Nieuws

Forfait eigen woning omhoog in 2014

Het percentage van het eigenwoningforfait gaat volgend jaar iets omhoog. U moet dus een hoger percentage van uw WOZ-waarde... Lees meer >

Het percentage van het eigenwoningforfait gaat volgend jaar iets omhoog. U moet dus een hoger percentage van uw WOZ-waarde tot uw inkomen rekenen. Daarnaast kunt u per 1 januari 2014 te maken krijgen met een lager aftrektarief voor de kosten van de eigen woning.

Een eigen woning is een gebouw of een gedeelte van een bouw dat uw eigendom is. Het gebouw moet daarnaast voor duurzaam eigen gebruik als hoofdverblijf ter beschikking staan. Heeft u een eigen woning, dan moet u het eigenwoningforfait toepassen en een percentage van de WOZ-waarde tot het inkomen in box 1 rekenen. Voor de WOZ-waarde gebruikt u de beschikking die u van de gemeente ontvangt met als peildatum 1 januari van het vorige jaar. De hoogte van het eigenwoningforfait voor 2014 ziet u in onderstaande tabel.

Aftrek kosten eigen woning

Op dit moment kunt u de kosten van de eigen woning – waaronder de hypotheekrente – nog aftrekken tegen het hoogste tarief van 52% in box 1. Dit gaat veranderen. Per 1 januari 2014 gaat het tarief waartegen u de kosten in de vierde belastingschijf kunt aftrekken elk jaar met 0,5%-punt naar beneden. Uiteindelijk moet het tarief uitkomen op 38%. In 2014 bedraagt het aftrektarief dus niet 52%, maar 51,5%.

Eigenwoning   forfait 2014
Als de WOZ-waarde
meer is dan
maar   niet meer
dan
Bedraagt   het
fortaitpercentage
€ 12.500 nihil
€ 12.500 € 25.000 0,25%
€ 25.000 € 50.000 0,40%
€ 50.000 € 75.000 0,55%
€ 75.000 € 1.040.000 0,70%
€ 1.040.000 €   7.350 vermeerderd met 1,80% van de
eigenwoningwaarde voor zover
deze uitgaat boven € 1.040.000

 

Eenmalige teruggaaf basispremie WAO/WIA (Aof-premie) 2013

In het Belastingplan 2014 is geregeld dat werkgevers een gedeeltelijke teruggaaf krijgen van de basispremie WAO/WIA (premie Arbeidsongeschiktheidsfonds). Dit betekent... Lees meer >

In het Belastingplan 2014 is geregeld dat werkgevers een gedeeltelijke teruggaaf krijgen van de basispremie WAO/WIA (premie Arbeidsongeschiktheidsfonds).

Dit betekent dat u een eenmalige teruggaaf krijgt van 28,82% van de basispremie WAO/WIA die u hebt aangegeven over de periode 1 januari tot en met 30 juni 2013. In de aangifte loonheffingen hebt u de basispremie WAO/WIA eerder opgegeven in de rubriek ‘Basispremie WAO/IVA/WGA’.

De peildatum waarop wij de aangegeven premie vaststellen is 30 september  2013. Aangiften en correcties die u na 30 september 2013 hebt gedaan, tellen dus niet mee. Hebt u een aangiftetijdvak van 4 weken of van een jaar, dan berekenen wij de basispremie WAO/WIA tijdsevenredig.

U krijgt de teruggaaf van ons in december 2013 of januari 2014. Doet u een jaaraangifte over 2013, dan krijgt u de teruggaaf in de loop van 2014.

Bron:Belastingdienst

Eindejaars Belastingtips

Nog snel wat financieel voordeel halen vóór de jaarwisseling? Lees de eindejaars belastingtips. Ontdek of je vóór 31 december... Lees meer >

Nog snel wat financieel voordeel halen vóór de jaarwisseling? Lees de eindejaars belastingtips. Ontdek of je vóór 31 december actie moet ondernemen. Of beter kunt wachten tot het nieuwe jaar.

 

—Belastingtips voor particulieren—

1. Verminder je box 3-vermogen

Het vermogen dat je op 1 januari hebt, is bepalend voor veel belastingen en regelingen. Dat geldt voor de vermogensrendementsheffing, maar ook voor de toekenning van huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Als je je vermogen nog vóór het einde van het jaar verlaagt, kan dat voordeel opleveren. Denk bijvoorbeeld aan een grote uitgave, een schenking aan je kinderen of een gedeeltelijke aflossing van je hypotheek. Met een aflossing in 2013 van € 10.000 kun je € 120 belasting besparen in 2014. Los van je lagere hypotheeklasten!

2. Betaal je lijfrentepremie in 2013

Heb je je jaarruimte (nog) niet benut? Overweeg dan om dat dit jaar nog te doen en stort geld voor een lijfrente. Vanaf volgend jaar wordt de belastingaftrek namelijk verminderd.

—Belastingtips voor ondernemers—

3. Schrijf in 2013 eenmalig tot 50% af op nieuw bedrijfsmiddel

Heb je dit jaar geïnvesteerd in een nieuw bedrijfsmiddel? Dan kun je in 2013 eenmalig tot maximaal 50% afschrijven in plaats van 20%. Als je meer afschrijft, wordt je winst lager en betaal je minder belasting. Uiteraard heb je dit voordeel alleen in 2013. In 2014 kun je vervolgens minder afschrijven op dit bedrijfsmiddel.

4. Denk aan de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek als extra fiscale aftrekpost!

Wil je dit jaar nog investeren of heb je dat dit jaar al gedaan? Bereken dan of je totaal aan investeringen meer dan € 2.300 bedraagt. Je kunt dan namelijk aanspraak maken op een extra belastingaftrek: de kleinschaligheidsaftrek. Door deze aftrek kun je je winst naast de normale afschrijving extra verlagen. Steek je net onder het minimumbedrag van € 2.300? Overweeg dan om investeringen die je voor 2014 gepland hebt, nu al te realiseren. Kom je er al ruim boven? Bekijk dan of je investeringen die je nu nog wilt doen, kunt overhevelen naar 2014.

—Belastingtips voor IB-ondernemers (zoals zzp’ers)—

5. Stel ondernemingswinst uit

In 2014 wordt het percentage in de eerste belastingschijf met 0,75 verlaagd. Overweeg dan om nog een beetje winst uit te stellen tot 2014. Deze winst valt dan (gedeeltelijk) onder een lager belastingtarief.

6. Denk aan je Oudedagsreserve (OR)

Voldoe je aan het urencriterium en ben je nog niet met pensioen? Dan mag je geld fiscaal reserveren voor je Oudedagsreserve. Het percentage dat je van je winst mag doteren is dit jaar 12%, met een maximum van € 9.542 (en maximaal het verschil tussen je ondernemingsvermogen op 31 december van dit jaar en je reeds gereserveerde OR op 1 januari van dit jaar).

—Belastingtips voor DGA’s—

7. Stel dividend uit tot na 1 januari 2014

In 2014 wordt een lagere schijf toegevoegd in box 2 van de inkomstenbelasting. Dat betekent dat je bij een dividenduitkering over de eerste € 250.000 een tarief van 22% betaalt. Over het meerdere betaal je 25%. De verlaging naar 22% is tijdelijk en geldt alleen in 2014. Wacht daarom nog even met een dividenduitkering uit je BV. Een uitgestelde uitkering van € 100.000 in 2014 levert bijvoorbeeld een besparing op van € 3.000. Dat is overigens ook voor de vermogensbelasting interessant, omdat het uitgekeerde bedrag in box 3 valt en dan niet al op de peildatum van 1 januari meetelt voor je vermogen.

8. Zorg voor zakelijke leningsvoorwaarden als je leent van je BV

Heeft je BV een lening aan jou verstrekt? Check dan of die lening (nog steeds) voldoet aan de zakelijke leningsvoorwaarden. Is er bijvoorbeeld een aflossingsschema schriftelijk vastgelegd? Is er sprake van een zakelijke rente en zijn er zekerheden? Als de lening ‘onzakelijk’ wordt, is de rente niet meer aftrekbaar.

 

Wil je nog meer tips en weten waar je verder op moet letten? Klik hier voor meer eindejaarstips

25%-tarief in box 2 in 2014 naar 22%

Zoals bekend, komt onze regering erg veel geld tekort. Om snel aan geld te komen heeft men een reeds... Lees meer >

Zoals bekend, komt onze regering erg veel geld tekort. Om snel aan geld te komen heeft men een reeds eerder beproefde maatregel voor 2014 nieuw leven ingeblazen. In 2007 is het tarief in box 2 van 25% eenmalig verlaagd naar 22% en dat heeft toen geleid tot een aardig bedrag voor de schatkist. Veel DGA’s hebben toen namelijk grote bedragen aan zich zelf als dividend uitgekeerd.

Het huidige tarief in box 2 van 25% weerhoudt veel DGA’s ervan de winstreserves van hun BV’s als dividend uit te keren. Belastingheffing wordt daardoor vaak vele tientallen jaren uitgesteld. Door het tarief tijdelijk te verlagen wordt het aantrekkelijker om de dividenduitkering naar voren te halen, waardoor op korte termijn meer belastinginkomsten worden gegenereerd. Onze regering heeft uitgerekend dat het voor hen beter is om nu 22% te ontvangen dan ergens in de toekomst mogelijk 25%.

Er is nog een voordeel voor de schatkist en dat is dat jaarlijks een hoger vermogen in box 3 kan worden belast bij de DGA’s die dividend hebben ontvangen.

Toch is het zeer de vraag of de staat zich niet rijker rekent dan ze is. Sedert 2007 is de Belastingdienst op oorlogspad gegaan tegen DGA’s die te veel dividend onttrekken aan hun BV’s en dreigt met een heffing van 72% over de in de BV’s opgebouwde pensioenvoorzieningen in eigen beheer. Men stelt dan dat de pensioen volledig zijn afgekocht en dat leidt dan tot een heffing van maximaal 52% belasting plus 20% revisierente (samen dus 72%) over de waarde van de pensioenen. Daarbij gaat de fiscus niet uit van de fiscale waarde van die voorzieningen, maar van de werkelijke waarde. Die werkelijke waarde is vaak het dubbele van de fiscale voorziening, zoals deze op de balans is vermeld. Omdat DGA’s met een pensioen in eigen beheer extra voorzichtig zullen moeten zijn bij het uitkeren van dividenden, zal de verwachte opbrengst voor de staat zeer waarschijnlijk tegen gaan vallen.

Het is overigens ook nog de vraag of de DGA’s het zich kunnen veroorloven een offer van 22% aan liquide middelen te brengen in deze moeilijke tijden.

Bron: Actuele artikelen

Belastingdienst besteedt extra aandacht aan ondernemers die privé-uitgaven op de zaak boeken

De Belastingdienst gaat extra aandacht besteden aan ondernemers die privé-uitgaven op de zaak boeken. Na een pilot bij 360... Lees meer >

De Belastingdienst gaat extra aandacht besteden aan ondernemers die privé-uitgaven op de zaak boeken. Na een pilot bij 360 ondernemers corrigeerde de fiscus 1,3 miljoen euro aan kosten. Dit is mede aanleiding om de aangiften van een grotere groep onder de loep te nemen.

Ondernemers mogen alleen zakelijke kosten in mindering brengen op hun winst. Privékosten op de zaak boeken, drukt de winst en werkt concurrentievervalsend. De fiscus kwam tijdens een onderzoek een ondernemer tegen die een keuken van € 35.000 op de zaak boekte. Ook was er iemand die de kosten van een saunabezoek met de hele familie als zakelijke kosten op de winst afboekte. Ondernemers die kosten ten onrechte zakelijk hebben geboekt kunnen een navordering van de fiscus krijgen met een  boete die kan oplopen tot 100%.

Dit project maakt deel uit van de inspanningen om toezicht en invordering door de Belastingdienst te versterken. Meer informatie over de aftrek van kosten voor ondernemers is te vinden onder ‘zakelijke kosten’ op www.belastingdienst.nl.

Bron: Accountancy Nieuws

VAR-winst uit onderneming geen garantie voor fiscale voordelen

Iemand die met zijn arbeid inkomen verwerft, kan dat doen als werknemer, ondernemer of resultaatgenieter. Bij een resultaatgenieter moet... Lees meer >

Iemand die met zijn arbeid inkomen verwerft, kan dat doen als werknemer, ondernemer of resultaatgenieter. Bij een resultaatgenieter moet u denken aan bijverdiensten. Het is in fiscaal opzicht zeer voordelig om ondernemer te zijn. Ondernemers betalen namelijk tot zo’n  20.000 euro geen belasting dankzij allerlei aftrekposten. Ook bij hogere winsten is de belastingdruk voor ondernemers aanmerkelijk lager dan voor werknemers.

Werkgevers moeten loonbelasting en sociale premies inhouden op het salaris van hun werknemers. Daarom is het voor hen van belang om te weten of iemand in dienst is of dat hij of zij de werkzaamheden als zzp-er verricht. Met het oog op de nodige rechtszekerheid kan een zzp-ers bij de Belastingdienst een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) aanvragen. Daartoe moet men een aantal vragen beantwoorden: onder meer over het aantal cliënten en de investeringen. Op basis van de antwoorden beoordeelt de Belastingdienst of de aanvrager zich naar zijn opdrachtgevers toe als ondernemer mag presenteren. Deze procedure dient om de opdrachtgevers te beschermen. Als zij te goeder trouw zijn, mogen zij op basis van de VAR inhouding van loonbelasting en premies achterwege laten. Zzp-ers mogen er ook op vertrouwen, maar als achteraf blijkt dat bij de aanvraag een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven, zal de fiscus bij het regelen van de belastingaangifte geen ondernemersvoordelen toekennen. Dit ondervond een masseuse bij een welness-centrum.

De fiscus had haar een VAR-winst uit onderneming toegekend. De vrouw was met het welness-centrum overeengekomen dat zij haar werkzaamheden als zelfstandige zou verrichten tegen een vaste vergoeding per uur. Zij werkte daar gemiddeld 20 uren per week. De inspecteur stelt naar aanleiding van een fiscale controle echter dat zij in werkelijkheid in dienstbetrekking werkzaam was en heeft de inkomsten als loon uit dienstbetrekking aangemerkt, waardoor de vrouw fors moest bijbetalen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de vrouw bij haar aanvraag van de VAR niet de juiste gegevens heeft verstrekt. De omzet van eigen klanten was minimaal: in 2009 233 euro, in 2010 863euro en in 2011 nihil. Deze klanten waren kennissen, vrienden en familieleden. De rechtbank bekrachtigt het oordeel van de inspecteur.

De fiscus beoordeelt tegenwoordig systematisch het ondernemerschap van zzp-ers. In veel gevallen delen zij het droevige lot van de masseuse.

Bron: Actuele artikelen

Collectieve uitspraak op bezwaar aanslagen erf- en schenkbelasting

De collectieve uitspraak op bezwaar tegen een aantal aanslagen erf- en schenkbelasting is recent gepubliceerd. Daarbij was de inzet... Lees meer >

De collectieve uitspraak op bezwaar tegen een aantal aanslagen erf- en schenkbelasting is recent gepubliceerd. Daarbij was de inzet of de vrijstelling van erf- en schenkbelasting voor ondernemingsvermogen ook moet gelden voor ander vermogen.

Tegen de uitspraak kan geen beroep worden ingesteld. Indien u toch beroep in wilt stellen, kunt u bij uw inspecteur binnen een redelijke termijn een verzoek indienen om deze uitspraak te vervangen door een individuele uitspraak. De individuele uitspraak zal overigens gelijkluidend zijn aan deze collectieve uitspraak. Tegen de individuele uitspraak kunt u binnen 6 weken na dagtekening beroep instellen bij de rechtbank. Dit beroep kan alleen de hieronder omschreven vraag betreffen.

Uitspraak van Landelijk directeur Belastingdienst/Particulieren, dienstverlening en bezwaar D.B. van der Werff:

In zijn besluit van 23 oktober 2012, nr. BLKB2012/1665M heeft de staatssecretaris van Financiën besloten om de bezwaarschriften tegen aanslagen erf- en schenkbelasting waarbij voor niet-ondernemingsvermogen geen bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt verleend aan te wijzen als massaal bezwaar.

De volgende bezwaarschriften zijn aangewezen als massaal bezwaar:

* De bezwaarschriften waarop op 23 oktober 2012 nog geen uitspraak is gedaan;
* De bezwaarschriften die zijn ingediend tot en met de dag voorafgaande aan de dagtekening van deze collectieve uitspraak.

Bovenvermelde bezwaarschriften hebben betrekking op de vraag of de toepassing van het gelijkheidsbeginsel als bedoeld in artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) of artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) met zich brengt dat de (voorwaardelijke) onbelaste geconserveerde waarde van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 (van 75%) (tekst jaar 2007 tot en met 2009) dan wel de (voorwaardelijke) vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 (van tenminste 83%) (tekst jaar 2010 en volgende) ook op ander vermogen dan ondernemingsvermogen van toepassing is.

Er is een aantal bezwaarschriften geselecteerd met het oog op beantwoording van bovenstaande vraag door de administratieve rechter in belastingzaken.

In dit kader heeft de Hoge Raad  op vrijdag 22 november 2013 uitspraak gedaan in vijf geselecteerde proefprocedures:

* 13/01154 = ECLI:NL:HR:2013:1206
* 13/01160 = ECLI:NL:HR:2013:1209
* 13/01161 = ECLI:NL:HR:2013:1210
* 13/01622 = ECLI:NL:HR:2013:1211
* 13/02453 = ECLI:NL:HR:2013:1212

Deze uitspraken zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

De Hoge Raad heeft in verband met de rechtsvraag in alle procedures geoordeeld dat de vrijstelling van ondernemingsvermogen voor de erf- en schenkbelasting niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De wetgever heeft volgens de Hoge Raad geen ongerechtvaardigd onderscheid gemaakt tussen het belasten van ondernemingsvermogen en het belasten van ander vermogen. Met deze beslissing heeft de Hoge Raad de inspecteur derhalve in het gelijk gesteld.

Gelet op dit oordeel doe ik bij deze voor alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften collectief uitspraak op bezwaar.

Ik wijs de bezwaarschriften af en handhaaf de opgelegde aanslagen.

De inspecteur

Bron:Belastingdienst

Afdrachtvermindering onderwijs vervalt per 1 januari 2014

De afdrachtvermindering onderwijs wordt met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft. Vanaf die datum geldt de Subsidieregeling Praktijkleren. .... Lees meer >

De afdrachtvermindering onderwijs wordt met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft. Vanaf die datum geldt de Subsidieregeling Praktijkleren. De Belastingdienst controleert of de afdrachtvermindering onderwijs sinds 2008 goed is toegepast.

Subsidieregeling Praktijkleren wordt uitgevoerd door Agentschap.nl. De subsidie is een tegemoetkoming voor werkgevers in kosten die zij maken voor de begeleiding van leerlingen, deelnemers of studenten. Daarnaast is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding

De aanvraag voor subsidie gaat per studiejaar en wordt achteraf ingediend. Als de begeleiding eerder stopt dan in de overeenkomst is aangegeven, dan moet dit blijken uit het aanvraagformulier.

Bijvoorbeeld voor een regulier jaar: een werkgever heeft met een deelnemer in het mbo, een kenniscentrum en een onderwijsinstelling een praktijkleerovereenkomst gesloten, waarbij is overeengekomen dat de deelnemer 20 weken onderricht in de praktijk krijgt bij de werkgever. De deelnemer stop na 10 weken begeleiding bij de werkgever met de opleiding.  De werkgever kan dan na afloop van dat studiejaar voor 10/40 van de gerealiseerde praktijkleerplaats subsidie ontvangen.

Bij de aanvraag hoeven geen documenten meegezonden te worden. Bij controle kunnen de onderliggende stukken worden opgevraagd.

Overzicht schema

Doel Het bieden van praktijkleerplaatsen en   werkleerplaatsen
Aanvraag Per studiejaar, achteraf na de geboden begeleiding
Studiejaar 2014 VMBO en MBO: 1 januari 2014-31   juli 2014
HBO: 1 januari 2014-31 augustus 2014
Promovendi/toio’s: 1 januari 2014-31 augustus 2014
Tijdvak indiening 2014 2 juni 2014 tot en met 15 september 2014
Deadline indiening UITERLIJK 15 september 2014 tot 17:00uur
Formulieren Digitiaal aanvraagformulier
Indiening Digitaal via e-loket
Besluit en uitbetaling Uiterlijk 15 december 2014 van het jaar van aanvraag

LET OP: De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.De aanvraag moet zijn ingediend uiterlijk om 17 uur op 15 september 2014 van het studiejaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Voor opleidingsbedrijven is een extra facultatieve aanvraagperiode zie Agentschap

Controle

De Belastingdienst zal nog steeds controleren of de afdrachtvermindering onderwijs sinds 2008 goed is toegepast. Het is voor werkgevers dus van belang om de aangiften loonheffingen  te controleren en te corrigeren indien werkgevers ten onrechte afdrachtvermindering onderwijs hebben toegepast. Als werkgevers deze gegevens niet controleren, riskeren zij een verzuim- of vergrijpboete.

Een werkgever moet bijhouden hoeveel afdrachtvermindering hij voor elke werknemer per aangiftetijdvak heeft toegepast. Deze gegevens moet hij bewaren bij de loonadministratie, zodat de Belastingdienst dat achteraf ook kan controleren. Daarnaast moet hij kopieën van bijvoorbeeld de opleidingsovereenkomst bewaren bij zijn loonadministratie

Bron  Rijksoverheid, Belastingdienst en Agentschap.nl

In 2014 kunt u profiteren van een premiekorting voor jongeren

U kon als werkgever al korting op de premies werknemersverzekeringen krijgen bij het in dienst nemen van ouderen of... Lees meer >

U kon als werkgever al korting op de premies werknemersverzekeringen krijgen bij het in dienst nemen van ouderen of arbeidsgehandicapten. Vanaf 2014 kun je ook premiekorting krijgen voor jongeren. Er is namelijk besloten om de premiekorting ook voor jongeren toe te passen (pdf). Hierdoor heeft u straks ook recht op premiekorting als uw onderneming jonge uitkeringsgerechtigden in dienst neemt.

In het begrotingsakkoord dat het kabinet sloot met de oppositiepartijen stond het voornemen om de premiekorting ook voor jongeren in te stellen. De politieke partijen willen u hiermee aanmoedigen om jongeren met een uitkering in dienst te nemen. Het kabinet heeft deze plannen nu uitgewerkt in de derde nota van wijziging bij het Belastingplan 2014.

Tot twee jaar premiekorting

De premiekorting gaat gelden voor werknemers van 18 tot en met 26 jaar die een WW- (Werkloosheidswet) of bijstandsuitkering ontvangen. Het is een tijdelijke regeling die zich richt op nieuwe banen en geldt voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015. Neemt uw bv in die periode een jonge uitkeringsgerechtigde in dienst, dan mag u zolang de dienstbetrekking duurt, maar maximaal twee jaar, premiekorting toepassen. In 2014 is sprake van een in groeipad. Werkgevers die in 2015 een jongere uit de doelgroep aannemen hebben in 2015, in 2016 en een klein gedeelte in 2017 recht op een korting. Werkgevers die per 1 januari 2014 een uitkeringsgerechtigde aannemen, kunnen de korting vanaf 1 juli 2014 maximaal twee jaar toepassen.

Minimaal zes maanden, 32 uur

Wel moet het gaan om een baan van minstens 32 uur per week. Daarnaast moet de werknemer een arbeidsovereenkomst voor minimaal zes maanden krijgen. Van 1 juli 2014 tot 1 januari 2015 heeft uw bv recht op € 1.750 premiekorting. U heeft daarna recht op € 3.500 premiekorting per jaar. Omdat u de premiekorting maximaal twee jaar mag toepassen, kan dit oplopen tot een totaal van € 7.000 premiekorting in twee jaar.

Gedifferentieerde premies Whk vanaf 18 december

De Belastingdienst verstuurt tussen 18 en 24 december 2013 de brieven met het percentage voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas... Lees meer >

De Belastingdienst verstuurt tussen 18 en 24 december 2013 de brieven met het percentage voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2014. Graag ontvangen wij hier een kopie van.

Het premiepercentage voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) gebruikt u voor uw aangifte loonheffingen.

De gedifferentieerde premie WGA en ZW voor de Werkhervattingskas is een gevolg van de wet Beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (Bezava). Vanaf 1 januari 2014 betalen werkgevers via de Werkhervattingskas niet alleen voor het WGA- en ZW-risico van hun vaste werknemers, maar ook voor dat van hun tijdelijke werknemers.

Wat er wijzigt

Per 1 januari 2014 treedt het onderdeel premiedifferentiatie van Bezava in werking. Hiermee gaat de systematiek van premiedifferentiatie die nu al geldt voor het WGA-vast risico, ook gelden voor het WGA-flex risico en het ZW-flex risico. Met ‘risico’ wordt bedoeld: de uitkeringslasten die kunnen worden toegerekend aan een publiek verzekerde werkgever, gerelateerd aan zijn loonsom.

Nieuw is ook dat de mate van individuele premiedifferentiatie gaat verschillen naar werkgevergrootte. Voor grote werkgevers (loonsom > 100 maal de gemiddelde loonsom) gaat individuele premiedifferentiatie gelden en kleine werkgevers (loonsom ≤ 10 maal de gemiddelde loonsom) gaan een sectorale premie betalen. Voor middelgrote werkgevers (loonsom tussen 10 en 100 maal de gemiddelde loonsom) wordt de premie deels sectoraal en deels individueel bepaald. Dit gebeurt door middel van een glijdende schaal: middelgrote werkgevers met een loonsom dichtbij de grens van 10 maal de gemiddelde loonsom betalen grotendeels een sectorale premie en voor een klein deel individuele premie en middelgrote werkgevers met een loonsom dichtbij de grens van 100 maal de gemiddelde loonsom betalen grotendeels een individuele premie en voor een klein deel een sectorale premie. De systematiek voor kleine, middelgrote en grote werkgevers gaat gelden voor zowel het ZW-flex-risico als de WGA-risico’s (vast en flex)

Meer over premies voor de Werkhervattingskas vindt u in de nota Gedifferentieerde premies WGA en ZW 2014. Ook kunt u op uwv.nl/premiewijzer al een schatting maken van de hoogte van uw gedifferentieerde premie (Whk) in 2014.

Premiekorting bij indienstneming jonge werknemers

Ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid introduceert het kabinet met ingang van 1 juli 2014 een premiekorting voor werkgevers die... Lees meer >

Ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid introduceert het kabinet met ingang van 1 juli 2014 een premiekorting voor werkgevers die jongeren in dienst nemen met een WW-uitkering of een bijstandsuitkering. Het doel van deze maatregel is werkgevers te stimuleren jongeren in dienst te nemen. De kortingsregeling is van tijdelijk aard en van toepassing op jongeren die in de periode van 1 januari 2014 tot 1 januari 2016 in dienst worden genomen.Om de premiekorting te mogen toepassen gelden de volgende voorwaarden:

  1. de werknemer is tussen de 18 en 27 jaar;
  2. de werknemer is na 1 januari 2014 bij de werkgever in dienst getreden;
  3. de werknemer wordt een arbeidsovereenkomst aangeboden voor de minimale duur van zes maanden;
  4. de arbeidsomvang van het dienstverband bedraagt tenminste 32 uur per week;
  5. de werknemer ontving vóór zijn indiensttreding bij de werkgever een werkloosheidsuitkering of een bijstandsuitkering.

De kortingsregeling is met ingang van 1 juli 2014 van toepassing en mag maximaal twee jaar door de werkgever worden toegepast. Voor dienstverbanden die zijn aangegaan na 1 januari 2014 doch vóór 1 juli 2014, geldt dat de korting met ingang van 1 juli 2014 mag worden toegepast.

De hoogte van de korting bedraagt € 3.500,– per jaar en wordt in mindering gebracht op de totaal door werkgever te betalen premies ingevolge de werknemersverzekeringen, inclusief de sectorpremies.

Om in geval van een controle door de Belastingdienst het recht op premiekorting te kunnen aantonen, dient de werkgever een doelgroepverklaring van het UWV of de gemeente in zijn loonadministratie te bewaren plus de arbeidsovereenkomst van de werknemer

Bron:Belastingdienst

Stamrechtvrijstelling vervalt per 1 januari 2014

Per 1 januari 2014 vervalt de stamrechtvrijstelling voor nieuwe gevallen. Voor stamrechten die zijn toegekend vóór 1 januari 2014... Lees meer >

Per 1 januari 2014 vervalt de stamrechtvrijstelling voor nieuwe gevallen. Voor stamrechten die zijn toegekend vóór 1 januari 2014 en waarop de stamrechtvrijstelling van toepassing is, geldt overgangsrecht.

Vanaf 1 januari 2014 kunnen stamrechtaanspraken ook ineens worden uitgekeerd of in een andere vorm dan periodieke uitkeringen.

Daarnaast mogen in 2014 deze stamrechten in de volgende 2 situaties volledig in 1 keer uitgekeerd worden onder inhouding van loonheffingen over 80% van de  aanspraak:

– De uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon (bijvoorbeeld een ontslaguitkering) is vóór 15  november 2013 overgemaakt naar de rekening van de stamrecht-bv, bank, beleggingsinstelling of verzekeraar.

– De werkgever treedt zelf op als verzekeraar van het stamrecht. Ook heeft de werkgever zich verplicht vóór 15 november 2013 het stamrecht te verzekeren.

Meer informatie over het vervallen van de stamrechtvrijstelling en de mogelijkheid tot een eenmalige uitkering vindt u in de 2e uitgave van de ‘Nieuwsbrief loonheffingen 2014′, die begin december verschijnt, en op www.belastingdienstpensioensite.nl.

De Eerste en Tweede Kamer moeten nog wel met de wijzigingen akkoord gaan.

Bron: Belastingdienst

 

Kapitaalverzekering gebruiken voor betalingsproblemen

Veel mensen die in hun eigen huis wonen, hebben naast hun hypotheeklening een kapitaalverzekering gesloten. Dat is een verzekering... Lees meer >

Veel mensen die in hun eigen huis wonen, hebben naast hun hypotheeklening een kapitaalverzekering gesloten. Dat is een verzekering die een bepaald bedrag uitkeert om later de hypotheek te kunnen aflossen. Er wordt dan jaarlijks (per kwartaal, maandelijks) een premie betaald die wordt belegd door de verzekeringsmaatschappij. Zo’n verzekering heeft een groot voordeel ten opzichte van het zelf sparen voor de aflossing van de hypotheek. Tijdens de looptijd is de waarde van zo’n verzekering namelijk niet belast in box 3 (eigen spaargeld wel, dus dat kost in principe ieder jaar 1,2% belasting over het gespaarde bedrag). De belastingheffing van zo’n verzekering valt in box 1, maar daar gelden grote vrijstellingen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

De belangrijkste voorwaarde is dat de premies tenminste 15 jaar moeten worden betaald. Bovendien mag de hoogste premie niet meer dan tien keer zo hoog zijn als de laagste (bandbreedte-eis). Er gelden twee vrijstelling: de lage vrijstelling van € 35.700,- bij minimaal 15 jaar premiebetaling en van € 157.000,- (verminderd met de eerder gebruikte vrijstelling) bij tenminste 20 jaar premie betalen. In beide gevallen geldt dat het uitgekeerde kapitaal gebruikt moet worden om de eigenwoningschuld af te lossen.

Door de economisch slechte situatie, en met name de slechte woningmarkt, is het voor veel mensen lastig om de jaarlijkse premie op te brengen. Bovendien blijft de hypotheek en daarmee de rentebetaling hoog, want er wordt niet afgelost. De regering heeft oog voor deze betalingsproblemen en heeft een verruiming gegeven voor gevallen waarin de verzekering kan worden afgekocht voordat de vereiste termijn is bereikt. De verzekering mag zonder belastingheffing worden afgekocht in de volgende situaties:

  • bij echtscheiding of verbreking van een fiscaal partnerschap;
  • als de verkoopprijs van de vorige woning onvoldoende is om de daarop rustende eigenwoningschuld geheel af te lossen;
  • als gebruik wordt gemaakt van een vorm van schuldhulpverlening.

De premies moeten wel hebben voldaan aan de bandbreedte-eis, de uitkering moet lager zijn dan de hoge vrijstelling (van € 157.000,-) en de afkoopsom moet zo veel mogelijk worden gebruikt om de eigenwoningschuld af te lossen, maar het meerdere mag vrij gebruikt worden. Ook een bankspaarrekening eigen woning en een beleggingsrecht eigen woning mogen onder deze voorwaarden worden gedeblokkeerd.

Wie gebruikt maakt van deze goedkeuring moet aan de bank of verzekeringsmaatschappij aannemelijk maken dat hij zich in deze situatie bevindt. Deze geeft vervolgens aan de Belastingdienst door dat de verzekering is afgekocht.

Wie zich in een andere situatie bevindt, maar van mening is dat deze regeling ook voor hem zou moeten gelden, kan dat doorgeven aan zijn eigen Belastingdienst, waarvan het adres is te vinden op de website van de Belastingdienst

Wat verandert er in 2014 voor particulieren, ondernemers en intermediairs?

In 2014 veranderen een aantal belastingregels en zijn er veranderingen voor toeslagen. Zo kunt u nog maar 1 rekeningnummer... Lees meer >

In 2014 veranderen een aantal belastingregels en zijn er veranderingen voor toeslagen. Zo kunt u nog maar 1 rekeningnummer gebruiken voor de meeste belastingteruggaven en toeslagen.

Belastingen

In 2014 veranderen de belastingregels zowel voor particulieren als voor ondernemers en werkgevers. Op dit moment zijn veel voorgestelde veranderingen nog voorlopig. Ze worden pas definitief als de Eerste Kamer er in december mee instemt.

Particulieren

Hieronder vindt u de belangrijkste voorgestelde veranderingen voor particulieren.

Teruggaven voortaan op 1 rekeningnummer

Vanaf 1 december 2013 betaalt de Belastingdienst alle teruggaven aan u op 1 rekeningnummer uit. Dat rekeningnummer moet op uw naam staan. Geld dat voor u bestemd is, kan de Belastingdienst zo voortaan alleen aan u overmaken. Meer informatie>

Hoogte van belastingschijven en heffingskortingen

De belastingschijven en heffingskortingen worden in 2014 niet aangepast aan de inflatie.

Verdere afbouw uitbetaling algemene heffingskorting

In 2024 vervalt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner. De Belastingdienst bouwt deze regeling daarom sinds 2009 stapsgewijs af. U krijgt hier alleen mee te maken als uw fiscale partner na 31 december 1962 is geboren. Voor 2014 is de afbouw in alle gevallen 40%. Anders dan in 2013 is er geen verschillend afbouwpercentage meer voor partners met en zonder thuiswonende kinderen.

Algemene heffingskorting inkomensafhankelijk

Vanaf 2014 wordt de algemene heffingskorting inkomensafhankelijk. Mensen met een hoger inkomen krijgen daardoor minder korting op hun belasting.

Arbeidskorting hoger voor lonen tot € 40.000

De arbeidskorting voor lonen tot circa € 40.000 gaat tot 2017 stapsgewijs omhoog. In 2014 gaat deze korting omhoog met € 374. U betaalt dus minder belasting over uw loon. Verdient u meer dan circa € 40.000? Dan wordt de arbeidskorting in 2014 lager en betaalt u dus meer belasting.

Tarief 1e schijf inkomstenbelasting omlaag

U gaat minder inkomstenbelasting betalen. Het tarief in de 1e schijf gaat in 2014 namelijk omlaag.

meer informatie heffingskortingen 2014

Ontslagvergoeding: stamrechtvrijstelling vervalt

Krijgt u in 2014 te horen dat u wordt ontslagen, dan kunt u een ontslagvergoeding niet meer onbelast omzetten in een stamrecht. Dat betekent dat u direct belasting betaalt over een ontslagvergoeding.

80%-regeling

Hebt u een stamrecht of een stamrecht-bv? Of heeft uw werkgever de ontslagvergoeding vóór 15 november 2013 overgemaakt? Dan kunt u in 2014 gebruikmaken van de zogenoemde 80%-regeling: als u het totale stamrecht in 2014 in 1 keer laat uitbetalen, is 80% van dat bedrag belast in box 1 in plaats van het volledige bedrag.

AOW-leeftijd omhoog

Per 1 januari 2014 wordt de AOW-leeftijd 65 jaar en 2 maanden. Daarnaast zijn er plannen om de AOW-leeftijd sneller te verhogen: naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Het wetsvoorstel wordt in het voorjaar van 2014 ingediend.

Accijnzen omhoog

Per 1 januari 2014 gaan de accijnzen omhoog:

– De accijns op diesel stijgt met € 0,03 per liter.
– De accijns op lpg stijgt met € 0,07 per liter.
– De accijns op benzine wordt aangepast aan de inflatie.
– De accijns op alcoholhoudende dranken stijgt met 5,75%.

Veranderingen hypotheekrente eigen woning

Hebt u een eigen woning, dan zijn dit de belangrijkste veranderingen per 1 januari 2014:

– Voor de hoogste inkomens gaat de maximale hypotheekrenteaftrek in de 4e schijf omlaag van 52% naar 51,5%. Dit is de zogenoemde tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning. De tariefsaanpassing betekent dat u 0,5% belasting betaalt over de aftrek die ervoor zorgt dat uw belastbaar inkomen in de 4e belastingschijf lager wordt. De komende 28 jaar komt daar steeds 0,5% bij, totdat u in 2042 14% belasting betaalt over dat deel van de hypotheekrenteaftrek.
– Hebt u (tijdelijk) 2 eigen woningen waarvan er 1 leegstaat? Dan mag u de hypotheekrente maximaal 3 jaar blijven aftrekken.
-Hebt u uw woning te koop staan en verhuurt u deze woning tijdelijk onder de Leegstandswet? Dan mag u de hypotheekrente weer aftrekken als de woning na de verhuurperiode leegstaat.

Verlaagd btw-tarief voor renovatie en herstel verlengd

De tijdelijke verlaging van het btw-tarief naar 6% voor het arbeidsloon bij het verbouwen en herstellen van woningen wordt verlengd tot 31 december 2014. Voor de gebruikte materialen blijft het hoge btw-tarief gelden.

Vrijstelling voor schenkingen omhoog

Sinds 1 oktober is de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 51.407 voor schenkingen voor de eigen woning van ouders aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar tijdelijk verruimd. Van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 is deze vrijstelling € 100.000. Bovendien geldt de vrijstelling voor iedere schenking die wordt gebruikt voor de eigen woning. Het hoeft dus geen schenking te zijn van een ouder aan een kind en de ontvanger hoeft niet tussen de 18 en 40 jaar te zijn.

Onder schenkingen voor de eigen woning valt sinds 1 oktober ook een schenking die bestemd is voor de aflossing van een restschuld. Deze verruiming is permanent. Hebt u al gebruikgemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 51.407 en wilt u gebruikmaken van de tijdelijke verruiming? Dan moet u het al eerder geschonken bedrag aftrekken van de verruimde vrijstelling van € 100.000.

Giften aftrekbaar zonder notariële akte

U kunt vanaf 2014 periodieke giften doen met een onderhandse akte van schenking aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI) of aan een vereniging met ten minste 25 leden. U hoeft de gift niet meer vast te leggen in een notariële akte om voor aftrek in aanmerking te komen.

Belasting- en invorderingsrente omhoog

De belastingrente en invorderingsrente zijn per 1 april 2014 minimaal 4%. Tot 1 april geldt nog het tarief van 3%.

Ondernemers en werkgevers

Hieronder vindt u de belangrijkste voorgestelde veranderingen voor ondernemers. Alle veranderingen voor werkgevers leest u in de Nieuwsbrief loonheffingen 2014.

Btw-teruggaven voortaan op 1 rekeningnummer

Vanaf 1 december 2013 kunt u voor de btw-teruggaaf per btw-(sub)nummer 1 rekeningnummer gebruiken. Dit rekeningnummer moet op naam van uw onderneming staan.

‘Aangiftebrief omzetbelasting’ afgeschaft

Voor de btw-aangiftetijdvakken vanaf 1 januari 2014 stuurt de Belastingdienst geen ‘Aangiftebrief Omzetbelasting’ meer. In januari 2014 krijgt u wel eenmalig een overzicht van alle aangiftetijdvakken en de bijbehorende uiterste aangifte- en betaaldatums en betalingskenmerken voor 2014.

Met het afschaffen van de aangiftebrief verdwijnt ook de bijbehorende acceptgiro. Bij de aangiftebrief over het laatste tijdvak van 2013 krijgt u geen acceptgiro meer.

Btw-integratieheffing vervalt

Per 1 januari 2014 vervalt de btw-integratieheffing. Dat betekent dat u geen btw meer hoeft te betalen over zelfgemaakte goederen die u gebruikt voor prestaties waarvoor geen (volledig) recht op aftrek van voorbelasting bestaat. U betaalt ook geen btw meer als u goederen laat maken waarbij u zelf de materialen levert, dus bijvoorbeeld als u op eigen grond een gebouw laat bouwen.

Verlaagd btw-tarief voor renovatie en herstel verlengd

De tijdelijke verlaging van het btw-tarief naar 6% voor het arbeidsloon bij het verbouwen en herstellen van woningen wordt verlengd tot 31 december 2014. Voor de gebruikte materialen blijft het hoge btw-tarief gelden.

Digitale btw-aangifte voor ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd

Bent u niet in Nederland gevestigd, maar moet u wel aangifte btw doen? Dan moet u straks digitaal aangifte btw en opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) doen. Digitaal aangifte en opgaaf doen is verplicht vanaf de 1e aangifte en opgaaf over 2014.

Stamrechtvrijstelling vervalt per 1 januari 2014

Per 1 januari 2014 vervalt de stamrechtvrijstelling voor nieuwe gevallen. Voor stamrechten die zijn toegekend vóór 1 januari 2014 en waarop de stamrechtvrijstelling van toepassing is, geldt overgangsrecht.

Wijzigingen motorrijtuigenbelasting

Voor de motorrijtuigenbelasting (mrb) verandert per 1 januari 2014 het volgende:

– Er zijn nieuwe regels voor de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor zuinige personenauto’s. Alleen als u een personenauto hebt met een CO2-uitstoot die niet hoger is dan 50 gram per kilometer, hoeft u ook na 1 januari 2014 geen motorrijtuigenbelasting te betalen. Het maakt niet uit wat voor motor uw personenauto heeft. De aangescherpte eisen voor de CO2-uitstoot hebben ook gevolgen voor de hoogte van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm). De tarieven van bestelauto’s, bijzondere personenauto’s en motorrijwielen veranderen niet.
– Staat u ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (of zou u ingeschreven moeten staan) en hebt u een voertuig met een buitenlands kenteken dat u in Nederland ter beschikking staat? Dan betaalt u per 1 januari motorrijtuigenbelasting.
– De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor oldtimers geldt vanaf 1 januari 2014 alleen nog voor motorrijtuigen van 40 jaar en ouder. Er komt een overgangsregeling voor oldtimers met een benzinemotor die op 1 januari 2014 26 jaar of ouder zijn, maar nog geen 40 jaar. Voor deze voertuigen betaalt u maximaal € 120 per jaar. Het gaat dan om personen- en bestelauto’s, motorfietsen, bussen en vrachtauto’s.

Veranderingen verhuurderheffing

Bent u eigenaar van meer dan 10 huurwoningen met een huur van maximaal € 682,01? Dan krijgt u in 2014 te maken met verhuurderheffing. Het tarief van deze heffing stijgt in 2014 naar 0,381% van de WOZ-waarde. U kunt vanaf 2014 heffingsvermindering aanvragen als u investeert in uw woningen.

Tarief box 2 tijdelijk lager

Het tarief in box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang) wordt eenmalig, alleen in 2014, verlaagd van 25% naar 22%. Directeuren-grootaandeelhouders betalen dus minder belasting over dividenduitkeringen. Het verlaagde tarief geldt alleen voor de 1e € 250.000 van het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.

Belasting- en invorderingsrente omhoog

Per 1 april 2014 gaat de belastingrente voor de vennootschapsbelasting aansluiten bij de wettelijke rente voor handelstransacties, met een minimum van 8%. De belastingrente voor de overige belastingen en de invorderingsrente zijn per 1 april minimaal 4%. Tot 1 april 2014 geldt daarvoor nog het tarief van 3%.

Nieuw in 2014 voor de intermediair

– Uitstelregeling belastingjaar 2013 De Belastingdienst heeft alle becons een brief gestuurd aangaande de uitstelregeling 2013, welke uitsluitend in SBR ingestuurd mag worden en dus niet meer via Bapi. Bij Elsevier is uitstel 2013 aanvragen en inlezen in SBR geregeld in het CAS Programma 2014 of als u in de cloud werkt in Nextens Premium.
– Omzetbelasting vanaf 2014 in SBR  
Voor alle tijdvakken in 2014 is het verplicht om de aangifte Omzetbelasting in SBR te doen. De aangiftesoftware van Elsevier is hier klaar voor. U heeft hiervoor een PKI-overheid certificaatvoor nodig.
eMachtiging en SBA De Belastingdienst verstuurt vanaf 2014 de aanslagen over belastingjaar 2013 (n.a.v. definitieve IB en VPB aangiften 2013 die zijn ingediend vanaf de versie februari 2014) en de voorlopige aanslagen over belastingjaar 2015 ( VA’s ingediend vanaf november 2014)  niet meer via Elektronische Kopie Aanslagen (EKA) maar via Service Bericht Aanslagen (SBA).De voorlopige aanslagen IB 2014 en VPB2014 worden ook in EKA formaat verstuurt.

VA en Toeslagen 2014 Momenteel worden er door de Belastingdienst volop voorlopige aanslagen over belastingjaar 2014 opgelegd. CAS 2014 voor de VA/VT en Toeslagen is sinds 21 november te downloaden.

Bron: Rijksoverheid

Elektrische auto in 2013 en 2014

De elektrische auto is onder ondernemers extreem populair dankzij een keur aan fiscale voordelen. Er zijn hiervoor tal van... Lees meer >

De elektrische auto is onder ondernemers extreem populair dankzij een keur aan fiscale voordelen. Er zijn hiervoor tal van fiscale aftrekposten. Er geldt geen bijtelling voor privégebruik als de auto nog in 2013 in gebruik wordt genomen. Verder kan worden gewezen op de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting. De Mitsubishi Outlander en de Volvo V60 Plug-in zijn dit jaar al niet meer te krijgen. De belangrijkste reden waarom iedereen de elektische auto per se in 2013 schijnt te willen aanschaffen, is dat de fiscale voordelen worden afgebouwd. Zo geldt er voor de plug-in die in 2014 in gebruik wordt genomen een bijtelling van 7%. Onlangs is bekend geworden dat twee aftrekposten in 2014 sneuvelen. Vanaf 2014 geldt namelijk de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek niet meer voor (elektrische) auto’s en aan de willkeurige afschrijving van 75% komt een einde.

Er zijn overigens drie typen van ‘elektrische’ auto’s. Allereerst de 100% elektrische auto zoals de Tesla.  Deze auto’s worden uitsluitend door een elektromotor aangedreven. Pas sinds kort is het bereik van dergelijke auto’s dusdanig dat zij een reële optie vormen. De bijtelling voor deze auto’s bedraagt bij aanschaf in 2014 4%. Vervolgens heb je de plug-ins die naast een elektromotor een verbrandingsmotor hebben. Hiervoor bedraagt de bijtelling in 2014 7% als ze in dat jaar worden aangeschaft. Vervolgens heb je de zogenoemde 14%-auto’s, zoals de in 2006 geïntroduceerde Toyota Prius. Deze hebben een lage CO2-uitstoot, maar geen via het elektriciteitsnet op te laden elektromotor. Voor deze categorie bedraagt de bijtelling in 2014 evenals in 2013 14%. Het voorgaande verklaart de run op milieuvriendelijke auto’s aan het einde van het jaar.

Daarnaast worden de CO2-grenzen aangescherpt. Maar het is gelukkig niet zo dat iemand die in 2013 een milieuvriendelijke auto heeft aangeschaft, in 2014 opeens wordt geconfronteerd met een hogere bijtelling. Een gunstige bijtelling geldt op grond van overgangsrecht gedurende een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste tenaamstelling.

Dit artikel sluit af met een waarschuwing. Stel u maakt voor de auto van de zaak gebruik van een verklaring geen privégebruik. In november gaat u over naar een plug-in auto. Omdat de bijtelling hiervoor nihil bedraagt, gaat u in deze auto vrolijk privé rijden. Dat is echter niet handig. Dat komt doordat een bijtelling alleen dan niet van toepassing is als op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé is gereden. Dit betekent dat de bijtelling voor het hele jaar geldt, dus ook voor de maanden tot november. U zult dus met privéritten moeten wachten tot 2014.

Bron: Auto en fiscus

Staatssecretaris Weekers tevreden met uitspraak erf- en schenkbelasting Hoge Raad

De Hoge Raad heeft vandaag in proefprocedures beslist dat de bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf- en schenkbelasting niet in strijd... Lees meer >

De Hoge Raad heeft vandaag in proefprocedures beslist dat de bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf- en schenkbelasting niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Door deze beslissing van de Hoge Raad blijven alle aanslagen die onder de massaal bezwaar regeling vallen gewoon in stand. De regeling geldt voor alle aanslagen erf- en schenkbelasting die op 23 oktober 2012 nog niet onherroepelijk vast stonden en alle sindsdien opgelegde aanslagen.

Staatssecretaris Weekers: “Dit is goed nieuws voor de continuïteit van ondernemingen. Door de snelheid waarmee rechtbanken en Hoge Raad deze procedures hebben behandeld, heeft een grote groep belastingplichtigen eerder duidelijkheid”.

De proefprocedures werden gevoerd in het kader van de ‘massaal bezwaar regeling’ die vorig jaar met instemming van de Tweede Kamer door staatssecretaris van Financiën Frans Weekers, voor het eerst is toegepast. Ze waren een gevolg van een uitspraak van Rechtbank Breda. Die besliste op 13 juli 2012 dat de bedrijfsopvolgingsregeling discriminerend was ten opzichte van erfgenamen en begiftigden die ander vermogen dan ondernemingsvermogen erfden of geschonken kregen. Door de beslissing van de Hoge Raad staat nu vast dat de regeling niet discriminerend is.

Op grond van de bedrijfsopvolgingsregeling is ondernemingsvermogen voor een groot deel vrijgesteld van erf- en schenkbelasting bij verervingen en schenkingen. Wel moeten de verkrijgers de onderneming gedurende vijf jaar voortzetten. De regeling is bedoeld om de continuïteit van ondernemingen te waarborgen.

Voor alle lopende bezwaren zal één collectieve uitspraak op bezwaar worden gedaan. Deze uitspraak wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst.

Bron: Ministerie van Financiën