Nieuws

Doe tijdig uw aangifte Inkomstenbelasting

Voortaan geldt een nieuwe regeling voor het aanvragen van uitstel voor het doen van aangifte inkomstenbelasting. Moest u vorig... Lees meer >

Voortaan geldt een nieuwe regeling voor het aanvragen van uitstel voor het doen van aangifte inkomstenbelasting. Moest u vorig jaar aangifte doen, maar hebt u dit niet of te laat gedaan? En hebt u minstens een keer niet of te laat aangifte gedaan in de twee jaar daarvoor, terwijl u dit wel moest doen? Dan wijst de Belastingdienst uw verzoek om uitstel af. De belastingdienst geeft daarbij de onderstaande voorbeelden:

* U krijgt geen uitstel als u te laat aangifte hebt gedaan over 2012 en ook over 2011 en/of 2010.
* U krijgt wel uitstel als op tijd aangifte hebt gedaan over 2012, maar te laat aangifte hebt gedaan over 2011 en 2010.
* U krijgt wel uitstel als u te laat aangifte hebt gedaan over 2012, maar op tijd aangifte hebt gedaan over 2011 en 2010.

Voor het opstellen van uw aangifte Inkomstenbelasting zijn veel gegevens nodig. Om uw in staat te stellen uw gegevens overzichtelijk en volledig aan te leveren hebben wij een checklist opgesteld.  Wij verzoeken u- voor zover van toepassing- in te vullen en de gevraagde stukken (bijvoorkeur kopieën daarvan) mee te sturen.

Mocht u vragen hebben omtrent uw aangifte Inkomstenbelasting of vragen inzake onze checklist dan staan onze collega’s van de fiscale afdeling u graag ter woord

Checklist_IB_2012

Aanpassing statuten

Sinds 1 oktober 2012 hebben certificaathouders vergaderrecht gekregen in de algemene vergadering (AV). Tot dan toe mochten zij de... Lees meer >

Zijn de statuten al aangepast aan het vergaderrecht van certificaathouders?

Sinds 1 oktober 2012 hebben certificaathouders vergaderrecht gekregen in de algemene vergadering (AV). Tot dan toe mochten zij de AV slechts bijwonen en daar het woord voeren. Nu mogen zij mee vergaderen. Het stemrecht blijft voorbehouden aan de aandeelhouders. U moet de statuten en notulen van uw BV op het nieuwe vergaderrecht van certificaathouders aanpassen voor 1 oktober 2013. Ook moeten de certificaathouders met vergaderrecht dan zijn ingeschreven in het aandeelhoudersregister. Als u dit niet tijdig heeft gedaan, dan kunnen de besluiten die tijdens de AV zijn genomen vernietigbaar zijn.

Tijdelijk vrijgestelde schenking van € 100.000

De eenmalige verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor kinderen tussen 18 en 40 jaar die een schenking ontvangen van hun... Lees meer >

De eenmalige verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor kinderen tussen 18 en 40 jaar die een schenking ontvangen van hun ouders in verband met de eigen woning wordt op een aantal punten versoepeld. Zo wordt de hoogte van de vrijstelling per 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 verhoogd van €51.407 naar maximaal €100.000. Ook de groep schenkers wordt tijdelijk uitgebreid. De vrijstelling is straks ook van toepassing als men een schenking ontvangt van iemand anders dan een ouder (zoals andere familieleden of derden). De leeftijd eis (18-40 jaar) vervalt. Vanaf 1 oktober is het voor onbepaalde tijd ook toegestaan de schenking te gebruiken voor de aflossing van een restschuld voor de eigen woning.

Let op!
De schenking moet verband houden met de eigen woning. Denk hierbij aan de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning dan wel voor de aflossing van de eigenwoningschuld.

Tijdelijke overbruggingsuitkering AOW

Op 1 oktober 2013 wordt de tijdelijke voorschotregeling AOW (een renteloze lening) vervangen door de tijdelijke overbruggingsregeling AOW. De... Lees meer >

Tijdelijke overbruggingsuitkering AOW vervangt voorschotregeling AOW

Op 1 oktober 2013 wordt de tijdelijke voorschotregeling AOW (een renteloze lening) vervangen door de tijdelijke overbruggingsregeling AOW. De inkomensgrens van deze regeling bedraagt 300% van het bruto minimumloon voor paren en voor alleenstaanden 200% van het bruto minimumloon. De overbruggingsregeling heeft een partner- en vermogenstoets. De eigen woning met bijbehorende schuld en het pensioenvermogen tellen niet mee voor de vermogenstoets. De regeling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 en duurt tot en met 31 december 2018. De regeling blijft van toepassing op de uitkeringen die vóór 1 januari 2019 zijn toegekend.

geen strakke verplichting dat BTW-nummer op website moet zijn vermeld

Op de website van de Belastingdienst is nieuwe informatie gepubliceerd over het vermelden van BTW-nummers op de websites van... Lees meer >

Belastingdienst: geen strakke verplichting dat BTW-nummer altijd op website moet zijn vermeld

Op de website van de Belastingdienst is nieuwe informatie gepubliceerd over het vermelden van BTW-nummers op de websites van ondernemingen. De fiscus laat weten dat er daarbij sprake is van beleidsvrijheid voor de ondernemer om aan de verplichting vorm te geven en geen strakke verplichting dat een BTW-nummer altijd op een website moet zijn vermeld.

Op EU-niveau zijn in de afgelopen jaren richtlijnen tot stand gekomen die een ordelijk economisch verkeer voor ondernemers en consumenten regelen met betrekking tot ondernemersactiviteiten via internet (bijvoorbeeld webshops). Hieronder vallen ook informatieverplichtingen richting onder andere potentiële afnemers, waarbij ook aan het BTW-identificatienummer een rol is toegekend.

Naast de algemene informatieverplichtingen die uit de richtlijn inzake elektronische handel uit 2000 (richtlijn 2000/31/EG) voortvloeien, kent de dienstenrichtlijn (richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt) een specifieke verplichting voor het op enigerlei wijze verstrekken of toegankelijk maken van het BTW-nummer in relevante gevallen (artikel 22, eerste lid, onderdeel d).

Deze bepaling in is in de Nederlandse wetgeving onder andere neergelegd in artikel 6:230a t/m 6:230c van het Burgerlijk Wetboek. Hierin wordt bepaald dat de verplichting voor het gemakkelijk, rechtstreeks en permanent toegankelijk maken van het BTW-nummer voor iedereen die de dienst afneemt, geldt voor iedereen die een zogeheten dienst van de informatiemaatschappij verleent.

De ondernemer heeft daarbij volgens de dienstenrichtlijn overigens wel de keuze tussen:

  • het telkens actief verstrekken van informatie over het BTW-nummer aan de (potentiële) klant;
  • de informatie over het BTW-nummer toegankelijk maken op de plaats waar de dienst wordt verricht of waar het contract wordt gesloten;
  • de informatie over het BTW-nummer gemakkelijk elektronisch toegankelijk maken op een van tevoren medegedeeld elektronisch adres;
  • de informatie over het BTW-nummer opnemen in het informatiedocument dat door de dienstverrichter aan de afnemer wordt verstrekt waar in detail zijn diensten worden beschreven.

Het is aan de ondernemer om dit binnen de eigen (digitale) bedrijfsomgeving en daarbij gekozen uitgangspunten concreet vorm te geven. Er is dus sprake van beleidsvrijheid voor de ondernemer om aan de verplichting vorm te geven en geen strakke verplichting dat een BTW-nummer altijd op een website moet zijn vermeld.

Bron: Accountancy Nieuws

Vraag uw btw uit andere EU-landen terug vóór 1 oktober

Bent u ondernemer en wilt u over het jaar 2012 btw terugvragen uit andere EU-landen? Doe dat dan voor... Lees meer >

Bent u ondernemer en wilt u over het jaar 2012 btw terugvragen uit andere EU-landen? Doe dat dan voor 1 oktober 2013.

30 september 2013 is de laatste dag dat u btw over 2012 kunt terugvragen uit andere EU-landen. U doet dit via despeciale internetsite. Wij sturen vervolgens uw verzoek door naar het land van teruggaaf.

Meer informatie leest u bij Btw terugvragen uit het buitenland.

Bron: Belastingdienst

Belastingplan 2014

Het pakket Belastingplan 2014 staat voor een groot deel in het teken van het uitvoering geven aan diverse fiscale... Lees meer >

Het pakket Belastingplan 2014 staat voor een groot deel in het teken van het uitvoering geven aan diverse fiscale maatregelen uit het regeerakkoord. De maatregelen hebben als doel het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Naast een solide belastingopbrengst krijgt een ander speerpunt uit de fiscale agenda van staatssecretaris Weekers, een fraudebestendig belastingstelsel, gestalte in het pakket Belastingplan 2014 door diverse maatregelen rond de aanpak van fraude. Ten slotte passen de belastingplannen waar mogelijk ook in het streven naar een eenvoudiger belastingstelsel.

Fraudebestendigheid

In de brief van 10 mei 2013 heeft het kabinet aangegeven welke maatregelen het wil nemen bij de aanpak van fraude met toeslagen. De maatregelen in het vandaag gepresenteerde wetsvoorstel bevatten middelen om de nu bekende fraudes effectief te bestrijden. Weekers: ‘Fraude gaat ten koste van de belastingmoraal van de goedwillende mensen en leidt terecht tot  verontwaardiging in de samenleving. Daarom zit in het pakket Belastingplan 2014 een wetsvoorstel dat effectieve handvatten biedt om de nu bekende fraudes daadkrachtig te bestrijden. Verder heeft het voorkomen en opsporen van nieuwe fraudegevallen veel prioriteit binnen de Belastingdienst.’

Om te voorkomen dat toeslagen ten onrechte worden uitbetaald en niet terug te halen zijn, krijgt de Belastingdienst ruimere bevoegdheden om aanvragen strenger te controleren. Zo kan de dienst besluiten aanvragen niet in behandeling te nemen of lopende betalingen te stoppen. Als iemand die een voorschot aanvraagt onbekend is bij de Belastingdienst komt hij pas in aanmerking voor een voorschot op een toeslag als hij zich gemeld heeft op het Belastingkantoor met bewijzen. Pas als zo is vastgesteld dat de nieuwe aanvrager daadwerkelijk recht heeft op de toeslag, zal de Belastingdienst een voorschot verlenen. Om dit mogelijk te maken wordt de beslistermijn voor de verlening van een voorschot verlengd van 8 naar 13 weken, met de mogelijkheid om die termijn nog eens met maximaal 13 weken te verlengen. Het overgrote deel van de aanvragers, waarbij geen sprake is van een verhoogd frauderisico, zal echter geen gevolgen ondervinden van de strengere controles. Ook een aanvrager die in de afgelopen vijf jaar een boete van de Belastingdienst heeft gekregen of strafrechtelijk veroordeeld is vanwege een belastingmisdrijf, komt niet langer in aanmerking voor een voorschot op de toeslag. In die gevallen zal de toeslag alleen worden uitbetaald op basis van de definitieve toekenning, wanneer daar recht op bestaat.

Nieuw is verder dat mensen die opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie verstrekken bij het aanvragen van een voorlopige teruggaaf, een boete kunnen krijgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een belastingplichtige die hypotheekrente claimt terwijl hij geen eigen woning heeft. Een boete kan alleen worden opgelegd als de belastingplichtige zelf het initiatief neemt tot een voorlopige aanslag of tot een herziening. Alleen mensen die bewust misbruik maken kunnen dus deze boete krijgen.

Inkomensbeleid

Een van de pijlers van het kabinetsbeleid is om de lasten evenwichtig te verdelen, vooral in tijden van ingrijpende bezuinigingen. Tegelijkertijd wordt werken meer lonend gemaakt om te stimuleren dat mensen aan het werk gaan. Hiertoe heeft het kabinet in het regeerakkoord een aantal maatregelen aangekondigd. Een daarvan is de verhoging van de arbeidskorting. De maximale arbeidskorting wordt in vier jaar in totaal verhoogd met € 836. Voor 2014 bedraagt de verhoging € 374. Voor inkomens hoger dan 225% van het minimumloon wordt de arbeidskorting verder inkomensafhankelijk afgebouwd. Het maximum van de algemene heffingskorting voor inkomens tot € 19.645 wordt in vier jaar verhoogd met in totaal € 196. Met ingang van 1 januari 2014 wordt de algemene heffingskorting voor inkomens tot € 19.645 verhoogd met € 99 tot maximaal € 2100. Voor inkomens vanaf € 19.645 geldt dat de algemene heffingskorting inkomensafhankelijk wordt afgebouwd.

Accijns

Uit de grenseffectrapportage blijkt dat de opbrengst van de vorige accijnsverhoging op tabak achterblijft bij de oorspronkelijke ramingen. De verwachting is dat dit effect zich op termijn zal herstellen. Daarom wordt de voorgenomen accijnsverhoging op tabak uitgesteld tot 1 januari 2015. In het Regeerakkoord stond een accijnsverhoging voor bier en wijn gepland van 14% en 5% voor sterke drank. Om niet teveel uit de pas te lopen met de accijnstarieven in onder meer Duitsland is besloten in plaats daarvan de accijns op alle alcoholhoudende dranken te verhogen met 5,75%. Hiermee wordt de in het regeerakkoord voorziene opbrengst van deze accijnsverhoging gehalveerd. De verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken worden verhoogd: limonade met 2,09 cent en vruchtensap met 1,57 cent. De accijns op diesel en LPG wordt, naast de jaarlijkse indexatie, verhoogd met respectievelijk 3 cent per liter en 7 cent per liter.

Oldtimers

Vanaf 1 januari 2014 zijn alle motorrijtuigen van 40 jaar en ouder vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting (MRB). Daarnaast komt er een overgangsregeling voor personen- en bestelauto’s rijdend op benzine, motorfietsen, bussen en vrachtauto’s, die op 1 januari 2014 26 jaar of ouder zijn maar nog geen 40 jaar.

Verruiming vrijstelling van schenkbelasting

Met ingang van 1 oktober 2013 wordt tijdelijk (tot 1 januari 2015) de vrijstelling van de schenkbelasting verruimd. Kortgezegd mag iedereen van een familielid of van een derde een schenking ontvangen van maximaal € 100.000, vrij van schenkbelasting. Deze moet dan wel gebruikt worden voor de eigen woning, bijvoorbeeld voor de aflossing van de eigenwoningschuld of een restschuld of een verbouwing van een eigen woning. Normaal gesproken geldt de vrijstelling alleen voor een schenking van ouders aan een kind tussen 18 en 40 jaar, met een maximum bedrag van € 51.407.

Stamrechten

Met ingang van 1 januari 2014 mag een zogenoemde ontklemming van de onder de stamrechtvrijstelling vallende vermogens in één keer worden uitgekeerd. Het hoeft dan niet langer in periodieke termijnen te worden uitgekeerd. Over het vrijgekomen vermogen hoeft in 2014 slechts over 80% van het totale bedrag belasting te worden betaald. Deze maatregel is voor mensen uiteraard niet verplicht, de overheid biedt alleen de mogelijkheid. De stamrechtvrijstelling wordt per 1 januari 2014 afgeschaft voor nieuwe gevallen.

Afdrachtvermindering onderwijs wordt subsidieregeling

De afdrachtvermindering onderwijs wordt zoals voorgenomen in het regeerakkoord met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft en vervangen door een beter te richten subsidieregeling voor leerwerktrajecten. Deze regeling zal vallen onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Beloning verzekeringstussenpersonen

Sinds 1 januari 2013 mogen verzekeringstussenpersonen geen provisie meer ontvangen van verzekeraars en banken voor complexe financiële producten, zoals... Lees meer >

Sinds 1 januari 2013 mogen verzekeringstussenpersonen geen provisie meer ontvangen van verzekeraars en banken voor complexe financiële producten, zoals lijfrentes, spaar- en beleggingsproducten, kapitaalverzekeringen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De tussenpersonen moeten hun beloning dus regelrecht bij de klant in rekening brengen. Voor ‘directe’ aanbieders geldt dat zij advies- en distributiekosten niet meer mogen verwerken in de productprijs, maar apart in rekening moeten brengen aan de klant.

De wet inkomstenbelasting is in verband met deze wijziging aangepast. Tot 1 januari 2013 waren beloningen voor tussenpersonen gelijkgesteld met premies voor het betreffende product. Dat pakte voor lijfrentes (en vergelijkbare producten) anders uit dan voor kapitaalverzekeringen. Voor een lijfrente waren deze beloningen aftrekbaar binnen de daarvoor geldende regels (jaar- en reserveringsruimte). Voor kapitaalverzekeringen telden deze beloningen mee als premies voor de bandbreedte (de hoogste premie mag niet meer dan 10 keer zo hoog zijn als de laagste) en voor het eventuele belastbare deel van de uitkering als niet werd voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden. Indertijd is deze gelijkstelling in de wet opgenomen om het verschil in behandeling tussen provisie (die als onderdeel van het product in rekening werd gebracht) en aparte beloningen aan tussenpersonen op te heffen. De premie voor een lijfrente waar de provisie in verwerkt was, was immers hoger en er was dus een hoger bedrag aftrekbaar, dan voor een lijfrente waarvoor de tussenpersoon een aparte beloning kreeg.

Nu verzekeraars dus geen provisie meer in de productprijs mogen verwerken, is dit verschil weggevallen en heeft de wetgever de gelijkstelling van de beloning voor tussenpersonen met de premies voor het betreffende product per 1 januari 2013 geschrapt. Dit betekent voor de klant een lagere aftrekpost als het een lijfrente- of arbeidsongeschiktheidsverzekering betreft. Voor kapitaalverzekeringen moet worden gecontroleerd of door het vervallen van een deel van de premie nog wel wordt voldaan aan de bandbreedte-eis. Als daar een probleem optreedt, moet de premie worden aangepast.

Bij omzetting van een product kunnen er ongewenste gevolgen optreden als de beloning van de tussenpersoon niet regelrecht wordt betaald, maar wordt onttrokken aan het omzettingskapitaal. Dan is bij een lijfrente namelijk sprake van een gedeeltelijke afkoop (een deel van het kapitaal wordt dan immers niet meer gebruikt voor de periodieke lijfrente-uitkeringen) waarover belasting en revisierente is verschuldigd. Bij een kapitaalverzekering kunnen de gevolgen nog desastreuzer zijn; gedeeltelijke afkoop voordat de 15-jaarstermijn is verstreken, betekent namelijk dat de hele verzekering wordt geacht afgekocht te zijn, waarbij er over het gehele rendement belasting betaald moet worden in box 1. De verzekering gaat daarna over naar box 3. Wordt de beloning rechtstreeks gehaald uit het kapitaal van een kapitaalverzekering die is vrijgesteld in box 3, dan vervalt de vrijstelling. Het is dus zaak om de beloning van de tussenpersoon uit eigen zak te betalen en niet uit het kapitaal te laten halen.

Als een overeenkomst heeft gesloten vóór 2013, dan blijven de advieskosten aftrekbaar totdat de overeenkomst zodanig wordt gewijzigd dat daardoor een nieuwe overeenkomst tot stand komt.

U kunt dit allemaal nalezen in een nieuwsbericht van 12 augustus 2013, nr. NB12082013 te vinden op de website van het ministerie van Financiën.

Het samengestelde gezin

Ongehuwd samenwonenden kunnen elkaars fiscale partner zijn, maar daarvoor moeten zij wel voldoen aan een van de voorwaarden daarvoor,... Lees meer >

Ongehuwd samenwonenden kunnen elkaars fiscale partner zijn, maar daarvoor moeten zij wel voldoen aan een van de voorwaarden daarvoor, zoals het hebben van een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of eigen woning, of het aangewezen staan als partner voor de pensioenregeling. Sinds 1 januari 2012 zijn samenwonenden ook elkaars fiscale partner als zij een zogenoemd samengesteld gezin zijn. Daarvan is sprake als twee meerderjarigen op één adres wonen en daar ook een minderjarig kind van één van beiden woont. Alleen als door middel van een huurcontract kan worden aangetoond dat sprake is van een zakelijke huurrelatie, is geen sprake van fiscaal partnerschap.

Deze vorm van samenwonen komt regelmatig voor bij ouders en kinderen. Als een langstlevende ouder hulp nodig heeft, of een alleenstaand kind met een eigen kind heeft hulp nodig, dan wordt vaak besloten tot het gaan voeren van een gezamenlijke huishouding. Externe hulp of kinderoppas is vaak niet te betalen en op deze manier kan een familielid bijspringen. Er zal dan niet gauw sprake zijn van een zakelijke huurrelatie, zodat ouder en kind elkaars fiscale partner zijn. Voor het partnerschap is echter wel vereist dat beiden 27 jaar of ouder zijn. Woont een ouder op deze manier samen met een kind dat nog geen 27 is, dan is er geen partnerschap.

Het zijn van fiscale partners kan voordelen hebben, maar ook nadelen. Of het een voordeel of een nadeel is, hangt af van vele omstandigheden en is niet in zijn algemeenheid te bepalen. Er is onder andere invloed op aftrekposten (drempels), op heffingskortingen en op de verdeling van het vermogen.

Fiscale partners zijn automatisch ook elkaars toeslagpartner. En dat kan veel meer invloed hebben. Zo is de zorgtoeslag afhankelijk van het inkomen. Voor een alleenstaande is het maximuminkomen waarbij nog zorgtoeslag wordt toegekend € 30.939 en voor toeslagpartner € 42.438. Het gaan vormen van een samengesteld gezin kan er dus voor zorgen dat er geen zorgtoeslag meer wordt toegekend. Voor de kinderopvangtoeslag kunnen de gevolgen ook dramatisch zijn. Deze wordt stopgezet als één van beide toeslagpartners niet werkt. Voor het kindgebonden budget wordt het gezamenlijke inkomen genomen om de hoogte te berekenen, dus die zal voor toeslagpartners in een samengesteld gezin lager uitvallen.

Voor de huurtoeslag is er nog meer aan de hand. Daar is het maximale inkomen voor een alleenstaande iets meer dan € 21.000 en voor samenwoners rond de € 28.500. Dus minder of zelfs helemaal geen huurtoeslag. Maar dat geldt niet alleen voor toeslagpartners. Ook medebewoners worden voor de huurtoeslag meegeteld. En ouders en kinderen die op hetzelfde adres wonen, zijn altijd elkaars medebewoner, óók als zij niet elkaars toeslagpartners zijn, bijvoorbeeld omdat één van beiden nog geen 27 jaar is, of er een zakelijk huurcontract is.

Al deze gevolgen lijken oneerlijk, maar zijn door de wetgever bewust afgewogen en er is dus maar één manier om er onderuit te komen, en dat is om dan maar niet bij elkaar te gaan wonen.