: € 84,46

U past de werkkostenregeling toe

Als u de werkkostenregeling toepast, kunt u de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Als u het bovenmatige deel van de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel en in uw vrije ruimte onderbrengt, moet u eindheffing betalen over het deel van de vergoeding dat niet binnen uw vrije ruimte valt.

Meer nieuws leest u in het nieuwsoverzicht

Werkgever: let op met WK-pools!

Organiseert uw personeel een WK-pool? Een sportief idee. Maar pas op: werkgevers zijn verantwoordelijk voor het afdragen van kansspelbelasting.... Lees meer >

Organiseert uw personeel een WK-pool? Een sportief idee. Maar pas op: werkgevers zijn verantwoordelijk voor het afdragen van kansspelbelasting. Waar moet u op letten?

De Belastingdienst ziet pools namelijk als kansspelen, dus moet er over prijzen van 454 euro of meer belasting worden betaald. Voor lagere bedragen geldt een vrijstelling. Dat meldt De Telegraaf.

Zodra dat bedrag wordt gewonnen, moeten werkgevers aangifte doen en 29 procent belasting betalen. Ook wie extra loon wint van de werkgever, moet gewoonloonbelasting betalen. Werkgevers zijn namelijk verantwoordelijk, ook al organiseren niet zij maar werknemers de pool. Drie zaken waar u als werkgever op moeten letten:

1. De organisator (de werkgever) is verantwoordelijk voor het betalen van de kansspelbelasting aan de Belastingdienst. Als het bedrag niet binnen een maand na winst op de rekening van de fiscus staat, riskeert de winnaar een naheffingsaanslag met een boete van maximaal 50 procent. Maar dat gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen waarbij mensen ‘de boel opzettelijk aan het flessen zijn’, aldus een woordvoerder van de Belastingdienst. Voor WK-pools zet de fiscus in ieder geval geen eigen taskforce in, aldus de woordvoerder.

2. Prijzen mogelen ook in natura worden uitgekeerd, denk aan een barbequeset of een weekendje weg. In dat geval moet er volgens de kansspelbelasting de adviesprijs als uitgangspunt worden genomen.

3. De Belastingdienst heeft op haar website een brochure (pdf) over kansspelbelasting staan. Daarin staat meer over de regels die gelden rond kansspelen, zoals WK-pools.

Lees ook: Het WK-gerelateerde verzuim valt best mee, lees het artikel Werknemer met Oranjekoorts in bed?

Aanpak schijnconstructies: minimumloon niet meer contant uitbetalen

Het salaris mag niet meer volledig contant uitbetaald worden. Op die manier kan ontduiking van het wettelijk minimumloon (WML)... Lees meer >

Het salaris mag niet meer volledig contant uitbetaald worden. Op die manier kan ontduiking van het wettelijk minimumloon (WML) effectiever bestreden worden. Per 1 januari 2015 moet minimaal het salarisgedeelte gelijk aan het WML giraal overgemaakt worden. Daarnaast mogen werkgevers geen verrekeningen met het wettelijk minimumloon meer toepassen. Het verrekenen van huisvesting of ziektekostenpremies met het minimumloon is een bekende constructie om de regels te omzeilen, maar wordt nu wettelijk ongedaan gemaakt.

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft dat onder meer in de 2evoortgangsbrief schijnconstructies aan de Tweede Kamer. Het kabinet is vandaag akkoord gegaan om het Wetsvoorstel Aanpak Schijnconstructies (WAS) naar de Raad van State te sturen voor advies.

De nieuwe wet regelt dat een aantal ongewenste constructies wettelijk niet meer toegestaan zijn. Tevens krijgt de Inspectie SZW meer mogelijkheden om de regels te handhaven. De WAS is een uitwerking van het Sociaal Akkoord en volgens minister Asscher een belangrijk wapen in de strijd tegen uitbuiting en oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt: “Fatsoenlijk werk is in ons land niet altijd een vanzelfsprekendheid. Schijnconstructies zijn het onkruid van onze arbeidsmarkt en een klap in het gezicht van hardwerkende werknemers en eerlijke ondernemers. De concurrentie met China zullen we nooit winnen op loonkosten, wel op slimheid en toegevoegde waarde, dat moet het doel zijn.”

Het speciale Inspectieteam dat schijnconstructies bestrijdt is ruim een half jaar aan de slag. Momenteel lopen er 45 onderzoeken naar schijnconstructies en 12 verzoeken om ondersteuning bij de handhaving van de cao. 20 onderzoeken zijn gericht op zogenaamde gefingeerde dienstverbanden. Daarbij werken werkgever en werknemer samen om een kunstmatige arbeidsrelatie aan te gaan om illegale arbeid te kunnen laten verrichten of onterecht in aanmerking te komen voor een uitkering of voor verblijf in Nederland. De overige 25 onderzoeken zijn gericht op complexe schijnconstructies en hebben vooral internationale vertakkingen. Samen met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zijn het vorige jaar 23 transportbedrijven geïnspecteerd. Bij 11 van de 23 (48%) zijn 1 of meerdere overtredingen van illegale tewerkstelling geconstateerd.

Eerlijk loon

Tijdens onderzoeken stuit de Inspectie SZW regelmatig op signalen van overtreding van de cao-voorwaarden. In de nieuwe wet krijgt de Inspectie de bevoegdheid deze informatie door te geven aan cao-partijen of hun handhavingsinstanties. Om eerlijk loon te kunnen handhaven is het loonstrookje van groot belang. In de praktijk blijkt soms dat loonstroken niet beschikbaar of ondeugdelijk voor controle zijn. In de WAS wordt vastgelegd waar het loonstrookje voortaan aan moet voldoen. Een ander probleem waar handhavers tegenaan lopen is dat bij onderbetaling van loon of ontduiking van de regels de werkgever soms niet aan te pakken is. Bijvoorbeeld omdat hij ineens onvindbaar is of over de grens is ‘verdwenen’. Met name bij grote (bouw)projecten worden werknemers de dupe van dergelijke foute onderaannemers of tussenpersonen. Als zo’n onderaannemer niet aanspreekbaar is, dan zal de aansprakelijkheid voor het loon verschuiven naar de partij die hem inhuurde (de schakel hoger in de keten). Deze ‘ketenaansprakelijkheid voor loon’ is een effectief middel dat volgens minister Asscher zeker ook preventief werkt: “Als je als opdrachtgever een tussenpersoon in de arm neemt, moet je goede afspraken maken en weten welk vlees je in de kuip hebt. We laten niet meer toe dat de werknemer de rekening gepresenteerd krijgt en kan fluiten naar zijn geld.”

In de WAS wordt geregeld dat bepaalde inspectiegegevens op het terrein van arbeidswetten openbaar gemaakt kunnen worden. Bijvoorbeeld als aan een bedrijf een boete is opgelegd. Dit vergroot de openheid over waar de Inspectie inspecteert en hoe bedrijven presteren. Daarnaast heeft de mogelijke openbaarmaking van toezichtresultaten een preventieve werking.

Verbeteringen in werkkostenregeling

Na een uitgebreide internetconsultatie wordt de werkkostenregeling (WKR) aanzienlijk vereenvoudigd. In de brief die staatssecretaris Wiebes van Financiën vandaag... Lees meer >

Na een uitgebreide internetconsultatie wordt de werkkostenregeling (WKR) aanzienlijk vereenvoudigd. In de brief die staatssecretaris Wiebes van Financiën vandaag naar de Tweede Kamer stuurt staan diverse maatregelen die de administratieve lasten voor werkgevers terugdringen en de uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst verbeteren.

De afgelopen jaren bestonden er 2 regelingen voor werkkosten naast elkaar. Nu komt er 1 verbeterde regeling. In de nieuwe werkkostenregeling wordt het onderscheid in fiscale behandeling tussen computers, smartphones en tablets weggenomen. Voor de zakelijke iPad zal bovendien niet langer de ‘zakelijke gebruikseis’ gelden. Indien een werknemer een iPad nodig heeft om zijn werk te doen, kan de werkgever deze verstrekken zonder fiscaal rekening te hoeven houden met het privévoordeel van de werknemer. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van veel werkgevers. Ook hoeft een werkgever nog maar 1 keer per jaar vast te stellen wat zijn verschuldigde belasting in het kader van de WKR is. Voorheen moest dit per aangiftetijdvak bekeken worden. Een derde in het oog springende vereenvoudiging betreft het keuzeregime. Om de verbeterde aspecten budgetneutraal te kunnen dekken, zal de vrije ruimte worden verlaagd van 1,5% naar 1,2% van de totale loonsom van een bedrijf.

De maatregelen worden meegenomen in het Belastingplan 2015 dat op Prinsjesdag aangeboden zal worden aan de Tweede Kamer. De wijzigingen kunnen vervolgens per 1 januari 2015 in gaan.

De basis van de werkkostenregeling, die begin 2011 werd geïntroduceerd, blijft ongewijzigd. Met de werkkostenregeling kunnen werkgevers hun personeelsleden tot een vooraf vastgesteld percentage van de totale loonsom onbelast van vergoedingen en verstrekkingen laten profiteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om kerstpakketten, etentjes, een fiets en personeelsfeesten. Binnen de werkkostenregeling is het niet nodig om de verstrekkingen per werknemer bij te houden, maar kan dat bedrijfsbreed.

Regeling inkomensondersteuning AOW vervangt MKOB

Ouderen krijgen vanaf 1 januari 2015 een inkomensondersteuning boven op hun AOW die afhankelijk is van het aantal jaren... Lees meer >

Ouderen krijgen vanaf 1 januari 2015 een inkomensondersteuning boven op hun AOW die afhankelijk is van het aantal jaren dat men in Nederland heeft gewoond. De inkomensondersteuning wordt daarmee gekoppeld aan de in Nederland opgebouwde AOW. Hiervoor wordt de nu bestaande MKOB-regeling vervangen door een nieuwe regeling. Mensen met een volledige AOW-opbouw gaan er door deze nieuwe regeling niet op voor- of achteruit (dat geldt voor circa 90% van de ouderen).

Dit heeft staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens minister Asscher, de Tweede Kamer vandaag laten weten. De maatregel vloeit deels voort uit het niet uitvoeren van de huishoudentoeslag. De dekking van het niet doorgaan van de huishoudentoeslag wordt in de Miljoenennota meegenomen. Vooruitlopend hierop worden twee maatregelen genomen.

Inkomensondersteuning AOW

Er komt een nieuwe inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden. Deze wordt gekoppeld aan de opbouw van de AOW. De nieuwe regeling is mede ingegeven door het feit dat het niet meer vanzelfsprekend is dat mensen die naar Nederland komen, om hier te werken, zich hier ook blijvend vestigen. En ook mensen die in Nederland geboren zijn blijven hier niet altijd wonen. In de periode dat men in Nederland woont, bouwt men AOW op. In de jaren dat mensen niet in Nederland wonen bouwen zij vaak elders pensioen op. Extra inkomensondersteuning vanuit Nederland kan zich daarom beperken tot de naar rato in Nederland opgebouwde AOW.

MKOB

Nu krijgen ouderen nog extra inkomensondersteuning via de zogenoemde MKOB (Wet Mogelijkheid Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen). Deze koopkrachttegemoetkoming wordt, zoals eerder reeds aangekondigd, per 1 januari 2015 afgeschaft, net zoals het geval zou zijn als de huishoudentoeslag per 1 januari zou zijn ingevoerd. De MKOB had als doel oudere belastingplichtigen te compenseren voor koopkrachtverlies door beleidsmaatregelen in de fiscale sfeer.

Hoogte AIO-uitkering (bijstand ouderen)

De hoogte van de bijstand voor ouderen (aio) wordt voortaan op een zelfde manier vastgesteld als de overige minimumuitkeringen. Deze harmonisatie van de systematiek levert ouderen met een aanvulling vanuit de AIO een financieel voordeel op van circa 300 Euro per jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als paren.

Partnertoeslag

Het voornemen om de partnertoeslag in de AOW voor hogere inkomens te beëindigen, gaat niet door. Het wetsvoorstel dat dit zou regelen en dat in de Eerste Kamer lag, wordt ingetrokken.

De nieuwe regeling inkomensondersteuning AOW treedt op 1 januari 2015 in werking. Per ministeriële regeling, die rond 1 juli wordt gepubliceerd, wordt een tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW geregeld. Later dit jaar volgt het wetsvoorstel.

Inkeerregeling zwartspaarders loopt op 1 juli af

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland hebben nog een paar uur de tijd om dat boetevrij op te... Lees meer >

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland hebben nog een paar uur de tijd om dat boetevrij op te biechten bij de Belastingdienst. Doen ze dat, dan voorkomen ze dat ze een boete krijgen als ze later worden gesnapt met hun spaarcenten in Luxemburg of Zwitserland. De zogeheten inkeerdersregeling loopt om middernacht af.

Spaargeld of vermogen opbiechten kan door vanmiddag een formulier in te leveren bij een Belastingkantoor (vóór 17.00 uur) of door de financieel adviseur nog voor middernacht een mail te laten sturen naar de fiscus met een ingescande verklaring van de tot nog toe verzwegen tegoeden op buitenlandse rekeningen.

Sinds de regeling voor zwartspaarders vorig jaar september werd versoepeld, hebben ongeveer 9000 mensen zich gemeld. Met de deadline in zicht kiezen steeds meer mensen – de laatste tijd 180 per dag – voor zekerheid en melden hun spaargeld. Daarmee voorkomen ze boetes, maar ze moeten er uiteraard nog wel belasting over betalen.

De 9000 mensen die de laatste 10 maanden geld hebben opgebiecht zijn goed voor een vermogen van ongeveer 4,5 miljard euro. De geschatte belastingopbrengst daarover komt uit op ongeveer 675 miljoen euro. Precieze cijfers zijn pas bekend als alle verzoeken zijn afgerond.

Wie zijn geld nu niet opbiecht maar dat later pas doet, riskeert forse boetes. Die bedragen vanaf dinsdag 30 procent van de ontdoken belasting en vanaf 1 juli volgend jaar ligt de boete op 60 procent. Dat is ook de datum waarop er een einde komt aan het bankgeheim binnen de Europese Unie. Wie zijn vermogen geheim houdt maar wordt gesnapt door de fiscus kan een boete krijgen die oploopt tot 300 procent.

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën is niet van plan om de inkeerdersregeling nog een keer te verlengen, wat eerder wel gebeurde.

Premiekorting bij indienstneming van jongere uitkeringsgerechtigden

Vanaf 1 juli 2014 kunnen werkgevers onder bepaalde voorwaarden een premiekorting toepassen bij het in dienst nemen van een... Lees meer >

Vanaf 1 juli 2014 kunnen werkgevers onder bepaalde voorwaarden een premiekorting toepassen bij het in dienst nemen van een uitkeringsgerechtigde in de leeftijd van 18 tot 27 jaar.

Het kabinet vindt het van belang dat jongeren niet langdurig in een uitkering blijven. Het streeft er naar hen perspectief te geven op een plek op de arbeidsmarkt. Het kabinet vindt daarom op dit moment een impuls nodig om werkgevers te stimuleren deze jongeren een kans te geven. Het gaat om een tijdelijke regeling , die gericht is op nieuwe banen in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2016. Een werkgever kan voor elke aanname en zolang de betreffende jongere uit de doelgroep in dienst is maximaal twee jaar een premiekorting van € 3.500 op jaarbasis op zijn premies werknemersverzekeringen toepassen.

In verband met toezicht en handhaving door de Belastingdienst is een werkgever verplicht om een doelgroepverklaring van UWV of gemeente te bewaren. Uit de doelgroepverklaring moet blijken dat de werknemer voorafgaand aan de dienstbetrekking uitkeringsgerechtigde was. Tevens dient er een schriftelijke arbeidsovereenkomst te zijn waaruit blijkt dat er sprake is van een dienstbetrekking met een overeengekomen duur van minimaal zes maanden en een arbeidsomvang van ten minste 32 uren per week.

Met deze maatregel wordt uitwerking gegeven aan de afspraak uit de Begrotingsafspraken 2014 om de arbeidsmarkt voor jongeren te versterken met een premiekorting, waarvoor in totaal tijdelijk € 300 miljoen is uitgetrokken. Via het Belastingplan 2014 is de premiekorting geregeld per 1 juli 2014. De regeling kon niet eerder in werking treden, vanwege aanpassingen in de loonaangifte. Om te voorkomen dat werkgevers zouden wachten met het aannemen van jongeren uit de doelgroep, kunnen ook indiensttredingen vanaf 1 januari 2014 in aanmerking komen voor de premiekorting vanaf 1 juli.

Tot 1 juli zonder boete verzwegen inkomsten of vermogen aangeven

Inkeerregeling Vanaf 1 juli 2014 verandert de inkeerregeling. Hebt u in de afgelopen jaren niet uw (volledige) inkomen of... Lees meer >

Inkeerregeling

Vanaf 1 juli 2014 verandert de inkeerregeling. Hebt u in de afgelopen jaren niet uw (volledige) inkomen of vermogen aangegeven? Of hebt u een erfenis niet aangegeven? Dan hebt u niet aan uw verplichtingen voldaan om een juiste en volledige aangifte te doen. Als u dit alsnog wilt doen, kunt u gebruikmaken van de zogenoemde inkeerregeling. U kunt dan uw eerdere aangifte vrijwillig verbeteren. Of u doet alsnog vrijwillig aangifte. Op deze manier kunt u in veel gevallen voorkomen dat u een boete krijgt of strafrechtelijk wordt vervolgd.

Na 1 juli 2014 kunt u zelfs bij een vrijwillige verbetering een boete krijgen. De boete is wel afhankelijk van uw situatie. Na 1 juli 2015 kan de boete oplopen tot 60% van dit bedrag.

Belastingdienst wijst zwartspaarders op deadline boetevrij inkeren

De Belastingdienst wijst zwartspaarders op de deadline van 1 juli van de inkeerregeling. Tot die datum kunnen verzwegen inkomsten... Lees meer >

De Belastingdienst wijst zwartspaarders op de deadline van 1 juli van de inkeerregeling. Tot die datum kunnen verzwegen inkomsten of vermogen zonder boete aangegeven worden.

‘Hebt u verzwegen inkomsten of vermogen? Tot 1 juli 2014 kunt u dat melden zonder dat u een boete krijgt,’ aldus de fiscus. ‘Vanaf 1 juli 2014 verandert de inkeerregeling. Dit betekent dat u dan ook bij vrijwillige verbetering een boete kunt krijgen. Deze boete kan oplopen tot 30% van het bedrag dat u alsnog moet betalen. Na 1 juli 2015 kan de boete oplopen tot 60% van dit bedrag.’

Belastingdienst moet wettelijke rente betalen over te laat uitbetaalde heffingsrente

De Hoge Raad heeft op 20 juni geoordeeld dat bij te late vergoeding van heffingsrente aanspraak bestaat op vergoeding... Lees meer >

De Hoge Raad heeft op 20 juni geoordeeld dat bij te late vergoeding van heffingsrente aanspraak bestaat op vergoeding van wettelijke rente. 

Op 22 augustus 2009 wordt een aan een bv opgelegde voorlopige aanslag vennootschapsbelasting ambtshalve verminderd. De bv verzoekt om vergoeding van heffingsrente, maar dit verzoek wordt door de inspecteur pas op 20 december 2011 ingewilligd (in de bezwaarfase, na het wijzen van het arrest HR 30 september 2011, nr. 10/02171. In geschil is of over de heffingsrente wettelijke rente is verschuldigd ex art. 4:97 Awb en, zo ja, naar welk bedrag.

De Hoge Raad oordeelt dat bij te late vergoeding van heffingsrente aanspraak bestaat op vergoeding van wettelijke rente. De Hoge Raad stelt voorop dat tegen schriftelijke weigering van de inspecteur om de wettelijke rente te vergoeden bezwaar openstaat en vervolgens beroep bij de bestuursrechter in belastingzaken. De verzuimregeling uit de Awb (Afdeling 4.4.2) is van toepassing omdat de wetgever in formele zin geen specifieke regeling heeft getroffen voor gevallen als deze, waarin de inspecteur een beschikking tot vergoeding van heffingsrente te laat vaststelt. De regels over de zogenoemde coulancerente kunnen niet worden aangemerkt als een wettelijke regeling die de verzuimregeling uitschakelt. De inspecteur was in verzuim vanaf 4 oktober 2009 (zes weken na de vermindering van de voorlopige aanslag).

De bv betoogt in haar incidentele cassatieberoep terecht dat de rente is blijven lopen na 21 december 2011, omdat de betaling die de ontvanger op die dag heeft gedaan in eerste instantie toegerekend moet worden aan de wettelijke rente en pas daarna aan de hoofdsom van de heffingsrente. Omdat het dictum van de rechtbank hiermee in overeenstemming is, leidt het incidentele beroep niet tot cassatie. Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank terecht de rente voor niet-handelsschulden heeft toegepast in plaats van de (hogere) rente voor handelsschulden.  

Hoge Raad: Pseudo-eindheffing niet in strijd met art. 1 EP EVRM

De Hoge Raad heeft op 20 juni geoordeeld dat de pseudo-eindheffing niet in strijd is met art. 1 Eerste... Lees meer >

De Hoge Raad heeft op 20 juni geoordeeld dat de pseudo-eindheffing niet in strijd is met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De inspecteur heeft de te betalen belasting correct vastgesteld.

Een bv kent in 2006 aan haar CEO een voorwaardelijk recht op levering van aandelen in haar kapitaal toe. In 2008 is aan de voorwaarden voldaan en accepteert de CEO de hem aangeboden aandelen. Het hierbij behaalde voordeel van € 1.790.000, wordt in 2008 tot zijn loon gerekend. De dienstbetrekking tussen de bv en de CEO wordt in 2009 verbroken. De inspecteur is van mening dat het in 2008 genoten voordeel moet worden meegenomen bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een belastbare vertrekvergoeding als bedoeld in art. 32bb Wet LB 1964, en legt een LB-naheffingsaanslag op aan de bv (pseudo-eindheffing).

Rechtbank Arnhem handhaaft de naheffingsaanslag. Hof Arnhem – Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur onvoldoende argumenten heeft aangedragen voor de (materiële) terugwerkende kracht van de regeling. Volgens het hof mag daarom geen rekening worden gehouden met het voordeel dat de CEO in 2008 heeft genoten voordat voor de bv kenbaar was dat werd overwogen om een regeling in te voeren als in art. 32bb Wet LB 1964 is opgenomen. Het hof vermindert de naheffingsaanslag.

De Hoge Raad oordeelt dat de pseudo-eindheffing niet in strijd is met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Volgens de Hoge Raad verzet deze bepaling zich namelijk niet zonder meer tegen wetswijzigingen waarbij voor de berekening van een belastingschuld gevolgen worden verbonden aan feiten die zich hebben voorgedaan voordat de inhoud van die wetswijziging kenbaar werd. Volgens de Hoge Raad is er bij de belastingheffing ook sprake van een ‘fair balance’ tussen de betrokken belangen. De Hoge Raad overweegt hierbij onder andere dat de pseudo-eindheffing na de inwerkingtreding ervan nog geruime tijd niet of slechts in beperkte mate voor toepassing in aanmerking zou komen als de berekeningsmethode niet zou kunnen worden toegepast ten aanzien van loon dat is genoten vóór de aankondiging of inwerkingtreding van art. 32bb Wet LB 1964. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Nieuwe wetgeving per 1 juli 2014

Per 1 juli 2014 gaan weer een aantal nieuwe wetten in. P&Oactueel heeft de voor HR relevante wetten op... Lees meer >

Per 1 juli 2014 gaan weer een aantal nieuwe wetten in. P&Oactueel heeft de voor HR relevante wetten op een rij gezet.

Minimumloon

Twee keer per jaar wordt het wettelijk minimumloon aangepast. Per 1 juli 2014 gaat het minimumloon voor medewerkers van 23 jaar en ouder gaan omhoog naar:

  • € 1.495,20 per maand;
  • € 345,05 per week;
  • € 69,01 per dag.

Premiekorting voor jongere werknemers

Werkgevers die tussen 1 januari 2014 en 31 december 2015 een jongere werknemer in dienst nemen, krijgen een premiekorting als deze werknemer een WW- of bijstandsuitkering heeft. Dit geldt voor werknemers van 18 tot en met 26 jaar die minimaal een halfjaarcontract voor minimaal 32 uur per week krijgen. De hoogte van de premiekorting is € 3.500 per jaar. De wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen gaat officieel in per 1 juli 2014, maar geldt voor jongere werknemers die vanaf 1 januari 2014 zijn aangenomen.

Strengere regels voor werken met asbest

De regels voor werken met asbest worden strenger. Werknemers die met asbest werken mogen straks aan nog minder asbest worden blootgesteld. De blootstellinggrens voor werken met chrysotiel-asbest wordt vijf keer strenger. Per 1 januari 2015 zullen ook de regels voor blootstelling aan ambfibool-asbest worden aangescherpt. De blootstellingsgrens voor werken met amfibool-asbest wordt dertig keer strenger. De ingangsdatum van deze wetswijziging is echter nog niet definitief.

Regels voor AOW en samenwonen versoepeld

AOW’ers die veel dingen samendoen maar ieder een eigen (huur)woning hebben, gelden niet meer als samenwonend. Ze ontvangen daardoor... Lees meer >

AOW’ers die veel dingen samendoen maar ieder een eigen (huur)woning hebben, gelden niet meer als samenwonend. Ze ontvangen daardoor altijd de hogere AOW-uitkering voor alleenstaanden. De Tweede Kamer gaat akkoord met een wetsvoorstel hierover van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken), bleek recent.

De hele Kamer vindt het prima dat ouderen niet onnodig worden lastiggevallen met ‘tandenborsteltellende’ controleurs. Diverse fracties drongen eerder op vereenvoudiging van de regels aan.

In de praktijk past de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die de AOW uitkeert, het nieuwe regime al sinds februari van dit jaar toe. Volgens Klijnsma zijn de eerste ervaringen positief.

Een AOW’er die alleen woont, ontvangt een uitkering van 70 procent van het minimumloon. Samenwonende AOW’ers krijgen ieder 50 procent van het minimumloon.

Leegstand bedrijfspand na vrijgestelde verhuur geeft recht op teruggaaf btw

Een ondernemer had voor de periode van leegstand van een bedrijfspand recht op gedeeltelijke teruggaaf van de eerder niet... Lees meer >

Een ondernemer had voor de periode van leegstand van een bedrijfspand recht op gedeeltelijke teruggaaf van de eerder niet in aftrek gebrachte btw. Dit oordeelde de Hoge Raad vrijdag.

De ondernemer heeft ter zake van de ingebruikneming van een nieuw bedrijfspand in 2003 geen aanspraak gemaakt op aftrek van de aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting (btw) omdat hij het pand zou gaan gebruiken voor vrijgestelde doeleinden (verhuur). Na enkele jaren is de verhuur beëindigd en is het pand voor onbepaalde tijd leeg komen te staan. Wel had de ondernemer het voornemen het pand in de toekomst voor belaste handelingen te gebruiken. Dit brengt mee dat hij voor de periode van leegstand recht had op gedeeltelijke teruggaaf van de eerder niet in aftrek gebrachte btw.

Btw-vrijstelling medische diensten operatieassistenten en anesthesie-verpleegkundigen

Medische diensten aan ziekenhuizen die operatieassistenten en anesthesie-verpleegkundigen niet in loondienst maar als zelfstandig ondernemer verrichten, zijn vrijgesteld van... Lees meer >

Medische diensten aan ziekenhuizen die operatieassistenten en anesthesie-verpleegkundigen niet in loondienst maar als zelfstandig ondernemer verrichten, zijn vrijgesteld van omzetbelasting (btw). Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld in twee uitspraken.

In beide zaken worden op basis van overeenkomsten met ziekenhuizen medische diensten verricht. Een zaak gaat over de diensten door een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) en de andere over maten in een maatschap. Zij verlenen hun diensten niet in loondienst, maar als ondernemer voor de btw tegen vergoeding. Het gaat om de werkzaamheden van een operatieassistent respectievelijk anesthesie-verpleegkundige. De werkzaamheden worden in het ziekenhuis verricht.

De Hoge Raad oordeelt dat zowel gezien vanuit de patiënten als vanuit de ziekenhuizen sprake is van het geven van ‘medische verzorging’ in de zin van de nationale en Europese btw-wetgeving en dat de diensten daarom zijn vrijgesteld van btw.

Aan het oordeel dat de vrijstelling van omzetbelasting van toepassing is, staat niet in de weg dat de desbetreffende operatieassistent of anesthesie-verpleegkundige onder de leiding staat van een chirurg dan wel anesthesioloog van het ziekenhuis, en ook niet dat de eindverantwoordelijkheid voor de medische behandeling berust bij deze specialisten of dat instructies van hen moeten worden opgevolgd. Dat de in het ziekenhuis geldende regels moeten worden gevolgd en dat er, behalve in geval van eigen opzet of bewuste roekeloosheid, geen aansprakelijkheid bestaat voor schade die voortvloeit uit het verrichten van de werkzaamheden, doet evenmin eraan af dat de diensten zijn vrijgesteld van btw.

De volledige uitspraken:
– 12/02960 (ECLI:NL:HR:2014:1374)
– 13/05580 (ECLI:NL:HR:2014:1375)

Uitkeringsbedragen per 1 juli 2014

Per 1 juli 2014 worden de AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, WWB, IOAW en IOAZ aangepast als... Lees meer >

Per 1 juli 2014 worden de AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, WWB, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2014. Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt per 1 juli a.s. van € 1.485,60 naar € 1.495,20 bruto per maand.

Alle bedragen per 1 juli 2014 volgen hieronder.

Wet werk en bijstand

Per 1 juli 2014 stijgen de bijstandsuitkeringen. De netto normbedragen per 1 juli 2014, voor mensen vanaf 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd, die een uitkering krijgen op grond van de Wet werk en bijstand zijn als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden
 

per maand
1.291,52

vakantie-uitkering
67,97

totaal
1.359,49

Alleenstaande ouders
 

per maand
904,06

vakantie-uitkering
47,58

totaal
951,64

Alleenstaanden
 

per maand
645,76

vakantie-uitkering
33,99

totaal
679,75

Gemeentelijke toeslag bij het niet kunnen delen van kosten (van toepassing op alleenstaande ouders en alleenstaanden)
 

per maand
258,3

vakantie-uitkering
13,6

totaal
271,9

De netto normbedragen voor mensen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd, die een uitkering krijgen op grond van de Wet werk en bijstand zijn als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden
 

per maand
1.365,17

vakantie-uitkering
71,85

totaal
1.437,02

Alleenstaande ouders
 

per maand
1.248,13

vakantie-uitkering
65,69

totaal
1.313,82

Alleenstaanden
 

per maand
991,81

vakantie-uitkering
52,2

totaal
1.044,01

De netto normbedragen voor mensen die in een inrichting verblijven zijn als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden
 

per maand
445,15

vakantie-uitkering
23,43

totaal
468,58

Alleenstaande ouders en alleenstaanden
 

per maand
286,2

vakantie-uitkering
15,06

totaal
301,26

Mensen hoeven niet al hun spaargeld op te maken vóór ze in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Het vrij te laten vermogen voor gehuwden/samenwonenden, alleenstaande ouders en alleenstaanden is als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden en alleenstaande ouders
11.700,00

Alleenstaanden
5.850,00

Voor mensen die een bijstandsuitkering ontvangen en een eigen huis bewonen, geldt een extra vrijlating van maximaal € 49.400,00.

IOAW en IOAZ

De IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) is bestemd voor oudere langdurig werklozen, die 50 jaar of ouder waren toen zij werkloos werden. De IOAW is ook bedoeld voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen, ongeacht hun leeftijd.

De IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) is bestemd voor ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte ex-zelfstandigen (ongeacht hun leeftijd), die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moesten beëindigen.

De IOAW en de IOAZ vullen het totale inkomen van de rechthebbende en zijn of haar partner aan tot bijstandsniveau. Op de hierna volgende normbedragen worden dus de bruto inkomsten van de rechthebbende en zijn of haar partner in mindering gebracht.

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden (beide partners 21 jaar of ouder)
 

per maand
1.462,87

vakantie-uitkering
117,03

totaal
1.579,90

Alleenstaande ouders vanaf 21 jaar
 

per maand
1.406,55

vakantie-uitkering
112,52

totaal
1.519,07

Alleenstaanden vanaf 23 jaar
 

per maand
1.126,68

vakantie-uitkering
90,13

totaal
1.216,81

Alleenstaanden vanaf 22 jaar
 

per maand
888,51

vakantie-uitkering
71,08

totaal
959,59

Alleenstaanden vanaf 21 jaar
 

per maand
748,73

vakantie-uitkering
59,9

totaal
808,63

Voor mensen onder de 21 jaar gelden lagere bedragen. In tegenstelling tot de bijstand wordt bij de IOAW geen rekening gehouden met vermogen. Bij de IOAZ wordt wel rekening gehouden met andere inkomsten en ook met vermogen. Zo blijft vermogen tot een bedrag van € 128.547,- buiten beschouwing. Het vermogen hier boven wordt geacht jaarlijks 4 procent inkomsten op te leveren. Dat wordt in mindering gebracht op de uitkering.

Voor mensen die een IOAZ-uitkering krijgen en een pensioentekort hebben, wordt een bedrag tot maximaal € 117.444,- voor aanvullende pensioenvoorzieningen buiten beschouwing gelaten.

AOW

AOW’ers die getrouwd zijn of samenwonen hebben elk een eigen recht op een AOW-uitkering (basispensioen). De hoogte daarvan is gerelateerd aan de helft van het netto minimumloon. De AOW voor een alleenstaande is gerelateerd aan 70 procent van het netto minimumloon. Voor een eenoudergezin is dit 90 procent van het netto minimumloon. Bij de laatste groep gaat het om pensioengerechtigden, die een kind verzorgen jonger dan 18 jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen.

Voor gehuwde/samenwonende AOW’ers van wie de partner jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd gelden afwijkende regels. Normaal gesproken is het pensioen gerelateerd aan 50 procent van het netto minimumloon (de uitkering voor een gehuwde). Daar bovenop komt een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto € 737,76). Per 1 april 2015 kan er geen recht op partnertoeslag meer ontstaan. Als het recht op pensioen al is ingegaan voor 1 februari 1994 dan valt de AOW’er onder een overgangsregeling en is het pensioen gerelateerd aan 70 procent van het netto minimumloon. De toeslag is dan maximaal 30 procent.

De bruto uitkeringsbedragen per 1 juli 2014, voor AOW’ers van wie het recht op pensioen is ingegaan na 1 februari 1994, zijn als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden
 

per maand
737,76

vakantie-uitkering
50,61

totaal
788,37

Gehuwden/samenwonenden met maximale toeslag (partner jonger dan 65 jaar)
 

per maand
1.475,52

vakantie-uitkering
101,22

totaal
1.576,74

Maximale toeslag
 

per maand
737,76

vakantie-uitkering
50,61

totaal
788,37

Alleenstaande ouders
 

per maand
1.370,01

vakantie-uitkering
91,11

totaal
1.461,12

Alleenstaanden
 

per maand
1.079,83

vakantie-uitkering
70,87

totaal
1.150,70

De bruto uitkeringsbedragen per 1 juli 2014, voor AOW’ers van wie het recht op pensioen is ingegaan vóór 1 februari 1994, zijn als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden
 

per maand
1.079,83

vakantie-uitkering
70,87

totaal
1.150,70

Gehuwden/samenwonenden met maximale toeslag (partner jonger dan 65 jaar)
 

per maand
1.475,52

vakantie-uitkering
101,22

totaal
1.576,74

Maximale toeslag
 

per maand
395,69

vakantie-uitkering
30,35

totaal
426,04

Alleenstaanden
 

per maand
1.079,83

vakantie-uitkering
70,87

totaal
1.150,70

Anw

De Algemene nabestaandenwet (Anw) is een volksverzekering die recht geeft op een uitkering aan volwassenen van wie de partner is overleden. Het kan gaan om een huwelijkspartner of een partner met wie ongehuwd werd samen gewoond. De nabestaandenuitkering bedraagt 70 procent van het netto minimumloon. Wanneer de nabestaande één (of meerdere) kind(eren) onder de 18 jaar verzorgt, bedraagt de nabestaandenuitkering 90 procent van het netto minimumloon. De voormalige halfwezenuitkering van 20 procent is opgenomen in deze nabestaandenuitkering voor alleenstaande ouders. Wanneer er sprake is van een verzorgingsrelatie, waarbij de nabestaande samenwoont omdat er iemand intensieve zorg nodig heeft of omdat de nabestaande zelf intensieve zorg nodig heeft, bedraagt de nabestaandenuitkering (verzorgingsuitkering) 50 procent van het netto minimumloon. Daarnaast komen weeskinderen ook in aanmerking voor een uitkering.

De hoogte van de Anw-uitkering is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande. Andere uitkeringen worden er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid blijft een deel buiten beschouwing (50 procent van het bruto minimumloon plus een derde deel van het meerdere).

Nabestaanden die voor juli 1996 al een AWW-uitkering (de voorganger van de Anw) ontvingen, krijgen in ieder geval een bodemuitkering van 30 procent van het bruto minimumloon, ook als hun inkomen hoger uitvalt dan de bovengenoemde inkomensgrens.

In onderstaand overzicht zijn de bruto Anw-bedragen per 1 juli 2014 opgenomen. De bedragen zijn weergegeven exclusief de tegemoetkoming Anw. Deze bedraagt bruto € 16,50 per maand.

 

 
bedrag in euro’s

Alleenstaande ouders
 

per maand
1.410,39

vakantie-uitkering
108,98

totaal
1.519,37

Alleenstaanden
 

per maand
1.131,76

vakantie-uitkering
84,76

totaal
1.216,52

Verzorgingsuitkering
 

per maand
728,48

vakantie-uitkering
60,54

totaal
789,02

Wezenuitkering tot 10 jaar
 

per maand
362,16

vakantie-uitkering
27,12

totaal
389,28

Wezenuitkering van 10 tot 16 jaar
 

per maand
543,24

vakantie-uitkering
40,68

totaal
583,92

Wezenuitkering van 16 tot 21 jaar
 

per maand
724,33

vakantie-uitkering
54,25

totaal
778,58

Wajong

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) biedt jonggehandicapten een uitkering op minimumniveau. De grondslag (afgeleid van het bruto minimumloon) waarop de uitkering wordt berekend, gaat per 1 juli 2014 omhoog. Ook de grondslagen voor Wajonger beneden de 23 jaar, die worden afgeleid van de bruto minimumjeugdlonen, worden op die datum verhoogd.

Per 1 juli 2014 zijn dit de bruto grondslagen (exclusief vakantietoeslag) per dag:

 

 
bedrag in euro’s

Vanaf 23 jaar
68,74

22 jaar
58,43

21 jaar
49,84

20 jaar
42,28

19 jaar
36,09

18 jaar
31,28

Naast de Wajong-uitkering heeft elke Wajonger onder de 23 jaar recht op een tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming compenseert (deels) de inkomensachteruitgang die de invoering van de Zorgverzekeringswet heeft veroorzaakt. De bruto tegemoetkomingen per maand zijn als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

22 jaar
1,84

21 jaar
4,49

20 jaar
9,11

19 jaar
15,2

18 jaar
15,84

Maximumdagloon (WW, WIA en WAO)

Per 1 juli 2014 worden bestaande bruto uitkeringen verhoogd met 0,65%. De hoogte van de WW, WIA en WAO-uitkering hangt mede af van de hoogte van het laatstverdiende loon en het maximumdagloon. Per 1 juli 2014 wordt het maximumdagloon verhoogd van € 197,00 naar € 198,28 bruto.

Toeslagenwet

De Toeslagenwet zorgt voor een aanvulling op een aantal uitkeringen tot het sociaal minimum. Het gaat bijvoorbeeld om de WW, WIA, WAO, Wajong en ZW-uitkering. Er ontstaat recht op een toeslag als een uitkeringsgerechtigde een uitkering ontvangt, die lager is dan het normbedrag.

Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100 procent van het bruto minimumloon. Het normbedrag voor alleenstaanden vanaf 23 jaar is op netto basis gerelateerd aan 70 procent van het netto minimumloon. De normbedragen van 18- t/m 22-jarigen zijn gekoppeld aan 75 procent van de desbetreffende netto minimumjeugdlonen. Het normbedrag voor alleenstaande ouders is gekoppeld aan 90 procent van het netto minimumloon.

De toeslag vult de uitkering aan tot het normbedrag, maar het totaal van de uitkering en toeslag samen is niet meer dan het vroegere loon.

Een toeslag op de uitkering kan worden aangevraagd bij het UWV.

Per 1 juli 2014 zijn de bruto normbedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) als volgt:

 

 
bedrag in euro’s

Gehuwden/samenwonenden
68,74

Alleenstaande ouders
64,67

Alleenstaanden vanaf 23 jaar
51,81

Alleenstaanden van 22 jaar
40,86

Alleenstaanden van 21 jaar
34,43

Alleenstaanden van 20 jaar
28,81

Alleenstaanden van 19 jaar
24,12

Alleenstaanden van 18 jaar
20,57

Eerste Kamer stemt in met wet kindregelingen: werken vanuit bijstand lonend

Het woud aan regelingen voor ouders met kinderen wordt teruggebracht van tien nu, naar vier in 2015. Door deze... Lees meer >

Het woud aan regelingen voor ouders met kinderen wordt teruggebracht van tien nu, naar vier in 2015. Door deze vereenvoudiging worden de regelingen effectiever en werken vanuit de bijstand lonend. De kindregelingen worden ook versoberd.

In totaal kosten alle kindregelingen nu zo’n 10 miljard euro. Met het terugbrengen van het aantal regelingen, wordt een half miljard euro bespaard. De Eerste Kamer heeft vandaag ingestemd met deze wet kindregelingen.

Vanaf 1 januari 2015 ontvangen alle alleenstaande ouders met een minimuminkomen dezelfde financiële ondersteuning. Hierdoor gaan alleenstaande ouders met kinderen er financieel op vooruit als ze gaan werken voor het minimumloon. Nu leveren deze ouders juist in als ze gaan werken. Het wordt bovendien duidelijker voor ouders wat een wijziging in hun situatie betekent voor de overheidsbijdrage die ze ontvangen. Ouders die de financiële bijdrage het hardst nodig hebben, worden zoveel mogelijk ontzien.

Er blijven vier regelingen bestaan voor inkomensondersteuning van ouders: de kinderbijslag; het kindgebonden budget; de combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag. De andere zes regelingen verdwijnen.

Op verzoek van de Tweede en Eerste en Kamer krijgen alleenstaande ouders in de bijstand die volgens de Belastingdienst wel en volgens de gemeente geen partner hebben volgend jaar niet met de nieuwe regels te maken te maken. Het overgangsjaar wordt gebruikt om te onderzoeken of gemeenten voldoende geld hebben om deze groep waar nodig te ondersteunen.

Zie ook het nieuwsbericht: Kindregelingen: eenvoudiger en effectiever

Subsidieregeling van € 400 miljoen voor energiebesparing sociale huursector 1 juli open

Verhuurders van huurwoningen in de sociale huursector kunnen vanaf 1 juli 2014 subsidie aanvragen voor het nemen energiebesparende maatregelen.... Lees meer >

Verhuurders van huurwoningen in de sociale huursector kunnen vanaf 1 juli 2014 subsidie aanvragen voor het nemen energiebesparende maatregelen. Er is € 400 miljoen subsidie beschikbaar om huurwoningen energiezuiniger te maken. Het is een van de afspraken die werden gemaakt in het Energieakkoord. De regeling en voorwaarden zijn vandaag in de Staatscourant gepubliceerd.

De subsidie voor energiebesparende maatregelen is zowel beschikbaar voor woningcorporaties als overige verhuurders van woningen met een huurprijs tot € 700 per maand. De aanvragen kunnen worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die deze regeling namens minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst) zal uitvoeren.

Verbeteren energielabel huurwoningen

De huurwoningen moeten ten minste 3 energielabelstappen worden verbeterd en uitkomen op energielabel B voor woningcorporaties en label C voor overige verhuurders. Hoe meer labelstappen er worden gemaakt, hoe hoger het subsidiebedrag zal zijn tot een maximum van € 4.500 per woning en € 7,5 miljoen per verhuurder. Deze regeling is in nauw overleg met de huursector tot stand gekomen.

Goed voor huurders en bouwsector

De huurder heeft na de renovatie een energiezuinigere woning met een hoger wooncomfort. Door de energiebesparende maatregelen gaan de woonlasten omlaag en het woongenot van de huurder omhoog. De regeling geeft door de aanpassingen van de woningen ook een impuls aan de werkgelegenheid in de bouwsector.

Energiebespaarfonds later dit jaar

In het najaar van 2014 start ook een revolverend energiebespaarfonds beschikbaar voor de gehele huursector (zowel sociale als vrije sector huurwoningen). Dit fonds is een onderdeel uit het Woonakkoord dat in februari 2013 werd gesloten en later werd opgenomen in het Energieakkoord. Verhuurders van sociale huurwoningen mogen de subsidie en het energiebespaarfonds combineren indien voldaan wordt aan de voorwaarde van beide regelingen.

Lees de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector in de Staatscourant 

Export kinderbijslag en kindgebonden budget stopt

De Eerste Kamer is vandaag akkoord gegaan met het wetsvoorstel van Minister Asscher om de export van de kinderbijslag... Lees meer >

De Eerste Kamer is vandaag akkoord gegaan met het wetsvoorstel van Minister Asscher om de export van de kinderbijslag en het kindgebonden budget te stoppen.

Het kabinet vindt dat dit soort regelingen bedoeld zijn voor financiële ondersteuning van kinderen in Nederland. Vanaf 1 januari 2015 zal de kinderbijslag en het kindgebonden budget niet meer geëxporteerd worden naar landen buiten de Europese Unie. Hiermee wordt oplopend zes miljoen euro (vanaf 2017) per jaar bespaard. Voor de betreffende ouders geldt een overgangstermijn van zes maanden.

De Senaatsfracties van PVV, CDA, VVD, SGP en ChristenUnie hebben ingestemd.

Akkoord over hervorming studiefinanciering

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van... Lees meer >

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van de studiefinanciering. Met de introductie van het studievoorschot maken de partijen een bedrag oplopend tot maximaal €1 miljard vrij om te investeren in beter hoger onderwijs. Het totale budget dat jaarlijks beschikbaar komt voor de bekostiging van hoger onderwijs stijgt hiermee met een bedrag dat oploopt tot meer dan 20% ten opzichte van het budget in 2014.*

Studeren loont: iemand die aan een hogeschool of universiteit studeert verdient later gemiddeld anderhalf tot twee keer zoveel als een leeftijdsgenoot die geen hoger onderwijs heeft genoten. Ook de samenleving als geheel profiteert van een goed opgeleide bevolking. Het is dan ook redelijk om de lasten te verdelen: het grootste deel van de studie wordt betaald door de overheid (ca €6500 per student per jaar), voor een deel betaalt de student mee. Dat deel wordt met de introductie van het studievoorschot iets groter maar daar krijgt de student wel iets voor terug: beter hoger onderwijs. Hiermee krijgen we een eerlijk, rechtvaardig, doelmatig en toekomstbestendig studiefinancieringsstelsel.

Beter hoger onderwijs

In totaal komt er een bedrag oplopend tot maximaal €1 miljard vrij om te investeren in beter en uitdagender onderwijs. Daarbij valt te denken aan intensievere begeleiding, meer contacturen en beloning voor wetenschappers die goed lesgeven. Ook versterking van de opleidingscommissies, meer excellentietrajecten en betere internationale studiekansen behoren tot de mogelijkheden. De investeringen worden gekoppeld aan de strategische plannen en kwaliteitsafspraken met de hogescholen en universiteiten. Om snel te kunnen beginnen met investeren financieren de hogescholen en universiteiten de eerste drie jaar €200 miljoen voor. Studenten en docenten krijgen instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begrotingen van de instellingen, omdat verbetering van kwaliteit gezamenlijke verantwoordelijkheid is van studenten, medewerkers en besturen.

Het studievoorschot bestaat voortaan uit een beurs voor studenten van wie de ouders minder dan €46.000 verdienen, een lening en een collegegeldkrediet. De aanvullende beurs kan oplopen tot €365 per maand, voor studenten met ouders die minder dan €30.000 verdienen. Boven dat inkomen loopt het bedrag terug. De maximale lening is het bedrag dat studenten nu al kunnen lenen plus eventueel het bedrag van de huidige basisbeurs (voor uitwonenden). De basisbeurs voor alle studenten, ongeacht het inkomen van hun ouders, vervalt.

Lagere aflossing

De maximale afbetalingstermijn gaat van 15 naar 35 jaar. De maandlasten bij aflossing nemen hierdoor flink af, van maximaal 12% nu naar 4% van het verzamelinkomen bij het studievoorschot. Daarnaast begint het afbetalen straks vanaf het minimumloon. Nu is dat ongeveer bij bijstandsniveau. Eerder aflossen mag natuurlijk ook en de aflossingsvrije jokerjaren die de afgestudeerde kan inzetten als hij door een dure levensfase gaat waarin hij zijn geld nodig heeft voor andere zaken (zoals jonge kinderen of de aanschaf van een huis) blijft bestaan.

Studenten met een handicap of chronische ziekte, die nu nog een jaar extra basisbeurs krijgen, worden gecompenseerd met kwijtschelding van €1200 bij een afgeronde bachelor of master.

Leven Lang Leren krijgt een belangrijke impuls met het studievoorschot. Een afgestudeerde is niet uitgeleerd als hij of zij een bachelor- of masterdiploma op zak heeft. De samenleving verandert, en de eisen die aan werknemers worden gesteld veranderen mee. Vanuit die gedachte krijgen studenten die met hun bacheloropleiding beginnen in de jaren 2015/16 tot en met 2018/19, en nog niet volop profiteren van de investeringen van de opbrengst van het studievoorschot, een tegemoetkoming in de vorm van vouchers. Hiermee kunnen ze voor €2000 inzetten voor (geaccrediteerde) bijscholing 5 tot 10 jaar na hun afstuderen. Het collegegeldkrediet wordt uitgebreid tot groepen studenten boven de 30, in vol- én deeltijd en mbo-bol.

Ov-kaart voor mbo-studenten

Het reisrecht blijft behouden en wordt zelfs uitgebreid tot mbo-studenten beneden de 18. Instellingen zijn zich aan het profileren en studenten worden geacht een bewuste studiekeuze te maken. Dit vraagt van studenten dat ze mobiel zijn, omdat ze bijvoorbeeld ook colleges buiten hun eigen instellingen volgen. Een ov-kaart hoort daarbij, ook voor de 160.000 mbo-studenten beneden de 18. Zij krijgen uiterlijk per 1 januari 2017 studentenreisrecht.

Bovendien wordt met het behoud van het reisrecht tegemoet gekomen aan een belangrijke wens van de studenten. Wel gaan we er via een beter-benutten-strategie voor zorgen dat we het reisgedrag van de studenten beter kunnen spreiden, waarmee we een extra investering van 200 miljoen euro in het onderwijs realiseren.

Het studievoorschot voor de bachelor en masterfase gaat in op 1 september 2015 voor nieuwe groepen bachelor- en masterstudenten.

*1 t.o.v. begroting 2014: bekostiging hbo en wo (incl. ‘groen’ en prestatiebekostiging) = €4,35 miljard.

Feitelijk bestuurder bv terecht aansprakelijk gesteld voor niet betaalde btw-naheffingsaanslagen

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een feitelijk bestuurder van een bv terecht aansprakelijk heeft gesteld... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een feitelijk bestuurder van een bv terecht aansprakelijk heeft gesteld voor niet betaalde btw-naheffingsaanslagen. Het hof acht daarbij onder andere van belang dat de  bestuurder aanspreekpunt voor de accountant was.

Een bv maakt onderdeel uit van een groep van ondernemingen die onder meer actief is op het gebied van (internationaal) transport. De bv drijft een onderneming met als activiteiten het in- en verkopen, het huren en verhuren en leasen van transportmaterieel. In 2009 doet de accountant van de bv een melding betalingsonmacht ter zake van de btw over januari 2009. De bv wordt op 30 maart 2010 failliet verklaard.

De ontvanger stelt belanghebbende als feitelijk beleidsbepaler, aansprakelijk voor de niet betaalde btw-naheffingsaanslagen over de periode 1 januari 2008 – 31 januari 2009. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bestuurder kennelijk onbehoorlijk bestuur valt te verwijten. De betalingsonmacht is volgens de rechtbank weliswaar tijdig gedaan, maar uit het onderzoek van de FIOD blijkt dat er valse nota’s zijn opgesteld en transacties uitgevoerd waardoor de ontvanger geen verhaalsmogelijkheden meer had. Medio 2008 zijn namelijk financial leasecontracten van vrachtauto’s en opleggers omgezet in operational leasecontracten. Tevens werden daarbij de vrachtauto’s en opleggers verkocht aan de betreffende leasemaatschappijen. De facturen die hiervoor werden opgemaakt waren volgens de rechtbank niet juist. De op de facturen in de administratie van de bv vermelde bedragen zijn namelijk veelal lager dan de bedragen op de ter zake door de leasemaatschappijen opgemaakte facturen. De bestuurder is dan ook terecht aansprakelijk gesteld.

Hof Arnhem – Leeuwarden oordeelt dat de ontvanger belanghebbende terecht als feitelijk bestuurder heeft aangemerkt en aansprakelijk heeft gesteld. Het hof acht daarbij van belang dat de bestuurder aanspreekpunt voor de accountant was, door zakelijke relaties als leidinggevende werd beschouwd en dat de omzetting van financial lease in operational lease op initiatief van de bestuurder is geschied. Ten aanzien van de verkoopsommen die de bv heeft ontvangen voor de verkochte vrachtauto’s en opleggers stelt het hof vast dat deze deels zijn verrekend met achterstallige leasetermijnen en deels zijn overgeboekt naar gelieerde vennootschappen. Volgens het hof is er geen sprake van onbehoorlijk bestuur voor zover het ontvangen bedrag is verrekend met achterstallige leasetermijnen. Het hof vermindert de aansprakelijkstelling.

Eigen Huis: naheffing fiscus voor eigenaren van zonnepanelen onevenredig hoog

Meer dan 3.000 eigenaren van zonnepanelen hebben van de Belastingdienst een naheffing van € 5.000 gekregen, omdat ze niet... Lees meer >

Meer dan 3.000 eigenaren van zonnepanelen hebben van de Belastingdienst een naheffing van € 5.000 gekregen, omdat ze niet op tijd belastingaangifte hebben gedaan. Vereniging Eigen Huis (VEH) vindt deze boete onevenredig hoog.

Huiseigenaren die met zonnepanelen een deel van hun opgewekte stroom terugleveren aan het energienet en daarvoor een vergoeding van hun energieleverancier ontvangen, worden door de Belastingdienst als ondernemer aangemerkt. Dit is voor bijna alle woningbezitters met zonnepanelen het geval. Huishoudens die zich hebben gemeld bij de Belastingdienst en de btw over de zonnepanelen hebben teruggevraagd, zijn verplicht om daarna btw-aangifte te doen. Wie dat vergeet of wie dat niet op tijd doet, krijgt een aanslag van ruim € 5.000.

In een brief aan staatssecretaris Wiebes van Financiën verzoekt VEH de Belastingdienst coulant om te gaan met eigenaren van zonnepanelen die te laat btw-aangifte doen. ‘Het betreft mensen die over het algemeen volledig onbekend zijn met de eisen die aan het btw-ondernemerschap worden gesteld. Huiseigenaren met zonnepanelen zijn niet te vergelijken met een reguliere ondernemer. Een voorlichtende waarschuwing dat men alsnog aangifte moet doen of een ontheffingsverzoek moet indienen, is meer op zijn plaats dan een forse boete. Deze groep verdient een eerlijke kans om alsnog aan de vereisten van het ondernemerschap te voldoen,’ schrijft de vereniging.

Zwartspaarder biecht gemiddeld 500.000 euro op

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland biechten dat massaal op aan de Belastingdienst om zo mogelijke boetes te... Lees meer >

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland biechten dat massaal op aan de Belastingdienst om zo mogelijke boetes te voorkomen, aldus Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën bij RTL Z.

Volgens Wiebes hebben zich sinds september vorig jaar 7500 ‘spijtoptanten’ gemeld. Met de deadline van 1 juli in zicht kiezen steeds meer mensen eieren voor hun geld. “Het gaat steeds harder. Eerst waren het er tien per werkdag, nu zijn het er honderd. En terecht: wie zich nu niet meldt en straks gepakt wordt, loopt de kans het driedubbele te betalen.”

Opbrengst van 500.000 per spijtoptant

Zwartspaarders biechten gemiddeld 500.000 euro op, wat de fiscus gemiddeld 75.000 euro per persoon oplevert. De fiscus schat dat de 7500 spijtoptanten goed zijn voor een opgebiecht vermogen van 3,7 miljard euro. Als daar belasting over is geheven, levert dat de schatkist ongeveer 560 miljoen euro op. Precieze cijfers zijn er pas als alle verzoeken zijn behandeld en afgerond, in 2015. De opbrengst voor de schatkist zal voor een belangrijk deel in 2015 vallen.

Deadline bankgeheim

De inkeerregeling geldt nog tot 1 juli dit jaar. Wie daarna vermogen opbiecht krijgt een boete van 30 procent, vanaf 1 juli volgend jaar is de boete 60 procent. Dat is ook de datum waarop er een einde komt aan het bankgeheim binnen de Europese Unie.

Nederlandse zwartspaarders biechten spaargeld massaal op

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland biechten dat massaal op aan de Belastingdienst om zo mogelijke boetes te... Lees meer >

Nederlanders met zwart spaargeld in het buitenland biechten dat massaal op aan de Belastingdienst om zo mogelijke boetes te voorkomen. Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën meldde dat dinsdag bij RTL Z. Zwartspaarders kunnen hun geld nog tot 1 juli opbiechten, daarna volgen forse boetes als de Belastingdienst er achter komt.

Volgens Wiebes zijn er nu 7500 ‘spijtoptanten’. Met de deadline in zicht kiezen steeds meer mensen eieren voor hun geld. ‘Het gaat steeds harder. Eerst waren het er tien per werkdag, nu zijn het er honderd. En terecht: wie zich nu niet meldt en straks gepakt wordt, loopt de kans het driedubbele te betalen.’

Zwartspaarders biechten gemiddeld 500.000 euro op, wat de fiscus gemiddeld 75.000 euro per persoon oplevert. De fiscus schat dat de 7500 spijtoptanten goed zijn voor een opgebiecht vermogen van 3,7 miljard euro. Als daar belasting over is geheven, levert dat de schatkist ongeveer 560 miljoen euro op. Precieze cijfers zijn er pas als alle verzoeken zijn behandeld en afgerond, in 2015. De opbrengst voor de schatkist zal voor een belangrijk deel in 2015 vallen.

De inkeerregeling geldt nog tot 1 juli dit jaar. Wie daarna vermogen opbiecht krijgt een boete van 30 procent, vanaf 1 juli volgend jaar is de boete 60 procent. Dat is ook de datum waarop er een einde komt aan het bankgeheim binnen de Europese Unie.

 

Oldtimers massaal ontdaan van lpg-installatie om fiscale redenen

Steeds meer eigenaren van oldtimers laten de lpg-installatie uit hun auto halen zodat ze minder belasting hoeven te betalen.... Lees meer >

Steeds meer eigenaren van oldtimers laten de lpg-installatie uit hun auto halen zodat ze minder belasting hoeven te betalen. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst Wegverkeer (RDW). In enkele jaren tijd is het aantal voertuigen dat van de installatie werd ontdaan ruimschoots verviervoudigd.

Sinds begin dit jaar betalen bezitters van 25- tot en met 40-jarige oldtimers die op gas rijden het volle tarief motorrijtuigenbelasting, terwijl benzineauto’s daar slechts een kwart van hoeven te betalen. Voor voertuigen ouder dan 40 jaar verandert niets: die worden ontzien.

‘In 2012 werden iets meer dan 700 voertuigen van de installatie ontdaan, een jaar later is dat meer dan 1700 keer het geval en in het eerste kwartaal van 2014 gebeurde dat al ruim 2900 keer,’ stelt een RDW-woordvoerder.

Hoge Raad: Verhuur werkkamer in woonhuis dga is economische activiteit

De Hoge Raad heeft op 6 mei beslist dat het duurzaam tegen vergoeding aan een vennootschap ter beschikking stellen... Lees meer >

De Hoge Raad heeft op 6 mei beslist dat het duurzaam tegen vergoeding aan een vennootschap ter beschikking stellen van een werkkamer, in een aan de dga van die vennootschap toebehorend woonhuis, een economische activiteit in de zin van de btw-richtlijn is.

Een maatschap is een samenwerkingsverband tussen twee echtelieden. De maatschap bouwt een woning en verhuurt daarin een werkkamer belast met btw aan een bv waarvan één van de echtelieden de dga is. De werkkamer bevindt zich in de kelder,  beschikt niet over eigen sanitaire voorzieningen of een keuken en is uitsluitend bereikbaar via de voordeur en de hal van de woning. De maatschap stelt dat sprake is van verhuur van de werkkamer aan de bv en zij kiest voor belaste verhuur. Bij haar aangiften omzetbelasting verzoekt de maatschap om teruggaaf van de omzetbelasting die haar vanwege de bouw van de woning in rekening is gebracht. In geschil is de naheffingsaanslag omzetbelasting voor het tweede kwartaal 2010 waarbij de inspecteur de eerder verleende teruggaaf terugvordert. 

Hof Arnhem-Leeuwarden is van mening dat de verhuuractiviteit geen economisch karakter heeft waardoor geen recht op aftrek bestaat. Het hoger beroep is ongegrond. De maatschap komt in cassatie. Volgens de Hoge Raad staat vast dat de maatschap een ruimte voor ten minste vijf jaar aan de bv ter beschikking stelt als werkkamer voor haar dga en dat de maatschap daarvoor een vergoeding ontvangt. De maatschap verricht deze activiteit zelfstandig.

De Hoge Raad is van mening dat een en ander geen andere conclusie toelaat dan dat deze door de maatschap jegens een derde verleende dienst moet worden aangemerkt als een economische activiteit in de zin van artikel 9, lid 1, tweede alinea, van btw-richtlijn 2006. Niet van belang is of de voorwaarden en omstandigheden waaronder de maatschap de werkkamer ter beschikking stelt, kunnen worden aangemerkt als verhuur in de zin van de Wet of btw-richtlijn 2006, of vergelijkbaar zijn met verhuur van ruimten aan studenten of toeristen.  De omstandigheid dat de maatschap enkel bereid is de woning (gedeeltelijk) duurzaam tegen vergoeding ter beschikking te stellen aan één bepaalde (rechts)persoon doet ook niet aan deze conclusie af. Het beroep in cassatie is gegrond. De Hoge Raad doet de zaak zelf af.

Zonder privégebruik geen aftrek eigen bijdrage voor auto van de zaak

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft geoordeeld dat een werkneemster de door haar betaalde eigen bijdrage voor de auto van... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden heeft geoordeeld dat een werkneemster de door haar betaalde eigen bijdrage voor de auto van de zaak niet in aftrek kan brengen. Zij heeft namelijk geen voordeel in verband met het gebruik van de auto in aanmerking genomen.

De vrouw gebruikt de aan haar door haar werkgeefster ter beschikking gestelde auto niet voor privéritten. Omdat de leaseprijs van de auto hoger is dan de normleaseprijs, is de vrouw een eigen bijdrage van € 5724 verschuldigd. Zij brengt dit bedrag in aftrek in haar IB-aangifte. De inspecteur is echter van mening dat aftrek van de eigen bijdrage niet mogelijk is.

Hof Arnhem – Leeuwarden oordeelt dat de werkneemster de eigen bijdrage voor de auto van de zaak alleen in aftrek kan brengen als zij een voordeel in verband met het gebruik van de auto in aanmerking neemt. Het hof verwijst hierbij naar art. 13bis lid 9 Wet LB. De inspecteur heeft dan ook terecht de vergoeding niet in aftrek toegelaten. Ook verwerpt het hof nog het beroep van de vrouw op het gelijkheidsbeginsel. Zij stelt namelijk dat zij wordt gediscrimineerd ten opzichte van haar collega’s die de eigen bijdrage wel in aftrek mogen brengen. Volgens het hof is er namelijk geen sprake van gelijke gevallen, omdat bij de collega’s wel een bijtelling voor het privégebruik in aanmerking is genomen. Het gelijk is aan de inspecteur.

Heeft u een naheffingsaanslag btw gekregen?

Als ondernemer moet u btw-aangifte doen. Dat geldt ook als u zich bij de Belastingdienst heeft aangemeld als ondernemer... Lees meer >

Als ondernemer moet u btw-aangifte doen. Dat geldt ook als u zich bij de Belastingdienst heeft aangemeld als ondernemer omdat u energie levert aan een energieleverancier (bijvoorbeeld bij zonnepanelen). Heeft u nu een naheffingsaanslag btw ontvangen, dan bent u misschien vergeten uw btw-aangifte op tijd te doen. Heeft u uw btw-aangifte nog niet gedaan, doe dit dan alsnog. Het is ook mogelijk dat u een papieren aangifte heeft ontvangen. Als u geen aangifte Heeft ingediend, doet de Belastingdienst namelijk een schatting van wat u moet betalen. U ontvangt dan een naheffingsaanslag.

Er zijn verschillende redenen waarom er een naheffingsaanslag wordt opgelegd. Is de schatting van de Belastingdienst te hoog omdat u minder of geen omzet had? Het bedrag dat u moet betalen wordt dan naar beneden aangepast als u uw btw-aangifte alsnog indient.

Wat u moet doen:

  • U dient de btw-aangifte over het 1e kwartaal 2014 alsnog in. Bij berekening van de betalen btw op aangifte kunt u wellicht gebruikmaken van de vermindering volgens de kleineondernemersregeling.
  • U dient een bezwaar in tegen de naheffingsaanslag en u verzoekt om uitstel van betaling.
  • Het bezwaarschrift kunt u digitaal aanleveren of door een brief aan uw belastingkantoor.
  • Voor uitstel van betaling stuurt u een brief aan uw belastingkantoor.
  • De kleineondernemersregeling kent een ontheffing van administratieve verplichtingen. Misschien komt u daarvoor in aanmerking. Als dat zo is, dien dan uw verzoek zo spoedig mogelijk in om dit in te laten gaan.
  • De boete wegens het niet of te laat indienen van de aangifte moet u betalen vóór de datum die op de naheffingsaanslag staat.
  • Veelgestelde vragen en antwoorden over btw-heffing bij particulieren met zonnepanelen

Geen kostenaftrek ex-ondernemer voor schade veroorzaakt door zoon die misbruik maakte van ontbonden maatschap

Rechtbank Den Haag heeft onlangs geoordeeld dat een onderneemster ten onrechte aftrek claimt van de kosten die zijn veroorzaakt... Lees meer >

Rechtbank Den Haag heeft onlangs geoordeeld dat een onderneemster ten onrechte aftrek claimt van de kosten die zijn veroorzaakt doordat haar zoon van op naam van de ontbonden maatschap bloembollen heeft besteld zonder deze te betalen.

De vrouw dreef tot 1 januari 2005 samen met haar echtgenoot en zoon een onderneming in de vorm van een maatschap. De zoon koopt in juli 2009 zonder toestemming van zijn ouders bloembollen op naam van de ontbonden maatschap. Nadat de zoon de rekening niet heeft betaald, stelt de leverancier van de bollen de vrouw, haar echtgenoot en de zoon hoofdelijk aansprakelijk. De vordering wordt toegewezen. In geschil is of de onderneemster in haar aangifte IB/PVV 2010 terecht een bedrag als nagekomen bedrijfslasten in aftrek heeft gebracht bestaande uit advocaatkosten en de kosten van de bloembollen in verband met het wangedrag van de zoon.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de vrouw ten onrechte aftrek claimt van de kosten die zijn veroorzaakt doordat de zoon op naam van de ontbonden maatschap bloembollen heeft besteld zonder deze te betalen. De rechtbank overweegt dat de vrouw na de ontbinding van de maatschap op 1 januari 2005 geen onderneming meer drijft. Omdat de kosten geen verband houden met ondernemershandelingen van vóór het jaar 2005, kwalificeren de kosten niet als (nagekomen) bedrijfslasten. Nu de kosten ook niet aan een andere bron van inkomen zijn toe te rekenen, zijn zij niet aftrekbaar. Het beroep van de onderneemster is ongegrond.

Vier jaar oude auto is voor BPM toch nieuw

Onlangs oordeelde rechtbank Den Haag dat een vier jaar oude personenauto nieuw is voor de BPM, aangezien er slechts... Lees meer >

Onlangs oordeelde rechtbank Den Haag dat een vier jaar oude personenauto nieuw is voor de BPM, aangezien er slechts 134 km mee is gereden en gesteld noch gebleken is dat de auto sporen van gebruik heeft.

Een bv doet in maart 2012 BPM-aangifte inzake de registratie van een personenauto Chrysler Sebring met een verschuldigd bedrag van € 2.668. Volgens de gegevens van de RDW heeft de auto op dat moment slechts 134 km gereden. De auto heeft als datum van eerste toelating 18 december 2007 en is op 9 mei 2012 op naam van de bv gesteld. In geschil is de naheffingsaanslag ad € 5.297 waarbij er vanuit is gegaan dat sprake is van een nieuwe auto.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het een nieuwe auto is, aangezien er slechts 134 km mee is gereden en dat de auto geen sporen van gebruik heeft. Het maakt dus niet uit dat sinds de datum van eerste toelating al meer dan vier jaar is verstreken.

Fiscus stopt met afromen vakantiegeld

De belastingdienst loert niet langer op het vakantiegeld dat dezer dagen op de rekening van veel mensen met schulden... Lees meer >

De belastingdienst loert niet langer op het vakantiegeld dat dezer dagen op de rekening van veel mensen met schulden wordt gestort.

Door openstaande bedragen op basis van de nieuwe ‘overheidsvordering’ in de maand mei rechtstreeks van rekeningen af te schrijven, werd in het verleden de betaling van de vaste lasten als huur, hypotheek en energie gefrustreerd. Daardoor kwamen veel mensen onnodig in financiële problemen.

Rapport

De belastingdienst zegt naar aanleiding van kritische geluiden van de Nationale Ombudsman en schuldhulpverleners in het rapport Paritas Passé te zijn gestopt met de jacht op het vakantiegeld.

In dat rapport werd geconstateerd dat een veelheid aan schuldeisers (overheid, zorgverzekeraars, woningcorporaties) allemaal proberen om hun vorderingen te innen. Vooral de meimaand met uitkeringen voor vakantiegeld is populair. Tenminste een op de tien huishoudens verkeert in problematische schulden en dat aantal blijft groeien.

Kleinere bedragen

De fiscus zal voortaan terughoudend en alleen bij kleinere bedragen nog gebruik maken van de overheidsvordering. Daarbij gaat het om maximaal 500 euro bij openstaande vorderingen en 1000 euro bij opgelegde aanslagen.

Tevens wordt rekening gehouden met de zogenoemde beslagvrije voet. Dat is het minimum maandbedrag (90 procent van de bijstandsnorm) dat mensen nodig hebben om van te kunnen leven. Bedragen die ondanks de beslagvrije voet zijn geïncasseerd, worden teruggestort, belooft de fiscus.

Andere middelen

Een woordvoerder van de belastingdienst stelt dat voor grotere schulden andere middelen worden gebruikt, zoals loonbeslag en bankbeslag. Bij grote schulden kan door middel van bankbeslag wel in één keer het vakantiegeld worden afgeroomd. Dat kan de komende dagen dus gewoon gebeuren.

Studievoorschot maakt investering tot €1 miljard mogelijk

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van... Lees meer >

Het kabinet heeft met de fracties van D66, GroenLinks, VVD en PvdA een akkoord bereikt over de hervorming van de studiefinanciering. Met de introductie van het studievoorschot maken de partijen een bedrag oplopend tot maximaal €1 miljard vrij om te investeren in beter hoger onderwijs. Het totale budget dat jaarlijks beschikbaar komt voor de bekostiging van hoger onderwijs stijgt hiermee met een bedrag dat oploopt tot meer dan 20% ten opzichte van het budget in 2014.*

Studeren loont: iemand die aan een hogeschool of universiteit studeert verdient later gemiddeld anderhalf tot twee keer zoveel als een leeftijdsgenoot die geen hoger onderwijs heeft genoten. Ook de samenleving als geheel profiteert van een goed opgeleide bevolking. Het is dan ook redelijk om de lasten te verdelen: het grootste deel van de studie wordt betaald door de overheid (ca €6500 per student per jaar), voor een deel betaalt de student mee. Dat deel wordt met de introductie van het studievoorschot iets groter maar daar krijgt de student wel iets voor terug: beter hoger onderwijs. Hiermee krijgen we een eerlijk, rechtvaardig, doelmatig en toekomstbestendig studiefinancieringsstelsel.

Beter hoger onderwijs

In totaal komt er een bedrag oplopend tot maximaal €1 miljard vrij om te investeren in beter en uitdagender onderwijs. Daarbij valt te denken aan intensievere begeleiding, meer contacturen en beloning voor wetenschappers die goed lesgeven. Ook versterking van de opleidingscommissies, meer excellentietrajecten en betere internationale studiekansen behoren tot de mogelijkheden. De investeringen worden gekoppeld aan de strategische plannen en kwaliteitsafspraken met de hogescholen en universiteiten. Om snel te kunnen beginnen met investeren financieren de hogescholen en universiteiten de eerste drie jaar €200 miljoen voor. Studenten en docenten krijgen instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begrotingen van de instellingen, omdat verbetering van kwaliteit gezamenlijke verantwoordelijkheid is van studenten, medewerkers en besturen.

Het studievoorschot bestaat voortaan uit een beurs voor studenten van wie de ouders minder dan €46.000 verdienen, een lening en een collegegeldkrediet. De aanvullende beurs kan oplopen tot €365 per maand, voor studenten met ouders die minder dan €30.000 verdienen. Boven dat inkomen loopt het bedrag terug. De maximale lening is het bedrag dat studenten nu al kunnen lenen plus eventueel het bedrag van de huidige basisbeurs (voor uitwonenden). De basisbeurs voor alle studenten, ongeacht het inkomen van hun ouders, vervalt.

Lagere aflossing

De maximale afbetalingstermijn gaat van 15 naar 35 jaar. De maandlasten bij aflossing nemen hierdoor flink af, van maximaal 12% nu naar 4% van het verzamelinkomen bij het studievoorschot. Daarnaast begint het afbetalen straks vanaf het minimumloon. Nu is dat ongeveer bij bijstandsniveau. Eerder aflossen mag natuurlijk ook en de aflossingsvrije jokerjaren die de afgestudeerde kan inzetten als hij door een dure levensfase gaat waarin hij zijn geld nodig heeft voor andere zaken (zoals jonge kinderen of de aanschaf van een huis) blijft bestaan.

Studenten met een handicap of chronische ziekte, die nu nog een jaar extra basisbeurs krijgen, worden gecompenseerd met kwijtschelding van €1200 bij een afgeronde bachelor of master.

Leven Lang Leren krijgt een belangrijke impuls met het studievoorschot. Een afgestudeerde is niet uitgeleerd als hij of zij een bachelor- of masterdiploma op zak heeft. De samenleving verandert, en de eisen die aan werknemers worden gesteld veranderen mee. Vanuit die gedachte krijgen studenten die met hun bacheloropleiding beginnen in de jaren 2015/16 tot en met 2018/19, en nog niet volop profiteren van de investeringen van de opbrengst van het studievoorschot, een tegemoetkoming in de vorm van vouchers. Hiermee kunnen ze voor €2000 inzetten voor (geaccrediteerde) bijscholing 5 tot 10 jaar na hun afstuderen. Het collegegeldkrediet wordt uitgebreid tot groepen studenten boven de 30, in vol- én deeltijd en mbo-bol.

Ov-kaart voor mbo-studenten

Het reisrecht blijft behouden en wordt zelfs uitgebreid tot mbo-studenten beneden de 18. Instellingen zijn zich aan het profileren en studenten worden geacht een bewuste studiekeuze te maken. Dit vraagt van studenten dat ze mobiel zijn, omdat ze bijvoorbeeld ook colleges buiten hun eigen instellingen volgen. Een ov-kaart hoort daarbij, ook voor de 160.000 mbo-studenten beneden de 18. Zij krijgen uiterlijk per 1 januari 2017 studentenreisrecht.

Bovendien wordt met het behoud van het reisrecht tegemoet gekomen aan een belangrijke wens van de studenten. Wel gaan we er via een beter-benutten-strategie voor zorgen dat we het reisgedrag van de studenten beter kunnen spreiden, waarmee we een extra investering van 200 miljoen euro in het onderwijs realiseren.

Het studievoorschot voor de bachelor en masterfase gaat in op 1 september 2015 voor nieuwe groepen bachelor- en masterstudenten.

*1 t.o.v. begroting 2014: bekostiging hbo en wo (incl. ‘groen’ en prestatiebekostiging) = €4,35 miljard.

Eerste Kamer stemt in met fiscale hervorming pensioenopbouw

De parlementaire behandeling van de fiscale hervorming van de pensioenen is afgerond. Dinsdag 27 mei ging de Eerste Kamer... Lees meer >

De parlementaire behandeling van de fiscale hervorming van de pensioenen is afgerond. Dinsdag 27 mei ging de Eerste Kamer in meerderheid akkoord met de plannen van de staatssecretarissen Eric Wiebes (Financiën) en Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Eerder stemde ook de Tweede Kamer al in met de afspraken over de fiscale behandeling van pensioenen, waarover het kabinet eind 2013 een akkoord bereikte met de Tweede Kamerfracties van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP.

De veranderingen bij de pensioenopbouw, waaronder verlaging van het opbouwpercentage, treden op 1 januari 2015 in werking. De wetswijziging hangt samen met de gestegen levensverwachting en de stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Als gevolg van de aanpassingen zullen pensioenpremies dalen, wat voor werknemers resulteert in een hoger netto loon. Dit geeft een bestedingsimpuls aan de economie. Bovendien leiden de aanpassingen tot een besparing op de Rijksbegroting die oploopt tot circa € 2,8 miljard in 2017 (structureel circa € 1,2 miljard). Daarmee is het één van de grote hervormingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher.

Gunstig voor economie en schatkist

Staatssecretaris Wiebes typeert de fiscale hervorming van de pensioenen als een ‘besparing met een positieve bestedingsimpuls’. “Mensen leven langer, hebben dus meer jaren om pensioen op te bouwen, en dan is het logisch om de pensioenopbouw over een langere periode tegen een lager percentage te organiseren. Zeker als een dergelijke wijziging niet alleen gunstig is voor de schatkist, maar ook bijdraagt aan het herstel van de economie. Een lagere pensioenpremie betekent namelijk dat mensen meer overhouden en dat leidt tot meer consumptie, een hoger bruto binnenlands product en uiteindelijk ook lagere werkloosheid”, aldus Wiebes.

Waarborgen

Ook staatssecretaris Klijnsma is verheugd dat de Eerste Kamer nu akkoord is met de fiscale hervorming van de pensioenen: “Er ligt nu een mooi en evenwichtig pakket, voor alle generaties, waarmee we zekerstellen dat mensen een goed pensioen kunnen opbouwen. En dankzij de extra waarborgen die in dit wetsvoorstel verankerd zijn regelen we niet alleen dat de pensioenpremies die mensen moeten betalen omlaag kunnen, wat weer gunstig is voor hun koopkracht, maar zorgen we er ook voor dat deelnemers en gepensioneerden meer inzicht krijgen in de kosten die de fondsen maken.”

Opbouwpercentage naar 1,875%

Met ingang van 2015 geldt een opbouwpercentage van 1,875% (voor pensioen op basis van middelloon). Hiermee kan in 40 jaar werken een pensioen worden opgebouwd van 75% van het gemiddelde inkomen. Diverse ingebouwde waarborgen zorgen ervoor dat de lagere pensioenopbouw doorwerkt in een daling van de pensioenpremie. Daarnaast blijft de aftopping van het pensioengevend inkomen ongewijzigd; op € 100.000 (in 2015). Voor mensen met inkomens die daarboven liggen, wordt het mogelijk om op vrijwillige basis fiscaal vriendelijk bij te sparen uit het nettoloon.

Nieuw besluit over reiskostenvergoedingen gepubliceerd

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft een nieuw besluit gepubliceerd over reiskostenvergoedingen en privégebruik auto. Hierin wordt goedgekeurd dat belastingplichtigen... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft een nieuw besluit gepubliceerd over reiskostenvergoedingen en privégebruik auto. Hierin wordt goedgekeurd dat belastingplichtigen met de ‘vrije bewijsleer’ kunnen voldoen aan hun bewijslast bij het reizen met openbaar vervoer.

Het besluit is een actualisering van het besluit van 19 december 2010, nr. DGB2010/6957M, V-N 2011/2.7. De wijzigingen zijn voor het merendeel redactioneel van aard.

Wel nieuw is dus de goedkeuring over de bewijslast bij reizen met openbaar vervoer. Wiebes keurt nu goed dat belastingplichtigen die gevraagd worden om het bewijs voor reisaftrek te leveren, ook op een andere wijze dan met plaatsbewijzen of overzichten van transacties, nl. met de ‘vrije bewijsleer’, aan het verzoek van de inspecteur kunnen voldoen. Hij stelt daaraan de volgende voorwaarden:

1. De reiziger overlegt een reisverklaring van de werkgever waaruit blijkt welk reispatroon hij heeft gehad in het desbetreffende jaar.

2. De reiziger maakt aannemelijk dat de reizen zijn gemaakt. Dat is bijvoorbeeld mogelijk met betalingsbewijzen voor de OV-chipkaart of de reisgegevens van TLS.

Deze goedkeuring is van overeenkomstige toepassing voor het onder de overgangsregeling in de loonheffingen te leveren bewijs van het reizen per openbaar vervoer. De goedkeuring geldt voor de aanslagen die betrekking hebben op de jaren 2011 en later omdat de OV-bedrijven met toestemming van de staatssecretaris de reisgegevens die betrekking hebben op 2011 en later korter zijn gaan bewaren. Belastingplichtigen bij wie de reisaftrek over de jaren 2011 en 2012 is gecorrigeerd vanwege het niet meer kunnen downloaden van reisgegevens kunnen de inspecteur om een herbeoordeling van hun aangifte vragen, uitsluitend voorzover het de reisaftrek betreft.  

Bedragen wettelijk minimumloon per 1 juli 2014 gepubliceerd

Per 1 juli 2014 stijgen de brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon. Het wettelijk bruto minimumloon per... Lees meer >

Per 1 juli 2014 stijgen de brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon. Het wettelijk bruto minimumloon per maand gaat dan omhoog van € 1.485,60 naar € 1.495,20. Dat heeft minister Asscher van SZW bekendgemaakt in de Regeling tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2014.

De Regeling is op dinsdag 20 mei gepubliceerd in de Staatscourant.

Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2014:

  • € 1.495,20 per maand;
  • € 345,05 per week;
  • € 69,01 per dag.

 

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 mei 2014, 2014-0000059768, tot aanpassing van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2014

Belastingdienst overweegt aangifte over het jaar te spreiden

De fiscus overweegt de belastingaangifte volgend jaar of in 2016 te spreiden. De deadline van 1 april, zoals die... Lees meer >

De fiscus overweegt de belastingaangifte volgend jaar of in 2016 te spreiden. De deadline van 1 april, zoals die al sinds jaar en dag geldt, zou dan kunnen verdwijnen. Een dergelijke spreiding vermindert de enorme piek elk jaar in maart in het aantal telefoontjes naar de Belastingtelefoon. Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris Wiebes van Financiën aan de Tweede Kamer.

De Belastingdienst gaat de komende maanden een proef doen met een online-aangifte, die hogere eisen stelt aan de digitale infrastructuur. Daarom wordt overwogen de aangifte vanaf volgend jaar te spreiden. Op dit moment is digitaal aangifte doen alleen mogelijk door eerst het aangifteprogramma te downloaden op de eigen computer.

De deadline van 1 april levert elk jaar weer veel stress op bij mensen die hun aangifte op het laatst moeten invullen, en bij het personeel van de Belastingtelefoon. Afgelopen maart moesten er op het laatst nog extra mensen worden ingezet.

Wiebes wil geen verplicht kasstelsel voor het hele bedrijfsleven

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) voelt niets voor de invoering van een verplicht kasstelsel voor alle bedrijven. Bovendien is het onduidelijk... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) voelt niets voor de invoering van een verplicht kasstelsel voor alle bedrijven. Bovendien is het onduidelijk of hierdoor een ‘btw-lek’ kan worden weggenomen. Dit heeft hij geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Groot (PvdA).

Financiële positie

Wiebes: ‘De invoering van een dergelijk stelsel raakt de financiële positie van iedere ondernemer en de kasstroom tussen ondernemer en Belastingdienst. Niet alleen zal de btw over de omzet pas verschuldigd worden op het moment waarop de betaling wordt ontvangen, ook het recht op aftrek van betaalde btw zal pas ontstaan op het moment waarop daadwerkelijk is betaald.Dat heeft voor alle kosten tot gevolg dat de daarop drukkende btw later dan nu verrekend kan worden.

Bovendien ondervinden de vele ondernemingen die zich in een btw-teruggaafpositie bevinden omdat zij grensoverschrijdend actief zijn (binnen en buiten Europa) en hun goederen met 0% btw de grens overgaan uitsluitend nadeel door invoering van het kasstelsel.’

Geen kasstelsel

Wiebes somt nog een aantal redenen op die tegen de invoering van een verplicht kasstelsel pleiten. Zo’n stelsel komt er dus ook niet, als het aan Wiebes ligt.

Hoger premiedeel ZW-flex bij einde eigenrisicodragerschap middel-grote werkgevers

Bent u een middelgrote of grote werkgever en wilt u uw eigenrisicodragerschap voor de ZW beëindigen? Dan moet u... Lees meer >

Bent u een middelgrote of grote werkgever en wilt u uw eigenrisicodragerschap voor de ZW beëindigen? Dan moet u per 1 januari 2015 rekening houden met een hoger premiedeel ZW-flex.

ZW-flex

Het premiedeel ZW-flex zal in de 2 kalenderjaren na het einde van uw eigenrisicodragerschap de helft zijn van de sectorale premie ZW-flex die geldt voor uw sector. Als UWV een hogere individuele premie kan vaststellen op basis van een eerdere periode waarin u geen eigenrisicodrager bent geweest, dan geldt deze hogere individuele premie.

De hogere premie geldt voor alle (middel)grote werkgevers die na 20 maart 2014 een verzoek indienen om het eigenrisicodragerschap te beëindigen. Op deze datum is de Tweede Kamer namelijk geïnformeerd over de voorbereiding van dit besluit.

De Belastingdienst zal hieromtrent nadere informatie geven wanneer het besluit definitief is.

Belastingvrije schenkingen stijgen naar vijf miljard

Dit jaar zal naar verwachting ongeveer 5 miljard euro belastingvrij geschonken worden. De schenkingen zijn bedoeld voor de aflossing... Lees meer >

Dit jaar zal naar verwachting ongeveer 5 miljard euro belastingvrij geschonken worden. De schenkingen zijn bedoeld voor de aflossing van hypotheken of de aankoop van huizen. Dit meldt de Volkskrant.

Aantal schenkingen

Het aantal schenkingen was in april ongeveer 34.000. Met de huidige tempo wordt verwacht dat dit aantal eind 2014 ongeveer 90.000 zal zijn. De reden voor de stijging van het aantal schenkingen zijn de regelingen die het kabinet vorig jaar invoerde, namelijk de verhoging van de belastingvrijstelling op schenkingen.

Tot 31 december 2014 is het mogelijk om tot maximaal 100.000 euro belastingvrij te schenken. Dit bedrag moet wel gebruikt worden voor het aflossen van de hypotheek of de aankoop van een huis.

Praktijk

In de praktijk maken ouders veelvoudig gebruik van de regeling. De geschonken bedragen worden voornamelijk gebruikt voor de aflossing van hypotheken.

Geen laag btw-tarief voor producten die alleen lichaam verzorgen

Op zonnebrandmiddelen, fluoridehoudende tandpasta’s en jeukstillende middelen bij insectenbeten/antimuggenmiddelen is niet het verlaagde tarief van toepassing, zo oordeelde rechtbank... Lees meer >

Op zonnebrandmiddelen, fluoridehoudende tandpasta’s en jeukstillende middelen bij insectenbeten/antimuggenmiddelen is niet het verlaagde tarief van toepassing, zo oordeelde rechtbank Noord-Holland onlangs. Volgens de rechtbank moet van een geneesmiddel wetenschappelijk zijn vastgesteld dat het fysiologische functies kan herstellen, verbeteren of wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect, of een medische diagnose kan stellen.

Een ondernemer levert zonnebrandmiddelen, fluoridehoudende tandpasta’s, alsmede jeukstillende middelen bij insectenbeten en antimuggenmiddelen. Volgens de ondernemer vallen deze producten onder het lage btw-tarief van 6%. Het zouden namelijk geneesmiddelen zijn als bedoeld in art. 1-1-b Geneesmiddelenwet en dus onder Tabel I post a6 Wet OB 1968 vallen.

Rechtbank Noord-Holland overweegt dat van een geneesmiddel wetenschappelijk moet zijn vastgesteld dat het fysiologische functies kan herstellen, verbeteren of wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect, of een medische diagnose kan stellen. Een product is een geneesmiddel op grond van zijn aandiening (aandienings- of presentatiecriterium) of op grond van zijn werking (toedieningscriterium). De ondernemer beroept zich met betrekking tot de zonnebrandmiddelen en de fluoridehoudende tandpasta’s ten onrechte op het aandieningscriterium. De aanprijzingen die de ondernemer namelijk gebruikt, hebben veeleer de vorm van het benadrukken van het in stand houden van een goede gezondheid. Van medische claims, zoals het voorkomen van brandwonden, kanker of cariës, is geen sprake. Ook wordt niet aannemelijk gemaakt dat de in geschil zijnde producten voldoen aan het toedieningscriterium. De producten vormen slechts een beschermend laagje op de huid of op de tanden. De ondernemer beroept zich ook vergeefs op het mentholpoeder arrest (zie HR 18 april 2001, nr. 36.444, V-N 2001/24.26). Mentholpoeder is namelijk niet vergelijkbaar met de onderhavige producten.

Schenken populair door de fiscaal gunstige regeling eigenwoningschenking

Tot en met 31 december 2014 kan de eigenwoningschenking van maximaal 100.000 euro nog belastingvrij nog worden gedaan. Maar... Lees meer >

Tot en met 31 december 2014 kan de eigenwoningschenking van maximaal 100.000 euro nog belastingvrij nog worden gedaan. Maar nu al is de eigenwoningschenking een doorslaand succes. ‘We zien dat schenken nog nooit zó populair was’, zegt Lucienne van der Geld van Netwerk Notarissen.

Netwerk Notarissen deed voor de tweede keer een steekproef naar de eigenwoningschenking. Uit de recente steekproef blijkt onder meer dat het vooral ouders zijn die de eigenwoningschenking aan hun kinderen doen. Kinderen gebruiken de ontvangen eigenwoningschenking vooral om ermee af te lossen op de hypotheek. Er wordt gemiddeld 60.000 euro geschonken. 

Steekproef

Uit een steekproef onder tien van de bij Netwerk Notarissen aangesloten notariskantoren blijkt dat het vooral ouders zijn die de eigenwoningschening doen aan hun kinderen. Er mag maximaal 100.000 euro belastingvrij voor de eigen woning worden geschonken; dat doet 44% van de schenkers. Het gemiddelde bedrag dat wordt geschonken is ruim 60.000 euro. De schenking wordt door de ontvangers vooral gebruikt om af te lossen op de hypotheek (45%), een huis mee te kopen (19%) of het huis te verbouwen (14%). De eigenwoningschenking kan ook worden gebruikt om een eerdere lening die de ouder aan het kind deed voor het huis om te zetten in een schenking. Van deze mogelijkheid maakt 18% gebruik.

Schenkgedrag in de hand gewerkt

‘De eigen-woning-schenking is een succes. Vooral omdat deze veel toepassingen heeft’, aldus Lucienne van der Geld. In de praktijk wordt de belastingvrije schenking namelijk ook ingezet om het vermogen te verminderen in het kader van de AWBZ-zorgbijdrage. Maar ook ouders die bij een kind in huis gaan wonen doen de belastingvrije schenking als bijvoorbeeld het huis moet worden aangepast. ‘Het lijkt inmiddels of we schenkers moeten gaan afremmen. Schenken moet je alleen doen als je er voldoende geld voor hebt. Als ze later financieel krap komen te zitten, dan kunnen ze de schenking niet meer terugdraaien. We komen hiermee op het klassieke schenkersdilemma: moet je je al uitkleden voordat je naar bed gaat?’ Schenkers die nog gebruik willen maken van de fiscaal gunstige regeling hebben nog ruim zeven maanden de tijd. ‘Er wordt gefluisterd dat de regeling misschien wel verlengd gaat worden. Als dit al zo is, dan wordt dat pas eind 2014 bekend.’

Niet alleen maar voordelen

De eigenwoningschenking wordt vooral gebruikt om af te lossen op de hypotheek. Dit klinkt leuk maar betekent wel dat je minder hypotheekrenteaftrek hebt. En als je een volgend huis koopt, is je ‘eigenwoningreserve’ door die schenking groter geworden en daarmee krijg je ook een lagere eigenwoninglening wat minder aftrek betekent. ‘Hier geldt echter dat het nadeel ook een voordeel heeft. Door te schenken verlagen de ouders hun box-3-vermogen en betalen ze minder inkomstenbelasting. Bovendien wordt als ze doodgaan over het kleinere vermogen door de kinderen minder erfbelasting betaalt.’

Uit de steekproef blijkt dat 20% van de schenkende ouders niet aan alle kinderen hetzelfde bedrag schenkt. Dit kan later voor problemen bij de erfenis zorgen, weet Van der Geld. ‘Er wordt wel eens ‘scheef’ geschonken omdat het ene kind het geld harder nodig heeft dan het andere kind of omdat niet alle kinderen een eigen woning hebben. Dit heeft wel consequenties voor de erfenis van de ouders. Want hoe hebben zij de schenking bedoeld: als een voorschot op de toekomstige erfenis of niet? Ouders kunnen bij de schenking vastleggen dat de schenking met de erfenis moet worden verrekend. Hiermee wordt de ongelijke behandeling van de kinderen weer recht getrokken.’

Overzicht van de per 1 januari 2014 geldende fiscale faciliteiten voor zuinige auto’s

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) houdt rekening met een overschrijding van de geraamde budgetten voor de MIA en de Vamil in... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) houdt rekening met een overschrijding van de geraamde budgetten voor de MIA en de Vamil in verband met de sterk toegenomen verkoop van elektrische auto’s. Maar definitieve cijfers zijn er nog niet. Dit heeft hij geantwoord op de vragen van het Tweede Kamerlid Neppérus (VVD) naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van 29 maart 2014, waarin werd gesteld dat de geraamde budgetten fors zouden zijn overschreden.

Op verzoek van het Kamerlid geeft Wiebes ook een overzicht van de per 1 januari 2014 geldende fiscale faciliteiten voor zuinige auto’s.

Deze luiden als volgt:

MRB

In 2013 gold een vrijstelling voor benzineauto’s met een CO2-uitstoot van ten hoogste 110 gr/km en dieselauto’s met een CO2-uitstoot van ten hoogste 95 gr/km. In 2014 en 2015 is deze vrijstelling alleen nog van toepassing voor auto’s met een CO2-uitstoot van ten hoogste 50 gr/km.

Bijtelling privégebruik auto van de zaak

Op dit moment geldt een bijtellingpercentage voor de auto van de zaak van 20% voor zuinige auto’s en een percentage van 14% voor zeer zuinige auto’s. De CO2 –grenzen op basis waarvan de kwalificatie “(zeer) zuinig” bepaald wordt, worden sinds 2013 jaarlijks aangepast. Daarnaast was er vanaf 2010 een tijdelijke bijtelling van 0% voor nulemissieauto’s van toepassing. Vanaf 2012 was de tijdelijke bijtelling van 0% van toepassing op nulemissieauto’s en op auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km. Met ingang van 2014 is deze nihil-bijtelling gewijzigd in 4% voor nulemissieauto’s (volledig elektrische auto’s) en 7% voor auto’s met een CO2-uitstoot tussen 1 en 50 gr/km. Deze bijtelling van 4% respectievelijk 7% geldt tot en met 2015.

BPM

Voor 2014 geldt er een vrijstelling voor personenauto’s die uitgerust zijn met:

– een benzinemotor met een CO2-uitstoot van maximaal 88 gr/km;

– een dieselmotor met een CO2-uitstoot van maximaal 70 gr/km; Vanaf 2015 is op basis van de Begrotingsafspraken 2014 een verhoging van de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) doorgevoerd door de introductie van een extra schijf aan de onderkant die aanvangt bij 1 gr/km CO2-uitstoot met een tarief van € 6 per gr/km CO2- uitstoot tot en met 82 gr/km, in combinatie met een vaste voet van € 175.

Als gevolg van deze voorstellen wordt de vrijstelling van de BPM in 2015 beperkt tot nulemissieauto’s. Voor de overige auto’s geldt dan een progressief tarief (4 schijven) afhankelijk van de CO2-uitstoot. Deze schijfgrenzen worden jaarlijks naar beneden bijgesteld.

MIA

De MIA is met ingang van 2014 beperkt tot auto’s met een maximale CO2-uitstoot van 50 gr/km.

Plan zwaarder belasten erfgenamen familiebedrijven van de baan

Het plan van staatssecretaris Wiebes van Financiën om erfgenamen van familiebedrijven zwaarder te gaan belasten, is weer van de... Lees meer >

Het plan van staatssecretaris Wiebes van Financiën om erfgenamen van familiebedrijven zwaarder te gaan belasten, is weer van de baan. Financiën heeft het voorstel ingetrokken, na zware kritiek van onder meer VNO-NCW en tal van ondernemers.

Dit schrijft Het Financieele Dagblad. Volgens de krant heeft het ministerie laten weten dat er geen voornemens zijn om de regeling nog deze kabinetsperiode aan te passen. In plaats van een belastingverhoging kondigt een woordvoerder juist een belastingverlaging aan: de brede herziening van het fiscale stelsel die het kabinet voorbereidt, ‘zal per saldo gepaard gaan met belastingverlaging voor burgers en bedrijven’.

Er barstte kritiek los op het plan van Wiebes, dat eerder werd gelanceerd in een brief aan de Tweede Kamer. In de brief liet Wiebes weten dat hij wil kijken of de bestaande vrijstelling kan worden vervangen door een lager vrijstellingstarief of een betalingsregeling. Hierop zeiden ondernemingsorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland ‘verbijsterd’ te zijn over het plan om erfgenamen van familiebedrijven zwaarder te gaan belasten. Ook Register Belastingadviseurs pleitte voor behoud van de regeling. Zelfs Wiebes’ eigen VVD nam bij monde van Kamerlid Helma Nepperusafstand van de plannen van de staatssecretaris.

Slechts eenmaal schadevergoeding na termijnoverschrijding in drie procedures over hetzelfde onderwerp

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een belastingplichtige in een procedure recht heeft op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een belastingplichtige in een procedure recht heeft op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hof ziet geen reden de schadevergoeding te verhogen in verband met de termijnoverschrijding in de procedures over andere jaren, omdat die zaken op hetzelfde onderwerp betrekking hebben. 

Belanghebbende is het niet eens met (voorlopige) aanslagen IB/PVV die hem zijn opgelegd over de jaren 2005 t/m 2007. Hof Arnhem-Leeuwarden verklaart de hoger beroepen van de belastingplichtige deels gegrond. Het hof heropent het onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van de belastingplichtige om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de belastingplichtige recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De behandeling van het bezwaar en beroep betreffende de aanslag IB/PVV 2005 heeft in totaal bijna drie jaar en tien maanden geduurd, een overschrijding dus van één jaar en tien maanden. Zowel de Staat als de inspecteur worden veroordeeld tot een vergoeding van € 1.000. Het hof ziet geen reden de schadevergoeding te verhogen in verband met de termijnoverschrijding in de procedures over de jaren 2006 en 2007 omdat die zaken op hetzelfde onderwerp betrekking hebben.

Ondernemers verbijsterd over plan van zwaarder belasten familiebedrijven

Ondernemingsorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland zeggen ‘verbijsterd’ te zijn over het plan van staatssecretaris Wiebes van Financiën om... Lees meer >

Ondernemingsorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland zeggen ‘verbijsterd’ te zijn over het plan van staatssecretaris Wiebes van Financiën om erfgenamen van familiebedrijven zwaarder te gaan belasten. Wiebes wil kijken of de bestaande vrijstelling kan worden vervangen door een lager vrijstellingstarief of een betalingsregeling.

Eerder deze week deelde Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer mee dat hij, ondanks het feit dat de Hoge Raad in vijf arresten die zij op 22 november 2013 gewezen heeft in de proefprocedures over de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 niet tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid, van plan is om te kijken of volstaan kan worden met een lager vrijstellingspercentage of met een betalingsregeling. Dit wil hij mede omdat uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat in het geval er geen sprake zou zijn geweest van een vrijstelling, in 70% van de gevallen de te betalen erfbelasting uit de nalatenschap betaald had kunnen worden.

De ondernemers in ons land zijn op zijn zachts gezegd ‘not amused’ over deze, wat zij noemen ‘proefballon’ van Wiebes. ‘Dit is een regelrechte bedreiging voor de continuïteit van deze bedrijven – de ruggengraat van de economie – en hun vele medewerkers’, zeggen de ondernemingsorganisaties in reactie hierop. De vrijstelling is essentieel voor de continuïteit van familiebedrijven’, stellen de ondernemers. ‘Een belastingschuld bij overgang van het bedrijf naar een nieuwe generatie zou familiebedrijven op een ernstig concurrentienadeel zetten. Ook zou het onttrekken van vermogen aan de onderneming voor het betalen van deze belasting direct ten koste gaan van hun groeimogelijkheden. Er kan immers minder worden geïnvesteerd in bedrijfsactiviteiten, innovatie en werkgelegenheid. Verder beperkt het de mogelijkheden voor een bedrijf om financiering aan te trekken.’ 

VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland wijzen er op dat de belastingschuld bij vererving van een familieonderneming in Nederland, ondanks de vrijstelling, al één van de hoogste in Europa is. ‘Het kabinet spreekt met twee monden’, aldus de ondernemingsorganisaties. ‘Het kabinet stelt dat familiebedrijven de ruggengraat van de Nederlandse economie zijn. Tegelijkertijd wil het kabinet de lasten van juist deze bedrijven verhogen. Dat is niet te rijmen.’

Navorderingsaanslagen zwartspaarder vernietigd na traag handelen Belastingdienst

Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs geoordeeld dat de Belastingdienst in een zwartspaarderszaak niet voortvarend heeft gehandeld. Dit leidt tot vernietiging... Lees meer >

Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs geoordeeld dat de Belastingdienst in een zwartspaarderszaak niet voortvarend heeft gehandeld. Dit leidt tot vernietiging van de aan een zwartspaarder opgelegde navorderingsaanslagen en vergrijpboeten.

De Belgische autoriteiten hebben in februari 2005 al gegevens over bank- en beleggingsrekeningen van (onder meer) ingezetenen van Nederland aan de FIOD-ECD verstrekt. Belanghebbende wordt vervolgens geïdentificeerd als houder van een verzwegen bankrekening bij Van Lanschot Bankiers in Luxemburg. In hoger beroep zijn in geschil de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen ib/pvv over het jaar 1995 en vb over het jaar 1996 met vergrijpboeten. Deze navorderingsaanslagen zijn eind december 2007 opgelegd.

Hof Amsterdam verklaart het hoger beroep van belanghebbende gegrond. Pas 24 augustus 2006 stelde de Belastingdienst een projectleider aan terwijl reeds in het tweede kwartaal van 2005 vrij zeker was dat ten aanzien van een substantieel aantal individuele belastingplichtigen mogelijk zou kunnen worden nagevorderd. De Belastingdienst had op dat moment in redelijkheid tot het oordeel moeten komen dat een landelijke coördinatie en een projectmatige aanpak geboden waren. Nu dat in die periode is nagelaten brengt dit mee dat niet de vereiste voortvarendheid in acht is genomen. Daar komt bij dat de tweede fase, vanaf maart 2006 tot het daadwerkelijk aanstellen van een projectleider in augustus 2006 rijkelijk lang heeft geduurd. De navorderingsaanslagen en boeten worden vernietigd.

Korting AOW door samenwonen

Mijn moeder en ik wonen al ons hele leven samen. Beiden hebben we alleen AOW. Klopt het dat wij... Lees meer >

Mijn moeder en ik wonen al ons hele leven samen. Beiden hebben we alleen AOW. Klopt het dat wij volgend jaar gekort worden op onze AOW omdat wij dan als samenwonend worden gezien?

Ja, als alle wetgeving door de Eerste Kamer wordt aangenomen dan zal naar verwachting vanaf 1 juli 2015 het inkomen van u beiden met bruto € 330 dalen. Er is sprake van twee nieuwe begrippen waar u mee te maken hebt.

De eerste is de kostendelersnorm, deze bepaald dat wanneer er twee of meer inkomens in een huishouden zijn de uitkering(en) omlaag kunnen omdat de kosten van het huishouden samen goedkoper is dan alleen.

Deze kostendelersnorm wordt veel aangehaald als strafkorting bij het verlenen van mantelzorg als iemand met werk of een uitkering in huis komt wonen bij een AOW-gerechtigde.

Partnerbegrip

De andere is het partnerbegrip, deze bepaalt dat wanneer er twee mensen op een adres staan ingeschreven bij de gemeente er sprake is van samenwonen. Bovendien is bij het nieuwe partnerbegrip de eerste graad (moeder-kind) niet meer uitgesloten. Voor u betekent dit dat u vanaf 1 juli 2015 waarschijnlijk samenwoners bent en dat u beiden alleen nog in aanmerking komt voor een gehuwden AOW in plaats van de alleenstaande AOW die u nu ontvangt. Als alles door gaat, dan gaat u er samen € 630 bruto op achteruit, ruim 30 procent van uw huidige inkomen. Zorg dat u tijdig een verhoging van uw huurtoeslag en zorgtoeslag aanvraagt om de pijn nog enigszins te verzachten.

Buitenlandse boetes niet meer aftrekbaar

Het kabinet wil dat boetes die Nederlandse bedrijven in het buitenland betalen, niet meer aftrekbaar zijn voor hun winstbelasting... Lees meer >

Het kabinet wil dat boetes die Nederlandse bedrijven in het buitenland betalen, niet meer aftrekbaar zijn voor hun winstbelasting in Nederland. Staatssecretaris Eric Wiebes gaat dat bij wet regelen, schrijft hij vrijdag aan de Tweede Kamer.

Libor-fraude

Wiebes’ voorganger Frans Weekers had de Kamer eerder al gemeld dat hij overwoog de aftrekbaarheid te veranderen. Wiebes doet dat nu dus inderdaad. Het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse boetes is niet langer wenselijk, aldus de staatssecretaris.

Over het verschil waren eerder vragen gesteld door de PvdA. Aanleiding was het bericht dat de boetes die de Rabobank betaalt voor de Libor-fraude aftrekbaar zijn voor de Nederlandse winstbelasting. Dat zou de schatkist 46 miljoen euro kosten.

Hoge Raad: Belastingaanslag vernietigd bij te late bekendmaking

Als een belastingaanslag te laat is bekendgemaakt, dan ontvalt daarmee de basis voor die aanslag en moet die aanslag... Lees meer >

Als een belastingaanslag te laat is bekendgemaakt, dan ontvalt daarmee de basis voor die aanslag en moet die aanslag worden vernietigd. De aanslag is dan niet binnen de wettelijk voorgeschreven aanslagtermijn opgelegd. Dit fundamentele oordeel heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 18 april 2014 uitgesproken.

De Hoge Raad vernietigt de aanslag IB/PVV die binnen de driejaarstermijn is vastgesteld in het geautomatiseerde systeem van de Belastingdienst, maar waarvan het bewijs van verzending ontbreekt.

Aan een belastingplichtige wordt met dagtekening 14 oktober 2011 voor het jaar 2008 de definitieve aanslag IB/PVV opgelegd met een verliesvaststellingsbeschikking. De belastingplichtige maakt op 2 januari 2012 bezwaar tegen de definitieve aanslag. Hij stelt daarbij dat hij het aanslagbiljet niet heeft ontvangen binnen de wettelijke driejaarstermijn die eind van het jaar 2011 verstreek. In het geautomatiseerde systeem van de Belastingdienst is geregistreerd dat de aanslagregeling voor 2008 op 15 september 2011 is geëindigd en dat het aanslagbiljet op 22 september 2011 is verzonden. De belastingplichtige bestrijdt dat de aanslag op die datum ter post is bezorgd en stelt dat hem niet eerder dan op 6 februari 2012 een kopie van de aanslag is uitgereikt.

In hoger beroep verklaart Hof Den Haag het bezwaar van de belastingplichtige ongegrond en worden de aanslag en de verliesvaststellingsbeschikking gehandhaafd. De belastingplichtige komt in cassatie.

De Hoge Raad hanteert in gevallen waarin een aanslag na de dagtekening van het aanslagbiljet bekend is gemaakt, in het kader van de aanslagtermijn nu dezelfde maatstaven met betrekking tot de bekendmaking van die aanslag als in het kader van de bezwaartermijn. In gevallen waarin de aanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt doordat sprake is van een aan de Belastingdienst te wijten onjuiste adressering van het aanslagbiljet, aanvaardt de Hoge Raad als gevolg daarvan niet langer dat de aanslagtermijn reeds in acht is genomen indien de belastingplichtige binnen die termijn op de hoogte was van de verzending van het aanslagbiljet. Met de enkele kennisneming van die verzending aan een verkeerd adres is immers niet gewaarborgd dat de belastingplichtige binnen een redelijke termijn zijn belastingafrekening ontvangt.

De Hoge Raad komt in zoverre terug van zijn arrest van 6 december 1989, nr. 25909, BNB 1990/177. Dit geldt eveneens voor de navorderings- en naheffingstermijnen. Het hof heeft – in cassatie onbestreden – vastgesteld dat het met dagtekening 14 oktober 2011 opgemaakte aanslagbiljet voor de aanslag niet ter post is bezorgd en dat aan de belastingplichtige niet eerder dan op 6 februari 2012 een kopie van dat aanslagbiljet is uitgereikt. Volgens de Hoge Raad is de aanslag dan niet vastgesteld binnen de in artikel 11, lid 3, AWR voorgeschreven termijn, zodat die aanslag moet worden vernietigd. Daaraan doet niet af dat het aanslagbiljet volgens het geautomatiseerde systeem van de Belastingdienst in de maand september 2011 is opgemaakt. Gevolg is dat ook de voorlopige aanslag IB/PVV voor het jaar 2008 vernietigd moet worden. Het beroep in cassatie is gegrond.

ECLI:NL:HR:2014:930

Crisisheffing wordt geschrapt

Vanaf 2015 hoeven werkgevers geen extra belasting meer te betalen voor werknemers die jaarlijks meer dan 150 duizend euro... Lees meer >

Vanaf 2015 hoeven werkgevers geen extra belasting meer te betalen voor werknemers die jaarlijks meer dan 150 duizend euro verdienen. De regeling wordt geschrapt.

Dat melden VVD en D66 aan radiozender BNR. De crisisheffing was een belasting die werkgevers moesten betalen voor al hun werknemers die meer dan 150 duizend euro verdienden. De maatregel moest 500 miljoen euro per jaar opleveren en bracht in het eerste jaar zelfs 630 miljoen euro op. 

Oldtimerbezitters klagen over oldtimertaks

Oldtimerbezitters klagen massaal over de nieuwe fiscale regelingen voor hun klassieke auto’s. Via de Stichting Autobelangen zijn inmiddels ruim... Lees meer >

Oldtimerbezitters klagen massaal over de nieuwe fiscale regelingen voor hun klassieke auto’s. Via de Stichting Autobelangen zijn inmiddels ruim 3500 bezwaarschriften opgesteld, die worden ingediend bij de Belastingdienst. De belangenclub rekent komende tijd nog op duizenden extra klagers.

”De Bezwarengenerator op onze website heeft inmiddels wel 200 aanmeldingen per dag”, zegt Wouter van Embden van de stichting. ”Oldtimerbezitters zijn over het algemeen heel fanatiek. Zij zullen tot het gaatje gaan om te proberen om dit terug te draaien.”

Nieuwe regels

Volgens de nieuwe regels, die dit jaar zijn ingevoerd, geldt een vrijstelling van wegenbelasting pas bij auto’s van 40 jaar of ouder. Tussen de 26 en 40 jaar geldt voor benzineauto’s een overgangsregime met een maximaal tarief van 120 euro per jaar. Voor wagens die op lpg of diesel rijden, moet voortaan de volle mep betaald worden aan wegenbelasting totdat het voertuig 40 jaar is.

Veel oldtimerbezitters voelen zich hierdoor gedupeerd. Van Embden stelt dat de maatregel niet alleen een enorme lastenverzwaring betekent, maar dat deze ook onnodig is. ”De import voor van vervuilende diesels is vorig jaar al sterk afgenomen als gevolg van eerdere ingrepen van het kabinet. De verwachte opbrengst van deze maatregel voor de schatkist is bovendien gebaseerd op onjuiste gegevens.”

Verkoop

Volgens de belangenclub gelden de nieuwe regelingen voor ruim 350.000 oldtimers. Afhankelijk van het gewicht kan de motorrijtuigenbelasting voor die wagens oplopen tot ruim 3000 euro per jaar. Door deze kosten worden veel eigenaren gedwongen om ”hun culturele erfgoed” te verkopen, aldus Van Embden.

Mensen die een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst kunnen door de fiscus worden uitgenodigd om deze toe te lichten. Daarna kunnen ze nog in beroep gaan bij de bestuursrechter. De Stichting Autobelangen zelf wil binnenkort een dagvaarding de deur uitdoen om de nieuwe belastingmaatregelen door middel van een civiele rechtszaak terug te draaien.

Premiestaffels beschikbare premieregelingen pensioen gepubliceerd

Staatssecretarissen Eric Wiebes van Financiën en Jetta Klijnsma van SZW hebben de premiestaffels gepubliceerd die per 1 januari 2015... Lees meer >

Staatssecretarissen Eric Wiebes van Financiën en Jetta Klijnsma van SZW hebben de premiestaffels gepubliceerd die per 1 januari 2015 geldig worden, mits de Eerste Kamer instemt met de aanpassing van het fiscale kader voor pensioen. Deze premiestaffels zijn van toepassing op zogenaamde ‘beschikbare premieregelingen’ en zijn een handreiking voor de praktijk. Ze worden later bij beleidsbesluit vastgesteld. 

Omdat de Witteveen-voorstellen nog niet zijn aangenomen, kunnen er formeel nog geen nieuwe premiestaffels worden vrijgegeven. Omdat dit voor pensioenuitvoerders een knelpunt  blijkt voor de uitvoerbaarheid van het Wetsvoorstel per 1 januari 2015, heeft het Kabinet besloten ze al voor aanvaarding van de wet te publiceren. Dit is in het verleden bij de Wet VAP (verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd) al eens eerder gebeurd. 

Het kabinet biedt hiermee duidelijkheid over hoeveel premie fiscaal vriendelijk kan worden ingelegd. Dit is met name van belang voor lopende CAO-onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden.  De premiestaffels worden aangepast overeenkomstig de verlaging van het opbouwpercentage voor middelloonregelingen naar 1,875%. Dit betekent dat de premiestaffels neerwaarts worden bijgesteld. 

Documenten en publicaties

  • Bijlage premiestaffels nadere memorie van antwoord

    Bijlage premiestaffels nadere memorie van antwoord inzake wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages …

    Kamerstuk | 25-04-2014

Bezwaren crisisheffing 2014

De Belastingdienst verwacht veel bezwaren tegen de pseudo-eindheffing hoog loon 2014 (crisisheffing). Voor deze bewaren heeft de Belastingdienst een... Lees meer >

De Belastingdienst verwacht veel bezwaren tegen de pseudo-eindheffing hoog loon 2014 (crisisheffing). Voor deze bewaren heeft de Belastingdienst een centraal adres ingesteld. Net als in 2013 kunt u uw bezwaar laten aanhouden of direct laten afhandelen.

Bezwaar aanhouden

Als u de Belastingdienst toestemming geeft om uw bezwaar te laten aanhouden, houden zij uw bezwaar aan totdat de hoogste rechterlijke instantie heeft geoordeeld in een aantal proefprocedures. Daarna handelen zij uw bezwaar af conform het oordeel van die hoogste rechterlijke instantie. Voor het aanhouden gelden wel voorwaarden.

Denkt u dat uw zaak als proefprocedure kan dienen? Stuur dan een brief naar de Belastingdienst Heerlen. Vermeld in uw brief in ieder geval uw loonheffingennummer en telefoonnummer. De Belastingdienst neemt daarna contact met u op.

Bezwaar direct laten afhandelen

Zonder uw toestemming voor aanhouden wacht de Belastingdienst het oordeel van de hoogste rechterlijke instantie niet af en wordt uw bezwaar direct afgehandeld.

Wat moet u doen?

Als u bezwaar maakt, krijgt u van de Belastingdienst een brief met een toelichting op de bezwaarafhandeling en een vaststellingsovereenkomst. In de toelichting staat voor welke categorie bezwaren de Belastingdienst proefprocedures gaat voeren. De voorwaarden die gelden voor het aanhouden van uw bezwaar, vindt u ook in de toelichting en in de vaststellingsovereenkomst.

Als u kiest voor het aanhouden van uw bezwaar, stuurt u binnen 4 weken na de datum op de brief de ondertekende vaststellingsovereenkomst naar de Belastingdienst terug. Kiest u niet voor aanhouden, dan ondertekent u brief en stuurt u deze binnen 4 weken na de datum op de brief terug. De Belastingdienst neemt uw bezwaar dan verder in behandeling.

Bezwaren pseudo-eindheffing hoog loon 2014 (crisisheffing)

De Belastingdienst verwacht veel bezwaren tegen de pseudo-eindheffing hoog loon 2014 (crisisheffing). Voor deze bewaren is een centraal adres... Lees meer >

De Belastingdienst verwacht veel bezwaren tegen de pseudo-eindheffing hoog loon 2014 (crisisheffing). Voor deze bewaren is een centraal adres ingesteld. Net als in 2013 kunt u uw bezwaar laten aanhouden of direct laten afhandelen.

U kunt uw bezwaar sturen naar:
Belastingdienst
Postbus 116
6400 AC HEERLEN

Bezwaar aanhouden

Als u de Belastingdienst toestemming geeft om uw bezwaar te laten aanhouden, houdt de Belastingdienst uw bezwaar aan totdat de hoogste rechterlijke instantie heeft geoordeeld in een aantal proefprocedures. Daarna handelt de Belastingdienst uw bezwaar af conform het oordeel van die hoogste rechterlijke instantie. Voor het aanhouden gelden wel voorwaarden.

Denkt u dat uw zaak als proefprocedure kan dienen? Stuur dan een brief naar het hierboven vermelde adres. Vermeld in uw brief in ieder geval uw loonheffingennummer en telefoonnummer. De Belastingdienst neemt daarna contact met u op.

Bezwaar direct laten afhandelen

Zonder uw toestemming voor aanhouden wacht de Belastingdienst het oordeel van de hoogste rechterlijke instantie niet af, maar handelt uw bezwaar direct af.

Wat moet u doen?

Als u bezwaar maakt, krijgt u van de Belastingdienst een brief met een toelichting op de bezwaarafhandeling en een vaststellingsovereenkomst. In de toelichting staat voor welke categorie bezwaren de Belastingdienst proefprocedures gaat voeren. De voorwaarden die gelden voor het aanhouden van uw bezwaar, vindt u ook in de toelichting en in de vaststellingsovereenkomst. U kunt een voorbeeld van de brief en de vaststellingsovereenkomst downloaden ter informatie (het is niet de bedoeling dat u deze opstuurt).

Als u kiest voor het aanhouden van uw bezwaar, stuurt u binnen 4 weken na de datum op de brief de ondertekende vaststellingsovereenkomst naar de Belastingdienst terug. Kiest u niet voor aanhouden, dan ondertekent u de brief en stuurt u deze binnen 4 weken na de datum op de brief terug. De Belastingdienst neemt uw bezwaar dan verder in behandeling.

 

Schenken op papier?

Theo de Bruijn (67) schenkt op papier aan zijn twee zonen om erfbelasting te voorkomen en de eigen bijdrage... Lees meer >

Theo de Bruijn (67) schenkt op papier aan zijn twee zonen om erfbelasting te voorkomen en de eigen bijdrage zo laag mogelijk te houden.

“Mijn vrouw en ik hebben het goed. We wonen in een mooi huis en hebben gelukkig geen schulden. Daar-voor heb ik altijd hard gewerkt en mijn zaken netjes geregeld. Ook mijn nalatenschap. Om te voorkomen dat degene die straks achterblijft veel erfbelasting of een hoge eigen bijdrage voor het verzorgingshuis moet betalen, schenk ik nu al op papier aan onze zonen. Zo gaat het vermogen alvast naar hen toe. De Belastingdienst ziet dit als een schuld aan onze zonen en daarom betaal ik ze enkele honderden euro’s per jaar aan rente.”

Zijn ze blij met deze schenking?

“Ik vind het heel fijn dat we deze zaken in goed ver¬trouwen af kunnen spreken. Maar voor de jongste hoefde het in eerste instantie niet zo hoor. Ik heb gelukkig uit kunnen leggen dat het vooral later, als wij er niet meer zijn, veel belastingvoordeel op kan leveren.”

Welk voordeel levert dit op?

“Dat weet ik niet precies, omdat het er ook van af hangt hoe lang we allebei nog gezond blijven. Maar het gaat om zowel beperking van de erfbelasting als om een lagere bijdrage voor het verzorgingshuis, dus dat kan al snel oplopen. De notariskosten voor de schenkingsakte haal ik er wel uit.”

Belangrijk om te weten

Als u de schenking nog niet wilt of kunt uitbetalen, is schenken op papier soms een mooie mogelijkheid. Let er dan wel op dat de kinderen de schenkbelasting direct moeten betalen. Ook moet u de schenking vastleggen in een notariële akte en jaarlijks daadwerkelijk 6% rente betalen. Dat zijn belangrijke spelregels. Door deze schenking krijgt de schenker een schuld en dat vermindert zijn vermogen. Dat kan uiteindelijk schelen in de eigen bijdrage voor de AWBZ. Maar… als heel veel mensen dit doen, is het voorstelbaar dat de regering de regeling hierop aan zal passen. Voor meer informatie en goed advies over schenken in 2014 kunt u de Schenkwijzer doen, de eerste stap naar goed schenkadvies.

Huishoudtoeslag voorlopig van de baan

De huishoudtoeslag, die andere toeslagen zou moeten vervangen, gaat voorlopig niet door. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken heeft... Lees meer >

De huishoudtoeslag, die andere toeslagen zou moeten vervangen, gaat voorlopig niet door. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken heeft de Tweede Kamer maandag laten weten dat invoering in 2015 niet lukt. Dat heeft te maken met uitvoeringsproblemen. Voor de periode na 2015 kijkt het kabinet naar een alternatief.

Door het niet doorgaan van de huishoudtoeslag loopt het kabinet vanaf volgend jaar een ingeboekte bezuiniging van 1,2 miljard mis. In 2015 gaat het om 600 miljoen euro. Daarvoor worden alternatieven gezocht, meldt Asscher.

De huishoudtoeslag, door Asscher inmiddels omgedoopt in huishoudentoeslag, zou vanaf volgend jaar de huidige zorgtoeslag, de huurtoeslag, het kindgebonden budget en een toeslag voor ouderen moeten vervangen. Maar volgens Asscher stuitte dat op juridische problemen.

Een van de gevolgen zou zijn dat de export van uitkeringen fors zou toenemen. Om dat te voorkomen zou de huishoudtoeslag opgedeeld moeten worden in componenten. Dat zou volgens de Belastingdienst te complex zijn. Het kabinet concludeert daarom dat de huishoudtoeslag in de huidige vorm niet mogelijk is.

Kamerlid Elbert Dijkgraaf (SGP) zegt niet verbaasd te zijn dat het plan wordt uitgesteld. De constructie was volgens hem altijd al wankel. Het probleem moet volgens hem gauw worden opgelost want het financieringstekort mag niet oplopen. Hij vraagt zich af of er nu nog wel meevallers te verdelen zijn bij de onderhandelingen over de begroting van volgend jaar.

Ook Wouter Koolmees (D66) wil dat deze kwestie gauw opgelost wordt. Het is volgens hem nog maar te bezien wat de gevolgen zijn voor de onderhandelingen over de begroting. ‘Er zijn altijd tegenvallers.’

 

Campagne ‘Btw op tijd’ van start

Op maandag 14 april start een mediacampagne van de Belastingdienst waarin tips en hulpmiddelen voor het op tijd doen... Lees meer >

Op maandag 14 april start een mediacampagne van de Belastingdienst waarin tips en hulpmiddelen voor het op tijd doen van de btw-aangifte centraal staan.

U ziet en hoort de campagne tot en met 30 april in radiospots, online advertenties en op YouTube. De campagne wijst ondernemers op de herinneringsservices als e-mail, sms en Twitter. Deze kunt u gebruiken als alternatief voor deAangiftebrief omzetbelasting, die sinds 1 januari 2014 niet meer wordt verstuurd.

Pagina ‘Btw op tijd’

Op de pagina Btw op tijd vindt u veel tips en hulpmiddelen om de btw-aangifte en -betaling op tijd te doen.

Onze belangrijkste tips

Nieuwe regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht

Woont u buiten Nederland, en hebt u inkomsten uit of bezittingen in Nederland? Dan bent u een buitenlands belastingplichtige.... Lees meer >

Woont u buiten Nederland, en hebt u inkomsten uit of bezittingen in Nederland? Dan bent u een buitenlands belastingplichtige. Vanaf 1 januari 2015 verandert de wijze waarop de Belastingdienst uw inkomstenbelasting berekenen. U merkt dit bij uw aangifte over 2015, of al eerder bij uw voorlopige aanslag over 2015.

Tot en met uw aangifte over 2014 kunt u nog kiezen voor binnenlandse belastingplicht. Als u daarvoor kiest, behandelt de Belastingdienst u op dezelfde manier als een binnenlands belastingplichtige. U hebt dan recht op dezelfde aftrekposten, heffingskortingen en vrijstellingen als een inwoner van Nederland.

Vanaf 2015

Vanaf 2015 kunt u niet meer kiezen. Dan geldt de zogenoemde regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Voldoet u aan alle voorwaarden van deze nieuwe regeling? Dan hebt u recht op dezelfde aftrekposten, heffingskortingen en het heffingsvrij vermogen als een inwoner van Nederland. Voldoet u niet aan alle voorwaarden? Dan hebt u geen of beperkt recht op aftrekposten, heffingskortingen en eventueel heffingsvrij vermogen.

Btw-heffing bij privégebruik auto niet beperkt tot eigen bijdrage

Onlangs oordeelde Rechtbank Gelderland dat er geen recht op btw-aftrek bestaat voor zover auto’s voor privé worden gebruikt. Het... Lees meer >

Onlangs oordeelde Rechtbank Gelderland dat er geen recht op btw-aftrek bestaat voor zover auto’s voor privé worden gebruikt. Het is niet in strijd met het EU-recht dat alleen btw-aftrek wordt verleend voor zover de auto’s voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt.

Tot het bedrijfsvermogen van een bv horen tien auto’s. De bv stelt de auto ter beschikking aan haar werknemers. Enkele werknemers betalen een eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto’s. De bv brengt de op het gebruik en aanschaf van de auto drukkende btw volledig in aftrek. In haar btw-aangiften voor het jaar 2011 gaat de bv bij de berekening van de correctie van het privégebruik van de auto’s uit van de cataloguswaarden. De bv is echter van mening dat zij slechts btw is verschuldigd over de eigen bijdragen van de werknemers. De bv stelt daarbij onder andere dat, wanneer een dienst gekwalificeerd kan worden als een dienst in de zin van art. 4 lid 1 Wet OB 1968, er niet tevens sprake kan zijn van een dienst in de zin van art. 4 lid 2 Wet OB 1968. Ook kan volgens de bv het BUA niet van toepassing zijn.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat er geen recht op btw-aftrek bestaat voor zover de auto’s voor privé worden gebruikt. De rechtbank verwijst hierbij naar art. 16 Wet OB 1968 en het BUA. Volgens de rechtbank is het ook niet in strijd met het EU-recht dat alleen btw-aftrek wordt verleend voor zover de auto’s voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. De rechtbank verwijst daarbij naar de jurisprudentie van het HvJ EU. Hieraan doet volgens het hof niet af dat de werknemers een eigen bijdrage hebben betaald. Het gelijk is aan de inspecteur.

Betaaldatum overgangsregeling oldtimers veranderd

Maakt u gebruik van de overgangsregeling voor uw oldtimer? En hebt u daarvoor een rekening ontvangen? In de brief... Lees meer >

Maakt u gebruik van de overgangsregeling voor uw oldtimer? En hebt u daarvoor een rekening ontvangen? In de brief bij deze rekening staat dat u uiterlijk 19 april 2014 de motorrijtuigenbelasting voor uw oldtimer betaald moet hebben. Dit is niet juist. U moet uiterlijk 1 mei 2014 de motorrijtuigenbelasting betaald hebben.

Zie ook

Belastingdienst informeert huurders over verstrekken inkomensindicatie

De Belastingdienst start deze week met het informeren van huurders over het feit dat er een inkomensindicatie is afgegeven... Lees meer >

De Belastingdienst start deze week met het informeren van huurders over het feit dat er een inkomensindicatie is afgegeven aan hun verhuurders. Ongeveer twee miljoen huurders ontvangen de komende weken een brief van de Belastingdienst.

De inkomensindicatie is afgegeven op verzoek van verhuurders die daarmee de huurverhoging voor 2014 berekenen. De Belastingdienst verstrekt die gegevens niet zomaar. De maatregel is onderdeel van een aantal initiatieven van dit kabinet om scheefwonen tegen te gaan en de doorstroming op de woningmarkt te stimuleren. De fiscus is dan ook wettelijk verplicht om deze gegevens te verstrekken. De Belastingdienst heeft geen exacte inkomenscijfers verstrekt, alleen een indicatie van de inkomenscategorie van het huishoudinkomen. Verhuurders mogen alleen inkomensindicaties opvragen bij de Belastingdienst voor woningen in de gereguleerde sector.

Eerder was al toegezegd aan de Tweede Kamer dat de Belastingdienst huurders hierover zou informeren. In het dossier huurwoning is meer achtergrondinformatie te vinden over de inkomensindicatie en de maximale huurverhoging.

Bovenmatig deel kilometervergoeding behoort tot loon

Gerechtshof Amsterdam oordeelde onlangs in hoger beroep dat een bovenmatig deel van een kilometervergoeding tot loon behoort. Volgens het... Lees meer >

Gerechtshof Amsterdam oordeelde onlangs in hoger beroep dat een bovenmatig deel van een kilometervergoeding tot loon behoort. Volgens het hof is geen sprake van een door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gestelde auto, aangezien de werkgever niet alle kosten van de auto vergoedt. De werknemer beroept zich vergeefs op het gelijkheidsbeginsel.

Een man is als accountmanager in loondienst. Hij werkt vanuit huis en bezoekt de klanten met een eigen auto. Hij moet volgens de arbeidsovereenkomst een representatieve auto aanschaffen. De financiering daarvan is geschied met een lening van de werkgever. Voor iedere zakelijk gereden km ontvangt de accountmanager (afgerond) € 0,38. In 2011 rijdt hij met de auto 46.020 km’s zakelijk. De totale km-vergoeding is € 17.234. De accountmanager stelt in het kader van zijn IB-aanslag over 2011 dat deze vergoeding in het geheel niet tot het loon behoort.

Volgens Rechtbank Noord-Holland valt de vergoeding onder art. 15b-1-a Wet LB 1964, zodat het bovenmatige deel (€ 0,19 per km) terecht is belast. De accountmanager stelt vergeefs dat sprake is van een vrije (dus onbelaste) vergoeding die strekt tot bestrijding van kosten, lasten en afschrijvingen ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking (art. 15 lid 1 Wet LB 1964). Hij gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam oordeelt dat geen sprake is van een door de werkgever ter beschikking gestelde auto, aangezien de werkgever niet alle kosten van de auto vergoedt. De accountmanager beroept zich dus vergeefs op het gelijkheidsbeginsel. Zijn vergelijking met werknemers die met een auto van de zaak minder dan 500 km per jaar privé rijden, gaat dus niet op. De rechtbank is voorts van het juiste toetsingskader uitgegaan omdat de werkgever van de accountmanager geen gebruik maakt van de per 1 januari geldende 2011 werkkostenregeling maar heeft geopteerd voor het oude regime. Deze keuze van de werkgever werkt van rechtswege door naar de IB-heffing ten aanzien van de werknemer. Het beroep van de accountmanager is ongegrond.

Flexwerkers: geen recht op minimumloon

Voorlopig krijgen flexwerkers zoals dagblad- en folderbezorgers geen recht op het minimumloon. Dat meldt de Telegraaf. Minister Asscher van... Lees meer >

Voorlopig krijgen flexwerkers zoals dagblad- en folderbezorgers geen recht op het minimumloon. Dat meldt de Telegraaf.

Minister Asscher van Sociale Zaken had graag gewild dat flexwerkers ook recht zouden krijgen op het minimumloon. De Eerste Kamer is het er echter niet mee eens en weigert de wet op het minimumloon aan te scherpen, aldus de Telegraaf.

VVD

Voornamelijk de VVD heeft bezwaren tegen de aanscherping. Senator Kneppers-Heijnert vreest voor een omzeiling van de criteria in het wetsvoorstel en voor constructies met schijnzelfstandigen. De wet wordt aangehouden tot de Senaat een oordeel heeft gevormd omtrent de schijnconstructies.

Met de wetswijziging wil men oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen.

Wiebes schetst voorwaarden uitstel van betaling voor ondernemers

Staatssecretaris Wiebes van Financiën schetst in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) wat de voorwaarden zijn... Lees meer >

Staatssecretaris Wiebes van Financiën schetst in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) wat de voorwaarden zijn voor ondernemers om in aanmerking te komen voor uitstel van betaling bij de Belastingdienst.  Wiebes meldt dat er drie vormen van uitstel van betaling zijn: regulier, bijzonder en kortlopend.

In 2009 heeft toenmalig staatssecretaris Weekers van Financiën besloten om ondernemers een steun in de rug te geven door het uitstelbeleid te verruimen. De verruiming is vervat in een tijdelijk beleidsbesluit. In de memorie van toelichting op het Belastingplan 2013 heeft het kabinet het voornemen gedeeld om het tijdelijke uitstelbeleid structureel te maken. Deze definitieve versoepeling van het uitstelbeleid hing samen met het constructiebestendig maken van het bodem(voor)recht, teneinde een evenwichtig invorderingsbeleid voor ondernemers te creëren. Met ingang van 1 januari 2013 heeft dit van oorsprong tijdelijke beleid, een vaste plaats gekregen binnen het uitstelbeleid. Anders dan in het tijdelijke besluit, hoeft op grond van het huidige beleid de relatie met de economische crisis niet te worden aangetoond. Het kortlopend uitstel is eveneens met ingang van 1 januari 2013 onderdeel gaan uitmaken van het uitstelbeleid van de Belastingdienst.

De Belastingdienst kan in verschillende situaties uitstel van betaling verlenen. Zo ook in geval van betalingsproblemen. De vormen van uitstel van betaling wegens betalingsproblemen voor ondernemers worden hieronder toegelicht. Van oudsher geldt er een restrictief uitstelbeleid voor ondernemers. Reden is dat het in veel gevallen gaat om zakelijke schulden – omzetbelasting en loonbelasting – waarvoor de ondernemer feitelijk optreedt als houder van door derden verschuldigde en aan hem toevertrouwde belastinggelden. 

 

Regulier uitstel

Een ondernemer kan voor maximaal één jaar uitstel van betaling  krijgen onder de voorwaarden dat nieuw opkomende fiscale verplichtingen worden bijgehouden en er zekerheid wordt gesteld.

Bijzonder uitstel

In bijzondere omstandigheden kan een ondernemer uitstel van betaling krijgen voor een periode langer dan één jaar of kan worden afgeweken van de zekerheidseis. Voorwaarde is dat aan de hand van de verklaring van een derdedeskundige voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat:

1.    de betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn;

2.    de onderneming bedrijfseconomisch gezond is;

3.    het aflossingsplan realistisch is.

De ontvanger moet er kortweg vertrouwen in hebben dat het om een levensvatbare onderneming gaat die in de toekomst aan zijn  fiscale verplichtingen kan voldoen. De Belastingdienst zal ook bij deze vorm van uitstel zoveel mogelijk zekerheid verlangen. Anders dan bij het regulier uitstel concentreert het beleid zich op de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming. 

Kortlopend uitstel

Een ondernemer kan, zonder nader onderzoek en op schriftelijk of telefonisch verzoek, uitstel van betaling krijgen gedurende maximaal vier maanden indien (onder andere), de schuld minder dan € 20.000 bedraagt, er geen dwangbevelen zijn betekend, er geen sprake is van een aangifteverzuim en er geen vergrijpboete is opgelegd. Kortlopend uitstel is, in tegenstelling tot de hierboven beschreven vormen van uitstel, ook mogelijk voor een MRB-schuld. De ondernemer komt, nadat hij van dit kortlopend uitstel gebruik heeft gemaakt, niet meer in aanmerking voor een andere vorm van uitstel.  

Antwoord Wiebes op vragen van Omtzigt over voorwaarden uitstel van betaling ondernemers

500-kilometergrens autokostenforfait geldt op jaarbasis en niet per auto

Een werknemer heeft een gedeelte van het jaar een auto van zijn werkgever ter beschikking gehad, die hij niet... Lees meer >

Een werknemer heeft een gedeelte van het jaar een auto van zijn werkgever ter beschikking gehad, die hij niet voor privédoeleinden heeft gebruikt. In het tweede gedeelte van het jaar krijgt hij de beschikking over een andere auto van de werkgever, die hij wel privé gaat gebruiken. Bijtelling moet plaatsvinden over beide auto’s, zo oordeelde gerechtshof Den Bosch onlangs in een verwijzingszaak.

De werknemer heeft het eerste deel van het jaar 2009 een auto van zijn werkgever ter beschikking gehad, die hij niet voor privédoeleinden heeft gebruikt. Van 13 mei 2009 tot 10 juli 2009 heeft hij geen auto ter beschikking gehad van zijn werkgever. Vanaf 10 juli 2009 krijgt de man de beschikking over een andere auto van de werkgever, die hij wel privé gaat gebruiken. Op 17 juli 2009 heeft hij de inspecteur daarom verzocht om de ‘Verklaring geen privégebruik’ met ingang van 10 juli 2009 in te trekken.

De inspecteur legt de werknemer over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 12 mei 2009 de in geschil zijnde naheffingsaanslag lb/pvv op. De Hoge Raad heeft het beroep van de staatssecretaris gericht tegen de uitspraak van Hof Arnhem gegrond verklaard en de zaak verwezen naar Hof Den Bosch om te bepalen of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Verwijzingshof Den Bosch verklaart het hoger beroep van de man ongegrond en bevestigt de uitspraak van Rechtbank Arnhem. Als een belastingplichtige met de eerste auto minder dan 500 kilometer rijdt, zoals hier het geval was, en met de andere auto meer dan 500 kilometer, moet de bijtelling ook voor de eerstbedoelde auto plaatsvinden. Dit geldt zelfs als vast zou staan, dat – anders dan hier het geval is – met de eerstbedoelde auto in het geheel geen privékilometers zijn gereden. De kilometergrens geldt op jaarbasis en niet per auto.

Staat moet zwangere zelfstandigen compenseren

De Nederlandse staat moet vrouwelijke zzp’ers die tussen 2004 en 2008 zwanger waren, compenseren. Circa 20.000 vrouwelijke ondernemers die... Lees meer >

De Nederlandse staat moet vrouwelijke zzp’ers die tussen 2004 en 2008 zwanger waren, compenseren. Circa 20.000 vrouwelijke ondernemers die toen zwanger waren, hebben met terugwerkende kracht recht op een zwangerschapsverlofuitkering. Dat heeft het comité dat gaat over de naleving van het VN-Vrouwenverdrag (Cedaw) bepaald, zo meldt Proefprocessenfonds Clara Wichmann.

Vóór 2004 en na 2008 was er een regeling voor vrouwelijke zzp’ers die een kind kregen. In de tussenliggende periode viel deze groep tussen wal en schip.

De Hoge Raad oordeelde in 2011 dat de Staat geen plicht had om betaald zwangerschapsverlof voor hen te regelen, aldus het fonds. Daarop is het proefprocessenfonds een individuele klachtenprocedure begonnen bij het Cedaw.

Artikel 11 van het Vrouwenverdrag geeft niet alleen werkneemsters maar ook zwangere zelfstandigen het recht op een uitkering tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof, aldus het fonds. ‘De Staat dient binnen 6 maanden schriftelijk aan het comité te rapporteren welke actie zij heeft ondernomen.’ Voorzitter Anniek de Ruijter van het fonds gaat ervan dat de Staat over de brug komt.

Geen zelfstandigenaftrek en kostenaftrek voor vanuit huis opererende ondernemer

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat een ondernemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op zelfstandigenaftrek en aftrek... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat een ondernemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op zelfstandigenaftrek en aftrek van reiskosten, huisvestingskosten en huurkosten.

De ondernemer houdt zich in de vorm van een eenmanszaak bezig met marketingonderzoek en de ontwikkeling van een internetuitgeefproject. In geschil is of hij recht heeft op aftrek van reis-, huisvestings- en huurkosten en op zelfstandigenaftrek.

Het hof stelt dat de ondernemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op zelfstandigenaftrek en aftrek van reiskosten, huisvestingskosten en huurkosten. Het hof verwerpt het aanbod van de ondernemer om op korte termijn alsnog bewijsstukken te overleggen ter onderbouwing van de aftrekposten en de zelfstandigenaftrek. Inwilliging van dit verzoek zou in strijd zijn met de goede procesorde, aldus het hof, nu de ondernemer in de bezwaarprocedure en in het beroep in eerste aanleg voldoende in de gelegenheid is geweest om zijn standpunten met bewijs te onderbouwen.

Nu een zelfstandige werkruimte ontbreekt in zijn huurwoning, kan de ondernemer geen (huur-)kosten ter zake van een werkruimte in aanmerking nemen. Van de huisvestingskosten en huurkosten heeft hij geen bewijs geleverd. Ten slotte heeft de ondernemer niet aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek.

Hof: Vermogensrendementsheffing niet in strijd met Europees recht

De vermogensrendementsheffing is niet in strijd met het Europese recht, zo heeft gerechtshof Den Bosch geoordeeld. Het hof verwijst... Lees meer >

De vermogensrendementsheffing is niet in strijd met het Europese recht, zo heeft gerechtshof Den Bosch geoordeeld. Het hof verwijst hierbij naar de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Een man woont in België en is eigenaar van een woning in Den Haag. Hij houdt de woning aan voor de verhuur. Omdat de man, ook na aanmaning, geen IB-aangifte doet, legt de inspecteur ambtshalve een aanslag over 2008 op. De man is het hier niet mee eens. Hij stelt dat de vermogensrendementsheffing onder andere in strijd is met de Grondwet en het Europees recht. Hij stelt hierbij dat de vermogensrendementsheffing uitgaat van niet genoten inkomsten en dat de heffing moet zijn gebaseerd op werkelijk ontvangen inkomsten na aftrek van kosten. Verder stelt hij dat hij recht heeft op verrekening van een verlies.

Hof Den Bosch oordeelt dat de vermogensrendementsheffing niet in strijd is met het Europese recht. Het hof verwijst hierbij naar de jurisprudentie van de Hoge Raad. Verder merkt het hof op dat toetsing van de Wet IB 2001 aan de Grondwet in het Nederlandse rechtsstelsel niet mogelijk is. Ten aanzien van het verlies merkt het hof op dat dit verlies stamt van vóór de invoering van de Wet IB 2001, en is ontstaan in verband met onderhoudskosten van de woning. Volgens het hof blijkt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad dat het niet in strijd met het Europees recht is dat dit verlies niet is te verrekenen met het box 3-inkomen.

Belastingdienst half miljard kwijt aan elektrische en hybride voertuigen

De in 2013 ingevoerde gunstige belastingmaatregelen voor kopers van elektrische en hybride auto’s hebben de fiscus al een half... Lees meer >

De in 2013 ingevoerde gunstige belastingmaatregelen voor kopers van elektrische en hybride auto’s hebben de fiscus al een half miljard gekost. Dat blijkt uit een recente berekening van de Volkskrant.

Volgens de krant zijn er vorig jaar ruim 22.000 van deze stekkerauto’s verkocht. De financiële voordelen voor de best verkochte auto in deze categorie, de Mitsubishi Outlander PHEV, konden oplopen tot 31 duizend euro, aldus de Volkskrant. De auto kost bij de dealer ruim 40.000 euro zonder btw.

Hoge Raad: Griffierecht kan in bijzondere gevallen bij onvermogen worden verminderd

Het verschuldigde griffierecht kan in specifieke omstandigheden worden verlaagd vanwege de financiële  positie van belanghebbende. Dat oordeelde de Hoge... Lees meer >

Het verschuldigde griffierecht kan in specifieke omstandigheden worden verlaagd vanwege de financiële  positie van belanghebbende. Dat oordeelde de Hoge Raad vandaag in een belastingzaak die ging over  het griffierecht dat  in een  hoger beroep was verschuldigd voor de indiening van het beroepschrift.

Dit was een bedrag  van € 112. Het hof in Amsterdam besliste (ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0724) dat het griffierecht  gelet op de financiële omstandigheden van belanghebbende moest worden verminderd tot een bedrag van € 20. De staatssecretaris van Financiën heeft hiertegen beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Advocaat-generaal IJzerman adviseerde de Hoge Raad in zijn conclusie (ECLI:NL:PHR:2013:642) dat beroep ongegrond te verklaren.

De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever met het heffen van griffierecht onder meer heeft beoogd dat rechtzoekenden een zorgvuldige afweging maken of het zin heeft om een zaak aan de bestuursrechter voor te leggen. In het algemeen kan volgens de Hoge Raad worden aangenomen dat het heffen van griffierecht de toegang tot de rechter niet in de weg staat. Er kunnen zich echter gevallen voordoen waarin de heffing van griffierecht het voor een rechtszoekende onmogelijk maakt om de rechter te raadplegen. Deze situatie  deed zich volgens de Hoge Raad in de deze zaak voor. De Hoge Raad laat de door het hof toegepaste vermindering van het griffierecht dan ook in stand.

Haast geboden bij verplichting mededelen WBSO en RDA over 2013

Bedrijven die in 2013 gebruik hebben gemaakt van de WBSO/RDA moeten met ingang van 2014 verplicht een mededeling doen... Lees meer >

Bedrijven die in 2013 gebruik hebben gemaakt van de WBSO/RDA moeten met ingang van 2014 verplicht een mededeling doen van de gerealiseerde WBSO-uren en R&D-kosten/uitgaven. Dit is in tegenstelling tot voorgaande jaren.

Bedrijven die op dit moment nog geen mededeling hebben gedaan, moeten dat snel doen. Dit kan nog tot en met maandag 31 maart 2014. ‘Wacht liever niet tot de laatste dag, want dan kan het erg druk zijn op het eLoket van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl),’ aldus RVO.

Bij te laat melden van de realisatie volgt er een boete. In het ergste geval krijgen bedrijven geen WBSO en RDA over 2013.

Op de website van de WBSO/RDA staat meer informatie over het melden van de realisatie.

Besluit investeringsaftrek aangepast

In een nieuw besluit staan enkele goedkeuringen voor het krijgen van Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), Energie-investeringsaftrek, Milieu-investeringsaftrek en VAMIL. Aan de... Lees meer >

In een nieuw besluit staan enkele goedkeuringen voor het krijgen van Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), Energie-investeringsaftrek, Milieu-investeringsaftrek en VAMIL.

Aan de orde komen onder meer:

  • de verdeling van de investering bij een samenwerkingsverband
  • mogelijk recht op KIA bij vervanging van asbesthoudende daken en goten van woonhuizen
  • aanmelden van een investering door een fiscale eenheid vennootschapsbelasting
  • bedrijfsmiddelen die op het moment van investeren nog niet op de energie- of de milieulijst staan, maar daar later wel op komen
  • het begrip ‘nieuw vervoermiddel’

De volledige versie van het besluit vindt u hier.

vBtw-tarief op isolatiematerialen weer 21 procent

Vanaf 2014 moet indien bij het opknappen van een huis nieuw isolatiemateriaal wordt aangebracht, hierover gewoon het hoge btw-tarief... Lees meer >

Vanaf 2014 moet indien bij het opknappen van een huis nieuw isolatiemateriaal wordt aangebracht, hierover gewoon het hoge btw-tarief van 21 procent betaald worden. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Wiebes van Financiën, aldus de Telegraaf.

Onduidelijkheid

De verklaring van Wiebes kwam naar aanleiding van vragen van de Stichting Belangenbehartiging Vloerisolatie Nederland (SBVN). Deze vond dat er sprake was van onduidelijkheid omtrent het toepassen van het verlaagde btw-tarief voor isolatiemateriaal. In 2013 gold hiervoor namelijk het 6%-tarief.

21 procent

Volgens Wiebes geldt sinds 2014 weer het hoge btw-tarief van 21 procent voor het aanbrengen van isolatiemateriaal. Het verzoek van de SBVN om de verhoging uit te stellen, mocht niet baten. De staatssecretaris wil de verhoging niet uitstellen.

Gevolg

Het gevolg is dat vanaf januari 2014 weer het 21%-tarief geldt voor het aanbrengen van isolatiemateriaal aan woningen. Het tarief van 6 procent geldt echter nog wel voor het aanbrengen van glas. Dit geldt ook voor andere renovatie- en herstelwerkzaamheden, aldus de Telegraaf.

Zwartspaarders biechten miljard op

Belastingplichtigen met zwart vermogen in het buitenland hebben dit jaar al voor circa 1 miljard opgebiecht. Een woordvoerder van... Lees meer >

Belastingplichtigen met zwart vermogen in het buitenland hebben dit jaar al voor circa 1 miljard opgebiecht. Een woordvoerder van de Belastingdienst heeft een bericht van Trouw hierover zaterdag bevestigd.

In totaal hebben circa 2000 ‘inkeerders’ zich gemeld, circa 10 maal zoveel als een jaar terug. Gemiddeld ging het om een half miljoen per geval. Dit levert de schatkist zo’n 150 miljoen op.

Inkeerregeling

Spaarders kunnen door de inkeerregeling hun zwart geld aangeven bij de fiscus. Ze hoeven dan geen boete te betalen. Als de Belastingdienst er zelf achter komt dat ze geld in het buitenland hebben staan, volgt er wel een boete. Mogelijk speelt het opheffen van het bankgeheim in Luxemburg een rol bij de toename in aangiftes.

Btw-aangifte vóór 1 april corrigeren voorkomt belastingrente

Ondernemers voorkomen belastingrente door vóór 1 april 2014 hun btw-aangifte van 2013 te corrigeren of hun balanspost van 2013... Lees meer >

Ondernemers voorkomen belastingrente door vóór 1 april 2014 hun btw-aangifte van 2013 te corrigeren of hun balanspost van 2013 aan te geven, zo meldt de Belastingdienst.

Belastingdienst: ‘Als u gebruikmaakt van het formulier Suppletie omzetbelasting, dan hebben wij uw gegevens sneller, en kunnen wij uw verzoek sneller verwerken. Is uw correctie of uw balanspost minder dan € 1.000 verreken dit dan op uw eerstvolgende aangifte. Bij het verrekenen op uw eerstvolgende aangifte krijgt u geen teruggaafbeschikking of naheffingsaanslag.

Heeft uw correctie te maken met een intracommunautaire levering van goederen of diensten binnen de EU? Stuurt u dan een brief met de gegevens van uw correctie (rubriek 3b) naar:
Belastingdienst/Central Liaison Office
Antwoordnummer 469
7600 VB Almelo

Wilt u ook uw opgaaf intracommunautaire prestaties corrigeren of moet u deze nog indienen? Doe dit dan in het beveiligde gedeelte van onze internetsite. U moet een correctie wegens intracommunautaire verwerving ook aangeven in uw suppletie.’

Aanscherpen inkoopregels AOW

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma besloten de voorwaarden aan te scherpen voor het vrijwillig kunnen... Lees meer >

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma besloten de voorwaarden aan te scherpen voor het vrijwillig kunnen inkopen van ontbrekende AOW-opbouwjaren. Zo moet de aanvrager niet alleen verplicht verzekerd zijn voor de AOW, maar ook in Nederland werkzaam zijn. En de aanvrager moet voortaan minstens vijf jaar verplicht verzekerd zijn geweest en ten minste vijf jaar in Nederland hebben gewerkt. Ook gaat de minimum-inkooppremie omhoog. De regeling uit 1957 wordt hiermee aangepast aan de migratiestromen van deze tijd.

Inkoopregeling in de AOW

De inkoopregeling in de AOW stamt net als de AOW uit de jaren ‘50 van de vorige eeuw en is toen vooral gemaakt voor mensen die repatrieerden uit de toenmalige overzeese rijksdelen. Dit om te voorkomen dat deze mensen in behoeftige omstandigheden terecht zouden komen. Inmiddels zijn migratiestromen veranderd en is het niet meer vanzelfsprekend dat arbeidsmigranten en hun gezinsleden zich hier blijvend vestigen. Velen komen tijdelijk naar Nederland door de open grenzen kunnen mensen komen en gaan.

Oorspronkelijke bedoeling inkoopregeling

De mogelijkheid om gedurende een kort verblijf in Nederland alle onverzekerde opbouwjaren tegen een minimumpremie in te kopen en vervolgens terug te keren naar het land van herkomst met een recht op een vrijwel volledige AOW-uitkering bij het bereiken van de AOW-leeftijd is niet conform de oorspronkelijke bedoeling van de wet. De omvang van dit onbedoeld gebruik is nu beperkt, maar kan door de steeds groeiende migratie toenemen. Met dit onbedoelde gebruik wordt de solidariteit onder druk gezet en kunnen hoge uitgaven in de toekomst te aan de orde zijn.

Nieuwe voorwaarden

In het wetsvoorstel tot wijziging van de AOW worden dan ook nieuwe voorwaarden gesteld voor het inkopen van ontbrekende verzekeringsjaren. Betrokkene moet niet alleen verplicht verzekerd zijn voor de AOW, maar ook in Nederland werkzaam zijn, hetzij als werknemer, hetzij als zelfstandige. Verder moet de band met Nederland ook in de duur van de verplichte AOW verzekering en arbeid tot uiting komen: betrokkene moet minstens vijf jaar verplicht verzekerd zijn en minstens vijf jaar in Nederland werkzaam zijn, als werknemer of als zelfstandige. Tot slot kan men alleen onverzekerde opbouwjaren inkopen als men in die jaren niet elders een wettelijk verplichte ouderdomsverzekering had.

Verhoging minimumpremie

Een andere aanscherping is de verhoging van de minimumpremie door wijziging van het Besluit Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen). Voor de vaststelling van het inkoopbedrag blijft het feitelijk inkomen in het verleden uitgangspunt, maar wordt voor de minimumpremie uitgegaan van de premie die zou moeten worden betaald over het ten tijde van de aanvraag geldende actuele wettelijk minimum (jeugd)loon.

Inwerkingtreding met terugwerkende kracht

Het wetsvoorstel zal voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Het ontwerpbesluit wordt gedurende vier weken voorgelegd aan de Tweede en Eerste Kamer, waarna het ontwerpbesluit ook voor advies naar de Raad van State gaat. De wijzigingen treden op 1 juli 2014 met terugwerkende kracht tot en met 24 maart 2014 in werking. De Sociale verzekeringsbank (SVB) zal op de nieuwe wetgeving anticiperen vanaf die datum. Dit betekent dat aanvragen voor de inkoopregeling die zijn ingediend voor 24 maart 2014 door de SVB worden behandeld op basis van de bestaande wetgeving. Aanvragen die worden ingediend op of na 24 maart 2014 worden door de SVB behandeld op basis van de nieuwe, aangescherpte regels.

Documenten en publicaties

  • Kamerbrief over vrijwillige verzekering AOW over een afgelopen periode

    Staatssecretaris Klijnsma informeert de Tweede Kamer over het voornemen tot wijziging van de wet- en regelgeving inzake de …

    Kamerstuk | 24-03-2014

Sportverslaggever met slechts één opdrachtgever: geen VAR-wuo

Gerechtshof Den Bosch heeft onlangs geoordeeld dat de belastinginspecteur terecht een VAR-winst heeft geweigerd aan een sportverslaggever die slechts... Lees meer >

Gerechtshof Den Bosch heeft onlangs geoordeeld dat de belastinginspecteur terecht een VAR-winst heeft geweigerd aan een sportverslaggever die slechts voor één uitgever werkzaamheden verricht.

De sportverslaggever verricht werkzaamheden waarmee hij tussen de € 7.000 en € 8.000 aan inkomsten verwerft. In geschil is of de inspecteur terecht heeft geweigerd de verslaggever voor het jaar 2012 een VAR-wuo te geven voor deze werkzaamheden.

Hof Den Bosch oordeelt dat de inspecteur terecht een VAR-winst heeft geweigerd. Naast het feit dat hij slechts één opdrachtgever heeft, ontbreekt het bij hem aan ondernemersrisico en kan hij zijn werkzaamheden niet zelfstandig verrichten, maar is hij gebonden aan de voorschriften in de overeenkomst van opdracht met de uitgever. Het hof verklaart het hoger beroep van de man ongegrond. Het hof heeft de zaak heropend nadat de sportverslaggever aangegeven had dat hij vanwege de aanwezigheid van publiek tijdens de eerste zitting niet vrijuit heeft kunnen spreken.

EVRM verbiedt Belastingdienst niet om onderzoek te doen naar naamgenoot zwartspaarder

Rechtbank Den Haag oordeelde onlangs dat de Belastingdienst niet met een beroep op het Europees Verdrag tot bescherming van... Lees meer >

Rechtbank Den Haag oordeelde onlangs dat de Belastingdienst niet met een beroep op het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) kan weigeren onderzoek te doen naar een persoon die dezelfde combinatie van voor- en achternaam heeft als de belanghebbende die door de fiscus is geïdentificeerd als rekeninghouder van een bankrekening bij KB Lux. 

Belanghebbende stelt gemotiveerd dat de rekening mogelijk toebehoort aan een neef en tante van haar.

De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst geen partij is als bedoeld in art. 34 EVRM en om die reden geen beroep kan doen op schending van één van de rechten van het EVRM, ook niet namens een derde (de naamgenoot van belanghebbende) die geen partij is bij de procedure. Dit betekent dat de stukken die belanghebbende heeft overgelegd over haar naamgenoot, namelijk een uitdraai uit de basisadministratie persoonsgegevens en stamboomgegevens, niet buiten beschouwing kunnen blijven als onrechtmatig verkregen bewijs.

Het voorgaande neemt niet weg dat belanghebbende volgens de rechtbank terecht is geïdentificeerd als rekeninghouder. Het is niet aannemelijk dat de rekening toebehoort aan de neef en tante van de echtgenoot van belanghebbende, zo oordeelt de rechtbank onder verwijzing naar een uitspraak van Hof Den Haag die in cassatie in stand is gebleven (HR 12 april 2013, nr. 12/01567, ECLI:NL:2013:BZ6800).

De rechtbank oordeelt ten slotte dat de redelijke termijn van berechting niet is overschreden ondanks de lange duur van de procedure (8 jaar en 11 maanden). Het beroep van belanghebbende is ongegrond.

Regeling voor innovatieve starters van buiten de EU

Innovatieve starters van buiten de EU kunnen al vanaf dit jaar makkelijker in Nederland een onderneming starten. Ze hoeven... Lees meer >

Innovatieve starters van buiten de EU kunnen al vanaf dit jaar makkelijker in Nederland een onderneming starten. Ze hoeven daarvoor niet bij een bedrijf in dienst te zijn. Ze kunnen binnen een jaar hun idee omzetten naar een businessplan en startkapitaal verwerven. Vervolgens kunnen ze een onderneming starten en als zelfstandige een verblijfsvergunning voor twee jaar aanvragen.

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) heeft dat vandaag bekend gemaakt. Hij constateert dat veel starters nog geen uitgewerkt businessplan of startkapitaal hebben. Maar ze hebben in potentie wel toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie. Hij wil daarom het toelatingsbeleid voor hen soepel en uitnodigend laten zijn.

De starters moeten bij hun aanvraag duidelijk maken wat hun productidee is en aangeven waarom het innovatief is. Ook moeten ze beschrijven welke stappen ze willen ondernemen om het product binnen een jaar op de markt te zetten. Verder hebben ze een zogeheten facilitator nodig die de starter helpt met bijvoorbeeld bedrijfsvoering, marketing, onderzoek en het zoeken naar investeerders. Starters moeten zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien en mogen geen beroep doen op de algemene middelen zoals een bijstandsuitkering.

Fiscus moet met opleggen aanslag wachten totdat informatiebeschikking vaststaat

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de belastinginspecteur moet wachten met het opleggen van een aanslag over een bepaald... Lees meer >

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de belastinginspecteur moet wachten met het opleggen van een aanslag over een bepaald jaar totdat de informatiebeschikking over dat jaar onherroepelijk vaststaat. Nu de inspecteur in dit geval al een aanslag IB/PVV 2009 heeft opgelegd, terwijl de informatiebeschikking over dat jaar nog niet onherroepelijk vaststond, komt deze informatiebeschikking dan ook van rechtswege te vervallen.

Aan een belastingplichtige wordt een informatiebeschikking opgelegd voor het jaar 2009. Die is het niet eens met deze informatiebeschikking en gaat in bezwaar en beroep. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur moet wachten met het opleggen van een aanslag over een bepaald jaar totdat de informatiebeschikking over dat jaar onherroepelijk vaststaat. In dit geval heeft de inspecteur dit niet gedaan bij de aanslag IB/PVV 2009. Gevolg is dat de informatiebeschikking over dat jaar van rechtswege komt te vervallen.

Dit op grond van art. 52a lid 3 AWR. De rechtbank verklaart het beroep van de belastingplichtige wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk, omdat de belastingplichtige door het instellen van beroep niet in een gunstiger positie kon komen. Omdat de informatiebeschikking ten tijde van het instellen van beroep nog niet van rechtswege was komen te vervallen, is belastingplichtige wel terecht in bezwaar en beroep gegaan. De rechtbank kent daarom een proceskostenvergoeding toe van € 1.217.

Afschaffing aftrek alimentatie per 2015

Ouders die alimentatie betalen kunnen vanaf 2015 een deel van de betaalde alimentatie niet meer aftrekken en dat zal... Lees meer >

Ouders die alimentatie betalen kunnen vanaf 2015 een deel van de betaalde alimentatie niet meer aftrekken en dat zal hen tot meer dan 100 euro per maand koste. Dat schrijft de Telegraaf.

Ouders die gescheiden zijn en kinderalimentatie betalen, ontvangen geen kinderbijslag. Een deel van de betaalde alimentatie kan echter wel afgetrokken worden. Vanaf 2015 is dit niet meer mogelijk. Hierdoor zullen ook alleenstaande ouders met lage inkomens getroffen worden. Een ruime Kamermeerderheid staat achter deze wijziging, aldus de Telegraaf.

Aanpassing alimentatie

Volgens minister Asscher kunnen gescheiden ouders de gevolgen verzachten door het bedrag van de alimentatie te verminderen. Advocaat Rob van Coolwijk is echter van mening dat minister Asscher deze conclusie wel erg makkelijk trekt. Ouders die de alimentatie ontvangen willen namelijk niet dat het bedrag van de alimentatie zomaar verminderd wordt. Voor een herberekening zullen de gescheiden ouders naar de rechter stappen.

Van Coolwijk geeft ook aan dat kinderen last zullen krijgen van deze nieuwe maatregel die per 2015 zal ingaan. Ouders zullen namelijk vaker ruzie krijgen over het geld. Door echter in overleg te blijven zullen de nadelige gevolgen verminderderen, aldus de Telegraaf.

Fiscus mag gegevens KLPD gebruiken voor opleggen LB-naheffingsaanslagen

Rechtbank Zeeland – West-Brabant heeft geoordeeld dat een werknemer niet heeft bewezen dat hij minder dan 500 privé km’s... Lees meer >

Rechtbank Zeeland – West-Brabant heeft geoordeeld dat een werknemer niet heeft bewezen dat hij minder dan 500 privé km’s met de auto van de zaak heeft gereden. De inspecteur mag voor het opleggen van de naheffingsaanslagen gebruik maken van de gegevens van het KLPD.

Aan de werknemer is een auto ter beschikking gesteld door zijn werkgever. De werknemer beschikt over een Verklaring geen privégebruik auto. Uit een onderzoek van de inspecteur blijkt echter dat er hiaten zitten in de rittenadministratie. Zo blijkt uit gegevens van het KLPD dat de auto van de werknemer meerdere malen op de A2 is gesignaleerd, terwijl hij volgens zijn rittenadministratie op die momenten ergens anders met de auto had gereden, of geheel niet met de auto had gereden. De inspecteur legt LB-naheffingsaanslagen op aan de werknemer. De man stelt echter dat het gebruik van (foto)camerabeelden van het KLPD in strijd is met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wet BP).

Rechtbank Zeeland – West-Brabant oordeelt dat het niet in strijd met de Wet BP is dat het KLPD camerabeelden aan de inspecteur verstrekt. De rechtbank wijst er hierbij op dat het KLPD op grond van art. 55 AWR verplicht is tot het verstrekken van de camerabeelden. Volgens de rechtbank heeft de werknemer niet het bewijs geleverd dat met de auto minder dan 500 km privé is gereden. Ook is het systeem van kentekenherkenning volgens de rechtbank niet in strijd met het EVRM, zodat de inspecteur gebruik mag maken van deze gegevens voor het opleggen van de boete. De aanslagen en de boetes blijven in stand.

Terechte naheffing bij werkgever ook al was loonadministratie uitbesteed

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de naheffing bij een exploitant van een taxibedrijf terecht is ook al was de loonadministratie... Lees meer >

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de naheffing bij een exploitant van een taxibedrijf terecht is ook al was de loonadministratie door haar uitbesteed. De ondernemer stelt vergeefs dat de inspecteur het administratiekantoor had moeten aanspreken voor de te weinig geheven premies.

De loonaangiften van het taxibedrijf worden verzorgd door een administratiekantoor. In geschil is de eind 2012 aan het taxibedrijf opgelegde naheffingsaanslag loonheffingen, waarbij de te weinig door haar afgedragen premie werknemersverzekeringen is gecorrigeerd. Volgens de exploitant zat in de software van het administratiekantoor een fout waardoor te weinig premie is betaald.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de naheffing bij het bedrijf terecht is ook al was de loonadministratie door haar uitbesteed. Het taxibedrijf stelt vergeefs dat de inspecteur het administratiekantoor had moeten aanspreken voor de te weinig geheven premies. Het maakt ook niet uit dat de exploitant van het taxibedrijf zelf enige keren met de Belastingtelefoon heeft gebeld met de vraag waarom de premie vanaf 2005 ineens veel lager was. De vraag is namelijk onvoldoende specifiek om aan het antwoord enig vertrouwen te kunnen ontlenen. De ondernemer beklaagt zich ook vergeefs over de duur van het boekenonderzoek. Weliswaar is de duur van bijna twee en half jaar gelet op de correctie ongewoon lang, doch dit is reeds gecompenseerd doordat slechts heffingsrente is berekend tot 1 juli 2010. Het beroep van de ondernemer is ook voor het overige ongegrond.

Kinderbijslag niet inkomensafhankelijk

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken is er geen voorstander van om kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken. Ook de AOW... Lees meer >

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken is er geen voorstander van om kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken. Ook de AOW moet onafhankelijk blijven van het inkomen van de ontvanger, vindt de PvdA-minister.

Volgens hem is er ”veel voor te zeggen” dat ook middeninkomens blijven profiteren van overheidsvoorzieningen als de kinderbijslag en dat alle ouderen recht houden op AOW. Dat zorgt voor ”cement in het sociaal stelsel”.

Asscher zei dit donderdag in het debat over zijn plan om te snijden in de financiële regelingen voor ouderen met kinderen. Het aantal kindregelingen wordt verlaagd van 11 naar 4. Dat levert een bezuiniging op van 500 miljoen euro.

Kinderbijslag afhankelijk maken

GroenLinks en SP zien niets in het wetsvoorstel. Zij willen dat kinderbijslag inkomensafhankelijk wordt. Dat zou veel geld opleveren. Ook PvdA-leider Diederik Samsom heeft in het verleden wel eens geopperd om kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken.

Ook het CDA wijst de ingrepen in de kindregelingen af. Deze partij stelt voor de bezuinigingen deels terug te draaien, maar krijgt daarvoor geen meerderheid. Het kabinet sloot eind vorig jaar een akkoord over de bezuiniging op de kindregelingen met de bevriende oppositiefracties D66, ChristenUnie en SGP. Het wetsvoorstel kan daardoor op brede steun rekenen, ook in de Senaat, waar de regeringscoalitie geen meerderheid heeft.

Asscher deelt niet de zorg van CDA-Kamerlid Pieter Heerma dat het korten op de kindregelingen zal leiden tot minder geboortes. De minister wees erop dat Nederland een gunstiger geboortecijfer heeft dan Duitsland en België. Heerma had er juist op gewezen dat deze buurlanden meer geld uitgeven aan gezinnen.

Onterechte toepassing 21%-tarief

Volgens Vereniging van Eigenaren (VvE) betalen huiseigenaren vaak teveel btw voor verbouwingen en karweitjes aan de tuin. Dit komt... Lees meer >

Volgens Vereniging van Eigenaren (VvE) betalen huiseigenaren vaak teveel btw voor verbouwingen en karweitjes aan de tuin. Dit komt doordat onder onderhouds- en renovatiebedrijven een verkeerd btw-percentage berekenen voor de door hen verleende diensten.

6%-Tarief

De onderhouds- en renovatiebedrijven kunnen in plaats van het 21%-tarief gebruikmaken van het tijdelijk lage btw-tarief van 6%, zo meldt de Telegraaf. Daarnaast kunnen ook schoonmakers en schilders gebruikmaken van het lagere btw-tarief. Dit is echter voor velen onbekend.

Kees Oomen, directeur van VvE Belang, meldt dat het van belang is dat iedereen de facturen goed controleert nu dit soms wel duizenden euro’s kan schelen.

Aangifte inkomstenbelasting 2013 voor ondernemers: de ondernemersaftrek uitgelegd in een korte video

Het is weer tijd voor de aangifte inkomstenbelasting. Eén van de onderwerpen waar veel vragen over worden gesteld, is... Lees meer >

Het is weer tijd voor de aangifte inkomstenbelasting. Eén van de onderwerpen waar veel vragen over worden gesteld, is de ondernemersaftrek. In een video geeft de Belastingdienst uitleg daarover.

Hebt u recht op ondernemersaftrek, of denkt u daarvoor in aanmerking te komen? In een korte video legt de Belastingdienst uit wanneer u recht hebt op de ondernemersaftrek en hoe u de aftrek opgeeft in de aangifte. Of bekijk deafbeelding met uitleg op ondernemersplein. U vindt de video ook op het YouTube-kanaal.

Welke dieetkosten zijn aftrekbaar?

Welke dieetkosten aftrekbaar zijn verschilt per jaar. Dus ook als u al eerder dieetkosten mocht aftrekken, kan het nodig... Lees meer >

Welke dieetkosten aftrekbaar zijn verschilt per jaar. Dus ook als u al eerder dieetkosten mocht aftrekken, kan het nodig zijn dit te controleren.

Per aandoening en bijbehorend dieet geldt een vast aftrekbaar bedrag. Het volledige overzicht vindt u op de website van de Belastingdienst.

Als u meerdere diëten volgt, mag u de aftrekposten niet zomaar bij elkaar optellen. Dat mag alleen wanneer u voor hetzelfde ziektebeeld verschillende diëten volgt. In de meeste gevallen mag u alleen het hoogste bedrag meetellen. De Belastingdienst kan u vragen een dieetbevestiging van uw huisarts of diëtist op te sturen. Dit is een formulier dat u kunt downloaden via de site van de Belastingdienst of kunt aanvragen via de Belastingtelefoon: 0800-0543

Jurisprudentie over verlengde navorderingstermijn geldt niet voor binnen reguliere termijn opgelegde navorderingsaanslagen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde onlangs in navolging van de rechtbank dat de jurisprudentie over de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde onlangs in navolging van de rechtbank dat de jurisprudentie over de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is nu de navorderingsaanslagen binnen de vijfjaarstermijn opgelegd zijn. 

Aan belanghebbende zijn navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd over de jaren 2003 tot en met 2009 met boeten en beschikkingen heffingsrente. Dit is verband met het aanhouden van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is de jurisprudentie over de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing nu de navorderingsaanslagen binnen de vijfjaarstermijn opgelegd zijn. Verder oordeelt het hof dat een informatiebeschikking niet is vereist wanneer zoals in dit geval reeds voor 1 juli 2011 de bewijslast was omgekeerd. Het hof oordeelt dat de identificatie van belanghebbende als houder van een bankrekening bij Van Lanschot op de juiste wijze is geschied. Bij de schatting van de saldi van belanghebbende is de inspecteur op basis van informatie van meewerkers uitgegaan van een vermogenstoename van 23,5% per jaar. Nu de inspecteur geen informatie heeft gegeven over de personen uit deze vergelijkingsgroep en de aard van hun rekeningen, acht het hof het niet juist om ook een vermogenstoename van 23,5% toe te passen bij belanghebbende (die ouder is dan 65 jaar en beschikt over een rekening die voornamelijk bestond uit obligaties).

Het hof vermindert verder de boeten wegens overschrijding van de redelijke termijn. Wegens de samenhang tussen de verschillende zaken geldt de aankondiging van de eerste boetebeschikking ook als criminal charge voor alle latere boetebeschikkingen. Het hof oordeelt ten slotte dat het verzoek om een dwangsom niet onredelijk laat is gedaan. De inspecteur verbeurt slechts eenmaal een dwangsom van € 1.260 omdat alle beschikkingen één zaak vormen.

Belastingdienst treuzelt: navorderingsaanslagen vervallen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt anders dan de rechtbank eerder dat de belastinginspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen onvoldoende voortvarend... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt anders dan de rechtbank eerder dat de belastinginspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. 

Aan een belastingplichtige zijn navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1996 en vermogensbelasting 1997 met verhogingen opgelegd. Dit is gebeurd in het kader van het zogenoemde project Bank Zonder Naam.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt, anders dan de rechtbank eerder, dat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Tussen de ontvangst van de gegevens door de FIOD in februari 2005 en de vaststelling van de navorderingsaanslagen in december 2008 is een aantal fases te onderscheiden. Het hof acht zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet duidelijk waarom de zogeheten onderzoeksfase meer dan een jaar heeft moeten duren.

Conclusie is dat de inspecteur niet de vereiste voortvarendheid in acht heeft genomen. De redelijke termijn van beslechting van belastinggeschillen is echter niet overschreden. Het hof neemt hierbij onder meer in aanmerking dat er sprake is van een complexe zaak en dat de zaak is aangehouden in afwachting van een beslissing van het Europese Hof van Justitie over de toelaatbaarheid van de verlengde navorderingstermijn.

Lager privégebruik auto voor tapijtenlegger

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het beroep van een tapijtenlegger tegen een IB-navorderingsaanslag met een correctie privégebruik auto deels gegrond verklaard.... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het beroep van een tapijtenlegger tegen een IB-navorderingsaanslag met een correctie privégebruik auto deels gegrond verklaard. Rechtbank Gelderland had eerder de inspecteur in het gelijk gesteld, maar het hof oordeelt in hoger beroep dat de verlengde en extra hoge bestelauto gelet op de uiterlijke verschijningsvorm, alsmede de aard en de inrichting met vaste schappen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.

Een man verkoopt vloerbedekking en legt deze bij eigen cliënten. Daarnaast legt hij bij cliënten van derden. De man gebruikt in 2010 achtereenvolgens drie bestelauto’s. Voor geen van de auto’s is een km-administratie bijgehouden. In geschil is de IB-navorderingsaanslag met een correctie privégebruik auto van € 11.894. Het betreft primair een Mercedes Benz Sprinter 906 die de man vanaf medio 2010 least. De laadruimte is speciaal geschikt voor het vervoer van rollen kamerbreedtapijt.

Rechtbank Gelderland stelt de inspecteur in het gelijk. De tapijtenlegger gaat in hoger beroep. De inspecteur stelt dat als hij in het ongelijk wordt gesteld, hij zich beroept op interne compensatie met betrekking tot de andere auto’s.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de verlengde en extra hoge bestelauto gelet op de uiterlijke verschijningsvorm, alsmede de aard en de inrichting met vaste schappen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Het maakt niet uit dat in de cabine meerdere personen kunnen zitten. Het beroep van de inspecteur op interne compensatie is slechts deels gegrond. Van één auto is namelijk niet komen vast te staan dat die tot het ondernemingsvermogen heeft behoord. Van de andere auto is onvoldoende vast komen te staan of deze auto naar aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt was voor het vervoer van goederen. Alleen voor deze auto is de bijtelling privégebruik ad € 3.150 terecht. Het beroep van de tapijtenlegger is deels gegrond.

Te veel arbeidskorting ontvangen

Sinds 2009 zijn de arbeidskorting en de algemene heffingskorting steeds meer inkomensafhankelijk gemaakt. Mensen die een inkomen hebben boven... Lees meer >

Sinds 2009 zijn de arbeidskorting en de algemene heffingskorting steeds meer inkomensafhankelijk gemaakt. Mensen die een inkomen hebben boven de € 40.248 krijgen minder arbeidskorting ten opzichte van vroeger. Op dit extra inkomen wordt een korting van 4% toegepast.

Voor werknemers die een inkomen hebben van meer dan 65.000 euro per jaar, kan het zijn dat zij over 2013 tot maximaal 1.173 euro aan ontvangen arbeidskorting terug moeten betalen, zo meldt het Elsevier Salarisnet.

Bonussen/eindejaarsuitkering

Voorheen werd de arbeidskorting door de werkgever automatisch ingehouden op het maandelijkse loon. Deze inhouding zegt echter niets over de extra beloningen. Als een werknemer namelijk een bonus of een eindejaarsuitkering ontvangt, dan wordt er geen rekening gehouden met de arbeidskorting.

Gevolgen

Het gevolg hiervan is dat er bij de belastingaanslag alsnog een verrekening plaatsvindt. ‘Mensen moeten dus nu het verschil tussen de als genoten arbeidskorting en de berekende arbeidskorting bijbetalen. Wij roepen mensen die meer dan € 40.000,- verdienen daar goed rekening mee te houden’, zegt Tamara Tamis, coördinator van de FNV Belastingservice. ‘Om te voorkomen dat je verrast wordt is het dus zaak de belastingaangifte goed te controleren, want het bedrag kan oplopen tot € 1.173.’

Belastingdienst begint proef met speciale app voor belastingaangifte

Ruim 200.000 mensen kunnen dit jaar hun belastingaangifte doen op hun tablet. De Belastingdienst begint zaterdag een proef met... Lees meer >

Ruim 200.000 mensen kunnen dit jaar hun belastingaangifte doen op hun tablet. De Belastingdienst begint zaterdag een proef met een speciale app voor de belastingaangifte. De fiscus maakt het echter niet makkelijk. Alleen mensen van wie de aangifte al vooraf correct is ingevuld door de Belastingdienst, kunnen de app gebruiken, zo maakte de dienst eind februari bekend.

De Mijn aangifte-app is bedoeld voor tablets van Apple en Android en is dus voor de meest simpele aangifte van de inkomstenbelasting. Deze aangifte is al vooraf ingevuld door de Belastingdienst.

Gebruikers van wie de aangifte niet goed blijkt te zijn ingevuld, zijn alsnog aangewezen op de digitale aangifte via de website. ‘Helaas kunnen aangiftes niet worden gewijzigd of aangevuld in de app. Dat kan onhandig zijn, maar daarom doen we ook een proef met een beperkt aantal mensen’, aldus een woordvoerder van de Belastingdienst.

Van de ruim 2 miljoen vooraf ingevulde aangiftes, kunnen 200.000 nu worden verstuurd via de app. Voor de proef geldt ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. De eerste 200.000 mensen die voldoen aan de voorwaarden, kunnen de app vanaf zaterdag downloaden.

Oud-staatssecretaris van Financiën Frans Weekers kondigde in november aan dat de Belastingdienst de app aan het testen was. Hij zei toen echter dat de app waarschijnlijk nog niet gebruikt zou kunnen worden voor de aangifte van 2013. ‘Na een succesvolle test is het toch gelukt om de app op tijd af te krijgen’, meldde de woordvoerder van de Belastingdienst. ‘Of ook de proef succesvol is, kunnen we zeggen na de evaluatie in april.’

Nog weinig klachten over ‘oldtimertaks’

De nieuwe fiscale regelingen voor oldtimers hebben nog niet geleid tot een klachtenregen bij de belastingen. Bij de fiscus... Lees meer >

De nieuwe fiscale regelingen voor oldtimers hebben nog niet geleid tot een klachtenregen bij de belastingen. Bij de fiscus zijn tot dusver ”enkele tientallen” bezwaarschriften binnengekomen, stelde een woordvoerder van de Belastingdienst woensdag.

Wegenbelasting

Veel bezitters van oudere wagens moeten sinds begin dit jaar wegenbelasting betalen. Het nieuwe beleid zou al hebben geleid tot een flinke stijging in de export van de voertuigen, maar nog niet tot een storm van klachten bij de fiscus.

”Het aantal valt mee”, erkende de zegsman van de fiscus. De bezwaarschriften zijn volgens hem afkomstig van ”mensen die het niet eens zijn met de regeling”. De Belastingdienst kan niet zeggen hoe kansrijk de klagers zijn.

Vrijstelling

Volgens de nieuwe regels geldt een vrijstelling van wegenbelasting pas bij auto’s van 40 jaar of ouder. Tussen de 26 en 40 jaar geldt voor benzineauto’s een overgangsregime met een maximaal tarief van 120 euro per jaar. Van december tot en met februari is rijden dan verboden. Dat laatste gaat in december in. Voor auto’s die op lpg of diesel rijden, moet voortaan de volle mep betaald worden aan wegenbelasting totdat het voertuig 40 jaar is.

KB-Lux spaarders moeten verplicht informatie verstrekken

KB-Lux In het jaar 2000 heeft de Nederlandse staat informatie ontvangen van de Belgische overheid betreffende Nederlanders die een... Lees meer >

KB-Lux

In het jaar 2000 heeft de Nederlandse staat informatie ontvangen van de Belgische overheid betreffende Nederlanders die een rekening houden bij de Kredietbank Luxembourg. Volgens het FD gaat het hierbij om banktegoeden die niet aan de Nederlandse Belastingdienst opgegeven waren.

Naar aanleiding hiervan heeft de Belastingdienst een onderzoek gedaan naar de rekeninghouders. Sommige rekeninghouders hebben alsnog informatie verstrekt over hun banktegoeden. Echter, een kleine groep (vermoede) rekeninghouders heeft geweigerd informatie te verstrekken, aldus het FD.

Civiel

Volgens de civiele kamer van het Hof Amsterdam zijn de vermoede rekeninghouders verplicht om alsnog informatie te verstrekken aan de Belastingdienst. Dit is ook verplicht indien zij banktegoeden houden bij andere banken. De verplichting geldt voor rekeninghouders die sinds 31 januari 1994 een rekening houden. Indien zij niet aan de opgelegde verplichting voldoen, kan een dwangsom worden opgelegd.

Belastingen

Ook geeft het Hof aan dat de verkregen informatie alleen gebruikt mogen worden voor het heffen van belastingen. De verkregen informatie mag niet voor een strafprocedure gebruikt worden waar ”criminal charge” aan de orde is, aangezien dat in strijd met artikel 6 van het EVRM zou zijn, zo schrijft het FD.

Daarnaast oordeelt het hof dat alle verkregen informatie (mondeling en schriftelijk) wilsafhankelijk materiaal is.

De belangrijkste aftrekposten

Aangifte doen vervelend? Niet als het een leuke meevaller oplevert. Allerlei kosten komen voor belastingaftrek in aanmerking. Doe er... Lees meer >

Aangifte doen vervelend? Niet als het een leuke meevaller oplevert. Allerlei kosten komen voor belastingaftrek in aanmerking. Doe er uw voordeel mee

WERK
Auto van de zaak
Rijdt u in een auto van uw werkgever, dan moet uw werkgever een bedrag bij uw inkomen optellen, vanwege het voordeel van het privégebruik van die wagen. Deze bijtelling is doorgaans 25 procent van de catalogusprijs van de auto, maar kan lager zijn bij milieuvriendelijke auto’s. Betaalt u de werkgever een vergoeding voor privégebruik, dan wordt de bijtelling verminderd met dit bedrag.
Zelfstandigen met een bedrijfsauto kunnen soms de gemaakte reiskosten aftrekken. Kijk opwww.belastingdienst.nl voor de voorwaarden (zoek op werk en inkomen en dan auto van uw -eigen bedrijf).

TIP: 
Schuiven levert geld op
Als u samen met uw partner de jaarlijkse aangifte invult, kunt u op de laatste pagina’s aftrekposten over uw beide aangiften verdelen. Meestal is het voordelig de grote posten, zoals de hypotheekrente, af te trekken bij degene die in het hoogste belastingtarief valt. Zo levert zo’n post het meeste voordeel op. U mag alleen niet de hypotheekrente aftrekken bij de één en het eigenwoningforfait optellen bij het inkomen van de ander.

 

Studiekosten
In 2013 mogen alleen nog de kosten worden afgetrokken die verplicht en noodzakelijk zijn voor een opleiding. En het moet om een studie of cursus gaan die gericht is op een (toekomstig) beroep. Een laptop die u aantoonbaar nodig hebt voor een opleiding, mag u in drie jaar aftrekken, steeds voor 30 procent per jaar. De laatste 10 procent is dus voor eigen rekening. De drempel voor de studiekosten-aftrek is voor 2013 verlaagd van €500 naar €250. De maximale aftrek is €15.000. 

Woon-werkverkeer
Wie met zijn eigen auto of fiets naar het werk gaat, kan niets aftrekken. Wel mag de werkgever in 2013 een onbelaste kilometervergoeding geven van maximaal 19 cent per kilometer.
Gaat u regelmatig (minimaal een dag in de week en minstens veertig dagen per jaar) per openbaar vervoer naar uw werk, dan mag u een vast bedrag aftrekken van uw inkomen. Wel moet een enkele reis meer dan 10 kilometer bedragen. Reist u bijvoorbeeld 15 kilometer met het openbaar vervoer, dan mag u in 2013 €436 aftrekken. Dit loopt op tot €2036 bij een enkele reis van 80 kilometer of meer. Krijgt u een reisvergoeding van uw werkgever, dan moet u die er weer van aftrekken. Wie deels met eigen vervoer en deels met openbaar vervoer reist, mag het ov-gedeelte aftrekken. 

TIP: 
Minderjarige kinderen als mogelijke aftrekpost    
Wie kinderen jonger dan 21 jaar onderhoudt, mag een deel van de kosten aftrekken als er geen recht is op kinderbijslag of studiefinanciering. De minimale bijdrage moet €408 per kwartaal zijn. De aftrek loopt op: van €295 per kwartaal voor kinderen onder 6 jaar tot €415 voor 12- tot 18-jarigen. 
Boven de 18 komt de aftrek op €355 per kwartaal. Dit kan verhoogd worden tot €710 euro als u meer dan de helft van de kosten van levensonderhoud van het kind betaalt. 

ZIEKTE & ZORG
Specifieke zorgkosten
Wie specifieke zorgkosten wil aftrekken, moet stevig aan het -rekenen slaan. U moet namelijk een tamelijk hoog drempelbedrag halen. Pas boven dat bedrag is aftrek mogelijk. 
Met een inkomen dat lager is dan €33.555 mag u de zorgkosten verhogen met 40 procent, als AOW’er zelfs met 113 procent. Maar dit totaal is slechts deels aftrekbaar, er geldt een drempel van 1,65 procent van uw inkomen. Alleen de kosten die overblijven na aftrek van dit drempelbedrag komen voor belastingaftrek in aanmerking. En u mag enkel de kosten in rekening brengen die uw zorgverzekeraar niet vergoedt. Ook premies voor zorgverzekeringen zijn niet aftrekbaar.

Aftrekbare zorgkosten
Dit is een greep uit de kosten die u kunt opvoeren. Voor de volledige lijst gaat u naar www.belastingdienst.nl (zoek op -relatie, familie en gezondheid en dan op aftrek ziektekosten). Bekijk hoe u snel geld kunt terugkrijgen. 
• Ziekenhuisverblijf, genees- en heelkundige hulp. Deze kosten komen alleen in aanmerking bij -verwijzing door een arts. 
• Voorgeschreven medicijnen.
• Bepaalde hulpmiddelen zoals steunzolen, een kunstgebit en prothesen, blindengeleide-hond, rolstoel en traplift. Plus het onderhoud, de reparatie en verzekering hiervan.
• Aanpassingen aan een woning of auto, alleen op medisch voorschrift. Bij een huis is het aftrekbare bedrag afhankelijk van de waarde waarmee de woning eventueel stijgt. Bij een grondige verbouwing die leidt tot een waardestijging is niet het -volledige bedrag aftrekbaar. 
• Dieet op voorschrift van een dokter of diëtist. Het bedrag dat mag worden afgetrokken, verschilt per jaar. Dus ook als u vorig jaar kosten mocht opvoeren, kan het nodig zijn dit te controleren. Per aandoening en bijbehorend dieet geldt een vast aftrekbaar bedrag. Voor een natriumarm dieet in verband met een nierziekte of hartfalen geldt bijvoorbeeld een aftrekpost van €100.  

Extra gezinshulp
Uitgaven voor een gezinshulp wegens ziekte of invaliditeit zijn aftrekbaar. Wel moet u duidelijke rekeningen of kwitanties kunnen overleggen, voorzien van de naam en adresgegevens van de gezinshulp of van de hulpverlenende instantie, de gewerkte data enzovoort. U mag alleen het deel van de uitgaven meetellen dat boven een bepaalde drempel uitkomt. Deze is afhankelijk van uw inkomen. 

Extra kleding en beddengoed
De vaste aftrek hiervoor is €310 en de extra uitgaven moeten het gevolg zijn van een ziekte of handicap die minstens een jaar duurt. Kunt u aantonen dat de kosten meer waren dan €620? Dan mag u €775 meetellen. Deze bedragen gelden per persoon en voor een heel jaar.

 

Reiskosten en ziekenbezoek
Dit geldt alleen voor iemand die aan het begin van de ziekte samen met de zieke een huishouding voerde. Het bezoek moet ‘regelmatig’ zijn en de zieke moet langer dan een maand zijn verpleegd. Bij meerdere opnames per jaar gelden weer andere regels. U mag dan alleen kosten opvoeren als de zieke in totaal langer dan een maand is verpleegd voor dezelfde aandoening. Verder mag er tussen de ‘verpleegperioden’ niet langer dan vier weken zitten en moet de reisafstand voor een enkele reis meer zijn dan 10 kilometer. Voor autokilometers geldt een vast bedrag van 19 cent per kilometer. Voor ov- of taxikosten gelden de werkelijke reiskosten. 

Niet (meer) aftrekbaar
 -De kosten die onder het verplichte eigen risico van €350 vallen.
 –Kosten die vallen onder een vrijwillig eigen risico.
 -De wettelijke eigen bijdrage aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

TIP: 
Lager belastingtarief door middeling 
Als de hoogte van uw inkomen door de jaren heen nogal schommelt, bijvoorbeeld omdat u met pensioen bent gegaan of werkloos bent geraakt, kan het voordelig zijn de belasting over de afgelopen drie aaneengesloten jaren te ‘middelen’. Zo smeert u inkomsten uit jaren met een hoog tarief, bijvoorbeeld 52 procent, uit over één of meer jaren waarin u in een lager tarief valt. 
Dit mag ook als u over 2012 en 2011 al aangifte hebt gedaan. Verzoek de Belastingdienst om middeling en stuur een rekensom mee. Het voordeel wordt alleen terugbetaald als het verschil tussen de verschuldigde en berekende belasting groter is dan €545. U loopt geen risico: pakt de rekensom voor u niet gunstig uit, dan wijst de Belastingdienst uw verzoek af. Uw middelingsverzoek moet u wel doen binnen 36 maanden nadat alle aanslagen over de drie middelingsjaren zijn vastgesteld.

Nieuwe hypotheken
De regeling voor aftrek van de hypotheekrente is gewijzigd. Hebt u op of na 1 januari 2013 een hypotheek afgesloten, dan mag u de rente alleen aftrekken als u gedurende de looptijd van de lening maandelijks aflost. Dat aflossen moet binnen dertig jaar gebeuren. Een uitzondering op deze aflossingsplicht geldt bijvoorbeeld als u een starterslening afsluit of een -bestaande hypotheek oversluit. En voor spaarhypotheken en bankspaarhypotheken gelden andere regels.

Oude hypotheken
Voor hypotheken die vóór 2013 zijn afgesloten verandert er weinig. U bent niet verplicht af te lossen en de rente is aftrekbaar, althans voor maximaal dertig jaar. Werd de lening afgesloten vóór 1 januari 2001, dan gaat deze termijn van dertig jaar in op 1 januari 2001.

TIP: 
Snel verdiend extraatje 
Wie slim met bedragen schuift, kan zorgen dat de partner met het laagste inkomen €45 moet betalen aan de fiscus. Volgens de belastingregels worden aanslagen onder de €46 kwijtgescholden, dus krijgt u die €45 van de Belastingdienst cadeau.

Verbouwing
Hebt u in 2013 een bestaande hypotheek verhoogd, bijvoorbeeld voor een verbouwing, dan bent u verplicht die extra lening maandelijks af te lossen. Alleen dan kunt u de rente aftrekken.

 

Dubbele lasten
Wie tijdelijk twee huizen heeft, bijvoorbeeld omdat het oude te koop staat, mag de hypotheekrente van de leegstaande woning ook in 2013 maximaal drie jaar lang aftrekken.

Rest-schuld
Hebt u na verkoop van uw vorige woning een restschuld, dan mag u de rente en de kosten hierover nog tien jaar aftrekken. Voorwaarde is dat de restschuld ontstond bij verkoop van het huis na 28 oktober 2012.

TIP: 
Giften aan een goed doel zijn aftrekbaar
Wie geld geeft aan een goed doel, mag een deel aftrekken van zijn inkomen. Uw gift moet wel terechtkomen bij een instelling die op de ANBI-lijst geregistreerd staat: de algemeen nut beogende instellingen. ANBI-instellingen leveren geen tegenprestatie aan de gever. Een loterij voor goede doelen valt daar dus niet onder: wie een lot koopt, maakt kans geld te winnen. Alleen giften boven een bepaald drempelbedrag mag u aftrekken. 
Er zijn gewone giften en periodieke giften. De gewone zijn pas aftrekbaar als zij hoger zijn dan 1 procent van uw drempelinkomen. Bovendien moet er per keer meer dan €60 geschonken worden. Er is ook een bovengrens: giften zijn aftrekbaar tot maximaal 10 procent van het drempelinkomen.
Periodieke giften moeten in 2013 worden vastgelegd in een akte bij de notaris en hebben een looptijd van minstens vijf jaar. Voordeel is dat de hele gift aftrekbaar is. Vanaf 2014 is zo’n akte niet meer nodig. Dat scheelt notariskosten. Zie hiervoor ook de laatste pagina van deze special, met de belangrijkste veranderingen voor uw aangifte over 2014.

Eigenwoningforfait
Tegenover de renteaftrek staat een belasting voor het bezit van een eigen huis, het eigenwoningforfait. Deze heffing is hoger naarmate de WOZ-waarde van de woning toeneemt. In 2013 loopt het forfait op van 0,20 procent bij woningen met een waarde tussen €12.500 en €25.000, tot 0,60 procent bij huizen tot €1.040.000. Heeft uw huis bijvoorbeeld een WOZ-waarde van €279.000, dan is uw eigenwoningforfait €1674.

TIP   
In 2013 zijn in een aantal -gemeenten de WOZ-waarden opnieuw vastgesteld, en soms lager geworden. Kijk dus even op de aanslag naar de nieuwe WOZ-waarde. Het kan u -belasting schelen.

TIP: 
Nu lijfrente aftrekken, straks meer pensioen
Als u uw pensioen aanvult, bijvoorbeeld door middel van een lijfrente, mag u de premie hiervoor gedeeltelijk aftrekken van het inkomen in box 1. Bij een lijfrentespaarrekening kunt u de storting hierop deels aftrekken. Om hoeveel aftrek het gaat, hangt van uw jaarruimte af. Die is weer afhankelijk van uw pensioentekort. Via www.belastingdienst.nl kunt u de jaarruimte zelf berekenen (zoek op rekenhulp lijfrentepremie). Hebt u de jaarruimte van voorgaande jaren niet helemaal opgesoupeerd? Dan mag u die vaak alsnog gebruiken.

Belastingdienst breidt vooraf ingevulde aangifte uit

Vanaf 1 maart stelt de Belastingdienst voor miljoenen Nederlanders de vooraf ingevulde belastingaangifte ter beschikking. Dit jaar is de... Lees meer >

Vanaf 1 maart stelt de Belastingdienst voor miljoenen Nederlanders de vooraf ingevulde belastingaangifte ter beschikking. Dit jaar is de aangifte voor ongeveer zes miljoen particulieren volledig vooraf ingevuld. Voor ongeveer vier miljoen mensen is de aangifte gedeeltelijk ingevuld.

Nieuw is dat de fiscus dit jaar ook de aftrekbare premies arbeidsongeschiktheidsverzekeringen vooraf invult. Mensen hoeven de aangifte alleen nog maar te controleren, wijzigen of aan te vullen en deze uiterlijk 1 april 2014 in te dienen. 

De service- en controlethema’s van dit jaar zijn zorgkosten zoals dieetkosten en medicijnen, hypotheekverhoging, persoonsgebonden budget, gastouders, giften en vermogen in het buitenland. Net als vorig jaar heeft de Belastingdienst meerdere service- en controlethema’s. Over deze thema’s krijgen de mensen die daarmee te maken hebben, extra informatie via een brief. Daarin wordt meer uitleg gegeven over onderwerpen uit de aangifte waarbij relatief vaak fouten worden gemaakt bij het invullen.

Aangifte-app

Dit jaar stelt de Belastingdienst voor het eerst een aangifte applicatie beschikbaar voor de tablet: de Mijn aangifte-app. Het is een proef. De app is in eerste instantie alleen geschikt voor de  eenvoudige aangifte, die volledig vooraf is ingevuld en waarin niets gewijzigd of aangevuld hoeft te worden. Na de aangifteperiode wordt de proef geëvalueerd. De app is vanaf 1 maart maximaal 200.000 keer te downloaden.

Zo snel mogelijk duidelijkheid

Belastingplichtigen die vóór 1 april a.s. aangifte doen, krijgen in veel gevallen al voor 1 juli een definitieve aanslag. Vorig jaar ontvingen ruim 2,4 miljoen mensen voor 1 juli  een definitieve aanslag in plaats van eerst een voorlopige. Ook dit jaar is zo snel mogelijk duidelijkheid bieden een belangrijk streven van de Belastingdienst.

Welke gegevens vult de fiscus zoal vooraf in?

• Loon, uitkeringen, pensioenen 
• De meeste heffingskortingen 
• Hypotheeksaldo en hypotheekschuld en WOZ-waarde van de eigen woning 
• Gegevens van overige onroerende zaken in Nederland 
• Ingehouden dividendbelasting 
• Lijfrentepremies 
• Ontvangen studiefinanciering en de studieperiode 
• Banksaldi en spaartegoeden 
• Waarde effectenportefeuilles 
• Leningen en andere schulden 
• Buitenlandse (Belgische en Duitse) pensioenen 
• Premies AOV (Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) 
• Buitenlandse rekeningen 
• De naam van degene van wie u een persoonsgebonden budget ontvangt

Rutte: geen hogere autobelasting

Het kabinet gaat de belastingen voor autobezitters niet verhogen als de verhoging op accijnzen van lpg en diesel moet... Lees meer >

Het kabinet gaat de belastingen voor autobezitters niet verhogen als de verhoging op accijnzen van lpg en diesel moet worden teruggedraaid. Premier Mark Rutte zei dat op 21 februari in zijn persconferentie na de wekelijkse ministerraad.

De accijnsverhoging leidt tot grote problemen voor pomphouders en middenstanders in de grensstreek omdat mensen in Duitsland of België goedkoper gaan tanken en daar dan ook boodschappen inslaan of drank kopen. Verschillende oppositiepartijen willen dat het kabinet de maatregel nu terugdraait, maar het kabinet wil eerst 3 maanden aanzien hoe de effecten zich ontwikkelen.

PvdA-leider Diederik Samsom zei eerder dat de accijnsverhoging mogelijk vervangen kan worden door een verhoging van de motorrijtuigenbelasting. Maar volgens Rutte klopt het niet dat de PvdA ‘geld bij auto’s weg wil halen’. Wat hem betreft gebeurt dat zeker niet, omdat de automobilist al ,,behoorlijk belast wordt”. Het zou ‘onverstandig’ zijn om een oplossing voor het probleem van de weglekkende inkomsten door de accijnsverhoging te zoeken ‘in de sfeer van de auto’.

Rutte benadrukte dat het kabinet nog niet zo ver is om de maatregel terug te draaien. Die wordt in mei geëvalueerd. ‘We denken permanent na of er nog betere alternatieven zijn, maar op dit moment hebben we geen voornemens om de maatregel te herzien.’

Geen heffingsrecht Nederland over oude lijfrente-uitkeringen

Gerechtshof Den Bosch heeft in hoger beroep geoordeeld dat lijfrentepolissen van een in Thailand wonende man tijdens het pre-Brede-Herwaarderingsregime... Lees meer >

Gerechtshof Den Bosch heeft in hoger beroep geoordeeld dat lijfrentepolissen van een in Thailand wonende man tijdens het pre-Brede-Herwaarderingsregime zijn ontstaan, zodat zij ook onder de Wet IB 2001 geen bron van inkomen voor een buitenlands belastingplichtige zijn.

Aan de in Thailand wonende man is een IB-aanslag over 2010 opgelegd. In geschil is of de door hem ontvangen lijfrente-uitkeringen terecht belast zijn. Rechtbank Zeeland-West Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. De man gaat in hoger beroep.

Hof Den Boschoordeelt dat de lijfrentepolissen tijdens het pre-Brede-Herwaarderingsregime zijn ontstaan, zodat zij ook onder de Wet IB 2001 geen bron van inkomen voor een buitenlands belastingplichtige zijn. Het beroep van de man is gegrond. De aanslag wordt aldus verminderd. De inspecteur stelt vergeefs dat een proceskostenvergoeding achterwege kan blijven omdat door de adviseur van de man niet eerder naar voren is gebracht dat er sprake is van pre-Brede-Herwaarderingspolissen. De inspecteur heeft in de bezwaar- en (hoger) beroepsfase namelijk zelf zijn onderzoeksplicht verzaakt. Een proceskostenveroordeling mag alleen achterwege blijven als de noodzaak tot het instellen van het beroep uitsluitend is voortgevloeid uit de handelwijze van de in Thailand wonende man.

Fouten in Aangifte inkomstenbelasting 2013 voor ondernemers

In het programma Aangifte inkomstenbelasting 2013 voor ondernemers in het beveiligde gedeelte van onze internetsite (‘inloggen voor ondernemers’) zitten... Lees meer >

In het programma Aangifte inkomstenbelasting 2013 voor ondernemers in het beveiligde gedeelte van onze internetsite (‘inloggen voor ondernemers’) zitten fouten.

Als u bij ‘Ondernemingen’ kiest voor ‘Samenwerkingsverband’, moet u een RSIN van het samenwerkingsverband invullen. Het programma geeft dan de foutmelding ‘Dit is geen geldig RSIN/fiscaal nummer’. Om door te gaan met uw aangifte, vult u hier uw burgerservicenummer in. Dit moeten 9 cijfers zijn. Als uw burgerservicenummer minder cijfers heeft, vult u voor het nummer een 0 in.

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

Daarnaast zit er een fout zit in het overzicht bij het onderdeel ‘Tegemoetkoming specifieke zorgkosten’. De berekening van de tegemoetkoming geeft een onjuist resultaat, omdat bij deze berekening geen rekening wordt gehouden met de winst uit onderneming.

Programma wel gebruiken

U kunt het aangifteprogramma wel gebruiken. Voor de berekening van de aanslag gaat de Belastingdienst uit van de juiste gegevens en de juiste berekeningen.

Nieuwe versie 1e week van april

In de 1e week van april plaatst de Belastingdienst een nieuwe versie van het aangifteprogramma op het beveiligde gedeelte van onze internetsite waarin deze fouten zijn hersteld.

Belastingdienst waarschuwt voor valse e-mails

De Belastingdienst waarschuwt voor e-mails waarin gesuggereerd wordt dat de Belastingdienst en Intrum Justitia de afzenders zijn. Burgers en... Lees meer >

De Belastingdienst waarschuwt voor e-mails waarin gesuggereerd wordt dat de Belastingdienst en Intrum Justitia de afzenders zijn. Burgers en bedrijven die een mail hebben ontvangen wordt geadviseerd de mail weg te gooien en niet te klikken op links in de e-mail.

In de zogenaamde ‘phishingmail’ wordt de mensen gevraagd om een openstaande vordering zo snel mogelijk te betalen. Via een link in de mail kunnen de mensen online betalen. De Belastingdienst raadt aan om niet op de link te drukken en de e-mail te verwijderen, ook uit de prullenmand van hun computer.

De Belastingdienst benadrukt dat er nooit per e-mail of telefoon om een betaling wordt gevraagd en adviseert de mensen om privégegevens zoals DigiD en wachtwoord privé te houden.

Kabinet: hardere aanpak frauduleuze faillissementen

De mogelijkheden om via het strafrecht harder en effectiever op te treden tegen frauduleuze faillissementen worden verruimd. Dit blijkt... Lees meer >

De mogelijkheden om via het strafrecht harder en effectiever op te treden tegen frauduleuze faillissementen worden verruimd. Dit blijkt uit een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie waarmee de ministerraad heeft ingestemd. Het wetsvoorstel is onderdeel van het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht dat het faillissementsrecht grondig wil moderniseren om het ondernemersklimaat in Nederland gezond te houden.

De nieuwe regeling voorziet in een modernisering van de faillissementsdelicten in het Wetboek van Strafrecht. Deze modernisering vindt plaats in bijna alle bestaande strafbepalingen, met het oog op verbetering van de bruikbaarheid en verhoging van de effectiviteit. Ook worden enkele nieuwe strafbaarstellingen voorgesteld.

Fraudeurs ontspringen nu vaak de dans als de curator een lege boedel aantreft. Activa van de onderneming blijken voor het intreden van het faillissement al weggesluisd en er is opzettelijk geen administratie gevoerd. Dit maakt ‘terugrechercheren’ moeilijk. Om dit laakbare handelen, waarachter vaak ook andere fraude schuil gaat, beter te kunnen bestrijden komt er een aparte strafbaarstelling van overtreding van de administratieplicht bij faillissement met een maximum van twee jaar gevangenisstraf. Die strafbaarstelling biedt tevens een aanknopingspunt om de gang van zaken rond een faillissement te onderzoeken en eventuele fraudepraktijken bloot te leggen.

Verder stelt het kabinet voor frauduleus handelen strafbaar te stellen waardoor een onderneming in ernstige financiële problemen komt, zonder dat daadwerkelijk een faillissement is gevolgd. Dergelijk handelen wordt gestraft met twee jaar gevangenisstraf; is er sprake van persoonlijke verrijking, dan gaat de straf omhoog naar maximaal vier jaar gevangenisstraf. Dit maakt het ook mogelijk om met vroegtijdig strafrechtelijk ingrijpen een faillissement te voorkomen of in ieder geval de schade te beperken.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Rekenvoorschriften voor geautomatiseerde loonadministratie januari 2014

De Belastingdienst geeft tabellen uit waarmee inhoudingsplichtigen handmatig de in te houden loonbelasting/premie volksverzekeringen voor hun werknemers kunnen vaststellen.... Lees meer >

De Belastingdienst geeft tabellen uit waarmee inhoudingsplichtigen handmatig de in te houden loonbelasting/premie volksverzekeringen voor hun werknemers kunnen vaststellen.

Geatomatiseerde loonadministratie

Voor inhoudingsplichtigen met een geautomatiseerde loonadministratie is er een alternatief voor het gebruik van deze tabellen: formules voor de berekening van loonbelasting/premie volksverzekeringen. Deze formules voor het geautomatiseerd berekenen van loonbelasting/premie volksverzekeringen zijn in de onderhavige rekenvoorschriften 2014 opgenomen.

Als de rekenvoorschriften worden toegepast, moet de uitkomst hetzelfde zijn als wanneer de tabellen worden geraadpleegd. Dit betekent dus dat de bedragen in de tabellen bindend zijn.

Download:

Rekenvoorschriften_geautomatiseerde_loonadministratie_2014.pdf

Voor 1 maart 2014 aanvragen bijzonder uitstel voor aangiften over 2012

Wie gebruik maakt van de ‘Uitstelregeling belastingconsulenten’ en door overmacht niet op tijd aangifte kan doen voor de inkomstenbelasting... Lees meer >

Wie gebruik maakt van de ‘Uitstelregeling belastingconsulenten’ en door overmacht niet op tijd aangifte kan doen voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting over 2012, kan in bepaalde situaties bijzonder uitstel krijgen. Dit uitstel moet aangevraagd worden voor 1 maart 2014, zo laat de Belastingdienst weten.

Belastingdienst: ‘Bent u afhankelijk van informatie uit het buitenland en hebt u deze informatie niet ontvangen? Kunt u hierdoor niet op tijd voor uw klanten aangifte doen over 2012 en is er sprake van overmacht? Dan kunnen wij bijzonder uitstel verlenen.’ Het moet dan gaan om 1 van de volgende situaties:

  • Uw klant is een expat.
  • Uw klant is een dochtermaatschappij van een buitenlandse moedermaatschappij.
  • Uw klant is gevestigd in Nederland en heeft een buitenlandse dochtermaatschappij.

 

Uitstel voor maximaal 10% van bestand

U kunt bijzonder uitstel krijgen voor maximaal 10% van de burgerservicenummers (BSN) en RSIN/fiscale nummers waarvoor de fiscus voor het belastingjaar 2012 uitstel heeft verleend volgens de ‘Uitstelregeling belastingconsulenten’.

Maximaal 2 maanden extra uitstel

Voor aangiften over 2012 verleent de Belastingdienst bijzonder uitstel tot uiterlijk 2 maanden na afloop van het eerder verleende uitstel.

Bijzonder uitstel aanvragen?

Wilt u bijzonder uitstel aanvragen? Gebruik dan het formulier ‘Aanvraag Bijzonder of incidenteel uitstel Aangiften uitstelregeling belastingconsulenten’. Stuur het formulier naar:
Belastingdienst/kantoor Almelo, team CVU
Postbus 5106
7600 GM Almelo

Beantwoording Kamervragen over energiebelasting en btw bij zonne-energieprojecten

Op grond van artikel 50, vijfde lid van de Wet belastingen op milieugrondslag geldt de vrijstelling van energiebelasting voor... Lees meer >

Op grond van artikel 50, vijfde lid van de Wet belastingen op milieugrondslag geldt de vrijstelling van energiebelasting voor het gebruik van elektriciteit die door de verbruiker is opgewekt bij zonne-energieprojecten. Daarbij wordt niet de voorwaarde gesteld dat de verbruiker de eigenaar van de installatie is. De vrijstelling geldt echter uitdrukkelijk niet als de elektriciteit door een ander dan de verbruiker wordt opgewekt.

De Belastingdienst heeft weliswaar in het verleden, 2010 en 2011, in een aantal gevallen het standpunt ingenomen dat de vrijstelling voor zelfopwekking een ruimere toepassing had, maar is daarvan teruggekomen.

Minister Kamp

Dat heeft minister Kamp geantwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Mulder (CDA). Kamp geeft voorts aan dat bij niet in het dak geïntegreerde zonnepanelen de exploitant ook btw verschuldigd is over de stroom die hij zélf verbruikt. Deze btw-plicht volgt rechtstreeks uit artikel 3, derde lid, onder a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 waarmee artikel 16 van de btw-richtlijn wordt uitgevoerd. In artikel 16 van de btw-richtlijn is een btw-plicht opgenomen voor goederen (waaronder stroom) die privé worden gebruikt. Op dit punt is er geen keuzemogelijkheid voor lidstaten.

Fuchs-arrest

De btw-plicht is volgens Kamp redelijk omdat btw-aftrek voor de investering in de zonnepanelen ontstaan is als gevolg van het Fuchs-arrest (nr. C-219/12). Als geen btw-aftrek voor de investering in de zonnepanelen is ontstaan, is het privégebruik ook niet belast met btw. Door de werking van de kleineondernemingsregeling wordt overigens na het jaar van aanschaf en ingebruikname van de zonnepanelen helemaal geen btw betaald, ook niet over privégebruik. Tot een bedrag van € 1.345 hoeft op grond van die regeling namelijk helemaal geen btw te worden betaald, aldus Kamp.

Download:

“Beantwoording Kamervragen over energiebelasting, btw en salderen” (PDF)

Datum foto niet te verifiëren: streep door MRB-naheffing

Gerechtshof Den Haag heeft in hoger beroep een streep gehaald door een opgelegde naheffing motorrijtuigenbelasting. Het hof oordeelde dat... Lees meer >

Gerechtshof Den Haag heeft in hoger beroep een streep gehaald door een opgelegde naheffing motorrijtuigenbelasting. Het hof oordeelde dat de door de inspecteur ingebrachte foto’s niet van een datum of ander verifieerbaar kenmerk zijn voorzien, zodat er gerede twijfel is over de ouderdom van de foto’s.

Een man is van 23 januari 2004 tot en met 8 december 2011 houder van een bestelauto Mercedes type Vito. Op 24 maart 2011 is de auto door de Zeeuwse politie op een parkeerterrein in Arnemuiden gesignaleerd. Aangezien het kenteken op dat moment was geschorst, is een naheffing motorrijtuigenbelasting en een 100% verzuimboete opgelegd. Rechtbank Den Haag stelt de inspecteur in het gelijk.

De eigenaar van het voertuig laat het er echter niet bij zitten en hij stelt in hoger beroep dat de foto’s die door de inspecteur heeft ingebracht niet van 24 maart 2011 kunnen zijn. Er is namelijk een bord van een aannemer te zien, terwijl de nieuwbouw op het aangrenzende terrein al lang klaar was. Hof Den Haag oordeelt dat de door de inspecteur ingebrachte foto’s niet van een datum of ander verifieerbaar kenmerk zijn voorzien, zodat er gerede twijfel is over de ouderdom van de foto’s. Bovendien zou volgens het politierapport sprake zijn van een ‘wrak’ en zou er een naam van een café op hebben gestaan, hetgeen ook niet kan kloppen. Het verhaal van de eigenaar dat de auto op 24 maart 2011 op een autoambulance van een garage zou hebben gestaan, is voorts niet onaannemelijk.

Goedkeuring voor te late betaling lijfrentepremies door invoering SEPA

Minister Dijsselbloem van Financiën keurt goed dat bij vertraagde uitvoering van automatische premie-incasso’s voor lijfrenten en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in de... Lees meer >

Minister Dijsselbloem van Financiën keurt goed dat bij vertraagde uitvoering van automatische premie-incasso’s voor lijfrenten en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in de tweede helft van december 2013, de betalingen geacht kunnen worden te zijn gedaan op de overeengekomen incassodatum in 2013.

De premiebetalingen kunnen in 2013 voor aftrek in aanmerking komen terwijl afschrijving van de rekening van belastingplichtigen pas begin januari 2014 heeft plaatsgevonden. De vertraging moet zijn veroorzaakt door de omzetting naar IBAN-rekeningnummers.

Ook kan de berekening van de rendementsgrondslag plaatsvinden alsof de automatische premie-incasso plaatsvond in december 2013. Voorwaarde is dat de premiebetalingen in 2014 niet nogmaals in aanmerking worden genomen. Productaanbieders zullen zoveel mogelijk met inachtneming van deze goedkeuring renseigneren. Belastingplichtigen moeten wel zelf in hun aangifte inkomstenbelasting 2014 voor box 3 een correctie aanbrengen. De vertraagde incasso of betaling voor kapitaalverzekeringen, kapitaalverzekeringen eigen woning, spaarrekeningen eigen woning en beleggingsrechten eigen woning heeft geen fiscale gevolgen voor de contractueel vastgelegde betalingen.

Ook particulier krijgt BTW terug bij zonnepanelen

Ik heb gehoord dat je 21 procent BTW kunt terugkrijgen als je zonnepanelen installeert. Is dat juist en mag... Lees meer >

Ik heb gehoord dat je 21 procent BTW kunt terugkrijgen als je zonnepanelen installeert. Is dat juist en mag dat ook met terugwerkende kracht? Ook als je geen bedrijf hebt?

Dat is juist. De vroegere staatssecretaris Weekers (belastingzaken) was er niet blij mee, maar door een uitspraak van het Europese hof van justitie, mogen ook particulieren de BTW op hun zonnepanelen en de installatie ervan, terugvragen. Dat kan met terugwerkende kracht tot 20 juni. Dat is best een flinke meevaller. Een doorsnee set panelen en installatie kosten rond de 3000 euro. Daar komt meer dan 500 euro van terug.

De uitspraak van het hof is zo niet onlogisch. Tenslotte maak je met je zonnepanelen een product: stroom, die je zelf gebruikt, maar soms ook teruglevert aan de energiemaatschappij. Voor het stukje dat je levert, betaal je dan weer BTW.

Verstandig BTW innen

Op internet duiken inmiddels allerlei bedrijfjes op die de BTW van particulieren voor 100 of 150 euro willen gaan innen. Maar iedereen met een beetje verstand van boekhouden en formulieren, kan het zelf doen. Heel erg moeilijk is het niet. Je moet beginnen om ‘even’ ondernemer te worden, door het formulier opgaaf startende ondernemer, te downloaden, in te vullen en op te sturen naar de Belastingdienst. Je hoeft niet naar de Kamer van Koophandel om een echt bedrijf te beginnen.

Op het formulier is de enige opdrachtgever het energiebedrijf aan wie de stroom wordt geleverd. U werkt nul uren voor uw onderneming en uw verlies voor het eerste jaar is de aankoopprijs van uw panelen. U krijgt daarop een BTW-nummer van de belastingen en vervolgens kunt u BTW-aangifte doen. Het is nog iets ingewikkelder dan het zo lijkt, maar op de site van de Belastingdienst staat precies beschreven hoe het werkt. Dat geldt ook voor de site van milieuorganisatie Milieucentraal.

Belastingdienst mocht info huurders niet geven

De Belastingdienst heeft vorig jaar de wet overtreden door inkomensgegevens van alle huurders in Nederland aan hun verhuurders te... Lees meer >

De Belastingdienst heeft vorig jaar de wet overtreden door inkomensgegevens van alle huurders in Nederland aan hun verhuurders te geven. De fiscus zette de informatie in een bestand, dat de verhuurders konden bekijken. Dat meldde het College bescherming persoonsgegevens (CBP) woensdag. “De gegevensverwerking in 2013 was bovenmatig en de werkwijze onrechtmatig”, zegt de privacywaakhond.

Inkomensafhankelijke huurverhoging

De verhuurders gebruikten de gegevens van de Belastingdienst voor de inkomensafhankelijke huurverhoging. Die verhoging geldt echter niet voor bijvoorbeeld huurwoningen in de vrije sector. Toch stelde de fiscus informatie over die huurders ook beschikbaar aan hun verhuurders.

De Belastingdienst zegt inmiddels maatregelen te hebben genomen. Zo krijgen mensen te horen wanneer een verhuurder hun inkomensgegevens heeft gekregen. Ook gaan de gegevens alleen nog naar verhuurders die de inkomensafhankelijke huurverhoging willen doorvoeren. Het CBP zal controleren of de Belastingdienst zich daarmee aan de wet houdt.

Woonbond

De Woonbond schrikt niet van de conclusies van het CBP. “Wij waren hier al jaren van overtuigd”, zegt een woordvoerder. De landelijke belangenvereniging van huurders en woningzoekenden is blij dat er al aanpassingen zijn gedaan, maar is wel teleurgesteld dat de politiek niet heeft ingegrepen. De bond hoopt dat er nu alsnog actie wordt ondernomen. “Wij blijven van mening dat de inkomensafhankelijke huurverhoging van de baan moet.”

Boete niet mogelijk wanneer uitnodiging om belastingaangifte te doen ontbreekt

Onlangs heeft Rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat alle boeten wegens het niet doen van aangifte moeten vervallen nu vaststaat dat... Lees meer >

Onlangs heeft Rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat alle boeten wegens het niet doen van aangifte moeten vervallen nu vaststaat dat belanghebbenden niet zijn uitgenodigd om over alle in geschil zijnde jaren belastingaangifte te doen.

De Belastingdienst legt aan belanghebbenden aanslagen IB/PVV op over de jaren 2003 tot en met 2008 in verband met een bankrekening aangehouden bij de KB-Lux. Belanghebbenden ontkennen allebei houder te zijn van de KB-Luxbankrekening, ondanks een daartoe strekkend renseignement. In geschil is of in de aanslagen terecht belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in aanmerking is genomen in verband met de buitenlandse bankrekening. Ook is in geschil of terecht boeten aan belanghebbenden zijn opgelegd.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat alle boeten wegens het niet doen van aangifte moeten vervallen nu vaststaat dat belanghebbenden niet zijn uitgenodigd om over alle in geschil zijnde jaren aangifte te doen. Van het niet doen van aangifte kan nu eenmaal alleen sprake zijn als de inspecteur de belanghebbende heeft uitgenodigd tot het doen van aangifte. Verder moet het belastbare inkomen uit sparen en beleggen 2008 voor belanghebbenden worden gesteld op nihil, zo heeft de Belastingdienst ook erkend. Dit omdat wegens het ontbreken van een informatiebeschikking in dat jaar geen sprake kan zijn van omkering van de bewijslast en er gelet op het verloop van het saldo van de bankrekening geen sprake is van een belastbaar bedrag. De overige aanslagen kunnen wel in stand blijven. 

Regeling voor onverwachte schuld uit een erfenis

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) komt erfgenamen tegemoet die te maken krijgen met een onverwachte schuld uit een erfenis,... Lees meer >

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) komt erfgenamen tegemoet die te maken krijgen met een onverwachte schuld uit een erfenis, waarvoor zij met eigen geld aansprakelijk worden. Voorwaarde is wel dat de erfgenamen niets te verwijten valt: zij kenden de schuld niet en konden er ook niet van op de hoogte zijn. Dit staat in een wetsvoorstel dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd, zoals de Raad voor de rechtspraak. De bewindsman heeft de maatregel eerder per brief aan de Tweede Kamer aangekondigd.

Volgens het huidige recht kan door beneficiair te aanvaarden de erfgenaam voorkomen dat hij met zijn privévermogen aansprakelijk wordt voor schulden van de erflater. Hij verkrijgt namelijk alleen de goederen van de erfenis die zijn overgebleven na aftrek van de schulden. Je hoeft dus als erfgenaam nooit meer te betalen dan het vermogen dat jou is nagelaten. 

Toch kunnen mensen in de problemen komen. Het gaat om de situatie dat de nalatenschap niet beneficiair, maar zuiver is aanvaard: de erfgenaam verkrijgt alle goederen en schulden uit de erfenis. Als in zo’n situatie de erfgenaam met een onbekende schuld te maken krijgt die niet meer uit de erfenis kan worden betaald dan moet hij deze met eigen geld betalen. Dit kan tot onbillijke situaties leiden. De staatssecretaris vindt het redelijk dat in dergelijke – uitzonderlijke – omstandigheden de erfgenaam wordt beschermd tegen onverwachte schulden als hem niets valt aan te rekenen. Bijvoorbeeld een te laat gevorderde eigen bijdrage AWBZ. Een schuld ontstaan door een onverkoopbaar huis valt dus niet onder de nieuwe regeling, omdat hypotheekschulden bekend (behoren te) zijn bij erfgenamen.

Erfgenamen kunnen straks naar de kantonrechter stappen om – geheel of gedeeltelijke – ontheffing te vragen. Verleent de kantonrechter de erfgenaam volledige ontheffing, dan hoeft de erfgenaam de onverwachte schuld alleen te voldoen voor zover hij nog over geёrfd vermogen beschikt. Bij een gedeeltelijke ontheffing bepaalt de kantonrechter wat de erfgenaam nog wel met eigen vermogen moet betalen. 

Om de kennis bij erfgenamen te vergroten, is de informatie uitgebreid over het verkrijgen van een erfenis. Zo zijn meer gegevens beschikbaar over de gevolgen van zuivere aanvaarding en negatieve nalatenschappen.  

Fiscus maakt hoger gebruikelijk loon dga niet aannemelijk

Volgens Rechtbank Den Haag heeft de belastinginspecteur niet aannemelijk gemaakt dat het door een bv aangegeven loon van haar... Lees meer >

Volgens Rechtbank Den Haag heeft de belastinginspecteur niet aannemelijk gemaakt dat het door een bv aangegeven loon van haar dga, dat aanzienlijk hoger ligt dan het in artikel 12a van de Wet LB 1964 opgenomen normbedrag, in belangrijke mate afwijkt van hetgeen in het economische verkeer gebruikelijk is.

De bv verleent diensten op het gebied van communicatiemanagement. De dga is statutair directeur en enig aandeelhouder van de bv en haar enige werknemer.  Naar aanleiding van een boekenonderzoek brengt de inspecteur correcties op het loon aan. Gevolg zijn de in geschil zijnde naheffingsaanslagen loonheffingen waartegen de bv in beroep komt. In geschil is of het in de loonadministratie verantwoorde loon van de dga in belangrijke mate afwijkt van het gebruikelijke loon zoals is bedoeld in artikel 12a Wet LB 1964 en of het gebruikelijke loon terecht is berekend met toepassing van de afroommethode.

Rechtbank Den Haag stelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat het door de bv aangegeven loon van de dga, dat aanzienlijk hoger ligt dan het in artikel 12a van de Wet LB 1964 opgenomen normbedrag, in belangrijke mate afwijkt van hetgeen in het economische verkeer gebruikelijk is. Uit het enkele feit dat het door de inspecteur met toepassing van de afroommethode berekende loon hoger ligt dan het aan de dga toegekende en uitbetaalde loon volgt, zonder nadere motivering die ontbreekt, niet dat het toegekende loon lager is dan hetgeen voor een soortgelijke dienstbetrekking in het economische verkeer gebruikelijk is. De beroepen worden gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen worden vernietigd.

Geen vermindering aansprakelijkstelling door betalingen van inlener

Rechtbank Den Haag oordeelt dat terecht geen rekening is gehouden met de betalingen die een onderhoudsbedrijf aan de Belastingdienst... Lees meer >

Rechtbank Den Haag oordeelt dat terecht geen rekening is gehouden met de betalingen die een onderhoudsbedrijf aan de Belastingdienst heeft verricht. Deze betalingen zijn namelijk afgeboekt op andere belastingschulden van de uitlener.

Voor haar werkzaamheden maakt het onderhoudsbedrijf gebruik van personeel van een schildersbedrijf. Dit bedrijf heeft over mei 2010 tot en met januari 2011 wel LB-aangiften ingediend, maar niks afgedragen. Voor juli en augustus 2010 zijn wel btw-aangiften ingediend, maar ook die btw is niet afgedragen. De vervolgens opgelegde naheffingsaanslagen zijn ook niet betaald. In 2011 is het schildersbedrijf failliet gegaan. In geschil is of het onderhoudsbedrijf terecht aansprakelijk is gesteld voor de naheffing.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat terecht geen rekening is gehouden met de betalingen die het onderhoudsbedrijf in de maanden oktober, november en december 2010 voor het schildersbedrijf aan de Belastingdienst heeft verricht. Bij de eerste betaling is namelijk het betalingskenmerk gebruikt van de btw-aangifte van het schildersbedrijf over september 2010. Deze betaling is dus terecht aangemerkt als de btw van die maand. Bij de andere betalingen van in totaal € 20.000 is slechts het fiscaal nummer van het schildersbedrijf vermeld met de toevoeging “bet.reg.”. Deze betalingen zijn dus terecht afgeboekt op de oudste nog openstaande belastingschulden van het schildersbedrijf. Aangezien het onderhoudsbedrijf voor andere tijdvakken aansprakelijk is gesteld, zijn deze betalingen ook terecht niet afgeboekt op de aansprakelijkstelling. Het beroep van het onderhoudsbedrijf is ook voor het overige ongegrond.

Bij middeling telt premie volksverzekeringen ook mee

Onlangs oordeelde Rechtbank Den Haag dat de belastinginspecteur bij de berekening van een middelingsteruggaaf van een belastingplichtige terecht tevens... Lees meer >

Onlangs oordeelde Rechtbank Den Haag dat de belastinginspecteur bij de berekening van een middelingsteruggaaf van een belastingplichtige terecht tevens de premie volksverzekeringen heeft betrokken.

Een vrouw verzoekt in 2012 om een middelingsteruggaaf inkomstenbelasting voor 2007, 2008 en 2009. Volgens 3.154 lid 7 Wet IB 2001 wordt onder de geheven belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning mede verstaan de premie volksverzekeringen en wordt onder de herrekende belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning mede verstaan de premie volksverzekeringen. In geschil is of het verzoek terecht door de inspecteur is afgewezen. De vrouw stelt dat bij de berekening van de teruggaaf alleen de inkomstenbelasting moet worden betrokken.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de keuze van de wetgever om een middelingsteruggaaf te berekenen aan de hand van belasting- en premiedruk samen niet van redelijke grond is ontbloot. De inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen worden namelijk ook in één bedrag geheven. Gelet op de duidelijke wettekst en de wetsgeschiedenis moet de premie volksverzekeringen wel als rekengrootheid in de middeling worden meegenomen. Voorts is niet gesteld noch gebleken dat de berekening van de inspecteur onjuist is. Het beroep van de vrouw is ongegrond.

Algemene vrijstelling voor schenkingsbelasting Vut- en vroegpensioenfondsen

De Pensioenfederatie laat weten een akkoord te hebben bereikt met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst over een... Lees meer >

De Pensioenfederatie laat weten een akkoord te hebben bereikt met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst over een algemene vrijstelling van schenkingsbelasting voor liquiderende Vut- en vroegpensioenfondsen.

Pensioenfederatie: ‘Met de Belastingdienst is afgesproken dat batige saldi van liquiderende Vut- en/of pre-pensioenfondsen overgedragen kunnen worden aan gelieerde pensioenfondsen zonder dat er schenkingsbelasting verschuldigd is. In het verleden moesten de fondsen een individueel verzoek doen en bovendien aantonen dat het ongeveer om hetzelfde deelnemersbestand ging. Deze beide eisen zijn nu vervallen.’

De Belastingdienst geeft in haar brief aan dat er geen individuele verzoeken meer gedaan hoeven te worden en dat de deelnemersbestanden mogen afwijken om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen.

Goedkoop en fiscaal vriendelijk lenen voor financiering energiebesparende maatregelen

Woningeigenaren die hun voornemen om te investeren in een energiezuiniger huis in 2014 willen verwezenlijken, kunnen de daad bij... Lees meer >

Woningeigenaren die hun voornemen om te investeren in een energiezuiniger huis in 2014 willen verwezenlijken, kunnen de daad bij het woord gaan voegen. Vanaf 21 januari 2014 is het mogelijk via het Nationaal Energiebespaarfonds een Energiebespaarlening af te sluiten om slim te investeren in energiebesparende maatregelen in de eigen woning.

Het gaat hierbij om leningen met een looptijd van 7 of 10 jaar voor bedragen tussen 2.500 euro en 25.000 euro.

Aftrekbaar

De rente is aftrekbaar als het gaat om een bestaande box-1-woning. De (vaste) rente bedraagt op dit moment voor leningen met een looptijd van 7 jaar 3,4 procent en voor leningen met een looptijd van 10 jaar 3,8 procent.

Met de lening kunnen onder andere dakisolatie, vloerisolatie, gevelisolatie, zonneboilers, HR-beglazing en energiezuinige kozijnen worden gefincierd. Ook de kosten voor een maatwerkadvies voor energiebesparing kunnen in de lening worden meegenomen.

Meer informatie kunt u vinden op:

www.ikinvesteerslim.nl/

Wijziging voor het aanpassen van de voorlopige aanslag

Wanneer een voorlopige aanslag mogelijk onjuist is, kan de inspecteur vanaf 28 januari 2014 afzien van het aanpassen van... Lees meer >

Wanneer een voorlopige aanslag mogelijk onjuist is, kan de inspecteur vanaf 28 januari 2014 afzien van het aanpassen van de voorlopige aanslag. Voorwaarde is wel dat de mogelijke onjuistheid het gevolg is van een recente wijziging in de wet- en regelgeving die niet, niet tijdig, juist of volledig in de automatisering is verwerkt én dat de mogelijke onjuistheid niet substantieel is. De aanpassing van de voorlopige aanslag vindt dan uiterlijk plaats bij het vaststellen van de definitieve aanslag.

De  voorlopige aanslag is een schatting en komt vrijwel nooit exact overeen met de definitieve aanslag. Om doelmatigheidsredenen zal daarom de inspecteur niet tegemoet komen aan een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag als dat slechts tot een geringe aanpassing leidt.

Deze wijziging van artikel 23 Uitvoeringsregeling Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) is vandaag gepubliceerd in de Staatscourant.

Duidelijke regels over samenwonen en AOW-uitkering vanaf 1 februari

Ouderen met een AOW-uitkering die samenleven maar ieder een eigen (huur)huis hebben, worden vanaf 1 februari 2014 gezien als... Lees meer >

Ouderen met een AOW-uitkering die samenleven maar ieder een eigen (huur)huis hebben, worden vanaf 1 februari 2014 gezien als niet-samenwonend. Hierdoor ontvangen zij een hogere AOW-uitkering. De wijziging zorgt er voor dat de richtlijnen voor AOW-ers die intensief met elkaar optrekken duidelijker worden. Het wetsvoorstel is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer.

Staatssecretaris Klijnsma vindt het van groot belang dat er nu duidelijke regels zijn: “Ook alleenstaande ouderen die vaak elkaars gezelschap opzoeken bijvoorbeeld als mantelzorger of om de eenzaamheid te doorbreken houden, als ze gewoon een eigen woning behouden, de hogere individuele aow-uitkering”. Zo krijgen ongehuwde AOW-ers die ieder een eigen (huur)woning hebben en daarvoor kosten maken, voortaan een AOW uitkering van 70% van het minimumloon. En vallen ze dus niet terug naar 50%. Dat kan per maand enkele honderden euro’s schelen. De verwachting is dat uiteindelijk 6.000 mensen hiervoor in aanmerking komen.

De huidige regels zijn complex voor AOW-ers en de controle door de SVB is arbeidsintensief. Het nu voorliggende wetsvoorstel zorgt er voor dat de regels eenvoudiger worden en er daardoor meer duidelijkheid komt voor de AOW-ers. De verwachting is dat het wetsvoorstel op 1 mei 2014 in werking kan treden. Vooruitlopend hierop heeft de staatssecretaris de SVB verzocht om al vanaf 1 februari aanstaande te anticiperen op deze maatregel. Dit houdt in dat de SVB deze maatregel in de volle breedte en voor iedereen die daarvoor in aanmerking komt toepast, voorafgaand aan de periode waarop de wet formeel in werking is getreden.

Fiscus krijgt van stichting claim van 80 miljoen euro inzake schenkbelasting

Stichting Meldpunt Collectief Onrecht (SMCO) heeft namens honderden deelnemers een claim van meer dan 80 miljoen euro bij de... Lees meer >

Stichting Meldpunt Collectief Onrecht (SMCO) heeft namens honderden deelnemers een claim van meer dan 80 miljoen euro bij de Belastingdienst neergelegd. Deze claim is het resultaat van de uitspraak van de Hoge Raad over het gelijkheidsbeginsel tussen erfbelasting op privé- en ondernemersvermogen. De deurwaarder heeft vandaag de claim betekend inclusief ruim 12.000 pagina’s onderbouwing.

SMCO: ‘De uitspraak van de rechtbank in Breda van 13 juli 2012 was glashelder: het grote onderscheid tussen de vrijstelling van erfbelasting op privé- en ondernemersvermogen is onaanvaardbaar. Door de Raad van State is bij een eerdere totstandkoming van de vrijstelling voor ondernemers al opgemerkt dat een verdere verruiming van een vrijstelling voor ondernemers strijdig zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. En in oktober 2013 heeft de advocaat-generaal eveneens de uitspraak gedaan dat dit onderscheid in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad heeft in november 2013 geconcludeerd dat het gelijkheidsbeginsel echter niet is aangetast.’

SMCO is het met die uitspraak zeer oneens en zegt zich gesterkt te voelen door emeritus hoogleraar fiscale economie prof. dr. Leo Stevens. In een artikel in het Financieele Dagblad van 23 november 2013 zegt hij te begrijpen ‘dat de Hoge Raad uit politiek vaarwater wil blijven, maar hij vindt dat het gelijkheidsbeginsel wel is geschonden’. ‘Daarnaast is er de wetgeving naar het oordeel van SMCO willekeurig tot stand gekomen en dat is niet toegestaan aldus het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Belastingwetgeving dient van goede kwaliteit te zijn om tot rechtmatige inning over te gaan. Wanneer verhogingen willekeurig tot stand zijn gekomen dan is daar natuurlijk allerminst sprake van,’ aldus de stichting.

De collectieve actie is voor alle privé-personen die vanaf 2005 tot vandaag een erfenis of schenking hebben ontvangen, en daar successierecht/erfbelasting of schenkbelasting over hebben betaald. De claim heeft tot doel om de te veel betaalde belasting van de Belastingdienst terug te vorderen.

Regels waardeoverdracht pensioenaanspraken worden eenvoudiger

In een brief aan de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Jetta Klijnsma (SZW) aan dat zij van plan is om... Lees meer >

In een brief aan de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Jetta Klijnsma (SZW) aan dat zij van plan is om het huidige systeem van individuele waardeoverdracht van pensioenaanspraken te vereenvoudigen.

Individuele waardeoverdracht

Haar gedachten gaan daarbij uit naar een wijziging van het systeem van individuele waardeoverdracht waarbij niet de pensioenaanspraak wordt overgedragen, maar uitsluitend de waarde van de pensioenvoorziening. Tegelijkertijd wil Klijnsma bezien of het meer automatiseren van het proces van waardeoverdracht mogelijk is, waardoor waardeoverdracht efficiënter kan plaatsvinden.

Ter uitwerking van deze gedachten is wel nog nader onderzoek nodig. Dat onderzoek gaat Klijnsma in nauw overleg met de pensioensector uitvoeren.

Voorjaar 2014

De bewindsvrouw streeft er naar de Kamer in het voorjaar 2014 van de uitkomst van het onderzoek op de hoogte te stellen, evenals van het tijdstip waarop zij de beoogde wetswijziging tot aanpassing van het wettelijk systeem van waardeoverdracht bij de Kamer kan indienen.

De achtergrond van de aangekondigde wetswijziging is dat het bestaande systeem van waardeoverdracht, waarbij de pensioenaanspraken worden overdragen, voor de werknemer niet inzichtelijk is en dat zich bij de uitvoering van waardeoverdrachten problemen voordoen, waarbij de bijbetalingsproblematiek het meest opvallend is.

Download:

“Kamerbrief waardeoverdracht pensioenaanspraken”(PDF)

Sinds 1 januari 2014 geen Aangiftebrief omzetbelasting meer

Sinds 1 januari 2014 stuurt de Belastingdienst u geen Aangiftebrief omzetbelasting met acceptgiro meer. U moet voortaan zelf in... Lees meer >

Sinds 1 januari 2014 stuurt de Belastingdienst u geen Aangiftebrief omzetbelasting met acceptgiro meer.

U moet voortaan zelf in de gaten houden dat u op tijd uw aangifte doet. Als u moet betalen, moet u ook in de gaten houden dat u op tijd betaald. Wanneer uw aangifte en betaling binnen moeten zijn, kunt u zien in het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst. Op het tabblad ‘Betalingskenmerk’ vindt u het betalingskenmerk en het bankrekeningnummer. Voor het betalingskenmerk kunt u ook de zoekhulp betalingskenmerk gebruiken.

Overzicht belangrijke gegevens

Om de overgang voor u makkelijker te maken krijgt u in januari 2014 nog eenmalig een overzicht met daarin:

  • de aangiftetijdvakken waarover u aangifte moet doen 
  • de uiterste inlever- en betaaldatums van de aangifte en betaling
  • de betalingskenmerken

Als uw aangiftetijdvak wijzigt, krijgt u geen nieuw overzicht.

Herinnering per e-mail 

Wilt u per e-mail een bericht ontvangen om u eraan te herinneren dat u aangifte moet doen? Ga dan naar het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst. Geef bij uw gebruikersinstellingen uw e-mailadres op en vink aan dat u een e-mailbericht wilt ontvangen. U krijgt dan van de Belastingdienst een e-mail als er een nieuwe aangifte voor u klaar staat.

 

Bestuurder ziet af van vrijwilligersvergoeding: recht op giftenaftrek

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een vrijwillig bestuurder recht heeft op aftrek van 1500 euro in verband met het afzien... Lees meer >

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een vrijwillig bestuurder recht heeft op aftrek van 1500 euro in verband met het afzien van een vrijwilligersvergoeding van de stichting.

Een man is als vrijwillig bestuurder werkzaam bij een ANBI-stichting. In geschil is of de bestuurder recht heeft op een giftenaftrek van 1500 euro, voor toepassing van de drempel.

In navolging van de rechtbank is het hof van oordeel dat uit de stukken van het geding volgt dat hij aannemelijk heeft gemaakt recht te hebben op een vrijwilligersvergoeding waarover hij vrijelijk kon beschikken.

Ook is sprake geweest van een bestuursbesluit van de stichting om een vrijwilligersvergoeding uit te keren aan de man. Het gelijk is aan de vrijwilliger.

KvK: Deponeren per e-mail in eerste kwartaal nog mogelijk voor ondernemers

In tegenstelling tot eerdere berichtgeving is het voor ondernemers nog mogelijk om in het eerste kwartaal van 2014 jaarstukken... Lees meer >

In tegenstelling tot eerdere berichtgeving is het voor ondernemers nog mogelijk om in het eerste kwartaal van 2014 jaarstukken van kleine rechtspersonen als pdf per e-mail in te dienen. Deze dienst is niet bedoeld voor intermediairs.

Dit meldt de NBA op basis van berichtgeving door de Kamer van Koophandel. De KvK meldt onder meer het volgende over het deponeren van rechtspersonen in de bedrijfsklasse ‘klein’:

U kunt uw jaarrekening digitaal deponeren met de online service ‘Zelf deponeren jaarrekening’ (beschikbaar vanaf het eerste kwartaal van 2014) of met SBR. Omdat de online service nog niet beschikbaar is, kunt u tot en met het eerste kwartaal van 2014 uw jaarrekening per e-mail deponeren. Ook kunt u uw jaarrekening op papier via de post aanleveren.

1.      Online service ‘Zelf deponeren jaarrekening’ (vanaf Q1 2014): u kunt zelf alle stappen doorlopen om uw jaarrekening online te deponeren. U logt in met uw toegangscode voor het Handelsregister of met uw eHerkenningsmiddel (EH2), u voert de jaarrekening handmatig in en verstuurt deze. De online service is beschikbaar in het eerste kwartaal van 2014.

2.      SBR: SBR is een system-to-system aanlevermethode om financiële rapportages te maken en te verzenden aan meerdere instanties zoals de Belastingdienst, CBS en verschillende banken. Hiervoor heeft u of uw accountant of administratiekantoor financiële software nodig die voor SBR geschikt is, gecombineerd met een PKIoverheid services certificaat zodat u uw jaarrekening kunt deponeren via de Digipoort.

3.      Op papier via de post (tot en met boekjaar 2015): Postbus 106, 3440 AC Woerden.

4.      Per e-mail: tot en met het eerste kwartaal van 2014 kunt u, als u als ondernemer zelf deponeert, uw jaarrekening deponeren per e-mail:bijzondere.deponeringen@kvk.nl. Intermediairs kunnen geen gebruik maken van dit mailadres voor het deponeren van jaarrekeningen in de categorie ‘klein’.

Eigen Huis: stijging forfait woning onacceptabel

Bijna driekwart van de huiseigenaren (73 procent) vindt de recente verhoging van het eigenwoningforfait niet kunnen. Dat maakte de... Lees meer >

Bijna driekwart van de huiseigenaren (73 procent) vindt de recente verhoging van het eigenwoningforfait niet kunnen. Dat maakte de Vereniging Eigen Huis (VEH) donderdag bekend op basis van onderzoek onder ruim 20.000 leden.

Meer belasting betalen terwijl het huis in waarde is gedaald, gaat er bij de huizenbezitters niet in. ‘Het forfait dat je bij je inkomen moet optellen en waarover je inkomstenbelasting betaalt, zou moeten dalen of in het ergste geval gelijk moeten blijven, maar niet stijgen’, stelt Eigen Huis.

Aanleiding voor de peiling onder de leden is de verhoging per 1 januari van het bijtellingspercentage van het eigenwoningforfait van 0,6 procent naar 0,7 procent van de WOZ-waarde.

Volgens Hans André de la Porte van Eigen Huis zijn huizenbezitters door de belastingverhoging minimaal 100 euro extra kwijt per jaar. Bij hogere inkomens en duurdere woningen loopt dit op in de ‘honderden euro’s’.

De ‘onverwacht forse stijging’ van het eigenwoningforfait komt volgens Eigen Huis voor een deel door de sterke stijging van de huren in het afgelopen jaar. Dat de huurstijging daar via een vaste formule invloed op heeft is volgens André de la Porte een onbedoeld bijeffect en een onvolkomenheid in het systeem, ‘die er zo snel mogelijk uitgehaald moet worden. ‘

Eigen Huis pleit ervoor dat het eigenwoningforfait dit jaar wordt bevroren. Ook vindt de organisatie dat de Tweede Kamer de manier waarop het forfait wordt vastgesteld opnieuw onder de loep neemt.

 

Ondernemers niet in Nederland gevestigd doen vanaf het 1e aangiftetijdvak 2014 digitaal aangifte btw

Bent u een ondernemer en niet gevestigd in Nederland en hebt u van de Belastingdienst een gebruikersnaam en een... Lees meer >

Bent u een ondernemer en niet gevestigd in Nederland en hebt u van de Belastingdienst een gebruikersnaam en een wachtwoord ontvangen om digitaal aangifte te doen? Uw aangifte btw (omzetbelasting) doet u dan vanaf het eerste aangiftetijdvak van 2014 digitaal.

De btw-aangifte zet de Belastingdienst aan het einde van het aangiftetijdvak voor u klaar in het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst. Als u uw e-mailadres hebt doorgegeven, krijgt u daarover een e-mail, zodat u weet wanneer u btw-aangifte kunt doen. Over aangiftetijdvakken tot en met 31 december 2013 doet u de btw-aangifte niet digitaal, maar doet u de aangifte nog op papier. 

Wijziging btw-heffing in 2015

Vanaf 1 januari 2015 zal de btw-heffing op telecom-, tv en radio omroep, en elektronische diensten wijzigen. Deze diensten... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2015 zal de btw-heffing op telecom-, tv en radio omroep, en elektronische diensten wijzigen. Deze diensten worden op dit moment voor Nederlandse dienstverleners met 21% belast.

2015

Per 1 januari 2015 worden de genoemde diensten in het woonland van de consument belast. Ondernemers die dergelijke diensten verkopen aan consumenten in de EU, kunnen door de nieuwe regeling te maken krijgen met 28 btw-tarieven en 28 btw-registraties. Door gebruik te maken van het ”Unie schema” kan dit voorkomen worden.

Unie schema

Door gebruik te maken van het Unie schema, hoeft men zich namelijk niet te registreren in de 28 EU-landen. Het Unie schema houdt in dat men al zijn omzet in Nederland kan aangeven (one stop registratie). De btw kan dus in Nederland aangegeven worden. Daarbij moet echter wel het voor het land geldende btw-tarief berekend worden. Per land moet daarom op de btw-aangifte een specificatie gemaakt worden. Vervolgens zal de Nederlandse Belastingdienst ervoor zorgen dat het geld bij de juiste buitenlandse Belastingdienst terecht komt.

Gevolgen

Deze wijziging die vanaf 2015 zal optreden, heeft tot gevolg dat men juist meer of minder btw verschuldigd zal zijn over de verleende diensten. Dit heeft te maken met het geldende btw-tarief in het land van de consument. Daarnaast moeten de IT-systemen ook worden aangepast.

Collectieve pensioenregeling voor zzp-ers

De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen gaan vorm geven aan een collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen. Belangrijk kenmerk van deze pensioenregeling... Lees meer >

De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen gaan vorm geven aan een collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen. Belangrijk kenmerk van deze pensioenregeling is vrijwilligheid. Deelnemers kunnen zelf bepalen hoeveel ze periodiek inleggen. Dit mag ook flexibel, gezien de wisselende inkomsten van zzp-ers.

In het Pensioenakkoord van december jl. is afgesproken dat  het pensioenvermogen niet aangesproken hoeft te worden om in aanmerking te komen voor bijstand. In het overleg met de vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties hebben de staatssecretarissen Weekers van Financiën en Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangegeven dat het kabinet dit initiatief van harte ondersteunt.

De ingelegde gelden worden collectief belegd en beheerd. Er is sprake van een van te voren bepaalde uitkeringsduur. De zelfstandigenorgansaties willen de regeling uit laten voeren door een beleggingsinstelling zonder winstoogmerk waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma heeft vandaag mede namens staatssecretaris Weekers hierover een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. De staatssecretarissen ontvingen vanochtend de zelstandigenorganisaties Stichting ZZP Nederland, Platform Zelfstandige Ondernemers, FNV Zelfstandigen, Zelfstandigen Bouw en VZZP.

Een en ander wordt in wetgeving verankerd en zal dan op 1 januari 2015 van start kunnen gaan.

Verlies op vrijwillig verstrekte geldlening aan werkgever niet aftrekbaar

De Hoge Raad oordeelde onlangs dat een werknemer het op de geldlening aan zijn werkgever geleden verlies niet kan... Lees meer >

De Hoge Raad oordeelde onlangs dat een werknemer het op de geldlening aan zijn werkgever geleden verlies niet kan aftrekken als negatief loon.

De werknemer leent in 2004 € 35.000 van een bank om dat bedrag tegen onzakelijke voorwaarden door te lenen aan zijn werkgever. Bij het faillissement van de werkgever in 2007 heeft de werknemer een vordering op de werkgever van € 32.200 (€ 31.000 hoofdsom en € 1.200 achterstallige rente). Het geschil betreft de vraag of het verlies van de werknemer op de lening negatief loon vormt. Hof Arnhem beantwoordt deze vraag bevestigend.

De Hoge Raad oordeelt dat de werknemer het op de geldlening aan zijn werkgever geleden verlies niet kan aftrekken als negatief loon. De Hoge Raad overweegt dat het aangaan van de lening strekte tot behoud van de dienstbetrekking van de werknemer. De gedingstukken laten immers geen andere conclusie toe dat de werknemer de lening heeft verstrekt omdat hij vreesde anders zijn baan te verliezen. Door het faillissement van de werkgever heeft de vordering van de werknemer haar waarde verloren. Die waardevermindering vormt onder de hiervoor geschetste omstandigheden geen negatief loon. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën gegrond en vernietigt de hofuitspraak.

Schenkers maken massaal gebruik van ruime vrijstelling

De tijdelijke regeling die het tot 1 januari 2015 mogelijk maakt 100.000 euro belastingvrij te schenken is populair.  Netwerk... Lees meer >

De tijdelijke regeling die het tot 1 januari 2015 mogelijk maakt 100.000 euro belastingvrij te schenken is populair.  Netwerk Notarissen verspelt dat de regeling de Schatkist meer gaat kosten dan verwacht.

Tot 1 januari mogen mogen vermogenden aan iedereen, dus niet alleen aan de eigen kinderen, een belastingvrije schenking doen van 100.000 euro zijn. De ontvanger moet het geld wel gebruiken voor het bouwen of verbouwen van een huis of voor het aflossen van een hypotheek. Staatssecretaris Weekers verwachtte dat zo’n 10.000 mensen gebruikmaken zouden maken van de regeling. Maar Netwerk notarissen gaan uit van bijna 90.000 schenkingen.

Bij de vijftig notariskantoren die meededen aan de enquête hebben zich de laatste twee maanden al bijna duizend mensen gemeld. Als die trend doorzet bij alle 955 notariskantoren in het land, doen 88.500 mensen een belastingvrije schenking. Daarmee is deze schatting nog conservatief, want voor het doen van deze eenmalige schenking is een gang naar de notaris niet eens nodig. De groep die gebruik maakt van de vrijstelling zonder notaris, komt daar dus nog eens bij.

 

AOW-franchises per 1 januari 2014 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft de hoogte van de AOW-franchises per 1 januari 2014 gepubliceerd. Bij een pensioenregeling is de franchise dat... Lees meer >

De Belastingdienst heeft de hoogte van de AOW-franchises per 1 januari 2014 gepubliceerd. Bij een pensioenregeling is de franchise dat deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd. Dit bedrag wordt van het salaris afgetrokken voordat de pensioenpremie berekend wordt.

Er wordt alleen premie betaald en pensioen opgebouwd over het deel van het salaris dat boven de franchise ligt.

Het afkoopbedrag kleine pensioenen voor 2014, als bedoeld in artikel 66 Pensioenwet, is vastgesteld op € 458,06.

Premiekorting jonge werknemer vanaf 2014

Vanaf 2014 kunnen werkgevers premiekorting krijgen voor de werknemersverzekeringen als ze een jongere werknemer met een uitkering in dienst... Lees meer >

Vanaf 2014 kunnen werkgevers premiekorting krijgen voor de werknemersverzekeringen als ze een jongere werknemer met een uitkering in dienst nemen. Het kabinet wil hiermee de werkgelegenheid voor jongeren stimuleren. De regeling is tijdelijk en geldt tot 1 januari 2016.

‘Neemt u vanaf 1 januari 2014 jongere werknemers (van 18 tot 27 jaar) aan? Dan ontvangt u de premiekorting vanaf 1 juli 2014,’ aldus UWV.

Hoogte premiekorting

De hoogte van de premiekorting is € 3.500 per jaar. Voor de periode van 1 juli 2014 tot 1 januari 2015 is de premiekorting dan € 1.750.

Voor wie geldt de premiekorting?

Een werkgever kan premiekorting krijgen als hij werknemers van 18 tot 27 jaar oud met een WW-uitkering of bijstandsuitkering aanneemt.

Wat zijn de voorwaarden?

  • De regeling is geldig zolang het arbeidscontract van de werknemer duurt, maar met een maximum van 2 jaar.
  • De werknemer moet in dienst komen voor minimaal 32 uur per week.
  • De werknemer moet een arbeidscontract voor minimaal 6 maanden krijgen.

 

Meer informatie over de premiekorting, bijvoorbeeld over de ingangsdatum ervan, is te vinden op www.antwoordvoorbedrijven.nl. Men kan ook contact opnemen met deBelastingdienst.

Verzoek intrekken bezwaren privégebruik auto

De Hoge Raad heeft een aantal uitspraken gedaan over de bijtelling van de btw voor het privégebruik van de... Lees meer >

De Hoge Raad heeft een aantal uitspraken gedaan over de bijtelling van de btw voor het privégebruik van de auto van de zaak, die leiden tot afwijzing van bezwaren over 2010 en eerder. De Belastingdienst vraagt u daarom uw bezwaren in te trekken.

Bijtelling privégebruik auto niet strijdig met Europees recht

De Hoge Raad heeft definitief bepaald dat de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak niet strijdig is met het Europese recht. Daarnaast heeft de Hoge Raad besloten dat de bijtelling niet hoger mag zijn dan de werkelijke waarde van het privégebruik. Ook mag voor auto’s met een hogere CO2-uitstoot de bijtelling hoger zijn dan voor auto’s met een lagere CO2-uitstoot.

Aanvullend besluit staatssecretaris

De staatssecretaris heeft besloten dat voor de periode 1 januari 2008 tot 1 juli 2011 de bijtelling voor het privégebruik van de auto door werknemers beperkt kan blijven tot de btw over 27% van de werkelijke autokosten.

Verzoek Belastingdienst

Omdat de uitspraken van de Hoge Raad leiden tot afwijzing van bezwaren over 2010 en eerder, vraagt de Belastindienst u om uw bezwaren die worden afgewezen, in te trekken. U krijgt binnenkort hierover een brief en een formulier waarmee u uw bezwaren kunt intrekken. Deze worden verstuurd in de periode januari tot en met maart 2014.

In de brief staat ook wat u kunt doen als u uw bezwaren niet wilt intrekken.

Meer informatie

Lees meer over de bijtelling van btw voor privégebruik bij Privégebruik auto van de zaak.

Strakkere regels inzake belastingterugbetaling, toeslagenbetaling en cessie vorderingen op de Belastingdienst

Voor iedereen die te maken heeft met belastingterugbetaling en toeslagenbetaling is van belang om te weten dat er met... Lees meer >

Voor iedereen die te maken heeft met belastingterugbetaling en toeslagenbetaling is van belang om te weten dat er met ingang van 1 december 2013 en 1 januari 2014 wijzigingen zijn opgetreden. Hierbij is bijvoorbeeld cessie omzetbelastingvorderingen de facto onmogelijk geworden. Dit artikel geeft in het kort de nieuwe regels weer.

Betaling op de rekening van de belastingschuldige/belanghebbende

Terugbetalingen door de Belastingdienst inzake inkomstenbelasting en omzetbelasting kunnen vanaf 1 december 2013 behoudens beperkte uitzonderingen alleen plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van de belastingschuldige. Een gelijksoortige regel geldt voor betalingen door de Belastingdienst op grond van inkomensafhankelijke regelingen waarop de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) van toepassing is, bijvoorbeeld huurtoeslag en zorgtoeslag. Er is aangekondigd dat die uitzonderingen zullen worden opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (URIW 1990) en de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijk regelingen (UR Awir).

Bij een fiscale eenheid omzetbelasting mag door de fiscus betaald worden op een bankrekening van een lid van die fiscale eenheid

De hiervoor genoemde beperkingen gelden niet voor andere soorten belastingen. Dit betekent dat het bijvoorbeeld nog steeds is toegestaan om een terugbetaling vennootschapsbelasting te laten plaatsvinden op een andere bankrekening dan die van de belastingschuldige.

 

Aansprakelijkheid van degene die over de bankrekening kan beschikken

Op 1 januari 2014 treedt een nieuwe aansprakelijkheidsbepaling in werking. Deze houdt in dat degene die kan beschikken over een bankrekeningnummer waarop inkomstenbelasting of omzetbelasting is uitbetaald, hoofdelijk aansprakelijk is voor de inkomstenbelasting en de omzetbelasting die een belastingschuldige is verschuldigd voor zover het bedrag aan verschuldigde belasting is betaald op die bankrekening. Een gelijksoortige regeling geldt voor inkomensafhankelijke regelingen.

 

  • Let op, deze aansprakelijkheid geldt ook als het op grond van de uitzonderingsregeling (URIW 1990/UR Awir) is toegestaan om op de rekening van een derde te betalen. Het is dus de vraag of het wel interessant is om van de uitzonderingsregeling gebruik te maken.

 

Cessie van vorderingen op de Belastingdienst

Voor de cessie van belastingvorderingen op de Belastingdienst gelden de gewone hoofdregels inzake cessie (akte en mededeling aan de Belastingdienst). Als gevolg van die cessie gaat de vordering over in het vermogen van de verkrijger. Maar als de fiscus geen toestemming voor de cessie heeft gegeven, behoudt de fiscus het recht om te verrekenen met schulden van degene die de vordering heeft overgedragen.

Met ingang van 1 januari 2014 is cessie en verpanding van vorderingen op de Belastingdienst die betrekking hebben op inkomstenbelasting niet meer toegestaan. Er geldt slechts een uitzondering voor cessie en verpanding aan een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Cessie en verpanding van tegemoetkomingen op grond van inkomensafhankelijke regelingen is volledig verboden.

 

 

Nieuwe BTW-regels maken aankoop zonnepanelen goedkoper

Zonnepanelen zijn voor consumenten bijna vijftien procent goedkoper geworden door nieuwe belastingregels. Uit berekeningen van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal blijkt... Lees meer >

Zonnepanelen zijn voor consumenten bijna vijftien procent goedkoper geworden door nieuwe belastingregels. Uit berekeningen van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal blijkt dat door de nieuwe BTW-regels de aankoop van zonnepanelen even goed rendeert als een spaarrekening met 7 procent rente.

Consumenten die zonnepanelen kopen, kunnen de BTW op aanschaf en installatie nu terugvragen van de Belastingdienst. Op de aanschaf en installatie van een standaardpakket van zes zonnepanelen (1440 wattpiek) à 2.900 euro levert teruggave van de BTW ruim 400 euro op. De belastingregel geldt met terugwerkende kracht sinds 20 juni 2013, als reactie op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Ook consumenten die na 20 juni zonnepanelen hebben laten installeren, kunnen van de nieuwe regels profiteren.

Terugvragen BTW eenvoudig

Er zijn op internet allerlei bedrijfjes die aanbieden om de teruggave voor 100 tot 150 euro te regelen. ‘Maar het terugvragen van de BTW is zo eenvoudig, dat een consument dat goed zelf kan doen,’ zegt Mariken Stolk van Milieu Centraal. Het terugvragen van de BTW is niet moeilijker dan het aanvragen van de subsidie op zonnepanelen, die tot augustus 2013 beschikbaar was.

Ontheffing

In theorie moet iedereen die zonnepanelen koopt voortaan BTW-aangifte doen, maar in de praktijk hoeven particulieren, die geen administratieve stappen willen zetten, niets te doen. Als de Belastingdienst niets verneemt, krijgt de particulier automatisch ontheffing van BTW-aangifte op grond van een regeling voor ‘kleine ondernemers’. In de praktijk vallen alle particulieren onder die regeling.

Particulieren die hun BTW terug willen vragen, moeten wél administratieve stappen zetten. Ze kunnen daarbij onmiddellijk – zelfs in dezelfde enveloppe – een verzoek te doen om na teruggave verdere ontheffing te krijgen van BTW-aangifte. In de toekomst kan de huidige kortingsmogelijkheid verdwijnen, aangezien er op dit moment op Europees niveau wordt gesproken over aanpassing van de regels.

Weekers: niks stiekems met eigenwoningforfait

Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) vindt niet dat het percentage voor het eigenwoningforfait stiekem is verhoogd. Weekers geeft dat vrijdagavond... Lees meer >

Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) vindt niet dat het percentage voor het eigenwoningforfait stiekem is verhoogd. Weekers geeft dat vrijdagavond aan in een brief aan de Tweede Kamer.

De bewindsman reageert daarmee, mede namens minister Stef Blok (Wonen), op verwijten van CDA en SP, die stelden dat het hogere percentage dat in 2014 geldt (0,7 in plaats van 0,6 procent) wat was weggemoffeld tussen andere wijzigingen. Volgens Weekers is dat niet het geval. Hij geeft aan dat de percentages al sinds 2001 op dezelfde manier worden bepaald. Door het eigenwoningforfait moeten huizenbezitters een bedrag bij hun inkomen optellen als ze aangifte doen voor de inkomstenbelasting.

In de geautomatiseerde voorlopige aanslagen 2014 die eind november en begin december 2013 zijn verstuurd, is voor de berekening van het eigenwoningforfait uitgegaan van 0,65 procent. Dat percentage was het op dat moment meest actuele percentage, waarin al wel rekening is gehouden met de huurontwikkeling. De andere voor het forfait meewegende factor is de prijsontwikkeling op de koopwoningmarkt en die werd pas medio december bekend,aldus Weekers.

 

Bij het gebruik van het programma ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014’ wordt een proefberekening van de aanslag gemaakt. Hierbij wordt nog gerekend met 0,65 en dat wordt deze maand nog aangepast naar 0,7 procent. De Belastingdienst maakt als het verzoek is ontvangen een definitieve berekening waarbij wel wordt uitgegaan van 0,7 procent.

 

·         Kamerbrief met toelichting op de verhoging van het eigenwoningforfait

·         Aanbiedingsbrief bij Kamervragen over bijstellingsregeling directe belasting

·         Antwoorden op kamervragen over bijstellingsregeling directe belasting

 

Lees ook:

Belastingdienst maakt fouten in voorlopige aanslag 2014

De Belastingdienst heeft fouten gemaakt in de voorlopige aanslag 2014. Het tarief in de eerste belastingschijf is een stuk... Lees meer >

De Belastingdienst heeft fouten gemaakt in de voorlopige aanslag 2014. Het tarief in de eerste belastingschijf is een stuk hoger dan bedoeld. Dat is ook zo bij het percentage in box 2, waar vooral bedrijven en aandeelhouders mee te maken hebben. De tarieven staan ook nog op het oude, hogere niveau.

Dat schrijft De Telegraaf.  Kamerlid Pieter Omtzigt van het CDA snapt niet dat staatssecretaris Weekers van Financiën de fouten niet automatisch laat aanpassen door de Belastingdienst, maar mensen zelf een nieuwe aanslag laat invullen. ‘Als je zelf fouten maakt bij je belastingaangifte ben je strafbaar. Nu worden die fouten door de Belastingdienst gemaakt en pas 1,5 jaar later gerepareerd als je zelf niks doet’, aldus Omtzigt.

Werkgeverslasten stijgen in 2014

Werkgevers gaan in 2014 meer aan premies voor werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet (werkgeverspremies) betalen. Het totaal aan werkgeverspremies over... Lees meer >

Werkgevers gaan in 2014 meer aan premies voor werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet (werkgeverspremies) betalen. Het totaal aan werkgeverspremies over 2013 was 18,33%. In 2014 stijgt deze naar 19,16%, een toename van 4,5% ten aanzien van vorig jaar. De sectorverschillen zijn groot: met name bouwbedrijven (toename van werkgeverspremies met 14% ten opzichte van 2013) en bedrijven in de Metaal & Techniek schieten eruit.

Voor een medewerker in de sector Metaal & Techniek met een brutoloon van 5.000 euro is een werkgever maandelijks bijna 218 euro meer kwijt ten opzichte van 2013 aan pensioenpremie en werkgeverspremies. Ambtenaren met een salaris van 5.000 euro worden daarentegen ongeveer 142 euro goedkoper per maand.

Dit blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP. Hoewel de totale werkgeverslasten stijgen, daalt het bedrag dat werkgevers voor de ZVW(zorgverzekeringswet) moeten betalen voor het eerst in jaren.

Bouwvakker en metaalarbeider flink duurder, ambtenaar goedkoper
Bouw
Bedrijven in de bouw zien hun werkgeverspremies flink toenemen. Deze stijging wordt enigszins gedrukt door een lagere afdracht van pensioenpremies en bijdragen aan cao-fondsen. Voor een werknemer met een bruto loon van 2.500 per vier weken draagt de werkgever 11,91 euro minder af. Voor een werknemer met een loon van 5.000 euro moet 19,75 euro minder worden afgedragen. 

De totale werkgeverspremies in de Bouw stijgen naar 28,91% in 2014, een toename van 14,22% vergeleken met 2013. Een werkgever draagt 761,79 euro af voor een bouwvakker met een loon van bruto 2.500 euro per vier weken; een stijging van 96,67 euro ten opzichte van vorig jaar. Een bouwvakker met een brutosalaris van om en nabij twee keer modaal (5.000 euro) is 153,29 euro duurder geworden. 

In totaal betaalt een werkgever dus voor een werknemer met een brutoloon van  2.500 euro 84,76 euro meer (96,67 euro – 11,91 euro). Een werknemer met een loon van  5.000 euro wordt 133,54 euro duurder. 

Metaal & techniek
Bedrijven in de sector Metaal & Techniek gaan meer betalen aan pensioenpremie en bijdragen aan cao-fondsen. Voor een medewerker die met 2.500 euro om en nabij modaal verdient, moet 47,60 euro meer worden betaald. Voor een medewerker met een salaris van om en nabij twee keer modaal (5.000 euro) stijgen de pensioen- en cao lasten voor de werkgever met 120,81 euro. 

De stijging van werkgeverspremies ten opzichte van 2013 is met 8,3% fors en zet het totaal aan werkgeverspremies voor 2014 op 18,75%. Bij een brutosalaris van 2.500 euro komen de afdrachten voor de werkgever neer op 436,83 euro per maand. Een stijging van 42,03 euro. De werkgeverspremies voor een medewerker in de Metaal & Techniek sector die 5.000 euro per maand verdient, nemen met 96,77 euro toe naar een totaal van 803,34 euro. 

Een werknemer in de sector Metaal & Techniek met een min of meer modaal loon van 2.500 euro wordt dus maandelijks in totaal  89,63 euro (47,60 euro + 42,03 euro) duurder. Voor een werknemer met een loon van 5.000 stijgen de lasten voor de werkgever met 217,58 euro fors. 

Zorg & Welzijn
Binnen de sector Zorg & Welzijn verandert de hoogte van de pensioenpremies voor werkgevers nauwelijks. Voor zowel een werknemer met een bruto maandloon van 2.500 euro als met een loon van 5.000 euro wordt slechts 0,59 euro minder pensioenpremie betaald. 

Het totaal aan werkgeverspremies stijgt echter met 6,33% vergeleken met 2013 naar een totaal van 17,8% voor 2014. Concreet betekent dit dat voor werknemers met een loon van 2.500 euro maandelijks 24,55 euro meer aan werkgeverspremies moet worden betaald. Voor een werknemer met een loon van 5.000 euro moet 762,64 euro worden afgedragen; een toename van 53,23 euro. 

Een werknemer met een loon van 2.500 euro wordt dus in totaal 23,96 euro (24,55 euro – 0,59 euro) duurder. Voor de werknemer met een loon van 5.000 euro stijgen de lasten voor de werkgever met 52,64 euro.

Overheid
Ook overheidswerkgevers gaan minder aan pensioenpremie betalen. Voor een ambtenaar met een loon van 2.500 euro wordt 64,50 euro minder betaald. Voor een werknemer met een loon van 5.000 euro betaalt de werkgever ruim 160 euro minder. Overheden zien hun werkgeverspremies ten opzichte van 2013 iets stijgen, maar met 1,5% is dit aanmerkelijk lager dan andere sectoren. De totale werkgeverspremies komen neer op 16,9%. Voor een ambtenaar met een bruto-inkomen van 2.500 euro moet daardoor meer dan 400 euro aan werkgeverspremies worden afgedragen: 6,80 euro meer dan in 2013. Bij inkomens van 5.000 euro is dat 724 euro; een stijging van 18,48 euro. 

Een ambtenaar met een loon van 2.500 euro wordt dus in totaal 57,70 euro (64,50 euro – 6,80 euro) goedkoper. Voor een werknemer met een loon van 5.000 euro dalen de lasten voor de werkgever met 141,52 euro.

Meevaller Aof-premie; tegenvaller ‘crisisheffing’ hoge lonen

Werkgevers krijgen in januari 2014 een eenmalige tegemoetkoming in werkgeverslasten in de vorm van een teruggaaf van de basispremie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) die betaald is over het eerste halfjaar van 2013. De teruggaaf is 28,82% van de betaalde premie over deze periode. De zogenoemde ‘crisisheffing’ voor lonen boven de 150.000 euro per jaar blijkt niet eenmalig, maar wordt verlengd in 2014. Werkgevers betalen daardoor een extra pseudo-eindheffing hoog loon voor werknemers die jaarlijks meer dan 1,5 ton verdienen.

Modernisering Ziektewet zorgt voor differentiatie premielasten
Door de invoering van de Modernisering Ziektewet vanaf 1 januari worden ook de ZW- en WGA-lasten van werknemers met een tijdelijk contract die ziek uit dienst zijn gegaan doorberekend aan werkgevers. Tot 31 december waren deze werkgeverslasten onderdeel van de sectorpremie WW. Door deze verandering ontstaan er grotere verschillen per bedrijf in de afdracht van premies voor werknemersverzekeringen. Voor kleine organisaties verandert er het minst: zij blijven een sectorpremie betalen. Middelgrote bedrijven betalen voortaan een gewogen gemiddelde tussen sectorale- en individuele premie en grote bedrijven een volledig individuele premie. Omdat deze premie dus per bedrijf kan verschillen, kan dit een ander beeld geven in de werkgeverspremies.

‘Het is raadzaam om de beschikkingen van het UWV goed te controleren,’ zegt Dik van Leeuwerden, manager kenniscentrum wet- en regelgeving bij ADP. ‘Er worden relatief veel fouten gemaakt bij de toerekening aan werkgevers.’

Berekeningen van ADP 
Voor de berekeningen van de werkgeverspremies is uitgegaan van de bijdrage ZVW en de premies werknemersverzekeringen. Voor de premie Werkhervattingskas (WHK) is uitgegaan van de door het UWV vastgestelde gemiddelde premies voor ZW, WGA-flex en WGA-vast. De sectorpremie voor de algemene lonen is gebaseerd op sector 44. Bij de werkgeverspremies is geen rekening gehouden met pensioenpremies en eventuele overige lasten die vanuit een cao zijn geregeld. Voor de berekening van de premies binnen de Bouw is uitgegaan van de hogere sectorpremie die geldt voor contracten van minder dan één jaar. Bij de berekeningen is uitgegaan van de pensioenregelingen van ABP (overheid, onderwijs en wetenschappen), Zorg & Welzijn (kinderopvang), Bouw en Metaal & Techniek.

Aanpassing eis registratie voorovereenkomst of intentieverklaring

Met ingang van 1 januari 2013 is in de Wet elektronische registratie notariële akten de registratie van onderhandse akten... Lees meer >

Met ingang van 1 januari 2013 is in de Wet elektronische registratie notariële akten de registratie van onderhandse akten bij de Belastingdienst zeer sterk beperkt.

In de volgende 4 besluiten wordt nog de eis gesteld van een geregistreerde voorovereenkomst of intentieverklaring:

  • besluit van 20 februari 2003, nr. CPP 2002/3267M
  • besluit van 16 september 2008, nr. CPP 2008/1626M
  • besluit van 29 september 2008, nr. CPP 2008/1008M
  • besluit van 30 juni 2010, nr. DGB 2010/3599M

Per 3 januari 2014 kunt u een voorovereenkomst of intentieverklaring niet meer bij de Belastingdienst registreren maar stuurt u deze aangetekend naar de Belastingdiensr. U moet hierbij een Geleideformulier Voorovereenkomst of intentieverklaringmeesturen.

U stuurt de voorovereenkomst of intentieverklaring samen met het geleideformulier aangetekend naar:
Belastingdienst
Postbus 13
6400 AA Heerlen

Eigenwoningforfait stijgt naar 0,7 %

Het eigenwoningforfait stijgt per 1 januari met 0,1 % naar 0,7 %. Dit blijkt uit de Staatscourant van afgelopen maandag, zo... Lees meer >

Het eigenwoningforfait stijgt per 1 januari met 0,1 % naar 0,7 %. Dit blijkt uit de Staatscourant van afgelopen maandag, zo laat de Vereniging Eigen Huis weten. Het eigenwoningforfait is het percentage van de woningwaarde die huiseigenaren bij hun inkomen moeten optellen bij de belastingaangifte. Dit betekent dus dat de woningbezitter meer inkomensbelasting gaat betalen.

Daardoor stijgen ook de hypotheeklasten voor een modaal gezin met € 52 over geheel 2014, of € 4 op maandbasis. Het effect van de stijging wordt groter bij een hoger inkomen en dito WOZ-waarde.

De verhoging van het eigenwoningforfait komt door de gebruikelijke, jaarlijkse indexering gebaseerd op de ontwikkeling van de huizenprijzen en de huren. Het afgelopen jaar zijn de huizenprijzen met 5% gedaald, terwijl de huren met hetzelfde percentage juist stegen. Hierdoor kon een verhoging van het eigenwoningforfait niet uitblijven.

Overigens werd het eigenwoningforfait afgelopen jaar niet verhoogd. De indexering van 2013 rondde het ministerie van Financiën naar beneden af, waardoor deze geen consequenties had voor woningbezitters.

Eenmalige teruggaaf basispremie WAO/WIA

In het Belastingplan 2014 is geregeld dat werkgevers een gedeeltelijke teruggaaf krijgen van de basispremie WAO/WIA (premie Arbeidsongeschiktheidsfonds). Eenmalige... Lees meer >

In het Belastingplan 2014 is geregeld dat werkgevers een gedeeltelijke teruggaaf krijgen van de basispremie WAO/WIA (premie Arbeidsongeschiktheidsfonds).

Eenmalige teruggaaf

Dit betekent dat u een eenmalige teruggaaf krijgt van 28,82% van de basispremie WAO/WIA die u hebt aangegeven over de periode 1 januari tot en met 30 juni 2013. In de aangifte loonheffingen hebt u de basispremie WAO/WIA eerder opgegeven in de rubriek ‘Basispremie WAO/IVA/WGA’.

Peildatum

De peildatum waarop de Belastingdienst de aangegeven premie vaststelt is 30 september  2013. Aangiften en correcties die u na 30 september 2013 hebt gedaan, tellen dus niet mee. Hebt u een aangiftetijdvak van 4 weken of van een jaar, dan berekent de Belastingdienst de basispremie WAO/WIA tijdsevenredig.

U krijgt de teruggaaf in december 2013 of januari 2014. Doet u een jaaraangifte over 2013, dan krijgt u de teruggaaf in de loop van 2014.

Ook in 2014 fiscaal voordeel met Energie-investeringsaftrek

Op 30 december is de Energielijst 2014 gepubliceerd. De lijst bevat meer dan 160 energiebesparende technieken die aanmerking voor... Lees meer >

Op 30 december is de Energielijst 2014 gepubliceerd. De lijst bevat meer dan 160 energiebesparende technieken die aanmerking voor Energie-investeringsaftrek (EIA).

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) actualiseert deze lijst elk jaar. De EIA is een fiscale regeling en biedt bedrijven de mogelijkheid voor fiscaal voordeel bij het nemen van energiebesparende maatregelen. In 2014 is het EIA budget 111 miljoen euro.

EIA niet meer in combinatie met SDE+

In het SER-energieakkoord is afgesproken dat bedrijven geen gebruik mogen maken van zowel de EIA als de SDE+. Dit om stapeling van financiële- en fiscale steun voor duurzame energie te voorkomen. 

Overgangsregime

Voor installaties waaraan vóór 2014 wel SDE(+) subsidie is toegekend en die nog geen EIA hebben aangevraagd, geldt een overgangsregime. In dit overgangsregime is bepaald dat bedrijven voor deze projecten nog wel EIA kunnen aanvragen. 

8 nieuwe technieken

Elk jaar actualiseren wij de Energielijst op basis van innovaties in de markt en ontwikkelingen op het gebied van normen en keurmerken. Het bedrijfsleven doet zelf ook voorstellen voor aanvullingen op de Energielijst. In 2014 zijn 8 nieuwe technieken aan de lijst toegevoegd, deze staan in de Energielijst 2014 beschreven. 

Nieuw: vleugelvoortstuwing binnenvaart

Vanaf 1 januari 2014 komt vleugelvoortstuwing voor binnenvaartschepen in aanmerking voor fiscaal voordeel. Deze bewezen en energiebesparende techniek zorgt voor een efficiëntere voortstuwing van een schip ten opzichte van het schip dat met een schroef wordt voortgestuwd. Ook voor technieken die niet specifiek op de lijst staan maar voldoende energie besparen kunnen bedrijven EIA aanvragen.

Verhoging drempelbedrag

Uit de vijfjaarlijkse evaluatie van de EIA blijkt dat er veel kleine meldingen worden gedaan met een gering fiscaal voordeel. Om de administratieve lasten te verlagen wordt het drempelbedrag met ingang van 2014 verhoogd naar €2.500. 

10% netto voordeel

Komt een investering voor de EIA in aanmerking? Dan mogen bedrijven 41,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Bij een winstbelasting van 25% krijgt een ondernemer ongeveer 10% van het investeringsbedrag terug van de fiscus. 

Over de EIA

De EIA is een fiscale stimuleringsregeling gericht op energiebesparing van de ministeries van Economische Zaken en Financiën. De Belastingdienst en RVO.nl voeren de regeling uit.

Besluit Landbouw omzetbelasting gewijzigd per 1 januari 2014

Vanaf 1 januari 2014 geldt het verlaagde btw-tarief alleen nog voor de leveringen van slachtpaarden, landbouwpaarden (bosbouwpaarden en trekpaarden),... Lees meer >

Vanaf 1 januari 2014 geldt het verlaagde btw-tarief alleen nog voor de leveringen van slachtpaarden, landbouwpaarden (bosbouwpaarden en trekpaarden), fokmerries en dekhengsten. Wat dit betekent voor de landbouwregeling en veehandelsregeling, leest u in het besluit.

Een volledig overzicht van de wijzigingen en de gevolgen van deze wijzigingen, leest u in het besluit.

Bezwaar tegen uw privégebruik auto voor de btw over 2013

Hebt u al bezwaar gemaakt tegen aangegeven privégebruik auto voor de btw over 2011 of 2012 voor u of... Lees meer >

Hebt u al bezwaar gemaakt tegen aangegeven privégebruik auto voor de btw over 2011 of 2012 voor u of voor uw klanten? Dan hoeft u dit voor 2013 niet opnieuw te doen.

Wij nemen uw bezwaar dan ook voor 2013 in behandeling. Bent u fiscaal dienstverlener en wilt u bezwaar maken tegen het privégebruik auto voor nieuwe klanten? Dan kunt u voor meerdere klanten tegelijk bezwaar maken.

De Belastingdienst heeft tot deze werkwijze besloten na overleg met de koepelorganisaties van fiscaal dienstverleners.

Financiën in 2014

Nieuwe wetten, regels, belastingen en accijnzen hebben het komende jaar flink gevolgen voor de portemonnee. Een overzicht. Accijnzen De... Lees meer >

Nieuwe wetten, regels, belastingen en accijnzen hebben het komende jaar flink gevolgen voor de portemonnee. Een overzicht.

Accijnzen

De meeste accijnzen gaan omhoog: op diesel met 3 cent per liter en lpg met 7 cent per liter. De accijns op bier, wijn, sherry, port en gedistilleerd gaat met 5,75 procent omhoog. Voor sigaretten en shag gaat de accijns pas in 2015 weer omhoog.

Hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrenteaftrek wordt beperkt. Vanaf 2014 kan maximaal 51,5 procent worden afgetrokken. De renteaftrek gaat in stapjes van een half procent uiteindelijk naar 38 procent. De grens voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zakt per 1 juli 2014 naar 265.000 euro. Onder strikte voorwaarden wordt het wel mogelijk om restschulden in de NHG mee te financieren. Nieuwe hypotheken mogen maximaal 104 procent bedragen van de waarde van de woning.

Huurgrens

De huurgrens in de sociale woningbouw gaat omhoog naar 699 euro. De inkomensgrens voor toewijzing van een sociale huurwoning stijgt met ruim 400 euro, naar 34.678 euro. De tijdelijke btw-verlaging op renovatie, herstel en tuinonderhoud bij woningen wordt verlengd, tot eind 2014.

Eigen risico

Het eigen risico in de zorg wordt verhoogd met 10 euro en komt dan op 360 euro. De anticonceptiepil Diane 35 wordt vanaf 1 februari 2014 niet meer vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. De eigen bijdrage voor psychologische hulp en hulp via internet vervalt. De zorgtoeslag gaat omlaag, omdat de zorgverzekering goedkoper wordt. Een alleenstaande kan hooguit 865 euro zorgtoeslag ontvangen, voor een huishouden met meer personen wordt de maximumgrens 1655 euro.

Het tarief voor het persoonsgebonden budget voor persoonlijke verzorging en begeleiding gaat met 5 procent omlaag. Ook gaat voor nieuwe cliënten het tarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners omlaag.

Uitkeringen

De uitkeringen AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, WWB, IOAW en IOAZ stijgen in 2014 mee met de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2014, waaraan de uitkeringen zijn gekoppeld. Het minimumloon stijgt per 1 januari met ongeveer 8 euro naar 1485,60 euro bruto per maand.

Leidingwater

Bovenop de gemiddelde energierekening komt een bedrag van ongeveer 10 euro per jaar als gevolg van een subsidieregeling voor de productie van duurzame energie. De belasting op leidingwater gaat ook omhoog. Voor een gemiddeld huishouden gaat het om enkele tientjes per jaar.

Motorrijtuigenbelasting

De motorrijtuigenbelasting voor oldtimers wordt aangepast. Pas als de auto 40 jaar of ouder is geldt een vrijstelling. Tussen de 26 en 40 jaar geldt voor benzineauto’s een overgangsregime met een maximaal tarief van 120 euro per jaar. Van december tot en met februari is rijden dan verboden. Dat laatste gaat in december volgend jaar in.

Heffingskorting

De maximale heffingskorting wordt verhoogd met 102 euro. Voor mensen met een inkomen boven de 19.645 euro wordt de heffingskorting inkomensafhankelijk verlaagd. De maximale arbeidskorting (voor wie loon of winst heeft uit werk of uit een onderneming) wordt verhoogd met 374 euro naar 2097 euro.

Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen die vastzitten in zogeheten stamrecht-bv’s kunnen fiscaal aantrekkelijk (80 procent ervan wordt betrokken bij de inkomstenbelasting) worden opgenomen. Het kabinet gaat ervan uit dat een kwart van de mensen met zo’n stamrecht-bv dat ook daadwerkelijk doet. De stamrechtvrijstelling wordt voor nieuwe gevallen afgeschaft. Die twee maatregelen samen leveren de schatkist volgend jaar ruim 2 miljard euro op, heeft het kabinet geraamd.

Vanaf 1 januari geen heffing productschappen meer

Vrijwel alle verplichte heffingen die ondernemers moeten betalen aan de product- en bedrijfschappen (PBO) verdwijnen per 1 januari 2014.... Lees meer >

Vrijwel alle verplichte heffingen die ondernemers moeten betalen aan de product- en bedrijfschappen (PBO) verdwijnen per 1 januari 2014. Dit betekent een lastenverlichting van circa €220 miljoen voor bedrijven. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor dat er voor moet zorgen dat de taken van algemeen belang uitgevoerd blijven worden.

Publieke taken

Product- en bedrijfschappen voeren nu nog allerlei taken uit, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven. Publieke taken zijn bijvoorbeeld het bevorderen van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn en voedselveiligheid.

Verplichte heffing afgeschaft

Voor het uitvoeren van deze taken vroegen de product- en bedrijfschappen een bijdrage van ondernemers. Dat gaat nu veranderen: de verplichte heffing wordt afgeschaft, de overheid neemt de publieke taken over en taken voor het bedrijfsleven worden op eigen rekening en op basis van vrijwilligheid uitgevoerd. Dan gaat het bijvoorbeeld om voorlichting en promotie.

Ministerie van Economische Zaken

De taken op het gebied van het Europese landbouw- en visserijbeleid worden per 1 januari 2014 overgenomen door de overheid. Deze taken worden nu al in opdracht van de minister van Economische Zaken uitgevoerd. Hiervoor is geen wetswijziging nodig. 80% van de publieke taken worden daarmee overgebracht naar de Rijksoverheid. Het streven is om de resterende taken (bijvoorbeeld de verplichte registratie van het gebruik van antibiotica) uiterlijk 1 januari 2015 over te nemen. Het wetsvoorstel dat dit moet regelen wordt naar verwachting in het voorjaar naar de Tweede Kamer gestuurd.